Overwegingen fonds energietransitie Groningen - Natuur en Mileufederatie Groningen.pdf
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad Groningen Betreft: Overwegingen Natuur en Milieufederatie Groningen Fonds Energietransitie
Ons kenmerk: 21-001-MT
Groningen, 16 april 2021
Geachte raad, Het Fonds Energietransitie is van groot belang. Energiearmoede is inderdaad een steeds groter probleem en de noodzaak om lokale initiatieven te faciliteren in het opstarten, en volwaardig deelnemen aan duurzame initiatieven in hun eigen omgeving is groot. Wij onderschrijven daarmee de nut en noodzaak van een dergelijk fonds. Vanuit de Natuur en Milieufederatie Groningen hebben wij binnen de provincie Groningen veel ervaring met omgevingsprocessen rondom duurzame energieprojecten, gemeentelijk energiebeleid en het ondersteunen van lokale energie-initiatieven bij het realiseren van lokaal eigenaarschap. Wij willen u vanuit deze ervaringen en expertise een aantal overwegingen meegeven bij het bespreken van dit fonds. Eerlijke verdeling van lusten en lasten In uw energie beleid heeft u vastgesteld dat u streeft naar een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Uit de twee andere dossiers die u vandaag op de agenda heeft staan (Windplatform en Meerstad-Noord) wordt heel duidelijk dat de energietransitie niet eerlijk is. Vanuit de noodzaak om het energieverbruik van de hele stad te verduurzamen, landen de lasten vooral lokaal in de directe omgeving. Bij de omwonenden en hun leefomgeving en de nabij gelegen natuurwaarden van de zoekgebieden. Helaas kunnen deze lasten niet in hun geheel weggenomen worden met mitigerende maatregelen.
Een eerlijke verdeling van lusten en lasten houdt dus in dat de lusten evenredig besteed worden in het gebied rondom de zoekgebieden. 50% lokaal eigenaarschap In het klimaatakkoord is het streven naar 50% lokaal eigenaarschap opgenomen. Wij ondersteunen dit streven. Lokaal is in onze ogen de directe omgeving. Het draagt immers niet alleen bij aan een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten, het zorgt er ook voor dat de lokale omgeving op gelijkwaardige basis zeggenschap krijgt in een project. De omwonenden hebben zo de keuze om zelf volwaardig mee te denken over de inrichting van het project, de maatregelen die genomen worden om effecten op hun leefomgeving te voorkomen en de vraag waaraan de opbrengsten besteed worden. Omdat zij ook te maken hebben met de lasten van een project pleiten wij ervoor om de lokale omgeving deze mogelijkheid van 50% lokaal eigenaarschap aan te bieden, en indien ze er goed geïnformeerd en gemotiveerd van af willen zien, een gelijkwaardig bedrag beschikbaar te stellen aan een lokaal omgevingsfonds (zoals bijvoorbeeld in het zonneparken beleid van de gemeente Westerwolde is opgenomen). Met het oog op het belang van het Fonds Energietransitie zou een verdeling van 50% lokaal : 50% sociaal in onze ogen een eerlijke verdeling van lusten en lasten zijn.
Heldere kaders Zowel energiearmoede als het ondersteunen van de lokale omgeving om een rol te kunnen spelen in de energietransitie is een grote opgave voor de gemeente de komende jaren. Het voorstel van de gemeente is om opbrengsten uit duurzame energieprojecten hiervoor te gebruiken. Een nobel streven dat wel een aantal belangrijke vragen oproept. De gemeente heeft hiermee veel verschillende petten op: 1. Niet alleen stelt zij het beleid vast met daarin de voorwaarden waarbinnen duurzame energieprojecten ontwikkeld mogen worden, 2. zij is ook de vergunningverlener en toetst of projecten aan de gestelde voorwaarden voldoen. 3. De ambitie is om als gemeente de exploiterende rol op zich te nemen. 4. Nu komt er nog een pet bij: de gemeente heeft direct belang bij de opbrengsten van deze projecten om haar doelstellingen voor het tegengaan van energiearmoede en het ondersteunen van lokale initiatieven te kunnen realiseren. De intentie is lovenswaardig, maar het vergt wel een goede discussie en een set van duidelijke richtlijnen om al deze rollen van de gemeente zuiver in te kunnen vullen. Voorkomen moet worden dat doordat de slager zijn eigen vlees keurt (en eet!), er bijvoorbeeld minder strenge voorwaarden worden gesteld aan nieuwe projecten zodat de ontwikkeling voorspoediger plaats kan vinden.
Dit zou ten bate komen van het sociale belang, maar ten koste gaan van het lokale belang. Om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen moet in onze ogen voldaan worden aan een aantal voorwaarden: a. Een zuivere scheiding van de verschillende petten en belangen van de gemeente. b. Transparante en vooraf opgestelde concrete voorwaarden en kaders m.b.t. het participatieproces met en zeggenschap van omwonenden en belangenorganisaties, biodiversiteit, landschap, optimale mitigatie om hinder te voorkomen en verdeling van de opbrengsten. c. Een duidelijke toetsende rol voor de gemeenteraad. Zo biedt u de lokale omgeving aan de voorkant duidelijkheid waar ze aan toe zijn en wat ze mogen verwachten en kunnen vragen. En heeft u als raad straks heldere kaders en voorwaarden om nieuwe projecten op te kunnen toetsen.
Wij vragen u deze overwegingen te betrekken in uw discussie over het Fonds Energietransitie.
Met vriendelijke groet, Natuur en Milieufederatie Groningen, Jan-Willem Lobeek directeur bestuurder