2. Was-wordt-lijst Wijziging verordening bedrijveninvesterings-zone ’t Varck- Brammelo
Tekst van het document
Was-wordt-lijst Wijziging Verordening bedrijveninvesterings-zone ’t Varck- Brammelo (Kleine) tekstuele aanpassingen ter bevordering van de leesbaarheid of plaats wijzigingen door toevoeging van artikelen of leden zijn niet opgenomen in deze was-wordt-tabel Artikel Was (Verordening bedrijveninvesterings-zone ’t Varck- Brammelo 2021-2025 Haaksbergen (9.50a)) 3 Artikel 3 Belastingobject Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken. 6
Artikel 6 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. openbare land- en waterwegen, een en ander met inbegrip van kunstwerken; (…) e. belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; (…)
Wordt (Verordening bedrijveninvesterings-zone ’t Varck- Brammelo 2026-2030 Haaksbergen)
Motivering
Artikel 3 Voorwerp van de belastingobject Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken. 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d.
één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
Het gaat hierbij om een tekstuele aanpassing, waarbij is aangesloten bij de modelverordening van de VNG.
De wijzigingen hebben betrekking op verplichte vrijstellingen, zoals deze ook zijn opgenomen in de OZB‑verordening. Ten opzichte van de vorige verordening is de lijst met vrijstellingen uitgebreid. Zo is ervoor gekozen om ook zendmasten en telefooncentrales onder de vrijstellingen te laten vallen. Daarnaast is artikel 6, lid 2 toegevoegd aan deze uitzonderingslijst, zodat het geheel overzichtelijker en duidelijker is vastgelegd.
7
Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928,met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; (…) p. objecten die vanuit de WOZ-administratie zijn aangemerkt als trafo, reinwaterkelder, zendmasten en telefooncentrales. Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage 1. Het tarief van de BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt voor de jaren 2026 tot en met bedraagt voor de jaren 2021 tot 2030: 2026 2027 2028 2029 2030 en met 2025: € 250.000,- of € 90,€ 94,€ 99,€ 103,- € 108,a. € 250.000,- of minder € 90,minder b. meer dan € 250.000,- doch Meer dan € € 450,- € 471,- € 493,€ 517,- € 541,minder dan € 500.000,- € 450,250.000,doch c. meer dan of gelijk aan € minder dan € 500.000,- doch minder dan 500.000,€750.000,- € 810,d.
meer dan of gelijk aan € meer dan of gelijk € 810,- € 848,- € 888,€ 930,- € 974,750.000,- doch minder dan aan € 500.000,- doch €1.000.000,- € 1.170,minder dan e. meer dan of gelijk aan € €750.000,1.000.000,- doch minder dan € meer dan of gelijk € € € € € 1.500.000,- € 1.620,aan € 750.000,- doch 1.170,- 1.225,- 1.283,1.344,- 1.407,f. meer dan of gelijk aan € minder dan €1.000.000,1.500.000,- doch minder dan € meer dan of gelijk € € € € € 2.000.000,- € 2.160,aan € 1.000.000,1.620,- 1.696,- 1.777,1.860,- 1.948,g. meer dan € 2.000.000,- € doch minder dan € 2.700,1.500.000,-
In de nieuwe tabel zijn de bedragen opgenomen waarbij een jaarlijkse indexatie heeft plaatsgevonden. De gebruikte indexatie is de bbp indexatie voor 2026, vastgesteld op 4,27%. Daarnaast is lid 2 verplaatst naar de vrijstellingen zoals opgenomen in artikel 6, zodat de regeling overzichtelijker en consistenter wordt. Lid 3 vervalt, omdat de uitvoering daarvan in de praktijk te complex bleek. Om die reden is dit artikellid regionaal uit alle verordeningen geschrapt.
2. In afwijking van het eerste lid is het tarief voor een reinwaterkelder en trafo € 0. 3. Voor belastingbedragen tot €10 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. 11 (was 12)
12 (was 11)
Artikel 12 Verhouding tot Algemene subsidieverordening Deze verordening prevaleert indien en voor zover deze verordening afwijkt van de Algemene subsidieverordening dan wel toepassing van de Algemene subsidieverordening strijdig zou zijn met de tekst en/of strekking van deze verordening. Artikel 11 Aanwijzing Stichting Ondernemersfonds ’t Varck & Brammelo Stichting Ondernemersfonds ’t Varck & Brammelo (hierna: stichting) wordt aangewezen als de stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet.
meer dan of gelijk € € € € € aan € 1.500.000,2.160,- 2.262,- 2.369,2.481,- 2.598,doch minder dan € 2.000.000,meer dan € € € € € € 2.000.000,2.700,- 2.827,- 2.961,3.101,- 3.247,2. In afwijking van het eerste lid is het tarief voor een reinwaterkelder en trafo € 0. 3. Voor belastingbedragen tot €10 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Haaksbergen niet van toepassing. Artikel 12 Verhouding tot Algemene subsidieverordening Deze verordening prevaleert indien en voor zover deze verordening afwijkt van de Algemene subsidieverordening dan wel toepassing van de Algemene subsidieverordening strijdig zou zijn met de tekst en/of strekking van deze verordening.
Artikel 12 Aanwijzing Stichting Ondernemersfonds ’t Varck & Brammelo Stichting Ondernemersfonds ’t Varck & Brammelo (hierna: stichting) wordt aangewezen als de stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.
De totstandkoming en verstrekking van de BIZ‑subsidie wijkt wezenlijk af van de overige subsidies die door de gemeente worden verstrekt. Vanwege deze afwijkende systematiek is bepaald dat de Algemene subsidieverordening hierop niet van toepassing is. Dit sluit aan bij het model van de VNG.
Essentieel is dat met het ondernemerfonds een afdwingbare overeenkomst is gesloten, zoals bedoeld in artikel 4:36, tweede lid, Awb. Hiermee wordt de subsidieontvanger verplicht de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk uit te voeren. Dit biedt de gemeente zekerheid over de besteding van middelen en biedt transparantie richting ondernemers. De gekozen constructie sluit aan bij het VNG‑model.
14 (was 13)
17 (was 16)
Artikel 13 Subsidievaststelling (…)
Artikel 16 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021, tenzij is gebleken van niet voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet.
Artikel 14 Subsidievaststelling 1. De stichting is verplicht om twaalf weken na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk acht na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken. (…)
Conform afdeling 4.2.4 van de Awb het bestuursorgaan verplichtingen kan opleggen aan de subsidieontvanger. Voor de doelgebonden verplichtingen (artikel 4:38 Awb) is hiervoor een wettelijke grondslag in de verordening opgenomen. Bij de voorbereiding van de BIZ worden afspraken gemaakt over de concrete verplichtingen die van toepassing zijn. Deze afspraken worden vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst, zodat helder is welke activiteiten moeten worden verricht en hoe de verantwoording plaatsvindt.
Door de opgenomen voorwaarden is geborgd dat de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk worden uitgevoerd en dat er een duidelijke basis bestaat voor controle en verantwoording. Artikel 17 Inwerkingtreding De verordening kan met 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en terugwerkende kracht in werking heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. 1 januari 2021, treden indien dit expliciet is tenzij is gebleken van niet voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de opgenomen. wet.