CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-B31-5.Verweerschrift bestemmingsplan buitengebied Haaksbergen Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat - geanonimiseerd

commissie Ruimte 10 april 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter bespreking: 2024-B31.Uitspraak ABRvS van 10-01-202414.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

18

Beroepsgrond 2: Vigerende bestemming In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied heeft de grond aan de Kalkovenweg de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschap’ met de functieaanduiding ‘Landschapswaarden’. In de regels staat deze gronden bestemd zijn voor: onder c.: ‘het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid, de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen)’ onder j.: ‘ter plaatse van de aanduiding landschapswaarden het behoud en de bescherming van de landschappelijke waarden zoals deze tot uitdrukking komen in het reliëf (essen en steilranden)’. Eén en ander is in de toelichting op de partiële herziening onvolledig weergegeven. Punt j wordt niet genoemd. Uit de vigerende bestemming wordt zwaar ingezet op behoud van de karakteristieke es. Het gaat niet om een eenmansesje maar om de gemeenschappelijke dorpses. Deze es is niet alleen vanuit landschappelijk, maar ook vanuit archeologisch perspectief uniek voor Haaksbergen. De typische opbolling die afloopt naar de flanken moet behouden blijven, evenals het zicht daarop vanaf de diverse invalshoeken rondom. Daarom zijn boomkwekerijen en fruitteelt ook niet toegestaan op gebieden met de aanduiding ‘landschapswaarden’. Dit wordt onderstreept door het Landschapsontwikkelingsplan (LOP).

Het LOP zet in op behoud van de openheid van essen. Het vigerende bestemmingsplan staat op de locatie aan de Kalkovenweg geen afwijking of wijziging van de huidige bestemming toe als de waarden die het plan beoogt te beschermen (dorpses), onevenredig worden geschaad. Juist dat is hier overduidelijk aan de orde. Er wordt een stuk uit de flank van de es gereten. Verweer gemeente In artikel 8.8 onder g van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1’ is opgenomen dat de bestemming gewijzigd kan worden in ‘Wonen’ in het kader van toepassing van de Rood voor Rood regeling in relatie tot een direct aansluitende bestemming en toestaan dat ten opzichte van het aantal op de direct aansluitende bestemming aanwezige woning één of meerdere extra woningen worden gerealiseerd. Ten aanzien van de archeologische waarden van het plangebied zijn in de directe omgeving van het plangebied geen archeologische onderzoeken uitgevoerd of archeologische waarnemingen gedaan. In de directe omgeving van het plangebied (<500 m) zijn in het verleden geen archeologische onderzoeken uitgevoerd op archeologische waarnemingen gedaan. Op de verbeelding is een dubbelbestemming Waarde - Hoge Archeologische verwachting opgenomen om te voorkomen dat ingrepen plaats kunnen vinden die groter zijn dan de door de gemeenteraad vastgestelde beleidsgrenzen.

De omvang van de voorgenomen ingrepen binnen het plangebied - bij elkaar opgeteld - overschrijden de vrijstellingsgrens van 2.500 m² echter niet. Er hoeft dan ook in het kader van het bestemmingsplan geen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Voor een uitgebreide uitleg zie ‘Advies archeologie Kalkovenweg Haaksbergen’. In het bestemmingsplan is bewust rekening gehouden met de ligging van het nieuwe woonerf door in het oostelijke deel, aansluitend op het bebouwingscluster aan de Kalkovenweg (nummer 4), te situeren. Hier staat ook het nieuwe bijgebouw. Aan de Kalkovenweg is al bebouwing aanwezig. Vanuit het oogpunt vanaf de Buurserstraat komt de nieuwe woning dichter bij de Buurserstraat. In het ruimtelijke kwaliteitsplan is rekening gehouden met de ligging van het nieuwe woonerf door dit in het oostelijke deel, aansluitend op het bestaande bebouwingscluster aan de Kalkovenweg, te situeren. Hier staat ook het nieuwe bijgebouw. Aan de Kalkovenweg is al bebouwing aanwezig. De te realiseren woning komt enkel iets dichter bij de woningen aan de Buurserstraat. Door een goede landschappelijke inpassing wordt de ruimtelijke impact zo klein mogelijk gehouden en aan de zijde van de es zelfs versterkt door de es opnieuw zichtbaar te maken. Dat gebeurt door enkele houtopstanden op te schonen en een doorkijk te creëren.

Hiermee trachten wij de ruimtelijke kwaliteit op de locatie te versterken. De landschappelijke inpassing bestaat onder andere uit het realiseren van erfbomen (solitair en in groep) het aanleggen van een plantsoen langs de Buurserstraat. Daarnaast wordt de overige ruimte op het perceel benut om het landschap te versterken. Bij de perceelsgrens langs de

19

laatste (bestaande) woning in het woonlint ten zuiden van de Buurserstraat wordt aangezet met een inheemse groensingel. Aansluitend daarop komt een boomgaard en de ruimte tussen de boomgaard en het woonerf blijft de weide open. De bestaande singel aan de zuidzijde wordt gedund en lokaal worden daar openingen in aangebracht waardoor er een relatie ontstaat met het achterliggende landschap de Honesch. De openheid op het perceel blijft behouden en versterkt door meer groen op de locatie in te passen. De situering van de woning en het bijgebouw (vastgesteld in het bestemmingsplan), biedt zekerheid dat de woning niet op het open gedeelte van het perceel gebouwd mag worden. De nieuwe woning met bijgebouw komt hierdoor slechts dichter bij de kant van de Buurserstraat ten opzichte van de bestaande situatie. Door de aanwezige woning aan de Kalkovenweg 4 (perceel ten zuiden van de Kalkovenweg ongenummerd, sectie S, nummer 919 en 920) is aan deze zijde van het perceel geen zicht op de achterliggende Honesch. De nieuwe woning met bijgebouw wordt aansluitend op het bebouwingscluster aan de Kalkovenweg 4 gebouwd waardoor er geen sprake is van extra belemmeringen op zichtlijnen aldaar. Het plangebied ligt op de rand/flank van de es.

Volgens de Catalogus Gebiedskenmerken Overijssel biedt de flank van de es “eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt” Het zicht op de open es is (bijna) niet meer aanwezig. Van een doorkijk of zicht op de es is vanaf de Buurserstraat momenteel vrijwel geen sprake door de aanwezigheid van een singel aan de zuidkant van het plangebied en bebouwing en opgaande beplanting op het perceel aan de westkant. Door deze verstoringen vormt de weide momenteel een afgesloten geheel, waar alleen in de uiterste zuidwesthoek een kleine doorkijk naar de open es is. Het bouwen van een woning met bijgebouw op de geplande locatie zal het zicht op de es niet verminderen. Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. Beroepsgrond 3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik De voorgenomen ontwikkeling moet getoetst worden aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In het kader daarvan wordt geconcludeerd dat er voor de compensatiewoning in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwde gebied en dat de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaande bebouwde gebied al optimaal zijn benut. Appellant is van mening dat er voldoende ruimte aanwezig is binnen de zoekgebieden.

Deze zoekgebieden bevinden zich binnen de stedelijke contouren van het dorp, aan de kant met minste natuur- en landschapswaarden en in de oksel van de N18. De sloop van landschapsontsierende bebouwing in het Landbouwontwikkelingsgebied rechtvaardigt planologisch gezien niet de toekenning van een bouwkavel aan de Kalkovenweg. De afwijking van de beleidsregels is te groot en de locatie van de nieuw te bouwen woning te ongunstig. De bouwkavel ligt op de drempel van het Natura 2000-gebied Buurserzand-Haaksbergerveen, terwijl de bouwrechten worden weggehaald uit een gebied dat is aangewezen voor grootschalige ontwikkeling van landbouw. Het voorliggende plan ligt niet binnen de zoekgebieden en daardoor is er sprake van toenemende verspreid liggende verstening van het buitengebied. Deze locatie is vanuit landschappelijk oogpunt onwenselijk en waaruit ook directe negatieve uitwerking op het Natura 2000-gebied BuurserzandHaaksbergerveen ontstaat. In de plantoelichting wordt niet ingegaan op artikel 7.1.5 van de Provinciale Omgevingsvisie. Dit artikel verwijst naar de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Dat betekent dat er alleen medewerking verleend kan worden aan nieuwvestigingen en uitbreidingswensen als daarvoor binnen het bestaand bebouwd gebied in redelijkheid geen ruimte te vinden is en de ruimte binnen bestaande erven eerst zoveel mogelijk benut is.

Het plangebied ligt op de rand/flank van de es. Volgens de Catalogus Gebiedskenmerken Overijssel biedt de flank van de es “eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt” Het zicht op de open es is (bijna) niet meer aanwezig. Van een doorkijk of zicht op de es is vanaf de Buurserstraat momenteel vrijwel geen sprake door de aanwezigheid van een singel aan de zuidkant van het plangebied en bebouwing en opgaande beplanting op het perceel aan de westkant. Door deze verstoringen vormt de weide momenteel een afgesloten geheel, waar alleen in de uiterste zuidwesthoek een kleine doorkijk naar de open es is. Het bouwen van een woning met bijgebouw op

20

de geplande locatie zal het zicht op de es niet verminderen. Het landschappelijk inpassingsplan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. Verweer gemeente Het uitgangspunt van het Rood voor Rood beleid is om terug te bouwen op de slooplocatie. In dit geval is de slooplocatie aan de Goorsestraat 243-245. Het realiseren van een compensatiewoning naast de woning aan de Goorsestraat 245 is niet mogelijk. Het betreffende perceel (kadastraal bekend als gemeente Haaksbergen, sectie M, nummer 1083) biedt onvoldoende ruimte om hiernaast een woning te realiseren. Het naastgelegen perceel (kadastraal bekend als gemeente Haaksbergen, sectie M, nummer 109) is niet in eigendom van de initiatiefnemer dan wel de bewoners van de Goorsestraat 243/245. Vanuit ruimtelijk oogpunt is het niet wenselijk om achter de bestaande bebouwing een compensatiewoning te realiseren. Hierdoor ontstaat er ‘tweedelijns bebouwing’ en dat is in het buitengebied niet wenselijk. Wanneer het vanuit ruimtelijk- of milieuoogpunt niet mogelijk is om op slooplocatie terug te bouwen kan er worden gezocht naar een locatie in twee daartoe aangewezen gebieden, te weten de Wissinkbrink en de Veldmaat. De initiatiefnemer heeft geen gronden in eigendom in deze twee zoekgebieden. De gemeente Haaksbergen heeft gronden in de Wissinkbrink in eigendom.

Over deze gronden heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden over het gebruik van deze gronden. Daarnaast zijn (en worden) de gronden in de Wissinkbrink ingezet als uitruilgronden voor andere gronden in het kader van de Natura 2000. Het doel van het Rood voor Rood beleid is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Dit doel wordt (grotendeels) bereikt door het slopen van landschapsontsierende bebouwing. De compensatiewoning mag op de slooplocatie of direct aangrenzende gronden gebouwd worden. Hierdoor sluit het aan bij bestaande bebouwing en wordt voorkomen dat er solitaire woningen in het buitengebied gebouwd worden. In voorliggend geval is er dan ook aansluiting gezocht bij bestaande bebouwing waardoor er geen solitaire woning in het buitengebied van Haaksbergen wordt toegevoegd. De maatwerk-optie is hier toegepast omdat het niet mogelijk is om op de slooplocatie of om in één van de twee zoekgebieden een nieuwe woning te bouwen. Om verstening van het buitengebied te voorkomen is er ruim boven de norm van 1.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt en aangesloten bij bestaande bebouwing. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de uitgangspunten van de provinciale omgevingsverordening (zie hoofdstuk 4 van de plantoelichting behorende bij het bestemmingsplan).

Beroepsgrond 4: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Ten aanzien van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving stelt de initiatiefnemer dat de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in verhouding staat tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. De meerwaarde zou onder andere liggen in het versterken door landschappelijke kwaliteit door ‘het nieuwe’ conform de gebiedskenmerken landschappelijke in te passen. Appellant is van mening dat het niet veel meer dan een stukje erf- en tuinbeplanting is. Aan de Kalkovenweg wil men een singel en een boomgaard aanleggen. Dit is zelfs in strijd met de ter plaatse geldende aanduiding ‘landschapswaarden’ die vanuit historisch landbouwkundig perspectief in het bestemmingsplan is opgenomen. Esgronden behoren open te zijn. De groenstructuren, die wel toegevoegde waarden hebben, staan niet aangegeven op de bestemmingsplankaart. De voorwaardelijke verplichting om deze aan te leggen is alleen op te roepen met een onder-waterscherm in de digitale versie. Als de groenelementen niet als zodanig op de verbeelding staan, heeft de gemeente moeite om de aanplantplicht op te leggen en instandhouding te handhaven. Iedere keer als de appellant in dit soort gevallen om handhaving (moet) vragen stuiten zij daarop. Verweer gemeente De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats door het slopen van landschapsontsierende bebouwing aan de Goorsestraat 243.

Naast het slopen van deze landschapsontsierende bebouwing wordt deze locatie landschappelijke ingepast aansluitend bij de gebiedskenmerken. Ter plaatse van de Kalkovenweg wordt de nieuwe woning met bijgebouw gerealiseerd aansluitend op de bestaande bebouwing waardoor het zicht naar de achterliggende es behouden blijft. Ter

21

versterking van het plangebied worden er verschillende landschappelijke inpassingen gedaan die als voorwaardelijke verplichting aan het bestemmingsplan zijn toegevoegd. De landschappelijke inpassing zorgt juist voor meer open zichtlijnen richting de es. De nieuwe woning met bijgebouw mag enkel binnen de woonbestemming gebouwd worden. Op de verbeelding van het bestemmingsplan sluit deze woonbestemming aan bij de andere woonbestemming (Kalkovenweg 4). Het overige deel van het perceel heeft dezelfde bestemming als in het vigerende bestemmingsplan (Agrarisch met waarden – Landschap’ alsmede de functieaanduiding ‘Landschapswaarden’. Dit betekent binnen deze bestemming geen woning met bijgebouw gerealiseerd mag worden. Beroepsgrond 5: Ontwikkelingsperspectieven Beroepsgrond 6: Gebiedskenmerken De beroepsgronden 5 en 6 zijn hieronder samengevoegd. Het plangebied aan de Kalkovenweg behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ en het plangebied aan de Goorsestraat tot het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap’. Uit de toetsing van het initiatief aan de Ontwikkelingsperspectieven blijkt dat aan de Goorsestraat geen meerwaarde ontstaat.

Ten aanzien van de locatie aan de Kalkovenweg wordt in de toelichting alleen geconcludeerd dat ‘de compensatiewoning geen belemmering vormt voor de omliggende (agrarische) bedrijfsvoering’. Appellant stelt dat dit te mager is, omdat de provincie schrijft dat de ontwikkelingsmogelijkheden verbonden moeten zijn met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijk en landschapselementen. Nu dat niet het geval is, laat de opsteller van het bestemmingsplan deze aspecten buiten beschouwing. De gebiedskenmerken die provincie Overijssel belangrijk vinden staan in de Catalogus Gebiedskenmerken. Voor elk gebiedstype worden vierlagen beschreven, te wetende: - natuurlijke laag; - laag van het agrarisch cultuurlandschap; - de stedelijke laag; - laag van beleving. In de plantoelichting worden de natuurlijke laag en de laag van het agrarische cultuurlandschap beknopt beschreven. Ten aanzien van het plandeel aan de Goorsestraat is aangegeven dat de sloop van landschapsontsierende bebouwing een aanzienlijke kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving wordt gegeven. Bij het plandeel aan de Kalkovenweg stelt men dat de landschappelijke inpassing is gebaseerd op het herstellen van de zichtlijnen op de es en benadrukken van de steilranden. Van het benadrukken van de steilranden vindt de appellant niets van terug in het inrichtingsplan.

De openingen, die in de bestaande houtsingel worden gezaagd om het zicht op de es te herstellen, worden grotendeels tenietgedaan door nieuwe aanplant en de volumineuze bebouwing. De toetsing van de stedelijke laag wordt overgeslagen alsmede de laag van beleving. Appellant vindt het vreemd want het begrip landschapswaarde is sterk verbonden met de belevingswaarde van de mens. Ontwikkelingen in de ‘Laag van beleving’ moeten bijdragen aan de gebiedskenmerken en het creëren van omgevingskwaliteiten, aan vergroting van de leefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap en aan herstel van discontinuïteiten in landschappelijke structuren. Het plangebied aan de Kalkovenweg draagt op geen enkele wijze bij aan deze ambities. Verweer gemeente Naar aanleiding van het deskundigenrapport (rapport Vestigia) van de indieners van de zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan heeft de initiatiefnemer een eigen onderzoek laten uitvoeren naar de cultuurhistorische- en landschapswaarden, zoals opgenomen in het rapport van Cultuurland Advies (zie bijlage ‘Rapport Cultuurland’). Beide rapporten tonen aan dat de Honesch als geheel een hoge cultuurhistorische waarde heeft. Het betreffende perceel ligt op de rand van de es en de ensemblewaarde ligt hier lager door de uitbreiding van Haaksbergen langs de noord- en zuidzijde van de Buurserstraat.

In de ‘Catalogus Gebiedskenmerken Overijssel’ biedt de flank van de es ‘eventueel

22

ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van de erven, beplantingen, routes en openruimtes wordt versterkt’. De nieuwe woning met bijgebouw is gesitueerd aan de oostzijde van het perceel waardoor een open gebied blijft. Met de landschappelijke inpassing wordt dit open gebied en de zichtlijnen naar de es versterkt. De provincie Overijssel bevestigt dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het beleid van de provincie (zie bijlage ‘Email reactie provincie Overijssel – Kalkovenweg ongenummerd). In het rapport van Cultuurland is opgenomen dat het landschap en cultuurhistorie in dit geval geen bezwaar vormen voor de geplande ontwikkelingen. Daarbij geven zij aan dat het op de volgende punten doorslaggevend is geweest: - Het plangebied ligt op de flank van de es. - Het zicht op de open es is (bijna) niet meer aanwezig. - Reconstructie van de oude esrand is niet realistisch. - De plannen doen geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit. Zie pagina 21 en 22 van het rapport van Cultuurland voor een nadere onderbouwing van de hierboven genoemde punten. Beide rapporten geven weliswaar aan dat er sprake is van cultuurhistorische en landschappelijke waarden voor delen en/of het geheel van de Honesch. Echter zijn bepaalde delen niet meer aanwezig en/of te realiseren.

Het plan om een nieuwe woning met bijgebouw te bouwen en de landschappelijke inpassing van het perceel doet daarmee geen verdere afbreuk aan de waarden ter plaatse. Het voorontwerp, ontwerp en gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan is ter kennisgeving aangeboden aan provincie Overijssel. De provincie Overijssel heeft in alle gevallen aangegeven dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal belang. Beroepsgrond 7: Toetsing aan de Structuurvisie, Rood voor Rood beleid en LOP Appellant stelt dat de toetsing aan de Structuurvisie 2030 bestaat uit vooral een herhaling van zetten en zijn al weerlegd in voorgaande beroepsgronden. Appellant is het niet eens met de stelling dat een aannemersbedrijf bijdraagt aan een gezonde plattelandseconomie. Het betreft geen functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijf. Ten aanzien van het Rood voor Rood beleid wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling hiermee in overeenstemming is. Dat is onjuist want volgens het gemeentelijk beleid moet de compensatiewoning gebouwd worden in de zoekgebieden. Appellant is van mening dat er meer dan voldoende ruimte is in de zoekgebieden. Er is geen enkele reden om uit te wijken naar de Kalkovenweg. Van de Wissinkbrink wordt gezegd dat de gronden in dat gebied voor het grootste deel nog in agrarisch gebruik is.

Verder wordt gesteld, dat door de aanleg van de nieuwe N18 en de maatregelen die worden getroffen rondom Natura 2000-gebieden, agrarische grond steeds schaarser wordt in de gemeente. Een drogreden want hetzelfde geldt ook voor het weilandje aan de Kalkovenweg. Ook daar wordt beslag gelegd op de schaarse bouwgrond. Er wordt beweerd dat de kavel aan de Kalkovenweg ongenummerd voldoet aan de maatwerkparagraaf uit het Rood voor Rood beleid. Aan de Kalkovenweg liggen een drietal woningen die volgens de initiatiefnemer kunnen worden aangemerkt als bebouwingscluster. Appellant is het hier niet mee eens en geeft aan dat zo’n dergelijke uitleg dat zo ongeveer het hele buitengebied van Haaksbergen vogelvrij is en dat overal compensatiewoningen kunnen verrijzen. Toetsing aan het LOP leidt bij initiatiefnemer tot de conclusie dat de belangrijkste landschapsmaatregelen bestaan uit het zichtbaar maken van de karakteristieke es. Dit gebeurt door het weghalen van een deel van de gebiedsvreemde beplanting haaks op de Kalkovenweg. Zoals hiervoor al aangegeven wordt deze maatregel grotendeels tenietgedaan door de geplande bebouwing op het perceel en de nieuwe aanplant. Verweer gemeente

23

Het aannemersbedrijf aan de Goorsestraat 243 was reeds gevestigd als nevenactiviteit behorende bij het agrarische bedrijf. Het agrarische bedrijf op deze locatie stopt en de daar bijbehorende bebouwingsmogelijkheden worden verwijderd. In het bestemmingsplan is een beperking opgenomen met betrekking tot de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing, namelijk 600 m2. De gemeente Haaksbergen wil het toevoegen van economische dragers aan het buitengebied stimuleren om de vitaliteit en leefbaarheid te behouden. Middels toepassing van het VAB-beleid wordt daar ook veelvuldig gebruik van gemaakt. In onderliggend geval is een deel van een agrarisch bedrijf in de loop der tijd omgevormd naar een aannemersbedrijf. In het vigerende bestemmingsplan is dit enkel mogelijk als nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf. De reden om een partiële herziening te doorlopen voor zowel de bouw- als slooplocatie is om een nieuwe woning met bijgebouw aan de Kalkovenweg mogelijk te maken maar tevens ook de slooplocatie planologisch op de juiste manier te bestemmen. Dit betekent dat het agrarische bedrijf wordt weg bestemd en de aannemersactiviteiten ook als zodanig worden bestemd. Het aannemersbedrijf is begrensd voor uitbreiding op het gebied van extra bebouwing en milieucategorie.

De maximale oppervlakte aan bebouwing voor het aannemersbedrijf is 600 m 2 en in de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat hier een aannemersbedrijf gevestigd mag zijn. Een aannemersbedrijf kan op basis VNG-publicatie worden aangemerkt als ‘Aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. < 1.000 m2’. Een dergelijk bedrijf is aan te merken als een milieucategorie 2 bedrijf. Een dergelijk (reeds aanwezig) bedrijf met deze (beperkte) omvang is dan ook passend in het buitengebied. De initiatiefnemer heeft geen gronden in eigendom in deze twee zoekgebieden. De gemeente Haaksbergen heeft gronden in de Wissinkbrink in eigendom. Over deze gronden nog geen besluitvorming plaatsgevonden over het gebruik van deze gronden. Daarnaast zijn (en worden) de gronden in de Wissinkbrink ingezet als uitruilgronden voor andere gronden in het kader van de Natura 2000. In het buitengebied is het onwenselijk om solitaire woningen toe te voegen. Daarom dienen nieuwe woningen aan te sluiten bij bestaande bebouwing. In voorliggend geval sluit de nieuwe woning aan bij een bebouwingscluster en deze locatie is gelegen in een kernrandzone. Hiermee klopt de stelling van de appellant dat het hele buitengebied van Haaksbergen vogelvrij is en dat overal compensatiewoningen kunnen verrijzen dan ook niet. Het uitgangspunt van het Rood voor Rood beleid blijft dat er teruggebouwd moet worden op de slooplocatie.

Indien dit vanuit ruimtelijk of milieukundig oogpunt niet mogelijk is dan kan er worden afgeweken in de zoekgebieden. Indien dit niet mogelijk is dient er aangesloten te worden bij een bebouwingsconcentratie/kernrandzone om extra solitaire woningen in het buitengebied te voorkomen. In het ruimtelijke kwaliteitsplan is rekening gehouden met de ligging van het nieuwe woonerf door dit in het oostelijke deel, aansluitend op het bestaande bebouwingscluster aan de Kalkovenweg, te situeren. Hier staat ook het nieuwe bijgebouw. Aan de Kalkovenweg is al bebouwing aanwezig. De te realiseren woning komt enkel iets dichter bij de woning van één van de reclamanten. Door een goede landschappelijke inpassing wordt de ruimtelijke impact zo klein mogelijk gehouden en aan de zijde van de es zelfs versterkt door de es opnieuw zichtbaar te maken. Dat gebeurt door enkele houtopstanden op te schonen en een doorkijk te creëren. Hiermee trachten wij de ruimtelijke kwaliteit op de locatie te versterken (dus ook groen). De landschappelijke inpassing bestaat onder andere uit het realiseren van erfbomen (solitair en in groep) het aanleggen van een plantsoen langs de Buurserstraat. Daarnaast wordt de overige ruimte op het perceel benut om het landschap te versterken.

Bij de perceelsgrens langs de laatste (bestaande) woning in het woonlint ten zuiden van de Buurserstraat wordt aangezet met een inheemse groensingel. Aansluitend daarop komt een boomgaard en de ruimte tussen de boomgaard en het woonerf blijft de weide open. De bestaande singel aan de zuidzijde wordt gedund en lokaal worden daar openingen in aangebracht waardoor er een relatie ontstaat met het achterliggende landschap de Honesch. De openheid op het perceel blijft behouden en versterkt door meer groen op de locatie in te passen. De situering van de woning en het bijgebouw (vastgesteld in het bestemmingsplan), biedt zekerheid dat de woning niet op het open gedeelte van het perceel gebouwd mag worden. De nieuwe woning met bijgebouw komt hierdoor slechts dichter bij de kant van de Buurserstraat ten opzichte van de bestaande situatie. Door de aanwezige woning aan de Kalkovenweg 4 (perceel ten zuiden van de Kalkovenweg ongenummerd, sectie S, nummer 919 en 920) is aan deze zijde van het perceel geen zicht op de achterliggende Honesch. De nieuwe woning met bijgebouw wordt aansluitend op het

24

bebouwingscluster aan de Kalkovenweg 4 gebouwd waardoor er geen sprake is van extra belemmeringen op zichtlijnen aldaar.

Beroepsgrond 8: Wegverkeerslawaai Appellant merkt op dat er plannen zijn om het Wilhelminaviaduct af te breken en het verkeer richting het centrum weer over de Buurserstraat te leiden in plaats van over de Leemdijk. Daardoor zal er meer geluidsbelasting ontstaan op de locatie Kalkovenweg ongenummerd dan nu is berekend. Verweer gemeente Er heeft geen besluitvorming plaatsgevonden over het Wilhelminaviaduct en ook staan er geen voorstellen geagendeerd waar nog besluitvorming over moet plaatsvinden. Op dit moment kan dan ook geen rekening gehouden worden met (mogelijke) toename van verkeersbewegingen. Het is suggestief en onzeker en niet mogelijk om hiermee rekening te houden in dit plan. Beroepsgrond 9: Gebiedsbescherming Om de gevolgen van het plandeel Kalkovenweg op de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Buurserzand-Haaksbergerveen in kaart te brengen is een Aeriusberekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de bouw van de compensatiewoning leidt tot een depositie van 0,05 mol per hectare per jaar op het Natura 2000-gebied. Er is sprake van een significante depositie en dit betekent dat de werkzaamheden een negatieve invloed hebben op de instandhoudingsdoelen voor de kwetsbare natuur ter plekke. In het rapport wordt verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 mei 2020; ECLI:NL:RVS:2030:1230.

De omstandigheden van deze uitspraak zijn niet vergelijkbaar met die aan de Kalkovenweg, enkel en alleen al omdat daar sprake was van een passende beoordeling, wat hier niet het geval is. De stelling dat de tijdelijke depositie tijdens de bouwfase niet leidt tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen is op geen enkele wijze onderbouwd. Appellant is van mening dat het reëel en aannemelijk is dat de stikstofdepositie hoger is dan de 0,05 mol per hectare jaar en niet alleen plaatsvindt in de gebruiksfase maar ook in de gebruiksfase van de compensatiewoning. In het stikstofonderzoek worden de gevolgen van de partiële herziening onderschat. De volgende omstandigheden zijn hier debet aan: - Het is onvoldoende zeker dat er een gasloze woning gebouwd gaat worden aan de Kalkovenweg. Daarvoor is geen voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan. - In het stikstof onderzoek wordt ten onrechte uitgegaan van een volledig gasloze woning niet tot uitstoot van stikstof leidt. In dit verband wijst de appellant op het onderzoek van het RIVM ‘Methode inschatting depositie woningbouwprojecten’ uit november 2019. In dit onderzoek wordt een standaard uitstoot van 0,44 kg NOx per woning per jaar gehanteerd voor sfeerverwarming (onder meer houtkachels, kaarsen en olielampen) en een uitstoot van 0,5 kg NH3 per woning per jaar voor de uitstoot van mens en dier.

- Het is aannemelijk dat tijdens de gebruiksfase gebruik wordt gemaakt van mobiele werktuigen zoals een tractor, zitmaaier, bladblazer, enzovoort. Het stikstofonderzoek is op dit punt niet representatief. - In het stikstofonderzoek is niet inzichtelijk gemaakt waarom de Buurserstraat richting Duitsland, de Leemdijk en de Zoomweg niet zijn meegenomen in de verkeersbewegingen. Er vinden ook daar verkeersbewegingen plaats. - Er wordt steeds meer bekend over de cumulatieve effecten van plannen en projecten over de stikstofdepositie. In dit verband zou het onderhavige plan in samenhang met ander plannen doorgerekend moeten worden. Dit betreft in elk geval het ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76’. Het standpunt van de appellant is dat onvoldoende is uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Buurserzand-Haaksbergerveen niet zullen worden aangetast. Een passende beoordeling ontbreekt. Het is bestemmingsplan is hierdoor in strijd met artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming vastgesteld.

25

Verweer gemeente De bouwfase heeft betrekking op het onderdeel vergunning en de gebruiksfase heeft betrekking op onderdeel bestemmingsplan en dat is in dit geval aan de orde. De stikstofuitstoot voor de bouwfase aan de Kalkovenweg wordt in het stikstofonderzoek als significant aangeduid. Dit heeft te maken met het feit dat voor de berekening is uitgegaan van een worst-case scenario. Hierin is onder andere uitgegaan van 220 vervoerbewegingen van (110) zware vrachtwagens. Het is onwaarschijnlijk dat dit aantal wordt gehaald aangezien er slecht één woning wordt gebouwd. Daarnaast geldt er een bouwvrijstelling voor tijdelijke stikstofemissies. Dit betreft sloop-, aanleg- en bouwactiviteiten. Per 1 juli 2021 is deze regeling in werking getreden onder de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Stikstofwet). Voor de aanlegfase hoeft zodoende geen stikstofberekening te worden uitgevoerd aangezien het tijdelijke effecten betreft. Een onderbouwing hiervoor is geen vereiste. Vanaf 0,05 mol/ha/jaar voor een periode van 2 jaar is zodoende geen vergunning nodig voor de aanlegfase. Het project heeft verder een in niet betekenende mate (INBM) invloed op de stikstofuitstoot en de luchtkwaliteit. Voor de gebruiksfase (onderdeel van bestemmingsplan) is het wel verplicht een stikstofberekening uit te voeren. Deze is berekend op een toename van 0,00 mol/ha/jaar.

Dit komt omdat de woning gasloos wordt. Per 1 juli 2018 krijgen nieuwbouwwoningen geen aardgasaansluiting meer. Hiervoor heeft de wetgever de Gaswet gewijzigd. Alleen bij zwaarwegende redenen van algemeen belang kan het college van B&W gebieden aanwijzen waar toch met een aardgasaansluiting gebouwd mag worden. In voorgenomen ontwikkeling is dit niet het geval. Dat de woning gasloos wordt is zodoende vanzelfsprekend. Wat betreft het onderzoek van het RIVM uit 2019 waarin staat vermeld dat er wordt uitgegaan van een standaard uitstoot van 0,44 kg NOx per woning per jaar voor sfeerverwarming en een standaard uitstoot van 0,5 kg NH3 per woning voor de uitstoot van mens en dier. Er kan inderdaad niet worden uitgesloten dat de toekomstige bewoners een kachel branden of mobiele werktuigen rond het huis gebruiken. Dit kan echter niet bij voorbaat worden meegenomen in de berekeningen omdat wij niet van de voren weten wat de bewoners in en rond het huis gaan doen. De cijfers uit het aangehaalde document van het RIVM zijn daarnaast een in 2019 gemaakte inschatting, en geen officiële rekencijfers voor het huidige AERIUS-model. In de gebruiksfase wordt wel naar de verkeersbewegingen gekeken. Het betreft hier een zeer geringe verkeerstoename. Bij deze berekening is uitgegaan van de dichtstbijzijnde N-weg tot het eerste kruispunt.

Zo hoeft de stikstofdepositie van licht verkeer tegenwoordig tot slechts een paar honderd meter van de woning te worden berekend. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Enschedesestraat 76’ is in procedure en heeft als ontwerp ter inzage gelegen. Er heeft nog geen verdere besluitvorming plaatsgevonden en het is ook niet zeker als de voorgenomen ontwikkeling ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

Beroepsgrond 10: Opmerkingen t.a.v. regels en de juridische verantwoording Onder 3.7.1 punt b staat dat het verlagen van de bodem en afgraven van gronden verboden is, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingswet, en het ophogen en egaliseren van de gronden. In feite staat er dus dat er wel ontgrond mag worden als er een vergunning is vereist. Die hoeft dan niet worden aangevraagd of toegewezen te zijn? Het is niet duidelijk wat wordt bedoeld met ‘’en het ophogen en egaliseren van gronden’. De regels horen eenduidig te zijn. Onder 5.1 staat wat onder de bestemming ‘Bedrijf’ wordt verstaan. Appellant is het niet eens met de opsommingen onder punt 4, 5 en 6. Dit houdt een vrijbrief in voor het ontstaan van grootschalige bedrijvigheid die niet functioneel aan het buitengebied gebonden is. De grootte van ambachtelijke bedrijven zou gelimiteerd moeten worden b.v. tot eenmansbedrijven en de omvang van opslag- en stallingsbedrijven tot een maximum maat. Verweer gemeente Onder 3.7.1 punt staat dat het verlagen van de bomden en afgraven van gronden verboden is indien daarvoor een vergunning is vereist en verleend volgens de Ontgrondingswet. De vergunning moet ook verleend zijn om te mogen ontgronden. Het ophogen en egaliseren is het wijzigen van de

26

maaiveldhoogte. Deze regel is ook in de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Haaksbergen’ en ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1’ opgenomen. Deze bestemmingsplan gelden voor het gehele buitengebied van Haaksbergen. Aan de locatie aan de Goorsestraat 243 is een bedrijfsbestemming toegekend. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat de maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing 600 m 2 mag bedragen. Eveneens is opgenomen dat andere bedrijven die in ruimtelijk en functioneel opzicht met de genoemde bedrijven bij artikel 5.1. onder a (punten 1 tot en met 6) en die in de Staat van bedrijfsactiviteiten (zie bijlage bij bestemmingsplan) zijn vermeld als milieucategorie 1 of 2, dan wel naar hun gevolgen voor de omgeving daarmee gelijk kunnen worden gesteld. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat er geen extra bebouwing is toegestaan en geen zwaardere bedrijven qua milieucategorie zich kunnen vestigen op de locatie.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002229/1