CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nr. 80 Openstellingsvergunning - Groningen Verdient Beter.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 31 maart 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 4: Voortgangsrapportage Aanpak Ring Zuid sept-dec '20 (collegebrief 10-3-2021)1.137 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: Openstellingsvergunning Groningen, 22 febr. 2021 Geacht College, Kopie: de Raad De veiligheid van de zuidelijke ringweg is al diverse keren bij het College aan de orde gesteld door ‘Groningen Verdient Beter’ (GVB). De veiligheid betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom over een weg (ZRG) die beduidend gevaarlijker wordt dan de huidige ringweg. Voor deze ringweg, op vrijwel hetzelfde tracé gelegen als de in aanbouw zijnde Zuidelijke Ringweg was het Groepsrisico (2010) al te hoog voor de wijk Oosterpoort. Met name de verdiepte ligging (VL), deel van een internationale transport as opgenomen in het Europese routenetwerk, baart ons zorgen. Ook ARZ vermeld in een brief dat de weg complex is en de ruimte beperkt. Een viertal bronnen duidt op gevaarlijke verkeerssituaties, deze bronnen zijn:  Een rapport in opdracht van GVB opgemaakt door het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)  De eerste verkeersveiligheidsaudit (VVA) opgemaakt door het audit bureau Inspec Ned.  Een tweede VVA uitgevoerd door de firma Royal Haskoning  Rijkswaterstaat Ontwerplogboeken Het is in verband met het bovengenoemde, voor GVB nog steeds niet te bevatten dat de gemeente Groningen onze waarschuwingen niet serieus lijkt te nemen. Alle componenten die kunnen leiden tot een ramp zijn immers aanwezig.

Om deze reden verstuurde GVB een brief (bijlage) naar de Hoofd Directie van Rijkswaterstaat. In de brief komen de volgende zaken aan de orde: 1. Verkeersveiligheid 2. Vervoer gevaarlijke stoffen 3. Tunnels 4. Scenario 5. nog niet opgeloste zaken 1) Verkeersveiligheid De verdiepte ligging speelt hierin een bijzondere rol door verminderde zichthoeken in horizontale en verticale zin, snelheidsverschillen, kruisend verkeer, smalle rijstroken en een zeer onoverzichtelijk wegbeeld met name door de drie tunnels is er een grote kans op kop/ staartbotsingen, flankaanrijdingen ed. In voetnoot 1 van de brief aan RWS (bijlage) wordt het effect van deze gevaren in de verdiepte ligging verder gespecificeerd. De gekwalificeerde auditors van Inspec Ned die in opdracht van ARZ deze eerste VVA uitvoerden spreken hun zorg uit over de verdiepte ligging: ‘in de verdiepte ligging ondergaan weggebruikers een extreem zware rijtaakbelasting’. Ook plaatsten zij de aanbeveling: ‘maak de 8 rijstrookbreedten van 3.10 m weer op een normale (lees Europese) wegbreedte van 3,50 m’. Deze aanbeveling paste niet in de al ontwikkelde plannen voor het project ZRG en werd uit de behandeling gehouden bij de Raad van State. Weliswaar is de VVA van de fa.

Royal Haskoning is niet zo uitgebreid in het weergeven van effecten als de Inspec VVA maar komt wel met een algehele conclusie ‘vaak voldoet de weg niet aan de minimale eisen en er is een stapeling van risico’s’. 2) Vervoer van gevaarlijke stoffen Aangezien de gemeente Groningen als routeplichtige voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geen beperking heeft aangevraagd bij de Minister, gaan door de verdiepte ligging de meest risicovolle stoffen in bulk. Hiertoe behoren ook de tot vloeistof verdichte brandbare gassen, GF 3 stoffen. Het zgn. Groepsrisico, zo bleek bij berekening in 2010, was al te hoog ten gevolge van A7/N7 voor de wijk Oosterpoort. Het gaat hierbij om ca. 1000 GF3 transporten per jaar.

3) Tunnels Waar ARZ de drie onderdoorgangen in de verdiepte ligging nog steeds voorstelt als deksels, komt de advocaat van Rijkswaterstaat, die handelt namens de Minister, tot een geheel andere conclusie en stelt in het verweerschrift (item 5.2.4): ‘het zijn wel degelijk tunnels van de categorie A’. Dit is in overeenstemming met de Wet vervoer gevaarlijke stoffen met de daaronder vallende Regeling VLG (vervoer gevaarlijke stoffen over land) Of de drie tunnels aan deze categorie voldoen en het vervoer van de meest risicovolle stoffen toestaat is te controleren met de risico analyse ‘RWS QRA-tunnels 2.0’ en een bijbehorende scenario analyse. Deze methodiek is een standaard benadering van de veiligheid die door veel gemeenten wordt toegepast. Hoewel deze QRA (kwantitatieve risicoanalyse) verplicht is voor tunnels die onder Wet aanvullende regelgeving voor tunnels (Warvw) vallen, is deze ook toepasbaar op afwijkende tunnels. Op vragen van 100% Groningen stelt het College dat zij een QRA niet gaat toepassen omdat een QRA alleen noodzakelijk is voor tunnels die onder de Warvw vallen. Uit de ARZ verslagen maken wij op dat er erg veel aandacht werd besteed om de lengten van de tunnels onder de 250 m te houden, waardoor ze buiten de Warvw vallen. Deze lengte is namelijk de ondergrens van de Warvw, overigens is daarbij is geen rekening gehouden met het Kamerstuk 29296 nr.2 (publ. jr.

2004) voor tunnels die buiten de Warvw vallen. Dit Kamerstuk wil voorkomen dat onveilige situaties worden goedgekeurd, met name bij het vervoer van gevaarlijke stoffen door tunnels. 4) Scenario Met de weigering tot een QRA blijft in de lucht hangen of de tunnels daadwerkelijk aan deze categorie A voldoen. Dit valt te betwijfelen, aangezien de verkeersveiligheid een wezenlijk deel vormt in de categorie aanduiding. Hoewel de namens de Minister sprekende advocaat stelt dat het cat. A tunnels zijn, in het hele land mogen slechts 5 die deze categorie A mogen voeren, gaat de gemeente geen categorie toekennen aan de drie tunnels. Ook worden de drie tunnels niet geplaatst op de verplichte internationale tunnellijst. Een categorie aanduiding is essentieel binnen de lidstaten aangezien elke chauffeur die gevaarlijke stoffen vervoerd daarmee zijn route inplant. Met het in gebreke blijven kan dit tot een scenario leiden als beschreven in de brief naar de Hoofd Directie van RWS. 5) Nog niet opgeloste zaken In het huidige ontwerp van de ZRG blijkt een duidelijke inconsequentie in de aan te brengen gronddekking op de tunneldaken. Het doel van de gronddekking, voorgesteld als het tot stand komen van een parkje, is pure noodzaak om een uitworp van brokstukken, blow-out, over de woonwijken te voorkomen bij een zwaar incident.

Van dit beschermingsprincipe is geen sprake meer bij de schuine tunnel doorsteek dwars door het Winschoterdiep waar het tunnel dak net even lager komt te liggen dan de waterspiegel. Bijkomend gevaar bij een blow-out is dat dan de gehele verdiepte ligging volstroomt en vrijwel iedereen verdrinkt. Aangezien de preventie van een ramp valt onder de verantwoordelijkheid van het College, in het bijzonder voor de Burgemeester in het kader van Regioveiligheid, mogen wij burgers, van de zuidelijke stadswijken, en weggebruikers verwachten, dat het College van B&W er alles aan doet om een ramp te voorkomen. Wij wijzen u op het veiligheids-principe ALARP wat inhoud dat de Burgemeester er alles aan zal moeten doen wat redelijk mogelijk is om een ramp met vele slachtoffers te voorkomen. Tot slot Met het in deze brief beschrevene doet GVB het dringende verzoek aan het College de openstellingsvergunning voor de zuidelijke Ringweg te zijner tijd niet te verlenen en dit per direct kenbaar te maken. In afwachting van uw antwoord,

Met vriendelijk groet, namens ‘Groningen Verdient Beter’ P.H. Burrie

Bijlage: brief van 1 febr. 2021 aan de Hoofd Directie Rijkswaterstaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4208/documents/60854