Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026 [G.25.03539]
Tekst van het document
Kenmerk: G.25.03539
*G.25.03539*
Raadsvoorstel BD004 - Belastingverordeningen 2026
Onderwerp
Raadsnummer Dossiernummer Portefeuillehouder Ambtelijk team Datum collegevergadering Datum commissievergadering Commissie Besluitvorming raad
: : : : : : : :
BD004 IB.25.0419
Wethouder J.E.L.M (Jos) Last Financiën Dinsdag 4 november 2025 Donderdag 4 december 2025
Bestuur, Sociaal & Maatschappelijk (BSM) Donderdag 18 december 2025
Samenvatting Jaarlijks, voorafgaand aan het aanstaande belastingjaar, worden de concept-verordeningen voor het heffen van de gemeentelijke belastingen aan uw raad aangeboden ter vaststelling. In beginsel wordt de gekozen lijn, zoals vastgelegd in de 'Nota Lokale Heffingen' gecontinueerd en daar waar eventueel wordt voorgesteld om hiervan af te wijken, wordt dat toegelicht.
Voorgesteld besluit De raad besluit om de navolgende verordeningen voor de gemeentelijke belastingen voor 2026 vast te stellen: 1. Verordening onroerende-zaakbelastingen Gulpen-Wittem 2026 2. Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Gulpen- Wittem 2026 3. Verordening rioolheffing Gulpen-Wittem 2026 4. Verordening forensenbelasting Gulpen-Wittem 2026 5. Verordening toeristenbelasting Gulpen-Wittem 2026 6. Verordening heffing en invordering leges Gulpen-Wittem 2026 7. Verordening lijkbezorgingsrechten Gulpen-Wittem 2026 8. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Gulpen-Wittem 2026
G.25.03539
Bladzijde 1 van 7
9. Verordening marktgelden Gulpen-Wittem 2026
Inleiding Jaarlijks, voorafgaand aan het aanstaande belastingjaar, worden de belastingverordeningen voor het heffen van de gemeentelijke belastingen aan uw raad ter vaststelling aangeboden. In beginsel wordt de gekozen lijn, zoals vastgelegd in de 'Nota Lokale Heffingen’ gecontinueerd en daar waar wordt voorgesteld om hiervan af te wijken, zal dat nader worden toegelicht.
Beoogd effect / doelstelling Het beoogd effect is om basis van hetgeen is voorgesteld de beoogde inkomsten te behalen zoals deze in de begroting 2026 zijn neergelegd. Voor enkele verordeningen wordt door wetgeving bepaald, dat de baten van deze belastingsoorten niet hoger mogen zijn dan de lasten (kosten). Hiervoor mogen dus maximaal de lasten worden doorberekend in de belastingtarieven. Deze ‘maximaal kostendekkende’ belastingen zijn: de rioolheffing, de afvalstoffenheffing, de lijkbezorgingsrechten, marktgelden en de leges; voor de legesverordening (die bestaat uit drie hoofdstukken) geldt bovendien, dat de kostendekking over de algehele tarieventabel mag worden beoordeeld. Voor enkele andere heffingen geldt in beginsel dat deze worden gecorrigeerd voor de geldende prijsindex, waarbij het gemiddelde wordt gehanteerd van enerzijds de ontwikkeling van de prijzen van de overheidsconsumptie en anderzijds de beloning van werknemers als van de inkoop van netto materiaal (imoc): deze wordt door het CPB gepubliceerd en ook in de meicirculaire gemeld. Voor de begroting 2026 komt deze indexering uit op 2,6%. Voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB) wordt een stijging van de opbrengst met 7,8% (IMOC+ daarna extra verhoging van 5%) voorgesteld: bij de berekening van het tarief voor de OZB is het gebruikelijk, dat de voorgestelde verhoging van de opbrengsten (i.c.
+ 7,8%), bestaat uit twee componenten, te weten, enerzijds de stijging / daling van de WOZ-waarden en anderzijds het geldende OZB-tarief: als de WOZ-waarde met meer dan 7,8% stijgt, dan daalt het tarief om zo ‘onder de streep’ gemiddeld 7,8% meer OZB te realiseren en omgekeerd, als de WOZ-waarde met minder dan 7,8 % stijgt (of zelfs daalt), dan stijgt het tarief iets harder om ‘onder de streep’ gemiddeld 7,8% meer OZB te realiseren. Een beoogde (en voorgestelde) stijging van de OZB met 7,8% leidt bij de veronderstelde waardestijging op basis van de input vanuit BsGW per 15 oktober 2025 tot de navolgende tarieven voor de OZB: Onroerende-zaakbelasting % vermenigvuldigd met de WOZ-waarde Woning eigenaar Niet-woning eigenaar Niet-woning gebruiker
2025
2026
0,1230% 0,3905% 0,2979%
0,1187% 0,4054% 0,3204%
Echter, aangezien BsGW niet eerder dan eind november 2025 een goede benadering van de daadwerkelijke waardeontwikkeling van de woningen en niet-woningen kan afgeven, kunnen de definitieve tarieven pas daarna berekend worden. In de vast te stellen verordening OZB per belastingjaar 2026 zullen de laatste tarieven zijn opgenomen.
G.25.03539
Bladzijde 2 van 7
Een drietal heffingen tezamen bepaalt de gemeentelijke lastendruk, waarbij naast de OZB voor eigenaren van woningen, ook de tarieven voor de riool- en de afvalstoffenheffing worden meegenomen. Zoals hiervoor al aangegeven wordt voor deze beide laatste heffingen voorgesteld om alle gemeentelijke kosten in het tarief op te nemen, hetgeen tot navolgend overzicht leidt. 2025
2026
OZB
412
443
riool
314
330
afval
415*
434*
Totaal
1.141
1.207
Stijging/daling
5,8%
*uitgaande van een meerpersoonshuishouden, vermeerderd met 12 ledigingen.
Hierna zal per verordening worden aangegeven of, en zo ja welke, wijzigingen worden voorgesteld. Tevens is een zogenaamde was-wordt versie van de verordeningen beschikbaar als zijnde een bijlage, waarin op een gemakkelijke wijze de voorgestelde veranderingen voor 2026 ten opzichte van 2025 herkenbaar zijn.
Argumenten Hieronder zijn de belangrijkste zaken opgesomd (per verordening) die zijn gewijzigd om onder andere de beoogde inkomsten te behalen zoals deze in de begroting 2026 zijn opgenomen. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026 Geen inhoudelijke wijziging (slechts enkele tekstuele aanpassingen), wel worden aanpassingen van de tarieven voorgesteld voor de (eigenaren) woningen en voor de niet-woningen (eigenaren en gebruikers), waarbij op basis van de (door BsGW) verwachte ontwikkeling van de WOZ-waarde de gemeentelijke totaalopbrengst OZB op jaarbasis met netto 7,8% stijgt. Aangezien BsGW de waardeontwikkeling pas eind november bekend maakt, kunnen dan pas de definitieve tarieven voor de OZB voor 2026 worden bepaald. In de vast te stellen verordening OZB per belastingjaar 2026 zullen de laatste tarieven zijn opgenomen conform de aanlevering vanuit BsGW. Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026 De kostendekkendheid komt in de begroting uit op 99,92%, Echter door de keuze te maken om het tarief voor de recreatiewoningen en 2e woningen gelijk te stellen met het meerpersoonshuishouden komt uiteindelijk de kostendekkendheid uit op 99,74%. Deze keuze is gemaakt omdat uit een voorlopige analyse blijkt dat lasten voor een recreatiewoning of 2e woning minimaal vergelijkbaar zijn met die van een meerpersoonshuishouden.
Volgend jaar wordt hier nog aanvullend onderzoek naar verricht. Teneinde deze dekkingsgraad te behalen zijn de tarieven aangepast met gemiddeld 4,5% (ex. recreatiewoningen en de 2e woningen). De resterende 0,26% (ad. € 6.047) kunnen gefinancierd worden uit de voorziening afvalstoffenheffing. Een verwijzing is op zijn plaats naar de verordening. Verder is in de verordening een betere koppeling gemaakt met de milieustraat aangezien daar ook
G.25.03539
Bladzijde 3 van 7
afvalstromen worden aangeboden en zijn enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Een verwijzing is op zijn plaats naar de was-wordt versie van deze verordening. Verordening rioolheffing 2026 De kostendekkendheid komt gelet op hetgeen in de begroting is opgenomen uit op 99,8%. Teneinde deze dekkingsgraad te behalen zijn de tarieven aangepast met gemiddeld 5%. Het tekort van 0,2% wordt afgedekt uit de voorziening riolering. Een verwijzing is op zijn plaats naar de verordening. Verder zijn slechts enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Een verwijzing is op zijn plaats naar de was-wordt versie van deze verordening. Verordening forensenbelasting 2026 Vorig jaar is naar aanleiding van een nadelige uitspraak van de Hoge Raad de verordening forensenbelasting aangepast. De forensenbelasting is een belastingsoort en daarmee een dekkingsmiddel voor de gemeente die zich laat relateren aan gemiste inkomsten uit het Gemeentefonds als gevolg van de situatie dat woonruimten niet worden bewoond door ingezetenen, maar uit de woningvoorraad worden gehouden als tweede woning. Nu is het niet zo dat er een direct verband is of is te leggen, want daarvoor ontbreekt niet alleen een rechtsregel, maar is ook de uiteindelijke Algemene Uitkering te complex voor qua bepaling van de hoogte.
Evenwel duidt de Algemene Uitkering wel op een uitgangspunt in financiële zin als het gaat om langs de weg van de forensenbelasting te dekken kosten waarvoor vanuit de Algemene Uitkering geen dekking wordt gegeven. Gelet op het voorgaande en de relatie te leggen met de gemiste inkomsten vanuit het Gemeentefonds per 2026 zullen de vaste belastingtarieven per 2026 enkel met de index van 2,6% worden verhoogd. Het variabele percentage blijft 0,25%. Dit percentage behoeft nu gelet op de toetsing geen aanpassing. Voor de volledigheid kan worden aangegeven dat jaarlijks een afweging wordt gemaakt op welke wijze de tarieven aanpassing behoeven om zodoende het gemis aan inkomsten vanuit het gemeentefonds op te vangen. Verder zijn slechts enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Een verwijzing is op zijn plaats naar de was-wordt versie van deze verordening. Verordening toeristenbelasting 2026 De tarieven voor toeristenbelasting zullen gelet op het feit dat extra inkomsten dienen te worden gegenereerd worden verhoogd met 10%. Hiermee wordt de toeristenbelasting verhoogd van € 2,40 per nacht voor campings of kampeerboerderij naar € 2,65 per nacht. Voor overige verblijven wordt de toeristenbelasting verhoogd van € 2,75 per nacht naar € 3 per nacht.
Tevens is voor de volledigheid het kampeermiddel als begripsbepaling vervangen door mobiele kampeeronderkomens zodat het ook aansluit op artikel 6 (forfaitaire berekeningswijze) van de desbetreffende verordening. Voor de overige (tekstuele) aanpassingen is een verwijzing op zijn plaats naar de was-wordt versie van deze verordening. Legesverordening 2026 De tarieven zijn in de regel met een index van 2,6% verhoogd en afgerond op € 0,05 cent naar beneden. Hierop zijn enkele uitzonderingen. Het betreft de wettelijke maximumtarieven en de
G.25.03539
Bladzijde 4 van 7
tarieven opgenomen in hoofdstuk 2 (Omgevingswet). Deze tarieven zijn afgerond op hele euro’s. Daarnaast zijn de kostprijzen van de Regionale Uitvoeringdienst (RUD) intact gehouden. De kostendekkendheid van de leges wordt jaarlijks bepaald. De kostendekkendheid komt in haar totaliteit uit op 44% en daarmee wordt voldaan aan de opbrengstenlimiet zoals opgenomen in de Gemeentewet. Anders gezegd wordt geen ‘winst’ behaald. Het geheel is uitgesplitst in onderstaande tabel: Hoofdstuk Lasten Baten Percentage Algemene dienstverlening € 463.837 € 402.010 87% Diensteverlening en besluiten in het kader € 1.323.290 € 379.664 29% van de Omgevingswet Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder € 17.938 € 7.142 40% hoofdstuk 2 Totaal € 1.806.065 € 788.816 44% De verwachting is dat weinig aanvragen voor ‘grote’ bouwprojecten per 2026 aan de orde zijn. Tegelijkertijd zijn de ‘kleine’ bouwprojecten veelal niet kostendekkend qua tarief. Dit verklaart dan ook het lagere kostendekkendheidspercentage. De mutaties die dit tot gevolg hebben zijn in de begroting 2026 verwerkt.
De belangrijkste inhoudelijke aanpassingen zijn hieronder nader toegelicht en hebben alleen betrekking op hoofdstuk 2 (Omgevingswet): - Het conceptverzoek is vervangen door vooroverleg en ‘verken je idee’ zodat het beter aansluit op de feitelijke en gewenste situatie (artikel 2.2 onder a, artikel 2.4 lid 1, artikel 2.6 lid 3 onder b 1 en 2 en artikel 2.52). - In bepaalde gevallen wordt een omgevingsplanactiviteit aangevraagd die uitsluitend bestaat uit het wijzigen van het gebruik van het bouwwerk en waarbij geen sprake is van bouw- of verbouwwerkzaamheden. Voor deze situatie kan nu dan ook per 2026 leges worden gegeven (artikel 2.6 lid 2). - Voor het opslaan van roerende zaken is een nieuw belastbaar feit ingevoegd (artikel 2.32). Hiervoor is gekozen omdat per 2026 dan ook voor het opslaan van roerende zaken een legesbedrag in rekening kan worden gebracht. - Artikel 2.39a (verlengen tijdelijke omgevingsvergunning) is ingevoegd om in sommige slechts een termijn aanpassing behoeft en dan is het niet redelijk om een nieuwe aanvraag in te laten dienen door de aanvrager bezien van de hoogte van de leges. - Teruggaafregeling is iets verruimd zodat het geheel niet meer wordt beperkt tot de bouwen milieubelastende activiteiten. De financiële impact is beperkt bezien vanuit het (extra) aantal (<10 stuks) wat hiervoor in aanmerking komt.
Voor het overige is een verwijzing op zijn plaats naar de was-wordt versie van deze verordening en daarbij behorende tarieventabel. Verordening marktgelden 2026 De tarieven voor de marktgelden per 2026 zijn verhoogd op basis van de 2,6% indexering. Verder zijn geen inhoudelijke aanpassingen van toepassing. Voor de doorgevoerde tekstuele wijzigingen is een verwijzing op zijn plaats naar de was-wordt versie van deze verordening. Lijkbezorgingsrechten 2026
G.25.03539
Bladzijde 5 van 7
Voor 2026 worden enkele inhoudelijke wijzigingen voorgesteld. Verder wordt voorgesteld om de tarieven conform de algemene indexering ad 2,6% te verhogen. Per 2026 is het mogelijk dat een persoon wordt begraven in een natuurlijk graf. Dit betreft een particulier graf in een natuurlijke omgeving, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven en begraven houden van een overledene. Tevens is sprake van een natuurlijk urnen graf. Het betreft een particulier urnengraf in een natuurlijke omgeving, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven en begraven houden van de as van een overledene in een biologisch verteerbare urn. Voor de doorgevoerde tekstuele wijzigingen is een verwijzing op zijn plaats naar de was-wordt versie van deze verordening. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026 In basis zijn slechts enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Inhoudelijke wijzigingen zijn niet aan de orde. Een verwijzing is op zijn naar de was-wordt versie van deze verordening.
Kanttekeningen en risico’s Indien de voorliggende belastingverordeningen niet worden vastgesteld zal het beleid en daarmee de tarieven van 2025 van toepassing blijven per belastingjaar 2026.
Kosten en dekking Teneinde dubbeltellingen te voorkomen, wordt voor de financiële gevolgen verwezen naar de (behandeling van de) begroting 2026, waarvan behandeling in de raadsvergadering van november plaatsvindt.
Uitvoering -
Uiterlijk 31 december 2025 dienen de belastingverordeningen 2026 te worden vastgesteld en ook te zijn gepubliceerd. Uiterlijk 31 december 2025 worden via Daadkracht de belastingverordeningen op de wettelijke wijze gepubliceerd en daarmee bekendgemaakt. De ondertekende belastingverordeningen voorzover deze van belang zijn voor BsGW gelet op de uitvoering van taken worden aan BsGW aangeleverd. Intern wordt een email verstuurd naar de betrokken collega’s ter informatie dat de (al dan niet) gewijzigde belastingverordeningen voor 2026 zijn vastgesteld (via Financiën).
Communicatie en participatie Zie hiervoor onder het ‘kopje’ uitvoering.
G.25.03539
Bladzijde 6 van 7
Bijbehorende documenten Onderwerp
Poststuknummer
Zaakdossier
Ontwerp-raadsbesluit belastingverordeningen 2026
G.25.03538
IB.25.0419
1 - Verordening onroerende zaakbelastingen 2026
G.25.02672
IB.25.0419
2 – Verordening rioolheffing 2026
G.25.02673
IB.25.0419
3 - Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026
G.25.02674
IB.25.0419
4 - Verordening forensenbelasting 2026
G.25.02675
IB.25.0419
5 - Verordening toeristenbelasting 2026
G.25.02676
IB.25.0419
6 - Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026
G.25.02678
IB.25.0419
7 - Verordening leges 2026
G.25.03498
IB.25.0419
8 - Verordening lijkbezorgingsrechten 2026
G.25.03514
IB.25.0419
9 – Verordening marktgelden 2026
G.25.03515
IB.25.0419
10 – Bijlage Was-Wordt Verordening onroerende zaakbelastingen 2026
G.25.03529
IB.25.0419
11 – Bijlage Was-Wordt Verordening rioolheffing 2026
G.25.03530
IB.25.0419
12 – Bijlage Was-Wordt Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026
G.25.03531
IB.25.0419
13 – Bijlage Was-Wordt Verordening forensenbelasting 2026
G.25.03532
IB.25.0419
14 – Bijlage Was-Wordt Verordening toeristenbelasting 2026
G.25.03533
IB.25.0419
15 – Bijlage Was-Wordt Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026
G.25.03534
IB.25.0419
16 – Bijlage Was-Wordt Verordening leges 2026
G.25.03519
IB.25.0419
17 – Bijlage Was-Wordt Verordening lijkbezorgingsrechten 2026
G.25.03528
IB.25.0419
18 – Bijlage Was-Wordt Verordening marktgelden 2026
G.25.03520
IB.25.0419
G.25.03539
Bladzijde 7 van 7