Septembercirculaire 2025.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Septembercirculaire 2025
Telnr.
14 050
Registratienummer
Bijlagen 0
309570-2025 Openbaar
Classificatie Portefeuillehouder
Wijnja
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 11 Jaar 2025 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I.
II.
III.
IV.
V.
de ontvangst voor ‘Participatiewet in balans’ van € 818.000,-- in 2025, € 341.000,-- in 2026, € 80.000,-- in 2027 en € 22.000,-- vanaf 2028 te verrekenen met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’ en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Jeugdzorg’ van € 11.744.000,-- in 2025 te verrekenen met een in te stellen reserve ‘Jeugdzorg’ en in 2026 vanuit deze reserve € 1.961.000,-- te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Lpo bijstelling jeugdhulp’ van € 373.000,-- in 2026 en € 303.000,-- vanaf 2027 te verrekenen met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Toezicht gastouderopvang’ van € 24.000,-- in 2026, € 37.000,-- in 2027 en 2028 en € 30.000,-- vanaf 2029 te verrekenen met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Rijksvaccinatieprogramma’ van € 40.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026;
Samenvatting
Op 16 september 2025 is de septembercirculaire 2025 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2025 tot en met 2030. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe hiermee om te gaan. In de circulaire is de betaling van het incidentele tekort jeugdzorg in 2023 en 2024 conform afspraak uitgekeerd. Het gaat om een betaling van 728 miljoen euro wat voor Groningen neerkomt op een nabetaling van 11,7 miljoen euro. We ontvangen 28,2 miljoen euro in 2025 en 61,7 miljoen euro in 2026 voor uitvoering sociale agenda (Nij Begun). Daarnaast worden enkele specifieke uitkeringen omgezet naar een (decentralisatie)uitkering in het gemeentefonds. Het financiële effect voor de algemene middelen is vanaf 2026 ten opzichte van de meicirculaire 2025 nadelig. Dit komt door een lagere ontwikkeling van het accres op basis van bijgestelde BBP-groei ramingen. Ook blijkt de ontwikkeling van de maatstaven (uitkeringsbasis) per saldo lager uit te pakken dan was geraamd. Het nadeel in 2026 is 0,9 miljoen euro en dit loopt op tot een nadeel van 2,2 miljoen euro in 2029.
B&W-besluit d.d.: 14-10-2025
de ontvangst voor ‘Wet integrale suïcidepreventie’ van € 162.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in de begroting 2026; VII. de ontvangst voor ‘Indexatie Wmo demografie’ van € 1.139.000,-- vanaf 2030 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in het financieel meerjarenbeeld 2027-2030; VIII. de ontvangst voor ‘Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen’ van € 814.000,-- te verrekenen met de het deelprogramma ‘Dienstverlening’ en dit te verwerken in de begroting 2025; IX. de ontvangst voor ‘Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe’ van € 28.172.000,-- in 2025 voor € 28.000.000,-- te verrekenen met het deelprogramma ‘College, raad en wijken’ en voor € 172.000,-- met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2025; X. de ontvangst voor ‘Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe’ van € 61.700.000,-- in 2026 voor € 59.700.000,-- te verrekenen met het deelprogramma ‘College, raad en wijken’ en voor € 2.000.000,-- met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2026; XI. de ontvangst voor ‘Spreidingswet’ van € 105.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma ‘College, raad en griffie’ en dit te verwerken in de begroting 2025; XII.
de ontvangst voor ‘Versterking omgevingsveiligheidsdiensten’ van € 61.000,-- in 2025, € 75.000,-in 2026 en 2027 en € 59.000,-- in 2028 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; XIII. de ontvangst voor ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’ van € 25.000,-- in 2025 en € 29.000,-vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; XIV. de ontvangst voor ‘Register Externe Veiligheid’ van € 2.000,-- in 2025 en 2026 te verrekenen met de algemene middelen; XV. de ontvangst voor ‘CDOKE’ van € 12.249.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in de begroting 2025; XVI. de ontvangst voor ‘Overheidsbrede dienstverlening’ van € 192.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Cultuur en evenementen en dit te verwerken in de begroting 2026; XVII. de ontvangst voor ‘Regeling heroïnebehandeling’ van € 748.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026; XVIII. de ontvangst voor ‘Versterking arbeidsmarktregio’s’ van € 248.000,-- vanaf 2029 te verrekenen met deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2026; XIX.
de uitname voor ‘Maatschappelijke opvang’ van € 11.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; XX. de uitname voor ‘Vrouwenopvang’ van € 5.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; XXI. de uitname voor ‘Aanpak laaggeletterdheid’ van € 9.000,-- in 2026 tot en met 2028 te verrekenen met het deelprogramma Onderwijs en dit te verwerken in de begroting 2026; XXII. de ontvangst voor ‘Beschermd wonen’ van € 194.000,-- in 2025, € 487.000,-- in 2026 en € 681.000,-- vanaf 2027 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; XXIII. de ontvangst voor ‘Beschut Werk – IU Participatie’ van € 550.000,-- in 2026, € 594.000,-- in 2027, € 633.000,-- in 2027, € 5.000,-- in 2028 en € 6.000,-- vanaf 2029 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026. VI.
2
Aanleiding en doel
Op 16 september 2025 is de septembercirculaire 2025 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering van het gemeentefonds voor de jaren 2025 tot en met 2030. Alle ontwikkelingen worden toegelicht en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. In dit voorstel worden de uitkomsten van de septembercirculaire 2025 vergeleken met de meicirculaire 2025. Kader
De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Door middel van circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. Argumenten en afwegingen
N.v.t. Maatschappelijk draagvlak en participatie
N.v.t. Financiële consequenties
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De ontwikkeling ervan bepaalt daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten van de septembercirculaire 2025 weergegeven. Vervolgens volgt per mutatie een toelichting. De uitkomsten van de septembercirculaire 2025 zijn niet verwerkt in de ontwerpbegroting 2026. In het verleden is namelijk de beleidslijn vastgesteld dat we (net als de meeste gemeenten in Nederland) onze begroting baseren op de uitkomsten van de meicirculaire. Algemene mutaties (bedragen x € 1.000) Accres (bbp-prijs) Accres (bbp-volume) BTW compensatiefonds Overige ontwikkelingen Totaal algemene mutaties
2025 1.500 1.500
2026 -1.400 100 1.500 -1.200 -1.000
2027 -1.600 -600 1.500 -1.000 -1.700
2028 -1.000 -1.400 1.500 -500 -1.400
2029 -1.500 -1.500 1.500 -500 -2.000
Accres (bbp-prijs) De accresontwikkeling is geactualiseerd met de bijgestelde bbp-groeiraming in de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau (CPB). Omdat de verwachte bbp-prijsontwikkeling de komende jaren lager is neemt het accres af. Het prijsaccres geeft dekking voor (een deel van) onze nominale compensatie (loon- en prijsontwikkeling). Het accres 2025 stond al vast in de meicirculaire 2025. Het (CPB) heeft het prijspeil bbp de afgelopen zeven jaar gemiddeld 1 procentpunt te laag geraamd. Met het uitkomen van het MEV2026 blijkt dat het CPB ook met het CEP 2025 het prijspeil bbp te laag heeft geraamd en wel 0,5 procentpunt. Daarom is het kabinet verzocht om voor de bepaling van het accres over te stappen naar nacalculatie. In de Eerste Kamer is een motie ingediend die het kabinet vraagt om met een voorstel te komen om de indexatie van het gemeentefonds voor inflatie te herstellen bij voorkeur door nacalculatie. Accres (bbp-volume) Ook het accres dat is gekoppeld aan de bbp-volumeontwikkeling is afgenomen. Dit komt doordat de ramingen in het MEV2026 een lagere bbp-groei voorziet in toekomstige jaren. Met het volumeaccres kunnen we de kosten dekken die voortvloeien uit de groei van het aantal inwoners, areaal, etcetera. Maar omdat het bbp-prijs niet toereikend is wordt het in eerste instantie aangewend als dekking voor de nominale compensatie.
BTW compensatiefonds Sinds 2019 is de systematiek van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds gewijzigd. Een eerste raming van de ruimte onder het plafond BCF in 2025 verschijnt in de septembercirculaire. De uiteindelijke realisatie van de ruimte onder het plafond BCF in 2025 wordt opgenomen in de meicirculaire 2026. Op basis van de ruimte onder het plafond in de meicirculaire mogen gemeenten in de begroting een structurele stelpost opnemen. Wel adviseert de toezichthouder om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel.
3
De ruimte onder het plafond BCF in de meicirculaire 2025 bedraagt 332 miljoen euro. De eerste raming die nu in de septembercirculaire 2025 is opgenomen gaat uit van een onderuitputting van 428 miljoen euro. De toeame van de ruimte onder het plafond BCF is daarmee 96 miljoen euro. Het aandeel van de gemeente Groningen hierin is 1,5 miljoen euro. De hogere ruimte onder het plafond BCF met 1,5 miljoen euro komt ten gunste van de algemene middelen vanaf 2025. Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. De septembercirculaire geeft aan dat de uitkeringsfactor in 2024 met 1 punt is verlaagd. Het nadeel van 0,5 miljoen euro wordt verrekend in 2025. Bij de decembercirculaire 2025 zal informatie worden verstrekt over de verdeelreserve en in hoeverre deze zal worden uitgekeerd. Vooralsnog houden we rekening met het uitkeren van 1 punt wat een voordeel van 0,5 miljoen betreft. Per saldo zijn de verwachte overige ontwikkelingen in 2025 dan nihil.
Vanaf 2026 zijn de overige ontwikkelingen in ieder jaar negatief. Dit wordt veroorzaakt doordat het aantal eenheden bij meerdere belangrijke maatstaven lager uitpakken dan was geraamd (minder bijstandsontvangers, lagere ontwikkeling van de adressendichtheid, lager aantal eenpersoonshuishoudens, etc.).
Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de afname zijn in principe afweegbaar. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1. Participatiewet in balans 2. Hervormingagenda jeugd 3. Jeugdzorg, Lpo middelen 2023 4. Toezicht gastouderopvang 5. Rijksvaccinatieprogramma 6. Wet integrale suïcidepreventie 7. Indexatie Wmo demografie 8. Tweede Kamerverkiezingen Totaal taakmutaties
Deelprogramma
2025
2026
2027
2028
2029
Werk en inkomen Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg
818 11.744
341
80
22
22
373 24
303 37
303 37
303 30
162
162
162
162
Dienstverlening
814 13.416
901
582
525
518
40
1. Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er 58,1 miljoen euro aan de algemene uitkering toegevoegd. Er is 55,5 miljoen euro beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 voor de implementatie van deze wet. Dit bedrag is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met 500 duizend euro. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van 1 miljoen euro per jaar. Er wordt 600 duizend euro beschikbaar gesteld in 2025 en 1 miljoen euro in 2026 en 2027 voor de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. We ontvangen 818 duizend euro in 2025, 341 duizend euro in 2026, 80 duizend euro in 2027 en 22 duizend euro vanaf 2028. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.1 Werk en inkomen’.
4
2. Hervormingsagenda jeugd 2023+2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar is besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal 728 miljoen euro die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. We ontvangen 11,744 miljoen euro in 2025. In de begroting 2026 is bij het bepalen van de omvang van opgave ’44. Zorgkosten jeugd’ rekening gehouden met de ontvangst van 11,744 miljoen euro in 2025 en dat deze ingezet zou worden in de 2026 en 2027 voor deze opgave. Voorstel: Er wordt een reserve ‘Jeugdzorg’ ingesteld en de ontvangst van 11,744 miljoen euro wordt hierin gestort. In 2026 wordt vanuit de reserve ‘Jeugdzorg’ een bedrag van 1,961 miljoen euro onttrokken en verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. Het resterende bedrag in de reserve jeugdzorg wordt ingezet voor toekomstige uitgaven gericht op het reduceren van jeugdzorgkosten en zal worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2027 voor het opvangen van de opgelegde taakstellingen en niet gecompenseerde volumestijgingen. 3.
Jeugdzorg, Lpo middelen 2023 Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn al in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd. Nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. We ontvangen 373 duizend euro in 2026 en 303 duizend euro vanaf 2027. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. 4. Toezicht gastouderopvang De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026. De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In de Voorjaarsnota 2024 zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. Deze middelen worden nu toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastouderopvang en bij een gastouderbureau.
Het gaat om 24 duizend euro in 2026, 37 duizend euro in 2027 en 2028 en daarna aflopend naar 30 duizend euro in 2029 en structureel 29 duizend euro vanaf 2030. De reeks kent een incidentele component die is bedoeld voor de uitbreiding van de duur van het eerste inspectiebezoek na invoering van de nieuwe kwaliteitseisen. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. 5. Rijksvaccinatieprogramma Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Dit betekent dat sommige vaccinaties op een andere leeftijd aangeboden worden en dat er voor bepaalde leeftijdscohorten inhaalcampagnes nodig zijn. Deze veranderingen in het RVP schema hebben daarmee ook gevolgen voor de taken van gemeenten vanwege hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering en financiering van het RVP. De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema van het RVP verschilt in de periode 2025 t/m 2029 per jaar. De kosten voor gemeenten stijgen in de gehele periode 2025 tot en met 2029 in totaal met 2,3 miljoen euro. Dit bedrag wordt voor de hele periode in één keer in 2025 aan de algemene uitkering toegevoegd. Vanaf 2030 gaat het jaarlijks om 300 duizend euro. We ontvangen 40 duizend euro in 2025 en 7 duizend euro vanaf 2030.
Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. 6. Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks 10 miljoen euro beschikbaar gesteld. We ontvangen 162 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’.
5
7. Indexatie Wmo demografie In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van 75 miljoen euro aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd oplopend tot 300 miljoen euro in 2029. Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van 75 miljoen euro vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op 375 miljoen euro. We ontvangen 1,1 miljoen euro vanaf 2030 Voorstel: We stellen voor om de ontvangst voor de groei van Wmo-uitgaven toe te voegen aan het deelprogramma ‘3.3. Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te betrekken bij de actualisatie van het financieel meerjarenbeeld 2027-2030. 8. Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen Het kabinet stelt eenmalig 60 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. We ontvangen 814 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘4.1 Dienstverlening’.
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. De septembercirculaire 2025 leidt tot de volgende mutaties: Mutaties in IU’s en DU’s (bedragen x € 1.000) 9. Uitvoering Sociale Agenda 9. Uitvoering Sociale Agenda 10. Spreidingswet 11. Versterking omgevingsveiligheid 12. Impulsbudget sociale infrastructuur 13. Register Externe Veiligheid 14. CDOKE 15. Overheidsbrede dienstverlening 16. Regeling heroïnebehandeling 17. Versterking arbeidsmarktregio’s 18. Maatschappelijke opvang 19. Vrouwenopvang 20. Aanpak laaggeletterdheid 21. Beschermd wonen (IU) 22. Rijksbijdrage Beschut Werk (IU) Totaal mutaties IU’s en DU’s
Deelprogramma College, raad en wijken Veiligheid College, raad en wijken Wonen Werk en inkomen Algemene middelen Wonen Cultuur en evenementen Welzijn, gezondheid en zorg Werk en inkomen Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Onderwijs Welzijn, gezondheid en zorg Werk en inkomen
2025
2026
28.000 59.700 172 2.000 105 61 75 25 29 2 2 12.249 192 748 -11 -5
-11 -5 -9 194 487 550 594 29.092 76.052
2027
2028
2029
75 29
59 29
29
192
192
192
-11 -5 -9 681 633 1.586
-11 -5 -9 681 5 942
248 -11 -5 681 6 1.142
9. Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe Voor de uitvoering van de Sociale Agenda, aangekondigd in Nij Begun, wordt 28,2 miljoen euro in 2025 en 61,7 miljoen euro in 2026 beschikbaar gesteld aan de gemeente Groningen. In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd. De gemeente Groningen is als budgethouder verantwoordelijk voor de verdeling van deze middelen. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als Kassier. De ontvangst wordt in 2025 voor 28 miljoen verrekend met het deelprogramma ‘4.2 College, raad en wijken’ en voor 0,172 miljoen euro met het deelprogramma ‘2.2. Veiligheid’. Voor 2026 is de verdeling 59,7 miljoen verrekenen met het deelprogramma ‘‘4.2 College, raad en wijken’ en 2 miljoen euro met het deelprogramma ‘2.2 Veiligheid’.
6
10. Spreidingswet Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken. Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds. Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal 15,3 miljoen euro beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van 20 duizend euro. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Wij ontvangen 105 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘4.2 College, gemeenteraad en wijken. 11. Versterking omgevingsveiligheidsdiensten De VNG, namens de gemeenten, en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn overeengekomen dat bepaalde taken van het vervolg op de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) door gemeenten worden uitgevoerd. Het gaat om wettelijke taken op het terrein van de omgevingsveiligheid. Het gaat om een bedrag van 3,9 miljoen euro in 2025, 4,9 miljoen euro in 2026 en in 2027 en 3,8 miljoen euro in 2028. We ontvangen 61 duizend euro in 2025, 75 duizend euro in 2026 en 2027 en 59 duizend euro in 2028. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘1.3 Wonen’. 12. Impulsbudget sociale infrastructuur Door de toekenning van de loon- en prijsontwikkeling (LPO) wijzigt de omvang van de decentralisatie-uitkering ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’.
Ook is de verdeling vanaf 2026 bijgewerkt op basis van veranderingen in samenwerkingsverbanden en de nieuwste gegevens voor de verdeelmaatstaf. Deze decentralisatie-uitkering loopt van 2025 tot en met 2034. In 2025 gaat het om 1,7 miljoen euro en vanaf 2026 tot en met 2034 om 1,5 miljoen euro. We ontvangen 25 duizend euro in 2025 en 29 duizend euro in 2026 tot en met 2034. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.1 Werk en inkomen’. 13. Register externe veiligheid Het ministerie van IenW is met medeoverheden verantwoordelijk voor het beheer van het REV. Gemeenten ontvangen via deze uitkering een bijdrage als tegemoetkoming in kosten voor het inregelen van beheerwerkzaamheden voor de Kwetsbare gebouwen en locaties (KGL)-module binnen het REV. De bijdrage is bedoeld voor het inregelen en het mee uitwerken van een efficiënte beheeraanpak, waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande (basis)registraties. Het gaat om een jaarlijks bedrag van 850 duizend euro voor de jaren 2025 en 2026. De middelen worden evenredig over alle gemeenten verdeeld. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 14. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE.
In 2026 wordt een totaalbedrag van ruim 666 miljoen euro beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt 30,5 miljoen euro in een volgende circulaire verdeeld op basis van een in overleg met de VNG nog vast te stellen verdeelsleutel. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit basisfinanciering en planfinanciering. Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering ten behoeve van de vergroting van hun capaciteit (bemensing) voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Daarnaast zijn aanvullend middelen beschikbaar voor gemeenten die in 2024 of 2025 planfinanciering hebben aangevraagd voor bijvoorbeeld het instellen van een zero emissie-zone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgasvrij maken van woningen. Gemeenten aan wie in 2024 of 2025 planfinanciering is toegezegd, kunnen op deze middelen rekenen tot het plan is afgerond (mits dit voor 2030 is) of de maximale termijn voor de planfinanciering is bereikt (tot 2030). Na afronding van deze plannen (mits dit voor 2030 is) worden deze planfinancieringsmiddelen herverdeeld over gemeenten zodat aanvullende plannen gefinancierd kunnen worden. We ontvangen 12,249 miljoen euro in 2026.
Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘1.3 Wonen’.
7
15. Overheidsbrede dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van 15,4 miljoen euro beschikbaar. Met deze decentralisatie-uitkering kunnen gemeenten, vanuit hun regiorol, lokaal bepalen waar en welke vorm van ondersteuning het meest passend is. We ontvangen 192 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.5 Cultuur en evenementen’. 16. Regeling heroïnebehandeling De SPUK Regeling heroïnebehandeling wordt met ingang van 2026 omgezet in een decentralisatie-uitkering. Zestien gemeenten ontvangen een bijdrage voor de behandeling van langdurig opiaatverslaafden, voor wie behandeling met methadon onvoldoende resultaat biedt, met medische heroïne. De regeling richt zich op het helpen van verslaafden, zowel op lichamelijk als geestelijk gebied. Voor deze decentralisatie-uitkering is in 2026 een bedrag van 13,3 miljoen euro beschikbaar. We ontvangen 748 duizend euro in 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. 17.
Versterking arbeidsmarktregio's In de meicirculaire 2025 zijn de middelen voor de verhoging voor de jaren 2025-2028 opgenomen. Nu wordt vanaf 2029 een structurele bijdrage van 8,8 miljoen euro per jaar aan het gemeentefonds toegevoegd. We ontvangen 248 duizend euro vanaf 2029. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.1 Werk en inkomen’. 18. Maatschappelijke opvang De verdeling van de middelen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ten opzichte van de meicirculaire 2025 is voor uitkeringsjaar 2025 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. We ontvangen vanaf 2025 jaarlijks 11 duizend euro minder. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De uitname van 11 duizend euro vanaf 2025 wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. 19. Vrouwenopvang De verdeling van de middelen van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is vanaf uitkeringsjaar 2025 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven: woonruimten, migratieachtergrond en eenouderhuishoudens en omgevingsadressendichtheid. We ontvangen 5 duizend euro minder vanaf 2025. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente.
De uitname van 5 duizend euro vanaf 2025 wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. 20. Aanpak laaggeletterdheid De verdeling van de decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid is voor 2025 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere CBS-gegevens. We ontvangen 9 duizend euro minder in 2026 tot en met 2028. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De uitname van 9 duizend euro in 2026 t/m 2028 wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.2 Onderwijs’. 21. Beschermd wonen (IU) Voor de volume indexatie 2026 wordt er structureel 14,9 miljoen euro toegevoegd aan de Integratie Uitkering Beschermd wonen. Hiermee wordt voor de volume indexatie beschermd wonen aangesloten bij de groei van het accres. Dit bedrag wordt over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2026 net als in de periode 2018 tot en met 2025 een maximale aanvullende bijdrage van 4,24 miljoen euro.
8
De gewijzigde verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Beschermd wonen leidt tot ontvangst van respectievelijk 550 duizend euro, 594 duizend euro en 633 duizend euro in 2025 tot en met 2027. In 2028 is de uitkering 5 duizend euro hoger en vanaf 2029 is de uitkering 6 duizend euro hoger. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangsten worden verrekend met het deelprogramma ‘3.3 Welzijn, gezondheid en zorg’. 22. Participatie – Rijksbijdrage Beschut Werk (IU) In 2025-2027 wordt in totaal ruim 110 miljoen euro beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat de loonwaardesystematiek die hier nu voor wordt gebruikt, veelal leidt tot een overschatting van de loonwaarde en daarmee tot een te lage vaststelling van de LKS. In de Tweede Kamerbrief ‘Voortgang sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk’ is aangekondigd dat voor werknemers met een indicatie beschut werk een forfaitaire loonkostensubsidie (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) zal worden ingevoerd. De hoogte van de forfaitaire LKS wordt vastgesteld op 68%. Dit is zo’n 11%-punt hoger dan het huidige gemiddelde LKS-percentage. Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota 2025 34,3 miljoen euro (2025) oplopend naar 90,1 miljoen euro structureel (vanaf 2048) vrij gemaakt.
De oploop is het gevolg van de geraamde toename van het aantal beschut werkers. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage beschut werk via de IU Participatie. Na de inwerkingtreding van de wijziging zullen de extra middelen onderdeel worden van het budget voor de bijstand en loonkostensubsidies. We ontvangen 550 duizend euro in 2025, 594 duizend euro in 2026, 633 duizend euro in 2027, 5 duizend euro in 2028 en 6 duizend euro vanaf 2029. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘3.1 Werk en inkomen’.
Overige mededelingen Uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen – Hervormingsagenda Jeugd Bij Voorjaarsnota 2025 is ten behoeve van de Hervormingsagenda jeugd een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds. Zoals in de meicirculaire aangegeven vond toen nog het gesprek plaats over de verdeling van een deel van de middelen en deze zijn daarom toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten dat deze Hervormingsagenda-middelen worden ingezet via de VWS-begroting (betreft uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) en daarom worden deze middelen nu weer onttrokken aan het gemeentefonds. Omdat deze middelen eerder niet verdeeld zijn over gemeenten heeft dit geen budgettaire gevolgen. Kinderopvang pleegouders Bij Voorjaarnota 2025 is voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds. Deze middelen zijn toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten deze middelen niet via het gemeentefonds voor dit doel in te zetten, maar via de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze middelen worden daarom nu weer onttrokken aan het gemeentefonds. Omdat deze middelen eerder niet verdeeld zijn over gemeenten heeft dit geen budgettaire gevolgen.
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering Op 7 februari jl. zijn beide Kamers geïnformeerd over de inmiddels afgeronde onderzoeken met betrekking tot het verdeelmodel en hoe het vervolgtraject verder vorm te geven. Bij de verdere analyses zal aandacht zijn voor, zonder uitputtend te zijn, specifieke groepen van gemeenten zoals grote en kleine gemeenten (G4, 100.000 plus, kleine gemeenten), mate van stedelijkheid/bebouwingsdichtheid, groei- en krimpgemeenten, instellingsgemeenten, toeristengemeenten, universiteitssteden en industriesteden, structuurkenmerken (gemeenten met veel jongeren of ouderen, gemeenten met veel lage of hoge inkomens, gemeenten met veel laag of hoog opgeleiden, gemeenten met veel of weinig werkenden. Verder is in deze brief ingegaan op het ingroeipad, waarbij expliciet aandacht zal zijn voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en met een relatief hoog aantal inwoners met een lage sociaal economische status.
9
‘Weeffout’ Jeugdzorg Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-2015 is vastgelegd dat er 90 miljoen euro van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de berekening van de bedragen is geen rekening gehouden met het feit dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds 10 miljoen structureel teveel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Deze ‘weeffout’ zal bij de eerstvolgende budgettaire gelegenheid meerjarig worden hersteld. In ieder geval wordt bij Najaarsnota de boeking voor het jaar 2025 verwerkt. Uiterlijk bij Voorjaarsnota 2026 zal de boeking voor het jaar 2026 en verder worden gedaan. Uiterlijk bij Voorjaarsnota 2026 zal de boeking voor het jaar 2026 en verder worden gedaan.
Landelijke Vreemdelingen Voorziening Het pilot-programma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In overleg met gemeenten en de VNG is besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. Het kabinet heeft besloten de Rijksbijdrage, waarvan een gedeelte ten laste kwam van de algemene uitkering van het gemeentefonds, aan de LVV, stop te zetten vanaf 202512. In deze brief is tevens opgemerkt dat gemeenten de mogelijkheid hebben om onderdak voor niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen zelfstandig te financieren. Naar aanleiding van deze brief heeft de VNG, met instemming van haar leden, de fondsbeheerders verzocht om voor het jaar 2025 nog eenmaal het bedrag van circa 9 miljoen euro hiervoor uit de algemene uitkering van het gemeentefonds te nemen en middels een decentralisatie-uitkering aan de desbetreffende vijf gemeenten te verstrekken. Dit met het oog op de leefbaarheid en een ordentelijke afbouw van de pilots. Gezien de mogelijkheid die aan gemeenten is gegeven om onderdak voor niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen zelfstandig te financieren en dat middelen in het gemeentefonds beleids- en bestedingsvrij zijn, zal dit verzoek in de decembercirculaire 2025 worden verwerkt.
De ontwikkelingen in deze circulaire leiden tot de volgende begrotingswijzigingen voor de jaarschijf 2025 en 2026: Begrotingswijziging 2025 (x €1000) Deelprogramma Beleidsveld Lasten 01.3.Wonen 01.3.4.Overig Wonen 02.2.Veiligheid 02.2.3.Maatschappelijke onrust en pol 03.1.Werk en inkomen 03.1.1.Werk en activering 03.1.Werk en inkomen 03.1.2.Inkomensondersteuning en schul 03.3.Welzijn, gezondheid, zorg en d 03.3.2.Publieke gezondheid 03.3.Welzijn, gezondheid, zorg en d 03.3.3.Passende ondersteuning 03.3.Welzijn, gezondheid, zorg en d 03.3.4.Zorg en veiligheid 04.1.Dienstverlening 04.1.1.Dienstverlening 04.2.College, raad, wijkontwikkelin 04.2.1.College, gemeenteraad en griff 04.3.Algemene inkomsten en post onv04.3.1.Algemene Inkomsten
Saldo voor res.mut.
Baten 61 172 575 818 40 194 -16 814 29.631 0 32.289
Reservemutaties
0 0 0 0 0 0 0 0 0 -44.033 -44.033
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Saldo na res.mut.
0 0 0 0 0 0 0 0 11.744 0 11.744
61 172 575 818 40 194 -16 814 41.375 -44.033 0
Begrotingswijziging 2026 (x €1000) Deelprogramma 01.3.Wonen 01.3.Wonen 02.2.Veiligheid 03.1.Werk en inkomen 03.1.Werk en inkomen 03.2.Onderwijs 03.3.Welzijn, gezondheid, zorg en d 03.3.Welzijn, gezondheid, zorg en d 03.3.Welzijn, gezondheid, zorg en d 03.5.Cultuur en evenementen 04.2.College, raad, wijkontwikkelin 04.3.Algemene inkomsten en post onv
Beleidsveld 01.3.3.Kwaliteit en duurzaamheid 01.3.4.Overig Wonen 02.2.3.Maatschappelijke onrust en pol 03.1.1.Werk en activering 03.1.2.Inkomensondersteuning en schul 03.2.1.Onderwijskansen en onderwijsh. 03.3.2.Publieke gezondheid 03.3.3.Passende ondersteuning 03.3.4.Zorg en veiligheid 03.5.2.Cultuur beleven 04.2.1.College, gemeenteraad en griff 04.3.1.Algemene Inkomsten
Lasten
Saldo voor res.mut.
Baten 12.249 75 2.000 623 341 -9 186 2.821 732 192 58.652 0 77.862
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -75.901 -75.901
Reservemutaties 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Saldo na res.mut. 0 0 0 0 0 0 0 -1.961 0 0 0 0 -1.961
12.249 75 2.000 623 341 -9 186 2.821 732 192 56.691 -75.901 0
10
Overige consequenties
N.v.t. Vervolg
Uw raad is toegezegd dat de uitkomsten van de septembercirculaire 2025 bij de bespreking van de Ontwerpbegroting 2026 beschikbaar zijn. Lange Termijn Agenda
Behandeling in de raadsvergadering van 12 november 2025 na bespreking van de ontwerpbegroting 2026. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
burgemeester, Roelien Kamminga
secretaris, Sander Gerritsen
Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.
11