Uitvoeringsprogramma Hubs 2023-2030.pdf
Tekst van het document
Een QR-code of URL geeft een directe link naar een website of app. Naast de landelijke huisstijl heeft het Reisviahub-programma in Groningen en Drenthe een eigen, regionale huisstijl. Deze is momenteel te herkennen aan de blauwe bordjes bij alle 57 hubs in Groningen en Drenthe, waaronder onze stations en de P+R. In tegenstelling tot de landelijke huisstijl richt de regionale huisstijl zich niet specifiek op deelmobiliteit. We denken daarom dat de landelijke huisstijl en de regionale huisstijl goed samengaan. Het belangrijkste uitgangspunt is dat geplaatste bebording extra duidelijkheid geeft voor de reiziger. We willen zo min mogelijk objecten en bebording toevoegen aan de openbare ruimte. Dit zorgt juist voor een rommelig straatbeeld, terwijl we met hubs het tegenovergestelde willen nastreven. Toch willen we graag de voordelen benadrukken van het implementeren van de landelijke huisstijl voor deelmobiliteitshubs. Door deze uniforme stijl te hanteren, ondersteunen we landelijke consistentie en zorgen we ervoor dat de hubs gemakkelijk herkenbaar en vindbaar zijn, zelfs voor bezoekers van buiten de gemeente. We erkennen echter dat elke locatie uniek is, en daarom zullen we in samenwerking met onze ontwerpers zorgvuldig kijken naar de optimale inpassing van de hubs in de openbare ruimte.
We willen een ontwerpsessie organiseren met landschapsontwerpers, stedenbouwkundig ontwerpers en het programma Leefkwaliteit, zodat we delen van de landelijke uniformiteit kunnen behouden, terwijl we tegelijkertijd rekening houden met de specifieke kenmerken en uitstraling van elke locatie. Ontwikkelen communicatiestrategie Voor het succes van de hubs is bekendheid ervan bij de bewoners, gebruikers en ondernemers van groot belang. Om verschillende doelgroepen te bereiken, ontwikkelen we een communicatiestrategie die het concept van een hub onder de aandacht brengt. We denken hierbij aan informatievoorziening over het gebruik van deelmobiliteit, de voordelen van het parkeren van deelmobiliteit op hubs en het onder de aandacht brengen van ketenmobiliteit.
29
Hubs bij nieuwe ontwikkelgebieden De gemeente Groningen bouwt in de komende tien jaar ongeveer 20.000 woningen bij. Een groot deel van deze woningen zullen worden gerealiseerd binnen de bestaande stad, bijvoorbeeld in Suikerzijde, Stadshavens en het Stationsgebied. De verdichting op deze locaties zorgt voor extra druk op de openbare ruimte. Het is extra belangrijk om hier aan de voorkant goed na te denken over mobiliteit. In ons Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit hebben we al aangeven dat we kansen voor deelmobiliteit in nieuwe gebiedsontwikkelingen willen benutten. Op deze manier kunnen we minder ruimte reserveren voor autobezit en parkeren en tegelijkertijd goede alternatieven aanbieden. Met dit uitvoeringsprogramma sluiten we hierbij aan. Door de ontwikkeling van hubs mee te nemen in de ontwerpopgave van nieuwe woonwijken hebben bewoners direct duurzame mobiliteitsopties voorhanden die een alternatief zijn voor de (eigen) auto. Tegelijkertijd vermindert dit de druk op de openbare ruimte. Dit biedt kansen voor andere activiteiten zoals spelen, ontmoeten en groen. Vanuit dit uitvoeringsprogramma zetten we ons in om binnen nieuwe gebiedsontwikkelingen ruimte ingepast te krijgen voor hubs en deelmobiliteit. We werken op basis van onze eerste ervaringen met hubs een standaard uit die is te gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe woon-werkgebieden.
Pakketkluizen bij hubs Gelijktijdig aan dit uitvoeringsprogramma wordt er een beleidskader pakketkluizen ontwikkeld. Dit kader geeft aan op welke locaties pakketkluizen gewenst zijn. Pakketkluizen in de openbare ruimte kunnen een ruimtelijke impact hebben op de omgeving. Het aanzicht van gebouwen, straten en pleinen kan worden aangetast doordat er extra obstakels worden toegevoegd. De bereikbaarheid en veiligheid van bepaalde plaatsen kan worden beïnvloed, omdat het zorgt voor een stroom van bezorgende partijen en mensen die hun pakket afhalen. Verder is de positieve impact van minder CO2-uitstoot sterk afhankelijk van de locaties van de pakketkluizen. Als de locatie te ver weg is van de inwoners, zijn zij geneigd om met de auto het pakket op te halen. We pakken als gemeente een regisserende rol op plaatsing van pakketkluizen in de openbare ruimte. Op het plaatsen van pakketkluizen binnen winkels of op particuliere gronden heeft de gemeente geen invloed. Dit kan dus blijven bestaan. We zien het voor ons om pakketkluizen in de openbare ruimte alleen toe te staan op hubs. Een open netwerk is daarbij een voorwaarde. Omdat onduidelijk is hoe lang de pakketkluis een oplossing is voor de bezorgende partijen, en de ontwikkelingen op dit gebied snel gaan, is het belangrijk dat de pakketkluizen verwijder- en verplaatsbaar zijn.
Het moet daarnaast mogelijk zijn de pakketkluizen mee te laten groeien met het gebruik van de kluis en van de hub. Vanuit dit uitvoeringsprogramma zien we in principe ruimte voor pakketkluizen op P+R locaties en wijkhubs. Op deelhubs zien we mogelijkheden om te experimenteren met (kleine) pakketkluizen.
30
4 Monitoring en evaluatie
31
4.1
Monitoring
Hoewel de P+R’s nu bescheiden worden gemonitord, met eens per drie jaar een rapportage door Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS Groningen) over onderwerpen als bezettingsgraden en klanttevredenheid, streven we naar een intensievere aanpak. Met de implementatie van een hubnetwerk willen we een dynamisch monitoringssysteem ontwikkelen. Dit systeem geeft realtime inzicht in hubs aan de hand van diverse indicatoren, zoals deelmobiliteitsgebruik, OV-overstappen en parkeerdruk. In 2023 zijn we begonnen met een pilot waarin de Oosterparkwijk-bewoners als ‘burgerwetenschappers’ bijdragen aan verkeerstellingen. Naast inzicht in mobiliteitspatronen biedt dit ook kansen voor dialoog met inwoners over lokale verkeerssituaties. We onderzoeken of dit kan bijdragen aan het dynamische monitoringsplatform voor hubs in de gemeente. Bovendien willen we onderzoeken of het mogelijk is om een testgroep op te zetten om te monitoren of we onze vooraf gestelde doelen bereiken.
Deze groep zal worden onderzocht op verschillende gebieden, zoals: • Autobezit en -gebruik • Hub-gebruik en ervaringen • Sociaal-demografische kenmerken en verschillen in gebruik • Vervangen vervoersmiddelen Ter ondersteuning van deze monitoring willen we ook diverse data verzamelen, waaronder: • Deelvoertuiggebruik • Vergelijking van verschillende hub-typen op basis van hun voorzieningen • Gebruik van voorzieningen vóór en na realisatie hub • Herkomst en bestemming van reizigers • Ontwikkelingen van nabijgelegen voorzieningen • Parkeerdrukmetingen De opgedane kennis kunnen we vervolgens ook gebruiken voor het opstellen van richtlijnen voor de uitbreiding van het hubnetwerk in gebiedsontwikkeling.
32
4.2
Evaluatie
We kiezen er strategisch voor om het hubnetwerk niet op voorhand vastomlijnd te hebben, maar om gefundeerde beslissingen te nemen op basis van praktijkervaringen. Daarbij hanteren we een ‘leren door te doen’-aanpak, welke we in diverse fases tot 2030 gaan uitrollen: 1. Oriëntatiefase (2023-2024) • Realiseren van de eerste hubs op diverse locaties • Eerste update gepland voor eind 2024 • Verzamelen van feedback van gebruikers en omwonenden 2. Uitrolfase (2025-2026) • Snellere uitbreiding van het hubnetwerk op basis van de bevindingen uit de oriëntatiefase • Tweede evaluatie eind 2026 • Implementeren van nieuwe acties en maatregelen op basis van de eerste evaluatie 3. Optimalisatiefase (2027-2028) • Finetunen van het netwerk, zowel in termen van locaties als voorzieningen • Derde evaluatie eind 2028 • Doorontwikkelen van hubs op basis van de resultaten van de tweede evaluatie 4. Consolidatiefase (2029-2030) • Stabiliseren van het hubnetwerk en verzekeren van duurzame, langdurige werking • Vierde evaluatie eind 2030 • Voorbereiden op de toekomst: onderzoek naar mogelijke uitbreidingen en aanpassingen na 2030 Tegen 2030 streven we ernaar een robuust en efficiënt hubnetwerk te hebben dat inspeelt op de huidige en toekomstige behoeften van onze bewoners en bezoekers.
We willen een netwerk dat niet alleen optimaal verdeeld is over de gemeente, maar ook flexibel genoeg is om mee te evolueren met veranderende mobiliteitsbehoeften. Deze dynamische aanpak zorgt ervoor dat we proactief en flexibel kunnen reageren op onverwachte ontwikkelingen of nieuwe inzichten. Het stelt ons in staat om ons hubnetwerk voortdurend te optimaliseren en te verfijnen.
33
34
5 Participatie en organisatie
35
5.1
Participatie
Bij het vormgeven van hubs is het belangrijk om verschillende stakeholders te betrekken, met name omwonenden en ondernemers. Hun actieve deelname versterkt een goede integratie van de hubs in hun omgeving en zorgt dat ze voldoen aan de wensen en behoeften van de gebruikers. Tijdens het gehele ontwikkelingsproces van de hubs onderhouden we nauwe banden met de gebiedsteams en wijkvernieuwingsinitiatieven, aangezien zij directe relaties hebben met de inwoners en ondernemers van de betreffende wijken. Hun inbreng verschaft ons waardevolle inzichten in lokale voorkeuren en zorgen, wat moet leiden tot hubs die goed aansluiten bij de lokale situatie. Verder faciliteren we actieve participatie van belanghebbenden door hen uit te nodigen om ideeën en feedback te delen over hubs in hun directe leefomgeving. Er zijn tal van mogelijkheden voor deze betrokkenheid: van informatiesessies tot wijkbijeenkomsten waar inwoners hun visies kunnen delen. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen ze aspecten belichten die zij essentieel vinden, of het nu gaat om de beschikbaarheid van deelmobiliteit of het voorkomen van hinder door hinderlijk geparkeerde deeltweewielers. Deze interactie met belanghebbenden is geen eenmalige inspanning, maar een vast onderdeel van ons beleid.
Zo hebben we in het voorjaar van 2023 al input verzameld via het inwonerspanel over hun visie op hubs, zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. We plannen om deze consultaties regelmatig te herhalen, of het nu via hetzelfde panel is, een online platform, of wijk specifieke enquêtes. Door deze consistente betrokkenheid garanderen we dat onze hubstrategieën niet alleen innovatief zijn, maar ook breed gedragen worden.
5.2
Organisatie
Voor een geslaagde realisatie van de hubs is een projectteam belangrijk. Met dit in gedachten, richten we een speciaal kernteam op voor de hubs, waarbij ieder onderdeel een toegewezen eindverantwoordelijke heeft. Hieronder vallen sleutelthema's als openbaar vervoer (OV), stadslogistiek, deelmobiliteit en de realisatie van fysieke hubs. Naast deze specifieke verantwoordelijkheden, draagt het kernteam ook de algemene zorg voor het monitoren en waarborgen van de voortgang van het project. Het uitwerken en concreet maken van de fysieke hubs ligt in handen van een apart projectteam, dat wordt geleid door een ervaren projectleider. Deze projectleider heeft de taak om intensief samen te werken en te overleggen met diverse stakeholders. Dit betreft onder andere onze gebiedsteams, bedrijfsassociaties, wijkverenigingen en bestaande initiatieven zoals de vernieuwing van winkelcentra en andere projecten. Specifieke samenwerking en coördinatie met stakeholders zoals Campus Groningen wordt eveneens als prioriteit gezien. De programmamanager mobiliteit is verantwoordelijk voor het coördineren en in lijn brengen van dit uitvoeringsprogramma met andere lopende programma’s binnen Stadsontwikkeling.
Terwijl het kernteam voor de hubs het initiatief zal nemen bij de realisatie van de meeste deelhubs en P+R-locaties, zullen ze bij de overgrote meerderheid van wijkhubs en OV-hubs proactief samenwerken en integreren met al lopende projecten.
36
6 Financiën
37
Om de maatregelen beschreven in dit uitvoeringsprogramma uit te kunnen voeren, zijn financiële middelen nodig. Dit is een pré voor het daadwerkelijk kunnen realiseren van hubs, aantrekkelijke ketenreizen te faciliteren, bestaande plekken te versterken en om openbare ruimte efficiënter te kunnen gebruiken. Daarom is het noodzakelijk dat we voor meerdere jaren financiële middelen reserveren om continuïteit te bieden en de doelen uit dit uitvoeringsprogramma te kunnen halen. Deze financiële middelen zijn onderdeel van het deelprogramma Mobiliteit. Ze worden jaarlijks voorgelegd als onderdeel van de begrotingscyclus aan de raad. Het betreft in dit hoofdstuk enkel de financiering van projectkosten die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma.
6.1
Budget
Bij het financieren van de diverse componenten van de hubs, maken we gebruik van verschillende budgetten uit diverse deelprogramma’s. Een voorbeeld hiervan is de financiering van pakketkluizen. Deze komen niet uit het budget van dit uitvoeringsprogramma, maar worden bekostigd vanuit het deelprogramma Logistiek. Op dezelfde manier worden de monitoring en evaluatie van de hubs gefinancierd vanuit de onderzoeksmiddelen van het Meerjarenprogramma Mobiliteit. Ook fietskluizen en fietsparkeervoorzieningen worden niet vanuit dit uitvoeringsprogramma gefinancierd, maar vanuit andere uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast bestaat er een hechte samenwerking met het uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit (2022), voornamelijk op het gebied van de deelhubs. De inzet van deze financiële middelen is als volgt: Bedragen x € 1000,Bestemming Realisatie van deelhubs
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
60
70
70
30
30
30
30
50
50
50
50
Realisatie van wijkhubs Realisatie van OV-hubs P+R terreinen Totaal
6.2
20
10
10
20
20
20
20
20
20
20
100
100
100
100
100
100
100
Subsidiemogelijkheden
Hubs bieden mobiliteitsopties voor zowel Groningse inwoners als voor bezoekers van buiten de gemeente. Bij de realisatie van hubs kijken we daarom naar mogelijkheden voor cofinanciering en subsidies op Europees, nationaal, provinciaal en regionaal niveau. Hiermee streven we ernaar het aantal hubs en de bijbehorende voorzieningen verder te vergroten en te verbeteren. Er zijn indicaties dat zowel de Provincie Groningen als het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat subsidies beschikbaar zullen stellen ter ondersteuning van hubontwikkelingen.
38
39
Colofon Projectteam Natascha Agricola Jim Klooster Thijs Oost Koen Olde Monnikhof Ginet Walraven Grafische vormgeving Vision d-sign Visualisaties Initio Anne Mérat Fotografie Koen Olde Monnikhof Bestuurlijke vaststelling 29 november2023
40
42