CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Rijkswaterstaat van beeldvormende sessie over Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl en bruggen 7-4-2021.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 7 april 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2: Sessie met Rijkswaterstaat over bruggen5.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rijkswaterstaat NoordNederland Zuidersingel 3 8911 AV Leeuwarden Postbus 2232 3500 GE Utrecht T (088) 797 44 00 F (088) 797 44 12 www.rijkswaterstaat.nl

Verslag van

Datum 16 april 2021 Bijlage(n) 1

Omschrijving

Datum bespreking Deelnemers Afschrift aan

MIRT-studies Drie Groninger Bruggen, verslag beeldvormende sessie gemeenteraad Groningen 7 april 2021 Gemeenteraad Groningen en toehoorders -

Bespreekpunt 1. Opening De volgende zaken komen aan de orde: • In deze sessie wordt de gemeenteraad over de uitkomsten van de studies naar de Gerrit Krolbrug, Paddepoelsterbrug en Busbaanbrug bijgepraat • Wethouder Broeksma en dhr. De Ruig (HID RWS NN) geven aan dat de essentie van de sessie is om vanuit een breder perspectief duidelijk te maken wat de aanleiding van de studies is geweest, waar de studies nu staan en welk proces in de komende maanden wordt doorlopen. De geplande sessies met de gemeenteraad en gesprekken met stakeholders zijn belangrijk om elkaar goed te (gaan) begrijpen • Ter voorbereiding op besluitvorming over de Gerrit Krolbrug en Paddepoelsterbrug later dit jaar, is het omgevingsproces voor deze bruggen in het voorjaar 2021 geïntensiveerd. Dit met als doel om: • Meningen, zorgen, risico’s en feiten over de aanpak van de bruggen op te halen bij de verschillende stakeholders • De Minister van IenW zo breed mogelijk te informeren over de issues/belangen van de partijen bij de voorgestelde maatregelen

Actie

2. Toelichting aanpak Drie Groninger Bruggen Door Rijkswaterstaat en de gemeente Groningen wordt een toelichting gegeven op de aanpak van de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl en de Drie Groninger Bruggen. De presentatie is als bijlage toegevoegd. Onderstaand zijn per onderdeel de belangrijkste vragen, discussies en onduidelijkheden, die aan de orde zijn geweest, weergegeven.

RWS INFORMATIE

Pagina 1 van 7

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 16 april 2021

Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl Uitvoering Programma Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl (HLD) Het Programma HLD omvat een groot scala aan projecten om te komen tot een uniforme inrichting van de gehele vaarweg. De opwaardering wordt daarbij gefaseerd uitgevoerd. Naast het aanpassen van bruggen over het Van Starkenborghkanaal betekent dit dat ook de bruggen over het Eemskanaal op termijn worden aangepast. Ook het vergroten van de sluiscapaciteit is onderdeel van het programma. Richtlijn Vaarwegen Gevraagd wordt naar de ‘hardheid’ van de Richtlijn Vaarwegen (RVW) waar in de verschillende stukken vaak naar wordt verwezen, specifiek hoe vaak en hoeveel van dezer richtlijn wordt afgeweken. Ook wordt gevraagd hoe de RVW zich verhoudt tot de al gerealiseerde bruggen op het Van Starkenborghkanaal. Achtergrond van deze vraag is dat het voormalige voorkeursalternatief voor de nieuwe Paddepoelsterbrug ook lager was dan de RVW. Toentertijd was dit mogelijk, de vraag is of dit ook mogelijkheden biedt voor de huidige studies. RWS geeft aan dat de RVW van eenzelfde structuur en status is als een gemeentelijk beleidskader. De RVW is daarbij gebaseerd op een Europese classificatie van vaarwegen zodat Europees gezien vaarwegen van een gelijke klasse ook een gelijke vormgeving hebben. Landelijk wordt zelden afgeweken van de RVW, maar in stedelijk gebied kunnen er moverende redenen om dit wel te doen.

Voor de Drie Groninger Bruggen heeft de Minister van IenW de ambitie om de meest maximale doorvaarthoogte te realiseren. Voor de bestaande bruggen over het Van Starkenborghkanaal geldt dat: • RWS kijkt naar de mogelijkheden voor aanpak van de brug bij Stroobos, deze voldoet niet aan de RVW en beoogde functionaliteit van bruggen over het Van Starkenborghkanaal. • De doorvaarthoogte van de bruggen bij Aduard en Dorkwerd is 4,5 meter. De doorvaarthoogte is wel lager dan wenselijk vanuit de RVW. Bij Aduard is dit het gevolg van de nabijheid van het dorp Aduard, bij Dorkwerd vanwege het verkrijgen van een uniforme doorvaarthoogte tussen beide bruggen. Vervanging Gerrit Krolbrug Aanpassen vaarweg Van Starkenborghkanaal Als onderdeel van de vervanging van de Gerrit Krolbrug wordt ook het Van Starkenborghkanaal tussen het Boterdiep en de Busbaanbrug aangepast. Dit omdat de huidige bocht in de vaarweg (tussen de Gerrit Krolbrug en de Busbaanbrug) niet voldoet aan de beoogde functionaliteit en de huidige ligplaats voor beroepsvaart langs Ulgersmakade gedeeltelijk in de vaarweg ligt. De bochtaanpassing maakt onderdeel uit van de vervanging van de Gerrit Krolbrug en wordt gelijktijdig met het vervangen van de brug uitgevoerd. Omdat de as van

RWS INFORMATIE

Pagina 2 van 7

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 16 april 2021

de vaarweg en de as van de Gerrit Krolbrug op elkaar aan moeten sluiten, wordt eerst bepaald hoe de vaarweg komt te liggen. Vanuit daar wordt de positie van de nieuwe Gerrit Krolbrug bepaald. Op vragen over de verantwoordelijkheid voor de bochtaanpassing wordt aangegeven dat dit onderdeel is van de vervanging van de brug. De kosten horen dan ook bij het project en Rijkswaterstaat als eigenaar van de vaarweg. De huidige ligplaats aan de Ulgersmakade kan in geen geval behouden blijven. Voor de zoektocht naar de nieuwe locatie langs de vaarweg (in samenspraak met de schippers) wordt door RWS een nieuwe studie opgestart. Nieuwe Gerrit Krolbrug De voorkeursvariant voor de nieuwe Gerrit Krolbrug wordt bepaald op basis van een afweging op de ontwerpaspecten: weginrichting, fiets-loopbruggen, brugtype en doorvaarthoogte. De afweging op de afzonderlijke ontwerpaspecten leidt uiteindelijk tot een samengestelde voorkeursvariant. Over de studie naar de nieuwe Gerrit Krolbrug komen de volgende onderwerpen aan bod: • Bewonersvariant – Op een vraag over de wijze waarop de bewonersvariant (in wisselwerking met de bewoners) gelijkwaardig wordt uitgewerkt als de andere varianten, is geantwoord dat de bewonersvariant op dezelfde criteria wordt beoordeeld als de andere varianten.

De bevindingen van de bewonersvariant worden geïntegreerd in de variantenstudie om een gelijkwaardige behandeling van alle varianten te borgen. Parallel aan de bestuurlijke overlegronde worden nog gesprekken met het Gerrit Krolbrug Comité (GKC) georganiseerd om de uitwerking (en visualisaties) van de bewonersvariant nader af te stemmen. Dit met als doel de bewonersvariant volgens de bedoelingen van het GKC op te nemen in de variantenstudie. • Motie Laçin – Gevraagd wordt naar het behandelingsproces van deze motie door de Minister van IenW. RWS antwoord dat RWS verslag uitbrengt aan de Minister over de uitkomsten van de variantenstudie. De Minister IenW informeert de Tweede Kamer over hoe zij omgaat met de motie. • Vanuit de aanwezigen is behoefte aan een duidelijke onderbouwing van de context en argumentatie waarom eerder vastgestelde varianten voor de nieuwe Gerrit Krolbrug (en Paddepoelsterbrug) bij nadere beschouwing niet maakbaar bleken te zijn. RWS zegt dat dit in de variantenstudie op een rij is gezet. • Gevraagd wordt om een verduidelijking van de invloed van de brughoogte op de veiligheid van de scheepvaart. RWS geeft aan dat in principe geldt dat dit betrekking heeft op het zicht dat de schipper heeft op het verloop van de vaarweg en tegemoetkomend scheepvaartverkeer.

Een brug belemmert het zicht, daarom moet een schipper kunnen beoordelen of een brug veilig is te benaderen. Naast de doorvaartbreedte is daarmee ook de doorvaarthoogte van belang. Hoe hoger de brug, hoe beter het zicht van de schipper op de vaarweg en hoe duidelijker is of de brug (al) open staat of niet.

RWS INFORMATIE

RWS

Pagina 3 van 7

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 16 april 2021

Ontwerpaspect: Weginrichting Gerrit Krolbrug/Korreweg • Over de uitwerking van de weginrichting bij de Bewonersvariant worden diverse opmerkingen gemaakt. Deze hebben betrekking op de snelheid van het gemotoriseerd verkeer, het ruimtebeslag van de benodigde infrastructuur voor de rijbaan en het fietspad en de keuze voor één fietspad of twee fietspaden. Duidelijk is dat in de uitwerking van de Bewonersvariant meerdere opties zijn die nog niet zijn verkend in de variantenstudie. Zoals eerder vermeld gaat RWS nog in gesprek met het GKC over de exacte uitwerking van de bewonersvariant, met name ten aanzien van de weginrichting en de brughoogte. • Vanuit de gemeenteraad wordt aangegeven dat de Bewonersvariant naar voren is gekomen vanuit de wens om de verkeersstromen te scheiden vanuit het oogpunt verkeersveiligheid en niet om de uiteindelijke snelheid van het verkeer. • RWS geeft aan dat ongeacht de keuze voor het mengen of scheiden en de snelheid van het verkeer, een verkeersveilig ontwerp op basis van de richtlijnen het uitgangspunt is. De richtlijnen, de intensiteit, functie van het fietspad en de rijbaan en aandachtspunten vanuit verkeersveiligheid bepalen de weginrichting. Vanuit daar volgt het uiteindelijke ruimtebeslag van de infrastructuur.

• Op de vraag waarom in de nieuwe situatie de weginrichting met gescheiden verkeersstromen meer ruimte inneemt dan de huidige weginrichting (waarom de verkeersstromen ook gescheiden zijn) wordt geantwoord dat dit komt omdat de huidige weginrichting niet voldoet aan de richtlijnen gezien de intensiteit van het fietsverkeer. De grote hoeveelheid fietsverkeer vraagt om een fietsinfrastructuur die breder is dan de huidige fietspaden. Deze correctie zorgt voor een toename van het ruimtebeslag van de volledige weginrichting. Dit wordt opgenomen in de variantenstudie. Ontwerpaspect: Fiets-loopbruggen en brugtype • Gevraagd wordt om een vergelijking van de breedte van de brug/weg en toeleidende infrastructuur voor de varianten van de nieuwe Gerrit Krolbrug met de bestaande bruggen bij Dorkwerd, Aduard en Zuidhorn. RWS zegt toe deze informatie toe te sturen. • Over de fiets-loopbruggen worden veel vragen gesteld over de bevinding dat één fiets-loopbrug onwenselijk is. Dit vanuit de overweging dat als één fietsloopbrug kansrijk is, de Bewonersvariant eerder als kansrijke variant in beeld komt. RWS geeft aan dat Bewonersvariant ook gerealiseerd kan worden met twee fiets-loopbruggen. Het aantal fiets-loopbruggen (één of twee) en de inrichting van de fietsinfrastructuur (twee of één vrijliggend fietspad) hangt daarbij met elkaar samen.

• Aangegeven wordt dat het voordeel van de Bewonersvariant is dat fietsers en gemotoriseerd verkeer ook aan de Ommelandzijde van elkaar zijn gescheiden. Dat is een verbetering van de verkeersveiligheid op het kruispunt met de Ulgersmaweg. RWS beaamt dit, maar geeft aan dat in elke variant het kruispunt, ongeacht het mengen of scheiden van verkeer, wordt aangepast om het huidige verkeersveiligheidsknelpunt op te lossen.

RWS INFORMATIE

RWS

RWS

Pagina 4 van 7

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 16 april 2021

•

•

•

Geopperd wordt om bij de afweging van de verkeersveiligheid van één fietsloopbrug, bij een gescheiden afwikkeling van de verkeersstromen, ook te kijken naar een inrichting waarbij fietsers/voetgangers op de Korreweg ook aan één zijde van de weg worden afgewikkeld (zelfde zijde als de brug). Gevraagd wordt om een nadere onderbouwing waarom één fiets-loopbrug nautisch gezien onwenselijk is. Dit is volgens de aanwezigen onvoldoende onderbouwd en onduidelijk. RWS zegt dat de variantenstudie dit zal toelichten. Bij de afweging van het brugtype wordt gevraagd of de bezwaren ten aanzien van een hefbrug puur esthetisch van aard zijn, of dat ook andere bezwaren relevant zijn voor de voorkeur voor een tafelbrug. RWS zegt dat hier ook andere oorzaken voor zijn zoals inpasbaarheid, zicht en onderhoudskosten.

Ontwerpaspect doorvaarthoogte • Bij de uitwerking van de varianten wordt aandacht gevraagd voor het visueel goed in beeld brengen van de lengte en hoogte van de taluds. Dit zodat een goede vergelijking tussen de impact van de verschillende varianten in doorvaarthoogte op de inpassing aan de Stad- en Ommelandzijde. • Tijdens de bijeenkomst is door RWS aangegeven dat de doorvaarthoogte van de brug bij Aduard (4,5 meter) gekozen is vanwege de ligging van de brug in de nabijheid van het dorp Aduard. In vervolg daarop wordt gevraagd waarom voor de Gerrit Krolbrug dan toch een doorvaarthoogte van 5,7 meter wordt onderzocht aangezien deze brug middenin stedelijk gebied ligt. RWS geeft aan dat het beoordelen van de doorvaarthoogte 5,7 meter nodig is om te bepalen of maatwerk moet worden verleend richting een brug met een lagere doorvaarthoogte. • Op basis van de informatie over de impact van de doorvaarthoogte op het aantal brugopeningen wordt door de aanwezigen opgemerkt dat de keuze voor een doorvaarthoogte van 2,53 of 4,5 meter in essentie gaat om de vraag of recreatievaart een vrije doorgang moet worden gegeven (4,5 meter) of niet (2,53 meter). Dat vanwege de constatering dat ook bij een doorvaarthoogte van 4,5 meter slechts een klein deel van de beroepsvaart (geladen bulk) de brug ongehinderd kan passeren.

Paddepoelsterbrug Over de studie naar de vervanging van de Paddepoelsterbrug komen de volgende onderwerpen aan bod: • Gevraagd wordt hoe is omgegaan met de wens voor een bewonersvariant bij de Paddepoelsterbrug. RWS geeft aan dat in de uitgevoerde studie is gekeken naar alle mogelijke varianten; van geen brug, tot een middelhoge (beweegbare) en een hoge (vaste) brug. • Tijdens de bijeenkomst zijn veel vragen gesteld over de achtergrond van de constatering dat de eerder vastgestelde voorkeursvariant niet maakbaar bleek. o Gevraagd wordt of de in 2015 vastgestelde voorkeursvariant wel was gerealiseerd als de brug niet was aangevaren. RWS geeft aan dat in dat geval het besluit tot realisatie volgens planning in 2022 zou zijn voorgelegd aan de Minister IenW. Ook dan zou de voorkeursvariant zijn beoordeeld op de aansluiting bij de beoogde functionaliteit van de HLD en de RVW en zou de constatering zijn gemaakt dat de voorkeursvariant daar niet aan voldoet.

RWS INFORMATIE

Pagina 5 van 7

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 16 april 2021

•

•

Door de aanvaring van de brug is het realisatiebesluit naar voren gehaald, waarbij dezelfde constatering is gedaan. Daarom is de studie naar een voorkeursvariant die wel aansluit op de uitgangspunten opnieuw uitgevoerd. o Gevraagd wordt om inzicht in de afweging dat de voorkeursvariant uit 2015 niet maakbaar is, met name omdat door RWS eerder is ingestemd met de voorkeursvariant en later werd geconstateerd dat deze toch niet voldeed aan de uitgangspunten. RWS geeft aan dat, ter voorbereiding op het realisatiebesluit na de aanvaring, is geconstateerd dat in die studie de onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd. RWS erkent het feit dat omdat die constatering niet eerder is gemaakt, dat tot verwachtingen heeft geleid bij de omgeving en politiek over de vervanging van de Paddepoelsterbrug. o Op de vraag waarom het traject tot een nieuwe voorkeursvariant lang duurt terwijl er al een voorkeursvariant was bepaald geeft RWS aan dat dit komt door de MIRT-systematiek die moet worden gehanteerd. Daarnaast moesten alle ontwerpen opnieuw worden opgesteld op basis van de juiste uitgangspunten. Die wijzigingen en het onderzoek naar de nieuwe voorkeursvariant hebben plaatsgevonden in de periode 2018 – 2020. Gevraagd wordt of RWS inziet dat de impact van het verdwijnen van de voormalige Paddepoelsterbrug groot is voor een beperkte groep mensen (met name bewoners).

Dat RWS een nieuwe brug als ‘wens’ beschouwd doet volgens de aanwezigen tekort aan de belangen van die groep bewoners. RWS erkent dat die impact groot is en beseft zich welke betekenis de brug had voor de omgeving, recreatie en het wandelplezier. Daarom heeft Minister van IenW ook aangegeven om bij de studie naar de vervanging van de Paddepoelsterbrug niet enkel te redeneren vanuit het verkeerskundige of nautische oogpunt, maar ook te kijken naar de belangen vanuit de omgeving. Gesteld wordt dat het verkeer over de Paddepoelsterbrug en de Gerrit Krolbrug (en mogelijk ook de Busbaanbrug) alleen maar gaat toenemen door de groei die de stad Groningen doormaakt in de komende jaren. Gevraagd wordt of het niet verstandig is om voor de Paddepoelsterbrug te kiezen voor een robuuste oplossing, naast fietsers en voetgangers, ook toegankelijk is voor meer modaliteiten. RWS geeft aan dat het genomen besluit juist een robuuste oplossing is voor de huidige gebruikers van de brug. RWS stelt daarbij de vraag aan de gemeente welke visie de gemeente heeft op het afwikkelen van de toekomstige en toenemende verkeersstromen en of de Paddepoelsterbrug daar wel een rol in speelt.

Busbaanbrug In verband met de beschikbare tijd is besloten de informatievoorziening over de studie naar de vervanging van de Busbaanbrug op een ander moment wordt besproken. 3. Sluiting De voorzitter dankt alle aanwezigen voor de aanwezigheid, het met respect voor de spelregels stellen van vragen en sluit de bijeenkomst af.

RWS INFORMATIE

Pagina 6 van 7

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 16 april 2021

Bijlage 1

RWS INFORMATIE

Presentatie

Pagina 7 van 7

DRIE GRONINGER BRUGGEN APRIL 2021

PROCES KOMENDE MAANDEN Datum

Overleg

26 maart

Stuurgroep Groninger Bruggen met Gerrit Krolbrug Comité en bewoners/omwonenden Paddepoelsterbrug

7 april

1e informatiesessie over HLD en Groninger bruggen door RWS en gemeente

15 – 20 april

Gespreksronde 1: Bewoners, Schuttevaer, VNO-NCW, Fietsersbond, Groningen Seaports, VNBO, Groninger Landschap, Natuur en Milieufederatie

3 – 4mei

Gespreksronde 1I: Bewoners, Lefier, Gasunie, scholen, Waterschap, Boomwachters, Wandelnet, Pieterpad, RUG, dorpsraden

Mei

Beeldvormende sessie van de gemeenteraad over de voorkeursvariant GKB

01 – 16 juni

Gespreksronde III: Bewoners

16 – 23 juni

Meningsvormende sessie van de raad voorkeursvariant GKB en bespreken uitkomsten ronde voor Paddepoelsterbrug

30 juni

Besluitvorming gemeenteraad Groningen over voorkeursvariant GKB en bespreken uitkomsten ronde voor Paddepoelsterbrug

Juli

Besluitvorming Minister IenW over voorkeursvariant GKB en bespreken uitkomsten ronde voor Paddepoelsterbrug

AGENDA

Belang Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl

MIRT-Planuitwerking Gerrit Krolbrug

MIRT-Verkenning Paddepoelsterbrug

HOOFDVAARWEG LEMMER-DELFZIJL

Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl in 2021

Ontwikkeling goederenvervoer over water

Toekomstige HLD

Investeringen HLD

DE HLD IN 2021 • Corridor Amsterdam – Noord-Nederland • Jaarlijks 200.000 containers, 71.000 schepen (Amsterdam-Rijnkanaal: 100.000 schepen)

• Eén van de belangrijkste vaarwegen in Nederland • Vaarweg van nationale en regionale economische betekenis • RWS eigenaar en beheerder (2014)

ONTWIKKELING GOEDERENVERVOER Landelijke ontwikkeling goederenvervoer tot 2040

• 1% maximale groei goederenvervoer over water (containers + 2,1% / bulk 0,8%) • Laadvermogen groeit met +30% (weg en water) Ontwikkeling HLD tot 2040 • Kleine groei: bulk blijft gelijk of neemt iets af, containervaart neemt toe • Recreatievaart stabiliseert en neemt licht af (0,25 – 0,75%) • Verduurzaming: duurzaam alternatief voor vracht over weg (modal shift)

• Schaalvergroting: verdere toename laadvermogen Knelpunten: • Schepen en bruggen sluiten niet op elkaar aan (nautische veiligheid en doorstroming) • Te lage sluiscapaciteit: Oostersluis, sluis Gaarkeuken en Pr. Margrietsluis

KNELPUNT -> OPWAARDERING Aspect

Benodigde toekomstige functionaliteit

Vaarweg geschikt voor scheepvaartklasse

Klasse Va (4-laags containervaart, 110 meter schip)

Benodigde doorvaartbreedte vaarweg

  

Normaal profiel Minimaal 54 meter Tweestrooksdoorvaart

Uitgangspunten vormgeving bruggen

 

Vaste bruggen zonder middenpijler Doorvaartbreedte gelijk aan vaarweg

Benodigde doorvaarthoogte bruggen VSK (inclusief toeslag bodemdaling)

 

Vaste brug: minimaal 9,7 meter (= RVW 2020) Beweegbare brug  Gesloten toestand: 4,5 – 5,7 meter (maatwerk, RVW 2020 = 9,7 meter)  Geopende toestand: 9,7 meter (= RVW 2020)

INVESTERINGEN HLD - STAD Investeringen tot 2030 (HLD fase 2) • Vervanging Paddepoelsterbrug • Vervanging Gerrit Krolbrug

• Vervanging Busbaanbrug • Renovatie kanaal (oevers, lig- en wachtplaatsen, geleidewerken)

• Vervanging infrastructuur voor bediening op afstand Investeringen na 2030

• Renovatie en uitbreiding Oostersluis • Vervanging en opwaardering Driebondsbrug, Borgbrug, Bloemhofbrug

M I R T- P L A N U I T W E R K I N G VERVANGING GERRIT KROLBRUG

ZORGEN EN AFWEGING GKB Huidige Gerrit Krolbrug kent zorgen & problemen: • Verkeersonveilig

• Nautisch onveilig • Doorstroming

Nieuwe Gerrit Krolbrug = oplossing voor zorgen en problemen • Belangenafweging tussen: – Toegankelijkheid en comfort fietsers en voetgangers – Veiligheid verkeer en scheepvaart – Doorstroming vaar- en wegverkeer

– Ruimtelijke inpassing, uitzicht en sociale veiligheid – Kosten

MIRT-PLANUITWERKING GERRIT KROLBRUG

Historie - tijdlijn & cijfers

Opzet variantenstudie

Resultaten variantenstudie

Bevindingen kansrijke varianten

HISTORIE – MIJLPALEN EN BESLUITEN • Voorkeur voor brugvariant met gescheiden rijbanen auto- en fietsverkeer, breedte van 18 meter • Onderzoek naar optimalisatie maatvoering rijbaan autoverkeer

• Uitvoeringsbesluit door Minister IenW • Start realisatie door provincie Groningen

02

04

2016

2015

BO MIRT • Wijziging rijbaanindeling naar gemengde afwikkeling op één rijbaan (erftoegangsweg) • Overgang projectleiding naar Rijkswaterstaat per 1-3-2019

K1

01

Oplevering ‘Eindrapport variantenstudie Gerrit Krolbruggen’

06

2017

K2

K3

K4

K1

03

Bestuurlijke instemming voorkeursvariant brugvariant met gescheiden rijbanen auto- en fietsverkeer, breedte van 16 meter

K3

K4

K1

08

2020

2019

2018

K2

• Start MIRT-Planuitwerking Gerrit Krolbrug • Voorstel Bewonersvariant

K2

K4

K3

K1

05

• Constatering dat VKV niet maakbaar is • Start nieuwe verkenning naar voorkeursvariant

K2

K3

K4

K1

2021

K2

K3

07 BO MIRT Besluit tot uitvoering variantenstudie naar maakbare voorkeursvariant

K4

K1

K2

K3

K4

HISTORISCHE ‘CIJFERS’ Ontwerpaspect

Huidige brug

2016

2017

2019

Doorvaarthoogte beweegbare brug

2,33 meter

4,5 meter*

4,5 meter*

4,5 meter*

Doorvaarthoogte vaste fietsloopbruggen

6,91 meter

9,7 meter*

9,7 meter*

9,7 meter*

Doorvaartbreedte vaarweg bij brug

21,8 meter

54 meter

54 meter

54 meter

Fiets-loopbruggen

Twee

Twee

Twee

Twee

Rijbaanindeling op de Gerrit Krolbrug

Gemengd verkeer (GOW 50 km/u)

• •

Breedte brug

8 meter

18 meter

16 meter

12 meter

Breedte rijbaan

5,0 meter

6,0 meter

6,0 meter

7,2 meter

Breedte fietspaden

n.v.t.

3,0 meter

2,5 meter

n.v.t.

Breedte trottoir

1,5 meter

1,5 meter

1,0 meter

1,8 meter

* Maatvoering gecorrigeerd met toeslagen

Vrijliggend fietspad GOW 50 km/u

• •

Vrijliggend fietspad GOW 50 km/u

Gemengd verkeer (ETW 30 km/u)

OPZET VARIANTENSTUDIE Nieuwe Gerrit Krolbrug

Aanpassen Vaarweg

Weginrichting

Fietsloopbruggen

Brugtype

Doorvaarthoogte

AANPASSEN VAARWEG Achtergrond bochtaanpassing • Huidige combinatie van bochtstraal en doorvaartbreedte voldoet niet • Zichtlijnen belemmerd door te krappe bocht en obstakels langs de vaarweg • Huidige ligplaats Ulgersmakade onvoldoende breed en ligt in vaarweg  verplaatsing nodig Gevolg: niet-acceptabele nautische veiligheidsrisico’s voor scheepvaart Twee opties voor aanpassingen aan vaarweg 1. Verbreden van de vaarweg 2. Vergroten bochtstraal

Doel variantenstudie • Bepalen optimale wijze bochtaanpassing met minimaal effect voor omgeving • Aanpassing bepalend voor locatie nieuwe Gerrit Krolbrug (as vaarweg = as brug)

AFWEGINGEN VAARWEG I Afwegingen • Te grote impact verbreden vaarweg op omgeving (kades Offeringa) • Vergroten bochtstraal mogelijk zonder aanpassing kadelijnen (m.u.v. Gerrit Krolbrug)

• Verplaatsing vaarwegas en ligplaats Ulgersmakade bij vergroten bochtstraal • Verplaatsing gasleiding aan Ommelandzijde nodig met en zonder aanpassing vaarweg

Voorkeur voor vergroten bochtstraal • Minimale ruimtelijke impact voor omgeving – Stadzijde: meer ruimte inpassing talud nieuwe brug – Ommelandzijde: voldoende ruimte inpassing talud (met en zonder verschuiving vaarwegas)

AFWEGINGEN VAARWEG II

NIEUWE GERRIT KROLBRUG

Weginrichting

Fiets-loopbruggen

Brugtype

Doorvaarthoogte

DE VARIANTEN OP EEN RIJ Ontwerpaspect

Variant 1

Variant II

Variant III (bewoners)

Doorvaarthoogte beweegbare brug

4,5 meter MHWS

5,7 meter MHWS

Bovenkant brug op huidige hoogte

9,7 meter MHWS

9,7 meter MHWS

9,7 meter MHWS

Fiets-loopbruggen

1. 2. 3. 4.

2 fietsloopbruggen 1 fietsloopbrug zuidzijde 1 fietsloopbrug noordzijde Geen fietsloopbruggen

1. 2. 3. 4.

2 fietsloopbruggen 1 fietsloopbrug zuidzijde 1 fietsloopbrug noordzijde Geen fietsloopbruggen

1.

1 fietsloopbrug noordzijde

Brugtype

1. 2.

Hefbrug Tafelbrug

1. 2.

Hefbrug Tafelbrug

1. 2.

Hefbrug Tafelbrug

Rijbaanindeling op de Gerrit Krolbrug

Gemotoriseerd en fietsverkeer gemengd op één rijbaan (30 km/u)

Doorvaarthoogte vaste fiets-loopbruggen

Doorvaartbreedte vaarweg bij brug

Gemotoriseerd en fietsverkeer gemengd op één rijbaan (30 km/u) 54 meter

Gemotoriseerd en fietsverkeer gescheiden (30 km/u of 50 km/h)

DEEL I: WEGINRICHTING Twee opties weginrichting • Menging van verkeersstromen (variant 1 en II) – Fietsstraat – 30 km/u – Fietser als hoofdgebruiker op rijbaan

• Scheiding van verkeerstromen (variant III - bewoners) – Gescheiden verkeersstromen, tussen langzaam en gemotoriseerd verkeer (30 of 50 km/h) – Autoverkeer moet zonder fietsers te kruisen tussen de Korreweg en de Ulgersmaweg (oostzijde) kunnen rijden

Doel variantenstudie weginrichting Onderzoeken gewenste weginrichting in relatie tot verkeersveiligheid, inpassing en toekomstbestendigheid (mobiliteitsvisie) op traject Oosterhamriklaan – Ulgersmaweg.

VERBEELDING WEGINRICHTING I Varianten I & II – wegbreedte 11,20 meter exclusief constructie

Variant III - wegbreedte 18 meter exclusief constructie

Hier twee opties (breedte en volgorde nog uit te werken): a) Voetgangers – fietsers – autoverkeer b) Fietsers – autoverkeer – voetgangers

VERBEELDING WEGINRICHTING II Variant I & II (menging)

Variant III (gescheiden)

PM plaatje in overleg met bewoners

AFWEGINGEN WEGINRICHTING Afwegingen

• Erftoegangsweg = toekomstbestendig (Korreweg als fietsstraat) • Ruimtebeslag erftoegangsweg kleiner dan gescheiden rijbanen en fietspaden

• Menging verkeersstromen verkeersveilig op basis van verkeersintensiteiten fietsers en auto’s – Menging verkeersstromen leidt tot afname gemotoriseerd verkeer

• Scheiden verkeersstromen is negatief voor veiligheid bij samenkomen en kruisende verkeersstromen • Verslechtering oversteekbaarheid bij scheiden verkeersstromen. Voorkeur voor weginrichting als erftoegangsweg/fietsstraat

• Traject Oosterhamriklaan – Ulgersmaweg • Aanpassing kruispunt Korreweg-Oosterhamriklaan nodig • Uitgaande van huidige verkeersintensiteiten en –gebruik

KRUISING OOSTERHAMRIKLAAN Variant I & II

Variant III

Vergelijkbaar plaatje aansluiting fietspad met rotonde op Korreweg wordt met bewoners opgesteld.

DEEL I: FIETS-LOOPBRUGGEN Achtergrond • Alternatief voor fietsers en voetgangers bij openstaande brug vanwege hoge fietsintensiteit

• Voorkomen lange wachttijden fietsverkeer bij openingen Gerrit Krolbrug • Huidige bruggen worden goed gebruikt en zijn gewenst door gebruikers Doel variantenstudie fiets-loopbruggen Onderzoeken noodzaak, aantal en locatie fiets-loopbruggen

VERBEELDING FIETS-LOOPBRUGGEN I Twee fiets-loopbruggen

Geen fiets-loopbruggen

VERBEELDING FIETS-LOOPBRUGGEN II Eén fiets-loopbrug noordzijde

Eén fiets-loopbrug zuidzijde

AFWEGINGEN FIETS-LOOPBRUGGEN Afwegingen • Combinatie aantal brugopeningen x aantal fietsers bepaalt noodzaak vaste fiets-loopbruggen • Een fiets-loopbrug zorgt voor minder hinder tijdens brugopening en veiligere doorstroming fietsers • Bij afname aantal brugopeningen, neemt ook de directe noodzaak voor fiets-loopbruggen af • Vanuit verkeersveiligheid is de keuze tussen een of twee fiets-loopbruggen afhankelijk van de wegindeling • Vanuit nautische veiligheid enkel twee of geen vaste fiets-loopbruggen Voorkeur voor twee of geen fiets-loopbruggen • Voorkeur voor twee of geen fiets-loopbruggen afhankelijk van afname aantal brugopeningen – Doorvaarthoogte < 5,7 meter: twee fiets-loopbruggen noodzakelijk – Doorvaarthoogte ≥ 5,7 meter: fiets-loopbruggen niet noodzakelijk, wel gewenst

DEEL III: BRUGTYPE Achtergrond • Doorvaartbreedte nieuwe brug gelijk aan de breedte van de vaarweg (54 meter) • Slechts mogelijk met twee brugtypen: een tafelbrug en een hefbrug

Doel variantenstudie brugtype Onderzoeken gewenste brugtype op basis van:

• Functionele uniformiteit vaarweg • Esthetische uniformiteit vaarweg • Landschappelijke inpassing

• Beheer en onderhoud

VERBEELDINGEN BRUGTYPE I Tafelbrug met fiets-loopbruggen

Hefbrug met fiets-loopbruggen

VERBEELDINGEN BRUGTYPE II Tafelbrug zonder fiets-loopbruggen

AFWEGINGEN BRUGTYPE Afwegingen • Voorkeur Tafelbrug vanuit functionele en esthetische uniformiteit

• Voorkeur Tafelbrug voor eenduidigheid in brugtype = voorspelbaar = nautische veilig • Tafelbrug biedt voordelen voor beheer en onderhoud van de brug

• Heftorens beïnvloeden zicht omliggende woningen • Heftorens duidelijk aanwezig, gaat ten koste van landschappelijk beeld omgeving

Voorkeur voor brugtype Tafelbrug • Betere inpassing en meer kansen voor een goede landschappelijke inpassing – geen zicht beperkingen

DOORVAARTHOOGTE Achtergrond

• Huidige doorvaarthoogte sluit niet aan bij omvang schepen • Risico op vertraging scheepvaartverkeer (te) groot door huidig aantal brugopeningen (27,6 per dag) • Doorvaarthoogte ≥ 4 meter: alle recreatievaart + klein deel beroepsvaart ongehinderd passeren • Vergroten doorvaarthoogte wenselijk vanuit doorstroming en nautische veiligheid

Doel variantenstudie doorvaarthoogte Onderzoeken impact doorvaarthoogte op:

• Gebruikers van de vaarweg en de weg • Ruimtelijke, landschappelijke en verkeerskundige inpassing aan Stad- en Ommelandzijde • Nautische veiligheid en kwaliteit van de doorvaart op corridor HLD

VERBEELDING DOORVAARTHOOGTE I Impressie impact doorvaarthoogte vanaf Ulgersmakade Huidige situatie

Variant I (4,5 meter)

Variant II (5,7 meter)

Variant III (huidige hoogte bovenkant brug)

VERBEELDING DOORVAARTHOOGTE II Impressie impact doorvaarthoogte vanaf Korreweg

Huidige situatie

Variant I (4,5 meter)

Variant II (5,7 meter)

Variant III (huidige hoogte bovenkant brug) PM plaatje in overleg met bewoners

VERBEELDING DOORVAARTHOOGTE III Impressie impact doorvaarthoogte Huidige situatie

Variant I (4,5 meter)

Variant II (5,7 meter)

Variant III (huidige hoogte bovenkant brug)

PM plaatje in overleg met bewoners

VERBEELDING DOORVAARTHOOGTE IV Impressie impact doorvaarthoogte vanaf westzijde Westindischekade Huidige situatie

Variant I (4,5 meter)

Variant II (5,7 meter)

Variant III (huidige hoogte bovenkant brug) PM plaatje in overleg met bewoners

VERBEELDING DOORVAARTHOOGTE V Impressie impact doorvaarthoogte vanaf westzijde Korreweg Huidige situatie

Variant I (4,5 meter)

Variant II (5,7 meter)

Variant III (huidige hoogte bovenkant brug) PM plaatje in overleg met bewoners

IMPACT DOORVAARTHOOGTE OP BRUGOPENINGEN I Doel Bepalen impact van een hogere brug op de doorstroming = verlagen wachttijden auto’s, fietsers en scheepvaart. Hoe? Voor bepalen toekomstig aantal brugopeningen per doorvaarthoogte per brug: • Hoe vaak gaat brug nu open (=werkelijk)?

• Welke hoogte hebben de schepen die de Gerrit Krolbrug passeren? • Hoe vaak zou de huidige brug open moeten op basis van de passerende hoogte (theoretisch)?

• Hoeveel schepen passeren er per opening (theoretisch versus werkelijk)? • Hoe vaak zou de nieuwe brug open moeten op basis van de passerende hoogte en het aantal schepen per opening (prognose)?

IMPACT DOORVAARTHOOGTE OP BRUGOPENINGEN II Hoe vaak gaat de brug nu open? (NDW 1/1/2020 – 9/11/2020) Brug

jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Gemiddeld per dag

Gerrit Krolbrug

27,1

24,9

22,6

17,2

29,3

31,2

33,9

30,3

32,9

26,9

24,4

27,6

Brug Dorkwerd

26,3

23,5

22,6

16,8

27,0

26,4

26,1

26,6

27,4

25,1

23,2

24,7

22,4

16,8

28,0

27,1

26,0

27,2

28,0

25,8

23,4

25,1

22,8

17,9

29,5

28,8

28,2

28,4

29,4

26,5

25,1

26,4

Brug Aduard Brug Zuidhorn

27,7

24,8

• Gerrit Krolbrug opent gemiddeld per dag: 27,6 keer • In recreatieseizoen is verschil Gerrit Krolbrug met andere bruggen groter

IMPACT DOORVAARTHOOGTE OP BRUGOPENINGEN III Welke hoogte hebben de schepen die de Gerrit Krolbrug passeren? (meting Beenen)

IMPACT DOORVAARTHOOGTE OP BRUGOPENINGEN IV Theoretisch aantal brugopeningen per doorvaarthoogte & aantal schepen per keer • Doorvaarthoogte 4.5 meter: 35% minder brugopeningen

• Doorvaarthoogte 5.7 meter: 71% minder brugopeningen Varianten doorvaarthoogte

Gemiddeld aantal passages per dag met brugopening

Gemiddeld aantal brugopeningen per dag

2,53 meter (huidige situatie)

40,1

27,6

4,5 meter

25,4

18

5,7 meter

10,3

8

40,1 passages / 27,6 brugopeningen = 1,45 passages (schepen) per brugopening

AFWEGINGEN DOORVAARTHOOGTE II Afwegingen impact doorvaarthoogte op aansluitende infrastructuur • Aansluiting West-Indische Kade vervalt voor gemotoriseerd verkeer • Bij doorvaarthoogte 5,7 meter: – Vervalt de aansluiting Antillenstraat – Bedraagt hoogteverschil bij Oosterhamriklaan +0,9 meter ten opzichte van huidige situatie – verhoging kruispunt nodig – Vervalt aansluiting Stamstraat op Heerdenpad

– Aansluiting Ulgersmakade wordt omgelegd naar Ulgersmaweg

AFWEGINGEN DOORVAARTHOOGTE III Afwegingen impact doorvaarthoogte op inpassing en nautiek • Hoe groter de doorvaarthoogte, hoe groter de afname aantal brugopeningen – Gunstig voor doorstroming scheepvaart en kruisend wegverkeer – Bij doorvaarthoogte vanaf 4,5 meter kan alle recreatievaart ongehinderd passeren

• Fietshellingen bij alle doorvaarthoogtes volgens de richtlijnen ingepast

• Een grotere doorvaarthoogte is nautisch veilig(er) door verbetering van het zicht voor schippers • Een grotere doorvaarthoogte leidt tot minder fietscomfort door langere taluds om het hoogteverschil te overbruggen • Een grotere doorvaarthoogte leidt tot een grotere aantasting van de woon- en leefkwaliteit door langere en hogere taluds

AFWEGINGEN DOORVAARTHOOGTE IV Nautische situatie op de vaarweg doorvaarthoogte

• Voorkeur voor zo hoog mogelijke doorvaarthoogte • Doorvaarthoogte lager dan 4,5 meter lost nautisch veiligheidsprobleem niet op Landschappelijke en ruimtelijke inpassing doorvaarthoogte • Voorkeur voor kleine doorvaarthoogte door kleiner hoogteverschil en kortere taluds

• Voorkeur voor smaller wegprofiel door kleiner ruimtebeslag en smallere taluds Verkeerskundige inpassing doorvaarthoogte • Voorkeur voor grotere doorvaarthoogte door afname aantal brugopeningen • Voorkeur voor kleinere doorvaarthoogte voor fietscomfort taluds

SAMENVATTING AFWEGINGEN Nieuwe Gerrit Krolbrug Aanpassen Vaarweg Voorkeur voor vergroten bochtstraal

Weginrichting Voorkeur voor weginrichting als erftoegangsweg/fietsstraat

Fiets-loopbruggen Voorkeur voor twee of geen fiets-loopbruggen

Brugtype Voorkeur voor brugtype Tafelbrug

Doorvaarthoogte Vanuit doorstroming & nautische veiligheid voorkeur doorvaarthoogte van 5,7 meter Voorkeur voor 4,5 vanuit landschappelijke, sociale veiligheid en ruimtelijke inpassing

M I R T- V E R K E N N I N G PADDEPOELSTERBRUG

AANDACHTSPUNTEN VERKENNING • De Paddepoelsterbrug is in verkeersnetwerk geen essentiële schakel • Voor de beroeps- en recreatievaart vormde de brug een grote belemmering – De brug moest worden geopend voor al het passerende scheepvaartverkeer

• De Paddepoelsterbrug was van belang voor de sociale cohesie van de bewoners aan weerszijden van de brug • De brug werd voornamelijk gebruikt door: – Woon-werk/school fietsverkeer – Recreatief fiets- en wandelverkeer

– Zeer beperkt gemotoriseerd bestemmingsverkeer (o.a. woningen/begraafplaats)

• De brug vertegenwoordigde, als onderdeel van een verbinding over het kanaal, een cultuurhistorische waarde

HISTORIE Constatering dat BVA Paddepoelsterbrug van 2015 niet voldoet aan brughoofd gestoten Richtlijn Vaarwegen

2016

2015

K1 K1

K2 K2

K3 K3

K4 K4

01 • Oplevering ‘Rapportage Verkenningsfase Planstudie Paddepoelsterbrug’ • Voorkeursalternatief: • Getoogde draaibrug met middenpijler • Doorvaarthoogte 3,0m MHWS • Beoogde vervanging in 2025

2017

06

K2

K3

K4

K1

03 BO MIRT Besluit ontwikkelen kosten effectievere alternatieven o.b.v. VKA 2015

2021

2020

2019

2018

K1

Start MIRT-Verkenning Paddepoelsterbrug

04

02

BO MIRT Besluit vervanging Paddepoelsterbrug door vaste brug

K2

K3

K4

K1

K2

05 BO MIRT Besluit starten MIRT-Verkenning Paddepoelsterbrug op basis van Plan van Aanpak RWS

K3

K4

K1

K2

K3

K4

07 Oplevering Alternatievenstudie nieuwe Paddepoelsterbrug

MIRT-VERKENNING PADDEPOELSTERBRUG Alternatieven nieuwe Paddepoelsterbrug 1. Geen brug met aanpassing infrastructuur voor fietsers en voetgangers

2. Vaste fietsbrug – Minimale doorvaarthoogte van 9,7m MHWS 3. Beweegbare fietsbrug – Minimale doorvaarthoogte van 5,7m MHWS in gesloten toestand en 9,7m MHWS in geopende toestand – Combinatie van beweegbare brug met deze doorvaarthoogte wijkt af van de RVW 2020 – Bestuurlijke keuze om dit alternatief wel te onderzoeken in de MIRT-Verkenning

ALTERNATIEVENSTUDIE PADDEPOELSTERBRUG Studie naar voorkeursalternatief permanente vervanging Paddepoelsterbrug • Zoekgebieden locatie brug 1. Ter plaatse van de voormalige brug 2. Ten westen van de voormalige brug 3. Ten oosten van de voormalige brug

• Brugtype 1. Vaste brug met trappen 2. Vaste brug met talud

3. Beweegbare brug met talud

ALTERNATIEVENSTUDIE ZOEKGEBIED I 1.

Voormalige brug = rood

2.

West = paars

3.

Oost = geel

AFWEGING ZOEKGEBIED Overwegingen - Verkeerskundige inpasbaarheid - Zoekgebied 1 (voormalige brug) leidt tot herstel voormalige structuren - Zoekgebied 2 (west) biedt kansen voor herstellen voormalige structuren - Zoekgebied 3 (oost) sluit niet aan op voormalige structuren

- Ruimtelijke inpasbaarheid -

Zoekgebied 1 of 2 voorkeur vanuit cultuurhistorisch oogpunt Realisatie brug in zoekgebied 1 of 3 niet mogelijk zonder aantasting woongenot Landschappelijke consequenties in zoekgebied 1 en 3 groter dan zoekgebied 2 Realisatie van brug in zoekgebied 2 ruimtelijk inpasbaar

Voorkeur zoekgebied nieuwe Paddepoelsterbrug Zoekgebied 2 (ten westen van de voormalige brug) is enige zoekgebied waar ruimtelijke inpassing binnen bestaande verkeersstructuren maakbaar is

ALTERNATIEVENSTUDIE BRUGTYPE I Ontwerpaspect

Voormalige brug

Alternatief I: Vaste brug - trappen

Alternatief II: Vaste brug - talud

Alternatief III: Beweegbare brug

Doorvaarthoogte brug MHWS

0,5 meter

9,7 meter*

9,7 meter*

5,7 meter*

Doorvaartbreedte vaarweg bij brug

22 meter

54 meter

54 meter

54 meter

Breedte brugdek

2,5 meter

2,5 meter

2,5 meter

2,5 meter

Brugtype

Pontondraaibrug

Vast brugdek met twee pijlers in de oever

Vast brugdek met twee pijlers in de oever

Tafel- of hefbrug

Toegang brug

Via talud

Via trappen

Via talud

Via talud

* Maatvoering gecorrigeerd met toeslagen

ALTERNATIEVENSTUDIE BRUGTYPE II Vaste brug – talud

Vaste brug – trappen

Beweegbare brug

ALTERNATIEVENSTUDIE BRUGTYPE III Vaste brug – trappen

ALTERNATIEVENSTUDIE BRUGTYPE IV Beweegbare brug

AFWEGING BRUGTYPE Overwegingen • Nautische situatie op de vaarweg – Voorkeur voor vaste brug door borgen doorgang scheepvaart en minimaliseren kans op aanvaringen

• Kruisend wegverkeer – Voorkeur voor beweegbare brug door comfortabelere toegang door kleiner hoogteverschil

• Impact op omgeving – Voorkeur voor vaste brug met trappen, heeft minste impact op de omgeving door beperkt ruimtebeslag – Vaste brug met taluds heeft grootste ruimtebeslag door hoogte en lengte taluds – Vaste bruggen hebben grote landschappelijke impact door hoogte van de brug

AFWEGING VOORKEURSALTERNATIEF Afweging tussen belang van de verbinding en doorstroming vaarweg in relatie tot: • Aantal passages van de scheepvaart

• Gebruikers van de verbinding • Mogelijkheden voor herstellen cultuurhistorische verbinding(en)

• Landschappelijke inpassing Voorkeursalternatief voor herstellen Paddepoelsterbrug:

• Zoekgebied ten westen van voormalige brug • Geen voorkeursalternatief voor brugtype en doorvaarthoogte

BESTUURLIJKE AFWEGING Bestuurlijke afweging Op basis van resultaten verkenning besluiten Rijk en regio (in BO MIRT) dat: • Gemeente Groningen de verbinding bij Paddepoelsterbrug herstelt met – een vaste brug op 9,7 meter

– zonder pijler in de vaarweg – minimale overspanning van 54 meter

– Zoekgebied ten westen van voormalige brug

PROCES KOMENDE MAANDEN Datum

Overleg

26 maart

Stuurgroep Groninger Bruggen met Gerrit Krolbrug Comité en bewoners/omwonenden Paddepoelsterbrug

7 april

1e informatiesessie over HLD en Groninger bruggen door RWS en gemeente

15 – 20 april

Gespreksronde 1: Bewoners, Schuttevaer, VNO-NCW, Fietsersbond, Groningen Seaports, VNBO, Groninger Landschap, Natuur en Milieufederatie

3 – 4mei

Gespreksronde 1I: Bewoners, Lefier, Gasunie, scholen, Waterschap, Boomwachters, Wandelnet, Pieterpad, RUG, dorpsraden

Mei

Beeldvormende sessie van de gemeenteraad over de voorkeursvariant GKB

01 – 16 juni

Gespreksronde III: Bewoners

16 – 23 juni

Meningsvormende sessie van de raad voorkeursvariant GKB en bespreken uitkomsten ronde voor Paddepoelsterbrug

30 juni

Besluitvorming gemeenteraad Groningen over voorkeursvariant GKB en bespreken uitkomsten ronde voor Paddepoelsterbrug

Juli

Besluitvorming Minister IenW over voorkeursvariant GKB en bespreken uitkomsten ronde voor Paddepoelsterbrug

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4210/documents/61484