CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-Ta14-1 bijlage - Informatiebrief uitspraak 18 december 2024 (Geanonimiseerd)

Commissie Gecombineerd 5 februari 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Adviesrecht gemeenteraad ontwikkeling woningbouw Bartokstraat 23-33, Haaksbergen1.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www. overijssel. nl overijsselloket @overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21 Inlichtingen bij Overijssel loket Telefoon 038 499 88 99 doorkiesnummer 2

Datum

10. 02. 2025

Kenmerk D2025-02-006783

Zaaknummer 2025-004526

Pagina 1 van 3

Bijlagen

Uw kenmerk

Onderwerp: Informatiebrief uitspraak 18 december 2024

Geachte lezer , Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Raad van State) in de zaken de Amercentrale en Rendac uitspraak gedaan over intern salderen. Uit de uitspraken volgt dat intern salderen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 weer vergunningplichtig is. Met deze uitspraken heeft de Raad van State naast het herintroduceren van de vergunningplicht ook het beoordelingskader van intern salderen gewijzigd. Daarmee zijn de voorwaarden voor intern salderen en extern salderen nagenoeg gelijkgetrokken. In deze brief leggen wij uit wat de belangrijkste gevolgen van deze uitspraken zijn. De projectbeoordeling in de voortoets In de voortoets wordt beoordeeld of een project significante effecten heeft op een Natura 2000-gebied. Daarin wordt onder andere gekeken naar de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Van significante gevolgen is sprake wanneer de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied in gevaar komen door de activiteit. Als op voorhand vaststaat dat er geen significante gevolgen zijn voor een Natura 2000-gebied , is er geen natuurvergunning nodig voor de betreffende activiteit. Uit de nieuwe regels volgt dat intern salderen niet langer meer mogelijk is in de voortoets.

Waar je eerder de vergunde natuurgevolgen van een bestaand project af kon trekken van de stikstofgevolgen van een nieuw project , is dit nu niet meer toegestaan (intern salderen). Dit houdt in dat in de voortoets de nieuwe activiteit niet meer mag worden vergeleken met de al toegestane activiteit op dezelfde locatie (hierna: referentiesituatie). Uit de uitspraken volgt dat op het moment dat geen sprake meer is van één- en-hetzelfde-project , moet worden beoordeeld of het nieuwe totale beoogde project significante gevolgen kan hebben in de Natura 2000-gebieden. De provincie Overijssel werkt samen met andere provincies op dit moment aan de duiding van het begrip “één-en-hetzelfde-project”.

Intern salderen wordt natuurvergunningplichtig Intern salderen houdt in dat de effecten die met de nieuwe activiteit optreden in de Natura 2000gebieden onder de referentiesituatie worden gebracht. Met andere woorden betekent dit dat de effecten met de wijziging binnen de toegestane effecten blijven van de voorheen geldende toestemming. Dit kon tot de nieuwe regels zonder vergunning. De Raad van State heeft nu bepaald dat intern salderen voortaan vergunningplichtig is. In de meeste gevallen moet voor een wijziging van een project nu een vergunning worden aangevraagd. Een belangrijk verschil is dat intern salderen alleen nog als mitigerende maatregel mag worden gebruikt binnen een passende beoordeling. Voordat intern gesaldeerd kan worden , moet - zoals bij extern salderen al het geval is - worden onderzocht of de vrijgekomen ruimte ten goede moet komen aan de natuur (hierna: additionaliteitsvereiste). Dat houdt in dat ruimte die vrijkomt door het stoppen of wijzigen van een activiteit , pas mag worden ingezet voor een nieuwe activiteit als deze ruimte niet nodig is voor natuurherstel van de Natura 2000-gebieden. Dit geldt zowel voor ruimte uit natuurvergunningen als milieutoestemmingen van vóór de Europese referentiedatum. Op dit moment is het niet mogelijk om in Overijssel te kunnen voldoen aan het additionaliteitsvereiste , met name voor betrekking op stikstof.

Momenteel zijn wij in afwachting van de concrete uitwerking van de nieuwe plannen van het ministerie van Landbouw , Visserij , Voedselzekerheid en Natuur na het wegvallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en in het verlengde daarvan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Daarnaast verkennen wij ook de mogelijkheden die we als provincie hebben om (mede) te kunnen voldoen aan het additionaliteitsvereiste , bijvoorbeeld door middel van gebiedsgerichte maatregelen. De omvang van de referentiesituatie wordt in sommige gevallen beperkt Om te bepalen hoeveel stikstof kan worden afgetrokken , is het noodzakelijk om te weten wat er volgens de oude natuurvergunning of milieutoestemming was toegestaan. Natuurvergunning De manier waarop de referentiesituatie wordt bepaald bij intern salderen op basis van een natuurvergunning is niet gewijzigd door de uitspraken. Als er een natuurvergunning is verleend , geldt de vergunde situatie als referentie. Dit geldt ook voor een activiteit die niet feitelijk aanwezig is , maar wel gerealiseerd en in gebruik genomen kan worden. Alle natuurgevolgen die aan de vergunning zijn toe te rekenen , kunnen worden gebruikt om te vergelijken of er sprake is van minder of gelijkblijvende natuurgevolgen.

Het is niet relevant of alle vergunde onderdelen daadwerkelijk gerealiseerd zijn , of dat de passende beoordeling achteraf voldoende was. Voorbeeld: Een PAS-vergunning mag helemaal worden ingezet voor de vergelijking of sprake is van meer natuurgevolgen of niet , ook al heeft de Raad van State in 2019 vastgesteld dat de passende beoordeling die ten grondslag lag aan het PAS niet in overeenstemming was met de Habitatrichtlijn. Milieutoestemming Bij intern salderen op basis van een milieutoestemming mag alleen ruimte worden gebruikt van onderdelen die in de omgevingsvergunning zijn vergund én feitelijk aanwezig zijn. Structureel onbenutte ruimte in een omgevingsvergunning die niet zonder nieuwe natuurvergunning in gebruik kan worden genomen , ook wel latente ruimte genoemd , maakt geen deel meer uit van de referentiesituatie. Bedrijven kunnen hierdoor minder ruimte hebben bij het compenseren van hun natuurgevolgen. De mogelijkheden voor interne- en externe saldering met een milieutoestemming zijn daarmee beperkter dan voorheen. Een positieve weigering moet opnieuw beoordeeld worden De uitspraken hebben per direct en met terugwerkende kracht gevolgen voor bedrijven die tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 intern hebben gesaldeerd en die op basis van de oude regels geen natuurvergunning nodig hadden.

Volgens de nieuwe regels kunnen die activiteiten nu wel vergunningplichtig zijn. Projecten die in de periode vanaf 1 januari 2020 een vergunning hebben aangevraagd en die in de vorm van een ‘positieve weigering’ is afgewezen vanwege interne saldering , dienen alsnog een vergunning aan te vragen.

Pagina 2 van 3

Wat De

betekenen

uitspraken

zoals onder

de

uitspraken

hebben

andere:

de

voor

directe gevolgen

praktijk?

voor

vergunningverlening

in verschillende sectoren

en

activiteiten,

landbouw, industrie, infrastructuur, evenementen, wegenprojecten, woningbouw,

PAS-melders. Om

bedrijven rechtszekerheid te bieden, heeft de Raad van State besloten om een overgangsperiode in te tot 1 januari 2030. Gedurende deze vijf jaar kan de provincie in beginsel niet handhaven tegen het voortzetten van activiteiten zonder natuurvergunning. Bedrijven kunnen in die periode onderzoeken of ze een natuurvergunning nodig hebben en of ze hun activiteiten kunnen aanpassen. Dit betekent echter niet dat de provincie tot 2030 helemaal niet kan ingrijpen. De provincie kan bijvoorbeeld maatwerkvoorschriften stellen om te voorkomen dat een Natura 2000-gebied verslechtert. voeren

Hoe

nu

verder?

Gedeputeerde Staten hebben besloten om tot 1 februari 2026 de vergunningverlening voor nieuwe en lopende aanvragen op basis van de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit) en lopende aanvragen op basis van de Wet natuurbescherming met intern en/of extern salderen op te schorten. Daarnaast zijn Gedeputeerde Staten bezig om de scenario’s te verkennen om vergunningverlening zo snel als kan weer mogelijk te maken en indien daar zicht op is het besluit tot opschorting zo snel mogelijk te heroverwegen. De

provincie zal de komende periode benutten om een duiding te geven van de verdere consequenties deze uitspraken voor Overijssel. Verder zijn wij in afwachting van de nieuwe aanpak van het Rijk. Het Rijk zal een invulling moeten geven aan de nationale stikstof-opgave voordat wij verder kunnen met vergunningverlening. Degenen die een ‘positieve weigering! hebben ontvangen van de provincie worden door ons apart geïnformeerd zodra er meer duidelijkheid is over het plan van aanpak. van

Vragen? Heeft u vragen? bereikbaar

van

(www.bijl2.nl) Met

Dan

kunt

t/m vrij raadplegen. ma

u

bellen van

met

8.30 tot

U gaat dan

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

teamleider Vergun

Pagina

3

van

3

het

Overijssel

499 88 99, keuze 2 en uur). Daarnaast kunt u de website van BIJ12 het onderwerp ‘Helpdesk stikstof en Natura 2000’.

17.00 naar

Loket

(telefoon

038

—

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15171520/1