2024-A65-1 00 Milieu-planologische impactanalyse - anoniem (1)
Tekst van het document
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen Projectnummer: 2023-0922 Datum: 15 mei 2024 Versie: 2.0
Lycens B.V.
Schrevenweg 6
8024 HA Zwolle
0541-570730
info@lycens.nl
Inhoudsopgave 1. Inleiding ..................................................................................................................................... 4 2. Onderzoeksgebied ................................................................................................................... 5 3. Transitiefase Omgevingswet .................................................................................................. 8 4. Werkwijze impactanalyse ....................................................................................................... 9 5. Milieu-planologische aspecten ............................................................................................ 10 5.1.
Activiteiten & milieuzonering ....................................................................................................................... 10
5.2.
Akoestiek (m.b.t. spoor- & wegverkeerslawaai) ...................................................................................... 13
5.3.
Bodem .............................................................................................................................................................. 16
5.4.
Ecologie ............................................................................................................................................................ 18
5.5.
Erfgoed ............................................................................................................................................................. 21
5.6.
Externe veiligheid (m.b.t. hoogspanning) .................................................................................................. 23
5.7.
Geur (m.b.t. intensieve veehouderijen) ..................................................................................................... 25
5.8.
Ontplofbare oorlogsresten (OO).................................................................................................................. 27
Bijlagen
...................................................................................................................................... 28
Bijlage 1: Overzichtstabel milieu-planologische impactanalyse.......................................................................... 28 Bijlage 2: QuickScan Activiteiten & milieuzonering ............................................................................................... 29 Bijlage 3: Overzichtskaart wegverkeerslawaai (excl. N18) ................................................................................... 30 Bijlage 4: Overzichtskaart wegverkeerslawaai (N18) ............................................................................................ 31 Bijlage 5: Archeologische beleidskaarten deelgebieden ....................................................................................... 32 Bijlage 6: Memo Beoordeling geur intensieve veehouderijen .............................................................................. 33 Bijlage 7: QuickScan Ontplofbare oorlogsresten .................................................................................................... 34
3
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
1.
Inleiding
Aanleiding De gemeente Haaksbergen heeft te maken met een woningbouwopgave. Sterker nog: de nood is hoog. Niet alleen zijn er meer permanente woningen nodig in de gemeente; er is ook behoefte aan tijdelijke woningen voor bijvoorbeeld vluchtelingen. Om sneller stappen te zetten heeft het college daarom besloten een addendum te laten maken op de bestaande structuurvisie, dit addendum is onder andere gericht op de zoektocht naar ruimte voor de uitbreiding van woningen. In het addendum, genaamd “Locatieonderzoek uitbreiding wonen en werken”, zijn zoekgebieden aangewezen welke mogelijk geschikt zijn voor de realisatie van woningen. Deze zoekgebieden zijn gelegen in en rondom de bebouwde kom van de dorpen Buurse, Haaksbergen en de Sint Isidorushoeve.
Doel & scope Het doel van voorliggende impactanalyse is om voor een aantal zoekgebieden, gelegen aan de randen de bebouwde kom van de gemeente Haaksbergen, een doorkijk te geven naar de verwachte impact van relevante milieu-planologische aspecten op woningbouwontwikkeling. Hierbij is voor elk zoekgebied gekeken naar onderstaande milieu-planologische aspecten: •
Activiteiten & milieuzonering
•
Akoestiek (m.b.t. (spoor)wegverkeer)
•
Bodem
•
Ecologie - Gebiedsbescherming
•
Ecologie - Soortenbescherming
•
Erfgoed
•
Externe veiligheid (m.b.t. hoogspanning)
• •
Geur (m.b.t. intensieve veehouderijen) Ontplofbare oorlogsresten (OO)
Leeswijzer & producten In het volgende hoofdstuk is in kaart gebracht welke zoekgebieden onderdeel uitmaken van voorliggende impactanalyse. Daarna, in hoofdstuk 3, is toegelicht hoe is omgegaan met (de transitiefase van) de Omgevingswet. Vervolgens, in hoofdstuk 4, wordt de werkwijze van de impactanalyse uitgelegd. In hoofdstuk 5 wordt per milieu-planologisch aspect toegelicht wanneer welke verwachte impact van toepassing is. De resultaten van voorliggende impactanalyse zijn verwerkt in ‘Bijlage 1: Overzichtstabel impactanalyse’. In deze bijlage is per zoekgebied, per milieu-planologisch aspect de verwachte impact weergegeven. Tevens is in dit document per zoekgebied een (ongewogen) gemiddelde impact opgenomen. Voor de onderzoeken en het kaartmateriaal met betrekking tot uitkomsten van voorliggende impactanalyse wordt verwezen naar de bijlagen en de online-omgeving welke is ingericht voor de gemeente Haaksbergen.
Voorbehoud •
Voorliggend onderzoek betreft een beknopte studie (QuickScan) op basis van bestaande (openbare) data bij de bevoegde gezagen en diverse bronhouders en vervangen niet de vooronderzoeken of bureauonderzoeken die conform de vigerende wetgevingen worden verlangd;
•
De verwachte impact heeft een indicatief karakter met een betrouwbaarheid die hoort bij een bureaustudie in deze fase van het project.
4
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
2.
Onderzoeksgebied
Het onderzoeksgebied bestaat uit 28 zoekgebieden verspreid liggend door de gemeente Haaksbergen. De zoekgebieden zijn globaal onder te verdelen in 5 deelgebieden: 1)
Sint Isidorushoeve (SI)
2)
Haaksbergen Wissinkbrink west (HW)
3)
Haaksbergen Kolderveld (HK)
4)
Haaksbergen Honesch (HH)
5)
Buurse (BU)
In onderstaande figuren wordt per deelgebied de zoekgebieden weergegeven.
Figuur 1: Zoekgebieden Sint Isidorushoeve
5
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Figuur 2: Zoekgebieden Haaksbergen Wissinkbrink west
Figuur 3: Zoekgebieden Haaksbergen Kolderveld
6
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Figuur 4: Zoekgebieden Haaksbergen Honesch
Figuur 5: Zoekgebieden Buurse
7
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
3.
Transitiefase Omgevingswet
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege, hetgeen een tijdelijk deel betreft. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit: •
Bestemmingsplannen, beheersverordeningen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen & exploitatieplannen;
•
Lokale verordeningen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bijvoorbeeld: Erfgoed- en/of Archeologieverordening, Geurverordening en Verordening afvoer regen- en grondwater);
•
Bruidsschat.
Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar één nieuw omgevingsplan voor de hele gemeente. Hierin verwerkt de gemeente ook de regels in gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg. In verband met bovengenoemde transitiefase van de Omgevingswet, is in voorliggende impactanalyse per milieu-planologisch aspect aan het omgevingsplan van rechtswege getoetst.
8
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
4.
Werkwijze impactanalyse
Zoals reeds toegelicht is het doel van voorliggend onderzoek om voor 28 zoekgebieden in de gemeente Haaksbergen een doorkijk te geven naar de verwachte belemmeringen op woningbouwontwikkeling. Hiertoe is in voorliggende impactanalyse voor elk zoekgebied, per milieu-planologisch aspect een indicatieve impact opgesteld. Om de impact te bepalen heeft per aspect, door een ervaringsdeskundige, een kwalitatieve beoordeling plaatsgevonden. Hierbij is een combinatie van het relevante beleid, openbaar toegankelijke data en data afkomstig uit de database van Lycens geraadpleegd. De verwachte impact is afgewogen op basis van zaken zoals:
beleidsadvies,
belemmeringen
door
bestaande
activiteiten,
bekende
verontreinigingen,
onderzoekskosten, belemmeringen op de planning (bijv. doorlooptijd onderzoeken), eventuele vervolgstappen (bijv. sanering), mogelijke belemmeringen op het stedenbouwkundige ontwerp (bijv. te nemen maatregelen tegen geluidbelasting), etc. Ten behoeve van de analyse is per milieu-planologisch aspect gebruik gemaakt van een 3-punts schaal. De verwachte impact van een aspect op woningbouwontwikkeling varieert van klein (groen), gemiddeld (oranje) tot groot (rood). De groene kleur betekent dat dit aspect geen tot een klein risico vormt, oranje betekent dat dit aspect een gemiddeld risico vormt en rood betekent dat dit aspect naar verwachting een groot risico vormt voor woonbouwontwikkeling in dit zoekgebied. Zie ook onderstaande tabel voor een toelichting van de indicatieve impact. Milieu-planologisch aspect Impact
Toelichting
Klein
Geen tot een kleine kans op belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied. Naar verwachting enkel standaard onderzoeken benodigd.
Gemiddeld
Voor gehele zoekgebied gemiddelde impact verwacht i.v.m. zaken als kosten & doorlooptijd onderzoeken en mogelijk te nemen maatregelen. EN/OF In een gedeelte van het zoekgebied grote belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling.
Groot
Grote belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling in (merendeel van) het zoekgebied.
9
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.
Milieu-planologische aspecten
5.1.
Activiteiten & milieuzonering
Wettelijk kader De VNG-uitgave ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ uit 2019 wordt omgezet voor toepassing onder de Omgevingswet en daarbij voorzien van de naam ‘VNG uitgave Activiteiten en milieuzonering’. De nieuwe uitgave gaat over activiteiten als bedoeld in paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In de VNGuitgave Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet wordt de toelating van activiteiten niet meer gekoppeld aan de Staat van bedrijfsactiviteiten met milieucategorieën. Wel bevat de nieuwe VNG-uitgave een tabel met richtafstanden voor specifieke functies en/of activiteiten. Aangezien de officiële versie van de VNG-uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering’ nog niet is gepubliceerd, is wat betreft dit aspect voor onderhavig initiatief vastgehouden aan het voormalige beleid, waarbij gebruik is gemaakt van de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor nadere beschouwing van geur afkomstig van veehouderijen, wordt verwezen naar hoofdstuk 5.6 ‘Geur’. In en in de directe nabijheid van de zoekgebieden zijn bedrijfsactiviteiten met milieucontouren aanwezig. Milieucontouren hebben mogelijk invloed op de planologische mogelijkheden en moeten derhalve inzichtelijk worden gemaakt.
Aangezien het omgevingsplan nog geen interactieve kaart bevat waarop de toegestane activiteiten staan aangeduid, is voor het aspect milieuzonering gebruikt gemaakt van de bestemmingen zoals opgenomen in de bestemmingsplannen, welke onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege. Op deze manier is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van omliggende milieubelastende activiteiten.
Is sprake van gemengd gebied? De VNG-publicatie ‘Activiteiten en milieuzonering’ hanteert twee omgevingstypen; een rustige woonwijk en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waarin woningen en bedrijven reeds door elkaar aanwezig zijn, kunnen verkleinde richtafstanden worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden wordt in ‘gemengd gebied’ enige hinder acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter wordt 0 meter, 30 meter wordt 10 meter (zie tabel 1). Echter, indien het milieubepalend aspect ‘gevaar’ betreft, dan mag de richtafstand niet worden verkleind. Aangezien de zoekgebieden zijn gelegen aan de rand van de bebouwde kom, zijn de richtafstanden van de milieubelastende activiteiten nabij de zoekgebieden niet met één afstandsstap verkleind.
10
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Tabel 1: Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en buitengebied 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie, en daarmee maatwerk, mogelijk zijn.
Milieubelastende activiteit of milieuhindergevoelige functie Het beoogde gebruik omvat geen milieubelastende activiteit(en). Er hoeft derhalve niet te worden getoetst of omliggende milieugevoelige functies hinder ondervinden van het onderhavige plan. Het planvoornemen betreft de realisatie van milieuhindergevoelige functies, in de vorm van woningen. Er moet daarom worden beoordeeld of ter plaatse van het plangebied sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat' en of omliggende milieubelastende activiteiten in de bedrijfsvoering worden belemmerd. Ook moet beoordeeld worden of deze bedrijven in hun uitbreidingsmogelijkheden worden beperkt.
11
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Toelichting impact Activiteiten & milieuzonering Impact
Toelichting
Klein
Zoekgebied buiten richtafstanden omliggende milieubelastende activiteiten gelegen (of miniem gedeelte zoekgebied binnen richtafstand gelegen). In het kader van activiteiten & milieuzonering is in het zoekgebied naar verwachting sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Woningbouwontwikkeling resulteert naar verwachting niet in een belemmering van de mogelijkheden van omliggende milieubelastende activiteiten. Op voorhand worden geen tot kleine belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Gemiddeld
Gedeelte zoekgebied binnen richtafstand(en) van omliggende milieubelastende activiteit(en) gelegen. Mogelijk is in een gedeelte van het zoekgebied geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Woningbouwontwikkeling resulteert (mogelijk) in een belemmering van de mogelijkheden van omliggende milieubelastende activiteiten. Mogelijk nader onderzoek (bijv. geur, geluid of gevaar) vereist en kans op belemmeringen voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Groot
Merendeel zoekgebied binnen richtafstand(en) van omliggende milieubelastende activiteit(en) gelegen. In het zoekgebied is (mogelijk) geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Woningbouwontwikkeling resulteert in een belemmering van de mogelijkheden van omliggende milieubelastende activiteiten. Naar verwachting nader onderzoek en maatregelen benodigd. Kans op grote belemmeringen voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied reëel.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen Voor beschouwing van het aspect geur afkomstig van intensieve veehouderijen wordt verwezen naar paragraaf 5.6.
12
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.2.
Akoestiek (m.b.t. spoor- & wegverkeerslawaai)
Wettelijk kader Op grond van de Omgevingswet is het noodzakelijk om bij een ruimtelijke procedure te onderzoeken welke geluidbelasting een plan ondervindt door activiteiten in de omgeving. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Allereerst moet worden vastgesteld of een plan in een aandachtsgebied is gelegen. Indien dit het geval is, dan gelden er standaardwaarden waar het geluid op geluidgevoelige objecten niet boven uit mag komen. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met de instructieregels in paragraaf 5.1.4.2 Bkl waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Per geluidbronsoort moet de geluidbelasting worden bepaald en worden getoetst aan onderstaande standaardwaarden en grenswaarden uit het Bkl (art. 3.34). Tabel 2: Standaardwaarde geluid en grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort. Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarde
Provinciale wegen
50 Lden
65 Lden
53 Lden
70 Lden
55 Lden
70 Lden
50 Lden
60 Lden
40 Lnight
50 Lnight
Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen
Indien de geluidbelasting op een plan door een bepaalde geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde, dan moet een afweging worden gemaakt waarbij maatregelen en beleid wordt betrokken. Na dit aanvullend onderzoek is het mogelijk dat een gemeente afwijkt van de standaardwaarden en bij de besluitvorming een hogere waarde vaststelt, tot maximaal de grenswaarde. Indien voor een bron de standaardwaarde wordt overschreden, zal ook de gezamenlijke geluidbelasting (bijv. meerdere wegen) moeten worden bepaald en worden afgewogen. Mede aan de hand van het gezamenlijk geluid op de gevel(s) van een gebouw beoordeelt het bevoegd gezag of en in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten. Uiteindelijk is de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet vooral een decentrale afweging, hierdoor is maatwerk mogelijk.
Geluidaandachtsgebieden Onder de Omgevingswet wordt, conform artikel 3.20 Bkl, gewerkt met geluidaandachtsgebieden. Dit zijn gebieden/zones langs een (spoor)weg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Binnen de geluidaandachtsgebieden moet de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouwen worden getoetst aan de in de wet opgenomen geluidnormen. Deze geluidaandachtsgebieden worden door gemeente vastgelegd in het Omgevingsplan. De breedte van het geluidaandachtsgebied is afhankelijk van de geluidemissie van de bron en staat in directe verbinding met de volgende twee begrippen: ‘geluidproductieplafond’ en ‘basisgeluidemissie’. Het geluidproductieplafond (Gpp) betreft referentiepunten waarop de toegestane geluidproductie voor de bron is
13
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
aangegeven. De hoogte van de Gpp bepaald de omvang van het aandachtsgebied. Het aandachtsgebied wordt in een Omgevingsplan vastgelegd voor rijkswegen en provinciale wegen. Voor gemeentelijke wegen met een verkeersintensiteit vanaf 1000 motorvoertuigen per etmaal is de Basisgeluidemissie (Bge) ingevoerd. De gemeente legt de Bge vast in het geluidregister en monitort vijfjaarlijks de ontwikkelingen van het geluid. Het aandachtsgebied wordt vastgelegd in dit geluidregister. Zolang er geen Gpp of Bge is vastgesteld gelden, voor het bepalen van de omvang van het geluidaandachtsgebied, de regels uit bijlage IVc van de Omgevingsregeling. Ook bevat het Bkl geluidsregels die via het omgevingsplan gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. Daarnaast zijn regels in de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. Voor de periode waarin nog geen aandachtsgebieden zijn opgenomen in het Omgevingsplan, is er een overgangssituatie.
Wanneer voor lokale wegen waarvan een geluidaandachtsgebied moet worden bepaald geen verkeersgegevens bekend zijn en van die wegen de verkeersintensiteit hoger kan zijn dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, worden contouren bepaald met de volgende afstanden van de rand van de contour tot de weg: •
voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: ten minste 100 m;
•
voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een onbekende maximumsnelheid of een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u: ten minste 200 m;
•
voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: ten minste 350 m.
Geluidgevoelige gebouwen & ruimten De geldende geluidsnormen onder de Omgevingswet hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Deze geluidsnormen hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond gebouwen waar mensen langdurig verblijven en slapen. De geluidgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.21 Bkl. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a.
woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
b.
onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan;
c.
gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan;
d.
bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.
Aansluitend hierop betreft een geluidgevoelige ruimte, conform artikel 3.22 Bkl, een verblijfsruimte of verblijfsgebied van bovenstaande geluidgevoelige gebouwen. Het gewenste binnenniveau voor geluid betreft 33dB. Indien een hogere grenswaarde wordt toegestaan, moet door middel van een gevelisolatieberekening worden aangetoond dat de geluidsbelasting binnen de woning de maximaal toelaatbare waarde van 33 dB niet overschrijdt. Bij een nieuwe woning maakt de gevelisolatieberekening onderdeel uit van de bouwaanvraag. Onder de Omgevingswet is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen tezamen op de gevel het uitgangspunt. Om het gezamenlijk geluid te bepalen van wegverkeerslawaai worden de wegen met Gpp’s en zonder Gpp’s bij elkaar opgeteld.
14
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Toelichting impact Akoestiek Impact
Toelichting
Klein
Gemodelleerde geluidbelasting afkomstig van (spoor)wegverkeer, ter plaatse van (grootste deel) zoekgebied, onder geldende standaardwaarden gelegen. Op voorhand worden geen tot kleine belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Gemiddeld
Gemodelleerde geluidbelasting afkomstig van (spoor)wegverkeer, ter plaatse aanzienlijk deel van het zoekgebied, tot 10 dB boven standaardwaarde gelegen. Relatief eenvoudig te motiveren dat ter plaatse van het geluidgevoelig object sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau, dit in combinatie met eenvoudige bouwkundige maatregelen. Op voorhand worden gemiddelde belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Groot
Geluidbelasting afkomstig van (spoor)wegverkeer, ter plaatse aanzienlijk gedeelte zoekgebied, meer dan 10 dB boven standaardwaarde gelegen. Indelingsvereisten en zware bouwkundige maatregelen benodigd om woningbouwontwikkeling mogelijk te maken in het zoekgebied. Op voorhand wordt de kans op grote belemmeringen voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied reëel geacht.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen De gemodelleerde geluidbelasting wijst uit dat het geluidniveau ten gevolge van de N18, ter plaatse van alle zoekgebieden, lager is dan de geldende standaardwaarde (50 Lden) is. Zie ook bijlage 4 van voorliggende milieuplanologische impactanalyse voor de ‘Overzichtskaart wegverkeerslawaai N18’. Indien door een weg de standaardwaarde ter plaatse van een geluidgevoelig object wordt overschreden, zal ook de gezamenlijke geluidbelasting van de omliggende wegen moeten worden bepaald en afgewogen. Mede aan de hand van het gezamenlijke geluid op de gevel(s) van een gebouw beoordeelt het bevoegd gezag of en in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten. Hierbij dient de te worden opgemerkt dat de N18, gezien de geldende standaardwaarde en bijbehorende geluidcontour (zie ook: Bijlage 8), naar verwachting ook in het kader van de gezamenlijke geluidsbelasting geen belemmering vormt voor woningbouwontwikkeling. Voor provinciale wegen welke zijn gelegen buiten de bebouwde kom én die in het beheer zijn van de provincie geldt in de overgangssituatie de Wet geluidhinder. Echter, zodra GPP’s zijn vastgesteld, geldt de Omgevingswet. Mogelijk worden in dat geval de eisen strenger en vormt dit belemmeringen voor woningbouwontwikkeling.
Gezien de afstand van de zoekgebieden tot de dichtstbijzijnde spoorweg, wordt op voorhand aangenomen dat dit aspect geen belemmering vorm voor woningbouwontwikkeling in de zoekgebieden. Voor beschouwing van het geluid van het motorcrossterrein in de Sint-Isidorushoeve en de geluizonering van het bedrijventerrein in zuid-west Haaksbergen wordt verwezen naar paragraaf 5.1 ‘Activiteiten & milieuzonering’ en bijbehorende ‘QuickScan Activiteiten & Milieuzonering’ in bijlage 2.
15
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.3.
Bodem
Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen voor bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast, dit wordt opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen en mogen niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens, dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89k Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingbesluit Bodem).
Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop bodemgevoelige gebouwen (o.a. woningen) zijn
toegelaten
op
grond
van
een
omgevingsplan
of
een
omgevingsvergunning
voor
een
omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit om aan te tonen dat bodem al dan niet geschikt is voor het beoogde gebruik.
16
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Toelichting impact Bodem Impact
Toelichting
Klein
Ter plaatse van het zoekgebied zijn geen gegevens bekend van bodembedreigende activiteiten die plaatsvinden of plaats hebben gevonden. Naar verwachting zijn enkel standaard onderzoeken (vooronderzoek conform NEN5725 en verkennend (asbest)bodemonderzoek conform NEN5740/ NEN5707) benodigd. Verwacht wordt dat hooguit lichte verontreinigingen aanwezig zijn welke geen belemmering vormen voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Gemiddeld
Ter plaatse van het zoekgebied vinden bodembedreigende activiteiten plaats of hebben bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Naast de standaardonderzoeken is de kans aanwezig dat nader (asbest)bodemonderzoek noodzakelijk is. Daarnaast is mogelijk een bodemsanering met geringe omvang noodzakelijk. EN/OF Uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek ter plaatse van het zoekgebied is gebleken dat nader onderzoek en/of bodemsanering met een geringe omvang noodzakelijk is.
Groot
Ter plaatse van het zoekgebied vinden veel bodembedreigende activiteiten plaats of hebben veel bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Naast de standaard onderzoeken is het mogelijk dat een bodemsanering met grotere omvang noodzakelijk is. EN/OF Uit eerder uitgevoerd bodemonderzoek ter plaatse van het zoekgebied is gebleken dat een bodemsanering met een grotere omvang noodzakelijk is.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen -
17
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.4.
Ecologie
Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, nationaal landschap en provinciaal beschermde gebieden, regels voor soortenbescherming van te beschermen plant- en diersoorten en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn.
Gebiedsbescherming Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen en projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Bescherming van Natura 2000-gebieden, nationaal landschap en provinciaal beschermde gebieden kennen een interne alsook een externe werking. Zowel ingrepen die binnen als ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en negatieve effecten kunnen veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Stikstofdepositie Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. In de Omgevingswet zal uiteindelijk een omgevingswaarde ten aanzien van stikstof worden ingevoerd. Intern salderen in het kader van stikstof onder de Omgevingswet is vergunningplichtig. Bij toepassing van intern salderen in een stikstofdepositieberekening wordt enkel de toename in stofemissie beoordeeld, ten opzichte van de reeds toegestane activiteit op die locatie.
Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn alle inheemse flora en fauna beschermt. De bescherming richt zich zowel op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als op bepaalde soorten van nationaal belang. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f van de Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover beleid voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma van soortenbescherming. Soortenbescherming in de Omgevingswet is vooral gericht op het reguleren van flora- en fauna-activiteiten, dit zijn activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor dieren en planten in het wild. Er kan dan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit benodigd zijn. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving worden onderzocht: •
of er soorten aanwezig zijn;
•
welke soorten dat zijn;
•
of deze negatief worden aangetast door de geplande werkzaamheden.
In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is.
18
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Toelichting impact Ecologie - Gebiedsbescherming Impact
Toelichting
Klein
Het zoekgebied ligt op ruime afstand van provinciaal beschermd gebied en N2000-gebied. Naar verwachting in het kader van gebiedsbescherming enkel een stikstofdepositieberekening benodigd. Kleine kans op belemmeringen voor woningbouwontwikkeling.
Gemiddeld
Het zoekgebied ligt buiten beschermd gebied maar binnen 10 km afstand tot N2000-gebied. Hierdoor kunnen effecten door stikstofdepositie een groter knelpunt vormen, dit dient te worden onderzocht middels een ‘Voortoets stikstof’ (bijv. stikstofdepositieberekening). Gemiddelde kans op belemmeringen voor woningbouwontwikkeling.
Groot
Het plangebied ligt binnen/tegen N2000-gebied waardoor negatieve fysieke effecten en effecten door stikstofdepositie door de geplande werkzaamheden niet kunnen worden uitgesloten. Het aspect gebiedsbescherming vormt mogelijk een grote belemmering voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen De afstand van de verschillende zoekgebieden tot de omliggende Natura 2000-gebieden verschilt. Echter, om onderscheid te kunnen maken wat betreft de milieu-planologische impact van stikstofdepositie als gevolg van woningbouwontwikkeling, dient nader onderzoek plaats te vinden naar het aspect stikstof.
Ecologie - Soortenbescherming Impact
Toelichting
Klein
Naar verwachting komen er enkel algemene soorten binnen het zoekgebied voor welke op de provinciale vrijstellingslijst staan. Naar verwachting in het kader van soortenbescherming enkel een QuickScan flora & fauna benodigd. Kleine kans op belemmeringen voor woningbouwontwikkeling.
Gemiddeld
Zoekgebied is een weiland/akker, met struweel en bomenrijen aan de randen. Zoekgebied maakt (mogelijk) deel uit van het leefgebied van (streng) beschermde soorten. Naar verwachting nader onderzoek noodzakelijk, met name indien bomen en struweel worden gekapt. Mogelijk is op basis van het onderzoek een vergunning benodigd voor enkele soorten. Gemiddelde kans op belemmeringen voor woningbouwontwikkeling, dit in verband relatief lange doorlooptijden onderzoeken en duur aanvraag vergunningen.
Groot
Veel groene elementen aanwezig in het zoekgebied, zoals bomenrijen en struweel. Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het leefgebied van een aantal (streng) beschermde soorten. Nader onderzoek noodzakelijk voor meerdere soorten en mogelijk vergunningen benodigd. In het kader van soortenbescherming grote kans op belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied, dit in verband grote kans op aanwezigheid beschermde soorten, relatief lange doorlooptijden onderzoeken en duur aanvraag vergunningen.
19
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen In het kader van soortenbescherming bestaat geen onderscheid tussen tijdelijke verstoringen (bijv. tijdelijke woonunits) of permanente verstoringen (bijv. woningen).
Algemene zorgplicht De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. Dus niet alleen de overheid. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Als deze specifieke decentrale of rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer.
Specifieke zorgplicht Flora- en fauna-activiteiten kunnen nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. Specifieke zorgplichten borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Een specifieke zorgplicht geldt voor specifieke activiteiten voor concreet genoemde belangen. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan specifieke zorgplichten. Deze specifieke zorgplichten maken duidelijk wat er wel en niet moet gebeuren. Bijvoorbeeld dat degene die verantwoordelijk is voor een activiteit, de beste beschikbare technieken (BBT) gebruikt. De specifieke zorgplichten zijn algemene regels. Deze regels gelden direct voor burgers en bedrijven. Naast het Rijk kunnen andere overheden specifieke zorgplichten opnemen in hun verordeningen of omgevingsplannen. Een handeling valt onder een specifieke zorgplicht als degene die de activiteit verricht weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die handeling nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook iets nalaten kan onder de specifieke zorgplicht vallen.
20
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.5.
Erfgoed
Wettelijk kader De essentie van het Europees beleid, conform het verdrag van Malta 1992, is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is, vooruitlopend op de Omgevingswet, opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Middels deze kaarten kan worden afgeleid wat de archeologische en/of cultuurhistorische verwachting en het bijbehorende beleidsadvies is voor een specifieke locatie.
Dit beleidsadvies schrijft per verwachting zowel drempelwaarden voor waarboven onderzoek benodigd wordt geacht als welke onderzoeken dit betreft. De archeologische waarden en verwachtingen alsook de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen, welke zijn opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege. De dubbelbestemming is vaak gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart in combinatie met aanvullende informatie uit onderzoeken. Normaliter is de geldende dubbelbestemming bepalend ten opzichte van de beleidskaart. Voor de exacte ligging van de archeologische verwachtingen en cultuurhistorische waarden met betrekking tot de zoekgebieden, wordt verwezen naar de beleidskaarten welke zijn opgenomen in bijlage 5.
21
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Toelichting impact Erfgoed Impact
Toelichting
Klein
Zoekgebied (grotendeels) gelegen ter plaatse van gronden waar de dubbelbestemming ‘Waarde – Lage archeologische verwachting’ geldt. Onderzoeksplicht bij werken/werkzaamheden dieper dan 0,4 m én met een oppervlakte van 100.000 m2. Kleine kans op belemmeringen voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Gemiddeld
Zoekgebied (grotendeels) gelegen ter plaatse van gronden waar de dubbelbestemming ‘Waarde – Middelmatige archeologische verwachting’ geldt. Bij werken en werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 5.000 m2 én dieper dan 0,4 m, geldt een verplicht bureauonderzoek met waarschijnlijk booronderzoek. OF Merendeel zoekgebied gelegen ter plaatse van gronden waar de dubbelbestemming ‘Waarde – Lage archeologische verwachting’ geldt. Echter, deel/zijde zoekgebied gelegen ter plaatse van gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. Indien ontwikkelingen zijn beoogd ter plaatse van deze gronden, geldt een onderzoeksplicht bij werken/werkzaamheden groter dan 2.500 m2 én dieper dan 0,4 m.
Groot
Zoekgebied (grotendeels) gelegen ter plaatse van gronden waar de dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ geldt. Bureauonderzoek ter plaatse van deze gronden verplicht bij werken en werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 én dieper dan 0,4 m, 95% kans op booronderzoek. Afhankelijk van de uitkomsten van het booronderzoek volgt mogelijk vervolgonderzoek.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
22
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.6.
Externe veiligheid (m.b.t. hoogspanning)
Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico (PR) en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven.
•
Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor).
•
Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.
•
Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.
Onder de Omgevingswet is het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s een manier van omgaan met het groepsrisico (GR) (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid (REV) en zijn digitaal raadpleegbaar. De data uit het REV wordt ontsloten via de Atlas leefomgeving. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing). Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn, bijvoorbeeld gebouwen met een kantoorfunctie. Daarnaast bestaan er ook zeer kwetsbare gebouwen. Een gebouw is ‘zeer kwetsbaar’ als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen, zoals een kinderopvang, basisschool, school/verblijf voor personen met een lichamelijke of geestelijke beperking, een woonfunctie voor 24-uurszorg en gevangenissen.
Onder de Omgevingswet werken gemeenten in het kader van externe veiligheid met aandachtsgebieden. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan regels opnemen omtrent externe veiligheid. Dat geldt onder meer als zij in de buurt van een risicobron nieuwe (kwetsbare) gebouwen toestaan of als de gemeente nieuwe risicobronnen op haar grondgebied wil toestaan. In het omgevingsplan zijn door de gemeente Haaksbergen (nog) geen aandachtsgebieden opgenomen in het kader van externe veiligheid, derhalve is vastgehouden aan het omgevingsplan van rechtswege.
Hoogspanningsleidingen Wat betreft het aspect externe veiligheid in voorliggende impactanalyse is de scope beperkt tot boven- en ondergrondse hoogspanningsleidingen. Voor hoogspanningsleidingen gelden belemmerende stroken, in de vorm van dubbelbestemmingen, waarbinnen in de basis enkel bouwwerken ten dienste van de bestemming ‘Leiding’ mogen worden gebouwd, dit ten behoeve van de bescherming van mens en dier. Daarnaast gelden rekenafstanden voor bovengrondse hoogspanningsleidingen waarbinnen het Rijk volgens het voorzorgsbeleid adviseert de elektromagnetische velden te berekenen. Deze rekenafstand geldt als er plannen zijn om kwetsbare gebouwen en/of functies te realiseren en is te vinden op Atlas leefomgeving. Voorkomen moet worden dat nieuwe gevoelige functies binnen de magneetveldzone van 0,4 microTesla liggen. Uitvraag
bij
TenneT
heeft
uitgewezen
dat
het
elektromagnetisch
veld
van
ondergrondse
hoogspanningsleidingen doorgaans kleiner is dan de rekenafstand van bovengrondse hoogspanningslijnen met eenzelfde spanning. In de basis kunnen kwetsbare gebouwen daardoor dichter bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen worden gebouwd, ten opzichte van bovengrondse hoogspanningsleidingen. Het is
23
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
voornamelijk van belang dat bouwwerken buiten de dubbelbestemming worden gerealiseerd. Indien kwetsbare objecten binnen de dubbelbestemming behorende bij een hoogspanningsleiding zijn beoogd, dan moet in ieder geval worden onderzocht wat de effecten van de elektromagnetische velden op mens en dier zijn. Toelichting impact Externe veiligheid (m.b.t. hoogspanningsleidingen) Impact
Toelichting
Klein
Zoekgebied buiten dubbelbestemming hoogspanningsleidingen en rekenafstanden elektromagnetisch veld gelegen. Geen nader onderzoek noodzakelijk geacht. Geen belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling.
Gemiddeld
Hoogspanningsleiding(en) en bijbehorende dubbelbestemming(en) en/of rekenafstanden nabij/in een gedeelte van het zoekgebied gelegen. De dubbelbestemming c.q. belemmerende strook voor ondergrondse hoogspanning bedraagt circa 7 meter aan weerszijden van de hartlijn. Voor een gedeelte van het zoekgebied (mogelijk) onderzoek benodigd naar elektromagnetisch veld van hoogspanning. Mogelijke belemmeringen voor woningbouwontwikkeling in een gedeelte van het zoekgebied.
Groot
Zoekgebied grotendeels binnen dubbelbestemming en/of rekenafstand hoogspanningslijn gelegen. Onderzoek benodigd naar elektromagnetisch veld. Reële kans op grote belemmeringen voor woningbouwontwikkeling in het zoekgebied.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen Uitvraag bij TenneT heeft uitgewezen dat volgend op de Pro Forma mogelijk nog een formele zienswijze volgt aangaande alle zoekgebieden welke zijn opgenomen in het addendum van de gemeente Haaksbergen.
24
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.7.
Geur (m.b.t. intensieve veehouderijen)
Wettelijk kader Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s van de Omgevingswet. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Onder de Omgevingswet dienen activiteiten allereerst te voldoen aan de regels welke onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan. De gemeentelijke geurverordening maakt hier ook onderdeel van uit, hierin kan worden afgeweken van de standaardnormen. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: •
Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS);
•
Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS);
•
Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS);
•
Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).
Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Bal. In afdeling 8.5 ‘Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit’ van het Bkl staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan zowel algemene als specifieke beoordelingsregels voor geur. De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Zo staat in het omgevingsplan wat de geurgevoelige gebouwen en locaties zijn. Het Bkl bevat instructieregels welke zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan worden gedacht aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dit doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Ook kunnen in het omgevingsplan andere regels voor geur staan (of een omgevingswaarde voor geur). In het omgevingsplan staan bijvoorbeeld geurregels voor veehouderijen. Agrarische activiteiten worden ten aanzien van het aspect geur beoordeeld aan de hand van de geurnormen en afstandscriteria zoals opgenomen in par. 5.1.4.6 Bkl.
De daadwerkelijke afstandscriteria en geurnormering zijn opgenomen in artikel 5.109 t/m 5.116 Bkl. De afstandscriteria voor agrarische bedrijfsstoffen, zoals mest, zijn opgenomen in artikel 5.120 t/m 5.125 Bkl.
25
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Toelichting impact Geur Impact
Toelichting
Klein
In het zoekgebied is geen sprake van een te verwachten belemmering op het gebied van geur en andersom evenmin sprake van een belemmering voor de bedrijven in het kader van de omgekeerde werking.
Gemiddeld
In het zoekgebied is sprake van een onderzoeksverplichting op het gebied van geur. Gelet op de afstand van omliggende veehouderijen en/of de hoeveelheid dieren wordt echter verwacht dat uit dit onderzoek zal volgen dat voor geen/een enkel bedrijf sprake is van een belemmering maar dat kan thans niet met zekerheid worden bepaald. Vooral de achtergrondbelasting is daarbij relevant, gelet op de grote hoeveelheid aan veehouderijen in de omgeving. Indien er wel sprake is van een belemmering, zal er in het omgevingsplan moeten worden afgeweken van de omgevingswaarde (waarbij alsdan nog geen zekerheid bestaat over de haalbaarheid) of veehouderijen dienen te worden ondersteund in het nemen van geur reducerende maatregelen zoals luchtwassers of dienen te worden uitgekocht.
Groot
In het zoekgebied is sprake van een te verwachten belemmering op het gebied van geur. In/nabij de zoekgebieden zijn relatief grote veehouderijen gelegen. Deze dienen nader beoordeeld en berekend te worden, voor zowel voor- als achtergrondbelasting. Zonder maatregelen zal naar verwachting niet aan de geurnorm van 3 ouE/m3 en/of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de achtergrondbelasting kunnen worden voldaan. Dit betekent dat de er in het omgevingsplan moet worden afgeweken van de omgevingswaarde (waarbij alsdan nog geen zekerheid bestaat over de haalbaarheid) of veehouderijen dienen te worden ondersteund in het nemen van geur reducerende maatregelen zoals luchtwassers of dienen te worden uitgekocht.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen Voor de inhoudelijke beoordeling van het aspect geur ten behoeve van voorliggende impactanalyse wordt verwezen naar bijlage 6 ‘Memo beoordeling geur intensieve veehouderijen’. Per zoekgebied zijn van de relevante veehouderijen vergunningendossiers opgevraagd en beoordeeld. Niet van alle adressen zijn gegevens verkregen. Van deze adressen is onderzocht of deze in de I-GO module van de Omgevingsdiensten zijn opgenomen. Als dat het geval is, is de beoordeling daarop gebaseerd. Voor enkele bedrijven zijn geen gegevens en deze konden dus niet beoordeeld worden.
26
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
5.8.
Ontplofbare oorlogsresten (OO)
Wettelijk kader Als gevolg van oorlogshandelingen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, kunnen ontplofbare oorlogsresten (OO) in/op de bodem aanwezig zijn. OO kunnen een gevaar voor de veiligheid en/of gezondheid van werknemers vormen. Het omgaan met deze resten is wettelijk verplicht vanuit de ARBO-wetgeving. De Omgevingswet verplicht niet tot het opstellen van regels voor Ontplofbare oorlogsresten. Elke gemeente kan zelf kiezen of ze het omgevingsplan gebruikt om dit onderwerp te regelen of een eigen beleidsnota maakt. Toelichting impact Ontplofbare oorlogsresten (OO) Impact
Toelichting
Klein
Geen indicaties voor OO. Op voorhand geen belemmeringen verwacht voor woningbouwontwikkeling. Geplande werkzaamheden op deze percelen kunnen, zonder verdere onderzoeken in het kader van Ontplofbare Oorlogsresten, doorgang vinden volgens het protocol spontaan aantreffen (zie opmerkingen).
Gemiddeld
Indicaties van oorlogshandelingen. (Delen van) zoekgebied verdacht op aanwezigheid van OO. Vervolgonderzoek OO geadviseerd. Indien bodemroerende activiteiten zullen plaatsvinden buiten reeds geroerde gronden, dan wordt conform het geldende beleid geadviseerd om over te gaan tot het laten uitvoeren van een risicoanalyse. Een risicoanalyse heeft tot doel om de risico’s van in de het onderzoeksgebied aanwezige OO in relatie tot de bodemroerende werkzaamheden vast te stellen en te beoordelen. Op deze manier wordt gekeken hoe de werkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd.
Groot
N.v.t.
Overige bijzonderheden en/of opmerkingen Protocol spontaan aantreffen Indien men, bij het uitvoeren van de werkzaamheden, spontaan ontplofbare oorlogsresten aantreft dient het protocol aantreffen OO te worden gehanteerd: • •
Leg het werk te plaatse van de vindplaats stil; Houd de omgeving vrij van werknemers en toeschouwers: afzetten en/of markeren van de locatie met een buffer van minimaal 5 meter;
• •
Het aangetroffen object niet aanraken (e.g. schoonmaken, verplaatsen, weggooien); Informeer de uitvoerder;
•
Neem contact op met de politie en Lycens, afdeling ontplofbare oorlogsresten (direct contact op: 0682098933); Bel bij een noodsituatie 112.
•
Op basis van geraadpleegde bronnen kwamen indicaties naar voren van oorlogshandeling. Volgens Lycens, afdeling Ontplofbare oorlogsresten (vooronderzoek en risicoanalyse) zijn delen van het onderzoeksgebied verdacht. Voor de Quickscan Ontplofbare oorlogsresten (vooronderzoek en risicoanalyse), zie bijlage 7.
27
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Bijlagen Bijlage 1: Overzichtstabel milieu-planologische impactanalyse
28
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Bijlage 2: QuickScan Activiteiten & milieuzonering
29
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Bijlage 3: Overzichtskaart wegverkeerslawaai (excl. N18)
30
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Bijlage 4: Overzichtskaart wegverkeerslawaai (N18)
31
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Bijlage 5: Archeologische beleidskaarten deelgebieden
32
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Bijlage 6: Memo Beoordeling geur intensieve veehouderijen
33
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024
Bijlage 7: QuickScan Ontplofbare oorlogsresten
34
Milieu-planologische impactanalyse Gemeente Haaksbergen
15 mei 2024