2024 09 12 Gemeente Haaksbergen-WRP-concept ontwerp-V3
Tekst van het document
29
van de riolering. Rond het jaar 2022 trad sterke inflatie op, welke zijn weerslag vond in de rioolheffing in de jaren daarna.
Terug naar 1.3 Context
€ 354,00 € 354,00 € 354,00 € 354,00 € 339,12 € 334,08 € 348,29 € 379,32
In het GRP 2017-2020 werd ingezet op een tarief van €354 voor de meest voorkomende lozingssituatie, nog jaarlijks te verhogen met de werkelijk opgetreden inflatie. Die inflatie was in de eerste jaren steeds beperkt. Verder daalde de rente voor lenen op de kapitaalmarkt en daarmee de rekenrente voor de kapitaalslasten van oude investeringen. Dit gaf reden om de heffing niet te corrigeren met inflatie conform het GRP. Enkele jaren is zelfs een kleine daling gekozen om te voorkomen dat de mate van kostendekking hoger zou uitvallen dan 100%. Hieraan lag ten grondslag dat enkele projecten vertraging hebben opgelopen in de uitvoering en er dus minder kosten drukken op het huishoudboekje
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
1 Context
30
Bijlage
Weergave van de interviews in de aanloop naar het WRP.
1.3 Gemeente Haaksbergen – anoniem overzicht van de uitkomsten van de interviews – medio 2022 – t.b.v. voorbereiding nieuw WRP 1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen?
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders?
De riolering in Haaksbergen werkt goed voor de inzameling van afvalwater.
Ja, met name de bladzijde met concreet Bij ruimtelijke procedures wordt de watertoets beleid met eisen bij nieuwbouw werkt in de doorlopen en dat gaat meestal goed. praktijk goed. Projectontwikkelaars accepteren zo’n bladzijde en houden er rekening mee, mits je daarop blijft toezien.
Bij zware buien zie je op sommige plekken water op straat staan.
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap?
Bij Groenrijk ontstond gedoe doordat het waterschap te weinig was betrokken.
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente?
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP?
In het atelier ruimtelijke ordening wordt elke ruimtelijke ontwikkeling besproken en afgestemd.
Graag aandacht voor communicatie richting inwoners over het afkoppelen van hemelwater in hun directe leefomgeving. Wat kun je zelf bijdragen aan beter waterbeheer?
Vanuit R.O. weet men de collega’s van riolering en water goed te vinden.
In het nieuwe WRP graag weer een bladzijde met concrete eisen bij nieuwbouw die je kunt meegeven aan een projectontwikkelaar.
‘t Kempke is een voorbeeld van een integraal plan met sloop, nieuwbouw, riolering, etc. Zwarteland is een toekomstige opgave waar dergelijke afstemming gewenst is. Het rioleringsbeheer in gemeente Haaksbergen is overwegend goed op orde.
Een GRP of RWP is nuttig als basis voor beleid, De samenwerking met het waterschap verloopt Het lukt in deze organisatie om projecten programmering en tarief. steeds beter, men weet elkaar te vinden. integraal te benaderen en buiten werk met werk te maken.
Doe een evaluatie van het vorige plan, zodat je de doorgaande lijn in beeld brengt.
De tarieven van de rioolheffing zijn al jarenlang stabiel en dat is goed.
Het Twents Waternet is een goede plek om beleid af te stemmen en nieuwe ontwikkelingen van elkaar te horen.
Zorg voor toelichting bij het wettelijke kader, inclusief actuele ontwikkelingen zoals de Omgevingswet.
Het hele buitengebied is netjes aangesloten op drukriolering, dus geen gedoe met IBA’s.
Geef aan hoe de staat van het stelsel is, zodat je verder kunt met het risico-gestuurde beheer.
Afgelopen jaren enkele sinkholes geweest, zoals in de Wiedenbroeksingel en de Kortenaerstraat.
Probeer projecten integraal voor te bereiden en zorg dat je in de buitenruimte werk met werk maakt.
De financiële positie van de gemeente is verbeterd na een slechte periode, maar nu ligt inflatie op de loer.
Wadi’s zijn een mooie matregel en kunnen meerdere doelen dienen zoals waterberging, speelterrein e.d. Zorg in de programmering voor balans tussen de ambities enerzijds en de handjes voor voorbereiding en uitvoering anderzijds. Zorg dat de achterstanden in openstaande kredieten worden weggewerkt. Bijvoorbeeld door minstens een jaar af te zien van nieuwe investeringsprojecten. Of door bij te schakelen in uitvoeringscapaciteit.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
1 Context
31
Bijlage
Weergave van de interviews in de aanloop naar het WRP. 1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen?
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders?
Het vorige GRP was buiten zijn looptijd geraakt, dan ben je in feite formeel stuurloos.
Nee, tussentijds betrokken geraakt bij dit vakgebied.
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap?
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente?
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? Zorg dat het nieuwe WRP relevant blijft door tussentijdse actualisatie, vooral van investeringsprojecten.
Investeringsprojecten duren langer dan gepland met langdurig openstaande kredieten tot gevolg.
Zorg voor een eenvoudige weergave van de mate van kostendekkendheid. Dit is relevant bij bewaarschriften tegen de hoogte van de rioolheffing. Zorg dat de achterstanden in openstaande kredieten worden weggewerkt. Bijvoorbeeld door minstens een jaar af te zien van nieuwe investeringsprojecten. Of door bij te schakelen in uitvoeringscapaciteit. Waterschappen zijn vaak moeilijk benaderbare instanties
Collega’s weten elkaar te vinden en hebben de goede houding met bereidheid tot samenwerken.
Stimuleer het gebruik van hemelwater voor toiletspoeling en wasmachine. Maak duidelijk beleid. Als de woningen eenmaal gebouwd zijn is alternatief gebruik moeilijk(er) en kostbaar(der). Te vaak komen we tot de conclusie dat we ontwikkelingen niet kunnen toetsen.
Projectmatig werken kan beter: rollen goed definiëren en verwachtingen managen.
Stimuleer de particulier tot infiltratie van hemelwater op eigen perceel, inclusief een oplossing voor het doorbreken van een eventuele oerlaag. Denk na over positieve prikkels maar ook voorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals punten voor circulariteit bij woningbouw, zoals bij de Tuinen van Zandweert in Deventer. Welke prikkels gaan helpen om particulieren en bedrijven te stimuleren tot duurzame keuzes? Sluit aan bij sterinduurzaamheid.nl voor communicatie en inspiratie over dit thema Leg het concept WRP breed weg in de organisatie om tips op te halen en om de boodschap te verspreiden. Heleen Lansink heeft op het gebied van landbouw oog voor droogte en duurzaamheid; kunnen we daar iets mee om dit thema breder te trekken?
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
1 Context
32
Bijlage
Weergave van de interviews in de aanloop naar het WRP. 1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen?
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders?
Er komen weinig meldingen/klachten binnen over de riolering, dus het lijkt behoorlijk te functioneren in de praktijk.
Ja, globaal bekend met het GRP, niet in detail.
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap?
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente?
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP?
De afstemming is voor verbetering vatbaar, met Het afstemmen tussen vakdisciplines binnen de name onderwerpen als wegen, groen, water en gemeentelijke organisatie benoemen als punt riolering vroeger betrekken bij elke ruimtelijke van aandacht. ontwikkeling. De sfeer in de organisatie is goed. De houding is Maak een beknopte publieksversie van het WRP om goed samen te werken. (1 of 2 sheets) zodat het onderwerp riolering en water breder onder de aandacht komt. Iedereen kijkt met een klein venster naar de werkelijkheid. Er is behoefte om het grote plaatje te zien.
De riolering functioneert goed, het doet wat het moet doen.
Nee, maar weet wel de weg te vinden naar de Bij de waterschappen lijkt het alsof de Afstemming tussen riool en bomen gaat goed. man van het plan. Dus geen probleem. beleidsmensen een andere taal spreken dan de uitvoerders. Bij het beleid is er ruimte voor biodiversiteit, maar een uitvoerder wil bomen rooien, enkel omdat ze formeel verkeerd staan, dus streng op handhaving van de regels in plaats van te kijken naar de doelen.
Uitdaging: Hoe kun je bestaande groenvakken door verlaging een functie geven voor berging bij extreme buien en eventueel ook voor infiltratie in droge perioden. Let op plantkeuze, strooizout en afstemming met wegen.
Bij de vijvers van de Hassinkbrink en de Trompstraat leidt teveel riet tot ratten en andere problemen. Het waterschap zou het riet iets meer moeten beperken.
Afstemming tussen water en groen gaat goed.
Wadi’s vragen veel ruimte in nieuwe plannen. Dat is op zichzelf geen probleem, maar wel als daardoor geen ruimte overblijft voor ander groen dan gras. Uitdaging: wadi’s combineren met waardevol groen.
Afstemming met waterschap Vechtstromen verloopt goed, men weet elkaar te vinden, ook bij calamiteiten.
Bij projecten wordt getracht werk met werk te maken.
Zorg voor betere structuur in de samenwerking met Twente Milieu, onder andere meer toezicht en betere communicatie.
Bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen kan de afstemming beter; de werkdruk bij riolering en wegen lijkt te hoog om alle ballen in de lucht te houden.
Let op de onderhoudstoestand van de steeds ouder wordende riolering.
De laatste jaren zie je meer verzakkingen en Nee sink- holes, dus wellicht achterstand in renovatie van de riolering? Bij Twente Milieu liep lang niet alles goed, maar inmiddels is verbetering ingezet.
Revisie loopt achter.
Probeer bij de voorbereiding van projecten werk met werk te maken. Zorg dat alle data van het rioleringsbeheer upto-date blijven.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
1 Context
33
Bijlage
Weergave van de interviews in de aanloop naar het WRP. 1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen?
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders?
De riolering in gemeente Haaksbergen functio- Ja, bekend met het GRP. neert overwegend goed en wordt goed beheerd. Gegevensbeheer kan beter, want onvoldoende volledig, actueel en toegankelijk.
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap?
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente?
Het betreft met name waterschap Vechtstromen. Riolering en wegen stemmen onderling goed Goede afstemming bij ruimtelijke projecten. af bij nieuwe projecten.
De bergingseis bij nieuwbouw is een nuttig onderdeel van het beleid.
Meldingen over problemen met de riolering blijven soms hangen in de organisatie.
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? Gegevensbeheer verbeteren zodat het volledig, actueel en toegankelijk is en blijft.
Afstemming met wegonderhoud kan beter.
Bij projecten vooraf de eisen communiceren en achteraf de revisie overdragen; er goed bovenop zitten.
Afstemming met groen kan beter; bijv. snippergroen beter niet verkopen als er riolering ligt.
Afstemming tussen riolering en wegen en groen versterken.
Afstemming bij ruimtelijke ontwikkeling moet scherp blijven, anders krijg je bijv. wel een wadi, maar die is veel te klein.
Meldingen over het functioneren van de riolering zorgvuldig afhandelen, zowel inhoudelijk als procesmatig. Bergingseisen bij nieuwbouw en herinrichting duidelijk formuleren, incl. afstemming met de waterschappen. Beleid voor afkoppelen hemelwater bij herinrichting duidelijk formuleren. Programmering van projecten eerste paar jaar concreet opnemen en daarna meer globaal. Creëer begrip bij burgers en bedrijven voor overlast tijdens werkzaamheden door in het WRP uit te leggen waarom maatregelen noodzakelijk zijn.
Het rioolstelsel functioneert overwegend goed.
Ja, het GRP is nuttig als basis voor maatregelen en financiën.
Met waterschap Vechtstromen gaat de afstemming op de werkvloer goed.
Groene percelen worden soms verkocht terwijl H2S problematiek drukriolering beschouwen met o.a. die geschikt zouden zijn voor waterberging. Nutriox, tussengemalen en inprikpunten.
De inprikpunten van de drukriolering zijn kwetsbaar voor stank en aantasting door H2S.
Het regulier ambtelijk en bestuurlijk overleg lijkt een beetje weggezakt sinds corona.
Opnieuw aandacht voor de stank en dode vis bij riooloverstorten.
Riooloverstorten leiden bij zware neerslag tot stank en dode vis in het oppervlaktewater.
Met waterschap Rijn en IJssel is minder samenwerking. De overdracht van gemaal Buurse speelt al jaren zonder merkbare voortgang.
Procedure rondom rioolaansluiting verbeteren: aanvraag, toezicht, revisie en facturatie.
Bij nieuwbouw van woningen dikwijls geen aanvraag voor rioolaansluiting en geen controle en geen factuur.
Bij constatering van kleine gebreken kiest WRIJ direct voor een handhavingsbrief in plaats van onderling contact op de werkvloer.
Verplichte winkelnering bij Twente Milieu aankleden met betere afspraken en meer toezicht.
De ervaringen met de kwaliteit van werken door Twente Milieu zijn wisselend.
Onderhoud watergangen heroverwegen in het licht van Natura-2000. Meetpunten in de meetnetten moderniseren. BRO implementeren bij werken in de ondergrond. Assetmanagement vormgeven met Map-Kit
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
1 Context
34
Bijlage
Weergave van de interviews in de aanloop naar het WRP. 1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen?
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders?
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap?
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente?
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP?
De inzamelen van afvalwater gaat best goed..
Ja, het GRP wordt altijd meegegeven aan projectontwikkelaars, om rekening mee te houden.
De afstemming tussen vakdisciplines verloopt Hou rekening met de Omgevingswet. Zorg dat goed in gemeente Haaksbergen. De organisatie is het nieuwe WRP past tussen de Omgevingsviklein genoeg om elkaar makkelijk te vinden en vlot sie en het Omgevingsplan. te kunnen afstemmen.
Ja, overzicht van het beleid en de daarmee gepaard gaande kosten, inclusief doorkijk voor de rioolheffing.
De samenwerking tussen gemeente Haaksbergen en het GBT verloopt goed. De medewerkers weten elkaar te vinden en stemmen af als dat nodig is.
Er zijn gebieden met te vaak en teveel water op straat bij zware buien. Inwoners hebben hierover wel zorgen. Bijvoorbeeld bij de herinrichting van de Molenstraat wordt nu rekening gehouden met water en hitte. De inning van de rioolheffing verloopt goed.
Zorg dat je niet boven de 100% kostendekking komt, want no-cure-no-pay bureaus loeren hierop en proberen de verordening rioolheffing ter discussie te stellen via bezwaar en beroep bij de belastingrechter. Betrek het GBT erbij als je gaat nadenken over een nieuwe tariefstructuur voor de rioolheffing.
Het lijkt erop dat gemeente Haaksbergen door personeelstekort in de afgelopen jaren “op de winkel heeft gepast” en te weinig is toegekomen aan realisering van de eigen ambities.
De samenwerking tussen waterschap Vechtstromen en gemeente Haaksbergen verloopt goed, zowel ambtelijk als bestuurlijk.
Aandacht voor het optimaliseren van het gehele systeem van riolering, RWZI en watersysteem, inclusief het waterkwaliteitsspoor en opstellen SSW.
Binnen het Twents Waternet weet men elkaar te vinden met een open houding en met de intentie om steeds weer van elkaar te leren.
Benut het concept water-agenda om op bestuurlijk niveau thema’s te benoemen en te vertalen tot projecten.
De afgelopen jaren heeft DPRA en de impulsgeldregeling veel accent gehad en was er minder oog voor het waterkwaliteitsspoor en voor optimalisatie van het gehele systeem van riolering, RWZI en watersysteem.
Hanteer de Global Goals van de VN om doelen voor het WRP te onderbouwen, zoals volksgezondheid en bewoonbaarheid van de leefomgeving. Maak in het WRP concreet wat de burger wel en niet kan verwachten van de gemeente op het gebied van riolering en stedelijk water en geef aan wat de burger zelf kan doen. Maak ambities zo concreet mogelijk Geef in het WRP eisen voor nieuwbouw en splits dit uit in uitbreiding en inbreiding.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
1 Context
35
Bijlage
Weergave van de interviews in de aanloop naar het WRP. 1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen?
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders?
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap?
Afgelopen jaren heeft gemeente Haaksbergen onder financieel toezicht gestaan, wat zichtbaar is geworden in minimale inzet op verbeteringsmaatregelen voor riolering en waterbeheer.
Ja, bekend met het GRP, vooral met de uitgangspunten voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals berging, afkoppelen en vrijverval.
De samenwerking tussen waterschap Vechtstromen en gemeente Haaksbergen verloopt goed, zowel ambtelijk als bestuurlijk, op basis van wederzijds respect en vertrouwen.
Bergingseisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen actualiseren. Dus de 40mm uit het GRP aanpassen tot 55 à 91mm conform de Klimaatnota en het hydrologenhandboek van het waterschap.
In bijvoorbeeld Groenrijk waren er strubbelingen met de projectontwikkelaar en zijn waterschap en gemeente gezamenlijk tot een goede oplossing gekomen.
Ruimte zoeken voor bergingsgebieden rondom bebouwd gebied omdat de klimaatontwikkeling vraagt om meer ruimte voor water als je droge voeten wilt houden.
Sinds 2008 doet het waterschap het beheer van stedelijke waterlopen. Er is behoefte aan meer structurele afstemmingsmomenten tussen waterschap en gemeente.
De plekken met wateroverlast vanuit de stresstest svp vertalen tot concrete maatregelen.
Beperkte personele capaciteit heeft ertoe geleid dat alleen noodzakelijk werk is gedaan.
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente?
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP?
Het regenwaterstructuurplan svp actualiseren en voortzetten. BRP Buurse en BRP St. Isidorushoeve opstellen. De riolering leidt niet tot veel klachten en functioneert behoorlijk in de praktijk.
Aanvragen voor het ‘uitvoeren van werk of werkzaamheden’ worden met het waterschap gedeeld (watervergunning of projectbesluiten opvragen).
Zware buien leiden tot wateroverlast bij de Brink en Blankenburg.
Helaas loopt er nog wel eens wat langs elkaar heen Geef richting projectontwikkelaars vooraf in de organisatie, de afstemming kan beter. duidelijk aan welke regels er gelden op gebied van water. Communicatie intern moet beter en elkaar aanspreken op werkafspraken.
Is de eis van 40mm berging nog voldoende nu het klimaat leidt tot extremere buien? Overweeg om in- en uitritten met kruising van een sloot vergunningplichtig te maken zodat je eisen kunt stellen aan de diameter van de duiker en aan compensatie van het bergingsverlies. Overweeg een prikkel in het tariefsysteem van de rioolheffing die mensen stimuleert om hemelwater op de eigen kavel te infiltreren zodat het rioolstelsel minder wordt belast.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
1 Context
36
Bijlage
Weergave van de interviews in de aanloop naar het WRP. 1 – Wat gaat volgens jou goed of minder goed in het rioleringsbeheer van gemeente Haaksbergen?
2 – Ken je het GRP? Was het voor jou een gids bij problemen, een programmering of nog iets anders?
3 – Hoe gaat het met de samenwerking tussen gemeente en waterschap?
4 – Hoe gaat het met de afstemming op andere vakdisciplines binnen de gemeente?
Het rioleringsbeheer verloopt overwegend goed, Ja, het GRP werkt als gids bij vragen over De samenwerking met waterschap Vechtstromen Riolering en water is beter zichtbaar in de ondanks beperkte budgetten. vermeende grondwateroverlast. Je pelt het verloopt goed. Men weet elkaar te vinden. organisatie dan vroeger, maar aandacht blijft probleem dan af zoals omschreven in de paravereist. graaf over het grondwaterbeleid. Het onderhoud door Twente Milieu gaf eerst Ja, projectontwikkelaars nemen de bladzijde strubbelingen maar loopt nu beter. Vragen over met eisen voor hemelwater serieus. bijvoorbeeld ligging van objecten werden vroeger in de organisatie opgelost, maar liggen nu expliciet op tafel en leggen bloot waar we tekort schieten in het gegevensbeheer.
5 – Welke aandachtspunten of tips geef je ons mee voor het nieuwe WRP? Tariefsysteem van de rioolheffing moderniseren met oog voor kostenveroorzaking en prikkel voor duurzaamheid en klimaatadaptatie.
Het onderhoud van watergangen in bebouwd gebied werd door het waterschap eerst te industrieel uitgevoerd, maar verloopt inmiddels beter met meer oog voor het kleinschalige stedelijke landschap en de vele burgerbelangen.
De afstemming met de financiële afdeling blijft Bergingseisen voor nieuwbouw explicieter aandacht vragen. Het opgelopen bedrag in de formuleren, zodat je minder discussies hebt. voorziening roept vragen op maar klopt netjes met de opgelopen achterstand in de uitvoering van geprogrammeerde projecten.
Er is achterstand opgelopen bij de uitvoering van Ja, de programmering van projecten werkt Het contact met waterschap Rijn en IJssel is geplande projecten door onderbezetting. goed en laat tegelijkertijd zien als je achterop minder intensief, doordat het een kleiner gebied raakt. betreft, maar ook daar weet men elkaar te vinden.
Doorgaan met het afkoppelen van verhard oppervlak van het gemengde rioolstelsel.
Gemeente Haaksbergen liep voorop met klimaatbeleid, maar raakt nu achterop met de risicodialoog.
Aandacht voor verdroging en de mindere waterbeschikbaarheid. De programmering van projecten en de capaciteit van de organisatie met elkaar in balans brengen.
Terug naar 1.3 Context
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
2 Beleid gemeentelijke watertaken Artikel 2.16 Omgevingswet:
1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, 2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. 3. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
2.1 Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom
Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet. Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit is geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah (het Besluit lozing afvalwater huishoudens). Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen. Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt vanaf de kavelgrens (zie Blah). Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Blah). Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering vrijwel altijd verplicht is. Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt binnen de bebouwde kom een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en het oppervlaktewater. Het afzien van een aansluiting op de riolering kan als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning.
Dit is in de huidige manier van wonen vrijwel ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende: De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet leidt hoogstwaarschijnlijk tot grote hoeveelheden afvalwater en dat wil je juist niet.
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
37
2 Beleid gemeentelijke watertaken De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn nuttig in te zetten in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking. De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan kun je beter denken aan een centrale badplaats in de buurt en niet per woning. De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan kun je beter kiezen voor een centrale wasserette. De keuken heeft water uit een kleine voorziening zoals jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin. Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. Opgemerkt moet worden dat recent in Almere Oosterwold slechte ervaringen zijn opgedaan met individuele systemen voor afvalwater in een woongebied.
Gemeente en waterschap zijn teruggekomen op toestemming en eisen alsnog aansluiting op de riolering. In Sneek zijn goede ervaringen opgedaan met een zuivering voor een blok woningen.
Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
2.1 Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom Bedrijven Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. Evenementen Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator, die een oplossing zoekt in overleg met gemeente en waterschap. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine. Woonboten Een woonboot wordt beschouwd als woning. Dit volgt uit het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens, Artikel 1, lid 1b. Aansluiting op de riolering is verplicht bij een vaste ligplaats. Lozing vanuit de woonboot op het oppervlaktewater is verboden.
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
38
2 Beleid gemeentelijke watertaken Boten Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie.. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven. • Gebouwen zonder afvalwater Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering. Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
2.1 Afvalwaterbeleid in het buitengebied
Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en niet-woningen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer:
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief. Is er geen riolering in de buurt, dan is een IBA (individuele zuivering) toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn. Het beleid wordt als volgt uitgewerkt: De gemeente hanteert in het buitengebied een gebiedsgerichte benadering. Dit komt erop neer dat per gebied wordt bekeken of riolering zinvol is of niet. Dit hangt af van de aantallen lozers, de lozingshoeveelheden en de kwetsbaarheid van het gebied voor de toepassing van individuele zuiveringen. De begrenzing van de gebieden en de keuze om al of niet riolering aan te bieden wordt in de planperiode gemaakt door de gemeente in overleg met het waterschap. Sinds de invoering van de Omgevingswet is de regel vervallen dat de provincie ontheffing moet verlenen voor de zorgplicht. De gemeente is aan zet.
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
39
2 Beleid gemeentelijke watertaken In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater. Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is alleen toegestaan als de riolering verder weg an de perceelsgrens ligt dan: 40 m bij lozingen tot en met 10 i.e. 100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e. 600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e. 1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e. 3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e. Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. In gebieden zonder riolering is een individuele voorziening voor de zuivering van afvalwater (IBA) vereist. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid afvalwater worden hieraan eisen gesteld. Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status “zonder riolering” naar “met riolering”. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven.
Voortschrijdend inzicht kan ertoe leiden om af te wijken, bijvoorbeeld om ruimte te geven aan nieuwe lokale methoden voor de omgang met afvalwater.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
De uitwerking per gebied en perceel wordt opgenomen in het Omgevingsplan. Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of lucht-pers Het lozen van hemelwater en/of grondwater en/of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken. Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
2.1 Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering: Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 wordt overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater.
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
40
2 Beleid gemeentelijke watertaken Afvalwater moet op de perceelsgrens met een huisaansluiting op 70 cm beneden maaiveld aan de gemeente aangeboden worden. De gemeente brengt kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Dit kan via de grondexploitatie of via een individuele overeenkomst of via een verordening eenmalig aansluitrecht. Gemeente Haaksbergen werkt met een individuele overeenkomst. Er wordt een forfaitair bedrag gehanteerd. In 2024 bedraagt het tarief €1.500 voor een woning en €2.000 voor een bedrijf. Voor de aanvrager zijn er daarnaast de kosten voor de aansluitleiding op het eigen terrein. Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.
Bijlage
2.1 Beleid voor afvalwater bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken:
In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap. Let op: dit tekstkader gaat over het beleid voor afvalwater bij nieuwbouw. Daarnaast moet bij uitbreidingsplannen worden stilgestaan bij keuzes voor hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
41
2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.1 Voor lozingen op de riolering geldt het volgende beleid:
Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit: Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater; Het gescheiden houden van verschillende soorten water. Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op het perceel; Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging vanaf het perceel; Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering; Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olie- en vetafscheider verplicht. Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool. Geen hemelwater in het afvalwaterriool. Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater. Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. Beter is om zo’n oppervlak hydrologisch te isoleren met een dak.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag. Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
42
2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.1 Beleid tegen foutaansluitingen:
Er zijn 3 soorten foutaansluitingen die verschillende problemen veroorzaken: Er is in de bebouwde kom afvalwater aangesloten op het hemelwaterstelsel. Er vindt er een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt. Er is in de bebouwde kom hemelwater aangesloten op het afvalwaterstelsel. De riolering kan dan overbelast raken bij neerslag. Het afvalwater treedt uit bij een gebouw of bij een noodoverstort. Ook kunnen volgende stelsels en de RWZI overbelast raken. Er is in het buitengebied hemelwater aangesloten op de drukriolering. Het systeem raakt hiervan overbelast en er treden storingen op, soms op de locatie met de foutaansluiting, maar soms ook pas verderop. Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder bijvoorbeeld grijs water bij de lozingspunten van het hemelwaterstelsel. Bijvoorbeeld een drukrioolunit of een gemaal voor afvalwater dat duidelijk meer draait als er neerslag valt. Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen. Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal blijkt dat de mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel. Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk. Herstel van foutieve aansluitingen. Dit hoort in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen. Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering. Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Juridische aanpak kan: via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4. via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is. Terug naar 2.1 Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
43
2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.2 Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid Schoonhouden Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals ongecoate metalen. Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen. Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. • Benutten Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling. Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten. Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken. In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/ of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
• Vertragen Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. Maar anderzijds is inzet op vertraging niet nodig als het benedenstroomse systeem ruim is gedimensioneerd. Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water. • Infiltreren Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel of leem) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend. Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten.
Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen.
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
44
2 Beleid gemeentelijke watertaken • Direct lozen Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, voor zover het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is. Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water. Bij de term water moet in dit verband ook gedacht worden aan droogstaande slotenstructuren. • Inzamelen De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen. Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd. HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters. HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage.. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
2.2 Hemelwaterbeleid voor nieuwbouw en renovatie concreet uitgewerkt
Het beleid is erop gericht om de trits “Vasthouden – Bergen – Afvoeren” en de trits “Schoonhouden – Scheiden – Zuiveren” concreet vorm te geen in elke nieuwbouw of renovatie. 1 Hemelwater is in principe schoon en wordt zo min mogelijk verontreinigd. Ongecoate uitlogende materialen bij voorkeur niet toepassen. 2 Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Infiltratie kan het beste plaatsvinden via een graspassage. De doorworteling en het bodemleven houden de infiltratiecapaciteit op peil en zorgen voor afbraak en binding van diverse verontreinigingen. 3 Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Benodigde voorzieningen blijven dan klein en het risico op verontreiniging beperkt. 4 Bovengrondse afvoer van hemelwater is, voor zover mogelijk, verplicht. Zichtbaarheid van het hemelwatersysteem biedt de beste garantie tegen foutieve aansluiting van afvalwater hierop. Daarnaast draagt zichtbaarheid bij aan bewustwording inzake waterbeheer. 5 Rechtstreekse lozing van niet vervuilde oppervlakken op oppervlaktewater is vaak een goede oplossing voor straten en percelen die grenzen aan het water. 6 Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. Let hierop in het stedenbouwkundige plan en de civiele planuitwerking.
Het gaat met name om de
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
45
2 Beleid gemeentelijke watertaken 7
8
a
b
c
9
detaillering vanaf regenpijp via perceelgoot en straatgoot richting infiltratievoorziening, met de notie dat water van hoog naar laag stroomt. Wadi’s verdienen de voorkeur als een centrale infiltratievoorziening nodig is. Een wadi is een doordachte groene voorziening en geeft retentie, zuivering, infiltratie en gedoseerde afvoer. Een goed ontworpen wadi biedt bovendien ruimtelijke kwaliteit, natuurontwikkeling en recreatief medegebruik. Dimensionering van infiltratievoorzieningen op basis van onderstaande richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus alle verharding: Berging 60 mm bestaande uit infiltratie en/of wadi en/of retentievijver met noodoverloop naar oppervlaktewater. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Daarvoor moet de inundatienorm T = 100 + 10% worden aangehouden. Hierbij is overleg met het waterschap vereist. Bodemverbetering toepassen voor zover nodig, zodanig dat de voorziening na één tot enkele etmalen weer geheel beschikbaar is. Gedetailleerde eisen voor dit aspect zijn niet relevant omdat de bodem sterk gevarieerd is van opbouw en slechts ruw kenbaar middels metingen. In overeenstemming met de gemeente kan de vereiste voorziening à € 1.000,--per m3 berging worden afgekocht, waarbij de gemeente het t.z.t. inpast in een grotere voorziening.
Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
a Uitgangspunt is voor elke kern een totale berging van de voorzieningen tezamen van 60 mm en een gedoseerde afvoer van 2,4 l/s/ha. b De retentie kan worden aangelegd als separate vijver, maar kan ook worden geïntegreerd in het watersysteem in en rond het stedelijk gebied. Hier treedt een raakvlak op met het beleid van het waterschap. Daarbij kan in overleg worden gezocht naar maatwerk, gericht op doelmatige oplossingen met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. 10 Infiltratie kan in sommige omstandigheden leiden tot grondwateroverlast. Op dit punt raakt het beleid voor hemelwater aan het beleid voor grondwater. a In Oost Nederland wordt grondwateroverlast vooral veroorzaakt door ligging in een lokale laagte met toestroom van grondwater vanuit hoger gelegen regio’s. Grondwateroverlast wordt in dergelijke gebieden nauwelijks beïnvloed door infiltratie van hemelwater in stedelijk gebied. b In geval de bodem ondiepe storende lagen kent, ligt de zaak complexer door schijngrondwaterspiegels die overlast kunnen geven bij toepassing van infiltratie. c In buurten met grondwateroverlast verdient bij nieuwbouw de aanleg van drainage aanbeveling. Dit laat zich dikwijls goed combineren met de toepassing van wadi’s. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
46
2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.2 Omstandigheden per buurt zijn bepalend voor de uitwerking van het hemelwaterbeleid
• Grondwaterstanden Kijk naar de grondwaterstanden inclusief het verloop over een jaar. Bekijk vanuit de regionale context of infiltratie wenselijk is of niet. • Bodemgesteldheid Bekijk de opbouw van de bodem, inclusief diepere lagen. Kijk of infiltratie mogelijk is. Kijk naar de chemische samenstelling van de bodem, inclusief verontreinigingen en de verspreiding daarvan. • Watersysteem Bekijk de mogelijkheden voor directe lozing van hemelwater. Is er sprake van een robuust watersysteem met ruimte voor extreme buien? Of is piekafvlakking nodig? • Maaiveldhoogten Kijk waar tijdelijke berging mogelijk is en waar bijvoorbeeld wadi’s kunnen komen. Kijk ook naar de gradiënten zodat je weet of oppervlakkige afstroming realiseerbaar is. • Rioolstelse Kijk of er knelpunten zijn in het bestaande rioolstelsel. Denk aan wateroverlast en vuiluitworp. Beoordeel de kwaliteit van het stelsel en bekijk of grootschalige renovatie aan de orde is. • Funderingstechnieken Kijk naar de toegepaste funderingstechnieken. Fundering op staal is gevoelig voor dalende grondwaterstanden, vooral bij slappe bodem. Fundering op houten palen is kwetsbaar voor dalende grondwaterstanden vanwege paalrot.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
Muren zonder vocht-barrière zijn gevoelig voor hogere grondwaterstanden. • Grondgebruik Check het gebruik van de bovengrond. Kijk of er plekken zijn die kansen bieden voor een betere omgang met hemelwater. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
2.2 Voorbeeld uitgewerkt beleid voor een perceel in het Omgevingsplan: • • • • • • • •
Rozenstraat 15 in de Bloemenbuurt. Aangeboden voorzieningen en het daarbij geldende beleid: Ondergrondse DWA aansluitleiding. Het huishoudelijke afvalwater dient te worden geloosd via deze aansluitleiding. Lozing van hemelwater en/of grondwater via deze aansluitleiding is verboden. Bovengrondse HWA afvoergoot. Op deze goot mag hemelwater en grondwater bovengronds worden geloosd. Lozing van afvalwater via deze voorziening is verboden. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
47
2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.2 Functie en problematiek van riooloverstorten
Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp. In de loop van de 20ste eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat ongezuiverde lozing van afvalwater ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is als gevolg daarvan sterk verbeterd. Daarnaast is de sanering van bedrijfslozingen ook van grote invloed geweest op de verbetering van de waterkwaliteit. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen en ook veel buitengebied via riolering aangesloten op de zuiveringen. Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergingscapaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld.
Om wateroverlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien komt dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert tijdens en na de overstorting in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit. Soms leidt dit tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen. De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat, inclusief afvalwater op straat. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
2.2 Basisinspanning
Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning bij gemengde rioolstelsels. Dit betreft het zogenoemde saneren van riooloverstorten, soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins. In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen. In de gemeente Haaksbergen is de basisinspanning voltooid. Er zijn geen aanwijzingen dat de resterende overstorten een groot probleem vormen. Naast de basisinspanning is er het waterkwaliteitsspoor. Er kunnen ondanks het voldoen aan de basisinspanning problemen zijn met riooloverstorten. Het water uit de overstorten is namelijk in zekere mate verontreinigd. Het oppervlaktewater waarop wordt overgestort is bijvoorbeeld niet altijd geschikt voor recreatief gebruik. Gemeente en waterschap kunnen in overleg besluiten dat extra maatregelen gewenst zijn. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
48
2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.2 Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels
Het overzicht van de overstorten is van belang vanwege het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen, het BLBI. Zie in het BLBI artikel 3.15, de algemene toelichting in §5.6.3 en §7.1.2 en de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.14 en 3.15. Het doel was om de administratieve last van overstortvergunningen terug te dringen. Hieronder ziet u een kaartje met de overstorten vanuit de gemengde rioolstelsels: Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
2.2 Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemengde rioolstelsels
Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen: • Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering die daardoor beter of goedkoper werkt. • Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten. • Verminderde kans op wateroverlast bij extreme buien. • Kans tot gebruik van het hemelwater in tuin en/of woning. • Kans op aanvulling van het grondwater. • Kans tot integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
Bijlage
De keerzijde van de medaille is dat er nadelen zijn: • Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater is kostbaar, met name in bestaande gebieden. • Uitbreiding van het te beheren areaal als wordt gekozen voor gemeentelijke voorzieningen. • Er ontstaat kans op foutieve aansluitingen. • Er bestaat risico op ontluchtingsproblemen. • In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels. De weging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin gebiedsgericht keuzes te maken. De nadelen spelen minder een rol als wordt gekozen voor afkoppelen van hemelwater op particuliere schaal, dus per kavel. Ook hier geldt dat de gemeente vaak het beste overzicht heeft over de voor- en nadelen. Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen. Kijk voor een uitgebreide beschouwing over de voor- en nadelen van afkoppelen in het rapport 2019-22 van STOWA met de titel “Afkoppelen – kansen en risico’s van anders omgaan met hemelwater in de stad”. Terug naar 2.2 Beleid gemeentelijke watertaken
Beheer
Programmering
Rioolheffing
Bijlage
49
2 Beleid gemeentelijke watertaken 2.2 Beleid voor wateroverlast bij extreme buien
Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/ uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is erg kostbaar om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaat¬verandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden. Het is wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Deze ambitie is uitgewerkt in de RAS (Regionale Adaptatie Strategie). In de daarbij behorende klimaatstresstest is uitgegaan van een bui van 70 mm in 1 uur tijd. Deze heeft rond het jaar 2050 naar verwachting een kans op voorkomen van eens per 100 jaar. Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade. De nieuwe opgave wordt: • • •
het water overal vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens te veel wordt, en/of: het water her en der te geleiden naar geschikte laag gelegen plekken. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen.
Leeswijzer
Inhoud
Context
Beleid gemeentelijke watertaken
•
Bijlage
Hemelwaterafvoer wordt steeds meer een bovengrondse aangelegenheid met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte.
Uitwerking van het beleid voor wateroverlast bij extreme buien: De gemeente spreekt van ernstige regenwateroverlast indien één van onderstaande situaties optreedt: • Het water maakt het functioneren van vitale netwerken en objecten onmogelijk. • Het water stroomt via de straat gebouwen binnen. • Water blokkeert de doorgang in verkeersaders, doorgaande wegen en (fiets)tunnels. • Water levert langer dan 4 uur hinder op voor het verkeer, inclusief fietsers of voetgangers. • Hemelwater (anders dan gewone plassen) blijft langer dan 4 uur op straat staan. • Water afkomstig uit het rioleringssysteem blijft langer dan 4 uur in een tuin staan. • Het water op straat stinkt en/of bevat toiletpapier en andere visuele verontreinigingen. • Putdeksels komen omhoog en leveren gevaarlijke situaties. Naast ernstige overlast kan er sprake zijn van hinderlijke wateroverlast. Voorbeelden hiervan zijn water tussen de trottoirbanden en ondergelopen plantsoenen, achterpaden of tuinen gedurende beperkte tijd. Ernstige hemelwateroverlast vraagt om actie van de gemeente, maar bij hinderlijke wateroverlast is geen actie vereist.
Beheer
Programmering
Rioolheffing