CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringskrediet verbouwing en nieuwbouw Museum aan de A.pdf

gemeenteraad 28 januari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 6b: Uitvoeringskrediet verbouwing en nieuwbouw Museum aan de A (raadsvoorstel 10-12-25)9.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsvoorstel

Onderwerp

Uitvoeringskrediet verbouwing en nieuwbouw Museum aan de A

Telnr.

14 050

Registratienummer Classificatie

Bijlagen 5

366113-2025 Openbaar

Portefeuillehouder

D e Wrede

Langetermijn agenda (LTA) Raad

LTA ja: LTA nee:

Geheim (bijlage 2) Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)

Maand 1 Jaar 2026 Niet op LTA

Voorgesteld raadsbesluit

De raad besluit: I. II. III.

IV.

V.

VI. VII.

VIII.

IX.

X. XI.

XII.

de investeringsraming voor ‘renovatie en nieuwbouw Museum aan de A’ vast te stellen en de totale kosten van het project te bepalen op € 25.404.000,--; het plankostenkrediet van € 914.853,-- te verhogen met € 24.489.147,-- waarmee het totale uitvoeringskrediet voor dit project uitkomt op € 25.404.000,--; van dit krediet een bedrag ter hoogte van € 5.406.000,-- als volgt incidenteel te dekken en in mindering te brengen op het te activeren bedrag: a. Provinciale subsidie Erfgoed in een gebiedsgerichte aanpak € 1.500.000,-b. DUMAVA subsidie € 720.000,-c. Subsidie Changing places € 46.000,-d. IMG schade uitkering € 140.000,-e. Nationaal Programma Groningen € 3.000.000,-een duurzame monitoring van de vastgoedexploitatie vast te stellen en hiertoe de jaarlijkse resultaten te verrekenen met de ‘voorziening onderhoud panden kostprijs dekkende verhuur’, zodat ze voor de vastgoedexploitatie geadministreerd worden en beschikbaar blijven; een beklemde ‘reserve kapitaallasten MadA’ in te stellen en daar een bedrag van in totaal € 2.995.000,-- in te storten ter dekking van de kapitaallasten bestaande uit: a. Reservering in het Stedelijk investeringsfonds € 1.800.000,-b. Verkoopopbrengst Jhr. J.A. Rhijnvis Feithuis € 550.000,-c.

Huurinkomsten 2026-2028 € 645.000,-€750.000,-- te dekken uit de structurele middelen programma Binnenstad (structurele kapitaallast €30.750,--); de structurele kapitaallasten ad € 694.831,-- van het resterende krediet ad € 19.998.000,-- en de overige exploitatielasten van de vastgoedexploitatie te dekken uit de huuropbrengsten Museum aan de A (€ 759.100,-aanvangshuur), de beklemde reserve kapitaalslasten MadA en de structurele middelen programma binnenstad; aan MadA een aanvullende exploitatiesubsidie huisvestingsdeel te verstrekken van € 210.000,-- in 2026, €215.000,-- in 2027, € 220.000,-- in 2028 en € 759.100,-- vanaf 2029 en deze te dekken uit de financiële reservering voor de Strategische Investeringsagenda (SIA) opgenomen in de gemeentebegroting 2026, onderdeel MadA (deze bedragen zijn prijspeil het betreffende jaar, het laatste bedrag wordt vanaf 2029 jaarlijks geïndexeerd); aan MadA een aanvullende exploitatiesubsidie te verstrekken van € 293.500,-- in 2026, € 311.500,-- in 2027, € 410.500,-- in 2028 en € 372.500,-- vanaf 2029 en deze te dekken uit de financiële reservering voor de Strategische Investeringsagenda (SIA) opgenomen in de gemeentebegroting 2026, onderdeel MadA (deze bedragen zijn prijspeil 2025 en worden nog naar het betreffende jaar geïndexeerd); met terugwerkende kracht een aanvulling te verstrekken op de exploitatiesubsidie aan MadA voor 2025 a €

273.000,-- en dit te dekken uit de ‘reserve sparen voor de toekomst’; aanvullend de exploitatiesubsidie aan MadA op te hogen ter compensatie van het wegvallen van de provinciale subsidie van € 115.500,-- in 2026, € 240.000,-- in 2027, € 240.000,-- in 2028 en deze te dekken uit de financiële reservering voor de Strategische Investeringsagenda (SIA) opgenomen in de gemeentebegroting 2026, onderdeel MadA (deze bedragen zijn prijspeil 2025 en worden nog naar het betreffende jaar geïndexeerd). Over een eventuele compensatie voor wegvallen provinciale subsidie vanaf 2029 wordt besloten nadat de provincie besloten heeft over deze periode. de gemeentebegroting 2026 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen.

Samenvatting

Het aantal musea in Groningen is beperkt, zeker ten opzichte van steden van vergelijkbare omvang. Al geruime tijd leeft daarom de wens om in onze stad een historisch museum over de stad en de regio te realiseren. Museum aan de A wordt daarom ontwikkeld tot hét historisch museum van Groningen en de regio, met een breed cultureel en educatief aanbod dat bijdraagt aan gemeentelijke doelen op het gebied van cultuur, erfgoed, onderwijs, economie, verduurzaming en samenleving. Het museum versterkt de aantrekkingskracht van de stad, genereert economische toegevoegde waarde voor andere sectoren, bevordert samenwerking met onderwijs- en culturele instellingen en maakt waardevol erfgoed duurzaam toegankelijk voor een breed publiek. In eerdere besluitvorming door uw raad is de afgelopen jaren al voorgesorteerd op de transformatie van het Noordelijk Scheepvaartmuseum tot het Museum aan de A, het historisch museum van, door en over Groningen en Groningers. Met het in dit voorstel gevraagde uitvoeringskrediet kunnen we deze ambitie realiseren.

B&W-besluit d.d.: 9-12-2025

2

Vervolg voorgesteld raadsbesluit Aanleiding en doel

Al geruime tijd leeft de wens om in onze stad een historisch museum over de stad en de regio te realiseren. In eerdere besluitvorming door uw raad is de afgelopen jaren al voorgesorteerd op de transformatie van het Noordelijk Scheepvaartmuseum tot het Museum aan de A, het historisch museum van, door en over Groningen en Groningers. Op 19 maart 2025 heeft uw raad een voorbereidingskrediet toegekend, waarmee de plannen zijn uitgewerkt in een structuurontwerp voor de nieuwbouw en een voorlopig ontwerp voor de rijksmonumenten. Op basis van deze plannen vragen we nu een uitvoeringskrediet aan uw raad. De legitimatie van de gevraagde investering ligt in de bijdrage die het vernieuwde museum levert aan gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van onder andere cultuur, onderwijs, erfgoed, economie, samenleving en verduurzaming. Het nieuwe Museum aan de A verstevigt dus niet alleen het culturele fundament van de stad, maar daarmee ook de aantrekkelijkheid van Groningen voor bewoners, bezoekers, ondernemers en het onderwijs. Bijdrage aan kunst en cultuur Met het vernieuwde Museum aan de A voegen we iets toe dat Groningen nu nog niet heeft: een historisch museum over het rijke verleden van de stad en de regio.

Uit het onderzoek ‘Het belang van cultuur in Groningen’ (Atlas Research 2024) blijkt dat het grote en diverse culturele aanbod en het hoger onderwijs de twee grote pijlers zijn onder de aantrekkingskracht en economische vitaliteit van de stad Groningen. Tegelijk is de conclusie dat de gemeente een beperkt aantal musea heeft, zeker ten opzichte van vergelijkbare steden. Het vernieuwde Museum aan de A biedt deze wenselijke aanvulling op het museale aanbod. De Groninger historische collectie van onder andere Museum aan de A, het Groninger Museum en de Groninger Archieven, krijgt een prominente plek in het museum. En daarnaast is er ruimte voor een aantrekkelijke vaste presentatie en wisselende tentoonstellingen, activiteiten, workshops, theater, muziek en lezingen gemaakt voor en door Groningers. Met deze vernieuwde aanpak wordt het museum interessant voor een bredere doelgroep dan het geval was bij het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Hiermee verwachten we dat het museum minimaal 50.000 bezoekers per jaar zal trekken en de derde publiekstrekker van Groningen wordt, naast het Groninger Museum en Forum (Storyworld en de Expo). De haalbaarheid van 50.000 bezoekers per jaar is bevestigd door onder andere een consultatie met Berenschot, een second opinion door Blueyard (bijlage 4) en op basis van gesprekken met diverse museumdirecteuren.

Bijdrage aan educatie en samenwerking andere culturele instellingen Museum aan de A biedt een educatieprogramma aan voor het primair en voortgezet onderwijs en werkt ook samen met onder andere de Kentalis Guyotschool. Uit onderzoek van onder andere de OESO (Art for Art’s Sake? 2013) en de Onderwijsraad (Ruim baan voor cultuuronderwijs, 2019) blijkt dat vroege kennismaking met kunst en cultuur een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen, onder meer op taalvaardigheid, begrijpend lezen en rekenvaardigheden. Naar aanleiding van uw motie ‘Geef geschiedenis de (regionale) ruimte’ (november 2011) leverde Museum aan de A op 6 november 2025 de Onderwijscanon van Groningen op. In 25 vensters verhaalt de canon over het erfgoed in stad en provincie, voor leerlingen vanaf groep 5 t/m klas 2 van het Voortgezet Onderwijs. De Onderwijscanon brengt het verleden tot leven met rijk beeldmateriaal en prachtige illustraties van illustratoren uit de hele provincie. Daarnaast heeft Museum aan de A de afgelopen jaren ingezet op het versterken van de samenwerking met het Groninger Museum en de Groninger Archieven, zowel op inhoudelijk als op personeel gebied. Hierdoor worden museale stukken en kennis nog beter gedeeld.

Ook is er steeds meer samenwerking met een groot aantal museale en culturele instellingen in de provincie op het gebied van de organisatie van tentoonstellingen en activiteiten. Museum aan de A organiseerde bijvoorbeeld samen met andere musea en instellingen het project 80 jaar vrijheid. Dankzij ondersteuning en fondsenwerving door Museum aan de A konden ook kleinere musea in de provincie hieraan deelnemen. Daarnaast werkt het museum intensief samen met Noorderpoort door leer-werkplaatsen voor mbo-studenten aan te bieden en deze groep sterker te betrekken bij de culturele sector. Deze doelgroep bezoekt over het algemeen minder musea, maar blijft juist vaak in de regio wonen en werken. Ook onderhoudt het museum nauwe contacten met de Hanze en de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Met de RuG wordt door Museum aan de A binnenkort een samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Bijdrage aan economie Door een breder aanbod van musea, wordt de stad (en de regio) interessanter om langer te verblijven. Dit heeft een positief effect op bestedingen buiten het museum en dus op de lokale economie. Uit onderzoek van onder andere Atlas Research (2024), de Museumvereniging (Musea in Cijfers, 2022) en SEO Economisch Onderzoek (De waarde van cultuur, 2018) blijkt dat musea een belangrijke economische meerwaarde voor andere sectoren genereren, doordat

3

bezoekers gemiddeld tientallen euro’s besteden in de lokale economie, met name in horeca, detailhandel en verblijf. Atlas Research (2024) heeft dit bedrag becijferd op gemiddeld € 60,-- per bezoeker, waarvan een groot deel buiten het museum wordt uitgegeven. De nieuwe vaste presentatie van het museum en digitale informatie over andere culturele bestemmingen moet bezoekers inspireren om ook andere plekken in de stad en provincie te bezoeken. Hiervoor ontwikkelt het museum onder andere een interactieve kaart. Vrij onbekend is dat het museum al sinds 2017 de drijvende kracht is achter WinterWelVaart, het meest gefotografeerde event van Groningen dat vele bezoekers naar Groningen trekt, positieve aandacht in de media oplevert en daarmee een positieve impuls oplevert voor de lokale economie. Vanaf 2024 is WinterWelVaart ook onderdeel van het gemeentelijk project Wintergoud. De nieuwe opzet leidde tot circa 47.500 bezoekers aan WinterWelVaart (in 2023 waren dit circa 38.000 bezoekers). En Museum aan de A is de werkgever voor circa 15 vaste medewerkers, 25 ZZP-ers en circa 50 vrijwilligers. Bijdrage een de samenleving In Museum aan de A staat onze gezamenlijke geschiedenis centraal.

Dit draagt op een positieve manier bij aan het vergroten van het zelfbewustzijn, betrokkenheid bij de eigen omgeving, de trots op de regio en versterken van de regionale identiteit, belangrijke doelstellingen die ook in Nij Begun zijn benoemd. Nederland heeft het Verdrag van Faro (2024) ondertekend. Dit verdrag plaatst de mens en de samenleving centraal, evenals hun relatie met erfgoed. Daarvoor is het belangrijk dat mensen daadwerkelijk toegang tot erfgoed hebben en eraan deel kunnen nemen. Juist hieraan kan Museum aan de A een bijdrage leveren als dé instelling die de verhalen van Groningen vertelt en die partijen aan zich verbindt die niet zo snel in een museum komen. Het museum betrekt daarvoor het publiek actief bij het samenstellen van de programmering. Het wordt de historische ontmoetingsplek voor verschillende groepen en instellingen om het debat te voeren over ons verleden, wat dit betekent voor het heden en de toekomst. Ook vinden in samenwerking met het museum gezamenlijke activiteiten en vieringen plaats, zoals Spicy Sunday, Keti-Koti, Bommen Berend en Roze Zaterdag. Om iedereen volledig mee te kunnen laten doen, moeten de gebouwen voor het publiek integraal toegankelijk worden gemaakt.

Bijdrage aan behoud cultureel erfgoed Twee van de meest bijzondere en waardevolle middeleeuwse rijksmonumenten van de stad worden, met respect voor de monumentale waarde, gerenoveerd, verduurzaamd en algemeen toegankelijk gemaakt. Juist met de invulling van museum zorgen we ervoor dat deze 14e-eeuwse kroonjuwelen, waarvan de geschiedenis en de verhalen van de bewoners en het gebruik van de gebouwen door de jaren goed zijn beschreven, voor een breed publiek letterlijk en figuurlijk toegankelijk blijven. Kader

De transformatie van Museum aan de A draagt bij aan het realiseren van onder ander de volgende vastgestelde gemeentelijke visies en beleidsdocumenten. Omgevingsvisie Levende ruimte In de omgevingsvisie staat dat we ons cultureel erfgoed waarderen, omdat erfgoed altijd bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het museum maakt de geschiedenis van stad en regio (be)leefbaar en versterkt daarmee trots, betrokkenheid en sociale cohesie onder inwoners. Kunst en cultuur moet voor iedereen toegankelijk zijn en inwoners en bezoekers van alle leeftijden en culturele achtergronden aanspreken. Museum aan de A biedt een ontmoetingsplek voor diverse doelgroepen zoals inwoners, studenten en bezoekers en bevordert participatie in kunst, cultuur en educatie, waardoor het bijdraagt aan een leefbare en inclusieve stad. Door de renovatie en verduurzaming van twee middeleeuwse rijksmonumenten blijft waardevol cultureel erfgoed behouden en wordt het integraal toegankelijk voor een breed publiek. Daarnaast is in de omgevingsvisie aangegeven dat de voorzieningen in de gemeente, waaronder culturele voorzieningen, mee moeten groeien met de bevolkingsgroei.

We houden vast aan een ambitieus kunst- en cultuurbeleid en blijven investeren in het sterke culturele profiel, in de (inter)nationale uitstraling van ons cultuuraanbod en het versterken van de economische impact van cultuur, omdat steden met een groot en toonaangevend aanbod aan cultuur populair zijn om in te wonen en in te investeren. Cultuur draagt bij aan een goed leef- en vestigingsklimaat en heeft een positieve invloed op de economie en trekt toeristen, bedrijven en nieuwe inwoners aan.

4

Coalitieakkoord: wat echt van waarde is (2022-2026) Binnen Spoor 3 van het coalitieakkoord (Gelijke kansen voor alle Groningers) wordt cultuur expliciet genoemd als middel om participatie, inclusie en talentontwikkeling te bevorderen. Museum aan de A wil sluit hierbij aan door cultuur en erfgoed laagdrempelig te maken voor álle inwoners, met aandacht voor diversiteit, inclusiviteit en participatie en door het, in samenwerking met kennisinstellingen, aanbieden van educatieve programma’s. Door activiteiten en vieringen zoals Bommen Berend, Keti Koti, Roze Zaterdag en activiteiten als Spicy Sunday en WinterWelVaart wordt cultuur ingezet als bindmiddel voor een diverse en inclusieve samenleving. De renovatie en verduurzaming van de rijksmonumenten past in de visie van groene en eerlijke groei, waarbij duurzaamheid en behoud van erfgoed hand in hand gaan (spoor 2, Groningen groeit groen en eerlijk). Het museum kan als voorbeeld dienen voor de aanpak en het behoud van andere rijksmonumentale panden. Ook sluit het museum aan bij de economische doelstellingen van het akkoord. Het trekt jaarlijks naar verwachting meer dan 50.000 bezoekers en genereert een aanzienlijke economische toegevoegde waarde voor de omliggende horeca, detailhandel en verblijf, waarmee het bijdraagt aan de brede welvaart van de stad en regio.

Kadernota cultuur 2021-2028 en Cultuurnota Kunst en Cultuur; cultuur maakt gelukkig 2025-2028 De geschiedenis van Groningen gaat ruim duizend jaar terug en onder de grond zelfs tot de prehistorie. Dit erfgoed is zichtbaar in de gebouwen van de stad, de dorpen en het landschap (materieel erfgoed), maar ook in gewoonten, tradities en gebruiken (immaterieel erfgoed). In de historische stad Groningen zijn de sporen van deze lange geschiedenis nog duidelijk herkenbaar, waarvan het Canterhuis en het Gotisch Huis als onderdeel van het museum unieke voorbeelden zijn. Cultuur en erfgoed bieden niet alleen inzicht in het verleden en het heden, maar zijn ook van belang voor de identiteit van de stad. Ze maken Groningen aantrekkelijk, herkenbaar en uniek. Het hoogwaardige en diverse culturele aanbod, in combinatie met het historische stadscentrum, trekt zowel toeristen als nieuwe bewoners en versterkt de uitstraling van de stad naar de provincie en daarbuiten. Daarnaast vormt cultuur een belangrijke factor voor bedrijven, die zich graag vestigen in een omgeving met een rijke identiteit en een levendig cultureel klimaat. Ook op maatschappelijk vlak hebben musea een grote impact. Ze bieden educatie voor leerlingen en volwassenen, stages en vrijwilligerswerk, waardoor mensen zich op verschillende manieren kunnen ontwikkelen.

Museum aan de A werkt hierbij nauw samen met onderwijsinstellingen zoals Noorderpoort en de RuG en biedt werkleerplaatsen aan, onder andere in samenwerking met Het Pomphuis. De nieuwe vaste presentatie en de tijdelijke tentoonstellingen van het museum van, door en over Groningen bieden een podium aan verhalen van en over Groningen en haar inwoners. Het museum zet cultureel erfgoed in de schijnwerpers en brengt historische objecten en verhalen samen, waardoor de historie van de stad levend blijft. Economische agenda 2023-2026 Vanuit de economische waarde draagt een aantrekkelijke binnenstad bij aan een gunstig vestigingsklimaat en daarmee aan de Groningse economie. Uit het economisch profiel van Groningen blijkt dat het imago van cultuur beleven en recreëren laag scoort, met name bij niet-Groningers. Een extra publiekstrekker, naast het Groninger Museum en het Forum (Storyworld en Expo) helpt om Groningen positiever op de kaart te zetten. Zoals eerder aangegeven blijkt uit onderzoek van Atlas (2024) dat bezoekers van onder andere musea ook in de omgeving aanzienlijke uitgaven doen, met een positief effect op de lokale economie.

Andere doelen in de gemeentelijke Economische Agenda 2023-2026 zijn het verbeteren van de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt om vraag en aanbod beter en in een vroeger stadium aan te sluiten en het versterken van de leer- en ontwikkelcultuur bij mkb-bedrijven versterken. De samenwerking tussen het museum met het MBO (Noorderpoort) draagt bij aan het realiseren van deze doelstellingen. Programma Bestemming Binnenstad Het Museum aan de A maakt onderdeel uit van het Historisch Museumkwartier in het Akwartier. Er is de afgelopen jaren veel in de openbare ruimte geïnvesteerd, zoals de herinrichting van de Brugstraat en de Kleine der A. En dit werpt zijn vruchten af. De Astraat en de Brugstraat zijn een volwaardig onderdeel geworden van de binnenstad en de kade bij het Pomphuis aan de Kleine der A is op zonnige dagen een nieuwe hotspot geworden voor verblijf. De transformatie van het Museum aan de A draagt verder bij aan de aantrekkelijkheid van dit deel van de binnenstad, zowel programmatisch als ruimtelijk. Een culturele bestemming is een welkome aanvulling in de functie-mix in de westelijke binnenstad. Een aantrekkelijk museum zorgt voor meer balans ten opzichte van het grote aanbod van retail, horeca en voorzieningen voor studenten. Een aantrekkelijk binnenterrein zorgt daarnaast voor een betere doorwaadbaarheid van dit deel van de binnenstad.

Vanaf hier kunnen bezoekers de twee oudste 14eeeuwse steenhuizen van de stad in alle glorie bewonderen. De gewenste nieuwbouw aan de Schuitemakersstraat zal deze straat, die nu vooral achterkanten kent, meer identiteit en levendigheid geven.

5

Erfgoednota 2017-2027 Het vernieuwde museum biedt een geweldige kans om de geschiedenis van Groningen voor een breed publiek te presenteren in twee bijzondere rijksmonumenten. Vanuit de erfgoednota heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om de bijzondere erfgoed- en cultuurhistorische waarden van de gehele locatie als vertrekpunt en randvoorwaarde te laten zijn voor de transformatie. De cultuurhistorische en erfgoed waarden zijn het uitgangspunt voor de renovatie, aanpassing, verduurzaming, uitbreiding en het toegankelijker maken van het museum voor mensen met een fysieke beperking. Daarnaast biedt de aanpassing en herinrichting van de semiopenbare binnenplaats kansen om de monumentale sfeer beter tot zijn recht te laten komen en de plek beter te ontsluiten met de stad. Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed & Routekaart Groningen CO2-neutraal in 2035 De gemeente Groningen werkt via twee routekaarten aan een duurzame en klimaatneutrale stad. De Routekaart Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed focust op het energiezuinig, circulair en toekomstbestendig maken van gemeentelijke en maatschappelijke gebouwen. De Routekaart Groningen CO₂-neutraal 2035 richt zich op forse energiebesparing, duurzame energieopwekking en schone mobiliteit om de uitstoot sterk te verminderen. Samen vormen ze een integrale aanpak om Groningen richting 2035 klimaatneutraal te maken.

Met de verduurzaming van de monumenten dragen we hier direct aan bij. Argumenten en afwegingen

In de vorige paragraaf is de meerwaarde van Museum aan de A beschreven. Voor het mogelijk maken van de ontwikkeling van het museum als toonaangevend historische museum is een investering in zowel de gebouwen als in de exploitatie van het museum nodig. Investeringen in de rijksmonumentale gebouwen en nieuwbouw nodig De huidige 14e-eeuwse rijksmonumenten, die voor het laatst zijn gerenoveerd in de periode 1979–1981, en de motorenhal bieden onvoldoende ruimte voor de ambities uit het door uw raad in 2020 vastgestelde Masterplan en de daarin beschreven nieuwe museale opzet. De monumentale panden zijn nu niet toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking, beschikken niet over een noodzakelijk en passend klimaat- en beveiligingssysteem en verbruiken veel energie voor verwarming. Daarnaast ontbreekt het aan geschikte ruimtes voor tijdelijke tentoonstellingen. Wisselende tentoonstellingen zijn noodzakelijk om minimaal 50.000 bezoekers per jaar te trekken. Voor tijdelijke tentoonstellingen met bruikleen van andere musea is ruimte van voldoende hoogte, een stabiel binnenklimaat en vooral ook een hoog beveiligingsniveau een vereiste. Aan deze eisen is in de bestaande motorenhal en het in 2016 door de gemeente aangekochte pakhuis niet te voldoen, ook niet na een verbouwing.

Daarom moeten deze gebouwen inclusief de werkplaats en poort aan de Schuitemakersstraat moeten plaats maken voor nieuwbouw. Aanpassingen ontwerp na overnemen opdracht van Museum aan de A Museum aan de A heeft in 2022 zelf een voorlopig ontwerp op laten stellen. Dit ontwerp bleek financieel niet haalbaar. Na overname van het project door de gemeente is het ontwerpproces opnieuw opgestart. Daarbij is kritisch gekeken naar het programma van eisen en de mogelijkheid van meer multifunctioneel gebruik van ruimtes. Aan het ontwerpteam is de opdracht meegegeven om de rijksmonumenten zoveel mogelijk met programma te vullen, waardoor de noodzakelijke nieuwbouw zo beperkt mogelijk blijft. Ook is de opdracht gegeven om een compact en efficiënt ontwerp te maken met goede zichtlijnen en waarbij gangen zoveel mogelijk worden beperkt. Daardoor is het bruto vloeroppervlakte ten opzichte van het eerdere ontwerp met circa 700 m2 vermindert en daarmee ook de kosten. Uitgangspunten ontwerp In samenwerking met het museum is het ruimtelijk (bijlage 1a) en technisch Programma van Eisen (bijlage 1b) aangescherpt. Onder leiding van architectenbureau vector-i is dit vertaald naar een Ruimtelijk Functioneel Ontwerp, dat vervolgens is uitgewerkt in een Voorlopig Ontwerp (VO) voor de rijksmonumenten en een Structuurontwerp (SO) voor de nieuwbouw.

Hieronder worden de belangrijkste aspecten toegelicht op basis van de huidige stand van zaken. In bijlage 3 is een eerste impressie van het VO voor de rijksmonumenten en het SO voor de nieuwbouw opgenomen. Het uitgangspunt is de realisatie van een aantrekkelijk en duurzaam museum dat zo optimaal mogelijk exploiteerbaar is en voldoende geschikte ruimte biedt aan een vaste presentatie en tijdelijke tentoonstellingen om minimaal 50.000 bezoekers per jaar te kunnen trekken. Daarnaast moet de nieuwbouw met een levendige begane grond zorgen voor een kwaliteitsimpuls voor de Schuitemakersstraat, dat nu een aantal achterkanten van gebouw kent. De nieuwbouw en de buitenruimte krijgen een uitnodigend en aansprekend ontwerp. De indeling moet het mogelijk maken om delen van het gebouw afzonderlijk te gebruiken buiten de reguliere openingstijden om de exploitatie zoveel mogelijk te versterken. De verwarming en koeling van de gebouwen wordt via een WKO-installatie geregeld, een

6

systeem dat warmte en koude in de bodem opslaat om gebouwen energiezuinig te verwarmen in de winter en te koelen in de zomer. Het gehele gebouw wordt verduurzaamd en voorzien van moderne beveiligingsmaatregelen, zodat ook bijzondere bruiklenen van andere musea veilig kunnen worden tentoongesteld en op die manier aantrekkelijke tentoonstellingen kunnen worden aangeboden. Er wordt veel aandacht besteed aan een logische en aantrekkelijke bezoekersroute. De ruimten op de begane grond zijn grotendeels vrij toegankelijk. De verdiepingen zijn met name bestemd voor de museale exposities waarvoor een entreekaartje nodig is. De eerste kennismaking vindt plaats op het heringerichte binnenterrein, dat niet alleen dient als entreegebied, maar ook geschikt is voor evenementen. Dit plein is vrij toegankelijk voor passanten en biedt een fraai uitzicht op zowel de rijksmonumentale panden als de nieuwbouw. In het ontwerp moeten het binnenterrein en de nieuwbouw elkaar versterken door een transparante overgang om ook de toevallige passant nieuwsgierig te maken naar de collectie van het museum. De bezoekers betreden vervolgens de ontvangstruimte, waar zich de kaartverkoop, museumwinkel, garderobe, toiletten, het auditorium, de educatieruimte en de horecavoorziening bevinden. Een bijzonder element op de begane grond is het historische plafond uit 1637, afkomstig uit een pand aan de Herestraat.

Deze wordt met subsidies gerestaureerd. Op de begane grond wordt ook de Changing Place gerealiseerd. Dit is een initiatief van onder andere Stichting Het Gehandicapte Kind en de Vriendenloterij. Changing Places zijn speciaal uitgeruste openbare toilet- en verzorgingsruimtes voor kinderen en volwassenen met een ernstige lichamelijke of meervoudige beperking. Hierdoor kunnen zij samen met hun gezin van een dagje uit genieten, wat vaak niet mogelijk is zonder aangepaste verzorgingsruimte in de buurt. Museum aan de A is één van de dertig geselecteerde locaties in Nederland en ontvangt hiervoor een subsidie van € 46.000,--. Aanpassingen Rijksmonumenten De 14e-eeuwse rijksmonumenten Canterhuis en het Gotisch Huis worden gerenoveerd, verduurzaamd en geïsoleerd. Op de verdiepingen van het Canterhuis en de begane grond en eerste verdieping van het Gotisch Huis komt de vernieuwde vaste presentatie over de geschiedenis van de stad en de regio. De beste plek, omdat deze gebouwen immers zelf een essentieel verhaal van deze plek en van Groningen vertellen. Door de geringe hoogte van een aantal verdiepingen en het beperkte daglicht zijn ze juist geschikt voor een museale inrichting. Momenteel zijn de rijksmonumenten niet toegankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking. Om dit te verbeteren worden, met grote zorg voor het monumentale karakter, liften en hellingbanen aangebracht.

Ook komen de personeelsruimtes en het depot in het Gotisch Huis. Nieuwbouw In de nieuwbouw worden twee verdiepingen gerealiseerd voor tijdelijke tentoonstellingen. Deze ruimtes krijgen een royale hoogte, passend bij hun museale functie. Het plafond wordt op een bijzondere wijze vormgegeven, zodat het een opvallend en onderscheidend element in het gebouw wordt. De detaillering en materialisatie worden in de volgende ontwerpfase verder uitgewerkt. Voor de nieuwbouw blijven we binnen de toegestane hoogtes welke zijn vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan “Binnenstad”. Wel gaan we langs de Schuitemakersstraat in de breedte over het bouwvlak heen. Hier is een Buitenplanse OmgevingsPlan Activiteit voor nodig (BOPA). Exploitatie Museum aan de A De doorontwikkeling van Museum aan de A naar een historisch museum met een vernieuwde vaste presentatie en tijdelijke tentoonstellingen werkt ook door in de exploitatie van het museum. Er is meer personeel nodig voor onder andere de ontwikkeling van de tijdelijke tentoonstellingen, educatie & participatie en beveiliging. Ook moet het Museum aan de A de stap zetten naar de Museum CAO om te kunnen voldoen aan de Fair Practice code, waardoor de personeelslasten stijgen. Er is daarom in samenwerking met Bureau Berenschot een exploitatiebegroting door het museum opgesteld.

Om deze begroting te toetsen is Blueyard gevraagd een second opinion uit te voeren (bijlage 4). Op basis hiervan is de benodigde ophoging van de exploitatiesubsidie voor het museum berekend. Maatschappelijk draagvlak en participatie

We maken onderscheid tussen enerzijds draagvlak en participatie in het kader van de nieuwe museale invulling en anderzijds draagvlak en participatie rond de verbouwing en nieuwbouw. Participatie vaste presentatie, tijdelijke tentoonstellingen en evenementen Er is veel maatschappelijk draagvlak voor de realisatie van een sterk historisch museum in de stad vanwege de meerwaarde voor de stad en de regio, ondernemers, inwoners en bezoekers/toeristen. Het museum vindt participatie belangrijk, omdat het niet alle verhalen alleen kan vertellen. Door mensen van buiten het museum te betrekken bij het maken van tentoonstellingen en programma’s, komen er nieuwe ideeën en betekenissen bij. Museum aan de A ziet participatie niet als iets dat je één keer doet en dan klaar bent. Het is een proces waarin steeds

7

opnieuw wordt nagedacht en keuzes worden gemaakt. Museum aan de A werkt volgens het volgende principe: van, door en voor iedereen. Dat betekent dat het museum belangrijk wil zijn voor verschillende groepen mensen, door hun geschiedenis te laten zien in tentoonstellingen en door samen met hen te werken. Het museum kiest niet zelf alle onderwerpen, maar wil daarover in gesprek met de samenleving. Een voorbeeld hiervan is de tijdelijke pop-up tentoonstelling ‘Wie schrijft geschiedenis?’ in het Groninger Museum. Tot het voorjaar kunnen bezoekers meedenken over de thema's en gezichtspunten die in het Museum aan de A een plek zouden moeten krijgen. Naast het brede publiek werkt het museum ook samen met een kleinere groep mensen uit Groningen, de zogenaamde sleutelfiguren. Deze groep bestaat uit mensen met verschillende achtergronden en leeftijden. Zij geven het museum advies en helpen om te zien welke verhalen nog missen en welke kansen er zijn om mensen met elkaar te verbinden. Het museum wil voor iedereen toegankelijk en inclusief zijn. Daarom worden fysieke drempels weggehaald, zodat iedereen het gebouw in kan. Ook wordt informatie duidelijk en eenvoudig gemaakt, bijvoorbeeld door te schrijven op taalniveau B1, door informatie te geven in Nederlandse Gebarentaal en de toepassing van een ringleiding in een groot deel van het gebouw.

Participatie rond de verbouw en nieuwbouw Op basis van artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet heeft uw raad het oprichten, uitbreiden, veranderen of vernieuwen van gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen aangewezen voor verplichte participatie. In de Participatieverordening gemeente Groningen 2025 is vastgelegd wat onder participatie wordt verstaan, namelijk het vroegtijdig en op een passende manier betrekken van belanghebbenden zoals omwonenden, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen bij de voorbereiding van het project, zodat hun belangen, kennis en ideeën kunnen worden meegewogen in het ontwerp en de besluitvorming. In artikel 4 van de verordening staan verschillende niveaus van inwonersparticipatie benoemd. De volgende niveaus van participatie passen we toe in dit project als het gaat om de huisvesting: - Informeren en luisteren: het delen van de plannen via brieven, informatiebijeenkomsten en de gemeentelijke projectpagina. - Mening vragen: het ophalen van meningen, ervaringen en ideeën van direct omwonenden, belangengroepen en maatschappelijke partners via individuele overleggen, informatie- en inloopbijeenkomsten. De gemeente weegt de verschillende belangen af. De reacties zijn niet bindend. - Advies vragen: geeft de mogelijkheid om problemen, belangen en oplossingen aan te dragen.

De gemeente bepaalt de agenda, maar de reacties van de betrokken partijen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van de plannen. Voorbeelden zijn erfgoedinstanties, cultuur- en belangenorganisaties over specifieke gebouw-, ontwerp- of gebruiksaspecten. Voor het project Museum aan de A stellen we voor om de mening te vragen (niveau 2) van de directe omgeving, omdat het gebouw moet voldoen aan strikte eisen voor collectiebehoud, beveiliging, toegankelijkheid en ruimtelijke kwaliteit en de te maken keuzes hierin invloed hebben op de exploitatie van het museum. Bovendien is het doel om een bijzonder en onderscheidend gebouw te realiseren dat tot de verbeelding spreekt en het gewenste aantal bezoekers trekt. Dat vraagt om een ontwerp waarin architectonische visie en museale functionaliteit leidend zijn. Voor wat betreft de hoogte blijven we binnen de ruimte die daarvoor in het bestemmingsplan aanwezig is. We overschrijden het bouwvlak aan de kant van de Schuitemakersstraat, daarvoor zal een BOPA worden doorlopen. De omgeving wordt betrokken via individuele gesprekken en informatiebijeenkomsten (directe buren) en inloopbijeenkomsten (brede buurt) om wensen, zorgen en aandachtspunten op te halen. De uiteindelijke ontwerpkeuzes blijven de verantwoordelijkheid van de gemeente als opdrachtgever in overleg met het museum. Het draagvlak vanuit de directe buurt is verschillend.

De meeste buurtbewoners dragen het museum een warm hart toe. Niet alle buren zijn gelukkig met de hoogte van de nieuwbouw, omdat de nieuwbouw vrij dicht achter hun huizen komt. Ook verandert het uitzicht voor de direct omwonenden. We blijven echter binnen de toegestane hoogte en deze hoogte is nodig om goede kwalitatieve museale ruimtes toe te kunnen voegen. Aan de kant van de aansluiting van de nieuwbouw met de rijksmonumenten wordt de hoogte zoveel mogelijk beperkt en sluiten we aan bij de bestaande openingen in de achtergevel van de rijksmonumenten. Dit loopt richting de Schuitemakersstraat op naar 15 meter vanaf maaiveld, de maximaal toegestane hoogte welke is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan “Binnenstad”. Voor de uitwerking van het ontwerp wordt advies gevraagd aan verschillende belangenverenigingen en adviesorganen zoals de Werkgroep Toegankelijk Groningen en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

8

Financiële consequenties

In bijlage 2, “Huisvesting Museum aan de A, Investeringsraming en vastgoedexploitatie”, zijn de financiële aspecten van het bouwproject opgenomen. Hieronder geven wij de belangrijkste conclusies weer en lichten wij de bijbehorende besluitpunten toe. Geheimhouding Het college heeft bijlage 2 op grond van artikel 87 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet open overheid geheim verklaard, aangezien openbaarmaking de financiële en economische belangen van de gemeente kan schaden. Onder meer doordat marktpartijen in de aanbesteding en bij eventuele vastgoedtransacties strategisch kunnen inspelen op de opgenomen raming. Deze bijlage is onder oplegging van geheimhouding op basis van artikel 88 Gemeentewet juncto artikel 5.1 lid 2 sub b Woo aan de raad verstrekt. Duurzaam en waardevast investeren De gemeentelijke middelen worden doelmatig ingezet voor een brede publieke meerwaarde en maximale duurzame toekomstbestendigheid. Het monumentale karakter en de strategische ligging in het centrum maken de locatie aan de Brugstraat langjarig aantrekkelijk voor het huisvesten van Museum aan de A. Investeren in de monumenten is daarmee niet alleen een investering in cultuur, maar ook een investering in ons erfgoed en duurzaamheid.

We zien dit project dan ook als een ‘waardevaste’ en toekomstbestendige investering met maatschappelijk rendement op zowel de korte als lange termijn. Ook draagt de stedenbouwkundige en architectonische inpassing bij aan de kwaliteit en belevingswaarde van dit deel van de binnenstad. De investeringen in deze duurzame oplossing komt toekomstige generaties ten goede. Total cost of ownership De duurzame benadering komt ook tot uitdrukking in de financiële aanpak. Bij het opstellen van het gebouwconcept zijn de financiële consequenties voor zowel de korte als de lange termijn in beeld gebracht. Hierin is aandacht voor zowel de bouwkosten als de toekomstige exploitatiekosten. Voor Museum aan de A en de gemeente zijn immers niet alleen de investeringskosten van belang, maar ook de kosten voor dagelijks beheer, onderhoud, energie en schoonmaak. Met deze benadering van total cost of ownership investeren we op verantwoorde wijze in maatschappelijk vastgoed. Voor de huisvesting van het museum is gezocht naar de financieel economisch meest voordelige oplossing, rekening houdend met de ruimtebehoefte en exploitatiekosten van het museum enerzijds, en de stedenbouwkundige kaders en de mogelijkheden van de rijksmonumenten anderzijds. Vanuit de ruimtebehoefte zijn diverse inpassingsstudies uitgevoerd, met als doel de monumenten zo optimaal mogelijk te benutten.

De voorgestelde variant is compact en kostenefficiënt. Het gebouwconcept doet recht aan de monumentale waarde van de rijksmonumenten en biedt tegelijkertijd een prettige beleving voor bezoekers. Er is zorgvuldig gekeken welke ruimten binnen de monumenten konden worden ingepast. De vaste collectie, kantoren, overlegruimten en onderwijsruimten kunnen in de monumenten worden ondergebracht en energetisch verduurzaamd en gasloos worden gemaakt. Voor de tijdelijke tentoonstellingen is nieuwbouw nodig om aan de eisen voor bruikleen te kunnen voldoen. De benadering van ‘total cost of ownership’ is financieel uitgewerkt in bijlage 2. Deze bevat naast de investeringskosten een berekening van de kostprijsdekkende huur over een periode van 40 jaar. Op basis hiervan kunnen we het project in de verdere ontwerpfase financieel bewaken. Door te sturen op de totale exploitatiekosten blijven zowel de investeringskosten bij oplevering als de toekomstige exploitatielasten beheersbaar. Kortom: we sturen op realisatie binnen het door uw raad beschikbaar te stellen krediet én op een exploitatie die de maximale gemeentelijke bijdrage niet overschrijdt. Raming investeringskosten De raming van de bouwkosten is door het ontwerpteam opgesteld op basis van het VO rijksmonumenten en SO nieuwbouw. Door de gemeente is hier door een onafhankelijke partij (Eras) een second opinion op uitgevoerd.

In de totale investeringsraming zijn, naast de bouwkosten, onder meer de boekwaarde van het bestaande vastgoed, kosten voor voorbereiding en begeleiding, leges, rente en prijsstijgingen opgenomen. Op basis van onderzoeken en ervaringen met andere projecten in de binnenstad zijn er aannames gedaan voor bodemsanering en archeologie. De totale investeringskosten bedragen € 25.404.000,--. Hiervan is al € 914.853,-- beschikbaar gesteld door uw raad (26 maart 2025 nr. 5j). Wij vragen uw raad de investeringsraming vast te stellen (besluitpunt I) en hiervoor een aanvullend krediet van €24.489.147,-- beschikbaar te stellen (besluitpunt II). Reeds beschikbaar gesteld voorbereidingskrediet: Bij besluit beschikbaar te stellen krediet: Totaal krediet na besluitvorming:

€ 914.853,-€ 24.489.147,-€ 25.404.000,--

9

Bijdragen van derden en subsidies Een deel van de kosten wordt gedekt uit bijdragen en subsidies (besluitpunt III). Dit betreft: Provinciale subsidie Erfgoed in een gebiedsgerichte aanpak € 1.500.000,-DUMAVAsubsidie € 720.000,-Changing places € 46.000,-IMG schade-uitkering € 140.000,-Nationaal Programma Groningen € 3.000.000,-Totaal € 5.406.000,-We hebben de beschikkingen ontvangen van de subsidie van de provincie voor de instandhouding van erfgoed in een gebiedsgerichte aanpak en de DUMAVA-subsidie voor het verduurzamen van de Rijksmonumenten. Van Changing Places hebben we toezegging gekregen dat dit project een bijdrage ontvangt zodra de plannen zijn uitgewerkt. Voor schade als gevolg van aardbevingen heeft het museum een financiële compensatie ontvangen, het herstel nemen we mee in de renovatie. We zitten nu in het aanvraagproces voor de bijdrage vanuit het Nationaal Programma Groningen (NPG) ter hoogte van €3 miljoen. De doelstellingen van Museum aan de A sluiten zeer goed aan bij de doelstellingen van het NPG, zoals het versterken van de leefbaarheid, economie en identiteit van Groningen. Het museum fungeert als een culturele trekker in de binnenstad, stimuleert werkgelegenheid en toerisme, en draagt bij aan een aantrekkelijk stedelijk vestigingsklimaat.

Daarnaast verstevigt het project de regionale identiteit door het Groninger erfgoed, landschap en geschiedenis zichtbaar en toegankelijk te maken voor inwoners en bezoekers. Daarmee sluit het aan bij de NPG-ambities om de regio economisch te versterken, culturele voorzieningen te verbeteren en het toekomstperspectief van inwoners te vergroten. We hebben er daarom vertrouwen in dat deze bijdrage ook wordt toegekend. Zie risicobeheersing onder aan deze paragraaf. Strategische aankoop vastgoed Museum aan de A De te renoveren gebouwen zijn momenteel eigendom van de Stichting Museum aan de A. Het te slopen pakhuis aan de Schuitemakersstraat 17 is in 2016 strategisch aangekocht door de gemeente voor de ontwikkeling van het museum. Vastgoedontwikkeling en -beheer is geen kerntaak van Museum aan de A, daarom heeft de stichting de gemeente verzocht het vastgoed over te nemen en als opdrachtgever op te treden. Het vastgoed wordt voorafgaand aan de bouw tegen boekwaarde (circa € 100.000,--) aan de gemeente overgedragen. Ook het huidige kantoor van Museum aan de A aan de Lage der A 5 wordt aan de gemeente overgedragen. Na oplevering van de renovatie en nieuwbouw is dit pand niet langer nodig en kan het worden verkocht. De verwachte verkoopopbrengst wordt gebruikt als dekking voor de kosten.

Kostendekkende huurprijs, vastgoedexploitatie en exploitatiesubsidie huisvestingsdeel De totale kosten voor het bouwproject worden vertaald in een kostendekkende huurprijs. In de Vastgoednota 2019, welke aan uw raad per brief op 16-11-2019 is gestuurd, staat dat verhuur aan maatschappelijke partners tegen minimaal kostprijsdekkende huur moet plaatsvinden. De aan Museum aan de A door te berekenen huur volgt dit principe. Er is een vastgoedexploitatie opgesteld met een looptijd van 40 jaar, waarin kapitaalslasten, onderhouds-, beheer- en overige lasten en de huuropbrengsten zijn opgenomen. De vastgoedexploitatie zoals opgenomen in bijlage 2 vormt de basis voor de huurafspraken met Museum aan de A. We streven naar een sluitende vastgoedexploitatie over 40 jaar, die duurzaam wordt gemonitord. Positieve jaarresultaten worden ingezet ter dekking van negatieve jaren, zodat de exploitatie op de lange termijn kostendekkend blijft. Deze werkwijze vergroot het financieel inzicht in maatschappelijk vastgoed en ondersteunt de transitie naar een duurzaam vastgoedbeleid. Hiervoor wordt een gesloten administratie ingericht waarin opbrengsten, bijdragen en kosten over de exploitatieperiode samen worden gehouden. Zo kunnen we de vastgoedexploitatie op objectniveau blijven monitoren en de financiële continuïteit van de vastgoedexploitatie waarborgen (besluitpunt IV).

De structurele kapitaalslasten van de investering en de overige kosten in de vastgoedexploitatie, zoals onderhoud, beheer en verzekeringen worden gedekt uit huuropbrengsten van Museum aan de A en voor dit project beschikbare middelen (besluitpunt V, VI en VII). We maken onderscheid tussen een huur in de tijdelijke situatie tot aan oplevering, een huur voor de rijksmonumenten na oplevering en een huur voor de nieuwbouw na oplevering. De tijdelijke huur bedraagt € 210.000,-- in 2026, € 215.000,-in 2027 en € 220.000,-- in 2028. De kostprijsdekkende aanvangshuur bedraagt prijspeil 2029 € 759.100,--, waarvan € 448.500,-- voor de monumenten en € 310.600,-- voor de nieuwbouw. Omdat Museum aan de A de tijdelijke huur en kostprijsdekkende huur niet uit haar exploitatie kan opbrengen, ontvangt Museum aan de A een aanvullende

10

exploitatiesubsidie huisvestingsdeel (besluitpunt VIII). Tussen DMO en Museum aan de A is afgesproken dat de huisvestingssubsidie gelijk is aan de hoogte van de door de gemeente in rekening te brengen kostprijsdekkende huur en dat de huisvestingssubsidie jaarlijks met hetzelfde percentage wordt geïndexeerd als de huur (CPI in plaats van Acress). Exploitatiesubsidie Museum aan de A exploitatiedeel De exploitatievergoeding aan het museum is vastgelegd in de cultuurnota. Hoewel de gebouwen van het museum dicht zijn, wil dat niet zeggen dat de medewerkers op hun handen zitten. Er wordt tot aan de gedeeltelijke opening onder andere gewerkt aan de samenstelling van de vernieuwde vaste presentatie, het educatieprogramma en activiteiten buiten het museum. Recentelijk is de regionale Onderwijscanon gelanceerd waar het Museum aan de A als projectleider heeft opgetreden. Daarnaast heeft het Museum aan de A dit jaar als penvoerder en projectleider de diverse activiteiten in het kader van 80 jaar vrijheid georganiseerd en gefaciliteerd. In 2026 zullen daar de laatste activiteiten voor plaatsvinden. Op 14 november is de pop-up-tentoonstelling Wie schrijft Geschiedenis geopend na een lang voorbereidingstraject. Deze tentoonstelling, in het Groninger Museum, loopt tot april 2026 en zal de testcase zijn voor de verdere ontwikkeling van het museum.

Er wordt actief ingezet op een participatie- en educatieprogramma bij deze tentoonstelling. Museum aan de A zal met Winterwelvaart een sleutelrol blijven spelen in de programmering rond Wintergoud. Het weekend van Winterwelvaart is het succesvolste weekend van de programmering met vele bezoekers uit de stad, maar ook van ver daarbuiten. De voorbereidingen daarvoor zijn inmiddels in volle gang. In 2025 is er extra aandacht voor de duurzaamheid van het evenement. De lunch en het diner zijn al volledig vegetarisch en er wordt alleen duurzaam verpakkingsmateriaal gebruikt voor de maaltijden die worden meegenomen. In 2025 is gebruik gemaakt van hybride aggregaten. Voor het vergroenen van het transport stapt het museum over van een conventionele diesel heftruck naar een truck die voldoet aan de stage V normering. Daarnaast worden elektrische terreinvoertuigen gebruikt voor het vervoer op het terrein. Tenslotte is er de komende tijd een grote hoeveelheid kleinere events en activiteiten georganiseerd voor verschillende doelgroepen, zoals Keti Koti en de Museumnacht. Deze zullen ook in de komende jaren weer plaats gaan vinden.

Ophoging exploitatiesubsidie Museum aan de A ism Berenschot en second opinion Blueyard Extern deskundige Berenschot heeft samen met Museum aan de A voor zowel de tijdelijke situatie tot aan de opening, als vanaf de opening van het museum een bedrijfsexploitatie opgezet. De exploitatie van het museum en de daarmee samenhangende gemeentelijke exploitatiesubsidie is gebaseerd op onderstaande uitgangspunten, een benchmark met vergelijkbare musea en kerngetallen in de museumsector. Deze berekening is vervolgens op basis van een second opinion door Blueyard (bijlage 4) getoetst en aangescherpt. • Door Berenschot is op basis van een benchmark voor stadsmusea (jaren 2018 en 2020 en Benchmark over de jaren 2018 en 2022) het benodigde aantal fte’s ingeschat. Dit is gemiddeld tussen de 12 en 15 fte, met gemiddelde loonkosten van €50.000,-- tot €60.000,-- per fte. • Museum aan de A heeft de materiële activiteitenkosten gebaseerd op een soberder tentoonstellingsbeleid dan geadviseerd door Berenschot. Het museum achtte het haalbaar om met lagere budgetten te werken. • De kosten voor twee grotere wisseltentoonstellingen per jaar moeten grotendeels worden gedekt door externe subsidies. • Uitgangspunt is een ticketprijs van € 15,--.

Op basis hiervan zijn gemiddelde inkomsten per bezoeker van €7,50 realistisch, omdat de werkelijke inkomsten uit de ticketprijs worden gedrukt door de gratis toegang door de museumkaart en andere kortingskaarten. • Het museum heeft beperkte ruimte voor eigen inkomsten, ondanks prognose voor groeiende bezoekersaantallen. Horeca is bijvoorbeeld noodzakelijk als faciliteit, maar in de omgeving van het museum is veel horeca, dus veel concurrentie. Inkomsten uit winkel en horeca zijn daarom bewust conservatief begroot. Hier ligt nog wel een potentieel van aanvullende inkomsten. • Uit de second opinion van Blueyard blijkt dat Museum aan de A op een zorgvuldige wijze een meerjarenbegroting heeft opgesteld. Er komen wel twee extra risico’s naar voren. De oorspronkelijke begroting op basis van het Berenschot-advies was sluitend, maar ging uit van beperkte loon- en prijsstijgingen. Daarnaast geeft Blueyard aan dat de speerpunten educatie en participatie zoals vastgelegd in de ‘Strategische Visie 20252028’ erg arbeidsintensief zijn. De omvang van het personeelsbestand in de fase na opening is volgens hen te krap ingeschat. We stellen voor de exploitatiesubsidie aan Museum aan de A op basis van het deskundigenadvies te verhogen zoals opgenomen in besluitpunt IX. Na ingebruikname in 2029 is een aanvullende subsidie nodig van € 372.500,-- prijspeil 2025.

In de tijdelijke situatie is een beperkt hogere exploitatiesubsidie nodig dan in de periode na oplevering. Tot aan de oplevering van eerst de rijksmonumenten en daarna de nieuwbouw zijn er immers geen of beperkte inkomsten mogelijk door kaartverkoop.

11

Aanvullende exploitatievergoeding 2025 De veronderstelling was dat de besluitvorming over het museum plaats zou vinden in 2025, inclusief de overname van de panden van museum naar gemeente en de ophoging van de subsidie voor exploitatie in de tijdelijke situatie. Vanwege de complexiteit van het project is de besluitvorming doorgeschoven naar 2026. Hiermee zijn ook de aanvullende middelen van € 273.000,--, waarmee in de begroting van 2025 gerekend is en opgenomen in de SIA, nog niet toegekend. We stellen voor om deze aanvullende subsidie met terugwerkende kracht aan het museum toe te kennen en te dekken uit de reserve ‘Sparen voor de toekomst’ (besluitpunt X). Conform het kader van de SIA wordt een resultaat op de financiële reservering van de SIA verrekend met de reserve ‘Sparen voor de toekomst’. De nog niet toegekende bijdrage over 2025 aan het Museum aan de A wordt daarmee bij de gemeentelijke jaarrekening 2025 gestort in deze reserve. Het museum heeft deze bijdrage nodig om de begroting sluitend te kunnen maken. Rekening houdend met deze bijdrage verwacht Museum aan de A voor 2025 uit te komen op een klein tekort als gevolg van langdurige ziekte en uitval en inhuur om dit op te vangen.

Wegvallen provinciale subsidie als gevolg van negatief advies Kunstraad In de exploitatiebegroting van het museum is rekening gehouden met een te ontvangen subsidie van de provincie Groningen voor de cultuurnotaperiode 2025-2028. Deze subsidie is, na een negatief advies van de Kunstraad (het adviesorgaan van de provincie voor culturele subsidies), niet toegekend door Gedeputeerde Staten (GS). De reden hiervoor is dat de Kunstraad geen voldoende beoordeling kon geven voor het inhoudelijke en artistieke programma dat de komende jaren door Museum aan de A kan worden aangeboden vanwege de ontwikkeling van het museum. Museum aan de A heeft hiertegen bezwaar aangetekend, maar dit is afgewezen. Dit betekent dat Museum aan de A door het wegvallen van de subsidie de begroting voor de komende jaren niet meer sluitend krijgt. We zijn uiteraard erg teleurgesteld in dit besluit van de provincie. Voor 2025 en 2026 heeft de provincie wel een bedrag van €125.000,-- per jaar toegekend aan het museum voor doorontwikkeling. Voor 2027-2028 is dit bedrag mogelijk ook beschikbaar, maar hierover moet tegen die tijd een besluit worden genomen door GS van de provincie. Het niet volledig toekennen van de provinciale subsidie is al opgenomen als risicoreservering in de SIA.

We stellen nu voor het misgelopen, maar voor de exploitatie van het museum noodzakelijke middelen voor de lopende cultuurnotaperiode (2026, 2027 en 2028) toe te voegen aan de exploitatiesubsidie van Museum aan de A (besluitpunt XI). Wanneer er in deze periode alsnog aanvullende subsidie door de provincie wordt verstrekt aan het museum, zal dit verrekend worden met de gemeentelijke ophoging van de exploitatievergoeding. In 2028 start een nieuw aanvraagtraject voor de cultuurnotaperiode 2029–2036. Dit betekent dat Museum aan de A opnieuw een aanvraag in gaat dienen bij de provincie voor de meerjarensubsidie. Het risico dat er weer een negatief advies volgt is klein, maar blijft een (beperkt) risico. Dit is inherent aan de manier van subsidieverstrekking. De door Museum aan de A beoogde bijdrage van €350.000,-- voor 2029 en daarna is hoger dan tot nu toe door het museum is aangevraagd. Gezien de grotere en belangrijkere rol van Museum aan de A voor onder andere de ontsluiting naar de regionale musea, is een hogere subsidie uitlegbaar, maar relatief hoog in verhouding tot het beschikbare cultuurbudget van de provincie. Het risico dat een lager bedrag wordt toegekend is daarom als risicoreservering (€100.000,--) opgenomen in de SIA.

Aansluiting bij de SIA Onderstaande tabellen laten de verschillen zien tussen de benodigde dekking voor de aanvullende subsidie en de middelen die daarvoor in de SIA zijn gereserveerd. Deel voor de kostendekkende huurprijs Voor het jaar 2025 valt er € 200.000,-- vrij. Op het huisvestingsdeel zit vanaf 2029 een structureel tekort van € 24.100,--. We stellen voor dit te verrekenen met de risicoreservering van € 100.000,-- voor een lagere provinciale subsidie vanaf 2029. Daarmee resteert een risicoreservering van € 75.900 vanaf 2029. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de provinciale subsidietoekenning vanaf 2029 komen we met een voorstel hoe hier mee om te gaan. Aanvullende exploitatiesubsidie huisvestingsdeel

Verschil met SIA

aanvullend

jaar

huisvesting **

gereserveerd

verschil

2025

2028

0 210.000 215.000 220.000

200.000 210.000 215.000 220.000

-200.000 0 0 0

2029 e.v.

759.100

735.000

24.100

2026 2027

12

Op het huisvestingsdeel zit vanaf 2029 een structureel tekort van € 24.100,--. We stellen voor dit te verrekenen met de risicoreservering van € 100.000,-- voor een lagere provinciale subsidie vanaf 2029. Daarmee resteert een risicoreservering van € 75.900,-- vanaf 2029. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de provinciale subsidietoekenning vanaf 2029 komen we met een voorstel hoe hier mee om te gaan. Deel voor de exploitatie Van de vanaf 2029 gereserveerde € 472.500,-- voor de exploitatiesubsidie blijft € 100.000,-- structureel gereserveerd voor het risico van het wegvallen van de provinciale subsidie. Zie tabel. Aanvullende exploitatiesubsidie prijspeil 2025

Verschil met SIA

aanvullend

aanvullend

jaar

exploitatie

provincie

totaal *

gereserveerd

verschil

2025

2028

273.000 293.500 311.500 410.500

0 115.000 240.000 240.000

273.000 408.500 551.500 650.500

273.000 408.500 551.500 650.500

0 0 0 0

2029 e.v.

372.500

0

372.500

472.500

-100.000

2026 2027

aanvullend

Risicobeheersing We anticiperen zoveel mogelijk op financiële risico’s. Bijlage 2 bevat een risicoanalyse met beheersmaatregelen. Zeven kernrisico’s lichten we hier nader toe: 1. Technische uitwerkingsrisico’s Vooral vanwege het monumentale karakter van de panden bevat dit project, ondanks de zorgvuldig uitgevoerde vooronderzoeken, meer dan gemiddeld technische uitwerkingsrisico’s. Er is een hogere kans dat technische complicaties bij nadere uitwerking optreden. Denk aan onvoorziene kosten als gevolg van achterstallig onderhoud, versterking/draagkracht vloeren, akoestiek, inpassing gebouwinstallaties, nadere eisen van Rijksdienst Cultureel Erfgoed, aanleg Warmte Koude Opslag, bouwlogistiek en gebouwbeveiliging. De insteek van de verdere aansturing van

13

het project is, dat indien complicaties optreden eerst binnen het bouwproject gezocht zal worden naar oplossingen. Eventueel kan gezocht worden naar aanvullende middelen uit bijvoorbeeld aanvullende subsidies. Nog meer dan gebruikelijk besteden we in het vervolgtraject aandacht aan de beheersing van de bouwkosten. Aanvullende wensen die het ontwerp duurder maken, willen we voorkomen. Per ontwerpfase wordt de kostenontwikkeling opnieuw door een onafhankelijk deskundige getoetst. 2. Hogere prijsstijgingen door ontwikkelingen in de bouwmarkt Prijsstijgingen tot aan oplevering zijn in de investeringsraming verwerkt op basis van de actuele prognoses van een extern bouwkostendeskundige. De laatste jaren trok de bouwmarkt een aantal keer sterk aan, inclusief forse prijsontwikkeling. De bouwmarkt is grilliger geworden als gevolg van mondiale ontwikkelingen en toenemend gebrek aan deskundig bouwpersoneel. Het is onmogelijk om op dergelijke onverwachte sterke bouwprijsstijging te anticiperen. Indien dit risico zich in sterke mate voordoet, komen wij bij u terug. 3. Vertragingskosten als gevolg van vertraging omgevingsvergunning De mogelijkheid is dat vanuit de directe omgeving omwonende(n) bezwaar gaat maken tegen de omgevingsvergunning voor de nieuwbouw.

Wij hebben daarom in onze planning rekening gehouden met een uitgestelde start van de nieuwbouw van een jaar tot aan een uitspraak van de rechtbank. Indien echter de procedure langer duurt dan een jaar, zullen er consequenties zijn voor de exploitatie van Museum aan de A en voor de investeringskosten (o.a. oplopende kosten door prijsstijgingen). Indien dit risico zich voordoet komen wij bij u terug met een plan hoe wij de gevolgen voor de exploitatie van Museum aan de A en de financiële gevolgen zo beperkt mogelijk kunnen laten zijn. 4. Hogere kosten voor bodemsanering en archeologie Voor bodemsanering en archeologie zijn aannamen gedaan op basis van uitgevoerde onderzoeken en sonderingen en ervaringen elders in de binnenstad. De werkelijke kosten zijn van te voren moeilijk te voorspellen. Zo kunnen eventuele archeologische vondsten leiden tot hogere archeologische kosten.

5. Hoger kosten vastgoedexploitatie: Reeds in het ontwerpstadium sturen we op energiebesparing en lage kosten voor onderhoud, schoonmaak en beheer. Door vroegtijdig de juiste keuzes te maken voorkomen we dat de exploitatiekosten oplopen. ‘Exploitatiebewust ontwerpen’ is één van de criteria waarop de bij dit project betrokken adviseurs zijn geselecteerd. Per ontwerpfase worden opnieuw de exploitatiekosten door een onafhankelijk deskundige (second opinion) getoetst. 6. Financiële tegenslagen in de exploitatie van Museum aan de A Museum aan de A werkt de komende jaren haar nieuwe concept verder uit. De ingezette strategische heroriëntatie is een doorlopend proces, waarbij zich mee- en tegenvallers ten opzichte van de begroting van Museum aan de A zich voor zullen doen. In de kadernota Weerstandsvermogen 2016 is vastgelegd dat we bij bijzondere projecten, die een krediet van enige omvang vragen een second opinion uitvoeren. Voor de exploitatie van Museum aan de A hebben we dit door Blueyard uit laten voeren. Onderstaande risico’s kunnen tot financiële tegenvallers leiden. Door de ontwikkeling van de begroting van Museum aan de A de komende jaren te (blijven) monitoren trachten we het risico op financiële tegenvallers te beperken. Museum aan de A is zelf verantwoordelijk voor de vaste presentatie en losse inrichting van het museum.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5414/documents/91558