CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 09 23 Gemeente Haaksbergen-WRP-concept ontwerp-V4

Gemeenteraad 2 oktober 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Water en Riolering Programma- WRP 2025-203027.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

50

2 Beleid gemeentelijke watertaken

Bijlage

De gemeente neemt de volgende uitgangspunten tot beleid, met de aantekening dat het meerdere jaren kan duren voordat bestaande knelpunten worden opgelost vanwege de vaak hoge kosten die ermee gepaard gaan:

meerdere bronnen waaronder de riolering. Het open houden van het systeem dient meerdere doelen, waaronder de afvoer van hemelwater. In de praktijk wordt het baggeren afgestemd met het waterschap.

•

Waterlopen en sloten in de bebouwde kom Waterlopen, grachten, beken en sloten vervullen in de bebouwde kom een rol bij het bergen en afvoeren van hemelwater en voor het reguleren van de grondwaterstand. Ze horen daarmee bij de gemeentelijke watertaken, voor zover ze niet in eigendom en beheer zijn bij het waterschap. Gemeenten en waterschappen stemmen dit per geval af.

•

•

Bij riolering in bestaand en nieuw bebouwd gebied is de bedoeling dat bui 8 (20mm in 1 uur) via de riolering of andere voorzieningen kan worden afgevoerd zonder water op straat of andere hinder, dus binnen de kaders van de voorziening. In bebouwde gebieden is de bedoeling dat de stresstest met een bui van T=100 met 70 mm in 1 uur tijd, niet leidt tot ernstige wateroverlast. Als er maatregelen nodig zijn, dan maakt de gemeente een doelmatigheidsafweging. Situaties met mogelijke schade aan of in gebouwen hebben hoge prioriteit. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken

Taken in het oppervlaktewater vanuit de hemelwatertaak De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Hieronder een overzicht van randgebieden van de hemelwatertaak.

Baggeren Waterpartijen moeten geregeld worden gebaggerd omdat ze anders dichtslibben in ons vlakke land. De aanwas met slib kent

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Waterlopen en sloten buiten de bebouwde kom Waterlopen in het buitengebied zijn in het algemeen in eigendom en beheer bij het waterschap. Voor de kleinere sloten en greppels liggen de zaken anders. Die zijn vaak in eigendom en beheer bij de gemeente, al dan niet gedeeld met een aanliggende particuliere grondbezitter. De functie is het drooghouden van het weglichaam en ontwatering van het aanliggende perceel. Duikers Duikers zijn essentieel voor de waterafvoer op plekken waar waterlopen en wegen kruisen. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Kademuren Kademuren vormen een harde overgang tussen het watersysteem en de straat. Efficiënte omgang met schaarse ruimte is vaak een motief voor kademuren, naast toegankelijkheid voor schepen en esthetiek. Ze hebben beheer

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

51

2 Beleid gemeentelijke watertaken en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij het hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij de algemene dienst. In enkele gevallen liggen eigendom en onderhoud bij de eigenaren van aanliggende percelen. Bruggen Bruggen maken een kruising mogelijk tussen het watersysteem en de straat. Ze hebben beheer en onderhoud nodig. Deze taak wordt meestal niet bij het hemelwaterbeleid ondergebracht, maar bij het wegbeheer. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken

2.3 Beleid bij meldingen over vocht of grondwateroverlast:

1. Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 2. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 100 cm vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 3. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 4. Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Bijlage

verantwoordelijkheid van de bewoner. 5. Eigenaren of gebruikers van percelen kunnen zelf drainage aanleggen op eigen erf. De afvoer regelen in overleg met de gemeente, naar oppervlaktewater of op de eigen hemelwaterafvoer binnen de erfgrens. 6. Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichting verstrekken. 7. Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies is aan de orde als: De overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, gedurende meerdere weken, en De overlast blijvend van aard is, dus niet tijdelijk zoals bijvoorbeeld bij nieuwbouw, en De overlast doorwerking heeft in de woonruimten, en Bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn. 8. In het geval van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies ligt het in de rede dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft zoals bijvoorbeeld de aanleg van drainage en/of de afvoer van aangeboden drainagewater mede mogelijk maakt. Terug naar WRP gemeente Haaksbergen in het kort Terug naar 2.3 Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

52

2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.3 Informatie over droogte in relatie tot het WRP.

Regionaal probleem met lokale verschillen Het uitblijven van regen is geen lokaal probleem maar is regionaal van aard. Hele gebieden ontvangen in zo’n periode minder neerslag dan gebruikelijk. Maar de manier waarop het probleem zich manifesteert is wel lokaal. De ene boom kan er wel tegen en de andere niet. Een hoge zandkop in het buitengebied heeft eerder last van droogte dan een laagte in het beekdal. Boeren maken van oudsher gebruik van deze kennis. Droogvallende beken Langdurige droogte leidt tot droogval van watergangen en het wegvallen van de stroming. In een normale zomer treedt dit op in de haarvaten van het watersysteem. Bij extreme droogte kan droogval ook in grote waterlopen optreden met vissterfte tot gevolg en allerhande overlast. Hoger peil in de winter of niet? Het waterschap en de grondeigenaren of -gebruikers kunnen een grote bijdrage leveren aan het beperken van droogteschade door de keuze van het waterpeil. Men kan in de winter in de bodem forse hoeveelheden opsparen door te kiezen voor een hoger peil in watergangen, sloten en drainage. Maar de tegenhanger hiervan is dat akkers en weilanden dan minder begaanbaar zijn als er veel regen valt. Daarnaast is relevant dat een natte akker of weiland in de lente minder vlot opwarmt en dus tot minder opbrengst leidt. Het is een lastige keuze om hierin de beste balans te vinden.

Sturen in de gewaskeuze of niet? Een volgend punt is de gewaskeuze. Je ziet bijvoorbeeld

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Bijlage

maisteelt in gebieden die vroeger in de winter onder water stonden als beekdal. Tegenwoordig is de grond goed ontwaterd met drainage om vroeg in het voorjaar met de teelt te starten. Een begrijpelijke keuze, maar de tegenhanger is extra verdroging tijdens een droge periode. De vraag is of je als overheid hierin sturend wilt optreden. Dit is een moeilijke kwestie met veel kanten. In dit WRP gaan we hier niet verder op in. Op dit moment volstaat de notie dat gewaskeuze ertoe doet. Omgang met een schaarse watervoorraad We zijn in Nederland niet gewend om water te zien als een schaarse grondstof. Van oudsher hebben we een nat land en willen we juist van het water af. Maar door de klimaatverandering kunnen droge zomers vaker voorkomen en dus moeten we leren omgaan met een beperkte watervoorraad. Het vraagt een andere omgang met water. Nu vinden we het nog vanzelfsprekend dat we de WC doorspoelen met drinkwater, dat we de tuin onbeperkt kunnen sproeien en dat het vrijwel niets kost. Er valt veel te winnen door een betere omgang met drinkwater. In het buitengebied kunnen landbouwers een grote bijdrage leveren door bewuster het gewas water te geven. Denk aan druppel-irrigatie in plaats van grote sproeiers. En bij boomkeuze geldt dat naaldbomen in het algemeen meer water uit de grond onttrekken dan loofbomen.

Hemelwater infiltreren in bebouwd gebied In bebouwd gebied kunnen particulieren en de gemeente een bijdrage leveren aan het beperken van de gevolgen van de droogte door te zorgen dat hemelwater infiltreert. Dus niet afvoeren via de riolering, maar het hemelwater ten goede laten komen aan de grondwatervoorraad. Veel tuinen en bermen zijn hiertoe geschikt. Natuurlijk zijn niet alle tuinen geschikt, het is

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

53

3 Beheer

Bijlage

maatwerk. Het vergt een cultuuromslag in bebouwd gebied om hemelwater in beginsel te infiltreren in plaats van af te voeren via de riolering. Communicatie is een sleutelwoord. Schade aan fundering Het uitzakken van de grondwaterstand tot een lager peil kan leiden tot zetting van de bodem. Als een gebouw op staal is gefundeerd (dus zonder heipalen), dan kan dit leiden tot verzakking en scheurvorming. Dit behoort tot het risico van de eigenaar van het gebouw. Bij bewuste peilverlaging kan er sprake zijn van aansprakelijkheid. Terug naar 2.3 Beleid gemeentelijke watertaken

3.1 Huis- en bedrijfsaansluitingen

Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen zamelt de gemeente het afvalwater in om het daarna door de riolering te transporteren. Elke aansluiting vormt in feite een beginpunt voor gebruikmaking van het openbare rioolstelsel. Bij gescheiden stelsels is meestal sprake van twee aansluitingen, namelijk één voor afvalwater en één voor hemelwater. Als het hemelwater niet direct is aangesloten met een aansluitleiding, dan is er sprake van een indirecte aansluiting. Het stroomt dan niet weg via een aansluitleiding, maar stroomt bijvoorbeeld bovengronds af naar de openbare ruimte. Het eigendom van de aansluitleiding(en) is in veel gevallen tot en met het ontstoppingsstuk op de erfgrens van de perceeleigenaar en vanaf dat punt tot aan het hoofdriool van de gemeente. Terug naar 3.1 Beheer

Leeswijzer

54

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

3.1 Kolken en lijngoten

Kolken en lijngoten vormen een essentieel element van de riolering. Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Ook dit zijn beginpunten van het openbare rioolstelsel. Mee-stromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of de lijngoot. Deze moeten regelmatig worden leeg gezogen. In gemeente Haaksbergen gebeurt dat eenmaal per jaar en op vervuiling gevoelige lokaties tweemaal per jaar. De gemeente besteedt het kolken zuigen en goten reinigen uit aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib. Kolken en goten moeten niet alleen onderhouden worden, soms moeten we ook reparaties uitvoeren. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en goten geregistreerd. Deze gebreken worden jaarlijks verholpen. De aansluitleidingen van kolken en goten kunnen ook verstopt raken. Deze verstoppingen herstelt de onderhoudsaannemer van de gemeente . Terug naar 3.1 Beheer

3.1 Vrij-verval riolen

Vrij-verval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen. Riolen raken in de loop der jaren vervuild en kunnen zonder onderhoud zelfs dichtslibben. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom regelmatig worden gereinigd. De gemeente besteedt het reinigen uit aan een marktpartij, anno 2022 Twente Milieu, die tevens zorg draagt voor afvoer en verwerking (inclusief mogelijk hergebruik) van het slib.

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

Bijlage

Riolering dient met enige regelmaat te worden geïnspecteerd om de toestand vast te stellen inclusief de mate van degradatie. De gemeente besteedt de inspecties uit aan een gespecialiseerde marktpartij,anno 2022 Twente Milieu. Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf nauwelijks te voorspellen hoelang een riool zal kunnen functioneren. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond (ongelijkmatige zetting / bodemdaling), eventuele wortelingroei en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding met grote verblijftijden en de daaruit voortvloeiende H2S vorming, die leidt tot stank en aantasting nabij het injectiepunt.

3.1 Buitengebied met pompunits en drukriool.

3.1 Gemalen en persleidingen

Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf (oftewel onder vrij verval) naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen vanuit de diepste punten van het rioolstelsel het water omhoog naar een volgend rioleringsgebied of naar de zuivering. Aan de drukzijde van het (eind)gemaal zit een persleiding, soms kilometers lang. Onverhoopt uitvallen van rioolgemalen door een defect of door stroomstoring kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na verloop van tijd ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Gemalen dienen daarom voortdurend in goede staat te verkeren en de beheerder hoort te waken voor calamiteiten. Hiertoe worden

Inhoud

de gemalen twee keer per jaar geinspecteerd en gereinigd om storingen zoveel mogelijk te voorkomen (preventief onderhoud). De gemalen zijn opgenomen in het beheersysteem van de gemeente. Verder zijn ze voorzien van telemetrie, zodat een deel van het beheer op afstand kan geschieden en ze 24 uur per dag bewaakt zijn. Naast zogenaamd dagelijks onderhoud hebben de gemalen periodiek groot onderhoud nodig, waarbij de pompen en elektrische aansturing worden gerenoveerd of vervangen. Ook deze werkzaamheden worden uitbesteed aan gespecialiceerde marktpartijen. Naast de gemeente beheert het waterschap ook rioolgemalen. Deze eindgemalen voeren het stedelijk afvalwater vanaf de kernen af naar de RWZI. Terug naar 3.1 Beheer

Terug naar 3.1 Beheer

Leeswijzer

55

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. Langs de weg bij de woningen staan pompunits die het afvalwater onder druk over grote afstanden verpompen. Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. De gemeente laat de pompputten jaarlijks inspecteren en reinigen. Als een gemaal in storing valt, wordt dat door telemetrie zichtbaar of ter plekke door een rode lamp op het gemaal. Melding daarvan geschiedt meestal door de bewoners die anders hun afvalwater niet kwijt kunnen. Een storingsmelding leidt tot directe actie. Terug naar 3.1 Beheer

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

Bijlage

3.1 Drainage

Drainage is bedoeld om de grondwaterstand te reguleren. In diepe polders, in laaggelegen beekdalen, op sommige sportvelden en speelterreinen en op slecht doorlatende grond is dit een essentiële voorziening. De gemeente zorgt voor het doorspuiten van drainage in openbaar gebied om verstopping te voorkomen. Daarnaast hebben particulieren soms drainage op eigen perceel in eigen beheer. Dit water dient te worden aangesloten op de drainge van de gemeente of op de hemelwaterafvoer op eigen perceel. Terug naar 3.1 Beheer

3.2 Spelregels bij verstopping in de aansluitleiding Wat moet en kunt u doen bij een rioolverstopping?

Een afvoeraansluiting werkt niet Soms werkt een rioolaansluiting in huis niet, bijvoorbeeld van een wastafel. Draai dan de afvoer van de wastafel open en maak die schoon. Ook ontstoppen met een simpele ontstopper is vaak voldoende. Helpt het niet? Pas dan op met allerlei chemische middelen. Ze kunnen uw riool aantasten én de werking van de rioolwaterzuivering verstoren. Schakel liever een rioolreinigingsbedrijf in. Meerdere afvoeraansluitingen werken niet Als meerdere rioolaansluitingen niet werken, is het probleem waarschijnlijk groter. Zeker als geen enkele aansluiting meer werkt. Of als het water dat u op de eerste verdieping wegspoelt op de begane grond weer uit een putje of toilet komt. Onderzoek

Leeswijzer

56

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

eerst of de verstopping in úw riool zit of in het gemeenteriool. Dat doet u op de volgende manier: • Informeer bij uw buren of zij ook problemen hebben. Zo ja, dan is de kans groot dat de verstopping in het gemeenteriool zit. Is dat niet het geval, dan zoekt u verder. • Woont u in het buitengebied? Kijk eerst of de rode lamp op de schakelkast brandt. Is dat zo, kijk dan hieronder bij ”Storing drukriool” wat u moet doen. Is dat niet het geval, dan zoekt u verder. • Op de perceelgrens (de grens tussen gemeentegrond en particuliere grond, in veel gevallen een halve meter uit de perceelgrens op particuliere grond) ligt normaal gesproken een ontstoppingsstuk of -put. Hier kunt u zien of de verstopping in uw riool of in het gemeenteriool zit. De exacte plaats van het putje staat aangegeven op de aansluitschets van uw woning. Als u niet in het bezit van een schets waarop het ontstoppingsstuk staat, kunt u hiervan (indien voorradig) een kopie opvragen bij de gemeente Haaksbergen. U ziet het ontstoppingsstuk niet. U zult hem dus moeten opgraven vanaf uw eigen terrein; u mag niet graven in openbaar gebied. U moet eerst het ontstoppingsstuk opgraven voordat de gemeente Haaksbergen komt kijken. • Staat er water in het ontstoppingsstuk, dan zit de verstopping waarschijnlijk in het gemeenteriool en kunt u de gemeente informeren dat het riool is verstopt.

Staat er geen water in het ontstoppingsstuk, dan zit de verstopping waarschijnlijk in uw riool en zult u de verstopping zelf moeten oplossen. • Uiteraard kunt u, op uw kosten, voor dit onderzoek een gespecialiseerd bedrijf inschakelen. • Woont u in een huurwoning, dan kan uw verhuurder mogelijk helpen. Deze is namelijk verantwoordelijk voor de aansluiting van de woning op de gemeentelijke riolering.

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

57

Bijlage

Verstopping in het gemeenteriool Denkt u dat de verstopping zich in het gemeenteriool bevindt? Meld dit dan bij de gemeente via (053) 573 45 67 of gebruik het formulier melding openbare het formulier 'Melding openbare ruimte'. We proberen het probleem zo snel mogelijk te onderzoeken en verhelpen. Soms blijkt na ons onderzoek dat de verstopping is veroorzaakt door onjuist gebruik door u als bewoner. In dat geval zullen wij de kosten bij u in rekening brengen. Het komt wel eens voor dat bewoners zelf een bedrijf inschakelen om de verstopping te verhelpen, zonder dat wij op de hoogte zijn. De rekening hiervan betalen wij niet. U moet altijd een melding doen bij ons. In overleg kunnen we eventueel besluiten de storing door het door u ingeschakelde bedrijf te laten verhelpen. Verstopping in uw eigen riool Als de verstopping zich in uw eigen riool bevindt, moet u de verstopping zelf (laten) verhelpen. Terug naar pagina 5

Terug naar 3.2 Beheer

3.2 Bewustwording lozingen

Verstopte rioolgemalen door zaken die niet in de riolering thuishoren, zoals doekjes. Een groot deel van de storingen bij rioolgemalen bestaat uit verstopping door restanten van doekjes. Het gaat om niet afbreekbare toiletdoekjes, damesverband en een enkele keer een verloren dweil. In tegenstelling tot toiletpapier lossen deze doekjes niet op in het afvalwater waardoor sommige pompen verstopt raken en/of onnodig veel draaiuren maken. In enkele gevallen raken de pompen ernstig beschadigd, waardoor dure reparaties nodig zijn. In het buitengebied is dit soms direct terug te voeren tot de betreffende lozer op de unit van de drukriolering. In stedelijk gebied weet je haast nooit wie de lozer is geweest. Vet en olie niet in het riool Vet en olie horen niet thuis in het riool omdat het verstoppingen veroorzaakt. Op de website “frituurvetrecyclehet” is informatie beschikbaar over de gevolgen van vetlozingen en over methoden van inzameling. Medicijnen niet in het riool Restanten van medicijnen moeten terug naar de apotheek. Het mag niet via de riolering omdat de RWZI veelal niet in staat is het te zuiveren. Medicijnresten vormen een bedreiging voor organismen in het water. Terug naar 3.2 Beheer

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

Bijlage

3.3 Gegevensbeheer

Correcte gegevens van de te beheren objecten vormen de basis voor goed beheer. De objectgegevens zijn opgenomen in de volgende systemen: • Beheerpakket GBI & KIKKER voor de gegevens van riolen, inspectieputten, kolken, etc. • Oude huisaansluitleidingen worden bijgehouden in een digitale kaartenbak nieuwe worden verwerkt in het beheersysteem. • TeleControlNet voor het gemalenbeheer en de monitoring van overstorten en grondwaterpeilbuizen. • Mapkit & ZoZien voor asset management. Terug naar 3.3 Beheer

Rioleringsvoorzieningen moeten voldoende capaciteit hebben om naar behoren te kunnen functioneren. Bij het dimensioneren van deze voorzieningen worden daarom hydraulische ontwerpberekeningen uitgevoerd. Periodiek worden controleberekeningen uitgevoerd om te bezien of de voorziening nog voldoet als er gewijzigde omstandigheden zijn in de praktijk of andere aanleidingen. Het gaat onder meer om de volgende berekeningen: • Berekening van de afvoer (debieten, afschot, stroomsnelheden, verloren berging, aantal uren berging, etc.) van afvalwater richting RWZI. • Berekening van rioolgemalen (pompcurves, pomptypen, pendelberging, samenloop) en persleidingen (snelheid, weerstand, waterslag).

Inhoud

• Berekening van de afvoer van zware buien in de riolering, bijvoorbeeld bui 8 of 9. • Berekening van de afvoer bij een extreme bui met afvoer over straat. • Berekening van bijzondere voorzieningen als wadi’s, retentievijvers, infiltratie¬systemen, stuwputten en dergelijke. • Waterbalans van een stedelijk gebied. • Grondwaterberekeningen, onder meer gericht op benodigde drooglegging en drainage. Terug naar 3.3 Beheer

3.3 Monitoring van het systeem-functioneren

3.3 Hydraulische berekeningen.

Leeswijzer

58

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Monitoring is het waarnemen van het feitelijke gedrag en dit in relatie brengen met het beoogde gedrag. Rioleringsvoorzieningen zoals gemalen, pompunits, overstorten en drainage worden gedimensioneerd op basis van theoretische berekeningen met diverse aannamen. Deze werkwijze is heel gebruikelijk in de civiele techniek. Het is in feite de enige bruikbare manier om grootschalige voorzieningen te ontwerpen. Het is ook gebruikelijk dat het feitelijke functioneren enigszins afwijkt van de ontwerpuitgangspunten. Zolang dit binnen redelijke marges blijft is er niets aan de hand en voldoet het systeem aan de verwachtingen. Maar als het feitelijke functioneren fors afwijkt van de verwachting, dan kan het nodig zijn om in te grijpen. Het kan bijvoorbeeld gaan om afvoerhoeveelheden die afwijken of om plekken met water op straat terwijl het stelsel wel voldoet aan ontwerpbui 8. Gemalen en persleidingen zijn een essentieel onderdeel in het transport van afvalwater. Het zijn de meet- en monitor-punten in het systeem en van daaruit ook de plekken waar je kan sturen,

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

59

Bijlage

mocht dat nodig zijn. Een scherp beeld hoe het afvalwatersysteem werkt wordt alleen maar belangrijker. Samenwerking met andere gemeenten of met het waterschap kan zeker helpen hier stappen in te zetten. Maak samen een meetplan waarmee je methodische de werking van het systeem in kaart brengt. Van daaruit kan je verbeteren en sturen. Terug naar 3.3 Beheer

3.3 Risicogestuurd rioolbeheer

In de jaren ’80 van de vorige eeuw ontstond het besef dat verouderde riolen kunnen leiden tot gaten in het wegdek en tot disfunctioneren van de riolering. Er kwam meer aandacht voor beheer en onderhoud van de riolering. De rioolheffing (toen nog rioolrecht) moest omhoog om de benodigde middelen te vergaren om verouderde riolen te kunnen vervangen door nieuwe. Gemeenten hanteren in toenemende mate een bewuste strategie voor rioolvervanging, waarbij de afweging om een riool te vernieuwen plaatsvindt op basis van de afweging tussen de kans op falen, de gevolgen hiervan en de kosten die met dit falen zijn gemoeid. Onderstaande figuur illustreert mogelijke strategieën voor het vervangen van riolering.

• De meest eenvoudige strategie is niets doen. Wachten tot het misgaat en dan in actie komen. Een groot nadeel van deze strategie is dat je niet weet wat je kunt verwachten. • Het sturen op leeftijd gaat uit van de generieke aanname dat een riool een x-aantal jaar meegaat en dan vernieuwd moet worden. Inmiddels onderkent men dat dit een wel erg kort door de bocht benadering is. Er is niet één levensduur. Dit blijkt ook uit de steeds frequenter uitgevoerde degradatieanalyses. • Een andere strategie is die van kwaliteit-gestuurde rioolvervanging. Hierbij wordt louter gekeken naar de kwaliteit van de individuele rioolleiding. We hanteren dan de zogenaamde ingrijpmaatstaven, vaak in combinatie met een omvangmaatstaf. • Als er daarnaast ook gekeken wordt naar de gevolgen van falen (in termen van ontwrichting en kosten) dan beschouwen we dit als een risico-gestuurde strategie. Riolen met een groot achterliggend gebied vind je dan belangrijker dan perifere riolen. • De risicokosten strategie koppelt de kosten van het falen van een rioolleiding vermenigvuldigd met de faalkans van die leiding aan de vernieuwingskosten van die leiding. Als de kosten van falen keer de faalkans hoger worden dan de vernieuwingskosten, dan is het moment van daadwerkelijk vernieuwen aangebroken. In deze benadering wordt gestuurd op de minimale kosten van de asset als moment voor vervangen.

In gemeente Haaksbergen is de afgelopen jaren al ervaring opgedaan met risicogestuurd beheer. Terug naar 3.3 Beheer

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

Bijlage

3.4 Riool repareren, relinen of vervangen?

De rioolbeheerder kan maatregelen formuleren aan de hand van de rioolinspecties en de beoordelingen. Soms kan worden volstaan met onderhoud en reparaties. In andere gevallen is het riool zodanig verouderd dat relinen of vervangen aan de orde is. Bij relinen wordt binnenin de oude riolering een nieuwe kunststof voorziening aangebracht. Bij vervanging wordt de straat opgebroken en worden nieuwe buizen, putten en aansluitleidingen aangelegd. Rioolvervanging is daardoor een zeer ingrijpende maatregel. Dikwijls wordt tegelijk de wegconstructie verbeterd, het wegdek vernieuwd en de openbare ruimte opnieuw ingericht. Rioolvervanging vraagt daarom een goede voorbereiding en afstemming met andere vakgebieden. Relinen is minder ingrijpend en is meestal aanzienlijk goedkoper. Relinen biedt echter niet altijd een goede oplossing, zoals bij verzakte riolering. Ook in andere opzichten geeft relinen een ander product dan rioolvervanging, zo ontbreken bijvoorbeeld nieuwe putten en de kans om het wegdek integraal te vernieuwen of het wegtracé te verplaatsen. Terug naar 3.4 Beheer

3.5 Calamiteiten door falende objecten in de riolering

Het rioolstelsel kent veel objecten die om wat voor reden dan ook kunnen uitvallen. Denk bijvoorbeeld aan pompen in de drukriolering, gemalen in het vuilwaterriool, tunnelbemalingen, verstoppingen van leidingen, scheuren in de riolering of zelfs het instorten van het wegdek door zandinloop in rioolbuizen en/of putten. Het falen van één of meer objecten kan het functioneren van het gehele systeem ondermijnen. Het uitvallen van rioolgemalen door een defect of stroomstoring kan er

Leeswijzer

60

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

bijvoorbeeld toe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na enkele uren ongezuiverd afvalwater loost in een gebouw, of op straat of op het oppervlaktewater. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Daarom is het van belang dat voor de meest vitale objecten in het rioolstelsel een calamiteitenprocedure bestaat, zodat het uitvallen van deze objecten snel kan worden verholpen. Terug naar 3.5 Beheer

3.5 Calamiteiten door externe factoren

Riolering kan een onverwachte rol spelen bij calamiteiten. Realistische externe risico’s zijn: • ontploffingen in het riool na inloop van brandstof, • ontruiming van woningen na verspreiding van giftige stoffen, • uitval van de RWZI na lozing van een onbekende stof bij een ongeval, een bedrijfsincident of door opzet, • stopzetting van drinkwaterwinning na lozing van bluswater. Het WRP is niet de aangewezen plek om dit uit te werken. Dit hoort thuis bij de algemene bestrijding van incidenten en calamiteiten, met een centrale rol voor de Brandweer. Elke gemeente beschikt daartoe over een model met stappen voor opschaling en organisatie. • Van belang is dat men bij het oefenen aandacht schenkt aan het verspreidingsgevaar via riolering. • Verder is essentieel dat de calamiteitenorganisatie snel kan beschikken over juiste informatie van de riolering. Terug naar 3.5 Beheer

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

Bijlage

3.6 Relaties van rioleringsbeheer met aanpalende gemeentelijke vakgebieden Wegbeheer Riolering, kolken en aansluitleidingen liggen in en onder de weg. Ook kan de weg onderdeel zijn van het hele systeem voor ontwatering. Werkzaamheden aan het één beïnvloeden het ander. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. Klimaatadaptatie Bij de omgang met regenwater en grondwater speelt de riolering (wadi’s, HWA en drainage) een belangrijke rol. De inrichting van de publieke en private buitenruimte is bepalend voor de effecten van hevige regenval, droogte en hitte. Inrichting openbare ruimte Hemelwaterafvoer wordt sterk beïnvloed door de inrichting van de openbare ruimte. Vooral bij extreme buien speelt het spel van hoog en laag een cruciale rol, het vormt het verschil tussen gereguleerde afvoer of overlast. Samenwerking en afstemming is daarom vereist. Schoonhouden openbare ruimte Straatvegen en kolken zuigen hebben met elkaar te maken. Een schonere straat leidt tot minder vuil in de kolken. Maar kolken zuigen is goedkoper dan straatvegen, dus de relatie is beperkt. Beheer gemeentelijke waterlopen Grotere vijvers en watergangen zijn in beheer bij de waterschappen. Kleinere sloten en greppels in bebouwd gebied zijn vaak in beheer bij de gemeente en spelen een belangrijke rol voor de hemelwatertaak en de grondwatertaak.

Verder beheert de gemeente sloten in het buitengebied, die bijdragen aan het waterbeheer.

Leeswijzer

61

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Ontwikkelingsprojecten (woningbouw en herstructurering) Bij ontwikkelingsprojecten spelen talloze aspecten een rol, waaronder de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Het is een kunst om aan alle belangen tegemoet te komen. Uitvoeringsprojecten Tijdens het ontwerp en de uitvoering van rioleringswerken is het van belang dat de kwaliteit wordt geborgd, zodat de rioleringsbeheerder goede objecten krijgt overgedragen. Omgevingsvergunningen Wateraspecten vormen onderdeel van de Omgevingsvergunning. Deze moeten goed worden meegenomen. Opsporen foutieve aansluitingen en handhavend optreden Foutieve aansluitingen zijn een lastig punt binnen het rioleringsbeheer. Bij het opsporen en herstellen treed je in het domein van de particulier. Dit moet goed worden afgestemd. Gemeentelijk vastgoedbeheer i.v.m. gemaalbehuizingen Grotere rioolgemalen zijn geplaatst in speciale behuizingen. kleinere pompen zijn vaak voorzien van schakelkasten op het maaiveld. Duurzaamheid en milieubeleid Keuzes inzake beleid en beheer van riolering hebben effecten in termen van duurzaamheid en milieu. Financiën en belasting Rioleringsbeheer kost geld. Dit punt wordt verderop in dit WRP uitgewerkt. Terug naar 3.6 Beheer

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

Bijlage

3.6 Aspecten van de samenwerking tussen de gemeente en de waterbeheerder(s) Wateradvies Dit is het proces van overleg met de waterbeheerder bij stedenbouwkundige en andere ontwikkelingen in de openbare ruimte, waardoor inzichten over het water al vroegtijdig worden meegenomen in het ruimtelijke ontwerp. • Locatiekeuze – ruimtelijke ordening Het gaat om de vraag of de plek geschikt is voor de gewenste ontwikkeling of dat het beter elders kan. Andersom kan ook, namelijk dat de waterbeheerder ruimte voor water zoekt en de gemeente nodig heeft. • Peilbeheer – ruimtelijke ordening Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer. Het bedient daarmee de ruimtelijke functies zo goed mogelijk. Het beleid van beide overheden moet daarom op elkaar afgestemd zijn. • Systeemkeuze – ruimtelijke inrichting Het gaat bijvoorbeeld om de keuze voor een wadi omdat dit retentie geeft gecombineerd met zuivering van straatvuil en lagere belasting van de RWZI. Waterketen De waterketen is het geheel van drinkwater via riolering tot en met de zuivering RWZI, dus grofweg alles in een buis ten behoeve van onze kraan in huis en bedrijf. • RWZI en rioolstelsels Het waterschap is beheerder van de RWZI, inclusief de hoofdrioolgemalen met bijbehorende persleidingen. Het aansluitende rioolstelsel is in beheer bij de gemeente. Samenwerking en afstemming is daarom vereist.

• Lozing op de riolering De gemeente is bevoegd gezag voor lozing op de riolering,

Leeswijzer

62

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

terwijl dit mede effect heeft op de werking van de RWZI. Afstemming van beleid en handhaving is daarom nodig. Bij bedrijfsmatige lozingen gaat het ook om voorzuivering, het delen van informatie en handhaving. • Lozingen vanuit de riolering op oppervlaktewater. Uitlaten en riooloverstorten zijn nodig om hemelwater te lozen. De hoeveelheid water en de mate van verontreiniging zijn onderwerp van gesprek tussen waterschap en gemeente. • Diverse andere onderwerpen, zoals deels elders besproken in dit WRP, vragen om samenwerking: Dun water, discrepantie, afvalwater in het buitengebied, afkoppelen hemelwater, monitoring. Waterlopen Het waterschap voert het beheer over het watersysteem met de grotere waterlopen. Sloten in het buitengebied en in kernen vallen onder gemeentelijk of particulier beheer. Onderwerpen van afstemming zijn onder meer peilbeheer, oeverbeheer, baggeren, afvoer van maaisel en eventuele toekomstige herinrichting. Ook duikers, bruggen, beschoeiingen, kademuren en dergelijke vergen afstemming tussen waterschap en gemeente. Waterkeringen Het waterschap voert het beheer over regionale waterkeringen. Onderwerpen van afstemming zijn onder meer vergunningen, recreatief medegebruik en eventuele toekomstige herinrichting. Omgevingsvergunning De gemeente geeft omgevingsvergunningen af. Dit geldt ook voor projecten die het waterschap wil realiseren.

Samenwerking en afstemming is daarom vereist. Terug naar 3.6 Beheer

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

Bijlage

3.6 Samenwerkingsverband Twents waternet – Regionale samenwerking

De Twentse gemeenten, Vitens, de Provincie Overijssel en waterschap Vechtstromen werken samen in de afvalwaterketen onder de naam Twents waternet. Het betreft het werkgebied van het voormalige waterschap Regge en Dinkel. De samenwerking richt zich op kennisuitwisseling en beoogt de kwaliteit van de uitvoering van de gemeentelijke watertaken en de afwegingen die daarbij aan de orde zijn verder te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen. De samenwerking is gestart begin 21ste eeuw rondom riooloverstorten en drukriolering, geïntensiveerd in de periode van het BAW 2011 (Bestuursakkoord Water) en inmiddels uitgebreid met klimaatadaptatie. Terug naar 3.6 Beheer

Rioleringsbeheer, inclusief de gemeentelijke watertaken, brengt een omvangrijk takenpakket met zich mee, dat de nodige personele inzet vereist. Met behulp van de Kennisbank Riolering van RIONED en de spreadsheet van module D2000 uit de Leidraad Riolering is een inschatting gemaakt van de benodigde personele inzet. Het is gebaseerd op inwoneraantal, areaalgrootte en geplande investeringen. Het gaat uit van landelijke gemiddelden en houdt geen rekening met lokale bijzonderheden. Het is een hulpmiddel om de lokale personeelsformatie te bespreken. De taken zijn te verdelen in 3 hoofdgroepen: 1. Algemene taken bij het beheer van de riolering: a. WRP opstellen, jaarprogramma’s, overleg beheerders, afstemming andere vakgebieden, terugkoppeling, regelen middelen.

Inhoud

b. Uitvoeren van inspecties, controles, metingen en berekeningen. c. Ingaan op klachten, verwerken van revisie en vergunningverlening. De personele inzet voor deze algemene taken is gerelateerd aan het inwoneraantal. 2. Onderhoud van de bestaande voorzieningen: a. Onderhoud van riolen, aansluitleidingen en kolken. b. Onderhoud van gemalen en de drukriolering buitengebied. c. Onderhoud van drainage en infiltratievoorzieningen. De personele inzet voor deze onderhoudstaken is gerelateerd aan de areaalgrootte.

3.6 Personele aspecten van de rioleringszorg

Leeswijzer

63

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

3. Maatregelen voorbereiden: a. Aanleg van nieuwe voorzieningen. b. Reparaties aan bestaande voorzieningen. c. Renovatie of vervanging van bestaande voorzieningen. d. Verbeteringsmaatregelen. De personele inzet voor deze maatregelen is gerelateerd aan de investeringslijst. Een gemeente kan kiezen om alle taken met eigen mensen te doen of om meer uit te besteden. Bij de “algemene taken” kan de gemeente bijvoorbeeld zelf het WRP schrijven en hydraulische berekeningen uitvoeren of deze taken uitbesteden aan een adviesbureau. Bij “onderhoud” kan ze zelf kolken reinigen en een eigen gemalenploeg hebben of dit uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven. Bij “maatregelen voorbereiden” kan de gemeente zelf het ontwerp en bestek maken of dit uitbesteden aan een ontwerpbureau.

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

3 Beheer

64

Bijlage

Onderstaand worden twee uitersten gegeven. Bij “zelf doen” doet de gemeente alle taken met eigen mensen. Bij “regie” wordt zoveel mogelijk uitbesteed, maar de gemeente blijft verantwoordelijk en moet coördinerende en aansturende taken wel blijven doen. De volgende kolom toont de situatie in de gemeente, in de laatste kolom aangevuld met eventuele opmerkingen.

Hoofdgroep taken

“zelf doen”

“regie”

gemeente

opmerkingen

1 – Algemene taken

3,1 fte

1,4 fte

1,6fte

2 – Onderhoud

7,7 fte

0,1 fte

0.3 fte

3 – Maatregelen

3,6 fte

1,4 fte

0,9 fte

Onderbezetting leidt tot vertraging

Totaal fte’s

14,4 fte

2,9 fte

2,8 fte

Oppervlaktewater is hier niet meegerekend

Voor meer info, zie de Kennisbank op de website van RIONED. Terug naar 3.6 Beheer

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

4 Programmering

Bijlage

4.1 Gemengde activiteiten en enkele activiteiten die niet tot de riolering behoren

Gemengde activiteiten dienen meerdere doelen. Bijvoorbeeld straatreiniging. Dat wordt hoofdzakelijk gedaan voor het schoonhouden van de openbare ruimte. Maar het dient ook de riolering, omdat de kolken dan minder vaak hoeven te worden gereinigd. Van zo’n gemengde activiteit kan een gedeelte van de kosten worden toegerekend aan de rioolheffing. Het percentage van kostentoerekening is enigszins arbitrair en dient naar redelijkheid te worden gekozen. Onderstaand worden enkele gemengde activiteiten besproken: • Straatreiniging. Straatreiniging dient in eerste plaats het beheer van de openbare ruimte. In tweede instantie treedt een besparing op bij het reinigen van de kolken. In gemeente Haaksbergen worden de kosten van straatreiniging voor €10.000 per jaar (= circa 10 %) toegerekend aan de rioleringszorg. • Sloten binnen de bebouwde kom. Sloten binnen de bebouwde kom vormen een kans om hemelwater af te koppelen van de riolering en passen bij duurzaam stedelijk waterbeheer. Het is verdedigbaar de kosten hiervan deels toe te rekenen aan de rioleringszorg. In gemeente Haaksbergen gebeurt dit voor 50%. • Onderhoud Wadi’s. Een WADI is in essentie een voorziening voor de hemelwaterzorgplicht van een gemeente. In de praktijk zien bewoners een WADI vaak als een groenvoorziening of een speelplek. Die functies heeft een WADI vaak ook.

Het lijkt redelijk het beheer deels toe te rekenen aan de rioolheffing.

Leeswijzer

Inhoud

Context

65

Beleid gemeentelijke watertaken

• Waterdoorlatende verharding Waterdoorlatende verharding is primair een verharding (bijvoorbeeld rijbaan, parkeerplaats, fietspad of wandelpad). Het feit dat de verharding doorlatend is, draagt bij aan het verwerken van regenwater en het aanvullen van het grondwater. Onderstaand worden enkele activiteiten besproken die niet tot de riolering behoren: • Onkruidbestrijding wordt niet uitgevoerd ten behoeve van de rioleringszorg. Enige vertraging van de afstroming op straat naar de riolering is zelfs gunstig. • Bomen planten doe je niet ten behoeve van de gemeentelijke watertaken. In de winter kan een hoge grondwaterstand een probleem zijn die je aanpakt met maatregelen, zoals drainage. Een boom helpt niet of nauwelijks omdat de verdamping in de winter vrijwel stilligt. In de zomer verdampt een boom juist veel water en dat kan zelfs ongewenst zijn vanwege verzakkingsrisico van aangrenzende bebouwing. • Groen-blauwe daken dienen verschillende doelen, zoals het versterken van de biodiversiteit, afvangen van fijn stof, isolatie van een gebouw en daarnaast in geval van bergingscapaciteit het vertraagd afvoeren van regenwater. De effectiviteit voor waterbeheer is beperkt en daarom worden kosten voor groenblauwe daken niet toegerekend aan de rioolheffing. • Bestrijding van hitte hoort niet bij de gemeentelijke watertaken.

Terug naar 4.1 Programmering

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

4 Programmering

66

Bijlage

4.2 Variantenstudie tariefsysteem rioolheffing

De bedoeling van dit project is om verschillende opties naast elkaar te zetten hoe je de lasten van de rioolheffing kunt verdelen over de verschillende groepen eigenaren en gebruikers die belang hebben bij de riolering. De eerste vraag is of je de heffing alleen oplegt voor percelen met een aansluiting op de riolering of ook bij indirecte aansluiting of zelfs aan alle percelen. Vervolgens komt de afweging tussen eigenaar en/of gebruiker. Tot slot zijn verschillende tariefsystemen mogelijk, zoals vast bedrag, bedrag per inwoner, bedrag naar drinkwaterverbruik, bedrag naar perceelgrootte, bedrag naar verhard oppervlak, enzovoorts. Elke keuze heeft specifieke voor- en nadelen. Het onderzoek wordt voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van het Twents waternet en daarna uitgewerkt per gemeente. blauwe daken niet toegerekend aan de rioolheffing. Terug naar 4.2 Programmering

4.2 Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen

Het SSW vervangt het basisrioleringsplan (BRP). Het BRP beperkte zich tot het rioleringssysteem. In de huidige zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater zijn behalve de riolering ook de openbare ruimte en het oppervlaktewater betrokken. In het SSW worden alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen beschreven. Het vervangt daarmee niet alleen het BRP, maar ook de bestaande watervisie en het regenwaterradialenplan. Terug naar 4.2 Programmering

4.2 Hemelwaterbeleid gebiedsgericht uitwerken

In het WRP is het hemelwaterbeleid op hoofdlijnen geformuleerd. De volgende stap is uitwerking per wijk of buurt. Zie de principes voor hemelwaterbeleid en de checklist per buurt als basis voor dit project. De uitkomst van dit project is concreet hemelwaterbeleid per buurt. Dit is inclusief een hemelwaterverordening. Terug naar 4.2 Programmering

4.2 Rioleringsbeleid concreet verwoorden per perceel voor het Omgevingsplan In het WRP is het hemelwaterbeleid op hoofdlijnen geformuleerd. De volgende stap is uitwerking per wijk of buurt. Zie de principes voor hemelwaterbeleid en de checklist per buurt als basis voor dit project. De uitkomst van dit project is concreet hemelwaterbeleid per buurt. Dit is inclusief een hemelwaterverordening. Terug naar 4.2 Programmering

4.2 Onderzoek inspectieputten

Inspectieputten werden voorheen niet systematisch geïnspecteerd. Visuele afwijkingen werden gemeld bij de inspectie van de vrijvervalleidingen. Sommige typen putten kennen echter een specifiek gedrag in degradatie. Door systematisch ook de inspectieputten mee te nemen in de inspectie van het vrijvervalstelsel wordt de conditie van deze assets gemonitord. Terug naar 4.2 Programmering

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

4 Programmering

Bijlage

4.2 Degradatie-analyse

Riolering heeft een eindige levensduur. Na verloop van tijd kunnen bijvoorbeeld zettingen optreden of lekkende voegen of aantasting van beton. Een belangrijke indicator is de leeftijd, maar soms zijn relatief jonge riolen toch snel versleten, bijvoorbeeld door slechte aanleg of door aantasting ten gevolge van lozingen vanuit de drukriolering. De toestand van de riolering wordt daarom periodiek geïnspecteerd met behulp van speciale rijdende camera’s. Er volgt een nauwkeurige beoordeling en rapportage. In het project degradatie-analyse wordt systematisch gekeken naar de achteruitgang van de bestaande riolering, inclusief extrapolatie naar de toekomst. Dit geeft een inschatting van de kosten voor het in stand houden van de riolering op korte en langere termijn. Dit is belangrijke input voor de berekening van de benodigde rioolheffing. Het project wordt daarom gepland in de laatste jaren van de planperiode van dit WRP, zodat informatie wordt verzameld voor de opvolger van dit WRP. Terug naar 4.2 Programmering

4.2 Onderzoek persleidingen

Om te komen tot een beheer- en onderhoudsplan dient eerst de conditie (lekkage, sterkte, hydraulica en zetting) van de bestaande persleidingen te worden bepaald. Dit kan door de prioritaire persleidingen te reinigen d.m.v. piggen en te inspecteren d.m.v. intelligent pigging, ultrasoon of elektroscan. Daarnaast kan veel informatie worden ontleend aan de beoordeling van persleidingen die vervangen zijn/worden. Omdat inwendig onderzoek bij persleidingen relatief duur is, ligt het voor de hand om op zoek te gaan en gebruik te maken van kennis, inzichten en ervaring die elders al is opgedaan (literatuurstudie). Dit project wordt voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van Twents waternet. Terug naar 4.2 Programmering

Leeswijzer

Inhoud

Context

67

Beleid gemeentelijke watertaken

4.2 Monitoring systeem-functioneren opzetten

De bedoeling van dit project is om een systeem op te zetten waarmee het functioneren van de riolering continu in de gaten wordt gehouden. Bij afwijking volgt nadere analyse en eventueel actie. Dit project wordt voorgedragen voor uitvoering onder de paraplu van Twents waternet Terug naar 4.2 Programmering

4.2 Risicogestuurde rioolvernieuwing met behulp van model Rasmariant

In de aanloop naar het onderhavige WRP heeft een herberekening plaatsgevonden van het risico-gestuurde rioolbeheer met het computermodel Rasmariant. Belangrijke conclusies uit dit onderzoek zijn de volgende: • Het benodigde budget voor rioolvernieuwing bedraagt M€125 tot het jaar 2100. Dit gaat over de vrijvervalriolering, zonder gemalen, randvoorzieningen, drukriolering, wadi’s, etc. • Dit betekent een budget voor rioolvernieuwing van gemiddeld M€1,6 per jaar. • Gedurende de planperiode 2025-2030 en de jaren daarna tot 2035 kan worden volstaan met een lager budget voor rioolvernieuwing, namelijk gemiddeld M€0,6 per jaar. Dit komt omdat veel riolen in Haaksbergen nog in redelijke tot goede staat verkeren. De risicogestuurde aanpak leidt ertoe dat riolen niet onnodig vroeg worden vernieuwd, maar pas als dit echt nodig is. • Genoemde bedragen zijn gebaseerd op kostenkengetallen voor rioolvervanging inclusief WRU (Winst Risico Uitvoering), VT (Voorbereiding Toezicht en AK (algemene kosten), maar exclusief BTW. De raming is overeenkomstig de Kennisbank van Stichting RIONED op prijspeil 2021. Medio 2022 hebben aanzienlijke

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

4 Programmering

68

Bijlage

prijsverhogingen plaatsgevonden, maar die zitten hier nog niet in verwerkt. Omdat het onzeker is hoe de prijzen komende jaren gaan worden, is het advies om dit aspect jaarlijks te betrekken bij de vaststelling van de verordening rioolheffing. Dus niet één discutabele aanname in dit WRP, maar een jaarlijkse actuele blik op de stand van zaken, waarbij de inflatie wordt betrokken. Concept plaatje vanuit Rasmariant met de vernieuwingsopgave vanaf 2023-2035

Terug naar 4.3 Programmering

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

4 Programmering

69

Bijlage

Programmering van vernieuwingsprojecten. Nr.

Omschrijving van het project

Programmering van vernieuwingsprojecten.

Geraamd bedrag excl. BTW

Jaartal klaar

Nr.

C9 C10 C11 C12 C13

A1

Wateroverlast de Brink (+ toevoeging overschot)

€ 495.000

2027

A2

Wateroverlast Veldmaat (Meidoorn)

€ 247.000

2027

A3

Aanpak Benninkstraat

€ 250.000

2028

A4

Wateroverlast Blankenburgerstraat

€ 200.000

2028

B1 B2 B3

bijdrage riolering en watergangen oude N18 bijdrage riolering en watergangen oude N18 rotonde aanpassen watergangen oude Enschedesestraat

€ 75.000 € 96.000 € 10.000

2026 2026 2025

B4 B5 B6

Kempke Aanpassen Veldmaterstraat parallelweg de Hoeve VWA en HWA

€ 267.000 € 55.000 € 300.000

2028 2027 2027

B7

aanpak riolering Sterkerstraat

€ 520.000

2028

B8

parallelweg Haaksbergen

€ 503.000

2029

C1 C2

centrum Veldmaat Industriestraat en omstreken

€ 670.000 € 1.200.000

2029 2029

C3 C4 C5 C6 C7 C8

Veldmaat bomenbuurt (Berk) Hibbertstraat Zwarteland Spoorstraat + plein de Kalter Goorsestraat kruising Eibergsestraat - Scholtenhagenweg

€ 835.000 € 370.000 € 1.100.000 € 1.350.000 € 1.540.000 € 690.000

2028 2031 2030 2030 2028 2029

Omschrijving van het project

Geraamd bedrag excl. BTW

Jaartal klaar

Marktplan Bartokstraat - de Weert von Heijdenstraat Buurserstraat (Wilhelmina viaduct) regenwaterriolen oude Boekeloseweg

€ 600.000 € 570.000 € 440.000 € 566.000 € 920.000

2031 2029 2032 2032 2034

D1 D2 D3 D4 D5 D6 D7

Sterrenbosstraat (mechanisch/elektrisch) Munsterdijk Hengelosestraat Broekheurneweg Kemerij Kolenbranderweg (mechanisch/elektrisch) Wiedenbroeksingel (mechanisch/elektrisch)

€ 10.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 30.000 € 40.000 € 40.000

2025 2025 2025 2025 2026 2027 2027

D8

Scholtenhagenweg pompput (bouwkundig)

€ 30.000

2027

D9 D10

Westsingel pompput (mechanisch/elektrisch) Violier pompput (mechanisch/elektrisch)

€ 20.000 € 20.000

2028 2028

D11 D12 D13

Broekheurneweg pompput (mechanisch/elektrisch) Porikweg pompput (mechanisch/elektrisch) Blankenburg pompput (mechanisch/elektrisch)

€ 20.000 € 20.000 € 20.000

2028 2028 2029

D14 D15 D16 D17

Zeedijk pompput (mechanisch/elektrisch) Hengelosestraat (rechts) pompput (bouwkundig) 725 pompputten(mechanisch/elektrisch) – eerste gedeelte 725 pompputten(mechanisch/elektrisch) – tweede gedeelte

€ 20.000 € 136.500 € 1.000.000 € 1.900.000

2029 2029 2031 2032

Bovenstaande projecten zijn ingedeeld in vier groepen: • A – betreft projecten die vallen onder het krediet “Extreme buien”. • B – betreft projecten waarvoor reeds kredieten zijn gevoteerd. • C – betreft projecten die noodzakelijk zijn vanuit technisch opzicht. Ten tijde van het opstellen van dit WRP moeten voor deze projecten nog kredieten worden aangevraagd bij de gemeenteraad. • D – betreft rioolgemalen en pompputten. Deze zijn noodzakelijk vanuit technisch opzicht. Er moet in de looptijd van dit WRP nog krediet worden aangevraagd bij de gemeenteraad.

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Terug naar 4.3 Programmering

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

5 Rioolheffing

70

Bijlage

Artikel 228a Gemeentewet: 1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwater-stand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven. 3. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het BTWcompensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds. Terug naar tariefsysteem van de rioolheffing Terug naar 5.1 Rioolheffing

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

5 Rioolheffing

71

Bijlage

Begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) Onderwerp

1. Afschrijvingslasten uitbreidingsinveste

Dit betreft investeringen die leiden tot een toename van het aantal aangesloten percelen. BBV: Investeringen met economisch nut, dus activeren en afschrijven. Eerste aanleg wordt veelal bekostigd uit grondprijs (via grondexploitatie).

2. Afschrijvingslasten vervangingsinvesteringen (ook sparen of ideaalcomplex is mogelijk)

Voor vervangingsinvesteringen zijn er 3 mogelijkheden. a. Hoofdregel BBV is: activeren en afschrijven, zoals bij uitbreidingsinvesteringen. b. Sparen via voorziening. c. Ideaalcomplex: Bedrag voor vervanging in rioolheffing is gelijk aan (jaarlijkse) omvang vervangingsinvestering. Bij vervangingspieken kan het tarief meestijgen of kan een combinatie worden gemaakt optie a, b en c.

3. Rentelasten investeringen

Veel gemeenten werken met renteomslag percentage: rente x activa riolering. Gemeenteraad kan besluiten tot rentetoerekening over reserves en voorzieningen. BBV – Rente: Rentetoerekening aan taakvelden is verplicht (Notitie Rente BBV).

4. Groot onderhoud of toevoeging voorziening onderhoud

Het onderscheid van groot onderhoud ten opzichte van vervanging is dat vervanging levensduur-verlengend is.

5. Klein onderhoud, toerekeningen, administratieve lasten etc. De kosten van de overhead mogen wel mee worden genomen in de kostprijsberekening voor het tarief. Het belang van een toelichting op de kostendekkendheid in de paragraaf lokale heffingen is toegenomen. Veel rechtszaken gaan over toerekeningen, dat vraagt om een goede onderbouwing (vooraf) van alle toerekeningen aan de rioolheffing. Een actuele kostendekkingsberekening die aansluit bij het GRP en bij de verordening. 6. BTW

Gemeente mag bij berekening hoogte rioolkosten ook geraamde btw meenemen. • Btw-Component in heffing naar concern of komt in een reserve riolering.

7. Overschot op rekeningbasis

Een overschot op rekeningbasis kan in principe vrijvallen in algemene middelen. Maar er is veel voor te zeggen: “Geld opgehaald bij de burger voor het riool blijft in het riool”. De gemeenteraad bepaalt wat er gebeurt via de financiële verordening.

8. Voorziening riolering

Reserves zijn gereserveerde bedragen waar geen verplichtingen tegenover staan. Voorzieningen zijn gereserveerde bedragen waar wel verplichtingen tegenover staan. Er zijn 3 typen voorzieningen voor riolering: 1. Groot onderhoud. 2. Vervangingsinvesteringen. 3. Niet uitgevoerd werk (besparing kapitaallasten). In de ideale situatie zijn bovengenoemde voorziening en een (bestemmings)reserve aanwezig

9. Egaliseren lasten en tarieven

Schommelingen in het tarief kunnen worden voorkomen door gebruik te maken van de voorzieningen.

Terug naar 5.1 Rioolheffing

Leeswijzer

Inhoud

Context

Beleid gemeentelijke watertaken

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

5 Rioolheffing

Bijlage

5.2 Verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties:

Ten eerste is het mogelijk investeringen langjarig af te schrijven: a) Investeringen in de riolering voor verbeteringsmaatregelen en rioolvervanging moeten volgens de regels van de BBV worden geactiveerd en langjarig afgeschreven. Afschrijven is op methodische wijze, afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur, ten laste van de exploitatie brengen van kapitaalgoederen. b) Dit is vergelijkbaar met het aangaan van een lening bij een bank of de eigen organisatie. Het leidt tot spreiding van de lasten over de toekomstige jaren. c) De afschrijving per jaar kan gaan met de annuïteitenmethode of met lineaire afschrijving. d) Een kenmerk van lenen is dat rente wordt betaald. Bij 5% rente en lineaire afschrijving over 40 jaar wordt bijvoorbeeld in totaal ongeveer evenveel betaald aan rente als aan afschrijving. e) Afschrijven heeft als voordeel dat het geld niet vooraf in een spaarvoorziening beschikbaar hoeft te zijn. f) De kerngedachte van activeren is dat de lasten worden gedragen door de generatie die profijt heeft van de gerealiseerde werken. Elk rioolwerk wordt daarbij gezien als een investering met economisch nut omdat het bijdraagt aan het genereren van middelen met de rioolheffing. g) Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn kijk je naar de verwachte economische levensduur ofwel de toekomstige gebruiksduur.

De afschrijvingstermijn is dikwijls korter dan de verwachte technische levensduur. Soms verouderd een riool sneller of wordt een riool voortijdig vervangen vanwege hydraulische capaciteit of aanpak van de openbare ruimte. h) Meerjarig afschrijven voor een werk legt een soort hypotheek op de volgende generatie. Het is een maatschappelijke afweging of je het systeem met schulden wilt overdragen aan de volgende generatie.

Leeswijzer

Inhoud

Context

72

Beleid gemeentelijke watertaken

i) Afschrijven veronderstelt dat de maatschappij over tientallen jaren nog in staat is de lasten op te brengen. Ten tweede is het mogelijk te sparen. a) Sparen kan door vorming van een voorziening, dat is een beschermde spaarpot ten behoeve van een specifiek omschreven doel. Een kanttekening bij de keuze voor een voorziening is dat je vooraf moet aangeven waarvoor de voorziening bedoeld is. De geraamde uitgaven in het WRP lijken een voldoende goede basis voor het opbouwen van een voorziening. b) Aan het saldo in de voorziening mag rente worden toegekend, mits bij de berekening van benodigde middelen is gerekend met de contante waarde methode, dus met rente en inflatie gedurende de periode dat voor een werk wordt gespaard. c) De kerngedachte van sparen is dat je zorgt eerst het geld te hebben en het dan pas uit te geven. d) Sparen heeft als nadeel dat nu al betaald moet worden voor een vervangingspiek die pas later gaat optreden en bovendien onzeker is. e) Je laat de huidige generatie betalen voor het profijt van de volgende generatie. Ten derde is het mogelijk te werken met het ideaalcomplex of versneld afboeken. a) Bij het ideaalcomplex wordt gestreefd naar balans tussen de inkomsten en de uitgaven in elk jaar, waarbij investeringen direct worden afgeboekt. b) Begrotingstechnisch is een voorziening vereist als tussenstap van de investering naar de exploitatie.

Deze voorziening wordt tevens gebruikt om de kleine schommelingen tussen de jaren uit te dempen. c) Het streven is om enerzijds geen rente te betalen en anderzijds niet teveel te sparen.

Beheer

Programmering

Rioolheffing

Bijlage

5 Rioolheffing

73

Bijlage

d) Deze vorm is goed bruikbaar voor activiteiten met een repeterend karakter, zoals veelal het geval is bij het vervangen of renoveren van riolen, gemalen en dergelijke. Het verschilt per gemeente hoe vlak of grillig de investeringslijn in de tijd verloopt. e) De kerngedachte bij het ideaalcomplex is dat elke generatie het systeem netjes in stand houdt door op te draaien voor het vervangen van versleten onderdelen. Je bekijkt daarbij het gehele rioolstelsel als een samenhangend systeem en niet elk riool als een afzonderlijk werk. f) Versneld afboeken geeft dezelfde kenmerken als het ideaalcomplex, maar is flexibeler, met name als de investeringen enigszins wisselen in de loop der jaren.

5.2 Jaarlijkse dotaties aan de rioolvoorziening

Toevoeging

4.906

936

2025

946

1.171

2026

1.947

1.312

2027

3.058

1.469

2028

4.061

1.645

2029

2.464

1.843

2030

497

2.064

2031

111

2.311

2032

452

2.589

Terug naar 5.2 Rioolheffing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14580166/1