2025-B21 Technisch beraad 2025-06-11 - Vragen en antwoorden
Tekst van het document
Technisch Kadernota 2026-2029 Datum: 11-06-2025 Aanwezig:
Marcel Broekhuis, Jan-Herman Scholten, Laurens Legtenberg, Robin Meinen, Chiel Mensink, Aleida Moerkerken, Linda ten Thije-Boonkkamp, Tijs Engbers, Deniz Yüksel (PvdA), Frans Winkelhuis (CDA), Ans Mekking (NH), Bart Mentink (VVD), Esther Diepenmaat (CDA), Patrick ten Voorde (CDA)
Vraag Komt het er dus eigenlijk op neer dat het ravijnjaar dat aangekondigd is alsnog uitgevoerd gaat worden in een twee-traps-raket? In 2026 en 2027 worden we met de helft gekort en vanaf 2028 komen we dan uit op 0. Antwoord Inderdaad, dat is de boodschap die wij in deze presentatie willen overbrengen. Het Rijk boekt bezuinigingen op jeugdzorg (vanaf 2028) op het gemeentefonds in en loopt daarmee vooruit op de realisatie en haalbaarheid van die bezuinigingen door de gemeenten. Daarmee schuift het ravijnjaar met twee jaar op en daarbij blijft de structurele financiële opgave overeind. Keuzes maken blijft hoe dan ook noodzakelijk.
Vraag Zou het dan ook kunnen dat er in 2027 weer andere keuzes worden gemaakt door het Rijk? Antwoord Ja, dat is mogelijk. Echter, kunnen we daar nu niets over zeggen. Een nieuw kabinet kan leiden tot nieuwe inzichten, maar ook zij zullen ambities hebben en keuzes willen maken waar middelen voor nodig zijn. Nu is niet te voorspellen in hoeverre dat ook gaat leiden tot extra stortingen in het gemeentefonds. Voor nu heeft het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 gekozen voor een veilige strategie door bezuinigingen op het gemeentefonds in te boeken met het oog op het terugdringen van kosten voor de jeugdzorg die door de gemeenten gerealiseerd moeten worden. De vraag is echter of dat lukt. De verwachtingen daartoe zijn niet hoog gespannen. Voor nu blijven we daarom kampen met een structureel te kort waardoor keuzes noodzakelijk zijn.
Vraag Is er al inzicht in de uitkomsten van de meicirculaire? Antwoord Vooruitlopend op meicirculaire is een eigen eerste analyse gemaakt van de effecten van de Voorjaarsnota 2025 voor Haaksbergen. Deze analyse tref je ook in de kadernota aan. Deze analyse is uitgevoerd met een voorbehoud, aangezien op dat moment de meicirculaire nog niet was ontvangen. Onlangs is de meicirculaire verschenen. Dat stelt ons in staat een feitelijke vertaling te maken van de effecten van de Voorjaarsnota 2025 voor Haaksbergen. Deze vertaalslag is inmiddels gemaakt en leidt tot een positieve bijstelling van de eerste analyse. Onderstaande tabel geeft de afwijking weer van de meicirculaire ten opzichte van de eerste effectenanalyse (zoals opgenomen in de kadernota).
Pagina 1 van 5
Ofwel: de meicirculaire bevat een meer positieve ontwikkeling dan dat wij in eerste instantie globaal berekend hebben. Dat betekent dat voor de jaren 2026 en 2027 wij circa € 350.000 incidenteel meer ontvangen ten opzichte van de eerste analyse en in 2028 incidenteel circa € 200.000 meer. Vanaf 2029 ontvangen wij, ten opzichte van de eerste analyse, structureel circa € 140.000 extra. De meicirculaire wordt niet betrokken in het saldo van de kadernota, maar wordt betrokken in het saldo van de begroting. Daarmee worden deze positieve effecten niet betrokken in de integrale afweging bij de kadernota. Wel maken de effecten van de meicirculaire duidelijk, dat ongeacht de positieve ontwikkeling het noodzakelijk blijft keuzes te maken om tot een structureel sluitende begroting te komen.
Vraag Volgende week is het VNG-congres. Gaat de gemeente Haaksbergen weer een oproep doen? Antwoord Ons is bekend dat er diverse moties en resoluties door andere gemeenten zijn aangedragen die zien op de disbalans in taken versus middelen. Moties en resoluties die de VNG oproept om stelling te nemen richting het Rijk, ook met het oog op nieuwe verkiezingen. Haaksbergen kan deze moties/resoluties steunen in via deze stem breder bijdragen aan een oproep. Of het college van B&W opnieuw een oproep gaat doen op het VNG-congres, is een bestuurlijk-politieke afweging/keuze.
Vraag Wordt de € 2,3 miljoen, die wij gekort worden door het Rijk, nu met de Voorjaarsnota 2025 teruggebracht naar € 1,2 miljoen? Antwoord Nee, er is een belangrijk onderscheid tussen incidenteel en structureel. Haaksbergen wordt via het gemeentefonds met € 2.300.000 structureel gekort. Dat leidt tot een structureel tekort in Haaksbergen van € 1.500.000 (met inachtneming van de EJR 2024 en de Eerste berap 2025). De middelen die wij van het Rijk gaan ontvangen via de Voorjaarsnota 2025 zijn voor een deel incidenteel en voor een deel structureel. De structurele toevoeging in het gemeentefonds komt neer op € 838 miljoen (circa 33% van het ravijnjaar). Daartegenover heeft het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 ook structurele onttrekkingen aan het gemeentefonds gedaan. Deze zien op de beoogde bezuinigingen op jeugdzorg (via de hervormingsagenda jeugd) en omvatten € 835 miljoen. Daarmee is het ravijn dus niet teruggebracht, tenzij gemeenten er in slagen om op basis van de hervormingsagenda jeugd een forse reductie in de jeugdkosten te realiseren. Daarom kijken wij in de financiële opgave in de kadernota enkel naar structurele middelen, niet zozeer naar incidentele middelen. Het probleem van het ravijnjaar is immers structureel van aard.
Vraag Gaat de kadernota nog steeds uit van een ombuigingsopgave van € 2.300.000? Antwoord De ombuigingsstrategie is gericht op het zoeken van € 2.300.000 aangezien Haaksbergen met dit bedrag gekort wordt. Dat is als vertrekpunt gehanteerd. De korting leidt tot een structureel tekort van € 1.500.000. In de ombuigingsstrategie is vervolgens aangegeven dat bij integrale afweging bekeken moet worden of ook daadwerkelijk die € 2.300.000 bezuinigd gaat worden óf dat bij integrale afweging andere keuzes meer verstandig zijn. Bijvoorbeeld door meer te bezuinigen om nadere investeringen te kunnen doen of juist minder te bezuinigen gelet op de Pagina 2 van 5
maatschappelijke impact. Het resultaat van deze integrale afweging, zijn de keuzes die voorliggen in de Kadernota 2026-2029.
Vraag Komt het college nog met een stukje info richting de Raad over de effecten van de meicirculaire? Antwoord Conform het gebruik wordt na de doorrekening van de meicirculaire een raadsinformatiebrief opgesteld met daarin uiteengezet welke effecten de meicirculaire heeft op Haaksbergen. De onlangs verschenen meicirculaire zal in een raadsinformatiebrief aan de raad worden toegezonden (vóór behandeling van de kadernota op 9 juli aanstaande).
Vraag Als Haaksbergen iets aan een andere gemeente uitbesteed, wordt dit dan meegenomen in de bezetting zoals deze in de benchmark (bijlage 4) is weergegeven? Antwoord Nee, de weergegeven bezetting ziet enkel op de formatie van de gemeentelijke organisatie zelf. De cijfers komen van het A&O Fonds die zich enkel richten op de gemeentelijke organisatie. In de formatie en bezetting is dus geen rekening gehouden met wat extern is weggezet bij een andere gemeente. Dat is tevens de reden dat in aanvulling op deze tabellen een tabel is opgenomen met een overzicht van alle gemeenten in de regio Twente in relatie tot samenwerkingsverbanden inclusief de financiële kosten voor die samenwerkingsverbanden per gemeente (voor zover deze informatie beschikbaar is) dat zich ook vertaald in de formatie.
Vraag Hoe/waar verwerkt de gemeente onderuitputting van het BTW-compensatiefonds? Antwoord De onderuitputting van het BTW-compensatiefonds (BCF) is onderdeel van het gemeentefonds. In de raadsinformatiebrieven over de circulaires wordt de raad hierover periodiek op de hoogte gehouden.
Vraag Hondenbelasting: wat kost het, wat doen we ervoor? Hij kon dit moeilijk terug vinden in de Kadernota. Antwoord In de kadernota (zie pagina 11) is aangegeven dat gekozen wordt om de uitlaatvelden en de afvalbakken voor hondenpoep (hondenuitlaatvoorzieningen) weg te halen. Het weghalen van deze hondenuitlaatvoorzieningen levert een bijdrage aan de ombuigingsopgave van € 92.000 (zie pagina 17). Dit bedrag maakt nu, zijnde een bezuiniging, onderdeel uit van het gepresenteerde saldo van de kadernota. Op pagina 11 is tevens aangegeven dat een alternatief voor het afschaffen van de hondenuitlaatvoorzieningen de herinvoering van de hondenbelasting is. Herinvoering van de hondenbelasting levert € 100.000 op (zie pagina 46). Indien gekozen wordt voor herinvoering van de hondenbelasting kan daarmee de bezuiniging op de hondenuitlaatvoorzieningen teruggedraaid worden. Per saldo levert dat voor de ombuigingsopgave niets op aangezien het tegen elkaar wordt weggestreept. Pagina 3 van 5
Vraag Maatregelen hervormingsagenda: de frictiekosten zijn verhoudingsgewijs enorm hoog. Hoe zit dat? Antwoord De verhoudingsgewijs hoge frictiekosten zijn nodig om de besparing te realiseren. Gedurende twee jaar is 1 FTE jeugdregisseur extra nodig. Dit is nodig om de professionalisering van de regievoering door jeugdregisseurs te realiseren. Daarmee kost het vier jaar om de frictiekosten terug te verdienen. Vanaf dat moment levert de ombuigingsmaatregel wat op. Belangrijk is dat het effect van een ombuigingsmaatregel structureel van aard is en de frictiekosten incidenteel van aard zijn. De hoogte van de frictiekosten betreffen daarmee eenmalig te dragen kosten, terwijl de opbrengsten een meerjarig effect hebben en dus uiteindelijk leiden tot een rendement op de ombuigingsmaatregel.
Vraag Wanneer sprake is van schaven; is dat een deel van het totale budget? Kun je dan het totaalbudget ook zien? Antwoord: In de kadernota is onderscheid gemaakt in drie typen ombuigingsmaatregelen: schaven, schrappen en transformeren. Bij schaven wordt inderdaad een deel van een totaalbudget bezuinigd. Bij schrappen wordt een volledig budget bezuinigd en bij transformeren worden kosten bespaard door het op een nadere manier te ‘organiseren’. Het leerlingenvervoer is een voorbeeld voor ‘transformeren’. Indien een ombuigingsmaatregel ‘schaven’ betreft, is het totaalbudget niet opgenomen in de kadernota. Inzicht in het totaalbudget kan namelijk in veel gevallen niet direct verbonden worden aan de maatregel. Stel dat een ombuigingsmaatregel ziet op het weghalen van bloembakken waarmee bedrag € X wordt ‘geschaafd’ van totaalbudget € Y. In dat geval kan het zijn dat totaalbudget € Y niet enkel ziet op bloembakken maar bestaat uit een verzameling van diverse activiteiten en uitvoeringsaspecten.
Vraag Met betrekking tot het thema basispakketten: dit zijn maatregelen die geen impact op de samenleving hebben. Er staat echter wel dat huishoudelijk hulp maar tweewekelijks wordt toegekend bij nieuwe indicaties. Heeft dit echt geen impact? Of krijgt men wel hetzelfde aantal uren maar meer uren tegelijk? Of wordt er echt veel bezuinigd op die uren? Is dat wettelijk toegestaan? Antwoord Het basispakket is samengesteld op basis van een range van het aantal punten dat een ombuigingsmaatregel scoort aan de hand van de multi-criteria-analyse. Alle ombuigingsmaatregelen met een score van 25 tot en met 20 vormen onderdeel van het basispakket. Dat wil dus niet zeggen dat geen enkele impact gemoeid gaat met deze ombuigingsmaatregelen. Tevens beseffen we dat de impact ook een subjectieve waardetoekenning kan krijgen. Dat is ook de reden dat de multi-criteria-analyse niet als een wiskundige formule wordt ingezet in de integrale afweging, maar als een hulpmiddel om tot keuzes te komen. Dat zie je ook terug doordat ook in het basispakket een aantal maatregelen niet doorgevoerd worden. De ombuigingsmaatregel om de huishoudelijke ondersteuning van wekelijks naar tweewekelijks bij te stellen leidt in de praktijk tot een reductie in het aantal minuten ondersteuning. Deze minuten blijven dus niet gelijk. Let wel: dit geldt enkel voor nieuwe indicaties, niet voor bestaande indicaties.
Pagina 4 van 5
Bij het vaststellen van de omvang van hulp bij huishouden maken wij gebruik van het HHM Normenkader 2019 met een aanvullende instructie voor toepassing van dit normenkader uit 2022 (link bestand). Het normenkader vergelijkt de inwoner met een gemiddelde cliënt, waarbij eventueel meer of minder minuten kunnen worden toegekend. In 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB), het hoogste rechterlijke college voor onder meer de Wmo, geoordeeld dat dit Normenkader 2019 als uitgangspunt mag dienen voor het vaststellen van de omvang. In januari 2025 heeft de CRvB ook bevestigd dat dit voor het onderdeel wasverzorging gebruikt kan worden (een eerdere versie was door de CrvB afgewezen). Bureau HHM heeft in 2025 het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 (hierna: Normenkader 2025) verder uitgewerkt (link bestand). Hierin is de mogelijkheid opgenomen om tweewekelijks te indiceren, wanneer een inwoner voldoende eigen kracht heeft dat één keer per twee weken huishoudelijke ondersteuning voldoende passend is. Of tweewekelijks indiceren mogelijk is, blijft dus een kwestie van maatwerk. Om gebruik te maken van de mogelijkheid om tweewekelijks te indiceren is het bovendien van belang het Normenkader 2025 op te nemen in onze regelingen. Dat betekent dat onze verordening en onze beleidsregels daarop aangepast moeten worden.
De afgelopen maanden is, in overleg met inwoners, in sommige gevallen tweewekelijkse hulp ingezet als praktische oplossing. Dit was wenselijk gelet op de tekorten aan personeel bij de aanbieders van huishoudelijke ondersteuning en de daardoor oplopende wachtlijsten, waar de raad per raadsinformatiebrief van 3 december 2024 over is geïnformeerd (link brief). Deze praktijkoplossing resulteert in positieve ervaringen met kostenreductie, waar de beoogde bezuiniging op gebaseerd is. Hoewel het normenkader, dat wij op dit moment gebruiken, dus bevestigd is door de CRvB, is dit voor het Normenkader 2025 niet het geval. Het staat dus nog niet vast dat tweewekelijkse indicatie mogelijk is. Wij zijn echter niet de enige gemeente die gebruik gaat maken van de mogelijkheid om tweewekelijks te indiceren en baseren ons daarbij op een normenkader. Bovendien zal de mogelijkheid om tweewekelijks te indiceren ten allen tijde afhankelijk blijven van de uitkomsten van het indiceren. Maatwerk zal (of zal moeten) daarbij altijd het uitgangspunt blijven.
Pagina 5 van 5