2024-B100-2 2b5 Bijlage bij toezegging boringen Rosinkweg - aanvullend onderzoek RAAP (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Adviesdocument
RAAP
Adviesdocument
Cultuurhistorisch
Type
onderzoek
Toponiem
plangebied
1488
onderzoek
perceel S106 te Haaksbergen
-__€ultuurhistorisch
-__perceel
S106
Plaats
-
Haaksbergen
Gemeente
-
Haaksbergen
Provincie
1
Overijssel
Opdrachtgever
onderzoek
Gemeente
Haaksbergen
RAAP-projectcode
:_HKRG
Auteur(s)
DE
(geanonimiseerd) |
Versie
:
27
augustus
2024
(geanonimiseerd)
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Inleiding Aanleiding De gemeente Haaksbergen heeft de mogelijkheid tot verwerving van het perceel in de kadastrale gemeente Haaksbergen, sectie S, nummer 106. Dit perceel zou gevoegd kunnen worden bij gronden ten behoeve van de ontwikkeling van woningbouwprojecten in het gebied Honesch. Echter, het perceel maakt volgens provinciale kaarten deel uit van een es, en ingevolge provinciaal beleid is bouwen op een es niet toegestaan. De huidige eigenaar van het perceel beweert dat dit perceel nooit een es is geweest en dat er graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en het daarom ook geen es meer kan zijn. De gemeente heeft RAAP verzocht de vraag te beantwoorden of het perceel wel of niet een
es
is.
Onderzoeksgebied Het perceel S106 is gelegen
aan
de Rosinkweg, ten zuiden van de dorpskern
van
Haaksbergen.
Figuur 1. Ligging onderzoeksgebied (perceel S106).
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[2]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Onderzoeksvragen Hoofdvraag: Is perceel S106
een es
of is het anderszins onderdeel
van
het essenlandschap?
Deelvragen: 1.
Wat verstaat de provincie onder het essenlandschap, uit welke onderdelen bestaat dit en wat geldt hierbinnen als een es?
2.
Hoe verhoudt het betreffende perceel zich tot de definities van de provincie?
3.
Hoe wordt in de historische geografie
4.
Hoe verhoudt het betreffende perceel zich tot de definities van de historische geografie?
5.
Is op het betreffende perceel
6.
Is het betreffende perceel
een
een es
gedefinieerd?
plaggendek aanwezig?
vergraven
en zo
ja, wat betekent dit voor de vraag of het een
es
is?
In de volgende hoofdstukken worden de deelvragen beantwoord en tot slot wordt de hoofdvraag beantwoord.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[3]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Deelvraag 1 Wat verstaat de provincie onder het essenlandschap, uit welke onderdelen bestaat dit en wat geldt hierbinnen als een es?
Beschrijving essenlandschap In de Catalogus Gebiedskenmerken Overijssel wordt het essenlandschap beschreven als “een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). ” 1 Essen zijn hierin de eeuwenoude akkercomplexen op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen. Door eeuwenlange bemesting hebben essen een kenmerkend hoger reliëf. De erven en dorpen lagen op de flanken van de es, op de overgang naar de lager gelegen maten- en flierenlanden. De paden rondom de es volgen het natuurlijk reliëf en hebben een spinragstructuur. De essen zijn open, de flanken zijn kleinschaliger en gesloten. De catalogus beschrijft ook het oude-hoevenlandschap, dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, maar kleinschaliger. Het bestaat uit kleine essen of kampen op kleine dekzandkoppen met erven op de flanken. 2 De provincie gebruikt de begrippen es, esje en kamp door elkaar te gebruiken. Essen komen volgens de provincie dus voor binnen zowel het essenlandschap als het oudehoevenlandschap. Zowel voor de essen in het essenlandschap als de kleine essen of kampen in het oudehoevenlandschap geldt dat het beleid gericht moet zijn op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf. 3
Kartering
essen
In 2005 heeft de provincie een kartering van essen laten uitvoeren, die geresulteerd heeft in de digitale Essenkaart provincie Overijssel, 2005. 4 Op basis van de bodemkaart (schaal 1:50. 000 en waar beschikbaar 1:10. 000) zijn allereerst de enkeerdgronden gekarteerd. Met historische kaarten en hoogtekaarten is deze kartering verfijnd. Hierbij zijn als criteria aangehouden dat een es duidelijk hoger moet liggen en dat op historische kaarten het grondgebruik als grasland of bij voorkeur akker moet zijn aangegeven.
Soms zijn gebieden als es gekarteerd die geen enkeerdgrond hebben, of zijn gebieden die wel een enkeerdgrond niet als es gekarteerd, omdat ze wel of niet voldoen aan de hiervoor genoemde criteria. Het hebben van een enkeerdgrond is dus geen criteria voor het zijn van een es; deze gronden zijn slechts als uitgangspunt en zoekgebied genomen. De uiteindelijk gekarteerde essen – dat zijn dus a) de hoger gelegen gebieden die b) vroeger als akker of grasland in gebruik waren – zijn in opdracht van de provincie begrensd op basis van de hoogtekaart en logische huidige topografische grenzen.
1 Provincie 2 Provincie 3 Provincie 4 Provincie
Overijssel, 2023, 67. Overijssel, 2023, 69. Overijssel, 2023, 68 en 70. Overijssel, 2005.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[4]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Figuur 2. De locatie van essen volgens de Essenkaart provincie Overijssel, 2005.
Antwoord
op
deelvraag 1
Zowel het essenlandschap als het oude-hoevenlandschap bestaan uit hoger gelegen essen of kampen (akkerland) met bewoning aan de flanken en daarbuiten de lager gelegen maten en fliergronden. De Essenkaart provincie Overijssel hanteert twee criteria voor de kartering als es: een actuele hogere ligging en een historisch landgebruik als grasland of akker.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[5]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Deelvraag 2 Hoe verhoudt het betreffende perceel zich tot de definities
van
de provincie?
Definitie De provincie hanteert voor de definitie van een es twee criteria: 1. een actuele hogere ligging; 2. een historisch landgebruik als grasland of akker.
Actuele hoge ligging De actuele hoogtekaart laat zien dat het deel van het perceel dat door de provincie is aangewezen inderdaad en hogere ligging heeft, zoals te zien op onderstaande figuur.
Figuur 3. Actuele hoogtekaart van het onderzoeksgebied en zijn omgeving (AHN4).
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[6]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Historisch landgebruik als grasland of akker Historische topografische kaarten laten zien dat het onderzoeksgebied in ieder geval in 1890 en 1937 in gebruik was als grasland en/of akker.
Figuur 4. Het onderzoeksgebied op de topografische kaarten van 1890 en 1937. (Topotijdreis. nl).
Antwoord
op
deelvraag 2
Het onderzoeksgebied voldoet
aan
de twee criteria die de provincie stelt
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
aan een es.
[7]
ei
Cultuurhistorisch
onderzoek
perceel
Deelvraag Hoe
wordt
in de
het
op
te
RAAP
Haaksbergen
pd
3
historische
Toonaangevend imposante
S106
geografie
gebied
proefschrift
van
van
de
een
es
binnen
essen
vier
1.
Eenes
2.
Het
3.
Eenes
bestaat
4.
Op
een
es
dus
een
zijn gewoonlijk geen duidelijk zeer open landschap.®
Toegevoegd
kan
nog
oostelijke termen
in
het
die
aanzien
een
es
van
een
kamp.
van
uit meerdere
een
dat de
term
gebruikt
wordt
om
In
es
‘es’ in een
wordt
en
van
door
Een
5 6 7
volgens
opgemerkt
tegenstelling
historische
is
1.
een
2.
primair gericht op akkerbouw;
3.
opgedeeld
4.
gewoonlijk vrij
het landschap
in
tot
van
het
(geanonimiseerd) * Hij geeft de MM
eenheid.
akkerbouwgewassen. meerdere
grondgebruikers gebruikt.
perceelsgrenzen aanwezig
Nederland
alleen
open
akkercomplex
in Drenthe, aan
en
de
es
Salland, Twente
te duiden.
Elders
heeft
en
de
worden
andere
(geanonimiseerd) hier mm
worden
dat
een
bestaat
es
duidelijk
onderscheid
kamp
volgens
hem
gebruikt
worden.
een
een
maar
maakt
tussen
uit één
of enkele
geografie:
herkenbare
meerdere
is
3
es
in
de
geografie
gebruikt.”
deelvraag
op
historische
zichtbare
percelen, die door één of hooguit enkele grondgebruikers
Antwoord
de
van
ruimtelijk begrensde
en
is de teelt
percelen
worden
punt 3 moet
vakgebied
definiëren:
es
landschap herkenbare
‘enk’, ‘eng’ of ‘akker’
Ten
een
primaire gebruiksdoel
Achterhoek
als
en
eigenschappen een
het
Groningse hoogleraar landschapsgeschiedenis
volgende
is
gedefinieerd?
percelen
zichtbare
en
ruimtelijk begrensde eenheid;
met
meerdere
perceelsgrenzen
gebruikers; en
heeft
een
zeer
open
landschap.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
RAAP
adviesdocument
1488
/ versie
27-08-2024
[8]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Deelvraag 4 Hoe verhoudt het betreffende perceel zich tot de definities
van
de historische geografie?
Definitie Binnen de historische geografie wordt
een es
gedefinieerd door de volgende eigenschappen:
1.
Een
2.
Het primaire gebruiksdoel
3.
Een
4.
Op een es zijn gewoonlijk geen duidelijk zichtbare perceelsgrenzen aanwezig dus een zeer open landschap.
es
es
Herkenbare
is een in het landschap herkenbare van een es
en
ruimtelijk begrensde eenheid.
is de teelt van akkerbouwgewassen.
bestaat uit meerdere percelen en wordt door meerdere grondgebruikers gebruikt.
en
en
de es heeft
ruimtelijk begrensde eenheid
Om dit punt te beoordelen moeten we kijken naar de historische situatie, zoals die was vóór de grote landschappelijke veranderingen die samenhangen met de verdeling van de woeste gronden, de komst van kunstmest en automatisering in de landbouw aan het eind van de 19 e en begin van de 20 e eeuw. Kijkend naar de oudste betrouwbare topografische kaart van het gebied, de Topographische en Militaire Kaart (TMK) uit 1850, zien we duidelijk de grote open akkercomplexen (weergegeven in wit) die met name aan de oost- en westzijde van Haaksbergen lagen. Het onderzoeksgebied ligt in een zone tussen deze twee grote akkercomplexen, en ten zuiden van het dorp. Hier is een afwisseling van weilanden en kleinere akkercomplexjes zichtbaar. Het onderzoeksgebied is een van die kleine akkercomplexjes.
Figuur 5. Haaksbergen en omgeving op de topografische kaarten van 1850 en 1890. Het onderzoeksgebied wordt aangegeven door de rode stip. (Topotijdreis. nl).
De topografische kaart van 1890 is de eerste in kleur. Op deze kaart zijn op de grote open akkercomplexen perceelsgrenzen ingetekend. Volgens de legenda van de kaart zijn dit greppels. Dit betekent óf dat de makers van de TMK deze greppels niet belangrijk vonden om op de kaart op te RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[9]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
óf dat in de tweede helft van de 19 e eeuw de niet-zichtbare perceelsgrenzen zichtbaar zijn gemaakt in de vorm van greppels. Greppels zijn ook ingetekend in het onderzoeksgebied. nemen,
De grote akkercomplexen kenden geen harde grenzen, maar gingen geleidelijk over in wat in het provinciaal beleid de flanken worden genoemd, waar losse erven, akkers en graslanden lagen. De zone tussen de grote akkercomplexen, waarin het onderzoeksgebied ligt, zou gezien kunnen worden als wat in het provinciaal beleid het oude-hoevenlandschap wordt genoemd. Hier bevonden zich kleinere akkercomplexjes met ertussen erven en graslanden. Het onderzoeksgebied werd aan de westzijde begrensd door de huidige Morsinkhofweg, aan de noorden oostkant door een houtsingel of houtwal, en gedeeltelijk ook door een waterloop. Aan de zuidzijde ging het onderzoeksgebied over in het mozaïek van onder meer erven en graslanden.
Figuur 6. De ruimtelijke eenheid waarbinnen het onderzoeksgebied ligt, zoals herkenbaar op de kaart van 1890.
Kortom Ja, het onderzoeksgebied kan dus als een herkenbare worden.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
en
ruimtelijke begrensde eenheid gezien
[10]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Primair gericht
op
akkerbouw
Historische topografische kaarten (zie figuur 4, figuur 5 en figuur 6) laten zien dat gedurende de 19 e eeuw het gebeid voornamelijk als bouwland in gebruik is geweest. Ook aan het begin van de 19 e eeuw werd het gebied hoofdzakelijk als bouwland gebruikt. Het kadaster meldt dat enkele percelen als “bouw- en hooiland” gebruikt werden. Dit hangt waarschijnlijk samen met de landbouwtechniek van die tijd, waarin bouwland niet elk jaar gebruikt werd, maar ook periodiek met rust gelaten werd om te herstellen. In die ‘rustjaren’ kon van het perceel wel gehooid worden. In de 20 e eeuw is dit gewijzigd onder invloed van de grote veranderingen die samenhangen met de komst van kunstmest en automatisering in de landbouw. Toen verdwenen kleinere (onrendabele) bouwlandpercelen ten gunste van hooi- en weiland. De twee historische percelen die in het onderzoeksgebied lagen (zie hierna) hadden de namen Witte Land (noordwesten), Morskamp (noorden) en Weiakker (zuiden). 8 Zowel -kamp als -akker wijzen op het gebruik van het gebied ten behoeve van akkerbouw.
Kortom Ja, het de ruimtelijke eenheid
primair gericht op akkerbouw.
was
Figuur 7. Het onderzoeksgebied op de kadastrale minuutplan van de gemeente Haaksbergen, sectie I, tweede blad. De historische ruimtelijke eenheid waarbinnen het onderzoeksgebied ligt is ook aangegeven.
8 Historische Kring Haaksbergen, 1982, 155.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[11]
ei
Cultuurhistorisch
onderzoek
perceel
Meerdere
percelen
De
eenheid
ruimtelijke
vervaardiging
te
op
de
kadastrale
RAAP
Haaksbergen
pd
meerdere
en
die
de
van
eigendom
waren
S106
kaarten
grondgebruikers 1850
van
en
(1825)°
minuutplan
1890 te zien
uit drie
(geanonimiseerd) n°
(figuur 5)
percelen: 932, 933
respectievelijk Of (geanonimiseerd) De
van
is
Hervormde
bestond en
Pastorij
938
te
ten
tijde
van
(figuur 7).
Haaksbergen
de
Deze en
Kortom Ja, de ruimtelijke eenheid
Geen
duidelijk
Zoals
hiervoor besproken
uit meerdere
kende
meerdere
perceelsgrenzen
en
open
5 zien
in het
zichtbare
perceelsgrenzen.
als
bestond
Dit
laat
figuur
geldt
voor
vrijwel
percelen
dat
in de
Haaksbergen. Greppels
geen
De
een
gewoonlijk
geen
uitzonderingen
te
Haaksbergen
dat
op
lijkt een
van
de
es
19°
eeuw
alle akkerlanden,
hebben
literatuur stelt
en
invloed
op de
openheid
duidelijk zijn,
die
inclusief het
van
zichtbare
wel
eigenaars/gebruikers.
landschap
gebied greppels aanwezig
waren
de
rondom
grote akkercomplexen,
landschap.
perceelsgrenzen aanwezig
zichtbare
perceelsgrenzen
heeft
zijn.
op
akkercomplexen. Kortom T et
gebied lijkt
een
akkercomplexen
Antwoord Het
de
9
Historische
0
OAT
aan
heeft
deelvraag
op
een
uitzonderingen
Evenwel
onderzoeksgebied ligt
geografie
RAAP
van
heeft.
es
in
een
1488
zijn
die wel
invloed op
zichtbare de
perceelsgrenzen
openheid
van
op
het landschap.
4 ruimtelijke
eenheid
die
voldoet
aan
de
definitie die
de
historische
geeft.
Kring Haaksbergen, 1982, 11. gemeente Haaksbergen, sectie |, fol.
adviesdocument
te
dit geen
/ versie
60
27-08-2024
en
61.
[2]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Deelvraag 5 Is op het betreffende perceel
een
plaggendek aanwezig?
Vrijdag 23 augustus 2024 zijn in het bijzijn van de grondeigenaar verkennende boringen verricht op perceel 106 aan de Rosinkweg in de buurtschap Honesch. Het doel van het onderzoek was het om inzicht te krijgen in de aard van de ondergrond en dan met name de aan- of afwezigheid van een plaggendek. Tijdens het booronderzoek zijn verspreid op het perceel dertien boringen verricht tot op een maximale diepte van 120 cm beneden het maaiveld. De boringen, hun locatie en hoogte, zijn ingemeten met een RTK-GPS. Ze zijn beschreven in het RAAP-boorbeschrijvingsprogramma Deborah. Het hoogteverschil tussen de boorlocaties bedraagt maximaal 0,9 m en varieert van 26,6 m +NAP (boring 3) tot 25,7 m +NAP (boring 11).
Figuur 8. Maaiveldhoogte van de boorpunten, geprojecteerd op een reliëfkaart (AHN4).
Ten tijde van het onderzoek was het perceel in gebruik als aardappelland. Door de hoge voren en het loof was het microreliëf minder goed zichtbaar, dan wanneer het perceel als grasland in gebruik zou zijn geweest. Het is echter duidelijk dat de noordelijke helft van het perceel enigszins hoger ligt dan de zuidelijke helft. Er is binnen perceel 106 geen sprake van abrupte reliëfovergangen of steilranden, zoals in aangrenzende percelen met eenmansessen ten zuiden en ten oosten daarvan kan worden waargenomen.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[13]
-
Cultuurhistorisch
onderzoek
perceel
S106
te
RAAP
Haaksbergen
ps
legenda natuurlijke bodem ©
veldpodzol
©
beekeerdgrond
Figuur 9. Boorpuntenkaart met de nummers geprojecteerd op een reliëfkaart AHN.
Tijdens
het
booronderzoek
dat op
enige diepte overgaat
boring 7).
De
relatief
een
natuurlijke
dunne
roestvlekken
is
vastgesteld in slecht
bodems
boringen
dat de
hoofdzakelijk
uit
het
van
sterke
het
natuurlijke (geanonimiseerd) |
perceel 106 uit dekzand
zandige
klei of sterk
beekeerdgronden.
Het
siltig
gaat
bovengrond
(A-horizont) die direct op het onderliggende
of -concreties
(C-horizont)
rust.
hoge grondwaterstanden. delen
In het
het
landschap.
komen
Beekeerdgronden
overwegend
hogere
deel
van
podzolering
in
de
vorm
van
horizont
een
(zwak
ontwikkelde) veldpodzol
van
aard van
ondergrond
waterdoorlatende
bestaan
de
en
humeuze
Ze
van
de
van
meer
homogene
in de
voor
kenmerken
lager gelegen
het terrein
zijn
lokaal
er
ijzerhoudende lagen geïnterpreteerd
die
zich en
bestaat,
zand
om
(leem;
bodems
dekzand
met
met
verder door
(relatief)
(oorspronkelijk)
nattere
aanwijzingen
enige
voor
als
(restant
van
een) B- of BC-
kunnen
worden
(boringen 1, 2,
zijn
natuurlijke
8
en
13). Als
gevolg
van
en
vrijwel
overal
Een
menglaag
door latere bodems dan
het
de
In
de
zuidelijke
op
een
10 tot 20
een
het terrein
of door
ontstaan
incidentele
Brokken
en
geroerde laag
Menglagen zijn
egalisatie.
van
bouwvoor/cultuurdek
bodembewerking
ontginning
of door
herkenbaar
RAAP
door
een
in
bodembewerking.
goed
t/m
opgenomen
is
tijdens
normaal
langdurige agrarische gebruik
het
van
die
door
diepere
in
een
de
(daaronder
niet of
grotendeels
liggende) menglaag.
nauwelijks
bijvoorbeeld
bodems
is
het diep
gehomogeniseerd doorspitten
van
bodembewerking, bijvoorbeeld dieper ploegen
natuurlijke bodemprofiel zijn
in
een
menglaag
dikte
van
25
nog
aanwezig. helft
van
dikke
cm
het
perceel is sprake
menglaag
of die
van
een
rechtstreeks
bouwvoor op
het
met
een
moedermateriaal
rust
tot 45
cm,
of
die
(boringen 1, 2,
8
12).
adviesdocument
1488
/ versie
27-08-2024
[14]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Figuur 10. Boringen met en zonder een plaggendek (cultuurdek).
Figuur 11. Hoogte van de ongestoorde natuurlijke ondergrond.
In de noordelijke helft van het perceel is sprake van een 45 tot 80 cm dik (incl. bouwvoor) bruin plaggendek (boringen 3 t/m 7 en 13). Het betreft een vrij homogeen cultuurdek, zonder de gelaagdheid die plaggendekken op Twentse essen vaak kenmerkt. In bodemkundig opzicht betreft het een hoge zwarte enkeerdgrond of, waar het dek dunner is dan 50 cm, een beekeerdgrond of veldpodzol RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[15]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
(laarpodzol) met een dun cultuurdek. In enkele boringen lijkt het plaggendek recent te zijn geroerd (boringen 4 en 7). Het kan niet uitgesloten worden dat het daar om door afploegen of egalisatie verplaatst materiaal gaat, dat afkomstig is van een hoger deel van het terrein. Dit geldt ook voor de dunne cultuurdekken in het lager gelegen deel van het terrein (boringen 5 en 8). Ter plaatse van boring 13 is vermoedelijk sprake van een restant van een afgetopte enkeerdgrond. Er is onder het plaggendek nergens sprake van een fossiele cultuurlaag of een oude akkerlaag uit de tijd voorafgaand aan de plaggenbemesting. De overgang van het plaggendek naar het natuurlijke bodemprofiel verloopt vrijwel overal via een decimeters dikke menglaag. Dit is een aanwijzing voor een (late) ontginning in de nieuwe tijd, waarbij na het spitten van het natuurlijke bodemprofiel is geakkerd in de top van de menglaag en al snel is overgegaan tot plaggenbemesting. Wanneer de hoogte van het intacte natuurlijke bodemprofiel in ogenschouw genomen wordt, dan blijkt er onder het plaggendek in het noordelijke deel van het perceel sprake is van geringe hoogteverschillen van niet veel meer dan een halve meter. Het verschil met het zuidelijke deel van perceel 601, waar een plaggendek ontbreekt, bedraagt maximaal een meter maar meestal minder.
Hieruit kan afgeleid worden dat het plaggendek is ontstaan op een wat drogere, kleine, flauwe welving in de noordoosthoek van het perceel omgeven door een laaggelegen nat gebied (rond boringen 3 en 13). In de loop van de tijd is door plaggenbemesting, maar ook door afploegen en egalisatie het gebied met een plaggendek tot in het lager gelegen gebied uitgebreid.
Antwoord
op
deelvraag 5
In de noordelijke helft van het perceel is een plaggendek aanwezig. Deze heeft een dikte tot 90 centimeter. Op delen van het terrein is een dunner plaggendek aanwezig, wat het gevolg kan zijn van enerzijds een geringere plaggenbemesting of anderzijds roering van de grond op een later moment. Waar een plaggendek van 50 centimeter of meer aanwezig is, spreken we over een enkeergrond. Waar minder dan 50 centimeter plaggendek aanwezig is, spreken we (afhankelijk van overige factoren) hier over een beekeerdgrond of veldpodzol/laarpodzol met een dun cultuurdek. In de zuidelijke helft van het perceel is geen plaggendek aanwezig. De resultaten van de boringen (figuur 10) komen in hoofdlijnen overeen met de bodemkaart zoals die door de provincie gehanteerd wordt (figuur 2).
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[16]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Deelvraag 6 Is het betreffende perceel
vergraven
en zo
ja, wat betekent dit voor de vraag of het een es is?
Deze
vraag is het eenvoudigst te beantwoorden door te kijken naar de hoogteligging dan wel het reliëf het perceel en zijn omgeving. Hiervoor wordt het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) gebruikt. Momenteel wordt gewerkt aan de vijfde versie hiervan: AHN5. Een vergelijking van AHN1 en AHN4 geeft inzicht in de verandering in de hoogteligging in de afgelopen twee decennia. van
Figuur 12. Datering van de AHN-versies (AHN. nl/dataroom).
AHN1 In het onderzoeksgebied dateert AHN1 uit 1998-2000 (zie figuur 13). Op dit kaartbeeld zijn de perceelsgrenzen uit de 19 e en eerste helft 20 e eeuw (figuur 14) nog herkenbaar als laagtes. Dit bevestigt het beeld dat de historische kaarten geven, namelijk dat de perceelsgrenzen als greppels in het veld aanwezig waren. Duidelijk is ook dat het grootste deel van het onderzoeksgebied ten tijde van de opname duidelijk hoger lag dan de zuidwestelijke hoek van het onderzoeksgebied. Deze hoek heeft een hoogte die overeen lijkt te komen met die van het perceel ten westen van het onderzoeksgebied. Dat perceel behoorde samen met het onderzoeksgebied tot één ruimtelijke eenheid (zie deelvraag 4). Gezien het feit dat dit één ruimtelijke eenheid was, en gelet op het verschil in grondgebruik tussen 1890 en 1937, lijkt het erop dat in deze periode een deel van deze ruimtelijke eenheid afgegraven is. Het grootste deel van het onderzoeksgebied was ten tijde van de opname van AHN1 niet afgegraven en kende naar alle waarschijnlijkheid nog het oorspronkelijke reliëf.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[17]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Figuur 13. Hoogtedata van het onderzoeksgebied van AHN1 en AHN4.
Figuur 14. onderzoeksgebied op de topografische kaarten van 1890 en 1937. (Topotijdreis. nl).
AHN4 Het onderzoeksgebied is 2022 gekarteerd voor AHN4. Waar AHN1 nog een resolutie had van 5 meter per pixel, is dat verfijnd naar 0,5 meter per pixel, wat een veel ‘gladder’ beeld geeft. Het reliëf ter plaatse kwam in 2022 nog goed overeen met ruim 22 jaar daarvoor: de oost-west-georiënteerde greppel was nog aanwezig, en ook de zuidwesthoek van het onderzoeksgebied had dezelfde lage ligging. Een verschil lijkt er te zijn in de westelijke helft van het onderzoeksgebied. De greppel die daar op AHN1 nog aanwezige was, lijkt op AHN4 te zijn verdwenen. Als we AHN4 en ANH 1 van elkaar aftrekken in het GIS, krijgen we inzicht in hoeveel centimeter het maaiveld is veranderd in die ruim 22 jaar.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[18]
Cultuurhistorisch
onderzoek
perceel
S106
te
RAAP
Haaksbergen
pn
Legenda | onderzoeksgebied AHN4-AHN1
Figuur 15. Verschil tussen ANH4 en AHN cm. Grijs betekent geen verandering. Wat opvalt de
is dat
het
noordwesthoek
(zwart),
en
een
overgrote
heeft
perceel dat op AHN1 het
‘egaliseren
Dit komt ook
van
van
het
onderzoeksgebied ongewijzigd
is
kunnen
met
de de
aan
de
noordzijde
ook
nog
altijd hoger
dan
opgehoogd
opgehoogd (wit).
er
zijn
dat
bewering
van
Een Dit
was,
gebruikt
genoemd
wordt
de
gemeente
die
rand
nog
zijn omgeving
van
het
met
deel
50
van
is in
om
de
er
een
onderzoeksgebied)
altijd duidelijk hoger ligt.
Het
is sinds
verlaagd
AHN1.
is daar
dat
van
oude
grond
greppel er
een
egalisatie is
met
50
Slechts
in
afgegraven
het deel
van
10
Dit
niet vergraven
zou
juli 2024.1!
ruilverkaveling
heeft
het
van
te dempen.
Tubantia
van
in 2000/2001 en
betekent
het terrein
het artikel
dat
zwart
cm,
suggereert
perceelsgrenzen zijn gewijzigd
huidige perceelsgrens (de westgrens dat
12
deel
grond’
overeen
zien
u
betekent
duidelijk hoger gelegen
plaatsgevonden, waarbij De
Wit
wijziging plaatsgevonden.
een
langwerpig
deel
1.
heeft 2
plaatsgevonden. en
onderzoeksgebied
AHN4 als
laat
geheel ligt
(zie ook figuur 3).
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
RAAP
adviesdocument
1488
/ versie
27-08-2024
[19]
ei
Cultuurhistorisch
Status De
onderzoek
van
S106
te
altijd hoger ligt kartering
Hoogteligging voor
een
Aangezien
dan
de
van
zijn omgeving,
Hoogte
is
hogere ligging
die
plaggenbemesting.
In
akkercomplex
het
van
is als
met
het
essen
ook
voldoet
de
de actuele
wordt
het
zonder
intensieve
plaggenbemesting
kunnen
veel
zijn
De term
‘es’
ouder in
—
internationale
landgebruik.
Of
het AHN1 van
gelegen grond, liggen
dan
open
lokale
field)
naam —
een
plaggendek
deelvraag
op
dan
een
de
de
of voorwaarde
gevolg
dat
dat
van
voor
hierover:
Met
andere
(es) ook
op
hogere
één
een
een
woorden:
es).
Te
lang
eeuwen
essen
(in de
samen
met
onderzoeksgebied
een
op
es.
essen
historisch-veldnaamkundige aanduiding niet één
een
“Een
tussen
ook vele
essen
wordt
langdurige
akkercomplex
een
overkoepelende term ‘akkercomplex’
hangt
nog
geografie gebruikt
altijd wordt gelegd
mogelijkheid
een
provincie. De
mogelijke landgebruikstypen
is of was,
gebruik wel
greppel,
een
de vele
in
van
het
de
ligging.*
6
het
plaatsgevonden:
het terrein
de
van
dat
een
heeft
waardoor
het
zien
van
es
plaatsgevonden. Hij zegt
is bovenal
(1998-2000) maaiveld
eigenschap
hebben
voor
een
als
hoogteligging.
gefunctioneerd. ter plaatse.”13 plaggenlandbouw
iets als akkercomplex
van
Antwoord
verandering
een
literatuur:
aanwezigheid
Sinds
wezen
de
kunnen
het landschap
verband
van
met
van
historische
is meestal
heeft
één
rekening gehouden dan
de
BM
plaggenlandbouw (=
weinig
in
inherente
geen
onlosmakelijke
is
definitie
definitie die
plaggenbemesting
geen
verleden
de
in
het vereffenen
na
laat (geanonimiseerd) echter
(akkercomplex) in het
op
van
geassocieerd
is tevens
de
nog basis
van
belangrijke misvatting en
het
aan
vakgebied
zijn proefschrift
er
huidige hogere ligging
onderzoeksgebied,
onderdeel
volgens
de
essen
provincie is ook gemaakt
is echter geen
es.
pd
es?
een
criterium.
RAAP
Haaksbergen
provincie hanteert in haar definitie
belangrijk
De
perceel
in het
noordwestelijk
enigszins
een
deel
greppel
vereffend
van
is
het
gedicht
is. Het
met
gebied
aangrenzende hoger
als
geheel
is
hoger blijven
zijn omgeving.
De
uitgevoegde grondwerkzaamheden
es
is,
hebben
geen
invloed
op
de vraag
of het
onderzoeksgebied
een
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) RAAP
adviesdocument
1488
/ versie
27-08-2024
[20]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Conclusie Deelvragen: 1.
Wat verstaat de provincie onder het essenlandschap, uit welke onderdelen bestaat dit en wat geldt hierbinnen als een es?
Zowel het essenlandschap als het oude-hoevenlandschap bestaan uit hoger gelegen essen of kampen (akkerland) met bewoning aan de flanken en daarbuiten de lager gelegen maten en fliergronden. De Essenkaart provincie Overijssel hanteert twee criteria voor de kartering als es: een actuele hogere ligging en een historisch landgebruik als grasland of akker. 2.
Hoe verhoudt het betreffende perceel zich tot de definities
Het onderzoeksgebied voldoet
Een
aan
van
de provincie?
de twee criteria die de provincie stelt aan
een es.
3.
Hoe wordt in de historische geografie
es
1. 2. 3. 4.
is volgens de historische geografie: een in het landschap herkenbare en ruimtelijk begrensde eenheid; primair gericht op akkerbouw; opgedeeld in meerdere percelen met meerdere gebruikers; gewoonlijk vrij van zichtbare perceelsgrenzen en heeft een zeer open landschap;
4.
Hoe verhoudt het betreffende perceel zich tot de definities
een es
gedefinieerd?
van
de historische geografie?
Het onderzoeksgebied ligt in een ruimtelijke eenheid die voldoet aan de definitie die de historische geografie aan een es geeft. 5.
Is op het betreffende perceel
een
plaggendek aanwezig?
In de noordelijke helft van het perceel is een plaggendek aanwezig. Deze heeft een dikte tot 90 centimeter. Op delen van het terrein is een dunner plaggendek aanwezig, wat het gevolg kan zijn van enerzijds een geringere plaggenbemesting of anderzijds roering van de grond op een later moment. Waar een plaggendek van 50 centimeter of meer aanwezig is, spreken we over een enkeergrond. Waar minder dan 50 centimeter plaggendek aanwezig is, spreken we (afhankelijk van overige factoren) hier over een beekeerdgrond of veldpodzol/laarpodzol met een dun cultuurdek. In de zuidelijke helft van het perceel is geen plaggendek aanwezig. De resultaten van de boringen (figuur 10) komen in hoofdlijnen overeen met de bodemkaart zoals die door de provincie gehanteerd wordt (figuur 2). 6.
Is het betreffende perceel es is?
vergraven
en zo
ja, wat betekent dit voor de vraag of het een
Sinds het AHN1 (1998-2000) heeft in het noordwestelijk deel van het onderzoeksgebied een verandering van het maaiveld plaatsgevonden: een greppel is gedicht met aangrenzende hoger gelegen grond, waardoor het terrein enigszins vereffend is. Het gebied als geheel is hoger blijven liggen dan zijn omgeving.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[21]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
De uitgevoegde grondwerkzaamheden hebben es is.
geen
invloed op de vraag of het onderzoeksgebied
een
Hoofdvraag: Is perceel S106
een es
of is het anderszins onderdeel
van
het essenlandschap?
Perceel S106 voldoet aan de definities van een es, zowel zoals die gehanteerd worden door de provincie Overijssel als zoals die gebruikelijk is in de historische geografie.
Resumerend Essenlandschap Het perceel is gelegen in een zone ten zuiden van Haaksbergen die gekenmerkt werd door een afwisseling van kleinere essen, kampen (eenmansessen), erven, graslanden en houtsingels. De provincie noemt een dergelijk gebied het oude-hoevenlandschap. Het essenlandschap dat de provincie benoemt was aanwezig aan de west- en oostzijde van Haaksbergen. Hier lagen grote open essen te midden van het oude-hoevenlandschap. De westelijke es (De Zienesch) is tegenwoordig bebouwd. De oostelijke es (Honesch) is nog grotendeels in agrarisch gebruik, met uitzondering van de bebouwing langs de Buurserstraat.
Plaggendek Het perceel is gelegen in een relatief vochtig gebied waar een kleine zandopduiking was. Deze natuurlijke hoogte in het noordelijk deel van het perceel is mettertijd door plaggenbemesting nog hoger komen liggen. In de iets lager gelegen zuidelijke helft heeft geen tot weinig plaggenbemesting plaatsgevonden. Latere grondingrepen hebben het plaggendek mogelijk verstoord. Zowel in de definitie van de provincie als die gebruikelijk is in de historische geografie komt de aanwezigheid van een plaggendek niet voor. De aanwezigheid van een plaggendek is dus niet relevant voor de vraag of een gebied een es is.
Grondwerkzaamheden Op het perceel hebben de afgelopen ca. 25 jaar grondwerkzaamheden plaatsgevonden. Grondwerkzaamheden op een es hebben geen invloed op de status van de es. Enerzijds is een plaggendek geen inherente eigenschap van een es. Anderzijds zijn de uitgevoerde grondwerkzaamheden zo kleinschalig geweest, dat ze de hoogteligging van het perceel niet significant hebben gewijzigd en het als hogergelegen gebied nog steeds binnen de definities valt die de provincie hanteert.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
[22]
Den
Cultuurhistorisch
onderzoek
perceel
S106
te
RAAP
Haaksbergen
pd
Literatuur Historische
Kring Haaksbergen,
Veldnamen
in
Laak, J.C. ter, 2005. verkennend van
de
1982.
Overijssel De
taal
geschiedenis
het
landschap. de
naar
Overijssel,
2005.
Essenkaart
Provincie
Overijssel,
2023.
Catalogus
Het
(geanonimiseerd) nn.
10
2024,
woningen)?
Memo
Drentse
juli.
Is
‘Sinds
de
Historie
Pilotproject Toponiemen
bruikbaarheid
Perceel
gemeente
1213
aan
is
rand niks
geografische
landschap.
Gebiedskenmerken 5106
van
Haaksbergen
4 /
in de namen
RAM
Berkelstreek. voor
het
Een
reconstrueren
123.
Methode
van
Onderzoek
essenkaart.
Overijssel.
Haaksbergen,
oordeel wel
of geen
Haaksbergen.
esdorpenlandschap. es
van
provincie Overijssel, 2005;
(geanonimiseerd) 2024 (geanonimiseerd) 2004.
Haaksbergen.
het Oost-Nederlandse
van
Provincie
essenlandschap.
in
3.
van
onderzoek
Veldnamen
Een
Haaksbergen
bekend
van
historisch-geografische wel of geen
es
studie.
(en dus verboden/geschikt
afgraving’. Tubantia,
voor
via
https://www.tubantia.nl/haaksbergen/een-beschermde-es-of-niet-en-dus-wel-geen-bouwgrondhaaksbergen-zegt-eruit-te-zijn-afe2ed18/?cb=b595dd36-d5eg-4923-8061f768de9cfd3e&auth
RAAP
adviesdocument
1488
/ versie
rd=1
27-08-2024
[23]
Cultuurhistorisch onderzoek perceel S106 te Haaksbergen
Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen appendices
en
Figuren Figuur 1. Ligging onderzoeksgebied (perceel S106). Figuur 2. De locatie van essen volgens de Essenkaart provincie Overijssel, 2005. Figuur 3. Actuele hoogtekaart van het onderzoeksgebied en zijn omgeving (AHN4). Figuur 4. Het onderzoeksgebied op de topografische kaarten van 1890 en 1937. (Topotijdreis. nl). Figuur 5. Haaksbergen en omgeving op de topografische kaarten van 1850 en 1890. Het onderzoeksgebied wordt aangegeven door de rode stip. (Topotijdreis. nl). Figuur 6. De ruimtelijke eenheid waarbinnen het onderzoeksgebied ligt, zoals herkenbaar op de kaart van 1890. Figuur 7. Het onderzoeksgebied op de kadastrale minuutplan van de gemeente Haaksbergen, sectie I, tweede blad. De historische ruimtelijke eenheid waarbinnen het onderzoeksgebied ligt is ook aangegeven. Figuur 8. Maaiveldhoogte van de boorpunten, geprojecteerd op een reliëfkaart (AHN4). Figuur 9. Boorpuntenkaart met de nummers van de boringen en de aard van het natuurlijke bodemprofiel geprojecteerd op een reliëfkaart AHN. Figuur 10. Boringen met en zonder een plaggendek (cultuurdek). Figuur 11. Hoogte van de ongestoorde natuurlijke ondergrond. Figuur 12. Datering van de AHN-versies (AHN. nl/dataroom). Figuur 13. Hoogtedata van het onderzoeksgebied van AHN1 en AHN4. Figuur 14. onderzoeksgebied op de topografische kaarten van 1890 en 1937. (Topotijdreis. nl). Figuur 15. Verschil tussen ANH4 en AHN 1.
Wit betekent opgehoogd met 50 cm, zwart betekent verlaagd met 50 cm. Grijs betekent geen verandering.
RAAP adviesdocument 1488 / versie 27-08-2024
2 5 6 7 9 10
11 13 14 15 15 17 18 18 19
[24]