Septembercirculaire 2022.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Septembercirculaire 2022
Steller/telnr.
Jaap Tel/ 73 26
Registratienummer
Bijlagen 0
536131-2022 Openbaar
Classificatie Portefeuillehouder
Wijnja
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 11 Jaar 2022 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I. de ontvangst voor ‘Energietoeslag’ van € 11.997.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022; II. de ontvangst voor ‘Asiel (inburgering)’ van € 263.000,-- in 2022, € 582.000,-- in 2023 en € 428.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; III. de uitname voor ‘BRP en BSN’ van € 21.000,-- te verrekenen met de algemene middelen; IV. de uitname voor ‘Generieke digitale infrastructuur’ van € 101.000,-- vanaf 2023 te verrekenen met de algemene middelen en dit te verwerken in de begroting 2023; V. de uitname voor ‘Participatie - IPS-regeling’ van € 251.000,-- in 2023 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2023; VI. de uitname voor ‘Uitvoeringskosten SVB-PGB’ van € 427.000,-- vanaf 2023 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2023; VII. de ontvangst voor ‘Participatie SW bedrijven’ van € 154.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022; VIII. de ontvangst voor ‘Wet kwaliteitsborging bouw’ van € 98.000,-- in 2026 te verrekenen met de algemene middelen; IX.
de ontvangst voor ‘Voorschoolse voorzieningen’ van € 3.000,-- te verrekenen met de algemene middelen;
Samenvatting
Woensdag 21 september 2022 is de septembercirculaire 2022 gemeentefonds verschenen. In de circulaire staat informatie gegeven over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2022 t/m 2027. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. Als gevolg van de afspraak over het bevriezen van de accressen stijgen de accressen vanaf 2023 alleen nog voor de loon- en prijsontwikkelingen. Het accres voor 2022 staat vast op de stand van de Voorjaarsnota van het Rijk. In 2026 is er een eenmalige hogere ontvangst van 924 miljoen euro. Een oplossing voor het ‘ravijn na 2026’ en informatie over de voorgenomen herziening/verruiming van het lokale belastinggebied worden in de circulaire echter niet gegeven.
B&W-besluit d.d.: 25 oktober 2022
X. XI. XII. XIII. XIV.
XV. XVI.
XVII. XVIII. XIX.
XX.
de ontvangst voor ‘Uitstapprogramma’s prostituees’ van € 102.000,-- vanaf 2023 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Dichterbij dan je denkt’ van € 478.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Leerlingenvervoer Oekraïne’ van € 116.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Onderwijs en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Maatschappelijke begeleiding’ van € 536.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Vrouwenopvang’ van € 1.000,-- in 2022, € 5.000,-- in 2023 t/m 2025 en € 4.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de uitname voor ‘Beschermd wonen’ in 2023 van € 194.000,-- te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2023; de uitname voor ‘Maatschappelijke opvang’ van € 6.000,-- in 2021 en € 40.000,-- vanaf 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvanst voor ‘Verlengde pleegzorg AMV’s in 2022 van €
313.000,-- te verrekenen met deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; de omzetting van de decentralisatie-uitkering ‘Combinatiefunctionarissen’ naar een specifieke uitkering vanaf 2023 voor € 959.000,-- te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2023; het niet ontvangen van de decentralisatie-uitkering ‘Regionale Energie Strategiëen’ van € 420.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in de begroting 2022 ; de gemeentebegroting 2022 en gemeentebegroting 2023 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen.
Aanleiding en doel
Woensdag 21 september 2022 is de septembercirculaire 2022 gemeentefonds verschenen. In de circulaire staat informatie over de hoogte van de gemeentefondsuitkering voor de jaren 2022 tot en met 2027. Alle ontwikkelingen worden toegelicht en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. Kader
De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Via circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van de middelen in het gemeentefonds. Financiële consequenties
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De gemeente Groningen ontvangt 677 miljoen euro in 2022. Hiervan heeft 521 miljoen euro betrekking op de algemene uitkering en 156 miljoen euro op integratie- en decentralisatie uitkeringen. De ontwikkelingen hiervan bepalen daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten vanuit de septembercirculaire 2022 voor Groningen opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2022. Vervolgens volgt per mutatie vanuit de septembercirculaire 2022 een toelichting. (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
-
900
2.400
3.200
4.000
100
100
100
100
100
Mutaties septembercirculaire 2022 Accres septembercirculaire 2022 BTW compensatiefonds Eenmalige rijksbijdrage
14.800
Overige ontwikkelingen
-300
3.000
3.000
3.300
4.200
Totaal mutaties septembercirculaire 2022
-200
4.000
5.500
6.600
23.100
2
Accresontwikkeling De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres genoemd. Voor de zomer van 2022 hebben de VNG en het Rijk afgesproken dat het accres in 2022 t/m 2025 wordt bevroren op de stand van de Voorjaarsnota 2022 van het Rijk. Dit betekent dat het volumeaccres niet meer wijzigt en dat alleen de loon- en prijscompensatie wordt geactualiseerd. (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Accres septembercirculaire 2022
6.200
7.700
8.500
9.300
Stelpost bijstelling accres in begroting 2023
-5.300
-5.300
-5.300
-5.300
900
2.400
3.200
4.000
In de afspraak is opgenomen dat “In het voorjaar van het lopend jaar wordt het percentage behorend bij dat jaar definitief vastgezet op de CEP-stand. Op dat moment is de tranche van het lopend jaar definitief.” Dit maakt dat er voor 2022 geen lpo-actualisatie is terwijl de prijsontwikkeling in 2022 toch substantieel blijkt te zijn. Het accres is vanaf 2023 aangepast voor de geactualiseerde loon- en prijsindex voor 2023. Voor 2024 t/m 2026 wijken de indexpercentages niet af ten opzichte van de raming in de meicirculaire 2022. Wel zien we in 2024 t/m 2026 een toename van het accres doordat de grondslag waarover het accres wordt berekend door mutaties is toegenomen. Bij het opstellen van de begroting 2023 hebben we op basis van de augustusraming van het CPB alvast geanticipeerd op een hoger accres via een stelpost (jaarlijks 5,3 miljoen euro). Rekening houdend met die stelpost ontvangen we nog 900 duizend euro in 2023 oplopend tot 4,0 miljoen euro in 2026. De ontwikkeling van het accres is meerjarig positief. Daarnaast bestaat grote onzekerheid omtrent de ontwikkeling van de lonen en prijzen in het algemeen en energieprijzen in het bijzonder. In het voorjaar van 2023 komen we terug op de samenhang tussen de ontwikkeling van het accres en de verwachte ontwikkelingen rondom lonen en prijzen.
BTW compensatiefonds Het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan het gemeentefonds. Als het plafond overschreden wordt komt het verschil ten laste van de algemene uitkering, als de realisatie lager is dan het plafond komt het verschil ten gunste van de algemene uitkering. Wij houden in onze begroting rekening met onderschrijding van het plafond van het BCF van 5,0 miljoen euro per jaar. Bij de septembercirculaire is de verwachte onderschrijding van BCF in 2022 opgenomen. Naar verwachting is de ruimte onder het plafond voor alle gemeenten 320,917 miljoen euro. Het aandeel van de gemeente Groningen hierin is zo’n 5,1 miljoen euro (1,6%). Per saldo dus een voordelige afwijking van 0,1 miljoen euro. Bij de meicirculaire 2022 wordt de inschatting van de meerjarige onderuitputting onder het plafond BCF geactualiseerd voor de meerjarenraming. Eenmalige rijksbijdrage Het Rijk is voornemens om de financieringssystematiek met gemeenten en provincies vanaf 2026 te herzien. Daarbij wordt een mogelijke verruiming van het belastinggebied voorzien. Momenteel is onduidelijk hoe dit voornemen vorm gaat krijgen. In aanloop daarnaartoe is er in 2026 eenmalig 1 miljard euro extra beschikbaar. Daarvan wordt een bedrag van 76 miljoen euro toegevoegd aan het BTWcompensatiefonds en komt 924 miljoen euro beschikbaar via de algemene uitkering van het gemeentefonds.
Voor ons betekent dit een hogere rijksbijdrage in 2026 van 14,8 miljoen euro. Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. In 2022 is de uitkeringsfactor met 10 punten verlaagd. Dit betekent een nadeel van zo’n 2,7 miljoen euro. Daar tegenover staat dat de OZB-belastingcapaciteit lager is dan geraamd. Een lagere belastingcapaciteit leidt tot een voordeel van 1,2 miljoen euro. Ontwikkeling van andere maatstaven leidt tot een stijging van de uitkeringsbasis en tot een voordeel van 1,3 miljoen euro. Per saldo bedraagt voor 2022 het nadelige effect 0,2 miljoen euro.
3
Bij de meicirculaire 2022 hielden we rekening met een behoedzaamheidsraming van 20% op het accres. Met de afspraak om het accres 2022 t/m 2025 te bevriezen op de stand van de Voorjaarsnota Rijk (meicirculaire 2022) is in de begroting 2023 de behoedzaamheidsraming reeds vervallen. Voor de onzekerheden rondom rente- loon- en prijsontwikkelingen bij de begroting 2023 is dit toegevoegd aan de Algemene Bestemmingsreserve. In 2023 en daarop volgende jaren is de uitkeringsfactor opwaarts aangepast. Dit vloeit voort uit geactualiseerde ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven. Vooral de ontwikkelingen in het aantal bijstandsontvangers, omgevingsadressendichtheid, bedrijven en in de omvang van de OZB-maatstaven hebben een sterke invloed op de uitkeringsfactoren. Daarnaast zien we een positieve ontwikkeling bij verschillende maatstaven. Voor 2023 t/m 2026 is het voordeel overige ontwikkelingen 3,0 miljoen euro in 2023 oplopend tot 4,2 miljoen euro in 2026. (NB: Omdat er twijfel is over de stijging van uitkeringsbasis wat betreft de fors hogere OZB-belastingcapaciteit vanaf 2023 is die stijging van de uitkeringsbasis met 8 punten niet meegenomen in de actualisatie van de raming).
Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de afname zijn in principe afweegbaar. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1. Energietoeslag 2. Asiel (inburgering) 3. BRP en BSN 4. Generieke digitale infrastructuur 5. Participatie – IPS regeling 6. Uitvoeringskosten SVB-PGB Totaal taakmutaties
Deelprogramma Werk en inkomen Werk en inkomen Algemene middelen Algemene middelen Werk en inkomen Welzijn, gezondheid en zorg
2022
2023
2024
11.997 263 -21
582
428
-101 -251 -427 -197
12.239
2025
2026
-101
-101
-101
-427 -100
-427 -528
-427 -528
1. Energietoeslag In de meicirculaire van dit jaar heeft verwerking plaats gevonden van het beschikbaar gestelde bedrag van 854 miljoen euro in verband met het verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen. De verdeling heeft toen niet met de juiste maatstaven plaatsgevonden. De correctie betekent een negatieve bijstelling van 327 duizend euro. In het debat over de Voorjaarsnota heeft het Kabinet aangekondigd het richtbedrag van de eenmalige energietoeslag te verhogen, van 800 euro naar 1.300 euro. Het kabinet heeft hiervoor een eenmalig extra budget (van 550 miljoen euro) beschikbaar gesteld. Hiervan is 500 miljoen euro bestemd voor de ophoging van de energietoeslag en 50 miljoen euro voor de extra uitvoeringskosten van gemeenten. Ons aandeel bedraagt 12,324 miljoen euro. Per saldo wordt er aanvullend nog 11,997 miljoen ontvangen. In de Miljoenennota is 1,4 miljard opgenomen om mensen die leven van 120% van het sociaal minimum ook in 2023 een energietoeslag van 1.300 euro te verstrekken. Gemeenten worden de mogelijkheid geboden om in 2022 al 500 miljoen uit te keren. De begroting van het gemeentefonds zal hiervoor nog worden aangepast. Voorstel: De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 2.
Asiel (inburgering) In het bestuurlijk akkoord over de opvang van asielzoekers is afgesproken dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen met respectievelijk 20 miljoen euro, 40 miljoen euro en 30 miljoen euro. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden. Wij ontvangen in 2022, 2023 en 2024 respectievelijk 263 duizend euro, 582 duizend euro en 428 duizend euro. Voorstel: De ontvangsten worden verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’.
4
3. BRP en BSN Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is er in 2022 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Gemeenten dragen 812 duizend euro bij in de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten van 707 duizend euro (bovenop de meerkosten van 1,956 miljoen euro) voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2021. Tevens maken gemeenten gebruik van het Burger Service Nummer (BSN). Voor 2021 en 2022 is een aanvullende bijdrage overeen gekomen van 21 duizend euro. Het totale bedrag van 1,54 miljoen is zoals afgesproken met de VNG in 2022 ten laste gebracht van de algemene uitkering. De uitname bedraagt 21 duizend euro in 2022. Voorstel: Conform voorgaande jaren wordt de uitname verrekend met de algemene middelen. 4. Generieke digitale infrastructuur De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 centraal onder gebracht bij het ministerie van BZK. Een centrale financiering draagt bij aan de gewenste bredere deelname en een hoger gebruik van de GDI. De centrale financiering wordt gerealiseerd door de structurele bijdragen van departementen en medeoverheden en een bijdrage uit de Werk Aan Uitvoering enveloppe op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën.
De uitname bedraagt 101 duizend euro vanaf 2023. Voorstel: Conform voorgaande jaren wordt de uitname verrekend met de algemene middelen. 5. Participatie – IPS regeling Voor de Regeling vergoeding Individuele plaatsing en steun (IPS) voor de gemeentelijke doelgroep is in totaal 21,5 miljoen euro beschikbaar. Volgens een bestuurlijk afspraak dragen gemeenten de helft bij van de uitgaven van de subsidie. Daarom wordt 10,75 miljoen euro eenmalig in 2023 uitgenomen uit het gemeentefonds (cluster Participatie). Dit programmageld is bestemd voor de inzet van IPS trajecten voor de re-integratie van mensen met een ernstige psychische aandoening of een zogenoemde common mental disorder via een subsidieregeling. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) trekken hierin samen op. De subsidieregeling ‘IPS-trajecten voor de gemeentelijke doelgroep’ verstrekt subsidie aan een GGZinstelling voor een tot en met 14 december 2023 aangevraagd IPS-traject. Het betreft IPS-trajecten voor mensen die vallen onder de re-integratie-verantwoordelijkheid van gemeenten.
Hiertoe behoren mensen met een bijstandsuitkering, een Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW-uitkering) of een Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ-uitkering) en nietuitkeringsgerechtigde werkzoekenden. De uitname in 2022 bedraagt 251 duizend euro. Voorstel: De uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 6. Uitvoeringskosten SVB-PGB De VNG en het ministerie van VWS zijn overeengekomen om met ingang van 2023 een structureel bedrag uit te nemen uit het gemeentefonds ten behoeve van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het overeengekomen bedrag van 27,2 miljoen euro per jaar is gelijk aan de begrote uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet (7,2 miljoen euro) en de Wmo (20 miljoen euro) in 2022. Gezien de onzekerheid over de kostenontwikkeling evalueren de VNG en het ministerie van VWS deze afspraak na vier jaar (dus in 2026), op basis van de werkelijke uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet en de Wmo. Op basis van de evaluatie kan besloten worden om de structurele uitname uit het gemeentefonds naar boven of naar beneden bij te stellen. De uitname voor uitvoeringskosten SVB-PGB trekkingsrechten (Jeugd) bedraagt 110 duizend euro vanaf 2023.
De uitname voor uitvoeringskosten SVB-PGB trekkingsrechten (Wmo) bedraagt 317 duizend euro vanaf 2023. Voorstel: De uitnames worden verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’.
5
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. De uitkeringen worden verantwoord op deelprogramma 4.3 Algemene inkomsten en post onvoorzien en kunnen worden doorgegeven aan desbetreffende inhoudelijke programma’s waarop de betreffende taken worden uitgevoerd. De septembercirculaire 2022 leidt tot de volgende aanpassingen: Specificatie IU’s, DU’s (x € 1.000) 7. Participatie: SW bedrijven 8. Invoeringskosten Omgevingswet 9. Wet Kwaliteitsborging bouw 10. Voorschoolse voorzieningen 11. Uitstapprogramma prostituees 12. Dichterbij dan je denkt 13. Leerlingenvervoer Oekraïne 14. Maatschappelijke begeleiding 15. Vrouwenopvang 16. Beschermd wonen 17.Maatschappelijke opvang 18. Verlengde pleegzorg AMV’s 19. Combinatiefunctionarissen 20. RES Totaal mutaties
Deelprogramma Werk en inkomen Algemene middelen Algemene middelen Algemene middelen Welzijn, gezondheid en zorg Werk en inkomen Onderwijs Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Wonen
2022 154 1.483 243 3 478 116 536 1 -46 313 -420 2.861
2023
2024
2025
2026
99
99
99
98
102
102
102
102
5 -194 -40
5
5
4
-40
-40
-40
-959
-959
-959
-959
-987
-793
-793
-795
7. Participatie: SW bedrijven Eerder heeft het kabinet de gemeenten, in 2020 en 2021, een bijdrage verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven als gevolg van de coronapandemie. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend 10 miljoen euro beschikbaar voor de periode van 1 januari tot 1 april 2022. Het bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw). Voorstel: De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 8. Invoeringskosten Omgevingswet In meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat het Rijk in totaal 150 miljoen euro bijdraagt aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. Verdeling van de decentralisatieuitkering vindt plaats via de verdeelsleutel 60% inwonertal, 25% landoppervlak en 15% vast bedrag. Deze 150 miljoen euro voor 2022 is in deze circulaire verwerkt. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire. Voorstel: We hebben eerder al rekening gehouden met deze ontvangst. 9.
Wet kwaliteitsborging bouw De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2023 gefaseerd in werking. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder deze wet zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde wettelijke taken en krijgen gemeenten er extra wettelijke taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkbmeldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen, gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Zoals aangekondigd in de meicirculaire 2022 ontvangen gemeenten, voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb in 2022 een bijdrage van 25 miljoen euro in aanvulling op de 10 miljoen euro die eerder in 2021 is verstrekt. Daarnaast ontvangen de
6
gemeenten na inwerkingtreding een jaarlijkse bijdrage (tot en met 2026) van 10 miljoen euro voor het uitvoeren van de Wkb-taken. Zoals aangekondigd zijn de middelen in deze circulaire verwerkt. Voorstel: We hebben in het financieel meerjarenbeeld al rekening gehouden met de ontvangsten t/m 2025. Voor 2026 ontvangen we nog eens 98 duizend euro dat vrijvalt ten gunste van de algemene middelen. 10. Voorschoolse voorzieningen (peuters) Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen om een bepaalde groep ouders die kosten heeft gemaakt voor kinderopvang tijdens de derde sluiting van de opvang in verband met COVID-19 te vergoeden. De buitenschoolse opvang was gesloten van 21 december 2021 tot 10 januari 2022. Het betreft een vergoeding aan/voor ouders die in deze periode een eigen bijdrage hebben betaald voor een gemeentelijke regeling rondom kinderopvang (sociaal-medische indicatie (SMI)). Voor de periode van 21 december 2021 tot 10 januari 2022 wordt de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters in verband hiermee met 0,2 miljoen euro opgehoogd. Voor de eerste en tweede sluiting van de kinderopvang i.v.m. COVID-19 is eerder ook al deze decentralisatieuitkering opgehoogd. De verdeling van het toegevoegde bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters voor het jaar 2022.
Voorstel: De mutaties < 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 11. Uitstapprogramma prostituees Het kabinet stelt sinds 1 januari 2021 geld beschikbaar voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten te ondersteunen. Met de uitkering ontvangen de aangewezen gemeenten middelen voor het ontwikkelen en uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. Een uitstapprogramma is een programma waarbinnen begeleiding van prostituees plaatsvindt bij het vinden van werk of overige dagbesteding buiten de prostitutie. De programma’s hebben nadrukkelijk als doel om de stap naar ander werk dan prostitutie te vergemakkelijken en daarin ondersteuning te bieden. In de september circulaire 2020 zijn er middelen toegevoegd voor de uitstapprogramma’s voor prostituees. In het Coalitieakkoord Rutte IV is aangekondigd dat vanaf 2023 sprake is van een uitbreiding en verbreding van de uitstapprogramma´s. Hiervoor is vanaf 2023 structureel 3 miljoen euro extra beschikbaar gesteld. Daardoor is vanaf 2023 jaarlijks 6 miljoen euro beschikbaar voor de programma’s. We ontvangen 102 duizend euro vanaf 2023. Voorstel: De ontvangst vanaf 2023 wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 12.
Dichterbij dan je denkt Het actieplan ‘Dichterbij dan je denkt’ van het ministerie van SZW beoogt om op korte termijn de krappe arbeidsmarkt te benutten om mensen die nu langs de kant staan naar (parttime) werk of een leerwerkplek te begeleiden. Het ministerie van SZW wil ook arbeidsmarktregio’s in staat stellen om bij te dragen aan het actieplan. Doelstelling van de decentralisatie-uitkering is om de match tussen werkgevers en werkzoekenden uit het onbenut arbeidspotentieel te intensiveren. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s, waarbij elke centrumgemeente een gelijk bedrag ontvangt. Het totale bedrag bedraagt 17,5 miljoen euro in 2022, daarvan wordt 16,7 miljoen euro uitgekeerd via het gemeentefonds en is 0,8 miljoen euro afgedragen aan het BCF. We ontvangen 478 duizend euro in 2022. Voorstel: De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 13. Leerlingenvervoer Oekraïne Uit de Oekraïne komen mensen naar Nederland, waaronder veel kinderen en jongeren onder de 18 jaar. We zien dat scholen en gemeenten enorme inspanningen leveren om deze leerlingen onderwijs te bieden, waaronder in sommige gevallen ook het vervoer naar school. Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan Oekraïense leerlingen.
De decentralisatie-uitkering Leerlingenvervoer Oekraïense leerlingen is een tegemoetkoming aan gemeenten voor de kosten die zij voor dit hebben gemaakt. Het Kabinet heeft hiervoor een bedrag van 9,2 miljoen euro beschikbaar gesteld. De decentralisatie-uitkering ziet toe op de periode vanaf 1 maart 2022 tot aan de zomervakantie op 16 juli 2022. De bedragen die worden toegekend aan een gemeente zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde kinderen uit de Oekraïne, met peildatum 6 mei 2022. In de uitkering wordt onderscheid gemaakt tussen leerlingen in het Voortgezet Onderwijs (VO) en leerlingen in het Primair Onderwijs (PO). We ontvangen 116 duizend euro in 2022. Voorstel: De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Onderwijs’.
7
14. Maatschappelijke begeleiding Conform de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen voor maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden in 2022 in totaal 3,5 miljoen euro. We ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding 536 duizend euro in 2022. Voorstel: De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 15. Vrouwenopvang Wat betreft de verdeling zijn voor het jaar 2021, 2022 en 2023 en verder ten opzichte van de meicirculaire 2022 de aantallen eenheden van de maatstaven van het objectieve verdeelmodel geactualiseerd. Voor 2021 wordt onze bijdrage verlaagd met 4 duizend. Voor 2022 t/m 2025 ontvangen we 5 duizend euro meer. Vanaf 2026 bedraagt de extra ontvangst 4 duizend euro. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De mutaties worden verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 16. Beschermd wonen De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2023 net als in de periode 2018 tot en met 2022 een aanvullende bijdrage van 4,24 miljoen euro De verdeling over de gemeenten voor de integratie-uitkering Beschermd wonen is daardoor gewijzigd. De uitname bedraagt 194 duizend euro in 2023.
Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 17. Maatschappelijke opvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet. De verdeling van de decentralisatieuitkering over 2021 is ten opzichte van de meicirculaire 2022 gewijzigd door de aanpassing van de basisgegevens voor de aantallen minderheden. Met ingang van 2022 is de verdeling van maatschappelijke opvang ten opzichte van de meicirculaire 2022 veranderd door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. Onze bijdrage wordt voor het jaar 2021 verlaagd met 6 duizend euro Vanaf 2022 wordt er jaarlijks 40 duizend euro in mindering gebracht op onze bijdrage. Voorstel: We ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid van centrumgemeente. De mutaties worden verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 18. Verlengde Pleegzorg AMV’s Het ministerie van BZK, het ministerie van JenV en de VNG hebben gezamenlijk wegingscriteria opgesteld voor de verdeling van de incidentele middelen ten behoeve van de verlengde opvang en begeleiding van alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Hiervoor is een totaalbedrag van 10 miljoen euro beschikbaar.Wij ontvangen 313 duizend euro in 2021.
Voorstel: de ontvangst wordt in 2022 verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 19. Combinatiefunctionarissen Sinds 2008 kunnen gemeenten met cofinanciering van het Rijk functionarissen inzetten die sport of cultuur combineren met ten minste één andere sector zoals onderwijs, zorg, welzijn of het bedrijfsleven. Het doel van deze landelijke regelingen is Nederlanders te motiveren voor deelname aan sport en/of cultuur. De middelen worden vanaf 2023 niet langer verstrekt via een decentralisatie-uitkering combinatiefunctionarissen maar via een specifieke uitkering. 20. Regionale Energiestratie (RES) In de meicirculaire 2022 zijn aan de gemeente Groningen abusievelijk middelen toegekend voor de Regionale Energiestrategie. De gemeente Het Hogeland is hiervan echter penvoerder en zal dus deze middelen ontvangen.
8
Overige ontwikkelingen Goed Verhuurderschap In het Coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap en zullen naar verwachting in 2023 in werking treden. Het wetsvoorstel introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van 9,2 miljoen euro voor de eenmalige kosten die gemeenten maken als gevolg van de invoering van de landelijke regels en het instellen van het meldpunt. Daarnaast bestaat de financiering uit een structurele bijdrage van 12,4 miljoen euro voor de structurele kosten als gevolg van de landelijke algemene regels en het meldpunt. In de decembercirculaire wordt u geïnformeerd over de verdeling van deze financiële middelen. Klimaat en Energie Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord en het Coalitieakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit.
De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft advies uitgebracht genaamd “Van Parijs naar Praktijk” uitgebracht met daarin de geschatte uitvoeringsmiddelen die medeoverheden nodig hebben voor de periode 2022-2030 voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. In de meicirculaire is reeds bekend gemaakt dat vanaf 2023 tot en met 2030 gemeenten en provincies, aanvullend op de reeds eerder toegekende middelen, extra uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid krijgen zodat zij hun uitvoeringskracht kunnen voorzetten en intensiveren. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten is van de toekomstige uitvoeringsmiddelen in de meicirculaire reeds 74,331 miljoen euro naar 2022 verschoven. Dat brengt de totale decentralisatie-uitkering voor 2022 op 112,591 miljoen euro (exclusief een reservering van het BCF van 1,740 miljoen euro). De verdeling is in de meicirculaire gecommuniceerd. Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere de VNG, het IPO en het Rijk. In 2024 wordt er een herijking uitgevoerdten aanzien van de benodigde en beschikbare uitvoeringsmiddelen. Bijzondere bijstand In augustus heeft de Rechtbank uitspraak gedaan over de energietoeslag aan studenten.
Als reactie op deze uitspraak blijft het kabinet bij het standpunt dat studenten als groep niet in aanmerking komen voor de categoriale bijzondere bijstand. Hun woonsituatie is zeer divers, wat doorwerkt in de energiekosten. Daarmee ondervinden niet alle studenten in dezelfde mate gevolgen van de stijgende energieprijzen. Dit laat onverlet dat individuele studenten wel in ernstige financiële problemen kunnen komen als gevolg van de stijgende prijzen. Studenten kunnen in die gevallen terecht bij de individuele bijzondere bijstand. Het kabinet stelt een bedrag van 35 miljoen euro beschikbaar voor de uiterste gevallen waarin dit nodig is. Van dit totale bedrag is reeds 15 miljoen euro onderdeel van de ontwerpbegroting Gemeentefonds, de overige 20 miljoen euro wordt in 2022 nog aan het Gemeentefonds toegevoegd. Over de wijze van toekenning en de verdeling van de middelen gaat het kabinet nog in overleg met gemeenten. Uit de uitspraak van de Rechtbank volgt dat de individuele bijzondere bijstand dan een redelijk alternatief moet bieden voor de eenmalige energietoeslag. Aangezien de voorwaarden voor de energietoeslag per gemeente kunnen verschillen is niet in algemeen te stellen wat een redelijk alternatief is. Wel is, gezien de diversiteit in woonsituatie, het hebben van een energiecontract op naam een redelijke, aanvullende voorwaarde die gemeenten kunnen stellen.
Hiermee wordt voorkomen dat studenten een beroep doen op de toeslag, terwijl ze niet onder de doelgroep vallen.
9
Begrotingswijziging programma 01.Economie en Ruimte 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 04.Dienstverlening en bestuur 04.Dienstverlening en bestuur Totaal
deelprogramma 01.3.Wonen 03.1.Werk en inkomen 03.1.Werk en inkomen 03.2.Onderwijs 03.3.Welzijn, gezondheid en zorg 03.3.Welzijn, gezondheid en zorg 04.3.Algemene inkomsten en post onv 04.3.Algemene inkomsten en post onv
beleidsveld inc/str 01.3.3.Kwaliteit en duurzaamheid I 03.1.1.Werk en activering I 03.1.2.Inkomen en armoedeverlichting I 03.2.2.Voorkomen schooluitval I 03.3.4.Zorg en veiligheid S 03.3.4.Zorg en veiligheid I 04.3.1.Algemene Inkomsten I 04.3.1.Algemene Inkomsten S
Lasten -420 895 11.997 116 -40 844
13.392
Saldo voor res.mut. 420 -895 -11.997 -116 40 -844 13.432 13.432 -40 -40 13.392 0
Saldo na res.mut. res.mut. 420 -895 -11.997 -116 40 -844 13.432 -40 0 0
Saldo voor res.mut. -331 427 189 -62 959 959 142 142 -1.324 -1.324 -223 0
Saldo na res.mut. res.mut. -331 427 189 -62 959 142 -1.324 0 0
Baten
BEGROTINGSWIJZIGING EXPLOITATIE 2023 (x € 1000) programma 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 03.Vitaal en Sociaal 04.Dienstverlening en bestuur 04.Dienstverlening en bestuur Totaal
deelprogramma 03.1.Werk en inkomen 03.3.Welzijn, gezondheid en zorg 03.3.Welzijn, gezondheid en zorg 03.3.Welzijn, gezondheid en zorg 03.4.Sport en bewegen 04.3.Algemene inkomsten en post onv 04.3.Algemene inkomsten en post onv
beleidsveld 03.1.1.Werk en activering 03.3.3.Passende ondersteuning 03.3.4.Zorg en veiligheid 03.3.4.Zorg en veiligheid 03.4.2.Ontwikkelen sportief kapitaal 04.3.1.Algemene Inkomsten 04.3.1.Algemene Inkomsten
inc/str I S I S S I S
Lasten 331 -427 -189 62
-223
Baten
Lange Termijn Agenda
De uitkomsten van de septembercirculaire zijn beschikbaar voor de behandeling van de begroting 2023 in uw raad.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
loco-burgemeester, Mirjam Wijnja
secretaris, Christien Bronda
Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.
10