CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Reactie n.a.v. commissie ruimte vvgb Kalkoven

commissie Ruimte 2 april 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: inspreker: dhr. Nijhuis namens omwonenden Buurserstraat over raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen en omgevingsvergunning Kalkovenweg 21.040 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad en het college van de gemeente Haaksbergen Postbus 102 7480 AC HAAKSBERGEN Haaksbergen, 4 april 2025 Betreft: Reactie n.a.v. commissie ruimte vvgb Kalkovenweg 2 Geachte gemeenteraad en geacht college, Naar aanleiding van de behandeling van de vvgb Kalkovenweg 2 in de commissievergadering van 2 april jl., stuur ik u hierbij de inspreeknotitie. Gelet op het debat en de gestelde vragen in aanvulling daarop nog het volgende. 1. OOK OP DE FLANK VAN DE HONESCH SPRAKE VAN HOGE CULTUURHISTORISCHE EN LANDSCHAPPELIJKE WAARDEN Uit het deskundigenrapport Cultuurland van initiatiefnemer zelf blijkt dat er ondanks een sterke aantasting van de gaafheid de flank van de Honesch een hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde heeft. Pagina 17 rapport Cultuurland

Nijhuis juridisch advies Valeriaan 20 7483 CA HAAKSBERGEN

tel. 053-5740979 nijhuisjuridischadvies@ziggo.nl

BTW nummer: NL001406093B50 Kvk Enschede: 08182758 Bank: NL06ABNA0521669847

Pagina 20 rapport Cultuurland

Uit het deskundigenrapport Vestigia van cliënten blijkt hetzelfde. Pagina 5 rapport Vestigia

2. MEER HOUTWALLEN DIAMETRAAL IN STRIJD MET RAADSOPVATTING ZICHTLIJNEN MAKEN Het raadsuitgangspunt was dat openheid noodzakelijk is. Nu wordt zonder deugdelijke ruimtelijke argumentatie precies het tegenovergestelde bereikt: vermindering van openheid. De noodzaak van openheid blijkt uit de in artikel 6.5.2 opgenomen voorwaardelijke verplichting van het vernietigde bestemmingsplan. Daarin was de voorwaardelijke verplichting opgenomen om zichtlijnen op de es te creëren. Zie hieronder de door uw raad noodzakelijk geachte landschappelijke inpassing.

Pagina 2 van 5

3. MAATWERK ONTERECHT; BOUWEN OP SLOOPLOCATIE KAN GEWOON Er kan gewoon teruggebouwd worden op de bestaande slooplocatie. Het bouwvlak is groot genoeg. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om hier maatwerk toe te passen.

Pagina 3 van 5

4. EEN WEIGERING VAN DE VGGB IS WEL BELANGRIJK De juridisch adviseur van initiatiefnemer deed tijdens de commissievergadering voorkomen dat de vvgb niet belangrijk was. Hij verwees naar de BOPA waaraan het college op 15 februari 2025 medewerking heeft verleend. Zoals tijdens de commissievergadering al opgemerkt is dat pertinent een onjuiste voorstelling van zaken. Hiermee wordt mist opgeworpen. Initiatiefnemer heeft twee aanvragen ingediend. Er is sprake van twee aparte procedures. Medewerking aan beide aanvragen betekent voor initiatiefnemer twee aparte planologische bouwtitels. Cliënten worden gedwongen om tegen beide procedures te procederen. Dit om te voorkomen dat één van de procedures onherroepelijk wordt. 5. SLOOPMETERS KUNNEN ERGENS ANDERS WORDEN INGEZET De schuren aan de Goorsestraat zijn gesloopt. De in de commissievergadering genoemde geleverde sloopprestatie gaat niet verloren, zoals werd gesuggereerd. Deze kan succesvol op een plek worden ingezet, waarbij er geen schending is van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. 6. VERGUNNEN IS NIET WEGBESTEMMEN De gemeentelijke spelregels eisen dat de strijdige regels uit het bestemmingsplan dan wel het omgevingsplan moeten komen te vervallen. Met een vergunning is dat niet mogelijk. Het bestemmingsplan/omgevingsplan blijft ongewijzigd. De vergunning is geen volwaardig alternatief.

Het is een beschikking en geen algemeen verbindend voorschrift. Ter onderbouwing hier een mooie rechtsoverweging. Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 1 september 2010 ECLI:NL:RVS:2010:BN5725 2.5. De bevoegdheid om een projectbesluit te nemen kan, gelet op artikel 3.10, eerste lid, gelezen in verbinding met artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wro, slechts worden aangewend voor het verwezenlijken van een project. Het rechtskarakter van een projectbesluit moet in het stelsel van de Wro worden onderscheiden van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wro. Steun voor deze opvatting wordt gevonden in de geschiedenis van totstandkoming van de Wro (onder meer in Kamerstukken II 2003/04, 28 916, nr. 9, blz. 9-10) waarin - samengevat weergegeven - is vermeld dat een projectbesluit op korte termijn een nieuwe ontwikkeling voorziet die later, voorzien van een beheersmatige regeling, wordt ingepast in een bestemmingsplan. Wat betreft bouwprojecten wordt voorts gewezen op artikel 46, derde lid, van de Woningwet, dat blijk geeft samenhang mogelijk te maken tussen een projectbesluit en een concrete bouwvergunningaanvraag waarop dat projectbesluit betrekking heeft.

Het projectbesluit heeft, gelet op artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wro, alleen tot gevolg dat voor het desbetreffende project het geldende bestemmingsplan opzij wordt gezet. Hieruit volgt dat de bevoegdheid een projectbesluit vast te stellen niet kan worden aangewend om, vooruitlopend op de vaststelling van een bestemmingsplan, een toetsingskader vast te stellen voor een groot aantal nog niet geconcretiseerde bouwplannen dat het geldende plan vervangt. Een projectbesluit kan slechts voorzien in de behoefte om, vooruitlopend op de vaststelling van een bestemmingsplan, een concreet bouwvoornemen te verwezenlijken dat, gelet op artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wro, wijzigingen aanbrengt in de fysieke leefomgeving. Weliswaar kunnen krachtens artikel 3.10, derde lid, van de Wro voorschriften en beperkingen aan een projectbesluit worden verbonden, maar die dienen op het project te zijn toegesneden. Artikel 3.10, eerste lid, gelezen in verbinding met het derde lid, van de Wro voorziet niet in de mogelijkheid om bij een projectbesluit algemeen verbindende Pagina 4 van 5

voorschriften vast te stellen. Gelet op het vorenstaande zal een projectbesluit dat ingevolge artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, betrekking heeft op een project zich in de mate van concreetheid moeten onderscheiden van de normering neergelegd in een bestemmingsplan die in het algemeen betrekking heeft op een groot aantal mogelijke projecten.

Een vergunning is in strijd met de rechtszekerheid. Met handige privaatrechtelijke constructies (bijvoorbeeld wisseling van eigenaren en het werken met meerdere besloten vennootschappen) is handhaving in de praktijk een utopie. Het agrarische bouwvlak blijft gewoon bestaan. Als er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd die volledig voldoet aan het omgevingsplan moet de omgevingsvergunning worden verleend. Dat het in de toekomst de bedoeling is om het bouwvlak aan te passen in het omgevingsplan is vanuit de rechtszekerheid niet voldoende. Het is een onzekere gebeurtenis. Er ontstaat een juridisch en feitelijk vacuüm. 7. STIKSTOFONDERZOEK IS NIET DEUGDELIJK Het stikstof-onderzoek is niet representatief. Voor de voorbeelden zie de inspreeknotitie. 8. STRIJD MET PROVINCIALE REGELS Ook hier wordt kortheidshalve verwezen naar de inspreeknotitie. Er is niet voldaan aan de juridisch bindende instructieregels in de provinciale omgevingsverordening. Het is dwingend recht. De gemeente moet die in acht nemen. 9.

AFSLUITING

Cliënten hopen dat deze informatie bijdraagt aan een zorgvuldige besluitvorming. Met vriendelijke groet,

drs. E. Nijhuis Bijlagen: -

Inspreeknotitie Deskundigenrapporten Cultuurland en Vestigia

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15384609/2