Rekenkameronderzoek naar inkoop jeugdhulp RIGG.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Rekenkameronderzoek naar inkoop jeugdhulp/RIGG
Steller/telnr.
S. Steenbeek, secretaris/onderzoeker Rekenkamer Groningen/ 52 66
Bijlagen 1
Registratienummer Classificatie
Openbaar
Portefeuillehouder
N.v.t.
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand Jaar Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I. kennis te nemen van het rekenkamerrapport Inkoop van jeugdhulp in Groningen; II. de aanbevelingen uit het rapport over te nemen; III. het college van B en W opdracht te geven om uitvoering te geven aan de aanbevelingen gericht aan het college (of waar deze reeds in uitvoering zijn daar voortzetting aan te geven) en over de voortgang van de implementatie daarvan te rapporteren via de voortgangsrapportages; tevens in gesprekken die met andere gemeenten, de RIGG, WIJ en SAMEN worden gevoerd in het kader van de samenwerkingsrelatie aandacht te besteden aan de aanbevelingen die ook hen raken en daarover eveneens via de voortgangsrapportages te rapporteren aan de raad; IV. de aanbevelingen gericht aan de raad te betrekken bij toekomstige besprekingen en besluitvorming rondom (de inkoop van) jeugdhulp, de RIGG, WIJ en SAMEN.
Samenvatting
De Rekenkamer Groningen heeft samen met alle andere rekenkamers van de Groninger gemeenten (en voor de twee gemeenten zonder rekenkamer met de raden) onderzoek laten uitvoeren naar de inkoop van jeugdhulp en de rol van de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG) daarbij. Het initiatief tot dit gezamenlijke onderzoek is genomen door de Rekenkamer Groningen. Het onderzoek richtte zich op de vraag in hoeverre de inkoop van jeugdhulp door de RIGG en door individuele gemeenten aansluit bij de behoeften van de betrokken Groninger gemeenten en op welke wijze deze aansluiting van vraag en aanbod te verbeteren is. Het gehanteerde inkoopmodel wijzigt: de nieuwe inkoopmethode houdt in dat de gemeenten niet meer (samen) via de RIGG de lichte jeugdhulp inkopen, maar dat zij dat per gemeente zelf doen. Voor de gemeente Groningen betekent dat concreet dat de lichte jeugdhulp sinds 2023 wordt georganiseerd en aangeboden via WIJ Groningen. De gemeente Groningen lijkt in beginsel goed in staat om de stap naar eigen inkoop te zetten, maar het is de vraag of met name de kleinere Groninger gemeenten dat ook kunnen. Het nieuwe model kan er zeker voor zorgen dat de vraag naar en het aanbod van jeugdhulp beter op elkaar zullen aansluiten, maar het risico bestaat dat de voordelen voor grotere gemeenten zullen leiden tot nadelen voor de kleinere.
Voor iedere gemeente afzonderlijk is een rapport opgesteld met een gelijkluidend algemeen deel en bevindingen per gemeente afzonderlijk. Op basis van dit onderzoek komt de Rekenkamer Groningen tot een aantal aanbevelingen. Het voorstel aan de raad is om die aanbevelingen over te nemen. Het onderzoeksrapport Inkoop van jeugdhulp in Groningen is als bijlage aan dit raadsvoorstel toegevoegd. De reactie van het college van B en W is opgenomen in het rapport.
Vervolg voorgesteld raadsbesluit Aanleiding en doel
Met de invoering van de Jeugdwet per 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de jeugdhulp. De RIGG is in 2014 opgericht om de Groninger gemeenten te ondersteunen door de inkoop van de jeugdhulp te organiseren. De RIGG adviseert gemeenten en jeugdhulpaanbieders over actuele ontwikkelingen binnen en buiten de regio. Ook de monitoring van kwaliteit en uitgaven is bij de RIGG belegd. Met dit rekenkameronderzoek is beoogd in kaart te brengen of het ingekochte aanbod van jeugdhulp voldoende is aangesloten op de vraag naar jeugdhulp binnen de Groninger gemeenten. Met dit rekenkameronderzoek worden de colleges en gemeenteraden handvatten geboden om die aansluiting zo nodig te verbeteren. Kader
N.v.t. Argumenten en afwegingen
Het onderzoeksrapport is inventariserend, beschrijvend en vergelijkend van aard. Voor iedere gemeente afzonderlijk is een rapport opgesteld met een gelijkluidend algemeen deel en bevindingen per gemeente afzonderlijk. Ook de overige negen rapporten zijn na vaststelling openbaar en desgewenst te raadplegen. De Rekenkamer Groningen acht het, ten behoeve van de gedachtewisseling over de uitkomsten van het onderzoek, wenselijk om de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit het rapport nader te duiden. Gezamenlijk onderzoek De tien Groninger gemeenten hebben in 2014 de RIGG opgericht om hen te ondersteunen bij de inkoop van jeugdhulp. Aanvankelijk liep de inkoop volledig via de RIGG door middel van Open House: iedere zorgaanbieder die voldeed aan de inkoopvoorwaarden werd toegelaten. Dit inkoopmodel wijzigt: de nieuwe inkoopmethode houdt in dat de gemeenten niet meer (samen) via de RIGG de lichte jeugdhulp inkopen, maar dat zij dat per gemeente zelf doen. Voor de gemeente Groningen betekent dat concreet dat de lichte jeugdhulp sinds 2023 wordt georganiseerd en aangeboden via WIJ Groningen.
Op initiatief van de Rekenkamer Groningen hebben de Groninger gemeentelijke rekenkamers en de raden van Pekela en Westerwolde onderzoek laten doen naar de consequenties van deze wijziging.1 Voor iedere gemeente afzonderlijk is een rapport opgesteld met een gelijkluidend algemeen deel en bevindingen per gemeente afzonderlijk. De centrale boodschap van de rapporten is dat het nieuwe model er zeker voor kan zorgen dat de vraag naar en het aanbod van jeugdhulp beter op elkaar zullen aansluiten, maar dat het risico bestaat dat de voordelen voor grotere gemeenten zullen leiden tot nadelen voor de kleinere. Waterbedeffect De gemeente Groningen is met Veendam initiatiefnemer waar het gaat om de nieuwe manier van inkopen. De gemeente Groningen lijkt in beginsel goed in staat om de stap naar eigen inkoop te zetten, maar het is de vraag of met name de kleinere Groninger gemeenten dat ook kunnen. De gemeente Groningen heeft meer expertise in huis en zal in de omslag naar de nieuwe werkwijze nog meer expertise gaan aantrekken. Als die expertise wordt gevonden bij personeel van de huidige jeugdhulpaanbieders, dan zal het provinciale zorglandschap drastisch veranderen. Deze jeugdhulpaanbieders zullen hun provinciale aanbod, ook in de andere segmenten dan de lichte jeugdhulp, niet kunnen handhaven en kleinere gemeenten zullen op dat aanbod dan ook geen beroep meer kunnen doen.
Solidariteit Het is aannemelijk dat het gevolg van deze ontwikkeling is, dat de gemeente Groningen in staat zal zijn om tot een beter dekkend aanbod van jeugdhulp te komen, maar dat andere gemeenten het juist moeilijker krijgen om dat te realiseren. Dat is geen goed nieuws voor diegenen die elders in de provincie afhankelijk zijn van jeugdhulp. Die ontwikkeling doorbreekt tegelijkertijd ook de solidariteit tussen de Groninger gemeenten waarvoor is gekozen bij het in het leven roepen van de RIGG.
1 De gemeenten Pekela en Westerwolde hebben inmiddels een rekenkamer ingesteld.
2
Eigen capaciteit Met het voorgaande hangt samen dat het ook voor de gemeente Groningen zelf (en zeker ook voor WIJ Groningen) een flinke uitdaging zal zijn om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken. Het vraagstuk van een krappe arbeidsmarkt doet zich over de hele linie voor, maar is juist bij de in gang gezette ontwikkeling een risico. Het zal veel tijd en aandacht vragen om het nieuw te werven personeel in te werken en bij te scholen. Dit gaat ten koste van de direct besteedbare uren en vraagt extra aandacht om de kwaliteit van dienstverlening op het gewenste niveau te brengen.
De Rekenkamer geeft de raad in overweging de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek vooral ook in bovenstaand perspectief te beschouwen. In reactie op het rapport geeft het college van B en W aan de risico’s te onderkennen, maar van oordeel te zijn dat die voldoende in het oog worden gehouden. Er zouden ook geen concrete aanwijzingen zijn dat die risico’s gaan optreden. Naar het oordeel van de Rekenkamer Groningen is dat een voorbarige en ook te optimistische conclusie.
De aanbevelingen die de Rekenkamer in het rapport doet, zijn de volgende: Regionaal Maak als Groninger gemeenten concrete afspraken met elkaar over het monitoren van de risico’s die gepaard gaan met de invoering van het hybride model. Maak duidelijk welke rol de RIGG hierin heeft. − Bepaal welke informatie noodzakelijk is om de risico’s te monitoren. Verzamel en analyseer de informatie en zorg dat deze in periodieke rapportages wordt aangeleverd. Let daarbij in het bijzonder op de gevolgen voor het regionaal dekkend zorglandschap. Maak duidelijk wie verantwoordelijk is voor het verzamelen en analyseren van de gewenste informatie en het aanleveren van de rapportage. − Maak van de risico’s invoering hybride model een structureel agendapunt tijdens de vergaderingen van de adviescommissie Jeugd. Bespreek tijdens het agendapunt de rapportage met de risicomonitor. 2. Maak als Groninger gemeenten afspraken over de inkoop van de middel voorzieningen en blijf de hoog specialistische voorzieningen regionaal of zelfs op bovenregionaal niveau inkopen. 1.
Lokaal Groningen 3.
Versterk de informatiepositie. − Focus hierin op het verkrijgen van meer inzicht in de vraag naar jeugdhulp in de gemeente, de onderliggende oorzaken ervan en de effectiviteit van het beleid. − Betrek de raad en bespreek met de raad aan welke informatie behoefte is in het kader van zijn kaderstellende en controlerende rol. − Maak met WIJ Groningen afspraken over het aanleveren van informatie dat inzicht geeft in de effectiviteit van de uitvoering van de taak SAMEN. 4. Maak als raad en college duidelijke afspraken over het monitoren van de risico’s die gepaard gaan met het anders organiseren en inkopen van de basisjeugdhulp. Denk aan afspraken over de gewenste informatievoorziening en vaste momenten waarop de risico’s worden besproken. Maatschappelijk draagvlak en participatie
N.v.t. Financiële consequenties
N.v.t. Overige consequenties
N.v.t. Vervolg
Wanneer de raad de aanbevelingen overneemt, is het (conform bestaande afspraak) aan het college van B en W om over de voortgang van de implementatie van de aanbevelingen te rapporteren, in ieder geval via de voortgangsrapportages. Lange Termijn Agenda
3