JZ/007 - Raadsbesluit APV 2024 (G.23.02372)
Tekst van het document
Ons kenmerk: G.23.02372
*G.23.02372* Dossiercode: -
Raadsbesluit
G.23.02372
caseklantcode Case_Document_soort Case_klant_soort Documensoort Soort_route Organisatie onderwerp
Raadsnummer: JZ/007
Datum: 21 december 2023
Onderwerp
Algemene plaatselijke verordening gemeente Gulpen-Wittem 2024
Overwegingen
Intrekken van de Algemene plaatselijke verordening gemeente GulpenWittem 2019, tweede wijziging en vaststellen van de Algemene plaatselijke verordening Gulpen-Wittem 2024 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem 2024.
Besluit 1. De Algemene Plaatselijke Verordening Gulpen-Wittem 2024 vast te stellen. 2. De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente GulpenWittem 2019, tweede wijziging, in te trekken.
De raad van de gemeente Gulpen-Wittem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van datum (7 november 2022) met kenmerk G.23.02503 besluit: De Algemene plaatselijke verordening Gulpen-Wittem 2024 vast te stellen. INHOUD ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VAN DE GEMEENTE GULPEN-WITTEM HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:1 Artikel 1:2 Artikel 1:3 Artikel 1:4 Artikel 1:5 Artikel 1:6 Artikel 1:7 Artikel 1:8 Artikel 1:9
Begripsomschrijvingen Beslistermijn vervallen Voorschriften en beperkingen Persoonlijk karakter van vergunning en ontheffing Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Termijnen Weigeringsgronden Samenloop
HOOFDSTUK 2
OPENBARE ORDE
Afdeling 1 Artikel 2:1
Bestrijding van ongeregeldheden Samenscholing en ongeregeldheden
1
Afdeling 2 Artikel 2:2 Artikel 2:3 Artikel 2:4 Artikel 2:5
Betoging vervallen Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3) (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)
Afdeling 3 Artikel 2:6
Verspreiden van gedrukte stukken Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Afdeling 4 Artikel 2:7 Artikel 2:8 Artikel 2:9
Vertoningen e.d. op de weg Vervallen Vervallen Straatartiest e.d.
Afdeling 5
Bruikbaarheid ten aanzien van de weg Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Voorwerpen op of aan de weg Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (vervallen) Maken, veranderen van een uitweg Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 2:10 Artikel 2:11 Artikel 2:12 Afdeling 6 Artikel 2:13 Artikel 2:14 Artikel 2:15 Artikel 2:16 Artikel 2:17 Artikel 2:18 Artikel 2:19 Artikel 2:20 Artikel 2:21 Artikel 2:22 Artikel 2:23
Veiligheid op de weg Vervallen Winkelwagentjes Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Openen straatkolken e.d. Vervallen Rookverbod in bossen en natuurterreinen Vervallen Vervallen Voorzieningen voor verkeer en verlichting Vervallen Vervallen
Afdeling 7 Artikel 2:24 Artikel 2:25 Artikel 2:25a Artikel 2:26
Evenementen Definities Evenementenvergunning Kunststof drinkgerei Ordeverstoring
Afdeling 8 Artikel 2:27 Artikel 2:28 Artikel 2:28a Artikel 2:29 Artikel 2:30 Artikel 2:31 Artikel 2:32
Toezicht op openbare inrichtingen Definities Exploitatie openbare inrichting Terrassen Sluitingstijd Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting Verboden gedragingen Handelen binnen openbare inrichtingen
2
Artikel 2:33 Artikel 2:34
Het college als bevoegd bestuursorgaan Vervallen
Afdeling 8a Artikel 2:34a Artikel 2:34b Artikel 2:34c Artikel 2:34d Artikel 2:34e Artikel 2:34f Artikel 2:34g
Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet Definities Regulering van paracommerciële rechtspersonen Vervallen Vervallen Vervallen Verbod ‘happy hours’ Proeverijen in slijtlokaliteiten
Afdeling 9 Artikel 2:35 Artikel 2:36 Artikel 2:36a Artikel 2:34b Artikel 2:34c Artikel 2:34d Artikel 2:34e Artikel 2:37 Artikel 2:38
Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Definitie Vergunningplicht Gedragseisen Weigeringsgronden Sluiting Aanwezigheid in gesloten inrichting Intrekking vergunning Nachtregister Verschaffen gegevens nachtregister
Afdeling 10 Artikel 2:38a Artikel 2:39 Artikel 2:40 Artikel 2:40a
Toezicht op speelgelegenheden Definities Speelgelegenheden Speelautomaten Speelautomatenhal
Afdeling 10a Artikel 2:40b
Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling 11 Artikel 2:41 Artikel 2:41a Artikel 2:42 Artikel 2:43 Artikel 2:44 Artikel 2:45 Artikel 2:46 Artikel 2:47 Artikel 2:48 Artikel 2:48a Artikel 2:48b Artikel 2:49 Artikel 2:50 Artikel 2:50a Artikel 2:51 Artikel 2:52 Artikel 2:53
Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Betreden gesloten woning of lokaal Sluiting voor het publiek toegankelijke gebouwen Plakken en kladden Vervoer plakgereedschap e.d. Vervoer inbrekerswerktuigen Vervallen Vervallen Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Verboden drankgebruik Gevaarlijk drinkgerei en verpakkingen Verboden gebruik lachgas Verboden gedrag bij of in gebouwen Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Vervallen Neerzetten van fietsen e.d. Overlast van fiets of bromfiets op markt en evenementen Vervallen
3
Artikel 2:54 Artikel 2:55 Artikel 2:56 Artikel 2:57 Artikel 2:58 Artikel 2:58a Artikel 2:59 Artikel 2:59a Artikel 2:60 Artikel 2:61 Artikel 2:62 Artikel 2:63 Artikel 2:64 Artikel 2:65
Vervallen Nodeloos alarmeren Alarminstallaties Loslopende honden Verontreiniging door honden Verontreiniging door rijdieren Gevaarlijke honden Gevaarlijke honden op eigen terrein Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren Vervallen Loslopend vee Vervallen Vervallen Bedelarij
Artikel 2:65a
Gevaarlijke voorwerpen
Afdeling 12 Artikel 2:66 Artikel 2:67 Artikel 2:68 Artikel 2:69 Artikel 2:70
Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen Definitie Verplichtingen met betrekking tot verkoopregister Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht Vervallen Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare inrichtingen) onder artikel 2:32]
Afdeling 13 Artikel 2:71 Artikel 2:72 Artikel 2:73 Artikel 2:73a
Vuurwerk Definitie Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Carbidschieten
Afdeling 14 Artikel 2:74 Artikel 2:74a
Drugsoverlast Drugshandel op straat Openlijk drugsgebruik
Afdeling 15 Artikel 2:75 Artikel 2:75a Artikel 2:76 Artikel 2:77 Artikel 2:78 Artikel 2:78a
Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzegging Bestuurlijke ophouding Handhaving bij diverse vormen van overlast Veiligheidsrisicogebieden Cameratoezicht op openbare plaatsen Gebiedsontzeggingen Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Afdeling 16 Artikel 2:79 Artikel 2:80 Artikel 2:81 Artikel 2:82 Artikel 2:83
Huisvesting arbeidsmigranten Definities Exploitatievergunning huisvestingsvoorziening arbeidsmigranten Weigeringsgronden Vergunningvoorschriften Vergunningsduur
4
HOOFDSTUK 3
REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Afdeling 1 Artikel 3:1 Artikel 3:2
Algemene bepalingen Afbakening Definities
Afdeling 2 Artikel 3:3 Artikel 3:4 Artikel 3:5 Artikel 3:6 Artikel 3:7 Artikel 3:8 Artikel 3:9 Artikel 3:10 Artikel 3:11
Vergunning seksbedrijf Vergunning Concentratie seksinrichtingen Beperkt aantal vergunningen Aanvraag Weigeringsgronden Eisen met betrekking tot vergunning Intrekkingsgronden Melding gewijzigde omstandigheden Verlenging vergunning
Afdeling 3 Artikel 3:12 Artikel 3:13 Artikel 3:14
Uitoefenen seksbedrijf Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang Adverteren Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf Bedrijfsplan Minimale verhuurperiode werkruimte Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf Raamprostitutie Straatprostitutie Handhaving straatprostitutie
Artikel 3:15 Artikel 3:16 Artikel 3:17 Artikel 3:18 Artikel 3:19 Artikel 3:20 Afdeling 4 Artikel 3:20 Artikel 3:20
Overige bepalingen Verbodsbepalingen klanten Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
HOOFDSTUK 4
BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving
Afdeling 1
Geluidhinder en verlichting Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Aanwijzing collectieve festiviteiten Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Kennisgeving incidentele festiviteiten Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 4:1 Artikel 4:2 Artikel 4:3
5
Artikel 4:3a Artikel 4:4 Artikel 4:4a Artikel 4:5 Artikel 4:6 Artikel 4:6a Artikel 4:6b Artikel 4:6c Artikel 4:6d Afdeling 2 Artikel 4:7 Artikel 4:8 Artikel 4:9 Artikel 4:9a Afdeling 3 Artikel 4:10 Artikel 4:11 Artikel 4:11a Artikel 4:11b Artikel 4:11c Artikel 4:11d Artikel 4:11e Artikel 4:11f Artikel 4:11g Artikel 4:11h Artikel 4:11i Artikel 4:11j Artikel 4:11j
Verboden incidentele festiviteiten Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Voorschriften collectieve en incidentele festiviteiten in inrichtingen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Buitenterreinen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Onversterkte muziek Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Geluidhinder in de openlucht Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving (Geluid)hinder door dieren Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving (Geluid)hinder door motorvoertuigen en bromfietsen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving (Geluidhinder) door vrachtwagens Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Bodem- weg- en milieuverontreiniging Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Natuurlijke behoefte doen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Verbod ballonnen op te laten Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Het bewaren van houtopstanden Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Aanvraag vergunning
Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Weigeringsgronden Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Bijzondere vergunningvoorschriften Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Herplant-instandhoudingsplicht Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Afstand van de erfgrenslijn Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Bestrijding van boomziekten Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Bescherming publieke houtopstand Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Vervallen
6
Afdeling 4 Artikel 4:13 Artikel 4:14 Artikel 4:15 Artikel 4:16 Afdeling 5 Artikel 4:17 Artikel 4:18 Artikel 4:19
Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Handelsreclame Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vergunningplicht lichtreclame Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Kamperen buiten kampeerterreinen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Aanwijzing kampeerplaatsen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving
HOOFDSTUK 5
ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving
Afdeling 1
Parkeerexcessen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Te koop aanbieden van voertuigen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Defecte voertuigen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Voertuigwrakken Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Kampeermiddelen, aanhangwagens, keetwagens e.a. Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Parkeren van reclamevoertuigen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Parkeren van grote voertuigen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Overlast door fiets of bromfiets Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 5:1 Artikel 5:2 Artikel 5:3 Artikel 5:4 Artikel 5:5 Artikel 5:6 Artikel 5:7 Artikel 5:8 Artikel 5:9 Artikel 5:10 Artikel 5:11 Artikel 5:12 Afdeling 2 Artikel 5:13
Collecteren Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
7
Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Afdeling 3 Artikel 5:14 Artikel 5:15 Artikel 5:16 Afdeling 4
Venten Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Ventverbod Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen
Artikel 5:21
Standplaatsen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Toestemming rechthebbende Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Afbakeningsbepalingen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen
Afdeling 5 Artikel 5:22 Artikel 5:23
Snuffelmarkten Vervallen Vervallen
Afdeling 6
Openbaar water Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Voorwerpen op, in of boven openbaar water Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Vervallen Vervallen Beschadigen van waterstaatswerken Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Reddingsmiddelen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Vervallen
Artikel 5:17 Artikel 5:18 Artikel 5:19 Artikel 5:20
Artikel 5:24 Artikel 5:25 Artikel 5:26 Artikel 5:27 Artikel 5:28 Artikel 5:29 Artikel 5:30 Artikel 5:31 Afdeling 7 Artikel 5:31a Artikel 5:32 Artikel 5:33 Afdeling 8 Artikel 5:34
Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Crossterreinen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Beperking verkeer in natuurgebieden Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Verbod vuur te stoken Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
8
Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Afdeling 9 Artikel 5:35 Artikel 5:36 Artikel 5:37 Artikel 5:38 Afdeling 10 Artikel 5:39 Artikel 5:40 Artikel 5:41 Artikel 5:42 Artikel 5:43 Artikel 5:44 Artikel 5:45 Artikel 5:46 Artikel 5:47 Artikel 5:48 Artikel 5:49 Artikel 5:50 Artikel 5:51 Artikel 5:52 Artikel 5:53 Artikel 5:54 Artikel 5:55 Artikel 5:56 Artikel 5:57
Verstrooiing van as Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Definities Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Verboden plaatsen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Vervallen Vervallen Inzameling afvalstoffen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Begrippen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Doelstelling Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Aanwijzing van de inzameldienst Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Regulering van andere inzamelaars Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Aanwijzing van de inzamelplaats Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Algemene verboden Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Afvalscheiding Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Gescheiden aanbieding Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Tijdstip van aanbieding Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Wijze en plaats van aanbieding Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Inzameling bedrijfsafvalstoffen door afvalstoffendienst Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Vervallen en opgenomen in de
Verordening fysieke leefomgeving Regulering van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Dumpingsverbod Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Zwerfafval in de openbare ruimte Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Zwerfafval rondom inrichtingen Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Afval en verontreiniging op de weg Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Geen opslag van afval in de openlucht Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Ontdoen van autowrakken Vervallen en opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving
9
Artikelen 5:58 t/m 5:68
Vervallen
HOOFDSTUK 6
STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6:1 Artikel 6:2 Artikel 6:3 Artikel 6:4 Artikel 6:5 Artikel 6:6 Artikel 6:7
Strafbepaling Toezichthouders Binnentreden woningen Intrekking oude verordening Overgangsbepaling Inwerkingtreding Citeertitel
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. Beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A, bij de Omgevingswet; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving daaronder wordt verstaan; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; i. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; j. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; k. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan. l. Vfl: Verordening fysieke leefomgeving Gulpen-Wittem 2024. Artikel 1:2 Beslistermijn 1.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag;
10
2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. 4. In afwijking van lid 1 beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 APV (evenement) binnen 13 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Artikel 1:3 (Vervallen)
Indiening aanvraag
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning is zaaksgebonden, een ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1.7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
11
2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1.8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a) de openbare orde; b) de openbare veiligheid; c) de volksgezondheid; d) de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Artikel 1:9 Samenloop 1. Het bevoegde bestuursorgaan kan een aanvraag voor een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening weigeren of een melding niet accepteren indien: a) voor dezelfde plaats reeds een vergunning of ontheffing is verleend of melding is geaccepteerd of daarvoor reeds een volledige aanvraag of melding was ingediend en b) de verschillende activiteiten of handelingen waarvoor een vergunning of ontheffing is gevraagd of verleend of melding is geaccepteerd redelijkerwijs niet gelijktijdig op dezelfde plaats kunnen worden gehouden of uitgevoerd. 2.
de burgemeester kan een vergunning voor een evenement weigeren indien reeds een vergunning is verleend of aangevraagd voor een vergelijkbaar evenement binnen dezelfde kern dat gelijktijdig wordt gehouden of binnen een periode van drie weken voor of na het andere evenement.
HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
12
3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 2. Betoging Artikel 2:2 Optochten (Vervallen) Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3) Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)
Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken
13
Artikel 2:6 Beperking geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (Vervallen) Artikel 2:8 Dienstverlening (Vervallen) Artikel 2:9 Straatartiest e.d. 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving) Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving) Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg (Vervallen) Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving)
Afdeling 6. Veiligheid op de weg (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving)
14
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen) Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.
3. Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving) Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving) Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. (Vervallen) Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving) Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Vervallen) Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen) Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (Verplaatst naar de Verordening fysieke leefomgeving) Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn (Vervallen) Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs (Vervallen)
Afdeling 7. Evenementen Artikel 2:24 Definities
15
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39 van deze verordening; g. reguliere sportactiviteiten in en op sportaccommodaties; 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling, wedstrijd op of aan de weg of een toertocht op de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. g. een pelotonstocht, als bedoeld in het ‘Beleid Wielertoertochten Zuid-Limburg’, van meer dan 29 personen; h. een wielertoertocht, als bedoeld in het ‘Beleid Wielertoertochten Zuid-Limburg’, van meer dan 100 personen. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 200 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 10.00 en 00.00 uur; c. geen muziek vóór 10.00 uur of na 23.00 uur ten gehore wordt gebracht, d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeergelegenheid of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 vierkante meter per object en niet meer dan 6 objecten per straat; f. het een wielertoertocht betreft met minimaal 101 en maximaal 250 deelnemers; g. het een toertocht betreft, waarbij het aantal gemotoriseerde voertuigen dat deelneemt minder dan 100 bedraagt en vanaf 20 deelnemende voertuigen melding wordt gemaakt van de toertocht. 4. Voor een klein evenement gelden in ieder geval de volgende regels: a. Het geluidsniveau door versterkte muziek mag maximaal een geluidsniveau hebben van 75 dB(A) en 95 dB(C) op de dichtstbijzijnde gevel van een gebouw dan wel bij een park of een openveld op 200 meter loodrecht van de geluidsbron. Bij een tent is dit de buitenzijde van deze tent waarin de geluidsinstallatie is opgesteld. De La(eq) dient minimaal gedurende twee minuten te worden aangehouden (geluidsklasse 1 geluidsmeter). Bij deze normstelling wordt geen rekening gehouden met een strafcorrectie van muziekgeluid. b.
de geluidswaarde als hierboven bedoeld in sub a en b is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten; c. voor wat betreft het toegestane geluidsniveau voor een klein binnenevenement gelden de normen als genoemd in artikelen 4:3 en 4:4 van deze verordening;
16
d. geluidmetingen vinden plaats conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (kortweg HMRI’99), De geluidsniveaus worden bepaald zonder toeslagen en correcties zoals deze zijn genoemd in de kortweg HMRI’99, uitgezonderd de gevelcorrectie (cg) voor zover een meting met enkel invallend geluid noodzakelijkerwijs uit praktische overwegingen niet mogelijk is bij de uitvoering van de meting. 5. Voor een regulier evenement gelden in ieder geval de volgende regels: a. het evenement mag plaatsvinden tussen 07:00 uur en 02:00 uur. Hierbij mag maximaal tot 01:30 uur alcohol worden geschonken en mag na 01:00 uur geen muziek worden afgespeeld; b. de burgemeester kan gemotiveerd afwijken van de openingstijden; c. Het geluidsniveau door versterkte muziek mag maximaal een geluidsniveau hebben van 80 dB(A) en 95 dB(C) op de dichtstbijzijnde gevel van een gebouw dan wel bij een park of een openveld op 200 meter loodrecht van de geluidsbron. Bij een tent is dit de buitenzijde van deze tent waarin de geluidsinstallatie is opgesteld. De La(eq) dient minimaal gedurende twee minuten te worden aangehouden (geluidsklasse 1 geluidsmeter). Bij deze normstelling wordt geen rekening gehouden met een strafcorrectie van muziekgeluid. d. de geluidswaarde als hierboven bedoeld in sub a en b is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie.
Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten; e. voor wat betreft het toegestane geluidsniveau voor een binnenevenement gelden de normen als genoemd in artikelen 4:3 en 4:4 van deze verordening; f. geluidmetingen vinden plaats conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (kortweg HMRI’99), De geluidsniveaus worden bepaald zonder toeslagen en correcties zoals deze zijn genoemd in de kortweg HMRI’99, uitgezonderd de gevelcorrectie (cg) voor zover een meting met enkel invallend geluid noodzakelijkerwijs uit praktische overwegingen niet mogelijk is bij de uitvoering van de meting; g. Indien er een partytent wordt geplaatst, dient deze tent te voldoen aan de voorwaarden als gesteld in het Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen. Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren; 2. Indien een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in lid 1 wordt ingediend minder dan 13 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, kan de burgemeester besluiten de aanvraag niet te behandelen; 3. De burgemeester kan de vergunning weigeren als organisator van een evenement als bedoeld in het eerste lid in enig opzicht van slecht levensgedrag is; 4.
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; 5. De burgemeester kan binnen 2 weken na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt of als de organisator in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
17
6. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994; 7. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten aanzien van evenementen; 8. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten aanzien van wielertoertochten; 9. De burgemeester kan besluiten de vergunning te weigeren indien de aanvraag in strijd is met het geldende evenementen- of wielerbeleid; 10. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. Artikel 2:25a Kunststof drinkgerei 1. Bij evenementen is enkel het gebruik van duurzaam herbruikbare bekers, niet zijnde glas, toegestaan. 2. De burgemeester kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste lid, indien geen sprake is van overlast en gevaar en/of de kleinschaligheid en exclusiviteit dit toelaat. Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren. 3.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak en een herdenkingsplechtigheid.
Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: -een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis of waterpijpcafé -elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
18
1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk, in aanvulling op artikel 1:8 van de APV, indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit dan wel indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag, of met een verklaring omtrent gedrag gelijk te stellen verklaring uit het buitenland, met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
oitant o 11. De vergunning wordt eveneens geweigerd indien geen met een verklaring omtrent gedrag gelijk te stellen verklaring uit het buitenland is overgelegd van de exploitant en beheerder indien de beheerder en/of de exploitant afkomstig is uit het buitenland en sinds drie jaar of korter in Nederland verblijft of nog in het buitenland woonachtig is. 12. Bij de toepassing van de in lid 2 opgenomen weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; b. de aard van de openbare inrichting; c. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en; d. het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende. 13. Een vergunning kan tevens worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat hier toepassing aan wordt gegeven kan het bevoegde gezag het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd. 14. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a.
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; of d. een bedrijfskantine of – restaurant. 15. De burgemeester trekt de vergunning in, indien: a. ter verkrijging van de vergunning, gegevens zijn verstrekt die zodanig onjuist of anders blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; b. door de wijze van exploitatie het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; c. zich in het betrokken horecabedrijf feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de ernstige
19
d. vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde; e. niet langer wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 2:28 lid 2 en 3; f. binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de vergunning geen gebruik is gemaakt van de vergunning, anders dan wegens overmacht; g. de exploitatie van het horecabedrijf voor een periode langer dan een jaar is of wordt onderbroken, anders dan wegens overmacht; h. de vergunninghouder c.q. – houders hierom verzoekt c.q. verzoeken; i. er aanwijzingen zijn, dat er in het horecabedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde. 16. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28a Terrassen 1. Het is verboden een terras bij een openbare inrichting te exploiteren, als: a. met betrekking tot de ligging en het onderhoud aan het terras door de exploitant niet de nodige zorgvuldigheid wordt betracht; b. het terras ontsierend is voor het straatbeeld; c. het terras gevaar of hinder oplevert voor de omgeving; d. er geen sprake is van een vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 1,50 meter voor voetgangers, invaliden- en kinderwagens; e.
het elders dan bij het pand waar het bedrijf wordt geëxploiteerd wordt aangelegd; f. er geen vrije en onbelemmerde doorgang van minimaal 3,50 meter aanwezig is ten behoeve van hulpdiensten; g. het terras wordt gesitueerd op een openbare parkeerplaats. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid. 3. Het terras dient gesitueerd te zijn recht tegenover of ter hoogte van de gevel van de inrichting en mag in beginsel niet breder zijn dan de gevelbreedte van het pand waarvoor het terras wordt geëxploiteerd. 4. Alle voorwerpen op het terras dienen demontabel te zijn. 5. Statafels zijn niet toegestaan op het terras. 6. Tappunten zijn niet toegestaan op het terras. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met donderdag, evenals op zondag tussen 02.00 uur en 07.00 uur, en op vrijdag zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd). 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5.
Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de wet milieubeheer is voorzien.
20
6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras; Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Artikel 2:34 (Vervallen)
Afdeling 8A Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: • • • • • •
alcoholhoudende drank, horecabedrijf, horecalocaliteit, inrichting, paracommerciële rechtspersoon, sterke drank,
21
• •
slijtersbedrijf en zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34b Regulering van paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommerciële rechtspersoon kan onverminderd artikel 2.29 uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken met in achtneming van het volgende: de drank wordt verstrekt vanaf 1 uur voor de aanvang en tot uiterlijk twee uren na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon; of de drank wordt verstrekt tijdens per jaar ten hoogste twee bijeenkomsten van persoonlijke aard of gericht op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 2. Een paracommerciële rechtspersoon kan tijdens een bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onder b, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op: a. maandag tot en met vrijdag vanaf 12.00 tot 01.00 uur; b. zaterdag (op zondag) vanaf 12.00 uur tot 02.00 uur; c. zondag vanaf 12.00 uur tot 21.00 uur. 3. Een paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 4 weken voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid, melding hiervan aan de burgemeester.
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven (Vervallen) Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden (Vervallen) Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven (Vervallen) Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
22
Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Vergunningsplicht 1. Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een inrichting te exploiteren. 3. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; en b. de persoonsgegevens van de beheerder. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:36a Gedragseisen De Exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele; b. zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag; en c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Artikel 2:36b Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien: a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:36a gestelde eisen; b. de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; d. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde door de exploitatie van de inrichting op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; e. de exploitatie van de inrichting een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen; f. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten. Artikel 2:36c Sluiting 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een inrichting indien daar: a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen; b. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
23
c.
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; d. zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de inrichting ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een inrichting indien: a. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de in artikel 2:36 tweede lid of 2:36a onder sub a en b; b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 4. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan. 5. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. Artikel 2:36d Aanwezigheid in gesloten inrichting 1. Het is verboden een inrichting te betreden waarvan de sluiting is bevolen. 2. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden. Artikel 2:36e Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken indien: a.
de exploitatie van de inrichting door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen; b. De exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:36a onder sub a en b gestelde eisen. Artikel 2:37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden, dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgesteld model. 2. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities
24
1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39 - Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het geldend omgevingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40 - Speelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee behendigheidsspelen als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet toegestaan, maar geen kansspelautomaten. 3. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. Artikel 2:40a Speelautomatenhal Het is verboden binnen de gemeente Gulpen-Wittem om een speelautomatenhal te exploiteren of te vestigen.
Afdeling 10a. Toezicht op bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen Artikel 2:40b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. Beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten; c. Bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
25
2. De burgemeester kan gebieden, gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebied wordt uitsluitend aangewezen als in dat gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebied of een gebouw kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. In een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebied of gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten, of b. Indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. Indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn; c.
Indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; d. Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het geldend omgevingsplan of een geldende Leefmilieuverordening; e. Indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. Door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, of; b. Door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed, of; c. De voorwaarden uit de vergunning niet worden nageleefd, of; d. De exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of; e.
De exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed, of; f. Er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of; g. Er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of; h. De bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd, of;
26
i.
Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 6. De burgemeester kan de sluiting van het bedrijf bevelen indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd. 7. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het zesde lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 8. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 9. Indien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging van de vergunning dient te komen, moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag indienen. Indien deze aanvraag niet binnen een maand is ingediend na de verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een vergunning vervalt, wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden. 10. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is. 11.
In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.