A 223 - Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2021 - gewijzigde versie
Tekst van het document
GEMEENTEBESTUUR VAN GULPEN-WITTEM Raadsbesluit Kenmerk :
G.21.01166
*G.21.01166*
Raadsnummer: A/223 Dossiercode: Onderwerp :
Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2021 De raad van de gemeente Gulpen-Wittem
-
gezien het initiatiefvoorstel van de Werkgroep doorontwikkeling vergaderstructuur en vergadercultuur d.d. 27 mei 2021 inzake bovengenoemd onderwerp;
-
gelet op artikel 16 Gemeentewet; Besluit:
het Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2021 vast te stellen. Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2021 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a) raadslid: degene die op grond van de Kieswet is benoemd tot lid van de gemeenteraad en volgens de bepalingen in artikel 14 van de Gemeentewet is beëdigd; b) voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; c) fractie: een in de gemeenteraad vertegenwoordigde groepering; d) fractievoorzitter: het raadslid dat voorzitter is van een fractie; e) college: college van burgemeester en wethouders; f) commissie: een commissie als bedoeld in artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet; g) burgerfractielid: een vertegenwoordiger van een fractie in een commissie, niet zijnde een raadslid, die als zodanig door de raad is benoemd; h) initiatiefvoorstel: voorstel van één of meerdere raadsleden voor een verordening of ander voorstel als bedoeld in artikel 147a van de Gemeentewet; i) amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing als bedoeld in artikel 147b van de Gemeentewet; j) subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement;
k) interpellatie: vraag van een raadslid aan de raad om verlof om het college of de burgemeester inlichtingen te vragen over een onderwerp dat niet staat vermeld op de agenda van de raad; l) motie: korte en gemotiveerde verklaring waarmee een oproep, oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; m) griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; n) raadsinformatiesysteem: de vergaderapplicatie waarmee de raad werkt. Openbare informatie in deze vergaderapplicatie wordt automatisch gepubliceerd op de raadsinformatiesite. Artikel 2. Fractievoorzittersoverleg (FVO) 1. Het FVO is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 Gemeentewet en bestaat uit de fractievoorzitters. 2. Bij verhindering kan een fractievoorzitter zich laten vervangen door een ander raadslid uit zijn fractie. 3. Het voorzitterschap is in handen van de burgemeester. Bij verhindering van de burgemeester wordt het voorzitterschap waargenomen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. Mocht de plaatsvervangend voorzitter van de raad ook lid zijn van het fractievoorzittersoverleg, dan kan vanuit de fractie die de plaatsvervangend voorzitter van de raad levert, een raadslid worden aangewezen dat in de desbetreffende bijeenkomst het lid dat het voorzitterschap waarneemt, vervangt. 4. De agenda wordt door de voorzitter in overleg met de griffier opgesteld.
De agenda en de stukken dienen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, uiterlijk drie dagen voor de vergadering in het bezit van de leden zijn. 5. De griffier kan, na overleg met of op verzoek van de voorzitter derden uitnodigen om bij het FVO aanwezig te zijn. 6. Het fractievoorzittersoverleg heeft tot taak het bespreken en besluiten over: a. procedure, proces en organisatie gerelateerde zaken met betrekking tot de raad. Deze zaken betreffen niet de politieke inhoud van een onderwerp; b. de vergaderkalender, de raadsplanner en de voorraadagenda van de raad en de commissies; c. de jaarlijkse verantwoording en verrekening van de fractiebudgetten; d. het functioneren van de raad en de raadscommissies; e. rechtspositionele zaken van raads- en burgerfractieleden. 7. Het fractievoorzittersoverleg overlegt met de burgemeester over zaken omtrent de openbare orde en veiligheid die naar het oordeel van de voorzitter niet in de openbaarheid besproken kunnen worden. 8. Het fractievoorzittersoverleg fungeert als klankbord voor de voorzitter van de raad. 9. Voor aanvang van het kalenderjaar stelt het fractievoorzittersoverleg de vergadermomenten voor haar overleg vast. Voorts vergadert het fractievoorzittersoverleg indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste drie leden van de commissie schriftelijk, met opgave van reden, daarom verzoeken.
Het fractievoorzittersoverleg komt dan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen veertien dagen bijeen. 10. Het FVO vergadert in beslotenheid. De voorzitter of het FVO kunnen op grond van artikel 86 Gemeentewet geheimhouding opleggen omtrent het behandelde en ten aanzien van stukken die aan het FVO zijn overlegd. 11. Door de griffier wordt een besluitenlijst opgesteld en er kan een geluids- en/of video-opname worden gemaakt. De besluitenlijst wordt in het eerstvolgende FVO vastgesteld. De vastgestelde besluitenlijst wordt aan alle raadsleden beschikbaar gesteld. Indien geheimhouding op (delen van) de besluitenlijst is gelegd, wordt de besluitenlijst voor raadsleden onder geheimhouding ter inzage gelegd bij de griffier, tenzij sprake is van strijd met het openbaar belang. 12. De geluids- en/of video-opname kan alleen door fractievoorzitters bij griffie worden teruggeluisterd of bekeken.
-2-
Artikel 3. Agendacommissie 1. De agendacommissie is een commissie zoals bedoeld in artikel 84 Gemeentewet. De agendacommissie bestaat uit drie leden. De plaatsvervangend commissievoorzitters van de commissies Bestuur, Sociaal & Maatschappelijk (BSM) en Ruimte, Economie & Duurzaamheid (RED) zijn lid van de agendacommissie. De raad benoemt een derde lid, tevens de commissievoorzitter. 2. De voorzitter van de raad is adviseur van de agendacommissie; 3. De agendacommissie heeft tot taak: a. het opstellen van de agenda van de commissies BSM en RED (inclusief behandeltijden); b. het opstellen van de agenda van de raadsvergadering. Indien de agendacommissie afwijkt van de adviezen van de commissies, doet de voorzitter van de agendacommissie hiervan bij vaststelling van de agenda in de raadsvergadering kort verslag; c. het vaststellen van een voorstel voor de wijze van afdoening van ingekomen stukken van de raad; d. te besluiten over het organiseren van een themabijeenkomst; e. te besluiten over het organiseren van andere bijeenkomsten waar raads- of burgerfractieleden aanwezig kunnen zijn en waarin dit regelement niet voorziet. De agendacommissie bepaalt in dat geval de datum, tijd en locatie van deze bijeenkomst, alsmede de vorm (inclusief een eventuele inkleding van het voorzitterschap) en de inhoud van deze bijeenkomst. 4.
Bij een oproep van de raad op grond van artikel 17 Gemeentewet wordt de agenda, de datum en het tijdstip van de raadsvergadering opgesteld door de voorzitter van de raad en niet door de agendacommissie. 5. De agendacommissie besluit uit praktische overwegingen digitaal middels e-mailverkeer, tenzij één of meer leden een fysieke bijeenkomst wensen. Van een fysieke bijeenkomst wordt door de griffier een besluitenlijst gemaakt. 6. Het e-mailverkeer en de vastgestelde besluitenlijsten liggen voor raadsleden ter inzage bij de griffier, tenzij sprake is van strijd met het openbaar belang. Artikel 4. Werkgeverscommissie 1. De werkgeverscommissie is een bestuurscommissie zoals bedoeld in van artikel 83 Gemeentewet. De werkgeverscommissie bestaat uit de fractievoorzitters van de in de raad vertegenwoordigde fracties. Bij verhindering kan een fractievoorzitter zich niet laten vervangen. 2. De voorzitter van de raad kan in voorkomende gevallen worden uitgenodigd om in de vergadering van de werkgeverscommissie aanwezig te zijn en eventueel optreden als informant. 3. Het commissievoorzitterschap is in handen van de plaatsvervangend voorzitter van de raad. Bij verhindering van de commissievoorzitter kiest de vergadering uit zijn midden een vervanger. 4. De werkgeverscommissie is bevoegd: a. de raad te adviseren inzake de benoeming, schorsing of het ontslag van de griffier; b.
de raad te adviseren inzake de benoeming, schorsing of het ontslag van de extern commissievoorzitters; c. het benoemen, schorsen en ontslaan van de plaatsvervangend griffier; d. het werkgeverschap uit te oefenen ten aanzien van de griffier en de overige op de griffie werkzame ambtenaren. De werkgeverscommissie kan de aan haar opgedragen bevoegdheden ten aanzien van het griffiepersoneel mandateren aan de griffier; e. het voorbereiden en uitvoeren van de overige tot het werkgeverschap van de raad behorende besluiten en regelingen. 5. De voorzitter van de werkgeverscommissie draagt zorg voor: a. het opstellen van de agenda; b. het ondertekenen van de stukken en de besluiten die van deze commissie uitgaan, alsmede het zorgdragen voor de uitvoering van de besluiten van de werkgeverscommissie; c. het fungeren als schakel tussen de werkgeverscommissie en de griffier als eerstverantwoordelijke voor de personele en organisatorische zaken van de griffie;
-3-
d. het tijdig en ten minste tweemaal per kalenderjaar bijeenroepen van de werkgeverscommissie; e. het leiden van de vergaderingen. 6. De agenda wordt door de voorzitter in overleg met de griffier opgesteld. De agenda en de stukken dienen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, uiterlijk drie dagen voor de vergadering in het bezit van de leden zijn. 7. Voor aanvang van het kalenderjaar stelt de werkgeverscommissie de vergadermomenten voor haar overleg vast. Voorts vergadert de werkgeverscommissie indien de commissievoorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee leden van de commissie schriftelijk, met opgave van reden, daarom verzoeken. De werkgeverscommissie komt dan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen veertien dagen bijeen. 8. De vergaderingen van de werkgeverscommissie worden in het belang als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e of f van de Wet openbaarheid van bestuur in beslotenheid gehouden; 9. De agenda, de stukken en de besluitenlijst zijn openbaar, tenzij de werkgeverscommissie beslist dat op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, hierop of een deel daarvan geheimhouding moet worden gelegd; 10. Indien een raadslid de stukken als bedoeld in het negende lid wil inzien, kan hij daartoe een verzoek indienen bij de voorzitter van de werkgeverscommissie.
De voorzitter weigert een dergelijk verzoek slechts als er sprake is van strijd met het openbaar belang. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5. De voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De voorzitter verleent en ontneemt zo nodig het woord, formuleert zo nodig het voorstel waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede. Artikel 6. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het FVO en kan aanwezig zijn bij andere vergaderingen van de raad. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de werkgeverscommissie is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen deelnemen. Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad op voorstel van de raadsvoorzitter een commissie ‘Geloofsbrieven raadsleden’ in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad.
Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
-4-
Artikel 8. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad op voorstel van de raadsvoorzitter een commissie ‘Geloofsbrieven wethouders’ in bestaande uit drie raadsleden. 2. De kandidaat-wethouder overlegt een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en alle andere documenten en informatie die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid te verrichten toetsing; 3. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet; 4. Voor aanvang van iedere ambtstermijn geeft de burgemeester opdracht om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de commissie ‘Geloofsbrieven wethouders’. De risicoanalyse is niet openbaar. 5. De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel, wordt hiervan melding gemaakt in het advies. Artikel 9. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2.
Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden door de fractievoorzitter zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 10. Burgerfractieleden 1. Een burgerfractielid wordt op voordracht van zijn fractievoorzitter door de raad benoemd. 2. Burgerfractieleden kunnen raadsleden vervangen in de raadscommissie BSM of RED of andere representatieve taken vervullen namens de fractie bij andere raadsbijeenkomsten die voor hen toegankelijk zijn. 3. Iedere fractie als bedoeld in artikel 9, heeft recht op de inzet van maximaal 10 burgerfractieleden. 4.
Burgerfractieleden zijn politieke ambtsdragers in de zin van het Rechtspositiebesluit politieke decentrale ambtsdragers en de verordening rechtspositie raads- en commissieleden GulpenWittem. 5. Burgerfractieleden krijgen toegang tot alle beschikbare informatie over geagendeerde onderwerpen in vergaderingen die voor hen toegankelijk zijn. Indien in een commissievergadering geheimhouding wordt opgelegd, geldt de geheimhouding ook voor burgerfractieleden. 6. De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerfractieleden. 7. De gedragscode voor leden van de raad is voor zover relevant van overeenkomstige toepassing op burgerfractieleden. 8. Burgerfractieleden leggen in de vergadering waarin zij worden benoemd de eed of belofte af. 9. De zittingstermijn van een burgerfractielid eindigt door ontslagname, aan het einde van de raadsperiode of door intrekking van de benoeming door de raad.
-5-
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 2.1. Voorbereiding Artikel 11. Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 12, tweede lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 12. Publiceren van stukken 1. De agenda en de daarbij behorende stukken worden gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem en kunnen, indien gewenst, worden geraadpleegd via een computer in het gemeentehuis. Als na het verzenden van de oproep stukken beschikbaar worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Artikel 13. Openbare kennisgeving 1.
Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging via het raadsinformatiesysteem en indien mogelijk in de lokale pers. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijdstip en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop eenieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.
Paragraaf 2.2. Ter vergadering Artikel 14. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 15. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Indien een raadslid naar aanleiding van reacties van andere raadsleden en/of het college aan het einde van de tweede termijn nog een kort statement wil meegeven, dan kan daar door de voorzitter in afwijking van het derde lid nog kort de mogelijkheid toe geboden worden. 5. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 6. De voorzitter kan interrupties toelaten. Interrupties dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding.
-6-
7. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde en de interrupties. Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 17. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en raadsleden kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Paragraaf 2.3. Stemmingen Artikel 18. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en besproken, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 19. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort en zakelijk toelichten. Artikel 20. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen.
Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming geschiedt op alfabetische volgorde van de namen van de raadsleden. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
-7-
3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 22. Stemming over personen 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 3. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat meerdere stemmingen worden samengevat op één briefje. 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 6. Voor het bepalen van de meerderheid als bedoeld in artikel 30 Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt; 7. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 8. Onder verantwoordelijkheid van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Paragraaf 2.4. Verslaglegging en ingekomen stukken Artikel 23. Besluitenlijst 1. Van hetgeen in de raadsvergadering wordt besloten, wordt onder verantwoordelijkheid van de griffier een besluitenlijst gemaakt. 2. De besluitenlijst bevat: a.
de namen van de voorzitter, de raadsleden, de griffier en de wethouders allen voor zover aanwezig, alsmede de namen en functies van de overige personen die aan de beraadslaging hebben deelgenomen; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. de zakelijke inhoud van de genomen besluiten; d. de vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
-8-
e. de tekst van de ingediende moties, amendementen en subamendementen; 3. De besluitenlijst wordt zo mogelijk in de eerstvolgende en anders in een volgende vergadering aan de raad ter vaststelling aangeboden, gelijktijdig met de overige voorstellen voor die vergadering. 4. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 5. De vastgestelde besluitenlijst en de individuele stemuitslagen worden zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem. Artikel 24. Video- en/of audioverslagen 1. Van de openbare vergadering wordt een video- en/of audioverslag gemaakt. 2. Het video- en/of audioverslag wordt zo spoedig mogelijk, maar binnen vijf werkdagen, gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem. 3. Het video- en/of audioverslag kan tevens worden beluisterd en/of teruggekeken via een computer in het gemeentehuis. 4. Het college draagt er zorg voor dat de video- en/of audioverslagen conform de eisen in de Archiefwet worden bewaard. Artikel 25. Ingekomen stukken 1. De aan de raad gerichte stukken worden op een lijst geplaatst: de lijst ingekomen stukken raad. 2. De lijst ingekomen stukken raad, inclusief de bijbehorende documenten, worden op het voor raads- en burgerfractieleden toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem geplaatst.
De lijst wordt telkens bij binnenkomst van een ingekomen stuk bijgewerkt door de griffie. Raads- en burgerfractieleden ontvangen hiervan een notificatie. 3. De agendacommissie doet een voorstel aan de raad voor de wijze van afdoening van ingekomen stukken. De stukken worden onderverdeeld in de categorieën ‘voor kennisgeving aannemen’, ‘in handen stellen van het college ter afdoening’ en ‘het college bereidt een voorstel voor ter bespreking in de raadscommissie’. 4. De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Paragraaf 2.5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 26. Besloten raadsvergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 27. Besluitenlijst besloten vergadering 1. Besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in de eerstvolgende besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 28.
Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
-9-
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 29. Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een collegevoorstel voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 30. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college 2. Het college kan binnen 14 dagen nadat het in kennis is gesteld van een initiatiefvoorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4.
In afwijking van het bepaalde in het derde lid, kan de indiener van het voorstel de agendacommissie verzoeken het initiatiefvoorstel eerst in een raadscommissie te agenderen. Voor behandeling van het initiatiefvoorstel in de raadscommissie wordt het college uitgenodigd en in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. 5. Een initiatiefvoorstel dient te worden gemotiveerd en voorzien van een ontwerpbesluit. 6. Indien de raad oordeelt dat een initiatiefvoorstel een spoedeisend karakter heeft of waarvan de actualiteit om spoedige agendering vraagt, dan kan een initiatiefvoorstel nog aan de agenda worden toegevoegd. Het college is tijdens de beraadslagingen in de gelegenheid om wensen of bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Artikel 31. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 32. Moties 1.
Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 33. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester door plaatsing in het raadsinformatiesysteem.
-10-
3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 34. Vragenhalfuur 1. Voor aanvang van een raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. 2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 48 uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. Artikel 35. Schriftelijke vragen 1.
Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij het desbetreffend orgaan waaraan de vragen zijn gericht. Schriftelijke vragen op grond van dit artikel worden schriftelijk beantwoord. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college door plaatsing van de vragen in het raadsinformatiesysteem. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen één maand nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad gemotiveerd hiervan in kennis, waarbij tevens de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De beantwoording wordt door het college of de burgemeester openbaar gemaakt door plaatsing in het raadsinformatiesysteem. Artikel 36. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. 3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of die naar het oordeel van de voorzitter spoedeisend zijn, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd.
In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad anders besluit. Hoofdstuk 4.
Voorbereiding van besluitvorming
Paragraaf 4.1 Algemene bepalingen Artikel 37. Instelling commissies Om de besluitvorming van de raad voor te bereiden en met het college of de burgemeester te overleggen, heeft de raad de volgende commissies ingesteld: a. de commissie Bestuur, Sociaal en Maatschappelijk (commissie BSM); b. de commissie Ruimte, Economie en Duurzaamheid (commissie RED).
-11-
Artikel 38. Taken 1. De commissies BSM en RED: a. bereiden de besluitvorming van de raad voor en kunnen de raad inhoudelijk adviseren over de onderwerpen waarop hun werkzaamheden betrekking hebben; b. adviseren de agendacommissie of een geagendeerd onderwerp rijp is voor behandeling in de raadsvergadering en of een voorstel als hamerstuk kan worden geagendeerd in de raadsvergadering; c. voeren overleg met het college of de burgemeester over de aan hen verstrekte informatie en voorstellen. 2. De commissie BSM: a. voert de taken genoemd in het eerste lid ook uit ten aanzien van auditing, financieel beleid en beheer en aangrenzende gebieden; b. is voorts belast met de voorbereiding van de benoeming van een gemeentelijke accountant en overlegt ten minste eenmaal per jaar met de gemeentelijke accountant waarbij in elk geval de jaarstukken aan de orde komen; c. kan uit haar midden een werkgroep samenstellen die een deel van haar werkzaamheden verricht. Artikel 39. Leden 1. De commissies BSM en RED bestaan uit 9 raads- of burgerfractieleden. 2. De raad bepaalt hoeveel leden van elke fractie zitting hebben in de commissie. De raad houdt daarbij rekening met een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad aanwezige groeperingen en de verhouding tussen oppositie en coalitie.
Indien de samenstelling van de raad of de samenstelling van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen of de verhouding tussen oppositie en coalitie wijzigt, beoordeelt de raad of deze wijziging consequenties heeft voor de samenstelling van de commissies. 3. Ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering deelt de fractie de commissiegriffier mede wie als commissielid namens de fractie aanwezig zal zijn in de commissievergadering. Hierbij kan de vertegenwoordiging van de fractie per agendapunt variëren. 4. Raads- of burgerfractieleden die bij een vergadering van de commissie aanwezig zijn terwijl zij op dat moment niet de fractie als commissielid vertegenwoordigen, nemen plaats op de publieke tribune en nemen geen deel aan de beraadslaging. Artikel 40. De commissievoorzitter 1. De raad benoemt of ontslaat de commissievoorzitter en diens plaatsvervanger. 2. De commissievoorzitter is een raadslid, burgerfractielid of een externe persoon die niet werkzaam is voor de gemeente. 3. De plaatsvervangend commissievoorzitter is een raadslid. 4. De commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht. 5. De commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
Behoudens het geval dat de commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd. 6. Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger er niet toe leidt dat de betrokken commissievoorzitter of zijn plaatsvervanger onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad besluiten tot ontslag. Artikel 31 van de Gemeentewet is van toepassing op de stemming inzake het ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
-12-
Artikel 41. De commissiegriffier 1. De griffier of een door hem aangewezen medewerker van de griffie is commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is ter ondersteuning en advisering aanwezig in vergaderingen. 3. De commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen deelnemen. 4. Bij verhindering of afwezigheid van de commissiegriffier treedt de griffier in overleg met de secretaris en wordt voor die gelegenheid door de secretaris een niet op de griffie werkzame ambtenaar aangewezen. Paragraaf 4.2 Voorbereiding commissievergadering Artikel 42. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de raads- en burgerfractieleden een schriftelijke oproep en de agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de agendacommissie na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering, zendt de voorzitter de aanvullende agenda met de daarbij behorende stukken aan de raads- en burgerfractieleden. 3. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de commissie vastgesteld. Artikel 43. Publiceren van stukken 1. Stukken worden gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem en kunnen, indien gewenst, worden geraadpleegd via een computer in het gemeentehuis.
Als na het verzenden van de oproep stukken beschikbaar worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de raads- en burgerfractieleden en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving 2. Stukken waaromtrent op grond van artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier. Deze stukken kunnen worden ingezien door raads- en burgerfractieleden. Artikel 44. Openbare kennisgeving 1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging via het raadsinformatiesysteem en indien mogelijk in de lokale pers. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijdstip en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop eenieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien. Paragraaf 4.3 Ter commissievergadering Artikel 45. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst van de commissievergadering. Hierop wordt aangetekend welk raads- of burgerfractielid bij welk agendapunt als lid aan de commissievergadering deelneemt. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raads- of burgerfractieleden de presentielijst, die aan het einde van elke commissievergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 46. Opening vergadering en quorum 1.
De vergadering van een commissie wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het verzenden van de oproeping is gelegen.
-13-
3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De commissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Artikel 47. Aantal spreektermijnen commissievergaderingen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Indien een commissielid naar aanleiding van reacties van andere commissieleden of het college aan het einde van de tweede termijn nog een kort statement wil meegeven, dan kan daar door de commissievoorzitter in afwijking van het derde lid nog kort de mogelijkheid toe geboden worden. 5. De commissievoorzitter kan interrupties toelaten. Interrupties dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding. 6. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde en de interrupties. Artikel 48 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.
Leden van het college hebben toegang tot de vergaderingen en kunnen aan de beraadslaging deelnemen. Zij kunnen zich hierbij laten bijstaan door een ambtenaar of extern deskundige; 2. Leden van het college kunnen door de commissievoorzitter worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn. 3. De commissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 49. Inspreekrecht 1. Bij elk raadsvoorstel geeft het college voor verzending van de stukken bij de commissiegriffier aan welke externen direct belanghebbende bij het voorstel zijn. 2. De commissiegriffier draagt zorg voor de uitnodiging van direct belanghebbenden bij het voorstel. Deze direct belanghebbenden worden actief gewezen op de mogelijkheid om in te spreken bij de commissievergadering. 3. Belanghebbenden kunnen in een vergadering het woord voeren over raadsvoorstellen die geagendeerd zijn. 4. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen 48 uur voor aanvang van de commissievergadering aan de griffie onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 5. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 6.
De inspreker voert gedurende ten hoogste drie minuten het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7. De commissievoorzitter en een lid van de commissie kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. 8. Als dat in het belang van de kwaliteit van de beraadslaging is, kan de commissie besluiten de inspreker te laten deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 50. Voorstellen van orde in een commissie 1. De commissievoorzitter en commissieleden kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
-14-
3. Over een voorstel van orde beslist de commissie terstond. Artikel 51. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter leidt de vergadering, ziet toe op de naleving van dit reglement en draagt zorg voor al hetgeen de Gemeentewet hem verder opdraagt. Hij verleent en ontneemt zo nodig het woord, formuleert zo nodig het voorstel waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede. 2. De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 3. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. 4. Hij kan de commissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 5.
De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 6. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. Paragraaf 4.4. Besluitvorming commissies Artikel 52. Reikwijdte besluitvorming De commissies zijn niet gerechtigd tot het nemen van bindende extern werkende besluiten. Artikel 53. Advies van de commissie 1. De commissie formuleert na sluiting van de beraadslaging over raadsvoorstellen, op voorstel van de commissievoorzitter een advies, welke kan inhouden dat zij de agendacommissie adviseert een raadsvoorstel: a. als hamerstuk (eventueel met stemverklaring) dan wel als behandelstuk op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadsvergadering te plaatsen; b. aan te houden. Indien de commissie van mening is dat een raadsvoorstel moet worden aangehouden, dan geeft zij daarbij aan welke informatie alsnog verstrekt moet worden om tot besluitvorming door de raad over te kunnen gaan. 2.
Naast adviezen aan de agendacommissie inzake de agendering, kan de commissie ook een inhoudelijk advies over geagendeerde onderwerpen uitbrengen aan de raad. Artikel 54. Stemming Artikel 27 tot en met 32 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een commissie, met dien verstande dat voor “raad” wordt gelezen “commissie” en dat voor “voorzitter” wordt gelezen “commissievoorzitter”. Artikel 55. Afdoening moties en toezeggingen 1. Het college overlegt elk kwartaal een rapportage waarin verantwoording wordt afgelegd over de afdoening van moties en toezeggingen. Het college of de portefeuillehouder stelt daarbij voor welke moties of toezeggingen als afgedaan kunnen worden beschouwd.
-15-
2. De commissiegriffier verwerkt de inhoud van de rapportage in het raadsinformatiesysteem en maakt een verdeling van de moties en toezeggingen naar taakveld van de betreffende commissie. 3. De rapportages worden voor de eerstvolgende vergadering van de commissies BSM en RED geagendeerd. 4. Raads- en/of burgerfractieleden kunnen tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de commissie eventuele opmerkingen ten aanzien van het voorstel voor afdoening bij de commissiegriffier, indienen. Het raads- en/of burgerfractielid vermeldt daarbij het nummer van de motie of toezegging. De commissiegriffier deelt deze opmerkingen met het college. Het college is in de gelegenheid om hier ter vergadering kort op te reageren. 5. De betreffende commissie beslist over de afdoening van moties en toezeggingen. In gevallen waarbij het college voorstelt een motie of toezegging als afgedaan te beschouwen maar de commissie anders beslist, geeft de commissie aan welke acties nog worden verwacht alvorens de betreffende motie of toezegging als afgedaan kan worden beschouwd. 6. Indien tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de commissie geen opmerkingen bij de commissiegriffier zijn ontvangen, wordt de rapportage, inclusief de voorstellen voor afdoening, conform vastgesteld. Paragraaf 4.5 Verslaglegging Artikel 56. Besluitenlijst commissie 1.
Van hetgeen in de commissievergadering wordt besloten, wordt door de commissiegriffier een besluitenlijst gemaakt die na afloop van elke commissievergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld. 2. De besluitenlijst vermeldt: a. de besproken onderwerpen en hetgeen is besloten; b. de namen van de commissieleden die voor of tegen stemden bij hoofdelijke stemming, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; c. minderheidsstandpunten indien daar door een lid expliciet om wordt verzocht. 3. De besluitenlijst van besloten vergaderingen wordt niet verspreid, maar ligt uitsluitend voor de commissieleden, raadsleden en collegeleden ter inzage bij de commissiegriffier. 4. De vastgestelde besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de commissie openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem. Artikel 57. Video- en/of audioverslagen 1. Van hetgeen in de openbare commissievergadering wordt besproken, wordt een video- en/of audioverslag gemaakt. 2. Het video- en/of audioverslag wordt zo spoedig mogelijk, maar binnen vijf werkdagen, gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem. 3. Het video- en/of audioverslag kan tevens worden beluisterd en/of teruggekeken via een computer in het gemeentehuis. 4.
Het video- of audioverslag van besloten vergaderingen kan door de commissieleden, raadsleden en het college worden beluisterd of teruggekeken via een computer bij de griffie. 5. Het college draagt er zorg voor dat de video- en/of audioverslagen conform de eisen in de Archiefwet worden bewaard.
-16-
Paragraaf 4.6 Besloten commissievergadering Artikel 58. Besloten commissievergaderingen 1. Op besloten commissievergaderingen als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. 2. Alle stukken waarop door de commissie geheimhouding is opgelegd, liggen uitsluitend voor commissieleden en raadsleden ter inzage bij de commissiegriffier. 3. Als de raad op grond van artikel 86, derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de commissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de commissie overleg gevoerd. Hoofdstuk 5. Themabijeenkomsten Artikel 59. Themabijeenkomsten 1. Een themabijeenkomst is een informele bijeenkomst voor raads- en burgerfractieleden gericht op deskundigheidsbevordering ten behoeve van de werkzaamheden van de raad. Themabijeenkomsten zijn geen commissievergaderingen in de zin van de Gemeentewet. 2. Raadsleden en het college kunnen een verzoek tot het organiseren van een themabijeenkomst indienen bij de agendacommissie.
Het verzoek voldoet aan de volgende voorwaarden: a) het bevat een voorstel voor dag, tijdstip, locatie en (extern) voorzitter; b) het maakt in voldoende mate aannemelijk dat het onderwerp niet geschikt is om te agenderen in de commissie BSM of RED; c) in de gevraagde themabijeenkomst wordt niet gesondeerd aangaande ontwikkelingen waarover de raad in een later stadium tot besluitvorming over moet gaan. 3. De agendacommissie toetst of aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid, is voldaan en neemt een beslissing over: a) dag, tijdstip en locatie; b) de inhoud van het programma en/of de agenda; c) het uitnodigen van extern deskundigen; d) wie als voorzitter fungeert. 4. De agendacommissie kan in bijzondere gevallen bepalen dat de themabijeenkomst een besloten karakter kent. Het opleggen van vertrouwelijkheid of geheimhouding is niet mogelijk in een themabijeenkomst. 5. De agendacommissie kan, als het onderwerp van de themabijeenkomst daartoe aanleiding geeft, besluiten dat de bijeenkomst alleen toegankelijk voor raadsleden is. 6. Van themabijeenkomsten wordt geen schriftelijk, audio- en/of videoverslag gemaakt, tenzij de agendacommissie anders beslist. Artikel 60. Uitnodiging themabijeenkomst 1. De voorzitter van de themabijeenkomst zendt ten minste 7 dagen voor een themabijeenkomst de deelnemers de uitnodiging en agenda, zulks onder vermelding van dag, tijdstip en locatie. 2.
Eventuele informatie die betrekking heeft op de themabijeenkomst, wordt gepubliceerd via het digitaal raadsinformatiesysteem. 3. De griffier draagt, de agendacommissie gehoord hebbende, zorg voor de uitnodiging van eventuele extern deskundigen en andere betrokkenen. 4. Indien het college zich wil laten bijstaan door extern deskundigen of ambtenaren, dan draagt het college zorg voor de uitnodiging van de desbetreffende personen en/of instellingen. Het college stelt de griffier in kennis van deze uitnodiging(en).
-17-
Hoofdstuk 6: Toehoorders en pers Artikel 61. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 62. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan vooraf mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de persvrijheid aantasten. Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 63. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad of de commissie op voorstel van de (commissie)voorzitter. Artikel 64. Intrekking oude reglementen De navolgende regelementen en verordeningen worden ingetrokken: i. Reglement van orde ten behoeve van de vergaderingen van de gemeenteraad van GulpenWittem (niet zijnde bijeenkomsten van de auditcommissie) versie juni 2017 ii. Verordening op de auditcommissie gemeente Gulpen-Wittem, wijziging juni 2017 iii. Verordening op de werkgeverscommissie Griffie Gulpen-Wittem 2012 iv. Reglement op het burgerfractielid voor de gemeente Gulpen-Wittem 2012 Artikel 65. Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Dit reglement treedt in werking op 1 september 2021 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2021
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Gulpen-Wittem in zijn vergadering van 27 mei 2021. de raadsgriffier, <<<
de voorzitter, <<<
mr. R. Reichrath.
ing. N.H.C. Ramaekers-Rutjens.
-18-
Toelichting Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2021 Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Artikel 2. FractieVoorzittersOverleg (hierna: FVO) Het FVO heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Het FVO vervult voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het FVO is daarom niet gerechtigd tot het nemen van bindende extern werkende besluiten. Het FVO kan dus geen besluiten nemen over onderwerpen die de (Gemeente)wet aan de raad heeft toegekend. Het voorgaande laat evenwel onverlet dat er zich situaties kunnen voordoen waarin de raadsvoorzitter de fractievoorzitters over urgente kwesties wil informeren en eventueel in overleg met de fractievoorzitters wil bezien of het nodig is een tussentijdse raadsbijeenkomst te houden. Dit kan ook een politieke kwestie betreffen.
In dat geval kan de kwestie wel informatief of procedureel besproken worden, doch op het moment dat een politiek standpunt gevraagd wordt of een proces voorgesteld wordt waarin politieke afwegingen kunnen plaatsvinden, zal een dergelijke kwestie aan de gehele raad moeten worden voorgelegd. Het FVO kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de Gemeentewet. Het FVO heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het FVO te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het FVO, zodat er, indien nodig, efficiënt overlegd kan worden. Elke fractievoorzitter heeft een stem die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. Artikel 3. Agendacommissie De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van bijeenkomsten van de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. De agendacommissie werkt met een raadsplanner en een voorraadagenda die inzicht bieden in de korte en middellange termijnplanning van de raad.
In de samenstelling van de agendacommissie komt de evenredige vertegenwoordiging van de raad terug. De commissie stelt de agenda's van commissies BSM en RED en de raad op. De definitieve vaststelling van de agenda van de raadscommissies BSM en RED en van de raadsvergadering geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Ten behoeve van het concreet bepalen van de voorlopige agenda’s, is het van belang dat de agendacommissie tijdig de te behandelen stukken via de griffier ontvangt. De uiterlijke aanlevertermijnen worden via het jaarlijkse vergaderschema (dat wordt vastgesteld door het FVO) met aanlevertermijnen aan de raad, college en organisatie bekend gemaakt. De organisatie geeft bij een raadsvoorstel een advies welke organisaties/burgers/deskundigen uitgenodigd moeten worden. De agendacommissie kan daar zelf nog adressen aan toevoegen of schrappen. De griffie verzorgt vervolgens namens het de agendacommissie de uitnodigingen aan belanghebbenden.
Stukken die het besluitvormingstraject ingaan, lopen in beginsel via een raadscommissie. De agendacommissie bepaalt waar behandeling plaatsvindt en sluit hierbij aan bij de verdeling van taakvelden. Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Bij het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur de voorzitter van de raad indien mogelijk met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De burgemeester heeft echter de bevoegdheid om hierin een eigenstandige afweging te maken. Artikel 4. Werkgeverscommissie De gemeente is de werkgever van de ambtenaren die werkzaam zijn bij deze rechtspersoon. De raad en het college vullen dit werkgeverschap in. De raad is daarbij het bevoegd gezag van de griffie en het college voor zijn organisatie. Gelet op de publieke taken, de grootte en de samenstelling van de raad is voor de feitelijke invulling van het werkgeverschap een commissie ingesteld waaraan de raad deze taak delegeert.