2b1 Financieel Technisch Beraad begroting
Tekst van het document
Vragen technisch beraad ‘financieel technische tafel’ Thij Looman, PvdA (via Tanja Janssen D66) 1. Vraag: Pag. 9, kopje b6: graag specificatie effect actualisatie investering, zijn deze allemaal ten algemene dienst? Antwoord: Ja. 1b. Vraag: Wanneer zijn de investeringen gepland? Antwoord: De exacte investeringen en planning zijn opgenomen in het meerjaren investeringsplan en conform in de begroting verwerkt. 2. Vraag: B2: Dekking stelpost meerjaren loon- en prijsontwikkeling: is deze set-lost volledig ingezet? Of resteert er nog een restpost? Antwoord: Via het gemeentefonds ontvangen wij meerjarige middelen voor loon- en prijsontwikkeling. De middelen die wij voor de toekomstige jaren krijgen, worden apart gezet om zo budgettair voorbereid te zijn op toekomstige prijsstijgingen. Voor het begrotingsjaar gaan we uit van de werkelijke indexen, echter uit ervaring weten we dat gedurende het jaar er nog een aantal bijstellingen plaatsvinden en hiervoor houden we iets ruimte in de stelpost. Voor 2026 resteert nu nog een restpost van € 108.000. Deze wordt ingezet om toekomstige prijsstijgingen tot eind 2026 mee af te kunnen dekken. 3. Vraag: Waar hebben wij besloten tot het instellen van bestemmingsreserve AV middelen raad en bestemming archief? Antwoord: In het raadsvoorstel van de primaire begroting 2025 onder lid 1 b en c. Ans Mekking, Nieuw Haaksbergen 4.
Vraag: Wat als je de weerstandsratio op 2 stelt, welke gevolgen heeft dit voor de begroting? Antwoord: Op basis van een risico-inventarisatie wordt het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Een weerstandsratio van twee betekent dat de totale beschikbare weerstandscapaciteit twee keer het benodigde weerstandsvermogen moet bedragen. In de begroting gaan we in de huidige situatie al uit van een weerstandsratio van 2. Op pagina 60 en 61 van de begroting wordt hier meer informatie over gegeven. De grootste en meest belangrijke component van de beschikbare weerstandscapaciteit is de Algemene Reserve. Zoals in de overzichten op pagina 61 is aangegeven, betekent een ratio van 2 feitelijk dat we een bedrag van ruim € 9.100.000 in de Algemene Reserve beschikbaar moeten houden. En een ratio van 1,4 dat we een bedrag van ruim € 6.000.000 in de Algemene Reserve moeten hebben. Het beklemde gedeelte van AR wordt bij een lagere ratio dus kleiner en hiermee neemt het vrij besteedbare deel automatisch toe. Op basis van de huidige begroting hebben we een algemene reserve van € 11.600.000, wat overeenkomt met een ratio van 2,5.
5. Vraag: blz. 58 Bij enkele beheersplannen is de looptijd voorbij, maar de financiële vertaling wel in de begroting opgenomen, wordt dit nog aangepast? Antwoord: Als de looptijd van een beheerplan voorbij is, blijft de financiële vertaling in de begroting weergegeven op basis van het verlopen beheerplan. De financiële vertaling wordt pas aangepast als er een “nieuw” beheerplan is opgesteld. 6. Vraag: blz. 89 Kunnen we een overzicht krijgen van de aangevraagde subsidies voor 2026? Antwoord: Betreft een politieke vraag. Deze vraag kan eventueel worden gesteld tijdens de behandeling in de gemeenteraadsvergadering. De binnengekomen aanvragen zijn momenteel in behandeling. De toekenning van de aanvragen moet voor 1 januari 2026 zijn afgerond. Freek Ebeling, VVD 7. Vraag: Pag. 120: Belastingen en heffing: correctie waardeontwikkelingen. Wat wordt daarmee bedoeld? Antwoord: We verhogen het tarief van de OZB met een bepaald percentage en daarnaast hebben we waardeontwikkeling van de woningen (marktinvloeden). 7b. Vraag: BBP? Hoeveel varianten hebben we? Antwoord: Dat is 1 percentage. Deze komt uit de meicirculaire. De percentages staan op pagina 120. In mei 2025 wordt de indexatie van 2026 geschat. 8. Vraag: Hoe scoren we op kengetallen, ratio’s (paragraaf risicomanagement, pag. 66) (vraag gaat specifiek over het kengetal ‘lokale heffingen’).
Antwoord: Elk jaar publiceren we in de jaarrekening een ranglijst van Twentse gemeenten naar hoogte van de woonlasten. In de Jaarrekening 2024 staat deze op pag. 58. Onze woonlasten zijn redelijk hoog, alleen Losser heeft hogere woonlasten. We verwachten dat we de komende jaren dichter bij het gemiddelde gaan komen, omdat de lasten in 2025 en 2026 beperkt stijgen in Haaksbergen (respectievelijk 2,4% en 3,2%). Bart Mentink, VVD 9. Vraag: Lokale heffingen: pag. 54 onderaan aanmanings- en incassokosten. Hoeveel gaat dit ongeveer omlaag? Antwoord: De vraag is uitgezet. Een reactie volgt op een later moment.