CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen.pdf

gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: c: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen (raadsvoorstel 22-5-24)13.932 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het college ziet toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatste controleren van de geleverde voorzieningen. Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, waaronder eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten

Artikel 9.2 1.

Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning

Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden

Om een goede verhouding te waarborgen tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst, stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met de derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en

21

2.

3.

4.

5.

2. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3 lid 2 onder c van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5 lid 2 van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs voor een dienst op de volgende kostprijselementen: a. De kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis- en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst, en f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Het college kan nadere regels stellen over en met inachtneming van het voorgaande.

Artikel 9.3 1. 2.

3.

4.

Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder. Het college draagt aanbieders met wie de gemeente een contract heeft gesloten op iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening direct aan de toezichthoudend ambtenaar te melden. Naast deze meldingsplicht is en blijft de aanbieder ook verantwoordelijk voor het nemen van passende maatregelen met betrekking tot de melding, en voor het voorkomen van meldingen in de toekomst. De toezichthoudend ambtenaar als bedoeld in artikel 6.1 van de wet doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Het college kan nadere regels stellen over en met inachtneming van het voorgaande.

Artikel 9.4 1.

2.

3.

4.

Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Klachtregeling

Het college neemt in de contracten en subsidieafspraken met aanbieders op dat de aanbieders een effectieve en laagdrempelige klachtregeling moeten hebben voor de behandeling van klachten van cliënten over alle voorzieningen. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Het college kan besluiten de in dit artikel genoemde eis niet of anders aan de aanbieder te stellen, als deze eis niet proportioneel is in relatie tot de omvang van de organisatie van de aanbieder of de aard of omvang van de opdracht. Het college kan nadere regels stellen over en met inachtneming van het voorgaande.

22

10

Beleidsparticipatie

Artikel 10.1 1.

2.

3.

4.

Het college neemt in de afspraken met aanbieders van een voorziening op dat de aanbieders een regeling voor medezeggenschap van cliënten moeten hebben, waarvan de uitgangspunten aansluiten bij de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. De medezeggenschap ziet in ieder geval toe op voorgenomen besluiten van de aanbieder over alle voorzieningen die voor de cliënten van belang zijn. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Het college kan besluiten de in dit artikel genoemde eis niet of anders aan de aanbieder te stellen, als deze eis niet proportioneel is in relatie tot de omvang van de organisatie van de aanbieder of de aard of omvang van de opdracht. Het college kan nadere regels stellen over en met inachtneming van het voorgaande.

Artikel 10.2 1.

2.

3. 4.

11

Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning

Betrekken van ingezetenen bij het beleid

Het college stelt, ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, via in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. Het college houdt bij toepassing van dit artikel rekening met Verordening Adviesgroep Sociaal Domein gemeente Groningen 2022. Het college kan nadere regels stellen over en met inachtneming van het voorgaande.

Slotbepalingen

Artikel 11.1

Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de cliënt afwijken van de bepalingen in deze Verordening, als door toepassing ervan de cliënt duidelijk onrecht wordt aangedaan.

Artikel 11.2 1.

2.

3.

4.

Intrekking oude verordening en overgangsrecht

De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2023 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2024. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2023, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2023 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2023. Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2023 gebeurt op grond van de

23

5.

Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2023, die daarvoor zijn geldigheid behoudt. Het college kan ten gunste van de cliënt afwijken van het bepaalde in lid 3 en 4.

Artikel 11.3 1. 2.

Inwerkingtreding en citeertitel

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024; Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2024.

Ondertekening

Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In de Wmo en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit is een groot aantal definities opgenomen, reden waarom het aantal in deze verordening beperkt is. Niet iedere bepaling behoeft toelichting. a. Algemeen gebruikelijke voorziening Dit betreft voorzieningen die in principe voor iedereen beschikbaar zijn, of iemand nu wel of geen beperking heeft. Hoewel het kan voorkomen dat ze specifiek voor een beperking worden aangeschaft, worden ze vanwege hun algemeen gebruikelijke karakter toch niet vergoed. Voorbeelden van een algemeen gebruikelijke voorziening zijn een fiets, een rollator, een verhoogd toilet, thermostatische kranen en zonwering. De geldende jurisprudentie wordt hierin gevolgd, ook ten aanzien van de 5% reserveringsruimte/aflossingscapaciteit van de geldende bijstandsnorm en de termijn van terugbetaling (36 maanden)

Artikel 1.2 Doelgroep van de Verordening In dit artikel is beschreven dat de Wmo zich met name richt op de ingezetenen van de gemeente Groningen en waarbij enkele uitzondering gelden, zoals mantelzorgers maar ook voor de maatwerkvoorzieningen opvang en beschermd wonen

Hoofdstuk 2 Toegang In dit hoofdstuk is de procedure van toegang en onderzoek beschreven. Bijzonder is dat de Wmo 2015 een verplichte melding kent voorafgaand aan een mogelijke aanvraag in de zin van de Awb. Het onderzoek wordt verricht tijdens de meldingsfase, waarbij een aanvraag slechts een van de mogelijke uitkomsten is. Een inwoner kan bijvoorbeeld ook op basis van eigen kracht of hulp uit het sociaal netwerk zijn hulpvraag oplossen. In die situaties waar het niet leidt tot een aanvraag volstaat het toesturen van het ondersteuningsplan. Het onderzoek bestaat in ieder geval uit het volgen van een stappenplan zoals door de CRvB is voorgeschreven en is vastgelegd in artikel 2.6.

24

Artikel 2.6 Onderzoek In lid 3 wordt verwezen naar de Doorbraak-systematiek. Als uit de analyse blijkt dat er maatwerk nodig is wat niet binnen de reguliere systemen, voorzieningen of regelingen kan worden gerealiseerd of (nog) niet bestaat, maken we gebruik van de Doorbraakmethode®. Dit is een werkwijze voor maatwerk in het sociaal domein, ontwikkeld door het Instituut voor Publieke Waarden. Deze werkwijze geeft professionals een instrument om domein- en organisatieoverstijgend maatwerk mogelijk te maken en te legitimeren.

Hoofdstuk 3 Algemene voorzieningen Artikel 3.1

Algemeen

Een algemene voorziening is volgens de wet bedoeld als een laagdrempelig en eenvoudig toegankelijk alternatief voor de complexere maatwerkvoorziening. Een algemene voorziening moet altijd door het college (contractueel) kunnen worden afgedwongen bij de desbetreffende aanbieder. De voorwaarden aan het gebruik van de algemene voorziening zullen voornamelijk betrekking hebben op de doelgroep van de voorziening. Voor zover een algemene voorziening gericht is op een specifieke doelgroep wordt hiermee bedoeld dat de inwoner wel de beperking in de zelfredzaamheid of participatie die met de algemene voorziening wordt gecompenseerd aantoonbaar moet ervaren. a. Met deze algemene voorziening is een juridische grondslag gecreëerd voor het gebruik van de De VoorzieningenWijzer. Inwoners met een laag inkomen kunnen langs die weg advies krijgen over bijv. niet gebruik voorziening.

Artikel 3.2 Algemene voorziening dak- en thuislozen zonder verblijfsalternatief De opvang voor dak- en thuislozen zonder verblijfsalternatief biedt de mogelijkheid van kortdurend onderdak voor de dag en de nacht als algemene voorziening. Het voldoen aan een aantal algemene criteria is voldoende voor toegang. Er is daarbij geen sprake van een maatwerktraject voor deze nachten dagopvang. Er is op dat moment geen verblijfsalternatief.

Artikel 3.3 Vergoeding wijziging geslachtsregistratie Vergoeding vindt plaats middels het niet in rekening brengen van de (leges) kosten, dan wel rechtstreekse doorbetaling aan de geraadpleegde deskundige. Kosten worden intern verrekend.

Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen Artikel 4.5 Hoogte persoonsgebonden budget – diensten De tarieven voor informeel pgb huishoudelijke hulp en individuele begeleiding zijn aangepast naar aanleiding van twee uitspraken van de CRvB (CRvB 16-8-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en CRvB 168-2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1580). Hieruit blijkt dat het tarief minimaal overeen moet komen met de hoogste periodiek in de desbetreffende CAO, vermeerderd met vakantiebijslag en tegenwaarde van verlofuren. Voor hulp bij huishouden is dit de specifiek hiervoor in het leven geroepen salarisschaal hulp bij huishouden, voor begeleiding is dit FWG30 uit de CAO VVT. Uit de uitspraak CRvB 25-072012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5446 blijkt dat bij de tegenwaarde van verlofuren uitgegaan moet worden van het vastgestelde aantal verlofuren uit de CAO VVT.

25

Artikel 4.8 Maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp Onder ‘het voeren van een gestructureerd huishouden’ valt ook een schoon huis. Voorzover uit het onderzoek blijkt dat de inwoner onvoldoende redzaam is om zijn huis schoon te houden geldt ook dat het eerst gaat om de vraag of iemand in het eigen sociale netwerk, bijvoorbeeld via gebruikelijke hulp door huisgenoten, een oplossing kan regelen. Zo niet, dan is de vraag of de algemene voorziening, als het gaat om was en strijk, uitkomst kan bieden. Als die algemene voorziening niet passend en/of toereikend of als deze financieel gezien niet toegankelijk is, kan een maatwerkvoorziening HH aan de orde zijn. Het beleid van de gemeente is gebaseerd op het Normenkader HHM/KPMG om te komen tot objectieve normtijden bij maatwerkvoorzieningen HH.

Artikel 4.9 Maatwerkvoorziening individuele begeleiding Begeleiding is bedoeld om de zelfredzaamheid van mensen te bevorderen, te behouden of te compenseren. De begeleiding beoogt een verblijf in een instelling zo lang mogelijk uit te stellen of overbodig te maken. De individuele begeleiding richt zich op het begeleiden in het dagelijks functioneren. Het gaat om het actief herstellen, dan wel compenseren van het beperkte of afwezige regelvermogen van een persoon waardoor hij onvoldoende of geen regie over het eigen leven kan voeren. De ondersteuning bestaat bijvoorbeeld uit het helpen plannen van activiteiten, het regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag. Dat kan ook ondersteuning behelsen bij administratie en financiële zaken, omgaan met geld. Individuele begeleiding kan ook praktische hulp en ondersteuning bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen inhouden zoals begeleiden bij het wassen en aankleden, vergelijkbaar met persoonlijke verzorging zoals geleverd door de wijkverpleegkundige via de Zvw. Daarbij is in de Wmo geen medische zorg nodig of een hoog risico daarop, en bij de Zvw wel. Voorzover PV noodzakelijk is, wordt dit geïndiceerd als onderdeel van de begeleiding. Afhankelijk van de individuele situatie kan individuele begeleiding kortdurend, maar ook langdurig worden ingezet.

Begeleiding kan verschillende activiteiten omvatten, met een eigen zwaarte en urenomvang. Indicatiestelling vindt plaats in aantal minuten/uren. Het college stelt beleidsregels vast waarin beschreven wordt hoe er wordt geïndiceerd.

Artikel 4.10 Maatwerkvoorziening dagbesteding Dagbesteding biedt de inwoner zingeving, activiteiten en sociaal verkeer en ondersteunt de cliënt bij het bevorderen, behouden en begeleiden van achteruitgang hiervan. Dagbesteding kenmerkt zich door de op de cliënt aangepaste aard en inhoud van activiteiten. De begeleiding is deskundig in het bieden van passende ondersteuning, structuur, toezicht en/of zorg. Dagbesteding wordt aangeboden in een groep of is gericht op het hebben van contact met meerdere personen. Er is bij de cliënt sprake van een langdurige beperking of er is sprake van een specifieke omstandigheid die aan de ondersteuningsbehoefte van de cliënt ten grondslag ligt. Behalve bij het bieden van passende ondersteuning kan de cliënt tijdens de dagbesteding ook begeleiding nodig

26

hebben bij persoonlijke verzorging en/of communicatie. Goed moet worden onderzocht of er algemene voorzieningen aanwezig zijn die kunnen voorzien in de behoefte aan participatie. Tevens is het ontlasten van de mantelzorger en het voorkomen van diens overbelasting een beoogd resultaat. Als de cliënt de dagbesteding niet zelf of met behulp van zijn netwerk kan bereiken dan neemt de aanbieder passende maatregelen om dat mogelijk te maken.

Artikel 4.11 Maatwerkvoorziening kortdurend verblijf Veel mensen verlenen voor kortere of langere tijd ‘mantelzorg’ aan hun partner, ouders of andere familieleden, buren of vrienden. Soms kan deze hulp echter behoorlijk zwaar vallen. Wij willen daarom dat mensen die mantelzorg geven de ondersteuning krijgen waar ze behoefte aan hebben. Mensen met een beperking of een handicap die thuis wonen en permanent toezicht en/of hulp nodig hebben, kunnen een indicatie krijgen voor een maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf. Ook wel respijtzorg genoemd. De voorziening wordt toegekend aan de cliënt en niet aan de mantelzorger.

Artikel 4.12 Maatwerkvoorziening wonen Woonvoorzieningen worden verstrekt om beperkingen bij het normale gebruik van de woning te compenseren. In feite gaat het om een uitwerking van de regel dat de cliënt in aanvaardbare mate moet worden gecompenseerd. Het normale gebruik van de woonruimte omvat de elementaire woonfuncties, dat zijn de activiteiten die de gemiddelde bewoner in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat daarbij om eten bereiden, slapen en lichaamsreiniging, en essentiële huishoudelijke werkzaamheden, zoals kleding wassen, en het aan- en uitkleden, wassen en verschonen van een geheel van zijn verzorger(s) afhankelijk kind. Het primaat verhuizen houdt in dat verhuizen naar een geschikte woonruimte voorrang heeft boven woonruimteaanpassingen, wanneer de kosten van de aanpassingen naar verwachting hoger zijn dan het in nadere regels vast te leggen bedrag. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt rekening gehouden met het netwerk in de buurt.

Artikel 4.13 en 4.14 Maatwerkvoorziening vervoer Deze voorziening is primair gericht op het sociaal vervoer. Het primaat ligt bij het collectief vervoer. Dit is een uitsluitend voor pashouders toegankelijk vervoerssysteem waarbinnen mensen op afroep zittend worden vervoerd. In het collectief vervoer wordt aan personen met beperkingen die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen alternatieven geboden om zich te kunnen verplaatsen. Bij individuele vervoersvoorzieningen moet worden gedacht aan bijvoorbeeld een scootmobiel, die al dan niet in combinatie met het collectief vervoer voor compensatie van de ervaren beperking van de zelfredzaamheid of participatie moet zorgen. Onderdeel d: Indien de cliënt is aangewezen op het vervoer met de eigen auto voor het zich lokaal verplaatsen kan een autoaanpassing noodzakelijk zijn. Het college verstrekt aanpassingen, tenzij deze algemeen gebruikelijk en/of standaard zijn ingebouwd. Een uit de jurisprudentie afkomstige norm van 1500 kilometer als een richtlijn. Deze kan in de praktijk zowel lager als hoger uitpakken, een en ander op basis van individueel onderzoek naar de vervoersbehoefte.

27

Artikel 4.15 Door spierkracht voortbewogen vervoermiddel Een groot deel van de door spierkracht voortbewogen vervoersmiddelen zijn algemeen gebruikelijk en bruikbaar voor personen met een beperking. Zo zijn onder andere de tandemmet, de spartamet, de snorfiets, de fiets met trapondersteuning en de fiets met lage instap algemeen gebruikelijk. De in dit artikel genoemde voorzieningen kunnen naast andere vervoersvoorzieningen zoals het collectief vervoer verstrekt worden, wanneer de cliënt zijn vervoersbehoefte merendeels met een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel kan invullen. Omdat deze voorziening ook naast het collectief vervoer kan worden verstrekt moet de bereidheid om de vervoersbehoefte merendeels te vervullen met een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel aannemelijk zijn. Wanneer dit vervoermiddel intensief gebruikt wordt is dit voor de gemeente goedkoper dan vele ritten met het collectief vervoer.

Artikel 4.16 Maatwerkvoorziening rolstoel Geen rolstoel wordt verstrekt als krukken, een rollator, of andere hulpmiddelen in voldoende mate een oplossing bieden voor het dagelijkse verplaatsingsprobleem. Bij de verstrekking van een rolstoel wordt onder meer rekening gehouden met de verplaatsingsbehoefte en de fysieke mogelijkheden van de cliënt.

Artikel 4.17 Maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang De opvang is bedoeld voor hen die niet beschikken over een eigen woonruimte en die voor een slaapplek gedurende de nacht ofwel waren aangewezen op buiten slapen ofwel overnachten in de openlucht en in overdekte openbare ruimten (portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto) en binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang, inclusief eendaagse noodopvang, of binnen slapen bij vrienden, kennissen of familie, zonder vooruitzicht op een slaapplek voor de daarop volgende nacht. Ook de personen die als bewoner staan ingeschreven bij instellingen voor maatschappelijke opvang (internaten en sociale pensions, woonvoorzieningen op basis van particulier initiatief dat zich richt op semipermanente bewoning door daklozen en particuliere commerciële pensions waar voornamelijk daklozen wonen) behoren tot de doelgroep. Voor slachtoffers van huiselijk geweld gelden afwijkende criteria. Het uitgangspunt is dat, als opvang noodzakelijk is omdat de thuissituatie niet veilig is en de betrokkene niet zelf in alternatieve huisvesting kan voorzien, aanvragers worden opgevangen in de gemeente waar zij wonen. Opvang in de eigen gemeente is kansrijker omdat dan het bestaande sociale netwerk kan blijven worden aangesproken.

Er kunnen echter zwaarwegende omstandigheden zijn voor opvang buiten de eigen gemeente. Het kan dan gaan om redenen van veiligheid, of om situaties waar acuut opvang geboden is maar de gemeente van herkomst op dat moment geen plek beschikbaar heeft. Als sprake is van huiselijk geweld tegen een persoon of tegen leden van het gezin van de persoon en er is geen opvang noodzakelijk, is ambulante hulpverlening mogelijk.

Artikel 4.18 Maatwerkvoorziening beschermd wonen In de Wmo is beschermd wonen aangewezen als er sprake is van psychische of psychosociale problemen. In artikel 1.1.1. Wmo 2015 is de term ‘beschermd wonen’ gedefinieerd. Indicatie vindt

28

plaats als langere tijd een vorm van beschermd wonen nodig met daarbij intensieve begeleiding. In het pakket zit geen vorm van behandeling. Beschermd wonen is in beginsel geen alternatief voor de slecht functionerende woningmarkt. BW en Opvang wordt in Groninger context gezamenlijk georganiseerd via een zogenaamde Centrumregeling waarin alle gemeenten in de provincie Groningen samenwerken en de gemeente Groningen de rol van Centrumgemeente uitvoert. Hierbij is van belang dat alle gemeenten in beginsel gelijk geformuleerd beleid hanteren. Onder de term accommodatie van een instelling kan een veelheid van variëteiten schuilgaan. De gemeente Groningen staat toe dat ‘beschermd wonen’ ook in de thuissituatie (Thuis-plus genoemd) of in een gezamenlijk wooninitiatief kan worden georganiseerd. Ingeval een ouder aan bijvoorbeeld een inwonend kind, die is aangewezen op beschermd wonen en 24-uurstoezicht in de directe nabijheid, zodanige zorg, begeleiding of ondersteuning geeft, dan kan dit onder de noemer van Beschermd wonen worden bekostigd.

5

Financiële tegemoetkoming meerkosten

Deze bepaling betreft een uitwerking van artikel 2.1.7 van de wet. Daarin is opgenomen dat bij verordening kan worden bepaald dat door het college aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. En als dat mogelijk is, in welke gevallen en in welke mate ((Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 140).

6

Waardering mantelzorgers

Mantelzorgers van cliënten in de gemeente komen in aanmerking voor een jaarlijkse blijk van waardering (artikel 2.1.6 van de wet). Artikel 1.1.1 van de wet definieert een cliënt als een persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening of pgb, of door of namens wie een melding is gedaan. Het gaat dus ook om mantelzorgers van cliënten die een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op basis van deze wet uitgekomen. Voorts is de woonplaats van de cliënt bepalend, zodat het dus ook mantelzorgers kan betreffen die in andere gemeenten wonen. Hier is verder bepaald op welke wijze het college zorgdraagt voor de jaarlijkse blijk van waardering. Overeenkomstig de wet moet in de verordening in ieder geval een procedure vastgelegd worden die waarborgt dat alle mantelzorgers, die voldoen aan de voorwaarden, voor het ontvangen van een blijk van waardering in aanmerking kunnen worden gebracht. Kort en goed komt het erop neer dat – met inachtneming van het bovenstaande – mantelzorgers van cliënten in de gemeente via een melding bij het college in aanmerking kunnen worden gebracht voor de jaarlijkse blijk van waardering (eerste lid). Onder andere ten aanzien van de meldingsprocedure kunnen het college nadere regels stellen (tweede lid).

29

7

Bijdrage in de kosten

Artikelen 7.1 en 7.2 De wet maakt een onderscheid tussen de bijdragen in de kosten van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Wat betreft de algemene voorzieningen heeft de raad ervoor gekozen om daarop geen financiële bijdrage te vragen. Uitgezonderd is daarbij de algemene voorziening was- en strijkservice. Daar geldt het tarief van de maatwerkvoorziening. Deze kosten zijn acceptabel omdat deze lager zijn dan de kosten die cliënt zou maken ingeval van thuis wassen. Ook wat betreft de maatwerkvoorzieningen sluit de gemeente aan bij de eigen bedrage zoals die in de wet is genoemd (2024: € 20,60 per maand). De tarieven voor het collectief vervoer sluiten aan bij de historische gegevens en de tarifering van het openbaar vervoer. Reizen in de daluren wordt aangemoedigd, het tarief is dan bepaald op € 1,-. Hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geeft de bevoegdheid om geen eigen bijdrage op te leggen vanwege moeilijke financiële omstandigheden waarin een client verkeert (financieel onvermogen) of in verband met psychische omstandigheden. Het college kan van die bevoegdheid gebruik maken.

8

Toezicht en handhaving

In het belang van de gemeente én in het belang van de cliënten zal de gemeente in de uitvoering de nodige aandacht moeten besteden aan het voorkomen van onterechte verstrekkingen door middel van goed onderzoek, en het waar mogelijk terugnemen of –vorderen als blijkt dat onverhoopt toch onterecht een voorziening is toegekend. Dit is ook een wettelijke verplichting. Daarnaast komt het voor dat cliënten zich ernstig misdragen tegen medewerkers van zorgaanbieders of oneigenlijk gebruik maken van verstrekte voorzieningen zoals vervoersvoorzieningen. Voor die gevallen is voorzien in de mogelijkheid van het nemen van al dan niet tijdelijke maatregelen. Uiteraard dient daarbij de ondersteuningsbehoefte betrokken te worden.

9

Kwaliteit en klachten

Artikel 9.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening, opvang of beschermd wonen die rechtspersoon zijn moeten beschikken over een regeling ten behoeve van de behartiging van de belangen van de cliënten van de aanbieder. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de aanbieder om de cliënt te informeren over het bestaan van de medezeggenschapsregeling. In de contracten met de aanbieder worden de eisen vastgelegd die van belang zijn om de medezeggenschap goed te kunnen laten functioneren. Deze medezeggenschap dient zoveel mogelijk aan te sluiten bij de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Het college kan besluiten dat een cliëntenraad bij een aanbieder niet hoeft te worden ingesteld. Dit zou het college bijvoorbeeld kunnen beslissen als er sprake is van een zeer kleine organisatie of een natuurlijke persoon en een samenwerking met een andere aanbieder op dit punt niet mogelijk is.

30

Artikel 9.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden Bij aanbesteding vindt uiteraard toepassing plaats van de ‘Amvb reële prijzen Wmo 2015’ die is gebaseerd op de wet.

Artikel 9.3

Meldingsregeling calamiteit en geweld

De aanbieder heeft op grond van de wet een meldingsplicht bij de gemeentelijke toezichthouder. Daarnaast zullen de meldingen over incidenten, calamiteiten en geweld ook in het kader van het contractmanagement onderwerp van gesprek zijn.

Artikel 9.4 Klachtregeling Aanbieders van voorzieningen moeten beschikken over een interne klachtenregeling. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de aanbieder om de cliënt te informeren over het bestaan van de klachten- en dispuutregeling. In de contracten met de aanbieder worden de eisen vastgelegd die van belang zijn om de klachtenregeling goed te kunnen laten functioneren.

10

Beleidsparticipatie

Dit artikel regelt dat het college de burgers betrekt bij de totstandkoming van het Wmo-beleid. Dat past bij de aard van de wet en bij hoe het college en burgers samen invulling geven aan de doelen van de wet. Dit artikel biedt burgers de waarborgen voor een tijdige inspraak op de voornemens van de gemeente inzake het Wmo- beleid en verplicht het college om burgers in staat te stellen de inspraak effectief te kunnen vormgeven. Voor de gemeente Groningen is dit nader uitgewerkt in de Verordening Adviesgroep Sociaal Domein gemeente Groningen 2022, waarin de kaders zijn opgenomen voor deze vorm van burgerparticipatie.

11

Slotbepalingen

Artikel 11.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening. Afwijken kan enkel ten gunste, niet ten nadele van de aanvrager. Benadrukt wordt dat slechts in bijzondere gevallen gebruik gemaakt kan worden van de hardheidsclausule. Het college geeft bij toepassing van deze clausule duidelijk aan waarom van de verordening moet worden afgeweken.

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 10 juli 2024.

voorzitter

griffier

Koen Schuiling

Josine Spier

Dit besluit is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend

31

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4905/documents/83617