CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Gebundelde reacties adviesraden Oldenzaal Haaksbergen Dinkelland Hof van Twente Enschede en Losser

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionale visie op maatschappelijke opvang en beschermd wonen: “Een huis voor iedereen, een thuis voor iedereen”3.457 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Gebundelde reacties van (bewoners)adviesraden Haaksbergen, Oldenzaal, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente en Losser Haaksbergen De Participatieraad Haaksbergen heeft het verzoek ontvangen te adviseren over de nota over de visie op maatschappelijke opvang en beschermd wonen in de regio Enschede voor 2025 en verder. We baseren dit advies op de aan ons toegezonden visie nota met als titel : ‘Een huis voor iedereen, een thuis voor iedereen.’ 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

In grote lijnen is de Participatieraad Haaksbergen blij met de uitgangspunten van de herziene visie. De zes pijlers waarop de visie is gebaseerd zijn helder geformuleerd en vormen een solide basis voor de verder uitwerking. We zijn het eens met de constatering dat het van belang is dat hulpvragers zoveel mogelijk in de eigen sociale (leef)omgeving kunnen blijven . Huisvesting is belangrijk; het is van belang dat in de samenwerking met woningcorporaties woningen voor de doelgroep beschikbaar komen. Het heeft onze voorkeur dat bij de ontwikkeling van (nieuw)bouwplannen structureel een bepaald percentage van de woningen voor prioritaire groepen ( zoals bv. begeleid wonen cliënten, statushouders etc. ) wordt bestemd. Wees hier open over en geef voorlichting over deze doelgroepen aan toekomstige bewoners . Dit schept duidelijkheid en hiermee worden bezwaarschriften en problemen mogelijk voorkomen. Preventie en vroegsignalering vinden we van groot belang en kan in veel gevallen zwaardere problemen voorkomen. Hiervoor is een adequaat signaleringssysteem en kennis van cruciale indicatoren, die leiden tot de inzet van beschermd wonen/maatschappelijke opvang, noodzakelijk ( bv schulden, sociaal isolement, psychische problematiek). Signalering, samenwerking en informatie-uitwisseling met instellingen zoals eerstelijns gezondheidszorg en onderwijs is hiervoor gewenst.

Deze informatie-uitwisseling en samenwerkingsmogelijkheden blijven in het stuk naar onze mening onderbelicht. Wellicht kan hier in de uitvoeringsnota meer aandacht aan worden besteed. Zoals al in veel van onze eerdere adviezen pleiten we ook met betrekking tot de maatschappelijke opvang en beschermd wonen voor een zorgvuldige en gedegen intake en zorgvraag analyse. Voor een succesvol traject is het van belang dat er zicht komt op de vraag achter de hulpvraag en moeten intakers kennis hebben van een breed scala aan mogelijk inzetbare hulpverlening. We nemen aan dat deze expertise bij het CIMOT aanwezig is en aanwezig blijft. Het belang van laagdrempelige en informele toegang tot de eerstelijnshulp ( Noaberpoort, Huis van Haaksbergen, jongerenwerk) lijkt ons duidelijk. Inwoners moeten weten waar ze terecht kunnen met vragen over geldzorgen, contactmogelijkheden, het ontwikkelen van een sociaal netwerk etc. Deze voorzieningen moeten in stand worden gehouden. Professionele deskundigheid, gecombineerd met inzet van ervaringsdeskundigen, kunnen zorgen voor een brede en zorgvuldige zorgvraaganalyse. Door laagdrempelige toegang kunnen potentiële zorgmijders mogelijk over de streep worden getrokken.

Naar aanleiding van het stukje ‘Passende ondersteuning’( pagina 23): hier wordt de LHBTQIA+ gemeenschap genoemd als voorbeeld van een groep waarvoor deskundigheid ontbreekt in de begeleiding. We vragen ons af waarin deze groep op dit terrein van maatschappelijke opvang /beschermd wonen afwijkt van de kennelijk aanwezige ‘norm’ . Het is ons inziens niet gewenst en stigmatiserend deze groep als zodanig in dit kader te benoemen. Op verschillende plaatsen in de nota wordt gesproken over ‘cliënten ‘( zie bv pag.7). Wij zijn van mening dat deze term niet gepast is; het gaat niet om cliënten of klanten, maar om mensen met een ,al dan niet tijdelijke, hulp- of zorgvraag.

8.

Op pagina 9 wordt in het kader van overgang WMO naar WLZ gesproken over ’all inclusive producten’. Ook hier; het gaat om mensen die met een zorgbehoefte die geen ‘producten’ afnemen, maar aan op de persoon afgestemde hulp nodig hebben. Taalgebruik zoals hierboven gesignaleerd is een signaal voor de zienswijze dat zorg als een markt benaderd kan worden. We vragen ons af of dat de bedoeling is. We zijn heel benieuwd naar de uitwerking van deze visie in een concreet handelingsprogramma. Wij adviseren ervaringsdeskundigen in te schakelen bij het opstellen van dit programma; zij kunnen vanuit de ervaring heel duidelijk aangeven wat werkt en wat niet werkt. Daarnaast gaat de Participatieraad Haaksbergen ook graag met u in gesprek.

Oldenzaal Bij ons is de nota op 7 juli al besproken in de adviescommissie participatie. Zijn sturen hier geen apart advies over op, maar hadden wel enkele opmerkingen waarover zij mij hebben gevraagd dit aan jullie door te geven: • • • •

•

Kunnen zich vinden in de visie (“hier kun je niet op tegen zijn”, goed leesbaar). Overgang 18- en 18+ belangrijk om hier tijdig over na te denken. Maar zit dacht ik al in de visie. Advies om toe te voegen: Samenwerking met andere regio’s beschermd wonen; belangrijk om hier goede afspraken mee te maken. Advies om toe te voegen: Streven moet zijn om de toegang voor inwoners niet te ingewikkeld te maken, zo laagdrempelig mogelijk. En voorkom zoveel mogelijk dat inwoners meerdere keren hetzelfde verhaal moeten vertellen. Stem hier zo mogelijk ook over af met de aanbieder. Geeft ook aan in de visie dat je regelmatig monitort (bijv. hoe ontwikkelen aantallen daken thuislozen zich).

Dinkelland De Adviesraad Sociaal Domein Dinkelland onderschrijft de geformuleerde visie van harte: “”Doen wat nodig is””. In het algemeen is het een visie waar je niets op kunt tegen hebben. Echter missen wij de focus en is het vooral gebaseerd op landelijke stukken. Wij missen de diepgang in de visie. Ook zijn enkele zaken vaag omschreven. Wij vinden het idee heel goed en in de ideale wereld zou dit echt fantastisch zijn, maar we vragen ons af hoe realistisch het is in de huidige maatschappij. Hieronder een aantal concrete punten: • Op pagina 7 wordt er gesproken over de producten van beschermd wonen. De ASDD wil stil staan bij de producten 'beschermd wonen modulair geclusterd' en 'beschermd wonen modulair in de wijk'. Bij beiden staat omschreven dat begeleiding binnen een half uur aanwezig KAN zijn. Naar ons inziens is het bijzonder dat bij modulair geclusterd KAN staat. Een modulair geclusterde woning zou zorg moeten dragen dat begeleiding er binnen een half uur MOET kunnen zijn, wat je niet kan verwachten in bv. de wijk waarin huizen verder uit elkaar staan. Voor een inwoner maakt het dan ook qua zorgbehoefte niet uit op welke locatie hij/zij zit. Afgevraagd wordt wat de meerwaarde is van modulair geclusterd t.o.v. beschermd wonen in de wijk. Als de KAN een MOET wordt kunnen cliënten met zwaardere hulpvragen ook op deze locaties komen.

Wat maakt dat er wordt gekozen voor KAN? • ASDD vraagt zich af hoe ze het haalbaar willen maken om 24-uurs zorg in de wijk te kunnen bieden: hoe ga je waarborgen dat er binnen 30 minuten iemand is? Waar haal je het personeel vandaan? Hoe richt je de werkplekken in om binnen 30 minuten overal te kunnen zijn? Hoe wordt de veiligheid van de professional gewaarborgd? • Op pagina 17 (pijler 1) staat dat inwoners ondersteund moeten worden bij het beheer van financiën. Financiën moeten niet alleen worden overgenomen, maar mensen moeten ook leren hun financiën te beheren. De ASDD erkent dit belang, maar vraagt zich af wie verantwoordelijk is voor het aanleren hiervan. De ASDD roept u op om hierover concrete afspraken te maken met de partners. Wanneer alle partners naar elkaar kijken (Centrum Gemeente Enschede, Gemeenten, CIMOT, de zorgaanbieder, de Stadsbank en het maatschappelijk werk) gaan we met elkaar niet verder komen. • Daarnaast vragen wij ons ook af hoe deze uitspraak zich verhoudt tot de brede dienstverlening in het sociaal domein. De ASDD zet hierbij vraagtekens bij de werkwijze van de Budget Beheer Rekening (BBR) van de Stadsbank Oost Nederland. Meermaals hebben leden van de ASDD vernomen dat zij de rekening tijdelijk overnemen en inwoners niet helpen bij het aanleren van omgaan met financiën.

De ASDD adviseert dan ook een dergelijke visie sociaal domein breed te implementeren, om schuldproblematiek (en daarmee ook dakloosheid) te voorkomen. • Op pagina 17 (pijler 1) omschrijft u dat er meer aandacht en maatwerk nodig is voor thuislozen zonder inkomsten die in hun netwerk verblijven en vanwege de kostendelersnorm geen uitkering aanvragen. Wij onderschrijven dat hier maatwerk en aandacht voor nodig is. Wanneer inwoners geen inkomen hebben kunnen zij tenslotte zich niet inschrijven bij een woningbouwcoöperatie voor een huis en blijven zij in deze neerwaartse spiraal. Wij roepen u dan ook op om hier concreter handen en voeten aan te geven, zodat de spiraal doorbroken kan worden. • Op pagina 21 (pijler 4) wordt omschreven dat wachttijden binnen het redelijke blijven. Wij vragen ons af hoe u het redelijke definieert en wat inwoners daarvan mogen verwachten. • Op pagina 21 (pijler 4) wordt omschreven dat er onder stringente voorwaarden een persoonsgebonden budget (PGB) wordt verstrekt. Omschreven wordt dat bij indicatiestelling uitgebreid getoetst wordt of de client over voldoende vaardigheden beschikt om een PGB te beheren en/of dat hij/zij hierin adequaat vertegenwoordigd wordt. Als motivatie schrijft u hierbij dat het juist van belang is bij deze doelgroep. Als ASDD erkennen wij dat bescherming van deze doelgroep van belang is.

Echter vinden wij de mogelijkheden voor PGB ook van groot belang, gezien het geringe aanbod in de gemeente Dinkelland. Wij hebben als onafhankelijke raad daarom onderzocht hoe u toetst of uw client over voldoende vaardigheden beschikt. Uit de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Enschede 2024 verwijst u naar artikel 2.3.6 lid 2 van de Wmo. Daarnaast doet u uitspraken in artikel 10 lid 7, artikel 10 lid 8, artikel 13 lid 1. Allereerst is het een doolhof om deze informatie te vinden en roepen wij u op transparanter te zijn in hoe u dit toetst. Daarnaast geeft u in artikel 13 lid 1 aan dat een PGB zorgaanbieder moet voldoen aan de kwaliteitseisen van de gecontracteerde partijen, waarbij u in artikel 13 lid 1 aangeeft dat de deskundigheid van de beroepskrachten tenminste moet voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende

•

•

•

• •

kenmerken. Echter omschrijft u deze verder nergens. Niet in uw visie noch in uw Verordening. Wij roepen u op om hier transparanter mee om te gaan. Op pagina 21 geeft u tevens het volgende weer: Wij blijven (...) (zonder dekking overigens van de huisvestingslasten uit dit budget). In uw Verordening in artikel 12 lid 3 staat echter dat u wel PGB verleent voor tijdelijke huisvesting. Als adviesraad vragen wij ons af of en hoe deze uitspraak zich verhoudt tot uw Verordening. Kijkend naar de wachtlijsten die u zelf benoemt zou een tijdelijk PGB voor huisvesting in een andere instelling een goede oplossing kunnen zijn voor (specifieke) cliënten. Meermaals wordt het inzetten van ervaringsdeskundigen benoemd. Omschreven wordt dat er gewerkt wordt met ervaringsdeskundigen. U geeft ook aan dat er voor gemeenten een rol ligt om dit te stimuleren en te faciliteren (pijler 5). Wij roepen u op om helderheid te verschaffen wie hier verantwoordelijk voor is. Wanneer alle partners naar elkaar kijken (Centrum Gemeente Enschede, Gemeenten, CIMOT, de zorgaanbieder, de Stadsbank en de sociale basis) daarmee worden de ervaringsdeskundigen nog niet ingezet. Op pagina 23 (pijler 6) worden er voorbeeld doelgroepen genoemd waarvoor de huidige kaders ontoereikend zijn. De oplossing is intensieve domein overstijgende samenwerking.

Afgevraagd wordt hoe de domein overstijgende samenwerking wordt vormgegeven en gefinancierd. Wij roepen u op om hiervoor concrete afspraken te maken met de partners. Hoe worden medewerkers van de gemeente Dinkelland meegenomen in deze visie? En moeten zij verschillende werkwijzen hanteren voor Tubbergen en Dinkelland? En in hoeverre is dat werkbaar? Welke consequenties trekt Dinkelland? Hoe geeft zij vorm aan hulp zo normaal mogelijk, dichtbij, kortdurend? Om te voorkomen dat inwoners te snel afhankelijk zijn van opvang of beschermd wonen. Ook lokaal moeten er voldoende geschikte woningen beschikbaar zijn / komen. De lokale inclusie-agenda moet ook voor deze doelgroepen acties bevatten.

Enschede Wij spreken onze waardering uit voor de inhoudelijke diepgang en maatschappelijke betrokkenheid die uit de visie spreekt. De uitgangspunten rondom bestaanszekerheid, 'wonen eerst', normalisatie en domein overstijgende samenwerking sluiten aan bij wat wij als BAS belangrijk vinden voor een inclusieve samenleving. Ook waarderen wij de wijze waarop we door de betrokken beleidsmedewerkers mondeling zijn geïnformeerd en zodoende onze vragen hebben kunnen stellen voor het tot stand komen van deze visie. Tegelijkertijd hebben wij als BAS - in het kader van onze adviserende rol op het gebied van participatie en inclusie - enkele kritische aandachtspunten die wij graag onder uw aandacht brengen. 1. Zet preventie op de eerste plaats. Bezuinigingen op preventie(zoals schuldhulp, vroeg signalering of wijkondersteuning vroeg is duurkoop. Laat deze voorzieningen ongemoeid of versterkt ze zelfs. 2. Laat ervaringskennis leidend zijn. Zorg voor structurele betrokkenheid van ervaringsdeskundigen in beleidsvorming, uitvoering en evaluatie; borging van hun rol binnen CIMOT, wijkteams en projectgroepen. ondersteuning via training, vergoeding en professionele inbedding. 3. Zorg voor draagvlak in wijken bij vestiging voorzieningen. Het principe van fair share bij locatieverdeling is begrijpelijk en nodig.

Echter, het draagvlak in buurten - met name bij onbekendheid met doelgroepen - vraagt meer aandacht. Wij adviseren: vroegtijdige en actieve participatie van wijkbewoners en wijkraden wijkgerichte communicatie om stigma's te doorbreken deel successen met de wijk. 4. Maak harde afspraken met woningcorporaties. Zorg voor structurele woonruimte voor uitstroom uit opvang of beschermd wonen, per voorkeur per gemeente via concrete aantallen. Voeg dit toe aan woonvisies en prestatieafspraken. 5. Geef extra aandacht aan: Jongeren (18-23 jr) Mensen met meervoudige problematiek(GGZ,LVB verslaving) Thuislozen zonder inkomen of verblijfsadres(bankslapers) 6. Vraag expliciet om financiële steun bij het rijk. - Doe als regio een gezamenlijke oproep aan het Rijk voor extra middelen, juist nu de visie aansluit bij het Nationaal Actieplan dakloosheid. Tot slot: houd vast aan de menselijke maat. Een visie waarin iedereen een (t)huis verdient, raakt direct aan menselijke waardigheid. Laten we deze inzet niet uit het oog verliezen door alleen vanuit financiële logica te denken. De BAS is positief over deze visie, maar vraagt aandacht voor bovenstaande aandachtspunten. De BAS ziet deze visie als een belangrijke bouwsteen in het streven naar een menswaardige, solidaire regio waar kwetsbare inwoners kunnen rekenen op passende hulp en perspectief.

Wij denken graag met u mee over de verdere concretisering van de uitvoeringsagenda.

Hof van Twente •

•

• •

•

•

•

Mooi dat in de regio Enschede dit samen wordt opgepakt. Samenwerking is altijd goed. Maar is er genoeg aandacht voor het verschil tussen een stad en platteland? Een stad kent andere problemen, dan een plattelandsgemeente. Ik zie 11 in de bijlage bij de Hof van Twente. Dat zou je, bij wijze van, op individueel niveau kunnen aanpakken. De opkomende Sociale benadering van Anne Mei Thé (wordt ook door de ggz inmiddels omarmd|) is hiervoor van toepassing. Wat heeft een mens nodig om te kunnen functioneren? En niet alleen kijkend vanuit het medisch model. Ik denk dat er ook een verschil is tussen regio breed - bv vrouwenopvang - maar dat andere dingen plaatselijk beter kunnen worden opgepakt. Ik zou een scherpere uitwerking van de reden van dakloosheid wenselijk vinden. Bv een vrouw die wegens geweld, al of niet met kinderen, haar huis verlaat is heel wat anders dan een minderjarige die wegloopt, of een aan alcoholverslaafde burger die, om wat voor reden dan ook, alles is kwijtgeraakt. Holistisch kijken is van belang. Maar psychische kwetsbaarheid door omstandigheden is wat anders dan kwetsbaarheid door een verstandelijke beperking of een psychiatrische aandoening zoals schizofrenie. In het stuk wordt, voor de laatste groep, wel genoemd dat daar voorzieningen voor moeten zijn. Maar dit is, in ondersteunende zin, blijvend. En daar wil het nog wel eens mis gaan.

Het gaat goed, dus er kan wel ondersteunende hulp af. Juist daar moet preventief aandacht zijn voor het stabiel blijven van de situatie. En oplettendheid voor een (tijdelijke) terugval. M.b.t. het ziekenhuis is voor de Hof van Twente het ZGT de plek waar de inwoners naar toe gaan. Het ZGT is Hengelo-Almelo. Almelo zit niet in deze groep van gemeentes. Hulpverleners moeten de weg weten. Een huis, woonruimte, een plek is het belangrijkste, lees ik in de notitie. Dat klopt. Het lijkt me wijs dat de focus /de hoofdzaak, daar dan op gericht is en dat andere groeperingen dit uitwerken. Ik denk bv aan de inclusie groep. Zeker in een tijd waar gemeenten het financieel niet gemakkelijk krijgen, moet je geen dingen dubbel doen, onnodig bv vergaringen bij moeten wonen of dingen uitwerken die een ander deels ook al op papier heeft gezet. Samengevat, hoe wil men de ambitie -niemand dakloosin de inleiding bereiken. Wie gaat wat, wanneer, waar, waarom uitvoeren en het hoe kan dan verder worden uitgewerkt.

Complimenten voor de uitvoerige uitwerking, en succes met de bespreking in de gemeenteraad.

Losser Op 8 juli 2025 is per mail namens u in de persoon van uw medewerker mevrouw M. Bouman, de participatieraad sociaal domein verzocht advies uit te brengen over de herijkte visie maatschappelijke opvang en beschermd wonen regio Enschede. Dit beleidsvoornemen werd ons digitaal aangeboden onder de titel: “Een huis voor iedereen, een thuis voor iedereen. Visie MO/BW regio Enschede voor 2025 en verder.” Op 9 april 2025 is een lid van de participatieraad aanwezig geweest bij een regionale informatiebijeenkomst. Proces Het vaststellen van een gezamenlijke visie met een bestuurlijk proces in 8 betrokken gemeenten vergt veel organisatie en planning. De participatieraad heeft begrip voor een noodzakelijke strakke tijdsplanning. Deze tijdsplanning maakte echter wel, dat de termijn voor burgerparticipatie als uiterst ongelukkig is ervaren, namelijk precies de periode van de schoolvakantie. Hierdoor is onze voorbereiding op dit advies gebrekkig verlopen en was er bijvoorbeeld geen mogelijkheid voor nadere toelichting door beleidsambtenaren. Inhoudelijk De wijze waarop deze visie gepresenteerd is ervaren wij als duidelijk en goed leesbaar. De participatieraad stelt vast, dat de visie aansluit op het Nationaal actieplan dakloosheid en de voorbereiding voor doorcentralisatie.

Naar onze mening biedt een visie houvast voor concreet handelen en daarnaast is het een streven om uiteindelijke doelen te bereiken, een stip op de horizon om naar toe te werken. De uitgangspunten waarop deze visie is gebaseerd, zoals het streven naar zelfstandigheid, een tijdige signalering, iedereen zo spoedig mogelijk weer een eigen thuis en de menselijke maat centraal, spreken ons zeer aan en onderschrijven wij volledig. Een visie mag/moet enigszins ambitieus zijn, een uitdaging met doelen die de nodige inspanning vergen om ze te bereiken. In dit geval vragen wij ons echter af of de nagestreefde doelen zich nog wel verhouden met de lokale realiteit in de verschillende gemeenten. In geval van beschermd wonen wordt uitgegaan van de ‘herstelgedachte’ en wordt de individuele client centraal gesteld. De participatieraad ondersteunt deze individuele benadering die leidt tot meer zelfstandigheid bij de cliënt. Een gevolg zal zijn, dat deze min of meer ommezwaai in beschermd wonen, met een streven naar een eigen huis voor iedereen, om een permanente beschikbaarheid van geschikte woningen en begeleiding vraagt, ook in acute situaties. Ook de omslag van maatschappelijke opvang van daklozen naar mensen die een eigen woonplek nodig hebben steunen wij. Ook dit onderdeel van de visie vraagt om een permanente beschikbaarheid van geschikte woningen.

In deze visie wordt regelmatig verwezen naar een uitvoeringsagenda per gemeente, welke nog vastgesteld moet worden. De participatieraad voorziet dat hierin het spanningsveld duidelijk wordt tussen deze zeer ambitieuze visie en de realiteit van lokale problematieken, zoals de problemen op de woningmarkt, de personele beperkingen en de financiële mogelijkheden. Door zich te committeren aan deze visie, waarvan de participatieraad de uitgangspunten volledig onderschrijft, komt er extra druk op genoemde lokale problematieken en vraagt dit om extra inspanningen van de gemeente. In de uitvoeringsagenda zullen allerlei praktische situaties geregeld moeten worden. Als belangrijkste thema zien wij het opzetten van een preventie-systematiek, ter voorkoming van situaties die leiden tot dakloosheid. Hiermee kan immers ook de extra druk op de woningmarkt, de personele beperkingen en financiële mogelijkheden worden beperkt. Daarnaast moet in de uitvoeringsagenda aandacht zijn voor: • het regelen van een goede doorstroom naar woningen en thuisplekken;

• • • • •

hoe in de woningmarkt om te gaan met urgente situaties met betrekking tot deze thema’s, en de overige reeds bestaande urgenties; hoe daklozen op te vangen als alle crisisplekken vol zitten; hoe om te gaan met bijzondere doelgroepen, zoals asielzoekers, ex-gedetineerden, exarbeidsmigranten, e.d.; hoe om te gaan met mensen die bewust kiezen voor een leven op straat en niet gemotiveerd zijn om hulp te ontvangen; het betrekken van inwoners van wijken en buurten en het creëren van draagvlak bij de plaatsing van kwetsbare mensen.

Samengevat heeft deze ambitieuze regionale visie veel consequenties op lokaal niveau. Hoewel wij de uitgangspunten vanuit onze betrokkenheid bij kwetsbare inwoners onderschrijven, bestaan er bij de participatieraad de nodige twijfels over de haalbaarheid en het realisme ervan. Een te hoog ambitieniveau zou kunnen leiden tot frustratie. Voorkomen moet worden dat de geloofwaardigheid van de visie onder druk komt te staan. Ambitie en haalbaarheid moeten met elkaar te verbinden zijn. Naar onze mening zou een realistisch tijdspad en uitvoeringsplan hierbij kunnen helpen. Wij zijn zeer benieuwd naar de nog vast te stellen lokale uitvoeringsagenda en zijn uiteraard bereid hier constructief een bijdrage aan te leveren. Wij bieden aan hierin betrokken te willen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16044050/1