2024-C19-2.Brief aan PS Concept windbeleid 2024
Tekst van het document
Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overijssel.nl overijsselloket@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21
Provinciale Staten van Overijssel Inlichtingen bij I. van der Sloot Telefoon 038 499 9435 I.vd.Sloot@overijssel.nl
Datum
Kenmerk
Zaaknummer
Pagina
16.01.2024
D2023-12-013650
2023-069009
1 van 5
Bijlagen
Uw brief
Uw kenmerk
Onderwerp: concept Brief aan PS Concept windbeleid 2024
____________________________________________________________________________________ Toezending aan Provinciale Staten met oogmerk: [X] ter informatie [] anders, en wel: ____________________________________________________________________________________ Context In het coalitieakkoord ‘Schouder aan Schouder’ is over de opwek van duurzame energie door wind op land het volgende afgesproken: We sturen actief op een aantal grotere clusters van windturbines. Hierdoor zorgen we ervoor dat windturbines op de meest geschikte plekken komen en zorgen we voor duidelijkheid. We houden zelf invloed en daarmee kunnen we de beste voorwaarden krijgen, bijvoorbeeld voor lokaal eigendom. We nemen regie op grote clusters. Op basis van de voorkeursgebieden voor grootschalige clustering van windenergie uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie, zien we vier geschikte gebieden voor grotere clusters. We leggen dit vast door een voorkeursvolgorde uit de windladder op te nemen in een beleidsregel via het provinciaal Programma Energiestrategie (PPE). De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 is door de gemeenteraden (met uitzondering van de gemeente Rijssen-Holten), Provinciale Staten (30 juni 2021) en algemeen besturen van de waterschappen vastgesteld.
De provincie heeft als partner in de RES de doelstelling onderschreven om in 2030 3,3 TWh aan duurzame energie door zon (totaal 1,3 TWh) en door wind (totaal 2 TWh) op te wekken. Om die doelstelling te behalen, zijn ongeveer 90 extra (naast de 32 die Overijssel al telt) windturbines in de provincie nodig. Het definitieve aantal is afhankelijk van het soort windturbine en de locatie. Door het windbeleid zorgen wij ervoor dat wij initiatieven voor windenergie toetsen aan provinciale doelstellingen en verantwoordelijkheden op het gebied van de fysieke leefomgeving. Die doelen zijn: beoordelen van windinitiatieven tussen de 5 en 100 MW (bevoegd gezag rol). efficiënt inpassen van windenergie in de beschikbare ruimte, voorkomen van verrommeling van het landschap. ambitie nastreven van lokaal eigendom van minimaal 50%.
Datum verzending 18.01.2024
De kaders in de Omgevingsverordening en het provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) zijn samen met het afwegingsvierkant uit de RES 1.0, de basis voor vergunningverlening door de provincie. Het geeft aan hoe wij omgaan met verzoeken van initiatiefnemers tot ruimtelijke medewerking. Uitgangspunt van het windbeleid blijft de samenwerking met gemeenten als één overheid. Bij vergunningverlening houden wij rekening met vastgestelde zoekgebieden en windbeleid van gemeenten. Het PPE en de Omgevingsverordening zijn kaderstellend voor windbeleid en planMER plichtig De effecten van het voorgenomen windbeleid op de omgeving zijn onderzocht en toegelicht in de Omgevingseffectrapportage (OER). De conclusies zijn opgenomen in paragraaf 2.4 van het PPE. In de OER ter onderbouwing van het windbeleid is gekeken naar de technische potentie en milieueffecten van windturbineopstelling bij tiphoogtes van 200 meter en 280 meter. Er is aangesloten bij de nieuwe concept landelijke afstandsnormen. Samengevat blijkt dat er voldoende ruimte voor het plaatsen van windturbines in Overijssel is. Tegelijkertijd constateren we dat alle onderzochte aspecten ook aandachtspunten voor het vervolg met zich meebrengen. Die komen aan de orde wanneer er sprake is van een concreet project. Daarvoor moet een gedetailleerde project-MER worden uitgevoerd.
Wij hebben op het concept beleid suggesties van gemeenten ontvangen voor de aanpassing van het windbeleid De motie ‘Grip op Wind’ is uitgewerkt in het voorgenomen windbeleid. Dit heeft vanaf 20 juli 2023 ter inzage gelegen. In de periode van juli tot en met november 2023 hebben wij gesprekken gevoerd over de consequenties van de uitvoering van het windbeleid. Gemeenten en bedrijven hebben ons gevraagd om een uitzondering te maken op de clustereis voor windturbines op en nabij bedrijventerreinen. Wij stellen u voor om die mogelijkheid op te nemen in de nieuwe instructieregel voor windenergie in de Omgevingsverordening. Het hangt van de landschappelijke inpassing en milieunormeringen af of de turbines daar ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Gemeenten hebben ons ook gevraagd om duidelijkheid over het maximum aan windenergie binnen hun gemeenten en, in het verlengde daarvan, om de vergunningverlening te faseren en initiatieven te selecteren. Dit verzoek was de aanleiding om programmeringsafspraken windenergie te gaan maken, waarbij per gebied een maximum zal worden gesteld aan de hoeveelheid windenergie die daar opgewekt gaat worden. Door deze werkwijze kunnen we gemeenten tegemoet komen door zowel in aantal als in tijd en plaats te sturen op het realiseren van windturbines.
Hierover hebben we u eerder geïnformeerd per brief van 20 december 2023 (PS23-001457).aanpak+uitvoering+windbeleid. Om de aanpassingen op het voorgenomen windbeleid te realiseren hebben wij de volgende stappen gezet. 1. Het PPE hebben we aangepast aan het voorgenomen beleid Ten opzichte van het PPE 1.0 van januari 2023 is het provinciale windbeleid herijkt in lijn met de motie “Grip op Wind” en het voorgenomen windbeleid. In hoofdstuk 2 en 3 beschrijven we de ruimtelijke criteria als uitwerking van de ruimtelijke kaders uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. In hoofdstuk 3 beschrijven we de vereisten waaraan een aanvraag moet voldoen en de verdeelprocedure van de vergunningen voor windinitiatieven. In hoofdstuk 4 geven wij de kaders voor participatie en lokaal eigendom. 2. De maximaal op te wekken hoeveelheid windenergie per voorkeursgebied is in concept opgenomen in het PPE Gemeenten hebben in bestuurlijke overleggen gevraagd of de provincie duidelijkheid kan geven over het maximum aan windenergie in een voorkeursgebied. Dat geeft namelijk rust in het gebied en duidelijkheid voor inwoners. Om te kunnen sturen op de hoeveelheid op te wekken windenergie per cluster, verdelen we de vastgestelde ambitie over de provinciale voorkeursgebieden en het overige gebied.
Dit zijn voorgestelde maxima voor het concept PPE op basis van de vastgestelde zoekgebieden, bestaande initiatieven, technische- en ruimtelijke potentie en verdeling tussen West-Overijssel en Twente conform de RES-afspraken. Na de eerste programmeercyclus met gemeenten, die we voor 1 maart 2024 afronden,
Pagina 2 van 5
nemen we de definitieve maxima, die gezamenlijk tot de vastgestelde ambitie optellen, op in het definitieve PPE. Over de maxima per gebied maken we afspraken met de gemeenten in de gebieden. Immers, we treden op als één overheid met gemeenten. Die afspraken gaan over: • De maximaal op te wekken aantal GWh (opgewekt vermogen) per gebied; • Fasering in openstelling termijn voor indiening van initiatieven in deelgebieden; • De duur van de termijn waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend; • Weergave van de te doorlopen procedures; • Rolverdeling in bevoegd gezag; • Ondersteuning vanuit provincie aan gemeenten. Door een maximum te stellen is het aantal vergunningen dat kan worden verleend beperkt en daarmee een schaars recht. Het systeem waarmee deze schaarse rechten worden verdeeld, maakt het mogelijk om de vergunningverlening te faseren. In het PPE wordt per (voorkeurs)gebied van een voorlopig maximum aangegeven op basis de biedingen van gemeenten in de Regionale Energiestrategie (RES). Daarbij is gelet op een evenredige verdeling over de provincie en wordt rekening gehouden met lopende initiatieven. Tijdens de periode van de terinzagelegging gaan we met gemeenten overleggen hoe deze verdeling er uiteindelijk uit moet gaan zien. 3.
De kaders voor lokaal eigendom zijn aangepast Om te zorgen dat zowel de zeggenschap van omwonenden geregeld wordt als dat de lusten lokaal terecht komen, is het van belang dat lokaal eigendom vroegtijdig (vanaf de vroege ontwikkelfase) wordt gerealiseerd. (Gedeeltelijk) collectief eigendom van het project met bijvoorbeeld een energiecoöperatie, is vaak de invulling van lokaal eigendom. Voorafgaand aan het nemen van het projectbesluit moet duidelijk zijn hoe lokaal eigendom is ingevuld binnen het initiatief. Mocht lokaal eigendom dan nog niet zijn ingevuld, dan moet het mogelijk zijn om als energiecoöperatie later in de stappen. De provincie (of gemeente als bevoegd gezag) maakt afspraken met de ontwikkelaar over de condities waarop een energiecoöperatie later kan instappen. Door de verankering van de vergunningverlening in de Omgevingsverordening en PPE kunnen we de mate van lokaal eigendom meewegen bij de beoordeling van initiatieven, voor zover deze initiatieven gelijk scoren op de ruimtelijke criteria . 4. We stimuleren het professionaliseren van de lokale energiecoöperaties Voor het realiseren van lokaal eigendom is professionaliseren van de energiecoöperaties van belang. Dit stimuleren wij door het oprichten van een samenwerkingsverband met (een deel van) de energiecoöperaties in Overijssel.
Het samenwerkingsverband ondersteunt coöperaties met het versterken van de organisatie- en bestuurskracht. Daarmee draagt de organisatie bij aan het sneller en realiseren van projecten. Het samenwerkingsverband legt de nadruk op het delen van kennis en ervaringen. Het doel is dat alle energiecoöperaties in Overijssel kunnen leren van elkaar. 5. Wij hebben een voorbereidingsbesluit genomen in overleg met en op verzoek van gemeenten De gemeenten zijn in grote meerderheid positief over de voorgestelde aanpak en samenwerking met de provincie. Zij verzoeken de provincie, totdat programmeringsafspraken tussen gemeenten en provincie gemaakt zijn, een voorbereidingsbesluit te nemen. Daardoor ontstaat de rust en tijd om in goed overleg te komen tot programmeringsafspraken. Veel gemeenten wensen op korte termijn tot concretisering van de afspraken met de provincie te komen. Na contact met de voorzitters van de RES-regio’s blijkt dat gemeenten in West Overijssel het nemen van een voorbereidingsbesluit door de provincie een goed idee vinden. Zij zijn van mening dat hiermee recht gedaan wordt aan de zorg van gemeenten dat de provincie ongewenste aanvragen in behandeling moet nemen. De gemeenten willen graag meewerken aan de programmeringsafspraken en gezamenlijk de RES doelen bereiken. Ook verschillende gemeenten in de RES- regio Twente onderschrijven dit voorstel.
Naar aanleiding van deze signalen, hebben wij een voorbereidingsbesluit genomen. Op basis van dat besluit kunnen nieuwe aanvragen voor windturbines worden aangehouden totdat de
Pagina 3 van 5
Omgevingsverordening is aangepast en de maximering van windenergie tot 2 TWh is geborgd én dat programmeringsafspraken met gemeenten kunnen worden gemaakt. Aanvragen die voor 18 januari 2024 zijn ingediend, vallen niet onder dit voorbereidingsbesluit en dienen wij in behandeling te nemen. Indien er een aanvraag binnenkomt waarover wij overeenstemming hebben met gemeenten, dan kunnen wij die ook tijdens het voorbereidingsbesluit in behandeling nemen. Om de wijziging van het windbeleid vast te leggen verzoeken wij u om de kaders van het windbeleid op te nemen in de Omgevingsverordening. We doen daarvoor de volgende voorstellen. 1. De voorkeursgebieden voor grootschalige opwek van duurzame energie door windenergie De voorkeursgebieden uit het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie in combinatie met de technische potentie van gebieden, gemeentelijke zoekgebieden en initiatieven die in ontwikkeling zijn, vormen de basis voor het bepalen van de in de Omgevingsverordening en het PPE beschreven voorkeursgebieden. De gebieden zijn niet exact ingetekend. Bij initiatieven op de grenzen van de voorkeursgebieden kijken we dan ook naar de onderliggende kenmerken zoals het landschapstype. Ook betrekken we de zoekgebieden van de gemeenten en lopende initiatieven. Op grond van de Windladder geldt een voorkeur voor de plaatsing van clusters van windturbines in trede 1-3 van de windladder.
In deze landschappen zijn windturbines ruimtelijke het best inpasbaar in Overijssel. Ondanks goede ruimtelijke inpasbaarheid kunnen binnen de genoemde voorkeurs-landschapstypen negatieve effecten optreden, zoals de aantasting van de openheid. Dit vormt voor ons een belangrijk aandachtspunt bij de voorbereiding en toetsing van windinitiatieven. 2. De clustereis van 4 turbines buiten de voorkeursgebieden Om verrommeling van het landschap tegen te gaan stellen we de eis van vier turbines als minimum opstelling. Met dit minimumaantal buiten de grote voorkeursgebieden vinden we de balans tussen het tegengaan van versnippering en ruimtelijke kwaliteit enerzijds, en het halen van de doelstelling op een rechtvaardige manier anderzijds. Dat betekent evenredig verdeeld over de beide RES-regio’s volgens de oorspronkelijke RES-ambities. De minimumeis van vier turbines is een eis vanuit ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent dat windinitiatieven als onderdeel van een ander initiatief aan deze clustereis kunnen voldoen. Het gaat immers om de ruimtelijke samenhang en de onderbouwing daarvan. Eenzelfde redeneerlijn geldt voor turbines aan de provinciegrens, mits er ruimtelijk sprake is van 1 cluster. Wij werken de verschillende ruimtelijke criteria, wanneer er sprake is van een cluster, nader uit in de handreiking wind. Daarbij spelen landschapstypen, overige bebouwing en infrastructuur een rol.
In de handreiking wind geven we een aantal voorbeelden van ruimtelijke argumenten wanneer er wel of geen sprake is van een cluster (conform toezegging aan PS). 3. We stellen u voor een uitzondering op de clustereis te maken voor bedrijventerreinen Uit de bestuurlijke ronde met gemeenten kwam de wens naar voren om windturbines op of nabij bedrijventerreinen toe te staan. Temeer omdat bedrijven veel energie vragen en het aanbod van energie zo dicht mogelijk bij de vraag gesitueerd moet worden. Op deze terreinen blijkt te weinig ruimte voor vier of meer turbines te zijn. In de windladder worden bedrijventerreinen genoemd als mogelijke inpassing van windturbines, als baken in het landschap, ingepast in de bebouwing (trede 2 & 3 van de windladder). Wij willen op deze locaties 1-3 windturbines toestaan, alsook 4 of meer mocht dat wel passen. Hiermee maken we een uitzondering op de clustereis van 4 buiten de voorkeursgebieden. 4. Het is gewenst om een onderscheid te maken tussen windturbines en erfmolens Als dit onderscheid niet wordt gemaakt wordt de clustereis met de huidige definitie ook van toepassing op erfmolens vanaf 25 meter. Hoewel dit niet expliciet is benoemd in de motie, zal dit niet de bedoeling zijn geweest van Provinciale Staten. U heeft richting willen geven aan de landschappelijke inpassing van de grote windturbines die nodig zijn om de RES-opgave te realiseren.
Pagina 4 van 5
Participatie Gemeenten hebben reflecties over het voorgenomen windbeleid ingediend. Deze reflecties hebben geleid tot het voorstel tot maximeren en fasering van vergunningen voor wind per voorkeursgebied en tot het opnemen van een uitzondering van de clustereis voor windturbines voor bedrijventerreinen. De digitale documenten van deze aanpassingsronde zijn te vinden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en in onze eigen planviewer. Van de Omgevingsverordening is een geconsolideerde versie gemaakt. Deze geconsolideerde versie heeft geen formele status, maar laat wel zien wat de wijzigingen met de teksten de Omgevingsverordening doen. U kunt de documenten in de periode van ter inzage ligging online bekijken op: https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/document?documentID=/akn/nl/act/pv23/2023/omgevingsverordening Deze link gaat naar de Omgevingsverordening Overijssel en onder de uitklapknop “alle versies” staat dan het ontwerp. U krijgt dan een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening te zien, waarbinnen de onderdelen die gewijzigd worden zijn gemerkt met een gele aanduiding in de kantlijn. In deze aanpassingsronde wordt alleen paragraaf 4.11.2 (windenergie) aangepast.
Daarnaast kan het ontwerp bekeken worden via de provinciale website: https://www.overijssel.nl/loket/terinzageleggingen/ In overleg met de griffie organiseren we op 7 februari 2024 een technische informatiesessie. In de informatiesessie van 10 januari 2024 is toegelicht welke uitgangspunten worden toegepast bij de aanscherping van het windbeleid en de juridische borging daarvan in de Omgevingsverordening. In de informatiesessie van PM februari 2024 krijgt u technische informatie over de wijze waarop dit vertaald is in de aanpassingen die met het ontwerp worden gedaan in de instructieregel voor windenergie. Planning De planning is afhankelijk van de termijn waarop de commissie- MER advies kan geven. Wij gaan vooralsnog uit van de volgende planning: - terinzagelegging: 18 januari tot en met 28 februari 2024 - programmeringsafspraken met gemeenten - adviesaanvraag bij de commissie-MER - technische infosessie Provinciale Staten: 7 februari 2024 - commissie Ruimte en Water 13 maart 2024 - Provinciale Staten: 27 maart 2024. Gedeputeerde Staten van Overijssel,
voorzitter, A.P. Heidema
Pagina 5 van 5
secretaris, N. Versteeg