CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit bijlage 11 RV Belastingtarieven 2025 bijlage leges.pdf

gemeenteraad 13 november 2024, gemeente GroningenBij agendapunt: c: Belastingtarieven 2025 (raadsvoorstel 3-10-24)11.515 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Paragraaf 2.13 Teruggaaf Artikel 2.34 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, zijn geen leges verschuldigd.

Artikel 2.35 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag om een omgevingsvergunning buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.35a Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.5, 2.6, 2.7 en 2.17, intrekt terwijl

90%

deze reeds in behandeling is genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, als de aanvraag om een vergunning wordt ingetrokken op verzoek van het college, in het belang van de procedure, 100% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

Artikel 2.36 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt bij gehele of gedeeltelijke intrekking na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges

Artikel 2.37 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt bij gehele of gedeeltelijke intrekking na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges Artikel 2.38 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen zes maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

25%

Artikel 2.39 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

Artikel 2.40 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.11.

Artikel 2.41 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 110,00 wordt niet teruggegeven.

25%

HOOFDSTUK 3

DIENSTVERLENING VALLEND ONDER EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN

Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatievergunning horecabedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:26 van de APVG 2021 (exploitatievergunning horecabedrijf) a. indien het betreft een coffeeshop b. indien het betreft een ander horecabedrijf dan een coffeeshop

€ 2.635,70 € 1.125,20

Artikel 3.2 Drank- en horecavergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet (het uitoefenen van een horeca- of slijtersbedrijf)

€ 745,10

Artikel 3.3 Wijzigen drank- en horecavergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet a. indien het betreft een wijziging van de leidinggevende(n) die in het horecaof slijtersbedrijf werkzaam is (zijn) € 259,30 met dien verstande dat de leges niet worden geheven indien sinds het verstrekken van de initiële vergunning minder dan zes maanden zijn verstreken b. indien het betreft een wijziging van de inrichting van de lokaliteit waarin het horeca- of slijtersbedrijf wordt uitgeoefend € 260,30

Artikel 3.4 Wijzigen of toevoegen terrasgegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen of toevoegen van terrasgegevens op de drank- en horecavergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet (het uitoefenen van een horeca- of slijtersbedrijf) € 119,00

Artikel 3.5 Ontheffing voor verstrekken zwak alcoholhoudende drank Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet a. indien de aanvraag tot doel heeft het verkrijgen van de bevoegdheid tot het verstrekken van zwak alcoholhoudende drank bij een evenement als bedoeld in artikel 2:15 van de APVG 2021 en waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 2:16 van de APVG 2021 € 498,30

b. indien de aanvraag tot doel heeft het verkrijgen van de bevoegdheid tot het verstrekken van zwak alcoholhoudende drank bij een evenement als bedoeld in artikel 2:15 van de APVG 2021 waarvoor de uitzondering van de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 2:19 van de APVG 2021 of bij een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard, niet zijnde een evenement als bedoeld in artikel 2:15 van de APVG 2021 € 95,20

Artikel 3.6 Terrasvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:27 van de APVG 2021 (terrasvergunning)

€ 647,40

Paragraaf 3.2 Evenementen Artikel 3.7 Evenementenvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:16 van de APVG 2021 (het organiseren van een evenement) a. indien het betreft een evenement met 0 tot 200 bezoekers b. indien het betreft een evenement met 200 tot 1.000 bezoekers c. indien het betreft een evenement met 1.000 tot 2.000 bezoekers d. indien het betreft een evenement met 2.000 tot 10.000 bezoekers e. indien het betreft een evenement met 10.000 tot 25.000 bezoekers f. indien het betreft een evenement met meer dan 25.000 bezoekers met dien verstande dat de leges niet worden geheven indien de aanvraag van de vergunning betrekking heeft op straat- en wijkfeesten, kinderactiviteiten en de buitenspeeldag

€ 64,00 € 350,00 € 1.082,00 € 2.655,00 € 6.368,00 € 7.640,00

Artikel 3.8 Muziekvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:6 van de APVG 2021 (het geven van een vertoning of het ten gehore brengen van muziek of zang)

€ 56,48

Paragraaf 3.3 Seksbedrijven Artikel 3.9 Vergunning prostitutiebedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de APVG 2021 voor het uitoefenen van een seksbedrijf in de vorm van een prostitutiebedrijf € 2.261,50 2. Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt per seksinrichting van het betreffende seksbedrijf vermeerderd met € 719,30

Artikel 3.10 Verlengen vergunning prostitutiebedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3, zesde lid, van de APVG 2021 voor een seksbedrijf zijnde een prostitutiebedrijf 2. Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt per seksinrichting van het betreffende seksbedrijf vermeerderd met

€ 1.912,50 € 721,70

Artikel 3.11 Vergunning seksbedrijf niet zijnde prostitutiebedrijf 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning (of verlenging daarvan) als bedoeld in artikel 3:3 van de APVG 2021 voor een seksbedrijf niet zijnde een prostitutiebedrijf € 1.803,10 2. Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt per seksinrichting van het betreffende seksbedrijf vermeerderd met € 721,70

Artikel 3.12 Verlenen gewijzigde vergunning Het tarief bedraagt voor het verlenen van een gewijzigde vergunning vanwege gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 3:9 van de APVG 2021

€ 485,20

Paragraaf 3.4 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.13 Huisvestingswet 2014 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. tot het verlenen van een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 € 3.086,11 b. tot het verlenen van een vergunning om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014 € 3.086,11 c. tot het verlenen van een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 € 3.086,11 d. tot het verlenen van een vergunning om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die gebouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014 € 3.086,11

Artikel 3.14 Splitsingsvergunning 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een splitsingsvergunning, als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014, voor elk appartementsrecht dat door de splitsing ontstaat € 312,92

2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014, waarbij bij de aanvraag is gevoegd een concept van de splitsingsakte, de opzet van een onderhoudsfonds en een meerjarenonderhoudsplanning van tien of meer jaar

€ 598,59

Artikel 3.15 Vergunning kamerverhuur- of kamerbemiddelingsbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. om een vergunning tot exploitatie van een kamerverhuurbedrijf als bedoeld in artikel 5:35 van de APVG 2021 € 426,00 b. om een vergunning tot exploitatie van een kamerbemiddelingsbedrijf als bedoeld in artikel 5:41 van de APVG 2021 € 426,00

Artikel 3.16 Opkoopbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 € 426,00 b. om een ontheffing van het verbod om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014 € 426,00

Artikel 3.17 Achteraf ingediende aanvraag Onverminderd het bepaalde in de vorige onderdelen wordt het tarief, indien de aanvraag wordt ingediend na aanvang of voltooiing van de activiteit van de op grond van dat artikel verschuldigde leges verhoogd met

100%

Paragraaf 3.5 Winkeltijdenwet Artikel 3.18 Winkeltijdenwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. om een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet b. tot het wijzigen van een ontheffing als bedoeld onder a

€ 69,63 € 69,63

Paragraaf 3.6 Kinderopvang Artikel 3.19 Exploitatie kinderopvangvoorziening Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag a. om het in exploitatie nemen van een voorziening gastouderbureau, als bedoeld in artikel 1.45 van de Wet Kinderopvang

€ 321,28

b. om het in exploitatie nemen van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en gastouderbureau, als bedoeld in artikel 1.45 van de Wet Kinderopvang

€ 643,32

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Artikel 3.20 Vangnetbepaling Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

€ 15,00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4908/documents/85048