2024 09 12 Gemeente Haaksbergen-WRP-concept ontwerp-V3
Tekst van het document
6,000
's 5,000 o r u e 4,000 n e n e o lji 3,000 m n i 2,000 d n at S 1,000 0,000
Terug naar 5.2 Rioolheffing
Inhoud
Stand per 01-01
2024
Onderstaande tabel toont de jaarlijkse dotaties of toevoegingen (bedragen in eenheden van 1000 euro) vanuit de begroting aan de rioolvoorziening waarmee is gerekend in dit WRP.
Terug naar 5.2 Rioolheffing
Leeswijzer
Jaar
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
2024
Beheer
2025
2026
2027
Programmering
2028
2029
Rioolheffing
2030
2031
Bijlage
2032
5 Rioolheffing
74
Bijlage
5.2 Achtergrondinformatie bij het tariefsysteem van de rioolheffing. De rioolheffing kan gericht zijn op de eigenaar of de gebruiker van een perceel. Beide worden veel toegepast in Nederland. Sommige heffingsmaatstaven passen beter bij eigenaar, andere juist bij gebruiker.
De wet geeft de mogelijkheid voor een gesplitste heffing, dat is een aparte heffing voor alleen het afvalwater en daarnaast een heffing voor hemel- en grondwater. De gedachte is dat de heffing dan klaar is voor een waterketenbedrijf dat zich alleen richt op afvalwater. In de praktijk is het lastig omdat oude rioolstelsels veelal van het gemengde stelseltype zijn. Daarnaast moeten bij een gesplitste heffing ook de kapitaalslasten van oude investeringen alsnog worden opgesplitst. Het idee van een waterketenbedrijf is niet meer zo actueel.
•
•
•
De rioolheffing mag niet worden gebaseerd op inkomen, winst of vermogen. Wel op het profijtbeginsel of het kostenveroorzakingsbeginsel. Verder mag de heffing worden gebruikt ter ondersteuning van beleidsdoelen, mits er geen sprake is van willekeur of onredelijkheid. Redelijke heffingsmaatstaven zijn: een vast bedrag per perceel, bedrag naar waterverbruik, bedrag naar huishoudgrootte, bedrag naar perceelgrootte, bedrag naar verhard oppervlak, bedrag naar WOZ-waarde van het eigendom: • Een vast bedrag per perceel is de eenvoudigste heffingsmaatstaf. Het past zowel bij heffing van eigenaren als gebruikers. • Een bedrag naar waterverbruik sluit aan bij het profijtbeginsel, want wie veel gebruikt betaalt extra. Het komt ook sympathiek
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
•
en eerlijk over. Het sluit echter niet aan bij de kostenveroorzaking omdat de kosten voor de riolering nauwelijks worden beïnvloed door de mate van afvalwater. Perceptiekosten zijn hoger doordat informatie van het drinkwaterbedrijf benodigd is. Het past alleen bij een gebruikersheffing. Een bedrag naar huishoudgrootte lijkt impliciet op waterverbruik. Daarnaast doet het recht aan het profijtbeginsel omdat iedereen persoonlijk belang heeft bij de bescherming van de volksgezondheid. Perceptiekosten zijn laag doordat het bevolkingsregister goed op orde is en bij de gemeente. Het past alleen bij een gebruikersheffing. Een bedrag naar perceelgrootte sluit aan bij kostenveroorzaking. Grote percelen leiden tot extra riolering en dus tot extra kosten. Het is eenvoudig en leidt tot weinig perceptiekosten. Het past bij een eigenarenheffing. Een bedrag naar verhard oppervlak. Dit sluit aan bij het kostenveroorzakingsbeginsel. De kosten van de dimensionering van de riolering worden grotendeels bepaald door de hoeveelheid hemelwater en dus door het aangesloten verhard oppervlak. Perceptiekosten hoger doordat extra gegevens benodigd zijn, bijvoorbeeld op basis van luchtfoto’s. Het past vooral bij een eigenarenheffing. Een bedrag naar de WOZ-waarde. Dit sluit aan indirect bij zowel profijt- als kostenveroorzakings¬beginsel.
De eerste gedachte is dat een kostbaar perceel meer waardevermeerdering heeft door de aansluiting op de riolering. De tweede gedachte is dat hogere kosten vooral worden veroorzaakt door uitgestrekt wonen vanwege extra meters riolering in de weg en door groot wonen vanwege meer verhard oppervlak. Indirect horen uitgestrekt en groot wonen meestal bij een hoge WOZ-waarde. Het past vooral bij eigenarenheffing, maar komt ook voor bij gebruikersheffing.
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
5 Rioolheffing
75
Bijlage
Perceptiekosten zijn laag. • Combinaties van genoemde heffingsmaatstaven zijn ook toegestaan, zoals deels van eigenaren en deels van gebruikers, maar het wordt al gauw ingewikkeld en leidt dan tot hogere perceptiekosten. • Bij alle heffingsmaatstaven anders dan een vast bedrag is het verstandig een minimum en een maximum te definiëren om disproportionaliteit te voorkomen. Kwijtscheldingsbeleid richt zich op degenen die niet in staat zijn hun rioolheffing te betalen. Dit kan worden bekostigd vanuit een sociale geldstroom bij de gemeente of vanuit de rioolheffing. Het laatste impliceert dat de anderen dan meer moeten betalen. Boekhoudkundig kan het worden genoteerd als kostenpost of als vermindering van de inkomsten. Kwijtschelding komt meer voor bij gebruikers dan bij eigenaren. Vrijstelling van de heffing wordt soms verleend voor garageboxen, ventwagens en religieuze instellingen vanuit praktische of levensbeschouwelijke overwegingen. Terug naar 5.3 Rioolheffing
5.3 Kenmerken van de verordening rioolheffing 2024 gemeente Haaksbergen
• Het betreft een gecombineerde rioolheffing voor zowel afvalwater alsook hemelwater en grondwater. • De heffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel. • Het gaat niet alleen om onroerende maar ook om roerende zaken. • De heffing is zowel van toepassing op directe als indirecte afvoer. • De heffingsmaatstaf is in principe de geloosde hoeveelheid afvalwater en deze wordt als volgt nader gespecificeerd: • Woningen: • Normaal vast tarief € 379,32. • Bij minder dan 60m3 waterverbruik is het tarief € 325,44. • Niet-woningen: • De afgevoerde hoeveelheid water wordt gelijkgesteld aan de aangevoerde hoeveelheid water, plus eventuele opgepompte hoeveelheid water, minus eventueel niet afgevoerde hoeveelheid water (bijvoorbeeld dat in een product wordt verwerkt). • Er wordt gebruik gemaakt van de drinkwatergegevens van Vitens. • Hemelwater wordt buiten beschouwing gelaten. • Bij afvoer tussen 1m3 en 500m3 bedraagt het tarief € 379,32. • Voor elke 500m3 extra of gedeelte daarvan geldt € 215,04 extra. • Er geldt vrijstelling voor gemeentelijke gebouwen, voor religieuze instellingen en voor losse garageboxen en dergelijke. Terug naar 5.3 Rioolheffing
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
5 Rioolheffing
76
Bijlage
5.4 Uitgangspunten bij de berekening van de benodigde rioolheffing
Het berekenen van de benodigde rioolheffing komt neer op het vinden van balans tussen inkomsten en uitgaven, waarbij een dempende rol wordt gespeeld door de methode van vermogensbeheer. De berekening geschiedt met behulp van een speciaal daartoe opgestelde spreadsheet. Onderstaande uitgangspunten zijn gehanteerd: • Rioolheffing 100% kostendekkend. • Boekwaarde oude investeringen per 1-1-2025 M€ 7,1. • Stand van voorziening(en) en/of reserve totaal per 1-1-2025 M€0,9. • Kosten voor beheer conform §4.1. • Uitgaven voor vernieuwingsprojecten conform §4.3. • Kwijtscheldingen komen niet ten laste van de rioolheffing. • De inflatie wordt gesteld op 2%, omdat de Europese Centrale bank hiernaar streeft, waarbij wordt aangetekend dat de hoogte van de rioolheffing hier ieder jaar op dient te worden aangepast, uitgaande van de werkelijk opgetreden inflatie. • Investeringen worden zo mogelijk direct afgeboekt vanuit de voorziening riolering. Als investeringen in de riolering toch moeten worden geactiveerd, dan op basis van lineaire afschrijving over 60 jaar tegen een rekenrente van 3%. In de jaren daarna wordt er alsnog naar gestreefd de boekwaarde zo spoedig mogelijk terug te dringen door versnelde afboeking. • Overschotten en tekorten op de exploitatie worden jaarlijks verrekend met de reserve.
• Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing conform §5.3 met 10939 gewogen eenheden. • De berekening vindt niet alleen plaats voor de planperiode maar ook met een indicatief doorkijkje naar een periode van 70 jaar. Terug naar 5.4 Rioolheffing
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage