Nr. 52 Mening Sportkoepel indexering tarieven.pdf
Tekst van het document
Groningen, 3 november 2021 Betreft: indexatie tarieven accommodaties Geacht college, geachte raadsleden, Inleiding Al enkele jaren probeert de Sportkoepel vast te stellen hoe de jaarlijkse indexering van de tarieven tot stand komt. Wij constateren dat de door de gemeente toegepaste indexeringen op tarieven vanaf 2015 tot 2020 zo ‘n 10,5% bedraagt1. Over dezelfde periode komt het CBS tot een indexering van 5,5 %. De tariefsverhoging valt dus bijna tweemaal hoger uit. Financieel betekent dit dat de sport via deze extra verhoging op tarieven een extra bijdrage heeft betaald van ongeveer € 550.000, indien we uitgaan van een jaarlijkse CBS-indexering. Berekening indexering Na herhaaldelijke verzoeken om inzicht in de vraag hoe het indexatiecijfer tot stand komt binnen de begrotingscyclus, is vorig jaar aangegeven dat niet de CBS-cijfers maar de CAO-stijgingspercentages leidend zijn voor de tariefstijgingen en dat Sport050 daar zelf geen invloed op heeft. Bij narekening bleek echter dat ook de CAO-cijfers ook niet 100% corresponderen met de tariefstijgingen. Na wat uitzoekwerk constateerden we dat zowel de CBS- als de CAO-cijfers gebruikt worden voor de indexatie, en wel in de verhouding CBS 20% en CAO 80%. Dit wordt bevestigd door de heer W.
van der Heide, directeur Financiën en Inkoop, in zijn mail aan de Sportkoepel van 7 juli 2021: “Voor de indexering van de tarieven hanteren wij het gemeentelijke stijgingspercentage. De uitgangspunten hiervoor kunt u vinden in de begroting 2021 (onder overzichten). Onze gemeentelijke index baseren wij op een inschatting van de CAO-ontwikkeling en ontwikkeling sociale lasten voor de gemeente, plus landelijke cijfers (Centraal Economisch Planbureau) voor de prijsontwikkeling. Vervolgens middelen we dat via de verhouding 80% loon en 20% prijs. Zo komen we tot een indexcijfer.” De Sportkoepel vraagt een correcte toepassing van de indexeringspercentage tarieven. De Sportkoepel heeft de volgende bezwaren bij de toepassing van een indexeringspercentage dat samengesteld is uit 80% loon en 20% prijs. In de huurovereenkomsten wordt niet gerept over indexatie van de tarieven. Formeel gezien is een automatische indexatie dus geen vanzelfsprekendheid. 1 Bron: zienswijze Sportbegroting 2020
1
Ondanks dit formele standpunt vinden wij een indexatie gerelateerd aan de CBS-index voor prijs billijk, maar de verdiscontering van de loonindex niet. En zeker niet in de huidige verhouding. A) In de kostenberekeningen zoals door de Sportkoepel opgesteld, is de verhouding loonkosten/overige kosten slechts 38/62 en niet 80/20. Waarbij nog aangetekend moet worden dat wij verwachten dat in de verhouding loon/overige kosten die voor de verenigingen gemaakt de looncomponent nog lager ligt, omdat de loonkosten die Sport050 maakt voor haar eigen activiteiten daar dan buiten vallen. B) Bij de indexering van huren is het niet gerechtigd om loonkosten door te berekenen, slechts de CBS-index is dan leidend. Daarnaast wordt in een eerdere brief van Sport050 aan de Sportkoepel met betrekking tot de indexering van de rentelasten (d.d. 4 april 2019) aangegeven dat in alle overeenkomsten binnen het Gelijk Speelveld de CPI-cijfers van het CBS voor indexering toegepast wordt. Dit betreft dan de huurovereenkomst, de ingebruikgevingsvergoeding en de schoonmaakvergoeding. Conclusie en verzoek De Sportkoepel heeft aangetoond dat de huidige indexeringswijze niet correct wordt toegepast en pleit voor een indexering die in overeenstemming is met de gangbare regels van indexering van accommodaties, namelijk gebaseerd op het CPI-cijfer van het CBS.
Wij vragen het college dan ook dat vanaf nu de indexatie op deze wijze berekend wordt, en dat dit al toegepast wordt in de begroting van 2022. Verder zou de Sportkoepel het op prijs stellen dat nu onderkend wordt dat de afgelopen 6 jaar de tarieven fundamenteel meer verhoogd zijn dan normaliter bij indexering volgens de CBS-cijfers zou zijn gebeurd. Slotoverweging Waarom is dit nu zo’n heikel punt voor de Sportkoepel? Wij zijn letterlijk al jaren bezig om helder te krijgen hoe de indexatie precies tot stand komt. Het sportveld wordt, zo blijkt nu, al jaren zwaarder belast dan volgens de regels billijk is. Te meer gezien het feit dat de hogere indexatie alleen wordt toegepast voor de inkomstenkant van de gemeente. Natuurlijk vloeien de extra inkomsten in de sportbegroting en komen deze ook ten goede van de sport. In die zin zou betoogd kunnen worden, dat het niet zo’n groot punt is. Toch vinden wij dit erg onredelijk en vragen wij om dit beleid te corrigeren, vanwege: a) De huidige manier van indexeren staat voor ons op gespannen voet met het principe van een transparante en redelijke (lokale) overheid, gezien de moeite die het heeft gekost om de methodiek scherp te krijgen. b) De verhouding tussen de bijdrage van de sport versus de maatschappelijke bijdrage verandert nagenoeg geruisloos, terwijl dit wat ons betreft om een open politieke discussie vraagt.
Namens de Sportkoepel, Emmy in ’t Veldt Joop Top
2