CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling Uitvoeringsprogramma Hubs.pdf

gemeenteraad 29 november 2023, gemeente GroningenBij agendapunt: b: Vaststelling Uitvoeringsprogramma Hubs (raadsvoorstel 20-9-23)2.215 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Vaststelling Uitvoeringsprogramma Hubs

Steller/telnr.

Thijs Oost/ 81 25

Registratienummer Classificatie

Bijlagen 1

287140-2023 Openbaar

Portefeuillehouder

B roek s m a

Langetermijn agenda (LTA) Raad

LTA ja: LTA nee:

Geheim

Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)

Maand 11 Jaar 2023 Niet op LTA

Voorgesteld raadsbesluit

De raad besluit het Uitvoeringsprogramma Hubs: 2023-2030 vast te stellen.

Samenvatting

In december 2021 heeft de raad de Mobiliteitsvisie “Groningen Goed op Weg” vastgesteld. Het college werd verzocht om in een uitvoeringsprogramma invulling te geven aan de plannen voor hubs. Dit uitvoeringsprogramma ligt nu voor. In het Uitvoeringsprogramma Hubs 2023-2030 geven wij aan welke maatregelen wij nemen om ketenvervoer te stimuleren en de vanzelfsprekendheid van autogebruik voor de hele reis te voorkomen. Dit draagt bij aan het bieden van duurzame vervoersalternatieven voor onze inwoners en bezoekers.

B&W-besluit d.d.: 19-09-2023

Vervolg voorgesteld raadsbesluit

Aanleiding en doel

Op 22 december 2021 heeft de raad de mobiliteitsvisie ‘Groningen Goed op Weg, naar een leefbare, schone en gezonde gemeente’ vastgesteld. In de visie wordt omschreven op welke wijze wij toekomstige mobiliteit in en om onze gemeente willen organiseren. We kiezen voor de transitie naar minder, ruimte efficiënt, schoon en gezond vervoer. Dat is nodig, want de komende jaren blijft de gemeente groeien qua inwoners en banen. Doen we niets, dan zal het ruimtebeslag van autoverkeer verder toenemen. Bij de vaststelling van de mobiliteitsvisie heeft uw raad het college verzocht om verdere invulling te geven aan de planning in de vorm van vijf uitvoeringsprogramma’s het Uitvoeringsprogramma Doorwaadbare Stad, het Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit, Uitvoeringsprogramma Lopen, Fietsen en Verkeersveiligheid, het Uitvoeringsprogramma Hubs en de Routekaart OV 2040 (zie bijlage 1). Het voorliggende Uitvoeringsprogramma Hubs omvat concrete maatregelen die we willen nemen om ketenvervoer te stimuleren om de vanzelfsprekendheid van autogebruik voor de hele reis te voorkomen. Niet iedere verplaatsing van A naar B kan alleen te voet, (deel)fiets of openbaar vervoer gemaakt worden. De realiteit is dat met name de inwoners van buiten de gemeente afhankelijk zijn van de auto. Dat betekent echter niet dat iedereen met zijn of haar auto diep het stedelijk gebied in moet kunnen rijden.

Daarvoor is er te weinig ruimte. Daarom stimuleren we ketenvervoer. Dat is binnen één reis gebruikmaken van verschillende vervoersvormen, zoals lopen, fietsen, OV, auto, vraagafhankelijk OV, deeltweewielers en deelauto’s. Zo bieden wij onze inwoners, forenzen en bezoekers ruime keuzes om te reizen. Ketenvervoer draagt bij aan een ruimte-efficiënt, schoon en gezond vervoersysteem. Het Uitvoeringsprogramma Hubs richt zich op het faciliteren van een aantrekkelijke ketenreis, het versterken van bestaande plekken en het efficiënter gebruiken van de openbare ruimte. Daar waar verschillende vervoersnetwerken samenkomen, liggen de grootste kansen voor het (verder) stimuleren van ketenvervoer. Juist hier faciliteren wij ketenmobiliteit met het versterken van bestaande overstappunten, ‘hubs’ genoemd. Hoe breder het palet aan vervoersmogelijkheden bij een hub, hoe aantrekkelijker ketenmobiliteit wordt. Hubs zijn in onze regio niet nieuw. De provincies Groningen en Drenthe tellen op dit moment al bijna zestig hubs, waarvan tien in onze gemeente. Ze bevinden zich bij de stations en op P+R-terreinen. We willen graag hierop verder bouwen en uitbreiden. Kader

In de Mobiliteitsvisie ‘Groningen Goed op Weg’ (2021) zetten we een stip op de horizon waar we met onze mobiliteit in 2040 willen staan. Daarbij is de ambitie gericht op het herwinnen van de openbare ruimte door afscheid te nemen van de autologica. We werken aan het ontwikkelen van toekomstige deelhubs en wijkhubs die samen met onze bestaande stations en P+R’s een dekkend netwerk van overstappunten vormen in onze gemeente. Behalve dat hubs belangrijk zijn in de (keten)mobiliteit, beschouwen we hubs nadrukkelijk ook als ruimtelijke-ontwerpopgaven. Het op 16 oktober 2022 door uw raad vastgestelde Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit hangt nauw samen met het Uitvoeringsprogramma Hubs. Deelmobiliteit is met het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit een vast onderdeel geworden van de uitvoering van ons mobiliteitsbeleid. We benoemen dat we deelmobiliteit omarmen, want deelmobiliteit draagt bij aan de overgang naar vervoer dat minder ruimte inneemt en schoon is. Ook vergroot deelmobiliteit het keuzepalet aan vervoer. Daarbij geven we aan dat de gemeente de regie voert. We willen de groei van deelmobiliteit stimuleren en in goede banen leiden. Dit Uitvoeringsprogramma Hubs draagt hieraan bij door fysieke plekken te realiseren voor het parkeren van deelvoertuigen. Argumenten en afwegingen

Scope Dit uitvoeringsprogramma richt zich op de ruimtelijke organisatie van deelmobiliteit en de bijdrage ervan aan de ketenreis. Het doel is om plekken te creëren waar verschillende vormen van deelmobiliteit geconcentreerd worden aangeboden, mogelijk gecombineerd met openbaar vervoer en autoparkeren op P+R-terreinen. Nieuwe hubs zullen ontwikkeld worden in buurten en nabij belangrijke bestemmingen, terwijl bestaande hubs op stations en P+R’s versterkt

2

worden met fysieke faciliteiten, zoals een pakketkluis of een uitbreiding van het aantal fietsparkeerplekken, om deur-totdeur reizen aantrekkelijker en gemakkelijker te maken. Dit uitvoeringsprogramma richt zich niet op de ontwikkeling van nieuwe stations, parkeergebouwen of P+R-terreinen. Deze ontwikkelingen worden als onderdeel van de gebiedsontwikkeling geïnitieerd en gefinancierd. Desondanks biedt dit uitvoeringsprogramma wel de kaders en succesfactoren voor het ontwikkelen van nieuwe hubs, doordat monitoring, evaluatie en dus het leren van eerdere ontwikkelingen tot de kern van dit uitvoeringsprogramma behoort. De te ontwikkelen hubs in dit uitvoeringsprogramma vormen geen directe oplossing voor autoparkeervraagstukken in wijken en buurten, maar kunnen wel bijdrage aan een afname van autogebruik en -bezit. Maatregelen Het Uitvoeringsprogramma Hubs richt zich op het stimuleren van ketenvervoer. Daar waar verschillende vervoersnetwerken samenkomen, liggen de grootste kansen voor het (verder) stimuleren van ketenvervoer. Juist hier faciliteren wij ketenmobiliteit met het versterken van bestaande overstappunten. Hoe breder het palet aan vervoersmogelijkheden bij een hub, hoe aantrekkelijker ketenmobiliteit wordt. De meest eenvoudige hub is het aanbod van enkele deelfietsen en deelscooters in de buurt van huis, school of werk.

De aanwezigheid van een hub vergroot de zekerheid dat er een deelvoertuig in de buurt is. Dit stimuleert het gebruik. Op een hub met een breder palet aan vervoersmogelijkheden vindt de reiziger bijvoorbeeld een halte voor het OV (bussen en/of treinen). Daarnaast zijn er fietsenstallingen en eventueel fietskluizen, haltes van de hubtaxi en/of fijnmazig wijkvervoer of andere vormen van vraagafhankelijk vervoer. We voegen fysieke parkeervakken voor deelfietsen en deelscooters toe waarbinnen de deelvoertuigen geparkeerd moeten worden. Deze bestaan uit belijning en een herkenbaar groen bord, meer hierover bij “Vindbaarheid en herkenbaarheid”. Bij enkele treinstations en natuurlijk bij alle P+R’s is er ook aanbod van parkeerplaatsen voor privéauto’s. We bieden op die parkeerplaatsen ook laadpunten voor elektrische auto’s. Verder zijn er voorzieningen die de overstap en het verblijf comfortabeler maken, zoals bankjes, een toilet, een watertappunt of een pakketkluis. Hubs zijn in onze regio niet nieuw. De provincies Groningen en Drenthe tellen op dit moment al bijna zestig hubs, waarvan tien in onze gemeente. Ze bevinden zich bij grote bushaltes, treinstations en P+R-terreinen. We willen deze bestaande hubs versterken.

In het Uitvoeringsprogramma Hubs onderscheiden we vier verschillende typen hubs: Nieuwe hubs • Een deelhub (‘deelmobiliteitshub’) is een plek waar bewoners en bezoekers gezamenlijk gebruik kunnen maken van deelmobiliteit. Deelhubs liggen midden in de woon- of werkomgeving, op korte loopafstand van huis, werk en voorzieningen. • Een wijkhub ligt op een centraal gelegen plek in de wijk of dorp (in de meeste gevallen dichtbij (winkel)centra). Hier komen verschillende mobiliteitsvormen samen, waaronder in elk geval openbaar vervoer en deelmobiliteit, aangevuld met andere voorzieningen zoals een pakketkluis. Een wijkhub kan dienen als overstappunt van de ene op de andere vervoersvorm, maar vormt vanwege de aanwezigheid van andere functies ook een reisbestemming op zich. Bestaande hubs • Een OV-hub is een OV-knooppunt of treinstation met uitstekende ontsluiting door hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en overig stedelijk openbaar vervoer (OV). Hier kan de overstap plaatsvinden van regionaal en landelijk OV op het stedelijke OV of op een andere vorm van (deel)vervoer. Vanuit dit uitvoeringsprogramma voegen we fysieke locaties voor deelmobiliteit toe om de overstap tussen OV en deelmobiliteit te vergemakkelijken.

• Een P+R is een locatie aan de rand van de stad die als primair doel heeft om auto’s van buiten de gemeente af te vangen zodat reizigers met een andere vervoersvorm zoals het OV, fiets of deelmobiliteit, verder de stad in kunnen reizen naar de gewenste bestemming. Door fysieke locaties voor deelmobiliteit toe te voegen, hebben reizigers extra mobiliteitsopties om op een duurzame en ruimte-efficiënte manier de stad verder in te reizen.

3

Locaties Insteek is om het netwerk van hubs tot 2030 stapsgewijs te ontwikkelen, waarbij ervaringen in de planvorming en het gebruik van hubs door inwoners en bezoekers worden benut om te leren en aan te passen. Allereerst willen we beginnen met het implementeren van nieuwe deel- en wijkhubs en het verbeteren van de bestaande OV-hubs en P+R-terreinen om het deelmobiliteitsaanbod zichtbaar te maken. De locaties voor hubs worden bepaald op basis van bijdrage aan mobiliteitsdoelen, versterking van wijkcentra en het verminderen van overlast van geparkeerde deelvoertuigen (hotspots). Daarnaast wordt er gekeken naar mogelijkheden om hubs te combineren met andere projecten in de openbare ruimte. De beoogde locaties zijn te vinden in het bijgevoegde Uitvoeringsprogramma Hubs. Samenwerking met lopende projecten, gebiedsteams en bewoners is essentieel om de verdere uitrol van het hubsnetwerk te realiseren en de wensen en behoeften goed mee te nemen in het proces. De huidige deelaanbieders hanteren een servicegebied waarbinnen een rit met een deelvoertuig gestart of beëindigd moet worden. Het servicegebied strekt zich hoofdzakelijk uit over de relatief dichtbevolkte gebieden binnen onze gemeente. Dunner bevolkte gebieden, zoals veel de binnen de gemeente, vallen veelal buiten het servicegebied.

In dit uitvoeringsprogramma nemen we wel de ambitie op om ook de dunner bevolkte gebieden binnen de gemeente in de toekomst te voorzien van hubs. Vindbaarheid en herkenbaarheid Om de herkenbaarheid en vindbaarheid van hubs te bevorderen, willen we een vaste identiteit en uitstraling hanteren. Er bestaat een landelijke identiteit voor hubs die uniformiteit voor deelmobiliteitshubs in heel Nederland beoogt. De inrichting van een hub omvat herkenning, overzicht en instructies om reizigers te informeren over de voorzieningen. We kiezen ervoor om de landelijke huisstijl ook in Groningen toe te passen, terwijl we de unieke kenmerken van iedere locatie in overweging nemen. Hierbij streven we ernaar om niet meer bebording en onderdelen toe te voegen dan noodzakelijk om verrommeling te voorkomen. De ruimtelijke inpassing van de hubs is een ontwerpopgave waarbij geschikte locaties en voorzieningen zorgvuldig worden overwogen in samenwerking met projectleiders en ontwerpers. Maatschappelijk draagvlak en participatie

Door de afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek Groningen is een onderzoek uitgevoerd naar de duurzame mobiliteitstransitie, met de focus op het faciliteren van ketenmobiliteit via hubs. Hubs werd gedefinieerd als mobiliteitsknooppunten waar gebruikers gemakkelijk kunnen overstappen tussen verschillende vervoersmiddelen. Ruim 3.200 inwoners vulden de enquête in. Uit het onderzoek blijkt dat de meerderheid van de respondenten positief staat tegenover de aanleg van hubs, maar de locatie is cruciaal voor hun mening erover. Jongere respondenten zijn over het algemeen positiever dan oudere respondenten. De belangrijkste voorzieningen die respondenten belangrijk vinden bij hubs zijn een bushalte, deelfietsen, fietsenstallingen, openbare toiletten, parkeerplaatsen voor privéauto’s, verlichting, bankjes, prullenbakken, overdekte wachtruimtes en groen. Wat betreft deelmobiliteit, maken de meeste respondenten nog geen gebruik van deelfietsen of deelscooters, maar een deel ervaart wel overlast door deelscooters die lukraak worden geparkeerd. Hubs kunnen, aangezien deelmobiliteit er geclusterd wordt aangeboden, een oplossing bieden voor de overlast op straat. Daarnaast kunnen fysieke hubs mensen stimuleren om gebruik te maken van deelmobiliteit.

De bevindingen van het onderzoek gebruiken we om de hubs zo af te stemmen dat ze voldoen aan de behoeften en verwachtingen van onze inwoners. Wanneer vanuit een wijk specifieke wensen voor een hub naar voren komen, onderzoeken we gezamenlijk de haalbaarheid en invulling. Uit feedback van het inwonerspanel komt duidelijk naar voren dat de selectie van een hublocatie een zorgvuldige afweging vereist. We hechten er dan ook groot belang aan om de inzichten, wensen en behoeften van de inwoners centraal te stellen in dit proces. Het concept uitvoeringsprogramma is tot slot breed gedeeld met betrokken organisaties zoals de Werkgroep Toegankelijk Groningen. Zij gaven aan dat de hubs, met name de wijkhubs, toegankelijk moeten zijn voor alle doelgroepen. In het ontwerp van de hubs houden we hier rekening mee. Ook zijn organisaties als het Reisviahub programma van de provincies Groningen en Drenthe en het OV-bureau zijn vroegtijdig betrokken bij onze plannen.

4

Financiële consequenties

De kosten die samenhangen met de uitvoering van de maatregelen van dit uitvoeringsprogramma bedragen € 100.000 per jaar van 2024 tot en met 2030 en maken deel uit van het deelprogramma Mobiliteit. Jaarlijks wordt de beoogde besteding vanuit de Intensiveringsmiddelen Mobiliteit voorgelegd aan de raad als onderdeel van de begrotingscyclus. Overige consequenties

Niet van toepassing. Vervolg

Eind 2024 delen we de eerste update met het college en de raad. In deze update informeren we over de realisatie, het gebruik en de ervaringen van de eerste hubs. Vervolgens komen we iedere twee jaar met een evaluatie: 2026 (de uitrolfase), 2028 (de optimalisatiefase) en 2030 (de consolidatiefase). Lange Termijn Agenda

Het Uitvoeringsprogramma Hubs staat voor november 2023 op de Lange Termijn Agenda van de raad. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,

locoburgemeester, Mirjam Wijnja

secretaris, Christien Bronda

Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.

5

Bijlage 1: van visie naar uitvoering

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4692/documents/77287