CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Septembercirculaire 2024 - gemeentefonds.pdf

gemeenteraad 13 november 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: b: Septembercirculaire 2024 - Gemeentefonds (raadsvoorstel 16-10-24)5.901 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Septembercirculaire 2024 - gemeentefonds

Telnr.

14 050

Registratienummer

Bijlagen 0

291845-2024 Openbaar

Classificatie Portefeuillehouder

Wijnja

Langetermijn agenda (LTA) Raad

LTA ja: LTA nee:

Geheim

Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)

Maand 11 Jaar 2024 Niet op LTA

Voorgesteld raadsbesluit

De raad besluit: I. de algemene ontwikkeling van € -3.000.000,-- in 2024, € 100.000,-- in 2025, € 1.400.000,-- in 2026, € 2.400.000,-- in 2027 en € 3.900.000,-- in 2028 te verrekenen met het deelprogramma College, raad, wijkontwikkeling en -vernieuwing en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; II. de ontvangst voor de ‘Wet op de lijkbezorging’ van € 45.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025; III. de uitname voor ‘Digitaal stelsel omgevingswet’ van € 150.000,-- in 2024, € 190.000,-- in 2025, € 230.000,-- in 2026, € 267.000,-- in 2027 en € 267.000,-- in 2028 te verrekenen met de algemene middelen; IV. de ontvangst voor ‘Besparingsverlies Jeugd’ van € 8.083.000,-- in 2026 en € 8.255.000,-- vanaf 2027 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025; V. de ontvangst voor ‘Kinderopvang SMI’ van € 90.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025; VI. de ontvangst voor ‘Kwaliteit kinderopvang’ van € 19.000,-- in 2024 en € 27.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Onderwijs en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; VII.

de uitname voor ‘Bijstand jongerennorm’ van € 204.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025; VIII. de ontvangst voor ‘Alleenverdienersproblematiek’ van € 156.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2024;

Samenvatting

Op 17 september 2024 is de septembercirculaire 2024 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2024 tot en met 2029. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe hiermee om te gaan. Het accres is bijgesteld op basis van de meest recente raming van het CPB. De bijstelling van het accres is 2,5 miljoen euro in 2025 aflopend tot 0,9 miljoen euro in 2028. Het accres 2024 staat bij de meicirculaire 2024 vast en is dus niet gewijzigd. Daarnaast wijzigt de omvang van de algemene uitkering van het gemeentefonds door wijzigingen in de onderliggende verdeling. Per saldo is het resultaat op de algemene middelen -3,0 miljoen euro in 2024, 100 duizend euro in 2025, 1,4 miljoen euro in 2026, 2,4 miljoen euro in 2027 en 3,9 miljoen euro vanaf 2028. De circulaire biedt geen oplossing voor het resterende financieel ravijn dat vanaf 2026 ontstaat door de korting op de algemene uitkering. Samen met het nieuwe kabinet moeten de taken en middelen met elkaar in balans worden gebracht.

B&W-besluit d.d.: 15 oktober 2024

IX.

X. XI. XII.

XIII. XIV.

XV. XVI.

XVII.

de ontvangst voor ‘Wet betaalbare huur’ van € 208.000,-- in 2024, € 429.000,-- in 2025, € 366.000,-- in 2026, € 206.000,-- in 2027 en € 166.000,-- in 2028 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Landelijke aanpak adreskwaliteit’ van € 132.000,-- in 2024 te verrekenen met de deelprogramma’s Werk en inkomen en Dienstverlening en dit te verwerken in de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Einde lening inburgeringsplicht’ van € 19.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2024; de uitname voor ‘Vrouwenopvang’ van € 9.000,-- in 2024, € 13.000,-- in 2025, € 12.000,-- in 2026 en € 6.000,-- vanaf 2027 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Openbare bibliotheken’ van € 719.000,-- in 2025 en 2026 te verrekenen met het deelprogramma Cultuur en evenementen en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Participatie’ van € 308.000,-- in 2025, € 305.000,-- in 2026, € 303.000,-- in 2027 en € 300.000,-- vanaf 2028 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Beschermd wonen’ van € 138.000,-- in 2024, € 455.000,-- in 2025, € 649.000,-- vanaf

2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de uitname voor ‘Maatschappelijke opvang’ van € 199.000,-- in 2024 en € 103.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de gemeentebegroting 2024 en gemeentebegroting 2025 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen.

Aanleiding en doel

Op 17 september 2024 is de septembercirculaire 2024 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering van het gemeentefonds voor de jaren 2024 tot en met 2029. Alle ontwikkelingen worden toegelicht en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. In dit voorstel worden de uitkomsten van de septembercirculaire 2024 vergeleken met de uitkomsten van de meicirculaire 2024. Kader

De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Door middel van circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. Argumenten en afwegingen

N.v.t. Maatschappelijk draagvlak en participatie

N.v.t.

2

Financiële consequenties

Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De ontwikkelingen ervan bepaalt daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten van de septembercirculaire 2024 weergegeven. Vervolgens volgt per mutatie een toelichting. Algemene mutaties (bedragen x € 1.000) Accres BTW compensatiefonds Overige ontwikkelingen Begroting 2025- bijstelling raming maatstaven Voorgaande jaren Totaal algemene mutaties

2024 -1.000 -1.500 -500 -3.000

2025 2.500 -1.000 100 -1.500

2026 2.300 -1.000 100

2027 2.100 -1.000 1.300

2028 900 -1.000 4.000

100

1.400

2.400

3.900

Accres De ontwikkeling van het accres is geactualiseerd op basis van bijgestelde groeiramingen voor lonen en prijzen conform de Macro Economische Verkenningen (MEV2025) van het CPB. Vooral de bijstelling van de prijsontwikkeling van het BBP in 2025 heeft een verhogend effect op het accres. De verwachte BBP-prijsontwikkeling stijgt van 2,3% naar 2,7%. Dit geeft een accresbijstelling van zo’n 2,5 miljoen euro vanaf 2025. In latere jaren neemt dit bedrag af door een afname van de BBP volumeontwikkeling. Het accres van 2024 wijzigt niet omdat deze bij de meicirculaire 2024 reeds vaststaat. Met het accres financieren we de ontwikkeling van onze lonen en prijzen. Onze eigen budgetten én budgetten van instellingen indexeren we op de meest recente inschattingen. Als in het voorjaar de ontwikkeling van de lonen en prijzen (door het CPB) te laag wordt ingeschat ontvangen we daardoor te weinig compensatie via het accres. Deze mismatch heeft zich de afgelopen jaren vaak voorgedaan. Dit betekent dat als de loon- en prijsontwikkeling zich daadwerkelijk voordoet zoals het CPB heeft geraamd we structurele dekking missen. De VNG gaat dit euvel met de fondsbeheerders bespreken met als inzet reparatie van de financiering en/of de gehanteerde systematiek. BTW compensatiefonds Sinds 2019 is de systematiek van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds gewijzigd.

Een eerste raming van de ruimte onder het plafond BCF in 2024 verschijnt in de septembercirculaire. De uiteindelijke realisatie van de ruimte onder het plafond BCF in 2024 wordt opgenomen in de meicirculaire 2025. Op basis van de ruimte onder het plafond in de meicirculaire 2024 mogen gemeenten in de begroting 2025 een structurele stelpost opnemen. Wel adviseert de toezichthouder om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. De ruimte onder het plafond BCF in de septemberrculaire 2024 bedraagt 447 miljoen euro. Ons aandeel hierin is 7,15 miljoen euro. We hielden in onze ramingen al rekening met een onderuitputting van 8,15 miljoen euro (op basis van de meicirculaire 2024). De nadelige bijstelling is daarmee 1 miljoen euro per jaar vanaf 2024. Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. In 2024 is de uitkeringsfactor fors naar beneden bijgesteld met 8 punten wat leidt tot een nadeel van 4 miljoen euro.

Een neerwaartse bijstelling van de uitkeringsfactor is de tegenhanger van de opwaartse ontwikkeling van maatstaven. Als er via de maatstaven namelijk meer wordt verdeeld moet de uitkeringsfactor logischerwijs neerwaarts worden bijgesteld. De ontwikkeling van diverse maatstaven leidt per saldo tot een positieve bijstelling van 2,7 miljoen euro. Opvallend in de ontwikkeling van de maatstaven is vooral de grote toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. We hebben in onze raming verondersteld dat dit geen incidenteel effect is maar kunnen de toename inhoudelijk nog niet duiden. De uitname Digitaal Stelsel Omgevingswet (taakmutatie 2) is verrekend met de algemene middelen omdat hiervoor geen dekking beschikbaar is in bestaande budgetten. Ook de afwikkeling van Indexatie Wmo (taakmutatie 7) demografie is verrekend met de algemene middelen: we hadden al een stelpost opgenomen maar de feitelijke verdeling is positiever.

3

Vanaf 2025 is de definitie van de maatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen’ aangepast. Vanaf 2025 wordt deze maatstaf berekend door een gemiddelde te nemen van de afgelopen jaren. Hierdoor schommelt de uitkomst van deze (belangrijke) maatstaf minder. We hadden vanwege de grilligheid van deze maatstaf meerjarig een behoedzaamheid ingebouwd die nu deels kan vervallen. Ook zijn diverse maatstaven geactualiseerd zoals de OZB-belastingcapaciteit, eenpersoonshuishoudens en de centrumfunctie. De ontwikkeling van maatstaven is onzeker en een aantal maatstaven tellen zwaar mee in de verdeling en beïnvloeden daarmee de uitkomsten in grote mate. We houden dit nauwlettend in het oog en actualiseren de ramingen voortdurend. In het voorjaar van 2025 zullen we u informeren over de bijstellingen. Net als voor de jaarschijf 2024 is in de meerjarenraming de uitname DSO en Indexatie Wmo betrokken in de uitkomst. De bijstelling overige ontwikkelingen is in 2025 en 2026 100 duizend euro en loopt op tot 4 miljoen euro vanaf 2028. Begroting 2025 – bijstelling raming maatstaven In de begroting 2025 is voor 2025 eenmalig rekening gehouden met 1,5 miljoen euro extra inkomsten. De aanleiding hiervoor was de actualisatie van enkele maatstaven door het CBS in juli (eenpersoonshuishoudens, centrumfunctie en inwoners met migratieachtergrond).

Vooral de forse toename van het aantal eenpersoonshuishoudens was opvallend. Voorzichtigheidshalve hebben we in de begroting 2025 alleen voor de jaarschijf 2025 de raming bijgesteld. Voorgaande jaren Zowel in 2022 als in 2023 is de uitkeringsfactor naar beneden bijgesteld. Omdat beide jaren reeds financieel zijn afgesloten komt dit nadeel (totaal 1,3 miljoen euro) ten laste van 2024. Een voordeel van 800 duizend euro ontstaat door bijstelling van maatstaven in 2023. Het voordeel op de bijstelling van maatstaven in 2023 heeft een relatie met de verlaging van de uitkeringfactor vanwege de ‘maatstaf huishoudens met een laag inkomen (met drempel)’. Voorstel We reserveren de bijstelling van de algemene uitkering en beoordelen in het voorjaar van 2025 of we daarmee de loonen prijsontwikkeling kunnen dekken. Dan is mogelijk ook de uitkomst van de onderhandelingen voor de Cao- gemeenten bekend. Aangezien de indexatie van het gemeentefonds al jarenlang achterblijft ten opzichte van de feitelijke loon- en prijsontwikkeling zullen we dan overwegen of we ook onze eigen systematiek van indexeren moeten herzien.

4

Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de afname zijn in principe afweegbaar. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1. Wet op de lijkbezorging 2. Digitaal Stelsel Omgevingswet 3. Besparingsverlies Jeugd 4. Kinderopvang (SMI) 5. Kwaliteitseisen kinderopvang 6. Bijstand jongerennorm 7. Indexatie Wmo demografie Totaal taakmutaties

Deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg Algemene middelen Welzijn, gezondheid en zorg Werk en inkomen Onderwijs Werk en inkomen

2024

2025

-150

-190

19

90 27

Algemene middelen

-131

-73

2026

2027

2028

45 -230 8.083 90

45 -267 8.255 90

45 -305 8.255 90

-204 64 7.848

-204 116 8.035

-204 160 8.043

1. Wet op de lijkbezorging Het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) gaat naar verwachting in vanaf 2026. Voor de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer wordt voor jaarlijks 45 miljoen euro naar de algemene uitkering overgeheveld. We ontvangen 45 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’.. 2. Digitaal Stelsel Omgevingswet Op grond van de Beheerovereenkomst dragen de gemeenten vanaf 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). De gemeentelijke bijdrage (18 miljoen euro per jaar) is vanaf 2020 structureel overgeheveld van het gemeentefonds naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Met deze taakmutatie wordt deze gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd, conform de aanvullende afspraken in het Bestuurlijk Overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, naar 31,4 miljoen euro vanaf 2024. Het nog over te hevelen bedrag voor 2024 bedraagt 10,6 miljoen euro, omdat al 20,9 miljoen euro naar de begroting van BZK is overgeheveld (de hiervoor genoemde 18 miljoen euro + indexatie). De aanvullende bijdrage voor de periode 2025-2029 wordt onttrokken aan de algemene uitkering.

De uitname is 150 duizend euro in 2024 oplopend tot 305 duizend euro in 2028. Voorstel: We kunnen deze kosten niet verrekenen met bestaande budgetten en stellen voor de kosten ten laste van de algemene middelen te nemen. We onderzoeken in welke mate deze kosten vanaf 2026 via de leges verhaald kunnen worden en komen hier later op terug. 3. Besparingsverlies Jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op jeugdzorg. Hiervoor is een structurele besparing opgenomen die oploopt tot 511 miljoen euro in 2027. Het nieuwe kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen. De genoemde besparing wordt daarom nu toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het gaat om 500 miljoen euro in 2026 en 511 miljoen euro vanaf 2027. We ontvangen 8,083 miljoen euro in 2026 en 8,255 miljoen euro vanaf 2027. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 4. Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI) De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor kun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Het SMI budget is door verschillende ontwikkelingen steeds minder toereikend geworden.

Om de beschikbare middelen beter in lijn te brengen met de benodigde middelen, wordt het SMI budget in een aantal stappen verhoogd.

5

Voor de jaren 2025-2027 gaat het om 5,4 miljoen euro, voor 2028 gaat het om 5,5 miljoen euro en vanaf 2029 om jaarlijks 10 miljoen euro. We ontvangen 90 duizend euro in 2025-2027, 92 duizend euro in 2028 en 161 duizend euro vanaf 2029. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 5. Kwaliteitseisen kinderopvang In de Voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. Het gaat om kosten van implementatie van de regelgeving bij gemeenten en GGD’en en het uitvoeren van de eerste keer toezicht en handhaving op de aangepaste kwaliteitseisen. Het gaat om 1,1 miljoen euro in 2024 en 1,8 miljoen euro in 2025. We ontvangen 19 duizend euro in 2024 en 27 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Onderwijs’. 6. Bijstand jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21-minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt dit met ingang van 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten.

Daarom worden er middelen vanuit de algemene uitkering overgeheveld naar de algemene bijstand, op de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het gaat om jaarlijks 9,4 miljoen euro vanaf 2026. Ons aandeel bedraagt 204 duizend euro. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 7. Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van 75 miljoen euro vanaf 2026 oplopend tot 300 miljoen euro in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. In deze circulaire zijn deze middelen toegevoegd aan de algemene uitkering. Voorstel: In ons financieel meerjarenbeeld 2025-2028 hebben we reeds rekening gehouden met ons aandeel in de reservering bij het Rijk vanaf 2026. We hielden rekening met 1,125 miljoen euro in 2026, 2,25 miljoen euro in 2027, 3,375 miljoen euro in 2028 en 4,5 miljoen euro vanaf 2028.

De bedragen die in deze circulaire zijn uitgekeerd wijken beperkt (positief) hiervan af en zijn betrokken in het resultaat overige ontwikkelingen (zie hiervoor).

6

Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. De septembercirculaire 2024 leidt tot de volgende mutaties: Mutaties in IU’s, en DU’s (bedragen x € 1.000) 8. Alleenverdienersproblematiek 9. Wet betaalbare huur 10. Landelijke aanpak adreskwaliteit 11. Einde lening inburgeringsplicht 12. Vrouwenopvang 13. Openbare bibliotheken 14. IU Participatie 15. IU Beschermd wonen 16. Maatschappelijke opvang Totaal mutaties IU’s en DU’s

Deelprogramma

2024

Werk en inkomen Wonen Werk en inkomen/ Dienstverlening Werk en inkomen Welzijn, gezondheid en zorg Cultuur en evenementen Werk en inkomen Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg

156 208 132 19 -9

138 199 843

2025

2026

2027

2028

429

366

206

166

-13 719 308 455 103 2.001

-12 719 305 649 103 2.130

-6

-6

303 649 103 1.255

300 649 103 1.212

8. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die door de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. De Tweede Kamer heeft verzocht om de betrokken huishoudens actief te benaderen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten dit gefaseerd oppakken. Via deze uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Nu wordt een bedrag van 22,6 miljoen uitgekeerd. De budgetten worden zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn. We ontvangen 156 duizend euro in 2024. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 9. Wet betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: • De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS); • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector; • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij contractafsluiting.

Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa 5,5 miljoen euro in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel. Deze implementatiegelden worden verdeeld aan de hand van de grootte van de gemeenten. Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa 6,5 miljoen euro per jaar. Deze middelen worden verdeeld via het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten via de gemiddelde WOZ-waarde). We ontvangen 208 duizend euro in 2024, 429 duizend euro in 2025, 366 duizend euro in 2026, 206 duizend euro in 2027, 166 duizend euro in 2028 en 147 duizend euro in 2029. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Wonen’. 10.

Landelijke Aanpak Adreskwaliteit Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de

7

gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Met dit voorstel wordt beoogd de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren. Deze wetswijziging leidt tot meer werk bij gemeenten. Zoals reeds in september 2022 gemeld zal het ministerie van BZK hier 3 miljoen euro aan bijdragen. Dit bedrag is gebaseerd op de impactanalyse van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de verwachting dat gemeenten ca. 22.000 signalen kunnen verwerken. De verdeelsleutel bestaat uit een startbedrag van € 1.500 per gemeente (waarmee het voor elke gemeente mogelijk is om kwaliteitsbevorderende maatregelen te nemen) en een vergoeding op basis van te verwachten signalen per gemeente (het zogenaamde potentieel). Deze verdelingssystematiek wordt over 2 jaar geëvalueerd. We ontvangen 132 duizend euro in 2024. Voorstel: de ontvangst wordt in gelijke delen verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’ en het deelprogramma ‘Dienstverlening’. 11. Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) In het bestuurlijk overleg zijn tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs. Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn.

De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in de regelgeving. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP-definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld ten behoeve van begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen het financieel ondersteunen van ELIP’s bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. In de meicirculaire 2024 is 840 duizend euro verdeeld. Bij Voorjaarsnota 2024 is een bedrag van 1,4 miljoen extra beschikbaar gesteld. De extra middelen worden in deze circulaire verdeeld op basis van het aantal ELIP’s per gemeente gemeten op basis van de cijfers van de DUO per 1 januari 2024. We ontvangen 19 duizend euro in 2024. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 12. Vrouwenopvang Op verzoek van de VNG, na consultering van de betrokken wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang, is besloten om voor 2023 een incidentele uitname van 222 duizend euro te doen uit de DUVO Vrouwenopvang.

Het betrof een bedrag van 179 duizend euro vanwege een toenemend beroep op de landelijke centra voor seksueel geweld (LCSG) en een bedrag van 43 duizend vanwege het toenemend beroep op het Landelijk knooppunt huwelijksdrang en achterlating (LKHA). Eind 2023 is met de (centrum)gemeenten overeengekomen om deze uitname uit de DUVO (naar rato van het objectief verdeelmodel) ten behoeve van het LCSG voor drie jaar voort te zetten (2024-2026). De middelen worden overgeheveld naar het ministerie van VWS en via een specifieke uitkering verstrekt aan de gemeente Utrecht voor activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van de landelijke coördinatie van de centra seksueel geweld. Ten aanzien van de bekostiging voor het jaar 2026 wordt nog nader bezien hoe deze moet worden vormgegeven, gelet op wat er in de budgettaire bijlage bij het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen over specifieke uitkeringen. Verder is met de (centrum)gemeenten eind 2023 ook overeengekomen om de uitname uit de DUVO van 43 duizend euro in verband met het toenemend beroep dat wordt gedaan op het LKHA vanaf 2024 structureel te maken. De middelen worden eveneens overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS. Deze middelen worden via een specifieke uitkering verstrekt aan de gemeente Den Haag voor activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van het LKHA.

Ten aanzien van de bekostiging na 2025 wordt nog nader bezien hoe deze moet worden vormgegeven, gelet op wat er in de budgettaire bijlage bij het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen over specifieke uitkeringen. De uitname bedraagt 13 duizend euro in 2024 en 2025, 12 duizend euro in 2026, en 6 duizend euro vanaf 2027. Over 2023 is de positieve bijstelling 4 duizend euro; deze ontvangst verrekenen we met de uitname in 2024. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’.

8

13. Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van 59,3 miljoen euro beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan 100 duizend euro wordt de uitkering aangevuld tot 100 duizend euro. We ontvangen 719 duizend euro in 2025 en 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Cultuur en evenementen’. 14. Afschaffen lage-inkomensvoordeel Participatie (integratie-uitkering, IU) Het Rijk compenseert gemeenten via de integratie-uitkering Participatie vanaf 2025 voor de afschaffing van het lageinkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Voor het jaar 2025 wordt in deze circulaire in totaal 19,8 miljoen euro toegevoegd aan de IU Participatie.

Aangezien het een bedrag per plek betreft, loopt de compensatie voor de Wsw na 2025 af met de afbouw van de Wsw (13,4 miljoen euro in 2025, teruglopend naar nihil vanaf 2048). De compensatie voor beschut werk loopt op met het landelijk aantal plekken in de ministeriële regeling (6,4 miljoen euro in 2025, oplopend naar 16,8 miljoen euro vanaf 2048). De compensatie betreft structureel een bedrag per plek: 554 euro per plek in beschut werk en 400 euro per volledige dienstbetrekking op een interne plaatsing op basis van de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw). Aangezien het Wswmacrobudget binnen de IU Participatie over alle volledige dienstbetrekkingen wordt verdeeld, interne plaatsingen én detacheringen, is het bedrag per plek interne plaatsing (400 euro) omgerekend naar een bedrag per volledige dienstbetrekking. De omrekening komt uit op 240 euro voor een volledige dienstbetrekking (standaardeenheid van 36 uur per week en gewogen naar arbeidsbeperking) in de Wsw. Voor werknemers in de Wsw zonder interne plaatsing komt het loonkostenvoordeel Banenafspraak structureel beschikbaar Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 15.

Bescherm wonen (integratie-uitkering) Bergen op Zoom ontvangt in 2025, evenals eerdere jaren, een aanvullende bijdrage voor de financiële situatie door het relatief lage bedrag dat de gemeente per volwassene ontvangt en de sterke stijging van cliënten beschermd wonen. Op basis van de jaarrekening 2023 is deze bijdrage voor 2024 definitief vastgesteld. Hierdoor is de verdeling over gemeenten gewijzigd in 2024. De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt door de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2025 en verder (14,2 miljoen euro per jaar). Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. We ontvangen 138 duizend euro in 2024 oplopend tot 649 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 16. Maatschappelijke opvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2022 is ten opzichte van de septembercirculaire 2023 ongewijzigd en definitief. De trimfactor stellen we vast op 1,25819. De trimfactor zorgt ervoor dat het totaal beschikbare bedrag exact wordt uitgekeerd.

De verdeling van de middelen maatschappelijke opvang ten opzichte van de septembercirculaire 2023 is veranderd door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. Voor 2022 en 2023 ontvangen we nog 96 duizend euro welke wordt verrekend met de jaarschijf 2024. De uitkering vanaf 2024 wordt met structureel 103 duizend euro verhoogd. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’.

9

Voorgaande ontwikkelingen leiden tot de volgende begrotingswijzigingen voor de jaarschijf 2024 en 2025: Begrotingswijziging 2024 (x €1000)

Deelprogramma 1.3 Wonen 3.1 Werk en inkomen 3.1 Werk en inkomen 3.2 Onderwijs 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 4.1 Dienstverlening 4.2 College, raaad, wijkontwikkeling en wijkvernieuwing 4.3 Algemene inkomsten en post onvoorzien Totaal

Beleidsveld 1.3.1 Stimuleren/reguleren woningmarkt 3.1.1 Werk en activering 3.1.2 Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening 3.2.1 Onderwijskansen en onderwijshuisvesting 3.3.3 Passende ondersteuning 3.3.4 Zorg en veiligheid 4.1.1 Dienstverlening 4.2.1 College, raad en griffie 4.3.1 Algemene inkomsten

Lasten 208 19 222 19 138 190 66 -3.000 -2.138

Saldo voor Reserve- Saldo na Baten res.mut. mutaties res.mut. -208 -208 -19 -19 -222 -222 -19 -19 -138 -138 -190 -190 -66 -66 3.000 3.000 2.138 2.138 2.138 2.138 4.276 4.276

Lasten 429 308 90 27 455 90 719 100 2.218

Saldo voor Reserve- Saldo na Baten res.mut. mutaties res.mut. -429 -429 -308 -308 -90 -90 -27 -27 -455 -455 -90 -90 -719 -719 -100 -100 -2.218 -2.218 -2.218 -2.218 -4.436 -4.436

Begrotingswijziging 2025 (x €1000)

Deelprogramma 1.3 Wonen 3.1 Werk en inkomen 3.1 Werk en inkomen 3.2 Onderwijs 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.5 Cultuur en evenementen 4.2 College, raaad, wijkontwikkeling en wijkvernieuwing 4.3 Algemene inkomsten en post onvoorzien Totaal

Beleidsveld 1.3.1 Stimuleren/reguleren woningmarkt 3.1.1 Werk en activering 3.1.2 Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening 3.2.1 Onderwijskansen en onderwijshuisvesting 3.3.3 Passende ondersteuning 3.3.4 Zorg en veiligheid 3.5.2 Cultuur beleven 4.2.1 College, raad en griffie 4.3.1 Algemene inkomsten

10

Overige consequenties

Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering De verdeling van de middelen uit het Gemeentefonds dient rekening te houden met de objectieve kenmerken van gemeenten. Om te bekijken of dat goed gebeurt, wordt in het periodiek onderhoudsrapport (POR) geanalyseerd of de uitkomsten van het verdeelmodel van het Gemeentefonds aansluiten bij het actuele uitgavenpatroon van gemeenten. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel deelden de ROB en VNG in hun adviezen , de visie dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het oude model, maar benadrukten dat verder onderzoek nodig is. De ROB heeft daartoe een onderzoeksagenda voorgesteld, die door de fondsbeheerders is onderschreven. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. De onderzoeksagenda bevat onderzoeken naar de maatstaf centrumfunctie (stapeling problematiek sociaal domein) en naar de Overige Eigen Middelen (OEM). De rapporten van deze twee onderzoeken (centrumfunctie/stapeling problematiek sociaal domein en de Overige Eigen Middelen) worden in de tweede helft van 2024 verwacht. Bij het onderzoek naar de stapeling van de problematiek in het sociaal domein is expliciet aandacht voor het feit dat deze stapeling ook in niet-stedelijke gebieden voorkomt.

In het onderzoek naar de overige eigen middelen wordt onderzocht of een meer gedifferentieerde benadering van de overige eigen middelen meer recht doet aan de diverse aard van de eigen inkomsten. Daarnaast loopt er nog een onderzoek naar de grootstedelijkheid. Tijdens het traject is gezamenlijk met de G4 en de 100.000+ gemeenten besloten om het onderzoek niet te baseren op de gegevens van één jaar maar uit te breiden met gegevens van andere jaren om een zo’n goed mogelijk en betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen. Ook van dit onderzoek wordt het rapport in de tweede helft van 2024 verwacht. In de POR 2024 is, naar aanleiding van het ROB advies, een analyse opgenomen van de definitie van de maatstaf “eenpersoonshuishoudens.” De ROB had in haar advies benoemd dat “het grote gewicht voor eenpersoonshuishoudens laat vermoeden dat de globaliteit is doorgeschoten. Het valt bijvoorbeeld op dat gemeenten met een hoge populatie studenten sterk positief uit de herverdeling komen. Voor de Wmo is dit niet logisch.”. De uitkomsten van de vorig jaar uitgevoerde analyse gaven op dat moment geen aanleiding voor aanpassingen aan het model. Er is toen wel toegezegd de effecten van eventuele aanpassing van de maatstaf eenpersoonshuishoudens in integraliteit met de aanpassing van de maatstaf centrumfunctie in het sociaal domein verder te onderzoeken.

De resultaten van bovengenoemde drie onderzoeken en de definitie van de maatstaf eenpersoonshuishoudens zullen de basis zijn voor een bredere onderzoeksopdracht met de vraag of, en zo ja, hoe deze verwerkt kunnen worden in het huidige verdeelmodel. Daartoe zal na afronding van de drie rapporten een onderzoeksopdracht worden uitgezet. Bij dit onderzoek zal expliciet aandacht zijn voor de kosten van specifieke groepen gemeenten zoals grote steden (100.000+), groei- en krimpgemeenten, instellingsgemeenten, toeristengemeenten, universiteitssteden en industriesteden. Tot slot zal er, conform de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda, een onderzoek worden gestart naar de kosten voor Bestuur en ondersteuning. Vervolg

Uw raad is toegezegd dat de uitkomsten van de septembercirculaire 2024 bij de bespreking van de begroting 2025 beschikbaar zijn. Lange Termijn Agenda

Behandeling gelijktijdig met de begroting 2025 in de raadsvergadering van 13 november 2024. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,

burgemeester, Koen Schuiling

locosecretaris, Bert Popken

Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4908/documents/84283