Voorbereidingsmemo initiatiefvoorstel aanpak verbindingsstraten (meningsvormend).pdf
Tekst van het document
Voorbereidingsmemo meningsvormend
Aan: Raad Van: Agendacommissie Datum: 13 oktober 2025
Betreft X
Initiatiefvoorstel
Titel en datum van het stuk (+ link) / Onderwerp voor de sessie Aanpak verbindingsstraten Initiatiefvoorstel : nitiatiefvoorstel-aanpak-verbindingsstraten-PvdA-D66-CU-GL-27-6-25 Preadvies college : Preadvies-initiatiefvoorstel-van-PvdA-CU-GL-en-D66-over-aanpakverbindingsstraten
Ambtelijke contactgegevens voor technische vragen: Zie bijlage (achter inlogcode)
Korte samenvatting: De fracties van PvdA, D66, ChristenUnie en GroenLinks hebben een initiatiefvoorstel ingediend met betrekking tot de aanpak van verbindingsstraten. Dit initiatiefvoorstel gaat over de aansluiting van de huidige binnenstad op de wijken en grote gebiedsontwikkelingen. Waar in Geleide Groei het vizier op 2050 staat, zien indiende fracties dat ontwikkelingen in wijken nu al om sturing vragen. In het initiatiefvoorstel ligt de focus op de ‘verbindingsstraten’ – centrale straten in oude wijken die een verbindende functie hebben voor de Groningers. De functies in deze belangrijke straten beginnen zich op te stapelen, terwijl de openbare ruimte juist meer kan uitnodigen tot ontmoeting en vergroening. Tegelijkertijd laat de staat van de gebouwde omgeving te wensen over en zijn er vermoedens van criminaliteit. Tenslotte vraagt de groei van de stad om een betere aansluiting tussen binnenstad, oude en nieuwe wijken. Dit alles vraagt om een gerichte algehele aanpak vanuit de gemeente, samen met inwoners, ondernemers en vastgoedeigenaren. Met dit initiatiefvoorstel vragen indiende fracties het college een algehele aanpak uit te werken voor drie belangrijkste verbindingsstraten. Het gaan om de Nieuwe Ebbingestraat – Boterdiep - Kop van de Korreweg, de Kop van de Paterswoldseweg en de Steentilstraat – Damsterplein – Nieuweweg.
Deze zijn alle drie gelegen op belangrijke straatassen die de binnenstad en wijken met elkaar en nieuwe gebiedsontwikkelingen verbinden. Het dictum van het initiatiefvoorstel luidt als volgt: 1.
2.
De ambitie uit te spreken verbindingsstraten tussen wijken en binnenstad vanwege hun bijzondere relevantie als harten van de wijken en vitale verbindingen tussen de wijken en de binnenstad te koesteren en te versterken; Tot een aanpak voor de verbindingsstraten De Nieuwe Ebbingestraat-Boterdiep-Kop van de Korreweg, Kop van de Paterswoldseweg en Steentilstraat-DamsterpleinNieuweweg en het college te verzoeken om uiterlijk halverwege 2027 op basis van de overwegingen in dit
initiatiefvoorstel een analyse van sterktes, zwaktes, kansen en uitdagingen daaropvolgende toekomstscenario’s voor straatprofielen in combinatie met instrumentarium uit te werken als basis voor deze integrale aanpak van de straten waarin in ieder geval de in dit initiatiefvoorstel aangehaalde aspecten terugkomen: a. Openbare ruimte, groen en mobiliteit; b. Bebouwing, bouwen, wonen; c. Economie en veiligheid; maar zich daartoe niet te beperken en ook naar andere knelpunten en kansen te kijken, bijvoorbeeld voortkomend uit ander gemeentelijk beleid. 3. Het college te verzoeken om bij de uitwerking van de toekomstscenario’s in de vorm van straatprofielen zowel ruimtelijk als financieel zoveel mogelijk aan te hechten op ontwikkelingen en al aangekondigde gemeentelijke ingrepen zoals in dit initiatiefvoorstel als koppelkansen aangegeven en daarbij niet uitsluitend, maar in ieder geval de volgende instrumenten op basis van de overwegingen in dit initiatiefvoorstel te betrekken: a. Herinrichting openbare ruimte – op basis van de Leidraad Nieuwe Ruimte, mede als katalysator voor private investeringen in vastgoed; b. Stadskwartier/plint- en vastgoedstrategie/sfeergebied – als koppeling van Nieuwe Ruimte en openbare ruimte aan vastgoed en functies daarvan en stimulering van lokaal ondernemerschap; c.
Juridisch-planologisch kader van het omgevingsplan en omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten – om tot een passende functiemix te komen en ongewenste functies/functies in overschot te beperken; d. Publiek ontwikkelbedrijf – om waar nodig ingrepen in vastgoedverhoudingen te kunnen plegen e. Stimuleren van winkelcoöperaties en andere samenwerkingen tussen lokale ondernemers gericht op aantrekken van vastgoed; f. Leegstandsverordening en inzet van de Leegstandswet; g. Gebiedsgericht aanschrijven van pandeigenaren bij welstandexcessen op basis van een excessenregeling (repressieve welstandstoets); h. Subsidieregeling voor het opknappen van plinten; i. Exploitatievergunningen zo breed mogelijk inzetten om criminogene branches te weren; 4. Bij het opstellen van de toekomstscenario’s uitvoeringskosten in kaart te brengen en de verhouding daarvan tot reeds beschikbare budgetten voor de betreffende straten en hierover tevens gebruikers in het gebied te betrekken, met name ondernemers, vastgoedeigenaren en bewonersverenigingen; 5. Het college te verzoeken om de belangrijkste stadsassen tussen de binnenstad en de grote gebiedsontwikkelingen in het noorden, westen en oosten van de stad: a. in de nieuwe omgevingsvisie te verankeren; b.
de gebieden gelegen op de stadsas van een ruimtelijk perspectief te voorzien, met als recent voorbeeld het Toekomstbeeld Oosterhamrikzone. Preadvies college Het college staat in de basis positief tegenover de uitgangspunten in het initiatiefvoorstel. De analyse uit het initiatiefvoorstel sluit in principe goed aan bij de interpretatie van de opgaven die het college ziet voor de binnenstad de komende jaren. Het college geeft aan dat er keuzes gemaakt
moeten worden. Dat betekent dat met de beschikbare middelen in de huidige collegeperiode de nadruk ligt op de uitvoering van lopende en in gang gezette projecten, zoals het Gele-Loper-gebied, de Oosterstraat, de Gelkingestraat, het Kwinkenplein. Het budget, evenals de beschikbare capaciteit, zijn niet toereikend om op dit moment ambities van deze omvang toe te voegen. Het college stelt daarom voor de aanpak van verbindingsstraten als opgave mee te nemen als een van de te verkennen onderdelen van de vervolgaanpak van de binnenstad. Het zal aan het volgende college zijn om daarover nadere keuzes te maken.
Wijze van behandeling Meningsvormende sessies zijn bedoeld voor het uitwisselen en met elkaar confronteren van meningen van de verschillende raadsfracties m.b.t. het genoemde onderwerp. Dit in voorkomende gevallen met het oog op het maken van een definitieve keuze in een later stadium, in de besluitvormende vergadering. Tijdens de meningsvormende fase stellen raadsleden alleen politieke vragen aan elkaar of aan het college en geven vooral aan waarom ze het wel of niet eens zijn met de uitgezette of voorgestelde lijn. De voorzitter kan tot besluit van deze sessie, ten behoeve van agendering in de volgende (besluitvormende) fase aan de deelnemers een conclusie van de bespreking voorleggen. Voor deze meningsvormende sessie is 60 minuten beschikbaar. Het betreft een initiatiefvoorstel, waardoor de spreektijden afwijken van een reguliere meningsvormende sessie. De maximum spreektijd per fractie bedraagt maximaal 3 minuten voor raadsleden en 6 minuten voor het college, exclusief interrupties. Daarnaast is er in totaal 15 minuten voor de indiende fracties (PvdA, D66, ChristenUnie en GroenLinks) om gezamenlijk te reflecteren op het debat. De indienende fracties hebben hierdoor géén eigen woordvoering. De eerste termijn is bedoeld voor evt. politieke vragen aan het college of de indienende fracties; in deze termijn worden geen interrupties toegestaan.
De tweede termijn is bedoeld voor uw woordvoering en voor onderling debat. De volgorde voor de tweede termijn bij een initiatiefvoorstel is als volgt: woordvoering fracties, reflectie college, reflectie indienende fracties. De voorzitter kan, bijv. vanwege de aanwezigheid van meerdere insprekers, de spreektijd per fractie ter vergadering inkorten
Reden voor de keuze voor conform cq meningsvormend (indien van toepassing) Initiatiefvoorstellen worden altijd geagendeerd