2024-A8-1.VTH Uitvoeringsprogramma thuistaken 2024
Tekst van het document
VTH Uitvoeringsprogramma thuistaken Bouwen, RO, APV en bijzondere wetgeving 2024
Afkortingenlijst AMvB
Algemene Maatregel van Bestuur
APV
Algemene plaatselijke verordening
Bal
Besluit activiteiten leefomgeving
BBL
Besluit bouwwerken leefomgeving
Bibob
Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
Bkl
Besluit kwaliteit leefomgeving
BOA
Buitengewoon opsporingsambtenaar
DSO
Digitaal Stelsel Omgevingswet
IBT
Interbestuurlijk Toezicht
KC 2.3
Kwaliteitscriteria 2.3, dit zijn in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen beschikbaar gestelde kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving
LHSO
Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht
MIA
Multidisciplinaire Integrale Acties
Mor
Ministeriële regeling omgevingsrecht
ODT
Omgevingsdienst Twente
Ow
Omgevingswet
PAS
Programma Aanpak Stikstof
RAT
Risico afwegingsmodel toezicht brandveiligheid
UP
Uitvoeringsprogramma
VTH
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Wkb
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave....................................................................................................................................... 2 1
Inleiding.......................................................................................................................................... 4
2
Kaders, ontwikkelingen en prioriteiten ......................................................................................... 4 Kaders van het programma ..................................................................................................... 4 2.1.1
VTH-kwaliteitsverordening omgevingsrecht ................................................................... 5
2.1.2
VTH-beleidsplan 2021-2025............................................................................................. 6
2.1.3
Regionaal VTH-beleid milieutaken ................................................................................... 6
2.1.4
Risicoanalyse .................................................................................................................... 7
2.1.5
Doelen en indicatoren ..................................................................................................... 8
2.1.6
Interbestuurlijk toezicht (IBT) Beoordeling 2022 .......................................................... 10
Ontwikkelingen ..................................................................................................................... 11 2.2.1
Omgevingswet ............................................................................................................... 11
2.2.2
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ....................................................................... 12
2.2.3
Actualisatie VTH beleidsplan 2021-2025 ....................................................................... 12
Overige ontwikkelingen ........................................................................................................ 13 2.3.1
Nieuw legesmodel.......................................................................................................... 13
2.3.2
Stikstofproblematiek...................................................................................................... 13
2.3.3
Wet Bibob en Ondermijning .......................................................................................... 13
2.3.4
Preventie en handhavingsplan Horeca. ......................................................................... 14
2.3.5
Actualisatie APV (jaarlijks of als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving) .......... 14
2.3.6
Doorontwikkeling ICT-processen en werkwijzen VTH ................................................... 14
2.3.7
Overige dienstverlening ................................................................................................. 15
Keuze van prioriteiten ........................................................................................................... 15
3
2.4.1
Prioriteiten binnen vergunningverlening....................................................................... 15
2.4.2
Prioriteiten binnen toezicht en handhaving .................................................................. 16
Borging en monitoring ................................................................................................................. 20 Borging financiën 2024 ......................................................................................................... 21 Borging capaciteit .................................................................................................................. 22 Monitoring............................................................................................................................. 22 Overzicht geraamde werkvoorraad 2024 / formatie ............................................................ 22
4
Programma vergunningverlening ................................................................................................ 23 Vergunningverlening op grond van de fysieke leefomgeving............................................... 23 4.1.1
Beoordeling technische bouwactiviteit (bouwtechnische toetsing) ............................. 23 2
4.1.2
Beoordeling omgevingsplanactiviteit: bouwen (ruimtelijke toetsing) .......................... 24
4.1.3
Beoordeling overige omgevingsplanactiviteiten, meldingen en conceptverzoeken .... 24
4.1.4
Brandveilig gebruik bouwwerken; van vergunningplicht naar meldingsplicht ............. 25
4.1.5
Overzichtstabel programma vergunningverlening fysieke leefomgeving ..................... 25
Vergunningverlening op grond van de APV, Alcoholwet en bijzondere wetten .................. 25 4.2.1
Vergunningen, ontheffingen en meldingen APV, Alcoholwet en bijzondere wetten ... 25
4.2.2
Overzichtstabel vergunningverlening APV, Alcoholwet en bijzondere wetten ............ 26
Administratieve taken ........................................................................................................... 26 5
Programma toezicht en handhaving............................................................................................ 26 Toezicht op de fysieke leefomgeving .................................................................................... 26 5.1.1
Toezicht op verleende omgevingsvergunningen ........................................................... 26
5.1.2
Toezicht ruimtelijke ordening ........................................................................................ 27
5.1.3
Overzichtstabel programma toezicht op grond van de fysieke leefomgeving .............. 27
5.1.4
Toezicht overige taken ................................................................................................... 28
5.1.5
Toezicht Brandweer Twente .......................................................................................... 28
Toezicht op de APV, Alcoholwet en bijzondere wetten ........................................................ 29 5.2.1
Toezicht op de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) ............................................ 29
5.2.2
Toezicht bij evenementen ............................................................................................. 29
5.2.3
Toezicht op de Alcoholwet ............................................................................................ 29
5.2.4
Overzichtstabel toezicht APV en bijzondere wetten ..................................................... 30
Juridische advisering en uitvoering ....................................................................................... 30 5.3.1
behandeling handhavingsprocedure ............................................................................. 30
5.3.2
Legalisatieonderzoek ..................................................................................................... 30
5.3.3
Gesprekken betrokkenen............................................................................................... 30
5.3.4
Formele eisen................................................................................................................. 31
5.3.5
Mediation gedurende het proces .................................................................................. 31
5.3.6
Besluiten opleggen sanctie ............................................................................................ 31
5.3.7
Tabel juridische advisering en uitvoering ...................................................................... 31
5.3.8
Overzichtstabel juridisch ............................................................................................... 32
Bijlage 1 inzet Boa’s 2024 .................................................................................................................... 33 Bijlage 2. Uitvoeringsprogramma Omgevingsdienst Twente 2024 ..................................................... 36 Bijlage 3. Uitvoeringsprogramma Brandweer Twente 2024 ............................................................... 45 Bijlage 4 Beleidsregel wet kwaliteitsborging voor het bouwen .......................................................... 49
3
1
Inleiding
Voor u ligt het uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, toezicht en handhaving (UP VTH) 2024. Het programma bevat de taken die worden uitgevoerd op het gebied van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) en op het gebied van de openbare orde en veiligheid (APV, Alcoholwet en bijzondere wetten). Binnen de organisatie zijn het team Omgeving en Ontwikkeling (team OO), team Veiligheid, Toezicht en Openbare Orde (team VTO) en het team Advies belast met het uitvoeren van deze taken. Het programma is in ontwikkeling, we maken gebruik van input uit voorgaande jaren en daarnaast kijken we naar de ontwikkelingen en de nog lopende organisatieontwikkeling. Het UP volgt uit het VTH beleidsplan 2021-2025. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Deze grote wijziging heeft ook zijn weerslag op de VTH-taken en het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma 2024 is daarop zo veel mogelijk aangepast. Al deze veranderingen vragen om een inwerkperiode; we zien 2024 als een jaar van leren werken onder de Omgevingswet en Wkb. Uit het voorliggende programma blijkt dat de beschikbare capaciteit binnen het team OO, het team VTO en het team Advies voldoende is om alle geplande taken in 2024 uit te voeren. Waar nodig zal het college betrokken worden als er ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden.
In maart 2021 is het VTH-beleidsplan 2021-2025 door het college vastgesteld. De wetswijzigingen worden ook verwerkt in het VTH-beleidsplan. Het geactualiseerde VTH beleidsplan wordt in de loop van 2024 vastgesteld. De uitvoering van de VTH milieutaken wordt sinds 2019 uitgevoerd door de Omgevingsdienst Twente in opdracht van de gemeente. Hiervoor is een apart uitvoeringsprogramma opgesteld. Ook is een regionaal VTH beleid Twente voor de milieutaken opgesteld. Het VTH beleidsplan Twente en het UP Twente 2024 zijn 19 december 2023 vastgesteld door het college. Een samenvatting van het UP Twente 2024 is opgenomen in bijlage 2. Onder de Ow stelt het college jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast. Het programma wordt jaarlijks vastgesteld en geëvalueerd door het college. De verbetermaatregelen die voortkomen vanuit de evaluatie, worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de prioriteiten. Het uitvoeringsprogramma en de evaluatie zijn onderdeel van de VTH-cyclus. Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor uitvoering van de VTH-cyclus. Na vaststelling wordt de gemeenteraad geïnformeerd. Haaksbergen, 9 januari 2024
2 Kaders, ontwikkelingen en prioriteiten Kaders van het programma Het wettelijke kader van het programma staat in afdeling 18.3.2. van de Omgevingswet, in afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit staan de kwaliteitseisen en afstemming van de uitvoering en
4
handhaving. Voor bestuursorganen geldt dat jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid in een uitvoeringprogramma wordt uitgewerkt (artikel 13.8 Omgevingsbesluit). De Omgevingswet bepaalt in afdeling 18.3 dat er regels worden gesteld in het belang van een doelmatige handhaving. In artikel 13.6 van het Omgevingsbesluit staat dat burgemeester en wethouders een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen. De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt inzicht in verschillende onderdelen en vormt het hart van de cyclus. Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de taken die wel en niet worden uitgevoerd. Het programma komt voort vanuit de prioriteiten en doelen gesteld in het Beleidsplan 2021-2025. Het VTH beleidsplan wordt op dit moment geactualiseerd. Wat volgt uit het programma is de monitoring en de evaluatie. De verbetermaatregelen die voortkomen vanuit de evaluatie worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de prioriteiten. Dit maakt de cyclus van handhaving. De gemeenteraad kan het college controleren via deze cyclus. De cyclus wordt ook wel vormgegeven via de Big-8. De 7 onderdelen uit de Big-8 nader toegelicht: Onderdeel Big 8 Prioriteiten en doelen
Strategie
Programma en organisatie Evaluatie Werkwijze Uitvoering Monitoring
Verwerkt in: VTH-beleidsplan 2021-2025 (doelen/indicatoren hebben nog wel doorontwikkeling nodig) VTH-beleidsplan 2021-2025 (doelen/indicatoren hebben nog wel doorontwikkeling nodig) Programmabegroting (capaciteit voor VTH) Uitvoeringsprogramma VTH-taken Jaarverslag VTH-taken Uitvoeringsprogramma VTH-taken Werkprocessen in RxMission Uitvoeringsprogramma VTH-taken Werkprocessen in RxMission Jaarverslag VTH-taken Kwartaal monitoring
VTH-kwaliteitsverordening omgevingsrecht Er gelden kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De kwaliteitscriteria voor de kritiek massa zijn verplicht voor VTH-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Voor de overig VTH-taken (thuistaken) geldt een zorgplicht. Het doel is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Daarbij is het takenpakket van omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht om een kwaliteitsverordening VTH te hebben. Deze regelt de kwaliteit van de uitgevoerde vergunningverlening, toezicht en handhaving van het omgevingsrecht. De verordening is in december 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In de verordening staan actuele kwaliteitscriteria.
5
Het doel hiervan is dat elke gemeente, omgevingsdienst en provincie beschikt over voldoende deskundigheid en capaciteit voor de uitvoering (“kritieke massa”) van de taken op het gebied van VTH. Daarnaast dienen zij zorg te dragen voor de implementatie van opgestelde procescriteria, waarmee de kwaliteit duurzaam wordt gewaarborgd. Het uitgangspunt is ‘voldoen’, tenzij gemotiveerd wordt afgeweken, bijvoorbeeld vanwege hogere ambities, of om het eigen kwaliteitssysteem niet te doorkruisen. Het college van B&W beoordeelt de kwaliteit in het licht van de beleidsdoelen, overeenkomstig de procescriteria benoemd in het omgevingsbesluit. Het volgen van de procescriteria resulteert in de Big-8 cyclus. De raad houdt horizontaal toezicht op de hoofdlijnen, in het licht van het voor de leefomgeving gevoerde beleid. Daarom moet het college hierover jaarlijks verantwoording afleggen aan de raad, de verslaglegging hiervan wordt gedaan in het jaarverslag. Wij hebben de zelfanalyse kwaliteitscriteria ingevuld. Op een aantal onderdelen voldoen wij niet aan de eisen. In het jaarverslag over 2023 zullen wij aangeven hoe wij hiermee omgaan.
VTH-beleidsplan 2021-2025 Naast de bovengenoemde kwaliteitsverordening bepaalt de Omgevingswet ook dat een gemeente vergunningen- en handhavingsbeleid moet hebben. De uitwerking hiervan is opgenomen in het VTH-beleidsplan 2021-2025, dat door het college in maart 2021 is vastgesteld. In hoofdstuk 3 van het VTH-beleidsplan 2021-2025 is de omgeving van de gemeente Haaksbergen in kaart gebracht middels een omgevingsanalyse. Deze bestaat uit een gebiedsbeschrijving en een probleem- en risicoanalyse. Hiermee is inzicht gegeven in de kenmerken, identiteit, problemen en risico’s van onze gemeente. Tenslotte is op basis van de uitgevoerde risicoanalyse, prioritering aangebracht aan de uitvoering van VTH-taken. Het VTH-beleid 2021-2025 is vastgesteld als dynamisch beleidsplan. Onder andere omdat we aan de vooravond stonden van diverse ontwikkelingen die invloed hebben op het vastgestelde VTHbeleidsplan 2021-2025. De Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, een nieuwe risicoanalyse en de organisatieontwikkeling hebben allen in meer of mindere mate effect op de uitvoering en de gestelde doelen. In afstemming met de provincie is dit beleidsplan dan ook als dynamisch beleidsplan vastgesteld. Op dit moment vindt nadere afstemming plaats over het geactualiseerde VTH beleidsplan.
Voor een goede borgingscyclus moet dit meerjarige VTH-beleid in jaarlijkse programma’s worden uitgewerkt. In dit UP is zoveel mogelijk rekening gehouden met de wijzigingen van de Ow en Wkb.
Regionaal VTH-beleid milieutaken In de Omgevingswet is bepaald dat Gedeputeerde Staten en de colleges van B&W die behoren tot een Veiligheidsregio, in het belang van een doelmatige en doeltreffende uitvoering en handhaving van hetgeen bij of krachtens de betrokken wetten door hen is bepaald, in gezamenlijkheid komen tot: a. de instelling van een omgevingsdienst (art. 18.21 Ow); b. de vaststelling van een uniforme verordening met daarin regels over de uitvoering en handhaving van in ieder geval de BTP-taken (art. 18.23 Ow); c. een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid voor de taken als bedoeld in art. 13.5 Omgevingsbesluit; d. de realisatie van een jaarlijks uitvoeringsprogramma ten behoeve van de OD waarin is vastgesteld welke activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren (art. 13.8 Omgevingsbesluit)
6
ad a. De ODT is gevormd per 1 januari 2019 ad b. De in de OD Twente samenwerkende bestuursorganen hebben door de raden en staten een verordening laten vaststellen met regionaal uniforme regels over de uitvoering en handhaving van de VTH-taken uit de Ow. ad c. Het “Uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving” is door het college vastgesteld in december 2023. Dit beleidsplan is opgesteld op hoofdlijnen. Via evaluaties (in jaarverslagen) zullen er bijstellingen volgen. Inmiddels is ambtelijk een traject gestart om te werken aan een nieuw/geactualiseerd beleidsplan voor de OD-taken. De inschatting is dat deze in de loop van 2024 gereed zal zijn, waarbij de intentie is om de uitkomsten hiervan worden meegenomen in het volgende uitvoeringsprogramma 2025. Input voor het nieuwe beleidsplan is o.a. het geprogrammeerd en risicogericht werken en de invoering van de Omgevingswet. ad d. Als vervolg op het gezamenlijke beleidsplan moet er een gezamenlijk uitvoeringsprogramma zijn. De gemeente is bevoegd gezag voor de taken die door de ODT worden uitgevoerd en dus verantwoordelijk voor het stellen van doelen en het bepalen van (handhavings)prioriteiten. Het jaar 2024 vraagt, naast de reguliere VTH-werkzaamheden, vooral inspanning op het beheersen van de processen ICT en werkwijzen onder de nieuwe Omgevingswet.
In het landelijk digitaal stelsel Omgevingswet (DSO/Omgevingsloket) is de ODT ingeregeld voor deze taken. Er is in 2022 een doorontwikkeltraject gestart. Dit heeft geleid tot een nieuwe begrotingsopzet en een gewijzigde manier van programmeren. Hiermee wordt scheefgroei m.b.t. inbreng/afname tussen diverse deelnemers teruggebracht. Voor aankomende jaren wordt er ingezet op meer regionaal programmeren en risicogericht werken, doelstelling hiervan is efficiënt omgaan met beschikbare capaciteit van de vakmensen. Vanuit het interbestuurlijk Programma VTH (IBP-VTH) volgt een robuustheidstoets, in 2024 wordt hier verder uitvoering aan gegeven. Er geldt voor gemeenten een wettelijke verplichting om te komen tot een uniform uitvoeringsprogramma voor de taken die door de ODT worden uitgevoerd. Het uitvoeringsprogramma 2024 van de ODT voor de gemeente Haaksbergen is vastgesteld in december 2023 en opgenomen in bijlage 2. Het uitgangspunt voor de ODT is dat vanaf 2024 deelnemers hun bijdrage leveren op basis van werkelijk gerealiseerde uren. Dit betekent dat de vooraf ingeschatte werkvoorraad voor de VTHtaken worden vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma. Via de maandelijkse monitoring tussen ODT en gemeente wordt bekeken hoe dit in de praktijk verloopt. Eventuele afwijkingen worden daarbij besproken.
Incidenten en tijdelijke pieken worden zoveel mogelijk opgepakt binnen de jaarafspraken. Als er veel afwijkingen zijn, zal dit ten koste van de jaarplanning gaan en zal dit in het jaarverslag verantwoord moeten worden.
Risicoanalyse In Twente gebruiken alle gemeenten en de provincie dezelfde risicoanalyse voor toezicht en handhaving van de milieutaken. Het gaat om een Overijssel brede risicoanalyse die samen ingericht en ingevuld is door milieudeskundigen van zowel OD Twente als OD IJsselland. Ook specialisten van de Veiligheidsregio’s en van het Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC) hebben input geleverd. Aan de hand van de risicoanalyse wordt de prioriteit bepaald van de VTH-taken. De risicoanalyse wordt nog verder doorontwikkeld en geïmplementeerd. Naast het toepassen van de risicoanalyse voor de ODT taken, is deze ook geschikt voor de gemeentelijke taken (thuistaken). Haaksbergen heeft de risicotool van Antea aangeschaft. De uitkomsten zijn verwerkt in een bijbehorend risicomodel. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat deze nog niet geheel afgerond is en in 2024 nog de nodige aanpassingen moeten plaatsvinden. 7
Voor toezicht en handhaving kan de aandacht worden gericht op die aspecten waar de risico’s het grootst zijn en het naleefgedrag laag is. De gegevens van de risicoanalyse worden elk jaar gebruikt bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma worden voor het betreffende jaar de prioriteiten bepaald. Deze systematiek zal voor het onderdeel vergunningen ook verder worden ontwikkeld. De ODT heeft de risicotool van Antea ingevuld en gaat gedurende het jaar 2024 stapsgewijs de nieuwe risico prioritering gebruiken.
Doelen en indicatoren In maart 2021 is het VTH-beleidsplan 2021-2025 vastgesteld. Hierbij is aansluiting gezocht bij de verplicht op te stellen ‘verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht, handhaving’. In het genoemde beleidsplan zijn doelen en prestatie-indicatoren uitgewerkt. Voor het onderdeel milieu zijn de doelen en streefwaarden opgenomen in het uniforme beleid voor de ODT taken 2023 e.v. en deze zijn uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma van de ODT. Voor de lokale (thuis)taken geldt dat we aan de slag zijn gegaan met de verbeterpunten van het IBT. Het verbeterpunt met betrekking tot de inrichting van doelen en indicatoren en de monitoring daarop zal in 2024 een nadere uitwerking krijgen. Het verbeterpunt met betrekking tot de kritieke massa is reeds opgepakt en zal in 2024 een nadere uitwerking krijgen. De IBT-verbeterpunten in relatie tot de ODT zijn opgepakt en waar mogelijk afgerond. 2.1.5.1 Doelen kwaliteitscriteria Volgens de kwaliteitscriteria 2.3 moeten minimaal doelen worden uitgewerkt op de onderdelen: 1. Uitvoeringskwaliteit Uitvoeringskwaliteit is de mate waarin een product of dienst voldoet aan juridische doelen en bijdraagt aan organisatorische- en omgevingsdoelen.
Als gevolg van de noodzaak tot sobere uitvoering van vergunningverlening, stelt Haaksbergen zichzelf als minimale doel om alle aanvragen binnen vergunningverlening tijdig en correct af te handelen: • Tijdig afhandelen betekent dat geen verbeurde dwangsommen voorkomen als gevolg van niet tijdig beslissen. • Correct afhandelen betekent dat elke beschikking onderworpen wordt aan een collegiale en juridische toets. Voor de gevolgklasse 2 en 3 (inclusief verbouw gevolgklasse 1) wordt een warme overdracht naar toezicht uitgevoerd middels een korte uiteenzetting van de speerpunten van de beschikking. 2. Dienstverlening Dienstverlening is de manier waarop de organisatie (communicatie, snelheid, service etc.) met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, klagers etc.) omgaat. Om kwaliteit structureel te borgen, dient in het verlengde van de kwaliteitsverordening ook aangesloten te worden op de dienstverleningsprincipes van de Omgevingswet. Deze principes vormen de richtlijnen voor de gewenste klantbeleving. Door te voldoen aan kwaliteitsverordening en dienstverleningsprincipes, kan de gemeente Haaksbergen haar rol vervullen als professioneel en deskundig adviseur en gesprekspartner voor burgers en bedrijven. Goed opgeleide, ervaren, benaderbare en betrokken medewerkers spelen hierbij een essentiële rol. 3.
Financiën Financiën heeft betrekking op de inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van geleverde producten en/of diensten. Door de beperkte capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten, wordt 8
de hoogst mogelijke productie nagejaagd, waarbij tenminste een minimaal kwaliteitsniveau wordt geborgd. Beleidsdoelen bepalen de richting van beleid en sturen de opmaak van operationele doelstellingen en de acties die hieraan worden verbonden. We maken onderscheid in algemene beleidsdoelen op basis van de kwaliteitsverordening en specifieke beleidsdoelen voor de taakvelden bouwen, ruimtelijke ordening, APV en bijzondere wetten. Dit onderdeel is nog in ontwikkeling zie ook het verbeterplan zoals dit is besproken met de Provincie in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Op basis van de kwaliteitsverordening zijn de volgende doelen vastgesteld voor de dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën. Deze komen overeen met de doelen zoals die zijn opgenomen in het VTH beleid Twente (milieutaken uitvoering door ODT). Algemeen doel
Beleidsdoel
Indicator
Streefwaarde
Uitvoeringskwaliteit
Beoordelen bouwaanvragen overeenkomstig het besturingsmodel. In geval van instellen beroep is het bezwaar/beroep ongegrond.
% besluiten dat overeenkomstig het besturingsmodel is beoordeeld en gearchiveerd.
99%
% procedures van vergunning- besluiten waarbij bezwaar-/ beroepsschriften ongegrond zijn. % procedures van handhavings- zaken / verzoeken om handhaving waarbij bezwaar- / beroepsschriften ongegrond zijn. - Aantal klachten. - Uitgevoerde klachtenanalyse
95%
- Aantal keren dat is afgeweken van de LHSO.
Jaarlijkse analyse op afwijkingen van strategieën.
Informeel verzoek om informatie
Aantal dagen na ontvangst verzenden van reactie.
2 werkdagen
Formeel verzoek op brief of mail
Aantal dagen na ontvangst verzenden van reactie
10 werkdagen
Besluiten op aanvragen worden tijdig afgehandeld
% buiten de termijn genomen beschikkingen.
1%
Max. % gevallen waarin de beslistermijn wordt verlengd.
40%
Aantal keren verlenging beslistermijn. Uitgevoerde analyse op deze verlengingen
Jaarlijkse analyse
% betaalde dwangsommen vanwege niet tijdig beslissen
1%
% klachten in behandeling genomen.
100%
Aantal dagen na indiening in contact treden over behandeling.
2 werkdagen
Klachten worden geregistreerd en geanalyseerd. De Landelijke Handhavingsstrategie omgevingswet wordt gehanteerd.
85%
Jaarlijkse klachtenanalyse.
Dienstverlening (gedrag)
Dienstverlening (proces)
Klachten worden behandeld. (m.u.v. anonieme klachten)
9
Financiën
Na aanzegging wordt een handhavingsbesluit genomen Heffen van kostendekkende leges indien mogelijk
% aanzeggingen waarop een handhavingsbesluit wordt genomen of schriftelijke reactie met beëindiging procedure. Vastgestelde legesverordening
100%
100%
De doelen zijn voorzien van een indicator1 en een streefwaarde. Op basis hiervan beoordelen we of gestelde doelen zijn behaald. Per verslagjaar wordt hier verantwoording over afgelegd. 2.1.5.2 Doelen thuistaken per taakveld Naast de beleidsdoelen op basis van de kwaliteitsverordening richten we ons volgens het huidige VTH beleid vooral op de hoofddoelen van vergunningverlening, toezicht en handhaving: 1. Fysieke veiligheid 2. Behoud kwaliteit leefomgeving 1. Fysieke veiligheid (en gezondheid) Met het in werking treden van de Wkb vervalt in eerste instantie de gemeentelijke toets aan de bouwtechnische voorschriften alleen voor de gevolgklasse 1. Voor de overige gevolgklassen blijft de gemeente toetsen. Daarbij vragen wij bij bouwactiviteiten advies aan de brandweer als dat voor het beoordelen van de brandveiligheid nodig is. De gemeente blijft ook verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid. De vergunninghouder legt verantwoording af aan het bevoegd gezag. Daarnaast wordt in 2024 ingezet op horecacontroles en evenementen een toelichting hierop is opgenomen onder toezicht en in bijlage 1. 2. Behoud kwaliteit leefomgeving Dit uitvoeringsprogramma draagt bij aan de verbetering van de omgevingskwaliteit.
Met de wijziging van het toezicht op gevolgklasse 1 komt er bij de toezichthouders bouw ruimte vrij om toezicht op ruimtelijke ordening uit te voeren. De uitvoering van toezicht bij gevolgklasse 1 zal steekproefsgewijs gebeuren. Voor de prioritering van het toezicht op illegale bouwwerken en illegaal gebruik vinden gesprekken plaats om de capaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. Ook de inzet van de Boa’s bij verschillende aspecten in de openbare ruimte dragen bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De horecacontroles en de evenementencontroles zorgen voor vermindering van overlast. Tot slot hebben de controles op afvaldumpingen, parkeerexcessen en het toezicht op hondenpoep een positief effect op de omgevingskwaliteit.
Interbestuurlijk toezicht (IBT) Beoordeling 2022 Op basis van de uitgevoerde toetsing van IBT op het domein Wabo, de onderlinge samenhang van de documenten en de voortgangsgesprekken heeft IBT het kleurbeeld oranje aan gemeente Haaksbergen toegekend. Vanuit het totaalbeeld IBT Domein Wabo heeft de provincie de volgende verbeterpunten voor 2024 aangegeven: 1. Ga in 2023 aan de slag met de doorontwikkeling van de doelstellingen uit het VTH-beleid, maak deze meetbaar en koppel hier streefwaarden aan. 2. Geef in het uitvoeringsprogramma 2024 aan hoe de activiteiten die worden uitgevoerd zijn gekoppeld en bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen voor de thuistaken.
1 Indicatoren zijn getallen die de te meten prestaties aangeven, zoals het percentage ontvankelijke aanvragen. Indicatoren worden
afgezet tegen de gestelde norm, in dit geval de streefwaarde. De streefwaarde is de waarde die we trachten te bereiken.
10
3. 4. 5. 6. 7.
8.
Laat in het jaarverslag 2022 zien of de activiteiten hebben bijgedragen aan het realiseren van de voorgenomen doelen en of deze zijn gerealiseerd. Werk in 2023 verder aan de uitbreiding van de capaciteit en benoem de risico’s bij het niet uitvoeren van taken. Geef in 2023 gedetailleerder inzicht in het voldoen aan de kritieke massa van de kwaliteitscriteria en motiveer indien niet geheel wordt nageleefd. Stel het doorontwikkelde Twentse VTH-beleid, gericht op de OD-taken, vast in 2023. Ontwikkel in 2023 indicatoren en streefwaarden bij de doelen uit het geactualiseerde VTHbeleid en neem deze over in het uitvoeringsprogramma 2024 voor de taken belegd bij de Omgevingsdienst Twente. Stel in 2023 de risicoanalyse voor de taken belegd bij de Omgevingsdienst Twente vast en betrek deze bij het uitvoeringsprogramma 2024.
Ad1. Vaststelling geactualiseerde beleidsplan in 2024. De Omgevingswet en de Wkb worden verwerkt. Ad2. In dit uitvoeringsprogramma zijn de activiteiten die worden uitgevoerd gekoppeld aan de beleidsdoelen. Ad3. Is blijven staan vanuit jaarverslag 2022. In het jaarverslag 2023 verbeteren. Ad4. De risico’s worden benoemd in het jaarverslag. In het uitvoeringsprogramma 2024 inzicht geven in het de beschikbare capaciteit afgezet tegen de benodigde capaciteit. Ad5. In het jaarverslag 2023 zal inzicht gegeven worden in de kritieke massa van de kwaliteitscriteria. Ad6. Is vastgesteld. Ad7. Afgehandeld. De opgenomen indicatoren en streefwaarden worden nog wel doorontwikkeld. Ad8. Is vastgesteld. Toetsingskader IBT In 2024 wordt gezamenlijk met gemeenten een IBT toetsingskader opgesteld waarin de Omgevingswet verwerkt is.
Ontwikkelingen Er zijn enkele ontwikkelingen die invloed hebben op dit Programma uitvoering VTH-taken 2024. Deze ontwikkelingen worden hieronder toegelicht.
Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Wij hebben ons met 4 deelprojecten voorbereid op de komst van de Omgevingswet, te weten DSO, Omgevingsvergunning, Omgevingsplan en participatie. DSO: Om op dit digitaal stelsel aangesloten te worden is nieuwe software noodzakelijk. Het grootste en ook meest urgente onderdeel van het DSO betreft het vergunningensysteem. Naast het vergunningensysteem dienen ook nieuwe softwareapplicaties aangeschaft en geïmplementeerd te worden voor ruimtelijke ordening en toepasbare regels. Voor het vergunningensysteem is het systeem RxMission van Roxit aangeschaft. We zijn als gemeente Haaksbergen m.b.t. het vergunningensysteem vanaf eind oktober 2021 aangesloten op de DSO. Daarnaast is de software aangeschaft voor ruimtelijke ordening en toepasbare regels. De minimale wettelijke acties, die in het kader van het DSO uitgevoerd en ingericht moeten zijn voor de inwerkingtreding van het stelsel, betreffen de volgende drie systemen: 11
1) Vergunningensysteem (aansluiten op aanvragen en melden via STAM). 2) RO-systeem (aansluiten op de LVBB via STOP). 3) Toepasbare regels (aansluiten op Register Toepasbare Regels via STTR). In 2023 zijn de vragenbomen voor de dienstverlening verder ingericht en is een implementatietraject opgestart om te komen tot een omgevingsplan. Omgevingsvergunning: Zodra de software is geïmplementeerd kunnen we de werkprocessen verder invullen. Omgevingsplan: Transitieplan en uitgangspunten opgesteld. Participatie: Beleid is vastgesteld. De omgevingsvisie wordt opgesteld in 2024. De werkprocessen worden verder ontwikkeld. Er zijn ketentesten uitgevoerd om te analyseren welke afspraken er gemaakt moesten worden en tegen welke problemen we aanlopen met de wijziging van de wet. Medewerkers hebben opleidingen en cursussen gevolgd. Dit loopt door in 2024. We starten met de omgevingstafel voor overleg over de plannen van inwoners en bedrijven.
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Deze wet treed (voor gevolgklasse 1 nieuwbouw) gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Als gevolg van deze wet is de toets aan technische regels en de controle daarop over gegaan naar de private markt. Per 1 januari wordt uitgegaan van een start met de nieuwe regels voor de nieuwbouw binnen de zogenaamde ‘Gevolgklasse 1’. Dit zijn bouwwerken die als weinig risicovol worden gezien, zoals grondgebonden eengezinswoningen, kleine bedrijfshallen en eenvoudige verbouwingen. Voor de gemeente Haaksbergen valt het grootste deel van de bouwwerken waarvoor een vergunning nodig is hieronder. Ondanks de verplaatsing naar de private markt blijft de gemeente bevoegd gezag. De gevolgen hiervan op de capaciteit bij vergunningen en toezicht zijn zo goed mogelijk verwerkt in dit uitvoeringsprogramma. Omdat het een geheel nieuwe aanpak is en er nog geen ervaring is opgedaan worden de gegevens zorgvuldig bijgehouden en indien nodig wordt het UP hierop aangepast. In de beleidsregel uitvoeringskader Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (bijlage 4, ter vaststelling aan college januari 2024) is bepaald hoe wij omgaan met de wijzigingen die volgen uit deze wetswijziging.
Omdat Haaksbergen bij vergunningverlening geen capaciteit heeft voor het uitvoeren van de technische toets wordt deze bij aanvragen in de gevolgklasse 2 en 3 door de gemeente weggezet bij externe partijen. Daarnaast vindt er een verschuiving plaats van bouwtoezicht naar ruimtelijk toezicht. Ook hiervoor zijn nog weinig ervaringscijfers op basis waarvan een heldere inschatting van de inzet kan worden gegeven. Ook voor dit onderdeel kan het UP 2024 tussentijds aangepast worden.
Actualisatie VTH beleidsplan 2021-2025 De inwerkingtreding van de Ow en de Wkb hebben grote invloed op het VTH beleidsplan 20212025. In het VTH-beleid staat hoe wij de VTH-taken uitvoeren. Onder het lokale VTH-beleid vallen taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en openbare orde (APV en bijzondere wetten). Dit beleid moet in samenhang worden gelezen met het uniforme regionale VTH-beleid voor de milieutaken die de ODT uitvoert. Het werken met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) maakt een bijstelling van het beleid nodig. Deze twee 12
wetten dwingen tot een andere manier van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit traject is in 2023 gestart. Voor onze organisatie en voor de inwoners en bedrijven is het een nieuwe manier van werken die de nodige capaciteit gaat vergen. Met name de dienstverlening zal de eerste tijd meer inzet vragen. Omdat een inschatting van de capaciteit door de omvangrijke aanpassing (nog) niet mogelijk is zullen we de uren maandelijks monitoren.
Overige ontwikkelingen Nieuw legesmodel Met het ingaan van de Omgevingswet komt er een verschuiving van vergunning plichtig naar meer vergunningsvrij. Hierdoor komt er meer aandacht te liggen op toezicht en handhaving terwijl daarvoor maar beperkt budget beschikbaar is. Er zijn minder legesinkomsten door minder vergunningaanvragen. Deze ontwikkeling is meegenomen in de begroting 2024.
Stikstofproblematiek Talrijke wetswijzingen en jurisprudentie in het kader van het PAS hebben de complexiteit rondom stikstofadviezen vergroot. Dit heeft invloed op de termijnen en de beoordeling voor het verlenen van vergunningen voor de activiteit bouw en/of de activiteit milieu. De verwachting is dat dit de komende jaren zal aanhouden. Haaksbergen heeft 3 Natura 2000 gebieden binnen haar gemeentegrenzen. De provincie is bevoegd gezag voor het opstellen en uitvoering geven aan de gebiedsagenda o.a. met betrekking tot de stikstofproblematiek ,maar dit traject vergt ook beleidsmatige keuzes van de gemeente Haaksbergen. In de teamplannen is dit onderwerp opgenomen om dit op de juiste manier te beleggen en de prioriteit te geven die nodig is in een landelijke gemeente.
Wet Bibob en Ondermijning Georganiseerde, ondermijnende criminaliteit bestaat uit veel soorten criminaliteit en activiteiten die daarmee samenhangen. Bij deze activiteiten maakt de georganiseerde criminaliteit gebruik van diensten van de bovenwereld. Criminelen schuwen niet om legale partijen te beïnvloeden of te onderdrukken. Denk hierbij aan volksvertegenwoordigers, ambtenaren en onschuldige burgers. Daarbij passen criminelen soms ook geweld toe. Het effect is dat de bovenwereld en de onderwereld met elkaar verweven raken. Dit ondermijnt en bedreigt onze samenleving en rechtstaat. De aanpak van ondermijning is al lang geen exclusieve taak meer van de politie en het Openbaar Ministerie maar is een steeds grotere taak van de gemeente, vooral als het gaat om het voorkomen dat deze activiteiten zich vestigen binnen de gemeente. Een effectieve aanpak vraagt om een georganiseerde overheid die alle middelen en instrumenten inzet die tot haar beschikking staan. Een voorbeeld is het toepassen van BIBOB en toezicht middels integrale controles. Voor gemeenten houdt dit in dat medewerkers zich bewust zijn van de (mogelijke) aanwezigheid van ondermijnende criminaliteit, maar ook in staat zijn ondermijning te herkennen en weten wat ze met signalen moeten doen.
Er zal de komende jaren ingezet worden op het versterken van de informatiepositie, waarmee er zicht komt op de ondermijnende criminaliteit in Haaksbergen. Inmiddels vinden ten behoeve van het integraal veiligheidsplan gesprekken plaats met verschillende professionals (zoals het RIEC en de politie) over de belangrijke onderwerpen 13
binnen ondermijning. Er wordt ingezet op het creëren van bewustwording, in eerste instantie binnen de gemeentelijke organisatie, zodat signalen van ondermijnende criminaliteit worden opgemerkt en op de juist plaats worden gemeld. Dit wordt in 2024 verder opgepakt. In 2023 is het Beleid BIBOB vastgesteld. Ook is gestart met het actualiseren van het Integrale Veiligheidsplan.
Preventie en handhavingsplan Horeca In 2017 is een preventie en handhavingsplan opgesteld. Het opstellen en vaststellen van dit plan is verplicht op basis van artikel 43a Alcoholwet. Het plan bevat de hoofdzaken van het beleid betreffende de preventie van alcoholgebruik, met name onder jongeren, en de handhaving van de alcoholwet. Het plan wordt vastgesteld, gelijktijdig met de nota gemeentelijk gezondheidsbeleid. Het gezondheidsbeleid staat voor 2024 op het programma. De uitvoering van de ambities uit het plan van 2017 moeten worden geëvalueerd en worden bijgesteld. Dit plan kan samen met de nota gezondheidsbeleid worden vastgesteld. In het plan wordt in ieder geval aangegeven: a. Wat de doelstellingen zijn van het preventie- en handhavingsbeleid alcohol; b. welke acties worden ondernomen om alcoholgebruik, met name onder jongeren, te voorkomen, al dan niet in samenhang met andere preventieprogramma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet Publieke Gezondheid; c. De wijze waarop het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd en welke handhavingsacties in de door het plan bestreken periode worden ondernomen; d. Welke resultaten in de door het plan bestreken periode minimaal behaald dienen te worden.
Actualisatie APV (jaarlijks of als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving) De APV is een verordening die regelmatig moet worden aangepast, dit kan zijn vanwege veranderende inzichten op lokaal of landelijk niveau of wijzigingen in landelijke Wetgevingen. De APV-regeling betstaat uit beleidsregels. Dit zijn regels die voortkomen uit beleid van de gemeente Haaksbergen voor bijvoorbeeld standplaatsen, geluidsontheffingen. Zij geven kaders en regels die aangeven hoe regels uit de APV moeten worden toegepast. De APV kan als instrument worden gebruikt om adequater te kunnen optreden bij diverse openbare ruimte kwesties die kunnen ontstaan in de leefomgeving van Haaksbergen. Regelmatig moet de regelgeving worden geëvalueerd om te beoordelen of deze nog overeenkomt met visie of beleid van de gemeente en inwoners van de gemeente. Daarnaast kunnen we beoordelen of de regels nog adequaat genoeg zijn om de prioriteiten m.b.t. overlast, orde en veiligheid nog goed reguleren, vergunnen en te handhaven. Door de inwerkingtreding van de OW zijn de regels inzake de fysieke leefomgeving uit de APV naar de omgevingswet verschoven. Het aanpassen van de APV en de regeling moet projectmatig worden aangepakt. Bij het wijzigen van de APV is het belangrijk om te kijken waar de prioriteiten in de samenleving liggen, vanuit diverse invalshoeken regelgeving vast te leggen.
Om dit goed in beeld te krijgen zal worden gewerkt volgens het participatie beleid.
Doorontwikkeling ICT-processen en werkwijzen VTH Ook in 2024 gaan we verder met het optimaliseren van de processen ICT en werkwijzen onder de nieuwe Omgevingswet, ook ter verbetering van de dienstverlening. Hiervoor houden we rekening 14
met extra uren voor opleiding en cursussen. Verschillende VTH-medewerkers zijn in 2024 betrokken bij de verdere uitwerking van de processen ICT en werkwijzen. Ook hiervoor zijn uren gereserveerd.
Overige dienstverlening Door diverse bezuinigingen is de dienstverlening op een zeer laag pitje komen te staan. Met de komst van de Omgevingswet moet hier verandering in komen. Daar waar voorheen initiatiefnemers werden verwezen naar beschikbare regelgeving en informatie op de gemeentelijke site zal door de komst van het nieuwe landelijke digitale stelsel DSO (Digitaal Systeem Omgevingswet) veel meer een beroep worden gedaan op de gemeentelijke organisatie. De dienstverlening moet de komende jaren als gevolg hiervan anders ingericht moeten worden. Dit vergt extra capaciteit en een nieuwe Visie op dienstverlening. Dienstverlening maakt deel uit van de organisatie brede capaciteitsplanning. In 2023 zijn we overgegaan naar een nieuw systeem voor de VTH-werkzaamheden. Net als in voorgaand jaar is in 2024 inzet nodig zijn voor het verder inrichten van het systeem RX-Mission. In 2023 is besloten de huidige applicatiebeheerder die voorheen ook belast was met bouw- en woningtoezicht volledig in te zetten als applicatiebeheerder. Zijn vrijvallende taken als toezichthouder, zijn door het aantrekken van een nieuwe toezichthouder ingevuld. Met de komst van de Omgevingswet gaan veel processen veranderen. Binnen de Twentse gemeenten zijn afspraken gemaakt en een werkproces afgesproken m.b.t.
vooroverleggen/initiatiefaanvragen van inwoners waarbij integraal gekeken wordt naar de haalbaarheid van de plannen. Daarvoor is de zogenoemde Omgevingstafel gestart. De inschatting is dat voor 2024 ongeveer 10 plannen op de omgevingstafel worden behandeld.
Keuze van prioriteiten Prioriteiten binnen vergunningverlening De vergunningverleners verlenen verschillende vergunningen zoals, omgevingsvergunningen, vergunningen voor horeca en evenementen. De vergunningverlener is tijdens het vergunningenproces verantwoordelijk van begin tot eind. Zij sturen op het proces. Het uitgangspunt is dat zij zelf toetsen wat zij kunnen. Voor de andere zaken vragen ze advies bij de adviseurs (zowel in als extern). Bouwen In dit uitvoeringsprogramma is zoveel mogelijk rekening gehouden met de “nieuwe” werkwijze onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Onduidelijk is of onze aannames kloppen. Daarom gaan wij per maand monitoren. Zo nodig gaan wij bijsturen. Gevolgklasse 1 (uitgezonderd verbouw) gaat vallen onder de Wkb. Dat betekent dat de markt de inhoudelijke bouwtechnische toetsing over gaat nemen van de gemeente. Welke precieze impact dit heeft is niet duidelijk. Gezien het grote aantal gevolgklasse 1 aanvragen binnen onze gemeente, verwachten wij een afname van de uren. Echter blijft de toetsing van verbouw van gevolgklasse 1 gebouwen wel een gemeentelijke taak in 2024. Niet tijdig beslissen leidt onder de Omgevingswet niet meer tot een van rechtswege verleende vergunning. Er is daarom geen gevaar voor de omgeving. Door goed te monitoren kunnen wij daar waar nodig bijsturen.
15
Evenementen Vooral bij A en B-evenementen hebben we te maken met onervaren organisatoren die nog niet de kennis hebben risico’s bij hun evenement te herkennen. Vanuit onze zorgplicht proberen we, binnen de beperking van geldende regels, zoveel mogelijk bewustwording te creëren over de veiligheidsrisico’s bij evenementen. Dit betekend dat er nog steeds veel aandacht besteed wordt aan gesprekken met initiatiefnemers. Wordt bij evenementen meer focus gelegd op kennisdeling dan op het volgen van hele strikte procedure. Hierdoor zijn soms meer uren nodig dan begroot. En is er op dat gebied een nauwe samenwerking tussen vergunningverlener en adviseur zowel intern als extern. Ook zal de VRT een framework creëren voor het beschrijven van een veiligheidsplan. Dit kan vooral, onervaren initiatiefnemers, een instrument bieden om een goede risico-inventarisatie te doen en de te nemen maatregelen adequaat te beschrijven. Deze willen we introduceren bij de organisatoren als extra hulpmiddel. Hiervoor moet mogelijk wel wat extra tijd worden besteed. Horeca In afgelopen jaren is er niet veel gecontroleerd bij horecabedrijven nat of droog, mede door tussenkomst van corona, personeelswisselingen en organisatiewijzigingen. In 2024 wordt het toezicht ingepland zoals opgenomen in bijlage 1.
Het ligt in de normale lijn van verwachting dat een gedeelte van de horecazaken niet up-to-date zal zijn en dat dit zal leiden tot een stijging van het aantal te behandelen vergunningen zoals: - Alcoholvergunningen - Vergunningen complex (exploitatie, vrijstelling exploitatie) - Wijzigingen alcoholvergunningen - Wijzigingen aanhangsel leidinggevenden - BIBOB-onderzoek. Ook is het paraplubestemmingplan terrassen vastgesteld eind 2021. Tijdens de basis controles wordt gecontroleerd of het gebruik van het terras ook nog overeenkomt met de verleende vergunningen. Ook deze kunnen leiden tot wijzigen van vergunningen en of nieuwe aanvragen. Op basis van de APV is een naast een alcoholvergunning ook een vergunning nodig voor de exploitatie, dit geld ook voor de droge horeca (met terras). Bij het vaststellen van de laatste APV is de vergunningplicht voor openbare inrichtingen uitgebreid. Het aantal bedrijven dat aangeschreven moet worden is nog niet bekend. Dit zal projectmatig worden opgepakt. Dit kan ook leiden tot een kleine verhoging van het aantal exploitatievergunningen en Bibob-onderzoeken.
Prioriteiten binnen toezicht en handhaving 2.4.2.1 Bouw en RO Wij hebben de risico- en besturingsmodule van Antea aangeschaft. De prioritering van toezichtstaken wordt gescoord op basis van effect en naleving. Het vernieuwde risico- en besturingsmodel wordt verwerkt in het te actualiseren VTH beleidsplan. De keuzes in dit uitvoeringsprogramma sluiten aan bij eerder gemaakte keuzes in het VTH beleid thuistaken en de voorgestelde keuzes die gemaakt moeten worden bij het uitvoeringsbeleid Wkb. Met de komst van de Wkb en het vervallen (alleen steekproefsgewijs) van toezicht voor gevolgklasse 1 willen we in 2024 de omschakeling maken naar meer gebiedsgericht toezicht ruimtelijke ordening. Dit vraagstuk krijgt in 2024, ook in het kader van de gebiedsagenda en de 16
PPLG-opgave, prioriteit. Omdat de Wkb een geheel nieuwe aanpak is voor zowel de aanvragers, aannemers, kwaliteitsborgers en de gemeenten heeft monitoring van de processen prioriteit. De omgevingsvergunningen, waarbij ook de activiteit RO is verleend, worden door de toezichthouders gecombineerd gecontroleerd met het onderdeel bouwen. De omgevingsvergunningen met enkel een RO- activiteit, dus zonder bouwen, worden steekproefsgewijs gecontroleerd eventueel in samenwerking met een medewerker ruimtelijke ordening.
Bouwwerken Uit de voorlopige risicomodule (zie tabel hierboven) blijkt dat voor gebouwen met een logiesfunctie waarin naast dagrecreatie ook sprake is van het nachtelijk verblijven van personen, het meest risicovol (klasse I) zijn. Naast gebouwen met een logiesfunctie, zijn ook industrie/bedrijfsfuncties categorie III (bouwkosten meer dan 1.000.000), kantoorfunctie categorie III (bouwkosten meer dan 1.000.000) en wonen categorie III (bouwkosten meer dan 1.000.000) geclassificeerd in risicoklasse I. Dit betekent dat we aan deze bouwwerken de hoogste prioriteit geven. Op kleinschalige bouwwerken die vallen binnen risicocategorie III, IV en V (de vergunningvrije bouwwerken (bouwwerken in gevolgklasse 0) en de zogenaamde meldingsplichtige bouwwerken (bouwwerken in gevolgklasse 1), zoals grondgebonden woningen, bijgebouwen, verbouwingen en andere (kleine) bouwwerken geen gebouw zijnde) vervalt het toezicht als gevolg van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen of omdat ze zowel op grond van het omgevingsplan als op grond van het Bbl vergunningvrij zijn. Deze bouwwerken zijn vrijgesteld van de verplichte bouwtechnische toets op bouwregelgeving (Bbl) en de controle hierop. Van de bouwwerken die in risicoklasse V vallen worden geen bouwcontroles uitgevoerd en worden openstaande toezichtzaken in het VTH-systeem enkel administratief afgehandeld.
17
Illegale bebouwing In 2024 wordt, door de inwerkingtreding van de Wkb een deel van de beschikbare capaciteit ingezet om illegale bebouwing en gebruik tegen te gaan. Illegale bebouwing en illegaal gebruik van bouwwerken wordt als onwenselijk ervaren. Uit de voorlopige risicoanalyse blijkt ook dat de illegale bouwwerken en illegaal gebruik van bouwwerken in de kernen en het buitengebied het hoogste scoren (risicoklasse I). Het houden van toezicht op illegale (bouw/gebruik) bouwwerken is door het ontbreken van de capaciteit, de laatste jaren, alleen op basis van het piepsysteem uitgevoerd. Voor 2024 zal als gevolg van de woningnood en de ontwikkelingen van de Omgevingswet niet actief toezicht worden gehouden op illegale permanente bewoning van recreatiewoningen. Het traject omtrent de inventarisatie van illegale bebouwing en bewoning van recreatiewoningen wordt in 2024 bij de visie op verblijfsrecreatie opgestart. Vooralsnog is daar voor de (vaste) capaciteit bij het opstellen van dit jaarprogramma geen rekening mee gehouden. Brandweer Twente Taken met betrekking tot advisering en toezicht op brandveiligheid worden uitgevoerd door de Brandweer Twente. Gemeente Haaksbergen is als bevoegd gezag (eind)verantwoordelijk voor deze taak en de daaruit voortvloeiende bestuursrechtelijke handhaving (juridische procedure).
Het uitvoeringsprogramma Uitvoering & Handhaving 2024 van de Brandweer Twente is opgenomen in bijlage 3. 2.4.2.2 APV en Bijzondere wetten Door de BOA`s wordt voornamelijk toegezien op de regelgeving van onze gemeentelijke APV. De APV bevat voornamelijk regelgeving hoe om te gaan met de openbare ruimte en de afvalstoffenverordening. Er wordt ook toegezien op verleende evenementen vergunningen en de 18
Alcoholwet. De grotere evenementen worden vooraf geschouwd in samenwerking met bouwtoezicht, politie en de Veiligheidsregio. Met deze schouw wordt gecontroleerd of de voorschriften worden nageleefd en wordt er eventueel advies gegeven. Grotere evenementen worden door BOA`s ook tijdens het evenement bezocht en gecontroleerd. De BOA`s zijn niet bewapend en worden hierom, gelet op de veiligheid, minimaal (of per tweetal) ingezet tijdens avond- en nachturen. Resultaten worden door de BOA`s vastgelegd in RxMission. Processen verbaal worden doorgezet naar het CJIB/Justitie. Ook voor toezicht en handhaving APV en bijzondere wetten wordt de vernieuwde risico- en besturingsmodel verwerkt in het te actualiseren VTH beleidsplan. In dit uitvoeringsprogramma is zoveel mogelijk aangesloten bij de ontwikkelingen op het gebied van de APV en bijzondere wetten.
19
Evenementen Tijdens het houden van een evenement zijn meerdere wetgevingen van toepassing naast de evenementenvergunning. Een evenementenvergunning wordt in Haaksbergen integraal verleend. Er worden meerdere ontheffingen, vergunningen en meldingen verleend respectievelijk bevestigt in één vergunning of melding. Meest voorkomende zijn ontheffingen Zondagswet, alcoholwet, geluid en kamperen. Voor elk van deze wetgevingen waarop in de evenementenvergunning worden opgenomen kunnen voorschriften worden opgenomen naast de voorschriften voor het evenement zelf. Naleving van de genoemde voorschriften is in eerste plaats altijd de verantwoordelijkheid van de organisator maar consequent toezicht heeft een preventieve werking en een positieve invloed op het naleefgedrag. Toezicht heeft ten doel dat het evenement op de meest veilige wijze plaatsvindt. Dit toezicht wordt (voorafgaande aan het evenement) door een toezichthouder bouw uitgevoerd samen met de brandweer. De boa’s controleren (nog) niet bij evenementen. Alcoholwet/horecacontroles In bijlage 1 is een toelichting opgenomen m.b.t. de nieuwe werkwijze voor het uitvoeren van integrale horecacontroles. Niet vergunning gebonden toezicht APV Binnen dit kader horen de toezichttaken op bijvoorbeeld parkeerbeleid, reclame-uitingen, hondenbeleid, illegaal gebruik gemeentegrond.
Met name het tegengaan van “kleine ergernissen in de openbare ruimte” zoals de regels met betrekking tot reclame, parkeren, jeugdoverlast, hondenpoep, vergen veel toezicht- en handhavingsaandacht. Vergunning gebonden toezicht APV/Bijzondere wetten Standplaatsen, carbidschieten, ontheffingen gebruik grond, stookontheffingen (niet particulier). Controle op deze vergunningen/besluiten wordt uitgevoerd als er een externe reden is. Bijvoorbeeld op verzoek van vergunningverlener of collega, vanwege ander belangen, klachten uit de omgeving, incidenten of signalering ander bevoegde gezag zoals brandweer of politie. 2.4.2.3 Klachten Ook voor 2024 heeft het behandelen en afhandelen van klachten van inwoners voor ons prioriteit. De meeste klachten van inwoners gaan over de kleine ergernissen zoals het parkeren en het hondenbeleid. Er komen ook klachten binnen over afsteken van vuurwerk, zwerfvuil, asociaal gedrag van inwoners, jeugdoverlast en vandalisme. Ook komen er steeds meer klachten waarbij een koppeling kan worden gelegd met domein Samenleving. Deze klachten worden door ons geregistreerd en gemonitord. Milieuklachten over bedrijven worden zelfstandig afgehandeld door de ODT.
3 Borging en monitoring Door monitoring van de uitvoering en voortgang wordt zicht gehouden op de mate van realisatie (effectiviteit). Hierover wordt verantwoording afgelegd aan het college, de gemeenteraad en burgers. Medewerkers houden bij welke werkzaamheden zij uitvoeren aan de hand van de beschikbare ICT ondersteuning. Zo kan gedurende het jaar gekeken worden of gestelde doelen gehaald worden. 20
Monitoring en evaluatie vindt jaarlijks plaats in het jaarverslag VTH-taken dat aan het college wordt aangeboden. Het jaarverslag VTH-taken wordt door het college vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Tevens kan op basis hiervan input worden geleverd aan bijv. bestuursrapportages. Als uit de monitoring blijkt dat de doelstelling niet is gerealiseerd, wordt (afhankelijk van het moment van constateren) hiervoor een verklaring opgenomen in het jaarverslag VTH-taken. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in het vervolg de doelstelling wel gerealiseerd wordt. Naast de monitoring voor de verslaglegging vindt door de betrokken afdelingen continue monitoring van de uitvoering plaats. Deze gegevens worden gebruikt voor werkverdeling en termijnbewaking. Daarnaast kan met de resultaten van het voorgaande jaar rekening worden gehouden in een nieuw vast te stellen Programma uitvoering VTH-taken. Uiteindelijk leiden de evaluaties ook mogelijk tot aanpassing van het VTH-beleidsplan, zodat deze effectiever en efficiënter gemaakt kan worden.
Borging financiën 2024 Per 1 januari 2024 treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en de nieuwe Omgevingswet (Ow) in werking. Deze stelselwijzigingen brengen veranderingen teweeg op de manier waarop gemeenten werken, bijvoorbeeld op de organisatie, de samenwerking in de keten, de systemen en de (werk)processen. De wetswijzigingen hebben daarnaast ingrijpende gevolgen voor de opbouw van de leges m.b.t. de VTH taken. Het is lastig om een inschatting te maken van de financieel gevolgen van de nieuwe Omgevingswet. Zodra de financiële consequenties van de nieuwe Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen duidelijk zijn worden deze verwerkt in de 1e Bestuursrapportage 2024. Uitgangspunten bij het opstellen van de nieuwe tarieventabel zijn: 1. Kostendekkendheid van 100% In de Gemeentewet is wettelijk bepaald dat de geraamde baten de geraamde lasten niet mogen overschrijden, kortom de kostendekkendheid dient wettelijk onder de 100% te blijven. Op basis van de verwachte aantallen producten 2024 en de legestarieven 2024 verwachtten wij hieraan te voldoen. 2. Minimalisatie effect van ‘’de knip’’ Onder de nieuwe omgevingswet vervalt de onlosmakelijkheid van vergunningplichtige activiteiten. Dat betekent dat slechts de aangevraagde activiteit moet worden beoordeeld, los van eventuele andere vergunningplichtige activiteiten die gelden voor datzelfde project.
In het specifieke geval dat voor het slopen, verstoren, wijzigen of verbouwen van een monument naast een monumentenactiviteit ook een bouwactiviteit nodig is en beide activiteiten afzonderlijk van elkaar worden aangevraagd, geldt daarvoor een separate beoordeling en te maken kosten. Voorstel is dan ook om hiervoor geen "vrijstelling" van bouwleges meer te geven. 3. Pragmatische oplossing leges voor milieubelastende activiteiten Per januari 2024 kunnen de gemeenten leges gaan heffen voor milieubelastende activiteiten. In het verleden tot 1998 bestond al de mogelijkheid om leges te heffen voor milieuvergunningen. Na 1998 was legesheffing voor milieuvergunningen niet meer toegestaan en is door de rijksoverheid een jaarlijkse bijdrage toegevoegd aan de algemene uitkering van het provincie- en gemeentefonds om te compenseren voor het inkomstenverlies. Met de komst van de stelselwijzigingen is er sprake van een hernieuwde integrale omgevingsvergunning, waarmee het mogelijk wordt gemaakt om op alle onderdelen van een vergunning leges te kunnen heffen. In de nieuwe tarieventabel is hier gebruik 21