CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage_dmo_2020-21_-_maatschappelijke_ondersteuning_-_vMS210528-uitsnede-v2.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 16 juni 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 3: Evaluatie Vijf jaar decentralisaties7.353 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING IN GRONINGEN FACT SHEETS T.B.V. EVALUATIE DECENTRALISATIES | UITSNEDE AFKOMSTIG UIT CONCEPT RAPPORTAGE DMO 2020-’21

DIRECTIE MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING AFD. MONITORING & INFORMATIE GEMEENTE GRONINGEN Q2 2021

INLEIDING

210528

2

STAND VAN GRONINGEN

210528

3

INLEIDING

STAND VAN GRONINGEN Ondanks moeilijke tijden gaat het overwegend goed met de stad Groningen en haar omliggende dorpen. Groningen blijft voor veel inwoners een aantrekkelijke gemeente, waar mensen doorgaans prettig, gezond en veilig kunnen wonen, werken, recreëren en verblijven.

Helaas is dit niet voor een ieder vanzelfsprekend; een deel van de mensen ondervindt tot een zekere hoogte belemmeringen bij het functioneren in het alledaagse. Dit maakt dat er op meerdere terreinen wel punten van aandacht zijn te benoemen.

Groningen kent normaliter een bruisende binnenstad die in zowel economisch als cultureel opzicht als een enorme magneet werkt op de regio en ver daar buiten. Binnen een relatief compact stedelijk agglomeraat is een grote verscheidenheid aan buurten, wijken en dorpen te vinden, waar de leefbaarheid doorgaans uitstekend wordt beoordeeld en voor een ieder een woon- en leefmilieu te vinden is dat aansluit bij zijn of haar wensen en/of behoeften. Ook met het merendeel van de inwoners van de gemeente Groningen gaat het doorgaans (zeer) goed. Zij doen op verschillende terreinen actief mee aan de samenleving en voelen zich overwegend gezond, gelukkig en veilig. Zo ervoer 80% van de inwoners (18 jaar en ouder) in 2020 een goede gezondheid en gaf 74% aan tevreden te zijn met het eigen leven.

Verschillende oorzaken kunnen ten grondslag liggen aan de belemmeringen van personen ten aanzien van de eigen redzaamheid, zoals de aanwezigheid van lichamelijke en/of geestelijke beperkingen, maar ook het hebben van een beperkt sociaal netwerk of het moeite hebben met het rondkomen van het eigen huishoudeninkomen. De huidige coronasituatie en de hieruit voortvloeiende maatregelen bemoeilijken dit voor veel mensen nog eens extra. In 2020 gaf bijvoorbeeld 37% van de inwoners (18 jaar en ouder) te kennen belemmeringen te ervaren als gevolg van gezondheidsproblemen en ervoer 9% echt financiële moeilijkheden. De gemeente behoort zelfs (nog steeds) tot één van de armste in het land wanneer gekeken wordt naar de huishoudinkomens van mensen en het aandeel minima onder hen is daarbij relatief hoog.

210528

4

INLEIDING

STAND VAN GRONINGEN Desondanks weet een deel van deze (potentieel) kwetsbare groepen zich op eigen kracht en/of met wat extra hulp vanuit de eigen omgeving nog prima te redden, een ander deel behoeft wél extra ondersteuning of zorg om beter mee te kunnen komen en een volwaardig leven te kunnen leiden. Zo kwam uit de eigen bevolkingsenquête onder meer naar voren dat 27% van de inwoners (18 jaar en ouder) in 2020 aangaf wel eens hulp te hebben ontvangen in de afgelopen 12 maanden vanwege gezondheidsproblemen of andere beperkingen, waarbij een deel ook daadwerkelijk was aangewezen tot het inschakelen van professionele hulp. Voor kwetsbare groepen zijn verschillende voorzieningen en/of regelingen in het leven geroepen om hen te kunnen voorzien van passende, adequate ondersteuning ter aanvulling daar waar nodig. Te denken valt aan onder meer doeluitkeringen ten aanzien van (financieel) levensonderhoud in het kader van de Participatiewet en maatwerk voorzieningen ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning en zorg in het kader de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet.

De hier eerder aangehaalde verschillen op het gebied van (het brede) welzijn laten zich ook vertalen in geografisch opzicht. Hoewel de verschillen tussen buurten, wijken en dorpen in de afgelopen twee decennia - mede als gevolg van gericht, succesvol wijkenbeleid - doorgaans wel kleiner zijn geworden, blijft er een bepaalde kloof aanwezig tussen gebieden onderling en zijn de achterstanden soms zelfs nog meer geconcentreerd geraakt. Een belangrijk deel van de meer kwetsbare gebieden binnen Groningen vormt een aaneengesloten cluster aan de noordkant van de stad. Dit noordelijke deel huisvest in totaal ca. 60.000 inwoners in acht buurten en wijken die zich laten kenmerken door enerzijds vooroorlogse stadwijken (tuindorpen) en direct naoorlogse uitbreidingswijken (stempelwijken). Daarnaast zijn buurten en wijken als Beijum en Lewenborg aan de oostkant van de stad en De Wijert aan de zuidkant van de stad gebieden die op meerdere terreinen een cumulatie van opgaven met zich meebrengen. Ook deze gebieden zijn onder de aandacht via de wijkvernieuwingsopgaven en het Nationaal Programma Groningen.

210528

5

TRANSFORMATIE

210528

6

INLEIDING TRANSFORMATIE

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten vanuit het licht van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna Wmo) verantwoordelijk voor de ondersteuning en begeleiding van inwoners die zich niet (volledig) op eigen kracht en/of op dat van hun eigen netwerk kunnen redden. Het gaat hier onder meer om onderdelen die voorheen vielen onder de oude AWBZ, maar ook bijvoorbeeld Beschermd Wonen valt hier onder. Daarnaast zijn taken in het kader van de jeugdhulp en passend onderwijs bij de gemeente komen te liggen. Daar waar het gaat om de aanwezigheid van arbeidsbeperkingen biedt de Participatiewet een aantal instrumenten. Het primaire doel van de Wmo is om gemeenten (juridisch) instrumentarium aan te bieden, waarmee zij passende ondersteuning kunnen aanbieden ten aanzien van inwoners met een beperkte redzaamheid. Eén van de uitgangspunten bij de decentrale uitvoering hiervan is dat gemeenten (beter) in staat zijn om dit dichtbij inwoners zelf en hun leefwereld te kunnen organiseren en hierbij meer situatie-specifiek en integraal te werk kunnen gaan.

In het verlengde hiervan zou de ondersteuning laagdrempelig en zo licht mogelijk ingestoken (moeten) kunnen worden, waarbij in eerste instantie ook gekeken wordt naar hetgeen iemand zelf kan en/of in hoeverre het eigen, lokale netwerk aanvullend hierin een rol kan spelen. De ondersteuning dient dan aansluitend hierbij te zijn in plaats van het vertrekpunt. Deze transformatiegedachte moet uiteindelijk leiden tot kwalitatief betere en effectievere ondersteuning, als ook een reductie van de zorgkosten als gevolg van een accentverschuiving van hoofdzakelijk individuele specialistische - naar meer preventieve, aanvullende en/of collectieve ondersteuning.

210528

7

INLEIDING TRANSFORMATIE

Een volledige (succesvolle) transformatie vergt aanpassingen van (lokale) overheden, instellingen en andere maatschappelijke partners als ook van inwoners zelf. Dergelijke ingrijpende veranderingen voltrekken niet van de één op de andere dag; volledige transformaties op dit soort niveaus gaan veelal niet over enkele jaren, maar soms zelfs over decennia. Het is dan ook lastig om de eerste daadwerkelijke effecten van de transitie in het sociaal domein scherp in beeld te brengen en toe te kunnen rekenen aan de gedane interventies in de afgelopen paar jaren. Een ander lastig punt hierbij is de breedte van het domein en de grondslagen waarop de geboden ondersteuning betrekking kan hebben. Zo kunnen er binnen de verschillende productgroepen verschillende trends waar te nemen zijn. Desondanks proberen we hier toch een schets te geven van de mate van gebruik van voorzieningen in het kader van de Wmo en de ontwikkeling hiervan in de afgelopen jaren. Ook gaan we onder andere kort in op de ervaren kwaliteit van de geboden ondersteuning en de mate van doelrealisatie ervan.

210528

8

I | SAMENLEVING EN BASISONDERSTEUNING UITSNEDE STAND VAN GRONINGEN

210528

9

RONDKOMEN ‘GRONINGEN IS EEN AANTREKKELIJKE GEMEENTE, ▪ WAAR EEN IEDER GELIJKWAARDIGE KANSEN EN MOGELIJKHEDEN MOET HEBBEN OP EEN GOEDE KWALITEIT VAN LEVEN; EN DAARTOE WILLEN WE DAT; ▪ NIEMAND ONDER HET (ECONOMISCH) BESTAANSMINIMUM HOEFT TE KOMEN; ▪ EEN IEDER ZO LANG MOGELIJK - NAAR EIGEN AARD EN VERMOGEN - ACTIEF KAN (BLIJVEN) DEELHEBBEN AAN HET MAATSCHAPPELIJKE VERKEER, OOK ALS GEZONDHEIDSBEPERKINGEN OF BELEMMERINGEN ANDERSZINS DIT BEMOEILIJKEN; WAARBIJ; ▪ HET HIER TEN AANZIEN VAN ‘MEEDOEN’ IN DE EERSTE PLAATS GAAT OM (BETAALDE) ARBEID GERELATEERDE PARTICIPATIE.’

210528

10

RONDKOMEN SOCIALE BINDING ▪ ▪

ARMOEDE EN MINIMA; ARBEIDSPARTICIPATIE.

210528

11

RONDKOMEN ARMOEDE EN MINIMA

In 2020 ervoer ongeveer 9% van de geënquêteerde volwassenen in de gemeente Groningen (veel) moeite met het rondkomen van het eigen huishoudinkomen. Ten opzichte van de voorgaande meting in 2018 is er op dit vlak geen zichtbare ontwikkeling te constateren, ook toen bedroeg dit gemeentelijk 9%. Hiermee is er een einde gekomen aan de (licht) positieve trend die enkele jaren zichtbaar was (gebaseerd op de peilingen in 2014 en 2016 die betrekking hadden op de oude gemeente Groningen). Inwoners met een inkomen onder of rond het sociaal minimum ervaren - in lijn met de verwachting - de meeste moeite met rondkomen. De verschillen tussen de buurten, wijken en dorpen binnen de gemeente zijn op dit vlak dan ook goeddeels volgend aan de verschillen in percentages minima huishoudens en (opgegeven inkomen). In De Hoogte, Selwerd en de Binnenstad ervoeren de meeste mensen moeite met rondkomen, gevolgd door de Indische Buurt, Paddepoel en Lewenborg. De verschillen tussen enerzijds deze buurten en wijken en anderzijds bijvoorbeeld de (zuidelijke) dorpen en nieuwere buitenwijken zijn doorgaans beduidend.

Ten aanzien van de toekomstverwachting over de eigen inkomenssituatie is eveneens een stabiel beeld te constateren, net als in 2018 verwachtte 38% van de volwassenen in 2020 dat deze de komende twee jaar gelijk blijft of vooruit zal gaan. In 2018 was overigens nog een ongunstige ontwikkeling waar te nemen ten opzichte van de voorgaande peiling in 2016 (gebaseerd op de resultaten betrekking hebbend op de oude gemeente Groningen). Ouderen zijn doorgaans het minst positief over de te verwachten inkomensontwikkeling, daarnaast zien we dat in de buurten, wijken en dorpen waar relatief veel huishoudens wonen met een gemiddeld genomen hoog inkomen ook op dit vlak minder positief scoren.

210528

12

RONDKOMEN ARMOEDE EN MINIMA

Moeite met rondkomen 2018

2020

50%

40%

30%

20%

15%

15%

17%

15% 12% 8%

10%

11%

9%

9%

9%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (veel) moeite te hebben met rondkomen van het eigen huishoudinkomen (ontwikkeling 2018-'20) * betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

13

RONDKOMEN ARMOEDE EN MINIMA

Minimahuishoudens 2017

2018

50%

40%

35,0% 30%

27,6%

33,3%

26,5% 23,1%

22,8%

23,3%

21,9%

20%

17,5%

17,0%

10%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Particuliere huishoudens behorend tot de doelpopulatie met een huishoudensinkomen tot 110% van het beleidsmatig minimum (exclusief studenten) (ontwikkeling 2017-'18) * betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: INTEGRALE INKOMENS- EN VERMOGENSSTATISTIEK / SSB (CBS; 2020)

210528

14

RONDKOMEN ARMOEDE EN MINIMA

Laag inkomen (zelf gerapporteerd) 2018

2020

100%

80%

60%

47%

44%

40% 40%

30%

30% 24% 19%

20%

23%

29% 23%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft een netto huishoudinkomen te hebben dat gerekend kan worden tot een inkomenssituatie van onder of rond het sociaal minimum (inclusief studenten) (ontwikkeling 2018-'20) * betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

15

GEZONDHEID ‘GRONINGEN IS EEN AANTREKKELIJKE GEMEENTE, ▪ WAAR EEN IEDER GELIJKWAARDIGE KANSEN EN MOGELIJKHEDEN MOET HEBBEN OP EEN GOEDE KWALITEIT VAN LEVEN; EN DAARTOE WILLEN WE DAT; ▪ EEN IEDER EEN GEZONDE LEVENSLOOP KAN DOORMAKEN EN DE KANSEN OP ONDERLINGE GEZONDHEIDSVERSCHILLEN BEPERKT BLIJVEN; ▪ EEN IEDER (ZO LANG MOGELIJK) VOLDOENDE REDZAAM KAN ZIJN OM IN DE EIGEN PRIMAIRE LEVENSBEHOEFTEN (ADL) TE VOORZIEN EN DE UITDAGINGEN DIE HET LEVEN BIEDT HET HOOFD TE KUNNEN BIEDEN; WAARBIJ; ▪ GEZONDHEID HIER WORDT BEZIEN IN BREDE ZIN EN DAARMEE MEER IS DAN ALLEEN DE AFWEZIGHEID VAN LICHAMELIJKE, MENTALE OF SOCIALE BEPERKINGEN.’

210528

16

GEZONDHEID SOCIALE BINDING ▪ ▪ ▪

LICHAMELIJK - EN PSYCHOSOCIAAL FUNCTIONEREN; LEEF- EN GEZONDHEIDSPATRONEN; EIGEN KRACHT, WEERBAARHEID EN ZELFREGIE.

210528

17

GEZONDHEID

LICHAMELIJK - EN PSYCHOSOCIAAL FUNCTIONEREN In 2020 gaf 74% van de volwassen inwoners van de gemeente Groningen aan (zeer) tevreden te zijn over het leven dat men op dat moment leidde. Daarmee is de tevredenheid over het eigen leven ten opzichte van eerdere jaren iets gedaald, in 2018 bedroeg dit nog 78%. De resultaten van voorgaande peilingen lieten door de tijd een nagenoeg stabiel beeld zien, het is dan ook aannemelijk dat de invloed van corona op het leven van mensen, en de daarmee gepaarde maatregelen, de belangrijkste verklarende factor is voor deze ongunstige ontwikkeling.

De noordoostelijke oude stadwijken (De Hoogte, Indische Buurt en Oosterparkwijk) en de noordwestelijke en noordoostelijke naoorlogse uitbreidingswijken (Selwerd, Vinkhuizen en Beijum) scoren daarentegen beduidend lager. Met een daling van 13% is de ontwikkeling in Selwerd op dit vlak het meest ongunstig van de gehele gemeente.

In de ‘nieuwere’ buitenwijken in oost en west (De Hunze, Meerstad en Gravenburg) als ook in de zuidelijke wijken en dorpskernen (De Wijert-Zuid en Haren) stemt het eigen leven doorgaans het meest tot tevredenheid (allen rond de 80% of hoger). Wel zien we in veel van deze gebieden een duidelijke negatieve ontwikkeling, hetzelfde geldt voor de binnenstad en de hier omliggende studentenwijken.

210528

18

GEZONDHEID

LICHAMELIJK - EN PSYCHOSOCIAAL FUNCTIONEREN Tevredenheid eigen leven 2018

2020

100%

80%

79% 66%

71%

69%

69%

74%

73%

78%

74%

62%

60%

40%

20%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de kwaliteit van het eigen leven (ontwikkeling 2018-'20) * vanaf 2018 betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

19

GEZONDHEID

LICHAMELIJK - EN PSYCHOSOCIAAL FUNCTIONEREN Ervaren gezondheid 2018

2020

100%

87%

89%

87% 77%

80%

89%

87% 77%

73%

70%

80%

60%

40%

20%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft een (zeer) goede gezondheid te ervaren (ontwikkeling 2018-'20) * vanaf 2018 betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

20

GEZONDHEID

EIGEN KRACHT, WEERBAARHEID EN ZELFREGIE Ervaren gezondheidsbelemmeringen 2018

2020

100%

80%

60%

47% 40%

43%

46%

43%

36%

36%

43% 36%

34%

37%

20%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft zich (sterk) belemmerd te voelen door [...] gezondheidsproblemen bij dagelijkse bezigheden [...] (ontwikkeling 2018-'20) * betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

21

MEEDOEN ‘GRONINGEN IS EEN AANTREKKELIJKE GEMEENTE, ▪ WAAR EEN IEDER GELIJKWAARDIGE KANSEN EN MOGELIJKHEDEN MOET HEBBEN OP EEN GOEDE KWALITEIT VAN LEVEN; EN DAARTOE WILLEN WE DAT; ▪ EEN IEDER OP EEN VOLWAARDIGE WIJZE DEEL KAN UITMAKEN VAN DE SAMENLEVING EN NIEMAND IN EEN (SOCIAAL) ISOLEMENT HOEFT TE RAKEN; ▪ EEN IEDER ZO LANG MOGELIJK - NAAR EIGEN AARD EN VERMOGEN - ACTIEF KAN BLIJVEN DEELHEBBEN AAN HET MAATSCHAPPELIJKE VERKEER, OOK ALS GEZONDHEIDSBEPERKINGEN OF BELEMMERINGEN ANDERSZINS DIT BEMOEILIJKEN; WAARBIJ; ▪ HET HIER TEN AANZIEN VAN ‘MEEDOEN’ IN DE EERSTE PLAATS GAAT OM (INFORMELE) PARTICIPATIEVORMEN NA EN NAAST (BETAALDE EN ONBETAALDE) ARBEID- EN/OF ONDERWIJS GERELATEERDE PARTICIPATIE, ZOALS DEELNEMEN AAN HET VERENIGINGSLEVEN EN DOEN VAN CULTURELE ACTIVITEITEN.’

210528

22

MEEDOEN

SOCIALE BINDING ▪ ▪

SOCIALE NETWERKEN; SOCIAALCULTURELE PARTICIPATIE.

210528

23

MEEDOEN

SOCIALE NETWERKEN Hoewel een meerderheid van de volwassen inwoners in 2020 (zeer) tevreden was over de mate waarin zij (in algemene zin) deelnamen aan de samenleving (61%), valt ten opzichte van het voorgaande peilmoment in 2018 een ongunstige ontwikkeling te constateren (68%). Nagenoeg alle buurten, wijken en dorpen laten overigens deze negatieve trend zien. Ook hier lijkt de invloed van corona duidelijk zichtbaar te worden in de resultaten, wel viel ook in 2018 al een (marginale) achteruit te bespeuren ten opzichte van het voorgaande peilmoment in 2016.

We zien ten opzichte van eerdere jaren de meest negatieve ontwikkelingen terug in de studentenwijken, de noordwestelijke (direct) naoorlogse wijken, Beijum en de dorpen. Met een daling van maar liefst 19% komt Hoogkerk als gebied qua ontwikkeling het meest ongunstig naar voren.

In de (nieuwe) gezinswijken en dorpen is de tevredenheid op dit vlak doorgaans wat hoger dan gemiddeld, in de ‘typische’ studentenwijken en met name ook de gebieden waar relatief veel lagere inkomensgroepen wonen is dit wat lager. Bij huishoudens met een minimum inkomen of net daarboven heeft de inkomenssituatie een duidelijk negatieve invloed op verschillende aspecten van het eigen leven, zo ook op de mate waarin zij (kunnen) participeren in de samenleving. Er is bij deze indicator dan ook een duidelijke relatie zichtbaar met de arbeids- en inkomenssituatie van mensen. 210528

24

MEEDOEN

SOCIALE NETWERKEN Meedoen aan samenleving 2018

2020

100%

80%

70%

66% 60% 60%

69%

59%

68% 61%

57%

53%

61%

40%

20%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de manier waarop diegene meedoet in de (Groningse) samenleving (ontwikkeling 2018-'20) * betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

25

VOORZIENINGEN

210528

26

VOORZIENINGEN SOCIALE BINDING Thema’s: ▪ Maatschappelijke voorzieningen; ▪ Sociaal-culturele voorzieningen.

210528

27

VOORZIENINGEN

MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN We vinden het van belang dat ondersteunende voorzieningen dichtbij de eigen leefwereld van mensen worden georganiseerd. Dit betekent niet alleen dat de sociale infrastructuur als zodanig zich in fysieke zin uitstrekt tot in of nabij de eigen woonomgeving van mensen, maar dat deze vooral ook door een ieder als ‘nabij’ wordt ervaren. Dit houdt onder meer in dat we willen dat dergelijke voorzieningen laagdrempelig en toegankelijk van aard zijn. Daarnaast vinden we het van belang dat deze passend zijn bij het karakter van het gebied en zo goed mogelijk aansluiting zoeken bij (overige) aanwezige structuren. Wanneer we kijken naar de waardering van inwoners over de aanwezigheid of nabijheid van verschillende maatschappelijke en/of sociaal-culturele voorzieningen, dan valt te constateren dat gemeente breed men hierover doorgaans positief gestemd is. Zo gaf 68% van de inwoners (18 jaar en ouder) in 2020 aan (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van instanties voor maatschappelijke ondersteuning, zoals WIJ Groningen, e.d., in of nabij de eigen woonbuurt. Daarmee is de tevredenheid op dit vlak iets toegenomen ten opzichte van 2018 (64%).

Ten aanzien van de tevredenheid over de aanwezigheid van instanties voor (medische) zorg, zoals huisartsen, e.d., is men nog wat positiever; 85% van de inwoners is hierover (zeer) tevreden. In vergelijking met het voorgaande peilmoment in 2018 valt een lichte achteruitgang te bespeuren. De invloed van de coronacrisis en de hieruit voortvloeiende beperkende maatregelen hebben vermoedelijk een zekere factor gespeeld in de opvattingen hierover. Hoewel de tevredenheid overwegend hoog te noemen is, zijn er wel degelijk duidelijke verschillen te ontdekken in de mate van waardering tussen de verschillende buurten, wijken en dorpen. Enerzijds heeft dit rechtstreeks te maken met het niveau van de (aanwezige) infrastructuur, anderzijds heeft dit ook te maken met de (geografische) oriëntatie van mensen en de behoeften die zij hebben als het gaat om (basale) voorzieningen.

210528

28

VOORZIENINGEN

MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Het voorzieningenniveau in en rond het centrum is vanuit meerdere invalshoeken hoog te noemen, dit is dan ook veelal terug te zien in de scores van de buurten in de binnenstad en de schilwijken daaromheen. Ook in de naoorlogse uitbreidingswijken uit de jaren ’50 en ’60 is het voorzieningenniveau doorgaans hoog, dit is ook te danken aan de stedenbouwkundige opzet van deze gebieden destijds. Eenzelfde beeld zien we in de twee naoorlogse (bloemkool-) wijken uit de jaren ’70 en ’80: Beijumen Lewenborg. Ook deze wijken zijn opgezet als ‘complete’ wijken en hebben een doorgaans goed gewaardeerde voorzieningsgraad. In de nieuwere buurten en wijken aan de rand van de stad, als ook in de dorpse kernen, is de tevredenheid overwegend wat lager.

en de hierbinnen dominante aanwezigheid van bepaalde doelgroepen, zoals kinderen, ouderen of kwetsbare huishoudens met bepaalde ondersteuningsbehoeften. De locatiekeuzes voor de fysieke entrees van WIJ Groningen zijn hier een voorbeeld van. Juist in die wijken waar de redzaamheid en kwaliteit van leven van mensen doorgaans wat lager scoren, is het ondersteunende voorzieningenniveau hoog.

Buiten de oorspronkelijke stedenbouwkundige opvattingen die (deels) ten grondslag lagen aan de wijze van de ontwikkeling van de stad -en daarmee ook aan de stevigheid van de sociale infrastructuur op plekken -, zijn bepaalde (maatschappelijke) voorzieningen ook om andere, bewuste redenen meer geconcentreerd gesitueerd in bepaalde gebieden. Dit heeft veelal te maken gehad met de samenstelling van de populatie in gebieden 210528

29

VOORZIENINGEN

MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Instellingen maatschappelijke ondersteuning 2018

2020

100%

80%

76%

80%

78%

76%

71%

68%

66%

64%

64%

68%

60%

40%

20%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van instanties voor informatie, advies en/of ondersteuning, zoals [...], in of nabij de eigen buurt (ontwikkeling 2018'20) * betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

30

VOORZIENINGEN

MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN Instellingen medische zorg 2018 100%

2020

93%

89%

89%

93%

90%

83% 80%

75%

87%

85%

71%

60%

40%

20%

0%

Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de aanwezigheid van instanties voor medische zorg, zoals huis- en tandarts, apotheek, fysiotherapie, [...] (ontwikkeling 2018-'20) * betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

31

SAMEN LEVEN ‘GRONINGEN IS EEN AANTREKKELIJKE GEMEENTE, ▪ WAAR DE KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING OP POSITIEVE WIJZE BIJDRAAGT AAN HET WELBEVINDEN VAN INWONERS; EN DAARTOE WILLEN WE DAT; ▪ BUURTEN, WIJKEN EN DORPEN EEN PRETTIG LEEFKLIMAAT HEBBEN, WAARIN MENSEN ELKAAR KENNEN, ZICH OPGENOMEN EN GEACCEPTEERD VOELEN, EN PRETTIG MET ELKAAR OMGAAN; ▪ BUURTEN, WIJKEN EN DORPEN EEN ROBUUSTE, EVENWICHTIGE SOCIALE STRUCTUUR KENNEN, VAN WAARUIT MENSEN MAATSCHAPPELIJK ACTIEF KUNNEN ZIJN EN HIERBIJ IETS VOOR ELKAAR KUNNEN EN WILLEN BETEKENEN.’

210528

32

SAMEN LEVEN SOCIALE BINDING ▪ ▪ ▪

SOCIALE BINDING EN - COHESIE; OMGANG, ACCEPTATIE EN INTEGRATIE; MAATSCHAPPELIJK ACTIEF EN - BETROKKEN.

210528

33

SAMEN LEVEN

SOCIALE BINDING EN - COHESIE Een overgrote meerderheid van de inwoners van de gemeente Groningen is zeer tevreden over de eigen buurt. Sinds de aanvang van deze metingen in 1996 over de mate waarin men de eigen buurt als ‘prettig ervaart’ zijn de resultaten telkens boven de 90% gebleven. Ook in 2020 waren inwoners overwegend (zeer) positief over de eigen buurt (90%), hoewel dit ten opzichte van eerdere jaren wel iets is teruggelopen (93% in 2018). Deze (beperkt) ongunstige ontwikkeling zien we in de meeste gebieden terug, wel vallen er verschillen te constateren in de mate ervan. Deze ‘brede’ tevredenheidsindicator geeft een goede indruk van de algehele leefbaarheid van buurten, wijken en dorpen en de onderlinge verschillen op dit vlak. Zo zien we dat de gebieden die wat achterblijven op thema’s als beheer en onderhoud, sociale omgang en betrokkenheid als ook overlast en veiligheid ook op deze indicator zelf doorgaans wat ongunstiger scoren.

De grootste dissonant is De Hoogte, hier ervoer ‘slechts’ 70% van de volwassenen in 2020 de eigen buurt als prettig (in 2018 was dit 73%). Ook in de noordwestelijke stadswijken (Selwerd, Paddepoel en Vinkhuizen) is de mate van tevredenheid op dit vlak beduidend lager. Een opvallende uitschieter qua ontwikkeling betreft Beijum. De afgelopen jaren liet deze wijk een positieve lijn zien, in de laatste peiling valt echter een forse daling van 10% op te tekenen. Ook in de oostelijke dorpen, Hoogkerk en de naoorlogse wijken als Selwerd en De Wijert zijn op dit vlak bovengemiddeld ongunstige trends te signaleren.

210528

34

SAMEN LEVEN

SOCIALE BINDING EN - COHESIE Prettige buurt Selwerd

De Hoogte

Beijum

De Wijert

Gemeente Groningen (*)

94%

93%

100% 94%

95%

95%

94%

93%

94%

93% 90%

90%

80%

70%

60%

50%

2002

2004

2006

2008

2010

2012

2014

2016

2018

2020

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft in een prettige buurt te wonen (ontwikkeling 2002-'20) * vanaf 2018 betrekking op nieuwe gemeentelijke indeling en sprake van methodische trendbreuk

BRON: BEVOLKINGSENQUÊTE BASISMONITOR 2020 (OIS GRONINGEN; 2021)

210528

35

II | AANVULLENDE ONDERSTEUNING

210528

38

BEKENDHEID WIJ-GRONINGEN

210528

39

AANVULLENDE ONDERSTEUNING BEKENDHEID WIJ-GRONINGEN

Sinds de invoering van het gedecentraliseerde takenpakket is er een hoop gebeurd in de wijze waarop de sociale infrastructuur in de gemeente is ingericht en de wijze waarop vanuit deze de ondersteuning is georganiseerd en wordt uitgevoerd. Stichting WIJ-Groningen heeft in de infrastructuur een centrale positie gekregen, waarbij het één van haar belangrijkste taken is om de ‘toegang’ naar passende ondersteuning voor inwoners met een informatie- en/of hulpvraag laagdrempelig en adequaat te organiseren. WIJ-Groningen en de hieronder vallende WIJ-teams zijn nu enkele jaren operationeel en inmiddels is het merendeel van de inwoners ermee bekend. Zo had 79% van de inwoners (18 jaar en ouder) in 2020 gehoord van WIJGroningen, waar dit in 2016 nog 55% bedroeg. Ook de bekendheid met de dienstverlening zelf is vergroot; in 2020 was van de groep inwoners die wel eens van WIJ-Groningen heeft gehoord 64% redelijk tot goed bekend met de dienstverlening die WIJ-Groningen biedt. De percentages hier omtrent zijn in de afgelopen jaren (op het laatste jaar na) steeds gestaag toegenomen wanneer we dit doortrekken naar de gehele populatie.

210528

40

AANVULLENDE ONDERSTEUNING BEKENDHEID WIJ-GRONINGEN

Bekendheid WIJ-Groningen op totale populatie 18+ 100%

75%

80%

78%

79%

2019

2020

68%

60%

55%

40%

20%

0%

2016

2017

2018

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (wel eens) gehoord te hebben van stichting WIJ-Groningen en/of de WIJ-teams (% ja) (ontwikkeling 2016-'20)

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

41

AANVULLENDE ONDERSTEUNING BEKENDHEID WIJ-GRONINGEN

Bekendheid WIJ-Groningen 2019 100%

88% 80%

78% 79%

88% 83%

2020 91%

84% 78% 76%

73% 75%

79%

91% 89%

88%

81% 81%

81% 79%

76%

84%

87%

82%

80%

77% 61%

60%

55%

59%

40%

20%

0%

gemeente Groningen

WIJ-Schilderswijk WIJ-Korrewegwijk

WIJ-OPW

WIJ-Rivierenbuurt

WIJ-De Wijert

WIJ-Corpus den Hoorn

WIJ-Hoogkerk

WIJ-Vinkhuizen

WIJ-SPT

WIJ-Beijum

WIJ-Lewenborg

WIJ-Ten Boer

WIJ-Haren

% Inwoners (18 jaar e.o.) dat aangeeft (wel eens) gehoord te hebben van stichting WIJ-Groningen en/of de WIJ-teams, naar WIJ-gebieden (% ja) (ontwikkeling 2019-'20)

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

42

AANVULLENDE ONDERSTEUNING BEKENDHEID WIJ-GRONINGEN

Bekendheid dienstverlening WIJ-Groningen op deel 'gehoord van WIJ'

op totale populatie 18+

100%

80%

60% 48%

51%

51%

2019

2020

41% 40%

33%

20%

0%

2016

2017

2018

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft (redelijk) goed bekend te zijn met de dienstverleningsvormen van stichting WIJ-Groningen en/of de WIJ-teams (% ja) (ontwikkeling 2016-'20) * o.b.v. aandeel dat gehoord heeft van WIJ-Groningen en tot. pop. 18+

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

43

AANVULLENDE ONDERSTEUNING BEKENDHEID WIJ-GRONINGEN

Bekendheid dienstverlening WIJ-Groningen 2019

2020

100%

80%

75% 66% 64%

67% 65%

65% 65%

60%

59% 61%

65% 67%

61%

65%

64% 64%

68% 66%

67% 65%

WIJ-Hoogkerk

WIJ-Vinkhuizen

73%

62% 63%

65%

66%

WIJ-SPT

WIJ-Beijum

WIJ-Lewenborg

62% 60%

40%

20%

0%

gemeente Groningen

WIJ-Schilderswijk WIJ-Korrewegwijk

WIJ-OPW

WIJ-Rivierenbuurt

WIJ-De Wijert

WIJ-Corpus den Hoorn

WIJ-Ten Boer

WIJ-Haren

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft (redelijk) goed bekend te zijn met de dienstverleningsvormen van stichting WIJ-Groningen, naar WIJ-gebieden (% ja) (ontwikkeling 2019-'20) * o.b.v. het aandeel dat (wel eens) gehoord heeft van WIJ-Groningen

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

44

CONTACT EN GEBODEN DIENSTVERLENING

210528

45

AANVULLENDE ONDERSTEUNING CONTACT EN GEBODEN DIENSTVERLENING

In toenemende mate kan worden geconstateerd dat WIJ-Groningen als naam Het bieden van informatie vanwege een hulpvraag (35%) of het doen van de en organisatie een bekend begrip is geworden onder een groot deel van de toeleiding richting een maatwerk voorziening (25%) kwamen hierbij als inwoners van onze gemeente, ook onder hen die niet of nauwelijks meest genoemd naar voren. hulpbehoevend zijn. Het daadwerkelijke bereik van de WIJ-teams is in de afgelopen jaren eveneens vergroot. In absolute zin is een aantal jaren sprake geweest van een toename van inwoners die op één of andere wijze contact met WIJ-Groningen heeft gehad. Het afgelopen jaar is dit iets teruggelopen, waarbij de invloed van de coronacrisis een voorname en voordehand liggende oorzaak is. De aard en intensiteit van het contact is overigens uiteenlopend. Het betreft hier zowel contact voortvloeiend uit hulpvragen of juist (hulp-) initiatieven vanuit inwoners, als ook contact als gevolg van het ‘outreachend werken’ van WIJ-Groningen zelf en de actieve verbindingen die hierbij worden gelegd met andere netwerken in de wijk. Wel heeft bij de hiervoor geënquêteerde personen een overgrote meerderheid (ca. 89%) het contact met Wij-Groningen geleid tot een vorm van ondersteuning c.q. dienstverlening. 210528

46

AANVULLENDE ONDERSTEUNING CONTACT EN GEBODEN DIENSTVERLENING

Contact WIJ-Groningen op deel 'bekend met dienstverlening'

op totale populatie 18+

100%

80%

60%

40%

20%

14%

17%

20%

21%

19%

2018

2019

2020

0%

2016

2017

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft in de afgelopen 12 maanden (wel eens) contact te hebben gehad met stichting WIJ-Groningen (% ja) (ontwikkeling 2016-'20) * o.b.v. aandeel dat bekend is met dienstverlening en tot. pop. 18+

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

47

AANVULLENDE ONDERSTEUNING CONTACT EN GEBODEN DIENSTVERLENING

Geholpen door WIJ-Groningen op deel 'contact met WIJ-Groningen'

op totale populatie 18+

100%

80%

60%

40%

20%

14%

17%

17%

16%

2018

2019

2020

0%

2017

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft in de afgelopen 12 maanden (wel eens) geholpen te zijn door stichting WIJ-Groningen en/of de WIJ-teams (% ja) (ontwikkeling 2017-'20) * o.b.v. aandeel dat contact heeft gehad en tot. pop. 18+

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

48

AANVULLENDE ONDERSTEUNING CONTACT EN GEBODEN DIENSTVERLENING

Soort hulp WIJ-Groningen 2019

2020

100%

80%

60%

40%

37%

35%

25% 20%

10% 5%

5%

9%

8%

12%

29% 24%

16%

14%

11%

0%

informatievoorziening

stimuleren intiatief

verwijzing voorliggend

kortdurende ondersteuning

toeleiding maatwerk

anders

niet geholpen

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft in de afgelopen 12 maanden (wel/niet/anders) geholpen te zijn door stichting WIJ-Groningen en/of de WIJ-teams, naar type (ontwikkeling 2019-'20) * o.b.v. aandeel dat contact heeft gehad

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

49

AANVULLENDE ONDERSTEUNING CONTACT EN GEBODEN DIENSTVERLENING

Soort hulp WIJ-Groningen informatievoorziening

toeleiding maatwerk

25%

20%

15%

10%

7%

7%

6% 5%

6%

5%

4%

3%

3%

0%

2017

2018

2019

2020

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft in de afgelopen 12 maanden (wel/niet/anders) geholpen te zijn door stichting WIJ-Groningen en/of de WIJ-teams, naar type (ontwikkeling 2017-'20) * o.b.v. tot. pop. 18+

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

50

TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING

210528

51

AANVULLENDE ONDERSTEUNING TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING Naast een informatie- en ondersteuningsstructuur dat laagdrempelig is georganiseerd en goed aansluit op de leefwereld van onze inwoners, vinden we het uiteraard van belang dat bij eventuele hulpvragen van inwoners en/of indien er bij deze of gene sprake is van een zekere beperking in de redzaamheid passende en kwalitatief goede ondersteuning kan worden geboden. Daarbij willen we dat inwoners in de eerste plaats zelf de regie kunnen voeren over de wijze waarop deze ondersteuning tot uitdrukking moet komen en dat deze - waar mogelijk - (ten dele) vanuit het eigen netwerk of een lichtere, algemene voorziening georganiseerd kan worden. Uit het Omnibusonderzoek over WIJ-Groningen van OIS Groningen komt naar voren dat in 2020 ca. 69% van de personen dat op enigerwijze is geholpen door een team van WIJ-Groningen deze ondersteuning (volledig) passend vond bij de hulpvraag waarvan sprake was. De waardering over de ‘passendheid’ van de geboden ondersteuning is daarmee ten opzichte van de eerdere jaren nagenoeg stabiel gebleven.

Overigens wordt er wel uiteenlopend gerespondeerd ten aanzien van de verschillende in het onderzoek onderscheiden vormen van dienstverlening. Ook is een relatief groot deel van de ondervraagden (ca. 25%) neutraal in de eigen opvatting, minder als 6% ervaart de geboden ondersteuning daadwerkelijk als niet-passend. Het percentage personen dat de ondersteuning naar aanleiding van een hulpvraag als goed heeft ervaren is 63%. In vergelijking met voorgaande jaren is ook ten aanzien van dit item een behoorlijk stabiel beeld te zien. Ook hier is sprake van een relatief grote groep die een neutraal standpunt over heeft aangenomen, ca. 28% van hen vond de ondersteuning niet uitgesproken goed of slecht. Het in relatief veel gevallen meer ‘vluchtige’ karakter van het contact en de (beperkte) ‘zwaarte’ van de hierbij geboden ondersteuning zou hierbij een rol kunnen spelen.

210528

52

AANVULLENDE ONDERSTEUNING TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING Ca. 9% van de ondervraagden was daadwerkelijk ontevreden over de kwaliteit van de geboden ondersteuning, hetgeen redelijk in de pas loopt met de scores die uit het WMO Cliënttevredenheidsonderzoek naar voren kwamen. De tevredenheid onder deze meer specifieke groep is weliswaar hoger, het deel dat neutraal staat tegenover de geboden kwaliteit is echter weer een stuk kleiner (men is daar wat meer uitgesproken).

210528

53

AANVULLENDE ONDERSTEUNING TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING

Weten waar te moeten zijn bij hulpvraag op deel 'hulp door WIJ-Groningen' 100%

90%

80% 71%

70%

71%

71%

2017

2018

2019

2020

70%

60%

50%

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft te hebben geweten waar diegene moest zijn met de eigen hulpvraag (% ja, eens) (ontwikkeling 2017-'20) * o.b.v. aandeel dat hulp heeft gehad

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

54

AANVULLENDE ONDERSTEUNING TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING

Makkelijk binnen te lopen bij hulpvraag op deel 'hulp door WIJ-Groningen' 100%

90%

80% 72%

73%

71%

70%

69%

60%

50%

2017

2018

2019

2020

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft het gemakkelijk te hebben gevonden om bij WIJ-Groningen naar binnen te lopen met de eigen hulpvraag (% ja, eens) (ontwikkeling 2017-'20) * o.b.v. aandeel dat hulp heeft gehad van stichting WIJ-Groningen

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

55

AANVULLENDE ONDERSTEUNING TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING

Ondersteuning passend bij hulpvraag op deel 'hulp door WIJ-Groningen' 100%

80% 68%

68%

68%

69%

2017

2018

2019

2020

60%

40%

20%

0%

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft de geboden ondersteuning passend te hebben gevonden bij de eigen hulpvraag (% ja, eens) (ontwikkeling 2017-'20) * o.b.v. aandeel dat hulp heeft gehad van stichting WIJ-Groningen

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

56

AANVULLENDE ONDERSTEUNING TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING

Kwaliteit ondersteuning bij hulpvraag op deel 'hulp door WIJ-Groningen' 100%

80% 64%

64%

62%

63%

2017

2018

2019

2020

60%

40%

20%

0%

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft de geboden ondersteuning kwalitatief goed te hebben gevonden (% ja, eens) (ontwikkeling 2017-'20) * o.b.v. aandeel dat hulp heeft gehad van stichting WIJGroningen

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

57

AANVULLENDE ONDERSTEUNING TOEGANKELIJKHEID EN KWALITEIT DIENSTVERLENING

Stellingen dienstverlening WIJ-Groningen WIJ-Groningen eens

kwaliteit ondersteuning goed

neutraal

oneens

63%

28%

ondersteuning passend

69%

makkelijk binnen te lopen

69%

weten waar te moeten zijn

25%

71%

0%

20%

40%

60%

9%

6%

20%

12%

17%

12%

80%

100%

% Inwoners (18 jaar e.o.) * dat aangeeft het (helemaal) [eens, oneens] te zijn met of neutraal te zijn over de volgende 4 stellingen (2020) * o.b.v. aandeel dat hulp heeft gehad van stichting WIJGroningen

BRON: OMNIBUSONDERZOEK (OIS GRONINGEN; 2021) DATA EXTRACTIE: 15.03.2021

210528

58

III | SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING

210528

59

GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

210528

60

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

In 2020 hadden in totaal 16.939 unieke personen op een zeker moment gedurende dat jaar een (lopende) indicatie voor één of meerdere maatwerk voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna WMO). Het overgrote deel van deze mensen was in 2020 (op minstens een bepaald moment) ook daadwerkelijk woonachtig in de (nieuwe) gemeente Groningen (15.748). Dit komt neer op ca. 68 personen met een WMO voorziening op de 1.000 inwoners betrekking hebbend op de gemeente zelf. In nagenoeg alle situaties gaat het bij de personen die buiten de gemeente woonachtig zijn om mensen met een voorziening WMO Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang, ten aanzien van deze voorzieningen fungeert de gemeente Groningen als ‘centrum gemeente’.

Veranderingen ten aanzien van productgroepen (zoals het geval is geweest bij WMO Huishoudelijke Hulp of Begeleiding) of de geografische eenheden waarbinnen deze betrekking op hebben (zoals gemeentelijke of regionale verantwoordelijkheden) bemoeilijken het goed kunnen vergelijken van de ‘overall’ volumes door de tijd en het destilleren van een trend hieruit.

Kijken we naar de aantallen van 2019 ten opzichte van 2018 dan valt een duidelijke stijging te constateren van het aantal (unieke) personen met een voorziening op een zeker moment (dit gold ook voor het totaal aantal voorzieningen dat zij gezamenlijk hebben gehad). Hierbij dient echter wel de gemeentelijke herindeling in 2019 in rekenschap te worden genomen; de nieuwe gemeente Groningen telde op 1 januari 2019 met de samenvoeging van de gemeenten Groningen (oud), Ten Boer en Haren een kleine 30.000 inwoners meer dan de oude gemeente op 1 januari 2018. In 2020 is een beperkte daling zichtbaar voor wat betreft het aantal personen met een voorziening (dit gold niet voor het totaal aantal voorzieningen zelf). Deze daling is toe te schrijven aan een volumedaling binnen WMO OUD, het aantal personen met een WMO ‘zachte’ voorziening is wel in absolute zin toegenomen. Indien we de ontwikkeling van de volumes over de jaren 2018 tot en met 2020 afzetten tegen de ontwikkeling van de totale populatie volwassenen binnen de gemeente Groningen, dan zien we dat het relatieve gebruik nagenoeg stabiel is (en bij WMO Oud zelfs licht dalende is). 210528

61

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

Gebruik WMO voorzieningen 2018

2019

2020

25.000

20.000

17113

16939

15631 15.000

9861

10.000

11003

11220 9473

10187

9855

5.000

0

WMO eindtotaal

WMO ('zacht') totaal

WMO OUD ('hard') totaal

Aantal personen met (tenminste) één (lopende) geïndiceerde WMO voorziening (over heel jaar), per hoofdgroep (2018-'20) - NB. 2018 betrekking op oude gemeentelijke indeling (incl. TB), 2019 en 2020 op nieuwe (m.u.v. BW - telkens regio)

BRON: SUITE (M&I; 2021) DATA EXTRACTIE: 16.04.2021

210528

62

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

Gebruik WMO voorzieningen 2018

2019

2020

10%

8%

7,9%

7,8%

7,7%

6%

4,9%

5,0%

5,1%

5,1%

4,9%

4,7%

4%

2%

0%

WMO eindtotaal

WMO ('zacht') totaal

WMO OUD ('hard') totaal

% Volwassen personen met (tenminste) één (lopende) geïndiceerde WMO voorziening (over heel jaar), per hoofdgroep (2018-'20) - NB. betrekking op oude gemeentelijke indeling (excl. TB en Haren)

BRON: SUITE (M&I; 2021) DATA EXTRACTIE: 16.04.2021

210528

63

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

Gebruik WMO ‘zachte’ voorzieningen 2018

2019

2020

12.500

11003 10.000

11220

9861

7.500

5616

6074

4876

5.000

3688

4059

3672

2.500

1772

2003

2158

673

663

467

0

WMO ('zacht') totaal

Huishoudelijke Hulp (i)

Begeleiding (incl. GON) (ii)

Beschermd Wonen

Maatschappelijke Opvang

Aantal personen met (tenminste) één (lopende) geïndiceerde WMO 'zachte' voorziening (over heel jaar), per groep 'subniveau 1' (2018-'20) * NB. 2018 betrekking op oude gemeentelijke indeling (incl. TB), 2019 en 2020 op nieuwe (m.u.v. BW - telkens regio)

BRON: SUITE (M&I; 2021) DATA EXTRACTIE: 16.04.2021

210528

65

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

Gebruik WMO ‘zachte’ voorzieningen 2018

2019

2,0%

2,1%

2020

10%

8%

6%

4,9%

5,0%

5,1%

4%

2,7%

2,8%

3,0%

2%

1,9% 0,5%

0,6%

0,6%

0,2%

0,2%

0,2%

0%

WMO ('zacht') totaal

Huishoudelijke Hulp (i)

Begeleiding (incl. GON) (ii)

Beschermd Wonen

Maatschappelijke Opvang

% Volwassen personen met (tenminste) één (lopende) geïndiceerde WMO 'zachte' voorzieningen (over heel jaar), per groep 'subniveau 1' (2018-'20) - NB. betrekking op oude gemeentelijke indeling (excl. TB en Haren)

BRON: SUITE (M&I; 2021) DATA EXTRACTIE: 16.04.2021

210528

66

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

Gebruik WMO OUD ‘harde’ voorzieningen 2018

2019

2020

12.500

10187 10.000

9473

9855 8265

8840

8496

7.500

5.000

2694 2.500

1518

1659

1579

1614

1836

2686

2565

1842

0

WMO OUD ('hard') totaal

Rolstoelen

Individueel Vervoer

Collectief Vervoer (iii)

Woonvoorzieningen

Aantal personen met (tenminste) één (lopende) geïndiceerde WMO OUD 'harde' voorziening (over heel jaar), per productgroep 'subniveau 1' (2018-'20) * NB. 2018 betrekking op oude gemeentelijke indeling (incl. TB), 2019 en 2020 op nieuwe

BRON: SUITE (M&I; 2021) DATA EXTRACTIE: 16.04.2021

210528

68

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING GEBRUIK WMO VOORZIENINGEN

Gebruik WMO OUD ‘harde’ voorzieningen 2018

2019

2020

10%

8%

6%

5,1%

4,9%

4,7%

4,5%

4,3%

4,2%

4%

2%

1,5% 0,8%

0,8%

0,7%

0,8%

0,9%

1,4%

0,9%

1,3%

0%

WMO OUD ('hard') totaal

Rolstoelen

Individueel Vervoer

Collectief Vervoer (iii)

Woonvoorzieningen

% Volwassen personen met (tenminste) één (lopende) geïndiceerde WMO OUD 'harde' voorzieningen (over heel jaar), per groep 'subniveau 1' (2018-'20) - NB. betrekking op oude gemeentelijke indeling (excl. TB en Haren)

BRON: SUITE (M&I; 2021) DATA EXTRACTIE: 16.04.2021

210528

69

CLIËNTONDERSTEUNING EN TOEGANG

210528

86

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING CLIËNTONDERSTEUNING EN TOEGANG

Bekendheid OCO bestaande cliënt

nieuwe cliënt

gemeente (totaal)

100.000 - 300.000 inwoners

100%

80%

60%

40%

27%

24%

21%

27%

26%

29%

30%

29%

33%

20%

20%

0%

2016

2017

2018

2019

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft bekend te zijn met de mogelijkheid om gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) (ontwikkeling 2016-'2019) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNT ERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

87

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING CLIËNTONDERSTEUNING EN TOEGANG

Tevredenheid dienstverlening OCO gemeente Groningen 100%

81%

79%

2017

2018

80%

82%

63% 60%

40%

20%

0%

2016

2019

2020

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn over de dienstverlening i.h.k.v. onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) (ontwikkeling 2016-'2019) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNT ERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

88

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING CLIËNTONDERSTEUNING EN TOEGANG

Weten waar te moeten zijn bij hulpvraag bestaande cliënt

nieuwe cliënt

totaal

100%

78%

80%

71%

72%

68%

76% 71%

60%

40%

20%

0%

2016

2017

2018

2019

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft te hebben geweten waar diegene moest zijn met de eigen hulpvraag, naar type cliënt (ontwikkeling 2016-'2019) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNTERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

89

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING CLIËNTONDERSTEUNING EN TOEGANG

Snelheid dienstverlening bij hulpvraag bestaande cliënt

nieuwe cliënt

totaal

100%

80%

73%

74%

77%

75%

67% 61% 60%

40%

20%

0%

2016

2017

2018

2019

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft snel te zijn geholpen bij de eigen hulpvraag, naar type cliënt (ontwikkeling 2016-'2019) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNTERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

90

KWALITEIT DIENSTVERLENING EN DOELREALISATIE

210528

91

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING KWALITEIT DIENSTVERLENING EN DOELREALISATIE

Tevredenheid contact medewerkers bij hulpvraag bestaande cliënt

nieuwe cliënt

totaal

100%

84%

80%

86%

87%

86%

79%

80%

60%

40%

20%

0%

2016

2017

2018

2019

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft zich serieus genomen te hebben gevoeld door de helpende medewerker(s), naar type gebruiker (ontwikkeling 2016-'2019) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNTERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

92

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING KWALITEIT DIENSTVERLENING EN DOELREALISATIE

Samen naar oplossingen gezocht bij hulpvraag bestaande cliënt

nieuwe cliënt

totaal

100%

78%

80%

72%

79%

82%

79%

71%

60%

40%

20%

0%

2016

2017

2018

2019

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft dat de mederwerker(s) en diegene zelf samen naar oplossingen hebben gezocht, naar type gebruiker (ontwikkeling 2016-'2019) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNTERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

93

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING KWALITEIT DIENSTVERLENING EN DOELREALISATIE

Passendheid ondersteuning bij WMO voorziening bestaande cliënt

nieuwe cliënt

totaal

100%

77%

80%

80%

81%

80%

84%

85%

84%

85%

86%

85%

60%

40%

20%

0%

2016

2017

2018

2019

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft dat de geboden ondersteuning past bij de hulpvraag, naar type gebruiker (ontwikkeling 2016-'2019) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNT ERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

94

SPECIALISTISCHE ONDERSTEUNING KWALITEIT DIENSTVERLENING EN DOELREALISATIE

Vergroten eigen regie bij WMO voorziening bestaande cliënt

nieuwe cliënt

totaal

100%

81%

78%

77%

80%

81%

80%

81%

60%

40%

20%

0%

2016

2017

2018

2019

% Inwoners (18 jaar e.o.) met tenminste één WMO voorziening (in het voorgaande jaar) dat aangeeft door de geboden ondersteuning de dingen die men wil beter te kunnen doen, naar type gebruiker (ontwikkeling 2016-'19) * 2020 kwalitatief uitgevoerd

BRON: CLIËNT ERVARINGSONDERZOEK (CEO) WMO (OIS GRONINGEN; 2016-’19)

210528

95

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4231/documents/62983