Nr. 94 Advies over de inzet van armoedemiddelen 2021 en terugblik 2020 - Cliëntenraad W&I.pdf
Tekst van het document
Aan: T.a.v.:
College van burgemeester en wethouders van Groningen Mevrouw I. Diks
Datum:
1 maart 2021
Ons kenmerk: CRA 2021-01 Onderwerp:
Advies over de “Inzet armoedemiddelen 2021 en terugblik 2020”
Geacht college, geachte mevrouw Diks, Geacht college, geachte mevrouw Diks De Cliëntenraad (CR) heeft recentelijk de notitie “Inzet armoedemiddelen 2021 en terugblik 2020” van u ontvangen. Gezien de korte reactietijd die ons ter beschikking staat om te reageren op deze notie krijgt u niet een volledig uitgewerkt advies, maar een reactie op de door ons gesignaleerde knelpunten. Met u constateren wij dat 2020 door Covid-19 een ander jaar is geworden dan we mogelijkerwijs konden verwachten. Meer mensen zijn in inkomen achteruitgegaan, soms zelfs fors. Anderen die het al moeilijk hadden, kregen extra problemen. We waarderen het dat u alle moeite heeft genomen en neemt om extra middelen in te zetten voor het lenigen van de gevolgen van de Coronacrisis. Bijvoorbeeld de extra inzet van het Kindpakket. In de brief gaat u in op de gehaalde onderdelen van de doelstelling, de verantwoording van de middelen over 2020 en de begroting voor 2021. De resultaten van de perspectieflijnen stemmen ons echter niet gerust. Veel zaken zijn aangestipt of voorzichtig gestart, maar aangezien het veelal om resultaten van (intern en extern) overleg gaat, hadden wij verwacht dat deze verder waren ontwikkeld. De pandemie had daar immers weinig invloed op.
1. U haalt bij de verantwoording van de inzet van armoedemiddelen haar ambitieus voor de komende tien jaar ter herinnering nogmaals aan: “We doorbreken de armoedeoverdracht van ouder op kind. Alle kinderen krijgen dezelfde kansen. In 2030 is het percentage kinderen in de gemeente Groningen dat in armoede opgroeit lager dan het gemiddelde percentage kinderen dat in armoede opgroeit van de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners.”
Wij moeten tot onze spijt blijven constateren dat deze ambitie zeer mager is, als we armoedecijfers van onze gemeente vergelijken met de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners in 2019. Het behelst een niet nader omschreven doel in toetsbare percentages van een nog terug te dringen armoede. In ons advies over ‘Het volledig overzicht van de indicatoren van Toekomst met Perspectief’ van 15 september 2020 gaven wij aan, om te komen tot een beoordeling van effecten van de ingezette middelen, dat wij het noodzakelijk achten om op korte termijn met concrete (tussen)doelen te komen met (tussen)evaluatiemomenten. Zodat de gemeenteraad, de rekenkamer, de Cliëntenraad kunnen verifiëren of de ingezette middelen een daadwerkelijke bijdrage leveren aan het bereiken van de gestelde doelen. Bij het gemis aan concrete doelen bij de inzet van de armoedemiddelen zijn wij niet in staat om de ingezette middelen op afdoende wijze naar waarde te kunnen beoordelen. Dat neemt niet weg dat wij enkele vraagtekens hebben bij de voorliggende notitie.
We lezen: “Het fundament van Toekomst met Perspectief staat; juist in deze periode hebben we gezien dat verschillende werkzame bestanddelen werken. Via Omarm Groningen kwamen initiatieven uit de samenleving op de plekken waar ze het meeste nodig waren. De inzet van ervaringsdeskundigen betekende dat signalen over de dagelijkse coronarealiteit voor minima goed aankwamen binnen de gemeente.”
2. Wat betreft Omarm Groningen hebben we de nodige vraagtekens op basis van de door het college aangevoerde informatie in de notitie. U beschrijft de activiteiten van Omarm Groningen als zeer positief, maar er is nog steeds een schril contrast tussen de opbrengst hiervan in relatie tot wat door andere maatschappelijke organisaties werd en wordt geleverd in dit kader. Geen woord over al die organisaties die al jaren via de Stadjerspas hun financiële bijdrage leveren. En werd de Waterlooshow niet eerder middels de Stadjerspas gefinancierd? 3. Over uw toelichting over de inzet van ervaringsdeskundigen hebben we ook de nodige vraagtekens. Onder de kop “ Inzet ervaringsdeskundigheid “ lezen wij: “We hebben een concept-functieprofiel opgesteld voor de betaalde ervaringsdeskundige zoals we die binnen de gemeente zien. Deze is opgeleid als ervaringsdeskundige, adviseert, signaleert en draagt bij aan de uitrol van ervaringsdeskundigheid op het gebied van het doorbreken van (generatie)armoede. Binnen DMO hebben we breed draagvlak gecreëerd voor het werken met ervaringsdeskundigheid.
Een betaalde ervaringsdeskundige bij Toekomst met perspectief zorgt dat de soms zeer verschillende pratijkverhalen over armoede op een constructieve en proactieve manier worden vertaald in beleid.” Wat voor ons nog steeds onbegrijpelijk is dat binnen het gemeentelijk kader van de inzet van ervaringsdeskundigheid de expertise van Cliëntenraad, als representant van duizenden ervaringsdeskundigen, zowel in de notie over de indicatoren, alsook in de notie van de inzet van de armoedemiddelen niet wordt meegenomen als partner in de ontwikkeling van het armoedebeleid.
Dit is des te opmerkelijk aangezien in de verordening Cliëntenraad Groningen expliciet staat vermeld dat het armoedebeleid het werkterrein van de Cliëntenraad is. Wij worden op alle andere terreinen van beleidsontwikkelingen op het gebied van Werk en Inkomen wel in een vroeg stadium betrokken worden. Wij vragen ons ook af in welke mate de DMO een breed draagvlak heeft gecreëerd voor het werken met ervaringsdeskundigheid. Als de DMO bij Toekomst met perspectief één betaalde ervaringsdeskundige inzet voor de beleidsontwikkeling van het armoedebeleid. En daarbij bijvoorbeeld geen gebruik wil maken van de jarenlang opgebouwde expertise van ervaringsdeskundigen en beleidskennis van de Cliëntenraad.
4. Zoals hierboven aangegeven, zijn we niet in staat om een verantwoord advies te geven over inzet van de individuele uitgavenposten van de armoedemiddelen. Dit aangezien er geen concrete doelen zijn gesteld, waaraan wij de inzet van de middelen kunnen toetsen. De verantwoording over 2020 is alleen op hoofdlijnen te vergelijken met de verwachting voor 2021. Over 2021 zijn de posten onderverdeeld, over 2020 niet. Dat maakt de vergelijking een stuk lastiger. De genoemde bedragen geven onderstaand overzicht: Post Kindvoorzieningen Brede Ondersteuning & Preventie Gebiedsinzet Vernieuwing TmP Stadjerspas Maatwerkfondsen Uitvoering & Overig Totalen
2020 1.194.000 755.000 240.000 530.200 358.000 410.000 1.092.800 4.580.000
2021 1.305.750 879.953 324.400 294.200 467.000 361.000 1.420.231 5.052.534
+ + + + + +
verschil 111.750 124.953 84.400 236.000 109.000 49.000 327.431 472.534
Wat direct opvalt is het hoge procentuele bedrag voor ‘Uitvoering & Overig’. In 2020 net onder de 20%, in 2021 bijna net geen 25%. Met nog de aantekening dat het bij een aantal van de andere bedragen ook om personeelskosten gaat (in ieder geval: Omarm; ervaringsdeskundigen). Een kwart van het totale budget gaat zo niet naar bestrijding van de armoede, maar naar de organisatie daaromheen! Wij achten dit niet wenselijk
-
Wij adviseren u nogmaals om op korte termijn met concrete (tussen)doelen te komen met (tussen)evaluatiemomenten. Zodat de resultaten van inzet van de armoedemiddelen kunnen worden afgemeten aan de vooraf gestelde doelen zodat de gemeenteraad, de rekenkamer, de Cliëntenraad en anderen dit kunnen verifiëren.
-
We adviseren u de uitvoeringskosten die uit de armoedemiddelen worden gehaald drastisch te verminderen, zodat de middelen rechtstreeks ten goede komen aan het bestrijden van de armoede.
-
Wij adviseren u tevens om in een eerder stadium de expertise aan ervaringsdeskundigheid en beleidsontwikkeling van de Cliëntenraad in te zetten binnen de DMO en het Armoedebeleid.
Met vriendelijke groet, Hans Alderkamp Voorzitter a.i. Cliëntenraad Werk en Inkomen
I.a.a: De gemeenteraad van Groningen De vakdirecteur Aaldert van Lingen Stadadviseert