Septembercirculaire 2023 gemeentefonds.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Septembercirculaire 2023 gemeentefonds
Steller/telnr.
Jaap Tel/ 73 26
Registratienummer
Bijlagen 0
310860-2023 Openbaar
Classificatie Portefeuillehouder
Wijnja
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 11 Jaar 2023 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I. het voordelige concernresultaat van € 1.700.000,-- in 2023 en € 8.600.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma College, raad, wijkontwikkeling en -vernieuwing en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk de begroting 2024; II. de uitname voor ‘Wet visueel beperkten’ van € 21.000,-- in 2024 en 2025, € 22.000,-- in 2026 en € 23.000,-- vanaf 2027 te verrekenen met deelprogramma Werk en inkomen en te verwerken in de begroting 2024; III. de ontvangst voor ‘Bijzondere bijstand/vroegsignalering’ van € 1.137.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’ en te verwerken in de begroting 2024; IV. de ontvangst voor ‘Hulpmiddelen thuis laten staan’ van € 2.000,-- in 2023 oplopend tot € 7.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met de algemene middelen; V. de ontvangst voor ‘Rijksvaccinatieprogramma’ van € 77.000,-- in 2024 en 2025 en € 73.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en te verwerken in de begroting 2024; VI. de ontvangst voor ‘Lpo-bijstelling Jeugdzorg’ van € 688.000,-- in 2024 en € 412.000,-- in 2025 te verrekenen met de algemene middelen; VII. de ontvangst voor ‘EPBD III’ van € 14.000,-- vanaf 2023 te verrekenen de algemene middelen; VIII. de ontvangst voor ‘Suppletie IUSD 2022’ van € 105.000,-- te verrekenen met de algemene middelen;
Samenvatting
Dinsdag 19 september 2023 is de septembercirculaire 2023 gemeentefonds verschenen. In de circulaire staat informatie over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor 2023 t/m 2028. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. Het accres is voor 2024 en volgende jaren bijgesteld voor de loon- en prijsontwikkelingen volgens het CPB in de najaarsraming. De verwachting is dat de voordelige bijstelling vanaf 2024 nodig is voor de actualisatie van onze nominale compensatie. Vanaf 2027 is door het rijk volume-accres toegekend op basis van een gemiddelde bbp-groei. Ook is vanaf 2027 de bijstelling van het accres voor loon- en prijsontwikkelingen anders bepaald. Het effect van beide ontwikkelingen bedraagt 9 miljoen euro in 2027. In de begroting 2024 werd nog rekening gehouden met een effect van 5 miljoen euro. Zowel de financieringssystematiek als de normering van het gemeentefonds zijn als gevolg van het demissionair zijn van het kabinet controversieel verklaard. De effecten zijn evenwel conform deze circulaire verwerkt maar uiteindelijk zullen afspraken met een nieuw kabinet leidend zijn.
B&W-besluit d.d.: 10 oktober 2023
IX.
X.
XI. XII. XIII. XIV. XV. XVI. XVII. XVIII.
XIX.
XX. XXI.
de ontvangst voor ‘Vrouwenopvang’ van € 83.000,-- in 2023, € 114.000,-- in 2024 en 2025, € 108.000,-- in 2026 en € 107.000,-- vanaf 2027 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Compensatie WSW minimumloon’ van € 417.000,-- in 2023, € 390.000,-- in 2024, € 360.000,-- in 2025, € 331.000,-- in 2026 en € 306.000,-- in 2027 te verrekenen met deelprogramma Werk en inkomen en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Begeleiding van jongeren naar werk’ van € 596.000,-- in 2024 te verrekenen met deelprogramma Werk en inkomen en te verwerken in de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Veilig wonen’ van € 7.000,-- in 2023 t/m 2026 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Arbeidsmarktregio’s van € 1.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met deelprogramma Werk en inkomen en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Regionale doelgroepen’ van € 68.000,-- in 2023 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en te verwerken in de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Verkeersveiligheid’ van € 7.000,-- vanaf 2023 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Veilige steden’ van € 30.000,-- in 2023 t/m 2026 te verrekenen met deelprogramma Welzijn, gezondheid en
zorg en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk de begroting 2024; de ontvangst voor ‘LHBTI-beleid’ van € 20.000,-- in 2023 t/m 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk begroting 2024; de ontvangst voor ‘Beschermd wonen’ van € 154.000,-- in 2023 en de uitname van € 194.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezond en zorg en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Maatschappelijke opvang’ van € 140.000,-- vanaf 2023 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en te verwerken in de begroting 2023 respectievelijk de begroting 2024; de uitname voor ‘Laaggeletterdheid’ van € 4.000,-- in 2024 te verrekenen met de algemene middelen; de gemeentebegroting 2023 en gemeentebegroting 2024 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen.
Aanleiding en doel
Dinsdag 19 september 2023 is de septembercirculaire 2023 gemeentefonds verschenen. In de circulaire staat informatie over de hoogte van de gemeentefondsuitkering voor de jaren 2023 tot en met 2028. Alle ontwikkelingen worden toegelicht en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. Kader
De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Via circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van de middelen in het gemeentefonds. Onze begroting voor 2024 is gebaseerd op de meicirculaire 2023. De mutaties van de septembercirculaire 2023 zijn dus nog niet de begroting 2024 verwerkt. De structurele financiële effecten vanaf 2024 worden betrokken bij de voorjaarsbrief van 2024 en de begroting 2025. Het voordelige resultaat in 2023 wordt ingezet als dekking voor de hogere loonkosten als gevolg van de gemeentelijke Cao 2023. Argumenten en afwegingen
N.v.t. Maatschappelijk draagvlak en participatie
N.v.t.
2
Financiële consequenties
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De gemeente Groningen ontvangt 688 miljoen euro in 2023. Hiervan heeft 549 miljoen euro betrekking op de algemene uitkering en 139 miljoen euro op integratie- en decentralisatie uitkeringen. De ontwikkelingen hiervan bepalen daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten vanuit de septembercirculaire 2023 voor Groningen opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2023. Vervolgens volgt per mutatie vanuit de circulaire een toelichting. (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
6.900
5.900
5.400
10.700
Mutaties septembercirculaire 2023 Accres septembercirculaire 2023 BTW compensatiefonds
650
650
650
650
650
Overige ontwikkelingen
1.050
1.050
950
600
650
Totaal mutaties septembercirculaire 2023
1.700
8.600
7.500
6.650
12.000
Accresontwikkeling De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres genoemd. Voor de zomer van 2022 hebben de VNG en het Rijk afgesproken dat het accres in 2022 t/m 2025 wordt bevroren op de stand van de Voorjaarsnota 2022 van het Rijk. Dit betekent dat het volumeaccres niet meer wijzigt en dat alleen de loon- en prijscompensatie wordt geactualiseerd. Vanaf 2027 wordt gerekend met een volumeaccres op basis van gemiddelde bbp-groei en een nominale ontwikkeling gebaseerd op de indicator bbp-prijs. Deze normering werkt voor gemeenten onvoldoende. In gesprekken met een nieuw kabinet zullen nieuwe afspraken hierover gemaakt moeten worden. (bedragen x € 1.000) Accresbijstelling – Lpo-bijsteling
2023 -
2024
2025
2026
2027
6.900
5.900
5.400
6.700
Accres – volume+ andere prijsindexatie 2027
9.000
Extra accres al geraamd in MJB2024-2027 Totaal accres
-5.000 -
6.900
5.900
5.400
10.700
De Lpo-bijstelling van het accres stijgt vooral door een verwacht hogere loonontwikkeling in 2024. In het voorjaar heeft het CPB een loonontwikkeling van 5,2% geraamd maar deze ligt nu 1,5% hoger (6,7%). Het accres daalt na 2024 vooral doordat in 2025 de loon- en prijsontwikkeling neerwaarts is bijgesteld. In 2026 leidt een hogere grondslag voor de berekening van het accres tot een voordelige bijstelling. De loonontwikkeling in de begroting 2024 is gebaseerd op de loonontwikkeling zoals geschat in het voorjaar door het CPB. Afhankelijk van uitkomst van de Cao onderhandelingen voor 2024 is er mogelijk een bijstelling van onze nominale compensatie nodig. De besprekingen voor de Cao van 2024 starten dit najaar. De inzet van bonden is met 8% hoger dan waarmee we nu rekening houden (5,2%) en ook de bijstelling op basis van de najaarsraming van het CPB (6,7%) is hoger. Afhankelijk van de uitkomst van de onderhandelingen wordt in het voorjaar van 2024 ons financieel meerjarenbeeld geactualiseerd. Naar verwachting is de Lpo-accresbijstelling hiervoor volledig of grotendeels nodig. Vanaf 2027 is door het rijk een volumeaccres toegevoegd aan het accres op basis van een gemiddelde volumegroei van het bbp. Dit volumeaccres is noodzakelijk om de toename van kosten door o.a. meer inwoners en hogere zorgkosten te kunnen dekken.
Zoals al aangegeven geeft een gemiddelde bbp-groei een te lage compensatie voor de ontwikkeling van de kosten in het sociale domein. Om die reden is indexatie met gemiddelde bbp-groei voor gemeenten niet adequaat. In ons financieel meerjarenbeeld 2024-2027 is rekening gehouden met een extra accres van 5 miljoen euro vanaf 2027. Dit extra accres betreft het verwachte volumeaccres én het effect van een andere Lpo-indexatie van het gemeentefonds. Vanaf 2027 indexeert het rijk namelijk op basis van de index bbp_prijs in plaats van een gewogen index van: loonvoet sector overheid (60%), prijspeil consumptie overheid (20%) en prijspeil investeringen overheid (20%). Het volumeaccres blijkt beperkt hoger dan eerder geraamd. Het nadeel door de gewijzigde Lpo-indexatie is behoorlijk lager door de hogere grondslag waarover het accres dit najaar is berekend en een hogere bbp_prijs (2,8% i.p.v. 2,5%). Per saldo is het voordelige effect van volumegroei en de gewijzigde prijsindexatie daarmee 4 miljoen euro.
3
BTW compensatiefonds Het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan het gemeentefonds. Als het plafond overschreden wordt komt het verschil ten laste van de algemene uitkering, als de realisatie lager is dan het plafond komt het verschil ten gunste van de algemene uitkering. Wij houden in onze begroting rekening met onderschrijding van het plafond van het BCF van 5,1 miljoen euro per jaar. Bij de septembercirculaire is de verwachte onderschrijding van BCF in 2023 opgenomen. Naar verwachting is de ruimte onder het plafond voor alle gemeenten 359,367 miljoen euro. Het aandeel van de gemeente Groningen hierin is zo’n 5,75 miljoen euro (1,6%). Per saldo dus een voordelige afwijking van 0,65 miljoen euro. Bij de meicirculaire 2023 wordt de inschatting van de meerjarige onderuitputting onder het plafond BCF geactualiseerd voor de meerjarenraming. Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. In 2023 is de uitkeringsfactor met 5 punten verlaagd.
Dit betekent een nadeel van zo’n 2,4 miljoen euro. De verlaging van de uitkeringsfactor is het gevolg doordat voor verschillende maatstaven het aantal eenheden is toegenomen. Vooral de maatstaven inwoners en centrumfunctie zijn voor ons fors toegenomen. Daarnaast is de suppletie-integratie uitkering sociaal domein (IUSD) in 2022 geactualiseerd: de voordelige bijstelling van 105 duizend euro valt vrij ten gunste van de algemene middelen. Per saldo bedraagt voor 2023 het voordelige resultaat ruim 1,0 miljoen euro. Deze ontwikkelingen (verlaging uitkeringsfactor en toename van het aantal eenheden bij de maatstaven) doet zich voor in de jaren 2024 t/m 2027. Hierdoor ontstaat een voordeel van 1 miljoen euro in 2024 aflopend tot 650 duizend euro in 2026. Taakmutaties die met de algemene middelen worden verrekend zijn in deze reeks verwerkt (zoals bijvoorbeeld de Lpo-bijstelling jeugdzorg in 2024 en 2025: zie taakmutatie 5).
4
Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de afname zijn in principe afweegbaar. In principe worden bedragen onder de 15 duizend euro niet verrekend, behalve wanneer het gaat om middelen die de gemeente Groningen in haar hoedanigheid van centrumgemeente ontvangt voor de regio of samenwerkingsverbanden. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1. Wet visueel beperkten 2. Bijzondere bijstand/vroegsignalering 3. Hulpmiddelen thuis laten staan 4. Rijksvaccinatieprogramma 5. Lpo bijstelling Jeugdzorg 6. EPBD III (energieprestatie gebouwen) 7. Suppletie-uitkering IUSD 2022 Totaal taakmutaties
Beleidsveld Werk en activering Inkomensondersteuning Algemene middelen Publ. gezondheidszorg Algemene middelen Algemene middelen Algemene middelen
2023
2
14 105 121
2024
2025
2026
2027
-21 1.137 4 77 688 14
-21
-22
-23
6 77 412 14
7 73
7 73
14
14
1.899
488
72
71
1. Wet visueel beperkten De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen dat tot doel heeft om de uitvoering van technische werkvoorzieningen voor mensen uit de doelgroep Participatiewet met een visuele beperking over te dragen aan het UWV. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen is het de bedoeling dat de middelen voor de werkvoorzieningen en de structurele uitvoeringskosten budgettair neutraal worden overgeheveld van het cluster Participatie in het gemeentefonds naar de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In 2024 gaat het om 0,9 miljoen euro oplopend tot uiteindelijk 1,05 miljoen euro. Voor ons is dit een uitname van 21 duizend euro in 2024 oplopend tot 23 duizend euro vanaf 2027. Voorstel: De ontvangsten vanaf 2024 worden verrekend met het beleidsveld ‘Werk en activering’. 2. Bijzondere bijstand/ vroegsignalering Het kabinet stelt in totaal 200 miljoen euro voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag is er in 2023 in totaal 50 miljoen euro via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld (zie meicirculaire 2023). Voor 2024 wordt ook in totaal 50 miljoen euro via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld.
Voor ons is dat 1,1 miljoen euro. Voorstel: De ontvangst in 2024 wordt verrekend met het beleidsveld ‘Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening’. 3. Hulpmiddelen thuis laten staan De motie Westerveld (GroenLinks) en Bikker (Christen-Unie) verzoekt de regering om met betrokken partijen landelijke afspraken te maken over het behoud van hulpmiddelen thuis voor cliënten die verhuizen naar een instelling in de zin van de Wet langdurige zorg (Wlz) en aangeven thuis te willen logeren. Naar aanleiding van deze motie heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bestuurlijke afspraken gemaakt met de VNG, Ieder(in), Firevaned (brancheorganisatie van leveranciers van deze hulpmiddelen) en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Onderdeel van deze bestuurlijke afspraken is dat de hulpmiddelen die vanuit de Wmo zijn verstrekt thuis blijven staan en gemeenten de financiering daarvan voortzetten. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd. Vanaf 2023 wordt jaarlijks een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering, oplopend tot 1 miljoen euro per 2028. Voor Groningen wordt 2 duizend euro toegevoegd in 2023 oplopend tot 7 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: Mutaties onder de 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen.
5
4. Rijksvaccinatieprogramma Vanaf december 2019 krijgen zwangere vrouwen maternale kinkhoestvaccinatie aangeboden door de Rijksoverheid. Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering van deze maternale kinkhoestvaccinatie formeel overgedragen aan de gemeenten. De maternale kinkhoestvaccinatie wordt dan toegevoegd aan de opsomming van vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). In deze circulaire worden de bijbehorende middelen, circa 4 miljoen euro per jaar, voor de uitvoering van de maternale kinkhoestvaccinatie aan het gemeentefonds toegevoegd. We ontvangen 77 duizend euro in 2024 aflopend tot 73 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: De ontvangsten vanaf 2024 worden verrekend met het beleidsveld ‘Publieke gezondheidszorg’. 5. Loon- en prijsbijstelling jeugdzorg In de meicirculaire 2023 is de loon- en prijsbijstelling 2023 voor jeugdzorg, voor zover deze betrekking heeft op de reserveringen voor jeugdzorg op de AP (aanvullende post), aan het gemeentefonds toegevoegd voor de jaren 2024 en 2025. In deze circulaire worden de middelen voor de loon- en prijsbijstelling 2022 over de reserveringen jeugdzorg op de AP toegekend. Ook deze overboeking heeft nu betrekking op 2024 (45,2 miljoen euro) en 2025 (27,1 miljoen euro), omdat voor die jaren de middelen van de AP zijn vrijgegeven (zie paragraaf 2.2.7 van de meicirculaire 2023).
We ontvangen 688 duizend euro in 2024 en 412 duizend euro in 2025. Voorstel: De ontvangst van 688 duizend euro in 2024 en 412 duizend euro in 2025 valt vrij ten gunste van de algemene middelen omdat bij de begroting 2024 bij de intensiveringen voor Jeugdzorg reeds extra geld beschikbaar is gesteld. 6. EPBD III (energieprestatie gebouwen) De algemene uitkering wordt vanaf 2023 structureel met circa 1,8 miljoen euro verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. We ontvangen 14 duizend euro vanaf 2023. Voorstel: Mutaties onder de 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 7.
Suppletie-uitkering IUSD 2022 Vòòr 2023 hadden alle gemeenten te maken met de suppletie-uitkering IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). In verband met de invoering van de nieuwe verdeling van de algemene uitkering is deze suppletie-uitkering komen te vervallen. In de decembercirculaire 2020 is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022 in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds. De suppletie-uitkering voor 2022 is in deze circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. We ontvangen over 2022 nog 105 duizend euro. Voorstel: De ontvangst van 105 duizend euro wordt verrekend met de algemene middelen.
6
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. In principe worden bedragen onder de 15 duizend euro niet verrekend, behalve wanneer het gaat om middelen die de gemeente Groningen in haar hoedanigheid van centrumgemeente ontvangt voor de regio of samenwerkingsverbanden. De septembercirculaire 2023 leidt tot de volgende aanpassingen: Specificatie IU’s, DU’s (x € 1.000) 8. Vrouwenopvang 9. Compensatie WSW minimumloon 10. Begeleiding jongeren naar werk 11. Veilig wonen 12. Versterking arbeidsmarktregio’s 13. Regionale doelgroepen 14. Verkeersveiligheid 15. Veilige steden 16. LHBTI beleid regenboogsteden 17. Beschermd wonen 18. Maatschappelijke opvang 19. Laaggeletterdheid Totaal mutaties
Beleidsveld
2023
2024
2025
2026
2027
Zorg en veiligheid Werk en activering Werk en activering Algemene middelen Werk en activering Werk en activering Algemene middelen Stimulering samenleving Stimulering samenleving Passende ondersteuning Zorg en veiligheid Algemene middelen
83 417
114 390 596 7 1
114 360
108 331
107 306
7 1
7 1
1
7 30 20 -194 140 -4 1.107
7 30 20
7 30 20
7
140
140
140
679
644
561
7 68 7 30 20 154 140 926
8. Vrouwenopvang In de meicirculaire 2023 is gecommuniceerd dat de invoering van de Wet Seksuele Misdrijven, naar verwachting, zal leiden tot een verhoogde instroom bij de Centra voor Seksueel Geweld (CSG). De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen zullen gemeenten vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet gecompenseerd worden via de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. Voor 2024 en 2025 gaat het om circa 0,89 miljoen euro, voor 2026 om circa 1,02 miljoen euro en voor 2027 en 2028 om 0,99 miljoen euro. Op verzoek van de VNG, na consultering van de betrokken wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang, wordt met ingang van 2023 een structureel bedrag van 781 duizend euro uitgenomen uit de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. Daarnaast wordt in 2023 een incidenteel bedrag uitgenomen van 222 duizend euro. Het betreft een voortzetting van de uitname in voorgaande jaren. Het genoemde bedrag wordt overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS.
Het bedrag wordt gebruikt voor het ophogen van de specifieke uitkering Specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in 2023 en verder voor een drietal onderdelen: - Hulp aan slachtoffers eergerelateerd geweld seksuele uitbuiting - Het Landelijk Centrum Seksueel Geweld - Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating Het verdeelmodel decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DUVO) maakt gebruik van maatstaven uit het oude verdeelmodel voor de algemene uitkering van het gemeentefonds. Met de herijking van het verdeelmodel voor de algemene uitkering is een aantal maatstaven gewijzigd. In deze circulaire worden de maatstaven in het verdeelmodel in lijn gebracht met de maatstaven zoals deze nu in het herijkte verdeelmodel voor de algemene uitkering worden gebruikt. De bijstelling bedraagt 5 duizend euro in 2022, 78 duizend euro in 2023 oplopend tot 107 duizend euro vanaf 2027. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De ontvangsten wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Zorg en veiligheid’. 9. Compensatie WSW voor bijzondere SML-verhoging Het kabinet heeft besloten om gemeenten te compenseren voor de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw). Dit betreft een meerjarige reeks die toegevoegd wordt aan
7
het Wsw-onderdeel in deze integratie-uitkering. De bedragen in de reeks lopen af met de afbouw van de Wsw tot 2048 en worden naar rato verdeeld via het verdeelmodel IU Participatie. We ontvangen 417 duizend euro in 2023 aflopend tot 306 duizend euro vanaf 2027. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Werk en activering’. 10. Begeleiding jongeren naar werk Met de Aanpak Jeugdwerkloosheid zetten gemeenten, scholen en hun partners zich in om kwetsbare jongeren te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. Hiervoor waren in het kader van het corona steun- en herstelpakket en het Nationaal Programma Onderwijs t/m 2022 extra financiële middelen beschikbaar. De jongeren op wie de Aanpak Jeugdwerkloosheid zich primair richt hebben echter een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft daarom besloten de tijdelijke maatregelen om te zetten in structurele wet- en regelgeving. Totdat het wetsvoorstel in werking is getreden (naar verwachting in 2025) worden de middelen, net als voorgaande jaren, gelijkelijk verdeeld over de arbeidsmarktregio’s en verstrekt via een decentralisatie-uitkering. In 2024 zijn de middelen (14,9 miljoen euro) als volgt onderverdeeld: • Coördinatie van regionale aanpak jeugdwerkloosheid (2,52 miljoen euro) De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s ontvangen middelen voor het coördineren van de aanpak in de regio.
Hierbij kunnen centrumgemeenten partners betrekken, zoals regiogemeenten, (contact)scholen, Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMC), Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), het regionale mobiliteitsteam, het regionale werkgeversservicepunt. Elke centrumgemeente van de arbeidsmarktregio’s ontvangt voor dit onderdeel 72 duizend euro. • Ondersteunen naar werk van kwetsbare aankomend mbo-gediplomeerden (5,25 miljoen euro) Daarnaast ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van aankomend mbogediplomeerden die naar verwachting een moeilijke start zullen hebben op de arbeidsmarkt. Aangezien mbo-studenten uit de beroepsopleidende leerweg niveau 2 en mbo-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond het meest kwetsbaar zijn, is 80 procent van de verdeling van deze middelen over de centrumgemeenten gebaseerd op het relatieve aantal studenten met deze achtergrondkenmerken die in de betreffende arbeidsmarktregio wonen. Omdat ook andere studenten kwetsbaar kunnen zijn voor jeugdwerkloosheid, is de overige 20 procent van de middelen verdeeld op basis van op het totale aantal mbo-studenten dat in de arbeidsmarktregio woont. • Ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters (7,1 miljoen euro) Ook ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters.
Het gaat om jongeren zonder startkwalificatie tot 23 jaar van wie het Regionale Meld- en Coördinatie (RMC) heeft vastgesteld dat terugkeer naar het initieel onderwijs geen optie meer is. Elke centrumgemeente ontvangt een budget op basis van de in de afgelopen jaren gehanteerde verdeelsleutel van de RMC-functie. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aantal volwassen inwoners van de gemeente, het relatieve aandeel volwassenen met ten hoogste een vmbo-diploma en het aantal volwassen inwoners met een migratieachtergrond. Voorstel: De ontvangst van 594 duizend euro in 2024 wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Werk en activering’. 11. Veilig wonen De veiligheid van decentrale bestuurders is een vereiste voor het goed functioneren van het openbaar bestuur. Per 1 oktober 2023 wordt de werkgeversverantwoordelijkheid voor hun veiligheid daarom geëxpliciteerd met een wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Ten behoeve van een veilige woonplek krijgen decentrale bestuurders een beveiligingsadvies op maat aangeboden. Bij de advisering zal een breder pakket van preventieve maatregelen worden gehanteerd, waaronder fysieke, elektronische en digitale maatregelen. Gemeenten dienen op basis van de nieuwe regeling het beveiligingsadvies altijd over te nemen en de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen te bekostigen.
Vanuit het programma Weerbaar Bestuur wordt hier een tegemoetkoming van 2,4 miljoen euro per jaar tegenover gesteld voor de periode 2023-2026. We ontvangen jaarlijks 7 duizend euro. Voorstel: Mutaties onder de 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 12. Versterken arbeidsmarktregio’s Per 1 januari 2021 heeft deze decentralisatie-uitkering als doel om de regiefunctie van de centrumgemeente voor de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s structureel te
8
ondersteunen en te versterken. De decentralisatie-uitkering is in 2023 geëvalueerd door het ministerie van SZW en de VNG met als doel of voor een vervolg de doelomschrijving en uitkeringsvorm nog volstaat. Beide partijen stellen vast dat de regierol van de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s per 1 januari 2021 is versterkt, en hebben besloten de huidige uitkeringsvorm en de huidige verdeelwijze (elke centrumgemeente ontvangt hetzelfde budget) in 2024 en verder te continueren. Vanaf 2024 is aanvullend op de reeds beschikbare middelen 42 duizend euro beschikbaar gesteld (gelijkelijk verdeeld over alle centrumgemeenten). Wij ontvangen 1 duizend euro vanaf 2024. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De ontvangst van 1 duizend euro vanaf 2024 wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Werk en activering’. 13. Regionale doelgroepen specifieke aanpak Het plan van aanpak ‘Statushouders aan het werk’ en de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur van het ministerie van SZW beogen om de doelgroep statushouders en andere kwetsbare doelgroepen extra te ondersteunen om kansen die de arbeidsmarkt biedt te benutten. Doelstelling van de decentralisatie-uitkering is om de doelgroep statushouders te ondersteunen door middel van de aanstelling van regionale verbinders in elke arbeidsmarkregio.
Beoogde effecten zijn onder meer opschaling en nieuwe inzet van (start)banen en leerwerktrajecten/duale trajecten waarin (vak)taal, werk en opleiding gecombineerd worden, mogelijkheden van Praktijkleren in het mbo (gecombineerd met jobcarving) verbeteren en meer inzet van jobcoaching voor statushouders. Voor de andere kwetsbare doelgroepen kan binnen de arbeidsmarktregio’s ingezet worden op coördinatie en verbinding tussen partijen waar extra actie op nodig is om deze kwetsbare groepen te begeleiden naar werk. Per centrumgemeente wordt 68 duizend euro toegekend. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De ontvangst van 68 duizend euro in 2023 wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Werk en activering’. 14. Verkeersveiligheid De Wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 is in 2023 in werking getreden. De wet bepaalt dat lidstaten procedures moeten uitvoeren op autosnelwegen en autowegen ter verbetering van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur. Een aantal gemeenten hebben wegen in beheer die onder deze scope vallen. Met deze decentralisatieuitkering worden deze gemeenten in staat gesteld tot het uitvoeren van deze verkeersveiligheidsprocedures ter bevordering van de verkeersveiligheid op auto(snel)wegen. Zij ontvangen hiervoor vanaf 2023 structureel circa 95 duizend euro.
De verdeling van de middelen vindt plaats op basis van het areaal in aantal kilometers autosnelweg en autoweg in beheer bij een gemeente. Wij ontvangen 7 duizend euro vanaf 2023. Voorstel: Mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 15. Veilige steden De negen gemeenten die participeren in het programma Veilige Steden van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) ontvangen voor de periode 2023-2026 een bijdrage van circa 0,36 miljoen euro. Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen en meisjes in de publieke ruimte te vergroten. De middelen worden volgens bestaande afspraken met deelnemende gemeenten verdeeld. We ontvangen 30 duizend euro in 2023 t/m 2026. Voorstel: De ontvangsten worden verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Stimulering samenlevingsopbouw’. 16. LHBTI-beleid regenboogsteden Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en intersekse personen (LHBTI) verder te bevorderen. In totaal ontvangen 32 gemeenten een bijdrage van 0,68 miljoen euro voor de samenhangende aanpak van de Regenboogsteden voor lokaal LHBTI-beleid voor de periode 2023 t/m 2026.
Als onderdeel van het Programma Regenboogsteden is er naar aanleiding van de motie Bergkamp een speciaal traject binnen Regenboogsteden dat zich richt op veiligheid in wijken voor LHBTI personen. De middelen worden volgens bestaande afspraken met de deelnemende gemeenten verdeeld. We ontvangen 20 duizend euro in 2023 t/m 2026. Voorstel: De ontvangsten worden verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Stimulering samenlevingsopbouw’. 17. Beschermd wonen De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2024 net als in de periode 2018 t/m 2023 een maximale aanvullende bijdrage van 4,24 miljoen euro. In de septembercirculaire 2022 is aan Bergen op Zoom eerder een aanvullende bijdrage
9
toegekend voor 2023. Op basis van de jaarrekening 2022 is de bijdrage voor 2023 definitief vastgesteld op 0,86 miljoen euro. We ontvangen 154 duizend euro in 2023 en voor 2024 wordt een bedrag van 194 duizend euro uitgenomen. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 18. Maatschappelijke opvang Het verdeelmodel decentralisatie-uitkering Maatschappelijk opvang (DUMO) maakt gebruik van maatstaven uit het oude verdeelmodel voor de algemene uitkering van het gemeentefonds. Met de herijking van het verdeelmodel voor de algemene uitkering is een aantal maatstaven gewijzigd. In deze circulaire worden de maatstaven in het verdeelmodel in lijn gebracht met de maatstaven zoals deze nu in het herijkte verdeelmodel voor de algemene uitkering worden gebruikt. We ontvangen 140 duizend euro vanaf 2023. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.4 Zorg en veiligheid’. 19. Laaggeletterdheid In deze circulaire ontvangen is de DU Laaggeletterdheid met 4 duizend euro verlaagd. Voorstel: Mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen.
Overige ontwikkelingen Energietoelage 2023 De resterende middelen voor de energietoelage 2023 (900 miljoen euro) kunnen nog niet worden uitgekeerd doordat de noodzakelijke wijziging van de Participatiewet nog niet is goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Intensivering beschut werk De minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen heeft aangekondigd voornemens te zijn per extra middelen beschikbaar te stellen voor de financiering van beschut werk. Aanleiding hiervoor is een recent onderzoek waaruit blijkt dat gemeenten per beschutte werkplek geld moeten bijleggen door de lage netto toegevoegde waarde van medewerkers. De extra middelen zijn onderdeel van een breder pakket aan maatregelen en bestuurlijke afspraken om beschut werk te stimuleren. Het gaat in 2024 om een intensivering van 23,1 miljoen euro (het is de bedoeling dat het bedrag per plek structureel wordt verhoogd met 2.157 euro (prijzen 2023)). Deze intensivering stijgt vervolgens mee met het aantal plekken tot 64,7 miljoen euro in de structurele situatie. De verwerking hiervan wordt verwacht in de meicirculaire 2024. Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering De verdeling van de middelen uit het gemeentefonds dient rekening te houden met de objectieve kenmerken van gemeenten.
Om te bekijken of dat goed gebeurt, wordt in het Periodiek Onderhoudsrapport (POR) geanalyseerd of de uitkomsten van het verdeelmodel van het gemeentefonds aansluiten bij het actuele uitgavenpatroon van gemeenten. Het POR is opgenomen als bijlage in de Ontwerpbegroting 2024 van het gemeentefonds. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel deelden de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en VNG in hun adviezen de visie dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het oude model, maar benadrukten dat verder onderzoek nodig is. De ROB heeft daartoe een onderzoeksagenda voorgesteld, die door de fondsbeheerders is onderschreven. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. De onderzoeksagenda bevat onderzoeken naar de maatstaf centrumfunctie (stapeling problematiek sociaal domein), naar de Overige Eigen Middelen (OEM) en naar de maatstaf eenpersoonshuishoudens. • De eerste twee onderzoeken (centrumfunctie/stapeling problematiek sociaal domein en de Overige Eigen Middelen) zijn inmiddels opgestart en de uitkomsten worden in 2024 verwacht. Bij het onderzoek naar de stapeling van de problematiek in het sociaal domein zal expliciet aandacht zijn voor het feit dat deze stapeling ook in niet-stedelijke gebieden voorkomt.
In het onderzoek naar overige eigen middelen wordt onderzocht of een meer gedifferentieerde benadering van de overige eigen middelen meer recht doet aan de diverse aard van de eigen inkomsten. • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft in de antwoorden op de schriftelijke Kamervragen aangegeven dat het onderzoek naar de maatstaf eenpersoonshuishoudens door de fondsbeheerders zelf wordt onderzocht en dat de resultaten daarvan in het POR opgenomen worden. Tot slot loopt er nog een onderzoek naar de grootstedelijkheid. Tijdens het traject is gezamenlijk met de G4 en de 100.000+ gemeenten besloten om het onderzoek niet te baseren op de gegevens van één jaar maar uit te breiden met gegevens van andere jaren om een zo’n goed mogelijk en betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen.
10
Begrotingswijziging Begrotingswijziging 2023 (x €1000) Deelprogramma 3.1 Werk en inkomen 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 4.2 College, raaad, wijkontwikkeling en wijkvernieuwing 4.3 Algemene inkomsten en post onvoorzien Totaal
Beleidsveld 3.1.1 Werk en activering 3.3.1 Stimulering samenlevingsopbouw 3.3.3 Passende ondersteuning 3.3.4 Zorg en veiligheid 4.2.1 College, raad en griffie 4.3.1 Algemene inkomsten
Lasten 485 50 154 223 1.700 2.612
Saldo voor res.mut. -485 -50 -154 -223 -1.700 2.612 2.612 2.612 -
Reservemutaties
Saldo voor res.mut. -966 -1.137 -50 -77 194 -254 -8.600 10.890 10.890 10.890 -
Reservemutaties
Baten
-
Saldo na res.mut. -485 -50 -154 -223 -1.700 2.612 -
Begrotingswijziging 2024 (x €1000) Deelprogramma 3.1 Werk en inkomen 3.1 Werk en inkomen 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 4.2 College, raaad, wijkontwikkeling en wijkvernieuwing 4.3 Algemene inkomsten en post onvoorzien Totaal
Beleidsveld 3.1.1 Werk en activering 3.1.2 Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening 3.3.1 Stimulering samenlevingsopbouw 3.3.2 Publieke gezondheid 3.3.3 Passende ondersteuning 3.3.4 Zorg en veiligheid 4.2.1 College, raad en griffie 4.3.1 Algemene inkomsten
Lasten 966 1.137 50 77 -194 254 8.600 10.890
Baten
-
Saldo na res.mut. -966 -1.137 -50 -77 194 -254 -8.600 10.890 -
Overige consequenties
N.v.t. Vervolg
N.v.t. Lange Termijn Agenda
De uitkomsten van de septembercirculaire zijn beschikbaar voor de behandeling van de begroting 2024 in uw raad. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
burgemeester, Koen Schuiling
loco-secretaris, Bert Popken
Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.
11