2024-C13-1.Bijlage Kaderbrief 2025 GBTwente definitief
Tekst van het document
AB2024004-1
Kaderbrief 2025 GBTwente
AB2024004-1
1. Inleiding Deze Kaderbrief 2025 bevat de ontwikkelingen en richtlijnen voor de Primitieve begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028 van GBTwente. Jaarlijks wordt er door GBTwente conform de afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling en het BBV een primitieve begroting en meerjarenraming opgesteld. Daarbij is het van belang om voor de start van de begroting een aantal ontwikkelingen en richtlijnen vast te leggen. De Primitieve begroting 2025 met de Meerjarenraming 2026-2028 wordt opgesteld op basis van het Strategieplan 2023-2026 “Met elkaar en voor elkaar”. Deze is gericht op ‘koersvastheid, stabiliteit, duidelijkheid en transparantie voor gemeenten en inwoners’. De geformuleerde missie, visie, kernwaarden, en doelen zijn richtinggevend voor de komende jaren.
Missie; GBTwente waardeert, heft en int gemeentelijke belastingen voor gemeenten op een betrouwbare, dienstverlenende en efficiënte wijze. Dit is wat we bij GBTwente in essentie doen. Betrouwbaar spreekt voor zich. Dienstverlenend omdat GBTwente in opdracht van de gemeente(n) werkt en daarmee ook een ‘visitekaartje’ van de gemeente is. Efficiënt, dus zo optimaal mogelijk. Waarderen, heffen en innen verwijst naar ons primaire proces.
Visie; GBTwente maakt belastingen persoonlijk en begrijpelijk. Bij GBTwente staan we in direct contact met inwoners en gemeenten, wat het belang van een persoonlijke en begrijpelijke aanpak benadrukt. Iedereen moet namelijk betalen vanuit de eigen situatie en een persoonlijke en begrijpelijke aanpak maakt dit voor (nagenoeg) iedereen uitvoerbaar.
Kernwaarden; deskundig, integer en behulpzaam. Deskundig: Samen streven we ernaar om hét kenniscentrum op het gebied van (gemeentelijke) belastingen te zijn. GBTwente investeert organisatie breed in deskundigheid door het trainen en scholen van medewerkers in de kennis en vaardigheden die zij nodig hebben om alle stakeholders te bedienen. Er is ruimte voor (persoonlijke) ontwikkeling. Door te zorgen voor deskundige medewerkers, kunnen zowel gemeente als inwoner erop vertrouwen dat GBTwente waardeert, heft en int op een betrouwbare, dienstverlenende en efficiënte wijze. Deskundigheid is niet alleen kennis en kunde, het betekent ook trots zijn op elkaar en op de organisatie. In houding en gedrag professioneel en representatief. Integer: GBTwente stelt zich als organisatie integer op bij de uitvoering van haar werkzaamheden. Handelend naar alle relevante en van toepassing zijnde wetsartikelen, (interne) afspraken en gedragscodes. Dit dragen we vanuit de organisatie (als geheel en per individu) uit naar inwoners, door transparant te zijn over onze werkzaamheden. Behulpzaam: Dagelijks verlenen we vanuit GBTwente diensten aan diverse stakeholders (inwoners, opdrachtgevers en collega’s). Al deze groepen en individuen hebben uiteenlopende wensen en
AB2024004-1
behoeften. Behulpzaamheid is een houding die altijd past. De basisgedachte is ‘zelfredzaamheid van de ander’ (voordoen > samendoen > zelf doen), met daarnaast behulpzaam zijn en aanspreekbaar zijn op eigen verantwoordelijkheid. Zo kunnen we doen wat nodig is, op een juiste manier. Zowel intern als extern draagt dit bij aan toekomstbestendige dienstverlening, die mensgericht, klantgericht en vraaggericht is. Doelen; koersvastheid, stabiliteit, duidelijkheid en transparantie voor gemeenten en inwoners. De hierboven geformuleerde missie, visie, kernwaarden en doelen zijn richtinggevend voor de komende jaren. De gekozen strategie geeft de concrete beweging van GBTwente weer en is gericht op de volgende pijlers: 1. Dienstverlening op maat [wat] • Persoonlijk • Begrijpelijk 2. Optimale Uitvoering [hoe] Het werkproces van GBTwente is zorgvuldig, transparant, van hoge kwaliteit en tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Daarbij is het proces gericht op: • Betrokken en trotse medewerkers • Effectieve processen • Tevreden klanten (opdrachtgevers en inwoners) • Efficiënte inzet van financiële middelen Hieronder worden de ontwikkelingen weergegeven, waarmee GBTwente en haar opdrachtgevers (gemeenten) rekening (moeten) houden bij het waarderen, heffen en innen van gemeentelijke belastingen en die invloed hebben op de opstelling van de begroting van de GBTwente.
Vervolgens worden de richtlijnen beschreven die worden gehanteerd voor het opstellen van de Primitieve begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028. GBTwente hanteert hierbij de gebruikelijke systematiek, die ook de afgelopen jaren is gevolgd. De begrotingsrichtlijnen gaan met name over de uniformiteit in de loon- en prijsmutaties. Voor de loon- en prijsmutaties hanteert GBTwente - conform de richtlijnen van de deelnemende gemeenten voor verbonden partijen - de prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) en de loonontwikkeling zoals vastgelegd in de CAO1. Deze cijfers worden hieronder bij de uitgangspunten nader toegelicht.
1
Voor de loonontwikkeling wordt in basis de loonvoet sector overheid van de Macro Economische Verkenning (MEV) opgesteld voor het Centraal Plan Bureau (CPB). Doordat de uitkomsten van de Cao-onderhandelingen nu zijn vastgelegd in een principe-overeenkomst zijn de richtlijnen vanuit de deelnemende gemeenten daarop aangepast.
AB2024004-1
2. Ontwikkelingen A. ORGANISATIEONTWIKKELINGEN No Cure No Pay Bij de aanslagoplegging in februari 2023 moedigden No Cure No Pay bureaus (NCNP) inwoners aan met grote campagnes om bezwaar in te dienen. Het verdienmodel van de NCNP is bij het ministerie van Financiën niet onopgemerkt gebleven. Naar aanleiding van de brede maatschappelijke discussie voor bijstand van derden in WOZ procedures heeft het Rijk besloten om via het Wetsvoorstel Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en Bpm een beperking in de hoogte van de proceskostenvergoeding voor te stellen om daarmee oneigenlijk gebruik van de regeling tegen te gaan. Bij het schrijven van deze kaderbrief is dit wetsvoorstel op 26 oktober 2023 door de Tweede Kamer aangenomen. De stemming over dit voorstel in de Eerste Kamer staat gepland op 12 december 2023. In deze kaderbrief gaat GBTwente ervan uit dat deze wetswijziging doorgevoerd wordt. Mocht dit anders worden dan zullen wij daar bij het opstellen van de begroting rekening mee houden. Collectief inwinnen en geautomatiseerd verwerken van secundaire objectkenmerken Landelijk ervaren uitvoerders van de gemeentelijke belastingen knelpunten in de uitvoering en dan met name op de extra benodigde inzet voor alle WOZ-gerelateerde werkzaamheden. Met name blijkt de inwinning en actualiteit van secundaire kenmerken problematisch en tijdrovend.
Er is nu een initiatief gestart waarmee inwoners via een landelijk platform, waarbij gebruik gemaakt wordt van bestaand fotomateriaal, periodiek informatie kunnen verstrekken aan WOZ-uitvoerders. In 2024 zullen pilots met dit idee ‘gedraaid’ worden en invoering zou per belastingjaar 2025 kunnen volgen. Het beoogde effect zit op het terrein van rechtsgelijkheid, burgerparticipatie, verlaging van uitvoeringskosten, en op het gebied van het verhogen van de acceptatiegraad van de WOZ-waarde. Afschaffen Beschikking gebruikers woningen De gebruikers van woningen hebben zelden materieel belang bij een verlaagde waarde. Niet iedere woninghuurder huurt immers in de gereguleerde huursector. Bovendien ligt in die sector het werkelijke huursomniveau in Twente en de Achterhoek gemiddeld op ca. 70% van de maximaal redelijke huur. Alleen een irreëel grote verlaging van de WOZ-waarde leidt dan daadwerkelijk tot verlaging van de te betalen gereguleerde huur. Toch zenden wij hen WOZ-beschikkingen, zowel op de combi-aanslag als bij tussentijdse gebruiksmutaties. De rechtspraak en de opvattingen van de Waarderingskamer maken het mogelijk om daarmee te stoppen. Diverse gemeenten en belastingsamenwerkingsverbanden hebben dat al gedaan en hebben daar goede ervaringen mee.
Zij ontvangen geen telefoontjes, bezwaarschriften en beroepschriften meer en besparen op die manier op de werkzaamheden en (proces)kosten. Ook GBTwente heeft besloten om te stoppen met de geautomatiseerde toezending van WOZ-beschikkingen aan woninggebruikers op de combi-aanslag en bij tussentijdse wijzigingen van de gebruiker van een woning. Alleen op verzoek van de gebruiker van een woning en bij gebleken belang van deze gebruiker wordt nog een WOZ-beschikking met betrekking tot de woning toegezonden. We schatten in dat dit gaat leiden tot een besparing van 0,1 Fte aan formatie. Uitvoering frontofficewerkzaamheden voor de Gemeente Hengelo De gemeente Hengelo voerde de frontofficewerkzaamheden op het gebied van telefonie voor belastingen tot nu toe zelf uit maar heeft per 1 november deze werkzaamheden overgedragen naar GBTwente. Voor het uitvoeren van deze extra werkzaamheden is het noodzakelijk om de formatie
AB2024004-1
binnen het taakveld dienstverlening uit te breiden. Op basis van het aantal inwoners en klantcontacten met de gemeente Hengelo is een schatting gemaakt voor een uitbreiding van 1 Fte. Digitalisering en IT ontwikkelingen: De versnelde ontwikkelingen en mogelijkheden ten aanzien van het toepassen van RPA (robotic process automation) en de ontwikkelingen op AI (Artificial Intelligence) vraagt inspanning. Het volgen en toepassen van deze digitale ontwikkelingen maken steeds meer en versneld onderdeel uit van de bedrijfsvoering. Deze voorbeelden zijn echter niet dusdanig concreet in omvang en effect dat ze reeds financieel zijn te maken. Daarnaast zijn er mogelijk nog keuzes te maken die het (financiële) effect mede bepalen. Uitbreiding werkzaamheden door invoering nieuwe Archiefwet Met de komst van de nieuwe Archiefwet is het van groot belang om het archief op orde te houden. Alle bewaarde dossiers dienen jaarlijks getoetst te worden op informatiewaarde en er dient jaarlijks een vernietigingslijst te worden opgesteld. We schatten in dat dit gaat leiden tot een uitbreiding van 0,1 Fte aan formatie. Regionaal vinden momenteel reeds overleggen plaats op dit onderwerp. Zo wordt er bijvoorbeeld door de gemeenten en GR’en samen gekeken of er samen een digitaal archief kan worden geïmplementeerd. En daarnaast ook of er regionaal archivarissen kunnen worden opgeleid en aangesteld.
Gemeenten hebben vanuit de Archiefwet de verplichting om een GR hierbij ook te ondersteunen, de feitelijke dienst te leveren (zoals een archivaris). In de praktijk zal dat ook veel samenwerking betekenen wat de doelmatigheid ten goede komt. Tevens zijn we verplicht om onze bestanden duurzaam toegankelijk te houden. In de nieuwe Archiefwet wordt het beschikken over een e-depot verplicht. Alle permanent te bewaren digitale bestanden moeten een minimum set aan metadata bevatten voordat ze kunnen worden overgedragen. GBTwente is zelf verantwoordelijk voor het op orde krijgen van de metadata. Voor dit Project “handmatig toevoegen metadata” ramen we vooralsnog voor een periode van 2 jaar een formatie-uitbreiding van 0,3 fte. De inzet van eventuele digitale hulpmiddelen, zoals een inzet van tooling. De financiële impact is daarvan nog onduidelijk. Informatieveiligheid en privacy De manier waarop GBTwente haar informatie ophaalt van en aanbiedt aan haar inwoners vraagt continue doorontwikkeling om op het gebied van privacy en informatieveiligheid mee te blijven gaan. Dit zal impact hebben op de wijze van uitvoering van de taken. De financiële impact is nog niet concreet te maken. Wijziging CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) per 31 december 2023 In de Cao SGO 2023 worden een aantal artikelen gewijzigd met ingang van 31 december 2023.
Op dit moment hebben werknemers in de gemeentelijke sector bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid recht op drie jaar ontslagbescherming. Dit derde ziektejaar komt per 31 december 2023 te vervallen. De loondoorbetaling bij ziekte wordt in overeenstemming gebracht met het Burgerlijk Wetboek. Met ingang van 31 december 2023 wijzigt het recht op salaris bij arbeidsongeschiktheid. Er komt een einde aan de loondoorbetaling bij ziekte na twee jaar (104 weken). Met de wijziging van de loondoorbetaling bij ziekte en de afschaffing van het
AB2024004-1
derde ziektejaar krijgen alle werknemers die vallen onder de nieuwe regeling per 31 december 2023 een tegemoetkoming in de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De tegemoetkoming is € 10 bruto per werknemer per maand bij een fulltime dienstverband. Deze werkgeversbijdrage geldt voor alle vormen van aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Met ingang van het jaar 2024 bedragen de geraamde structurele jaarlijkse kosten voor GBTwente zo’n € 13.000. Efficiënte Bedrijfsvoering Wij zijn ons ervan bewust, als verlengd lokaal bestuur van de deelnemende gemeenten, dat we de plicht hebben om te leveren tegen de laagste kosten, die mogelijk zijn binnen bestaande afspraken over effectieve dienstverlening. We monitoren continu onze processen om die zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. We hanteren hierbij het principe ‘first time right’. We zien een toenemende vraag op zowel inhoud als op de uitvoering en hebben als doel gesteld dit binnen de bestaande middelen met optimaal gebruik van nieuwe technieken (innovatie) op te vangen. We zoeken hierbij waar mogelijk naar samenwerking met vergelijkbare organisaties, zowel regionaal als landelijk. De financiële effecten zullen we rapporteren in de bestuursrapportages.
B. FORMATIEONTWIKKELINGEN De begrote formatie 2025 voor GBTwente is als volgt opgebouwd; Werkelijke formatie begroting eind 2023
106,79 fte
Mutaties 2024: * af: Afschaffing Beschikking gebruiker woningen * af: Afschaffing hondenbelasting Haaksbergen * bij: Front-office medewerker Hengelo * bij: Structurele werkzaamheden nieuwe Archiefwet * bij: Incidenteel (2 jr.) meta dateren bestanden nieuwe Archiefwet Begrote formatie 2025
0,12 fte 0,02 fte 1,00 fte 0,10 fte 0,30 fte 108,05 fte
C. INVESTERINGEN In de (meerjaren)-begroting 2025-2028 wordt inzicht gegeven in de geplande vervangingsinvesteringen. De ramingen van deze investeringen zijn gebaseerd op de historische investering vermeerderd met de prijscompensatie die in deze begroting volgens de uitgangspunten gehanteerd wordt. Bij de vaststelling van de begroting worden hiermee niet alleen kapitaallasten van deze vervangingsinvesteringen vastgesteld maar stelt het algemeen bestuur ook de geraamde kredieten vast die verband hebben met deze vervangingsinvesteringen en hoeft hiervoor vervolgens geen separate investeringsbudgetten meer beschikbaar te stellen. Bij daadwerkelijke vervanging wordt er gekeken naar nut en noodzaak en zullen we u hierover blijven informeren. Voor de vervangingsinvesteringen worden de lasten vastgesteld, maar stelt het algemeen bestuur ook de investeringen vast. Dit betekent dat binnen het vervangingsinvesteringsplan het algemeen bestuur geen separate goedkeuring hoeft te geven voor investering.
AB2024004-1
Het is de verwachting dat er in 2024 en mogelijk in 2025 ook uitbreidingsinvesteringen gedaan moeten worden om de ontwikkelingen in automatisering, het toepassen van RPA (robotic process automation) en de ontwikkelingen op AI (Artificial Intelligence). Op dit moment is de aard en omvang niet goed in te schatten. GBTwente is, waar mogelijk met andere organisaties in Twente, de markt aan het verkennen. De resultaten van de marktverkenning zullen met het bestuur gedeeld worden.
3. Richtlijnen Jaarlijks wordt vanuit de deelnemende gemeenten een voorstel gedaan voor de te hanteren indexeringen voor de lonen en prijzen voor de opstelling van deze Primitieve begroting 2025 en Meerjarenraming 2026-2028. De indexeringen zijn volgens de gebruikelijke systematiek door de deelnemende gemeenten opgesteld.
A. UITGANGSPUNTEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE BEGROTING 2025-2028 De begroting is uitgesplitst in een begroting voor de gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling en een begroting voor de gemeenten waarmee een fiscale uitvoeringsovereenkomst (FUO) is afgesloten. De ramingen van de FUO-gemeenten Berkelland en Bronckhorst zijn gebaseerd op de afspraken die gelden vanaf 2021. Producten Voor de gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling zijn voor elke vorm van dienstverlening van GBTwente aparte ‘producten’ benoemd. Op zo’n product komen alle specifieke, direct aan het product toe te wijzen, kosten voor die dienstverlening terecht. De kosten, die niet direct aan een product toe te wijzen zijn, worden aan de hand van verdeelsleutels over de producten verdeeld. Op deze wijze is er een heldere en logische methode van kostenopbouw van de diverse producten, ofwel dienstverlening, van GBTwente toegepast. De gemeentelijke bijdrage komt tot stand op basis van het tarief per eenheid product vermenigvuldigd met het aantal afgenomen eenheden per gemeente. Zo ontstaat er een overzichtelijk totaalbeeld van lasten en baten per product. In 2023 hebben een aantal gemeenten de keuze gemaakt om de kosteloze herinnering in te voeren als eerste invorderstap.
Om de kosten voor de uitvoering van de dwanginvordering op basis van een vergelijkbare invorderstap over de gemeenten te verdelen wordt voorgesteld om de verdeelsleutel bij het product dwanginvordering aan te passen van ‘dwangbevel’ in ‘tweede invorderstap’. Bij de gemeenten die de kosteloze herinnering hebben ingevoerd zal dit het aantal aanmaningen worden, en bij de gemeenten zonder kosteloze herinnering blijft dit het aantal dwangbevelen. Tot en met de begroting 2024 stond ook het product ‘Data en advies’ in onderstaande tabel. Onder dit product werden de kosten voor fiscaal juridische advisering verantwoord, evenals het accounthouderschap. Feitelijk zijn dit indirecte kosten die gerelateerd zijn aan de eindproducten van
AB2024004-1
ons belastingproces. Voorgesteld wordt om dit product te laten vervallen en deze kosten toe te voegen aan de overige indirecte kosten op het belastingproces. De producten binnen de dienstverlening bestaan na bovenstaande wijzigingen uit:
Product Klantcontact (alleen 2e lijns klantcontact) Klantcontact (zowel 1e als 2e lijns klantcontact) Waardebepaling Combi aanslagen (biljet) Combi aanslagregels Combi aanslagregels hondenbelasting Dwanginvordering Kwijtscheldingsverzoeken Overige aanslagbiljetten (exc. Reclame/Precario) Aanslagbiljetten reclame- en precariobelasting Controle reclamebelasting eenvoudig Controle reclamebelasting complex Controle Precariobelasting Medisch afval Diftar, definitieve aanslag
Verdeelsleutel inwonersaantal inwonersaantal objecten biljetten aanslagregels aanslagregels de tweede invorderstap dossiers biljetten biljetten te controleren aantal objecten te controleren aantal objecten gecontroleerd aantal objecten aanvragen aanslagregels
Voor de begroting 2025-2028 wordt voorgesteld om de volgende uitgangspunten te hanteren: 1. De begroting is in evenwicht of laat een overschot zien. Taakstellingen worden op het niveau van programma en hoofdkostensoort verwerkt, zodat algemene taakstellingen (stelposten) worden vermeden. 2. De loon- en prijsindexatie wordt in overeenstemming met het advies van de werkgroep “Verbonden partijen vanuit de deelnemende gemeenten” verwerkt in de begroting 2025-2028. De loonindex voor het jaar 2025 bedraagt 11,3% (waarvan 2% al was meegenomen in de begroting 2024 en er ten opzicht van 2024 een stijging is van 9,3%). De prijsindex bedraagt 1,9%. 3. Voor nu bekende formatie-ontwikkelingen zijn in deze kadernota afzonderlijk zichtbaar gemaakt. 4. Voor vacatures worden de salariskosten van het maximum van de functieschaal gehanteerd min twee periodieken. 5. De lopende desintegratiekosten in de gemeente Oldenzaal, Losser en Haaksbergen wordt op basis van de afgesproken beleidsregels geraamd. 6. De tarieven voor de deelnemende gemeenten worden vastgesteld op basis van de systematiek van de DVO 2018. 7. Er wordt van uitgegaan dat er geen nieuwe toetreders zijn per 1 januari 2025.
AB2024004-1
8. De tarieven voor de deelnemende gemeenten worden vastgesteld op basis van tariefdifferentiatie. De tarieven voor 2025 worden bepaald aan de hand van de budgetomvang van 2025 gebaseerd op geformuleerde uitgangspunten, de werkelijke aantallen van 2023 en de huidige capaciteitsplanning. 9. Aanvullende taken ten opzichte van de huidige worden doorberekend op basis van maatwerk. 10. Het format Begroting zal bestaan uit; a. Toelichting op gehanteerde uitgangspunten. b. Cijfermatige programmabegroting (realisatie 2023, begroting 2024, begroting 2025). c. Het meerjarenperspectief 2026-2028 is onderdeel van de begroting. d. Toelichting per programma e. Verplichte paragrafen f. Bijlage; waarin een nadere toelichting wordt gegeven op de baten en lasten per taakveld en de incidentele baten en lasten per programma worden weergegeven. 11. In het meerjarenperspectief worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. De begroting is in evenwicht of laat een overschot zien. b. De verdeelsleutels en aantallen zoals gebruikt in de begroting 2025 zijn ook in het meerjarenperspectief toegepast. c. Voor de meerjarenraming worden de loonindices 4,7% (2026), 4,8% (2027) en 4,2% (2028) uit de cMEV 2024 gehanteerd (Bijlage_12_cMEV24 Kerngegevens collectieve sector, uitgaven en inkomsten, 1970-2028). d. Voor de prijsindexatie wordt voor de jaarschijven 2026-2028 jaarlijks 2,0% toegepast.
Hierbij wordt prijsindex uit de cMEC 2024 doorgetrokken. 12. Van de begrote winst op de FUO-opdrachten Berkelland en Bronckhorst wordt voor 40% verdisconteerd op de bijdragen van de gemeenten die deelnemen aan de GR.
B. LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGEN Door middel van een gezamenlijk schrijven van de werkgroep financiën zijn aan alle verbonden partijen, waaronder GBTwente, uniforme richtlijnen voor loon- en prijsontwikkelingen verstrekt voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Loonontwikkeling Uitgangspunt voor de indexen voor het jaar 2025 is de actuele salarisstaat inclusief sociale lasten op basis van personele formatie tegen actuele loonkosten op 31-12-2023, geëxtrapoleerd op jaarbasis. Toekenning van periodieken mag in dit uitgangspunt meegenomen worden als ze zeker zijn. Formatieontwikkelingen worden afzonderlijk zichtbaar gemaakt in deze kadernota. Voor vacatures worden de salariskosten van het maximum van de functieschaal gehanteerd min twee periodieken. De cao is voor gemeenten (werkgeversorganisatie VNG) en gemeenschappelijke regelingen (werkgeversorganisatie WSGO) gelijk van strekking. Voor 2024 is een cao onderhandelingsresultaat bereikt voor de cao 2024, door lopend t/m maart 2025. Per 1-1-2024 gaan de lonen met 4,75% omhoog en per 1-10-2024 nog eens met 1,25%. Daarnaast gaat
AB2024004-1
0,8% van IKB naar eindejaarsuitkering, waarmee dit deel pensioengevend wordt. Zeer recent is bekend geworden dat de pensioenpremies gaan dalen. We gaan er vooralsnog vanuit, dat de verlaging minimaal de verhoging a.g.v. de verhuizing van IKB naar EJU compenseert. In 2025 is a.g.v. de verhogingen in 2024 de loonstijging 6%. Vanaf april 2025 staan de onderhandelingen voor een nieuwe cao weer open. We lopen hier niet op vooruit en hanteren voor 2025 cMEV2024-cijfers van augustus 2023 (jaar 2025) als gemiddelde stijging voor het jaar 2025. Voor 2025 geldt dan een stijging van 5,3%. Daarmee stijgen de loonkosten 2025 ten opzichte van 31-12-2023 in totaal met 11,3%. Dit te hanteren percentage wordt geadviseerd door de kerngroep financiën van de deelnemende gemeenten. Schematisch ziet de stijging van de loonkosten in 2025 er dan als volgt uit:
Voor de meerjarenraming worden de indices 4,7% (2026), 4,8% (2027) en 4,2% (2028) uit de cMEV 2024 gehanteerd (Bijlage_12_cMEV24 Kerngegevens collectieve sector, uitgaven en inkomsten, 19702028). Prijsontwikkeling Voor de prijsmutaties nemen we de prijsontwikkeling volgens de cMEV 2024 (Bijlage_12_cMEV24 Kerngegevens collectieve sector, uitgaven en inkomsten, 1970-2028) als uitgangspunt. Het CBS stelt deze werkelijke inflatoire effecten achteraf nog bij. Deze bijstelling hebben we nog niet in onze prijsontwikkeling verwerkt als we uitgaan van het prijspeil van de vorige begroting. Daarom worden de correcties over de jaren 2022 tot en met 2024 alsnog meegenomen voor de bepaling van de totale prijsontwikkeling voor het begrotingsjaar 2025. Dit leidt tot een prijsstijging ten opzichte van de begroting 2023 van 1,9%. Jaar
% al verwerkt
% MEV-2024
2022
7,80%
7,70%
-0,10%
2023
5,90%
4,80%
-1,10%
2024
2,40%
3,50%
1,10%
2%
2,00% 1,90%
2025 Inflatiecorrectie 2025
2025 wordt
De prijspeiltoename 2025 van 2% wordt gecorrigeerd met een afname van 0,1% uit 2022, een afname van 1,1% uit 2023 en een toename 1,1% uit 2024 en komt daarmee voor 2025 uit op 1,9%. Voor de meerjarenraming 2026-2028 gaan we uit van een jaarlijkse prijsstijging van 2,0%, waarbij we de prijsontwikkeling volgens de cMEV 2024 doortrekken.