Nr. 42 Zienswijze Ruimte voor Retail - Buurtvereniging A-Kwartier..pdf
Tekst van het document
Buurtvereniging Het A-Kwartier Reitdiepskade 5 9718BP Groningen
Aan Burgemeester en Wethouders van Groningen en alle Raadsfracties
Groningen, 1 november 2021 Betr. zienswijze concept Ruimte voor Retail Geachte dames en heren, Het bestuur van de wijkvereniging Het A-Kwartier heeft kennisgenomen van uw conceptnota Ruimte voor Retail, Detailhandel- en horecabeleid gemeente Groningen, hierna ook RvR. A-Kwartier is de wijkvereniging voor een groot deel van de westelijke binnenstad. Onze reacties en opvattingen zijn dan ook beperkt tot de aspecten van Ruimte voor Retail die gevolgen kunnen hebben voor het A-Kwartier. Daarbij geldt wel dat voornemens die buiten onze wijk worden voorzien en gevolgen kunnen hebben binnen het A-Kwartier van een reactie van onze kant worden voorzien. Voorbereiding van de nota Uit RvR blijkt dat over de inhoud overleg is geweest met ondernemers- en belangenverenigingen; voor de uitvoering wordt een warme communicatie en samenwerking tussen gemeente, ondernemers en vastgoedeigenaren nagestreefd. Welke andere belangenverenigingen zijn betrokken bij de voorbereiding van RvR wordt niet vermeld: in ieder geval is de voorbereiding buiten bewoners en buurtvereniging omgegaan. Wij hebben vergelijkenderwijs vastgesteld dat het voorliggende concept meer cijfermatige onderbouwing bevat dan uw eerdere concept Beleidsvisie mobiliteit. Dat is positief. Alleen op basis van onderzoeksgegevens kunnen verantwoorde maatschappelijke en bestuurlijke keuzes worden gemaakt.
Status van de nota Anders dan kan blijken uit uw aanbiedingsbrief van 30 juni 2021 aan de leden van de gemeenteraad is de voorliggende versie van RvR volgens de titelpagina een ‘discussiestuk in ontwikkeling’. Daaruit leiden wij af dat RvR niet in beton is gegoten en dat op basis van suggesties en opvattingen de doelstellingen en beleidsvoornemens uit RvR voor aanpassing vatbaar zijn. Daarom reageren wij uitvoerig. Inmiddels zijn wij uitgenodigd voor een overleg op 24 augustus 2021 met gemeentelijke vertegenwoordigers over een actualisering van de visie Bestemming Binnen stad van 2016. Uit de kring van organisaties die in het vooroverleg over RvR zijn betrokken, en uit het geschetste perspectief voor de organisatie van de uitvoering blijkt een te smalle basis waardoor RvR niet een gegeven of randvoorwaarde kan zijn bij de opstelling van de nieuwe binnenstadvisie. Dat laatste geldt overigens ook voor de eerder verschenen conceptmobiliteitsvisie. De nieuwe binnenstadvisie mag niet verworden tot een bundel van deelnota’s over deelbelangen. De in het concept en ook in het concept Beleidsvisie
1
mobiliteit beschreven deelbelangen kunnen en mogen niet van groter gewicht zijn dan andere deelbelangen die (nog) niet tot een (concept-)beleidsvisie hebben geleid. Verder vragen wij ons af wat de juridische status zal zijn van RvR, als die formeel is vastgesteld. Daarover geeft het discussiestuk geen uitsluitsel: vermeld wordt dat RvR zal dienen als onderlegger voor de vaststelling van bestemmingsplannen en vergunningen. Daaruit zou kunnen blijken dat RvR geen onderlegger zal zijn voor de komende binnenstadvisie, noch voor de omgevingsplannen die er op grond van de volgend jaar in werking tredende Omgevingswet tot stand zullen moeten komen; en vanuit dat perspectief juridisch en beleidsmatig van beperkte betekenis is. Wij menen dat de enige passende status van RvR kan zijn die van voorstudie voor de komende binnenstadvisie, die naar onze mening een omgevingsvisie in de zin van de komende Omgevingswet, althans de uitsluitende basis daarvoor, zal moeten zijn. Inhoudelijk Wat we missen Begripsbepalingen In RvR worden veel begrippen gehanteerd waarvan geen of nauwelijks een definitie of omschrijving wordt gegeven. Dat maakt het moeilijk om betekenis en reikwijdte van RvR volledig in beeld te krijgen.
Begrippen als ‘verblijfsgebied’, zoekgebied, ontwikkelzone, ‘sfeergebied’, ‘blurring’, ‘aanloopstraat’, ‘plint’ en ‘dark kitchens’ zijn misschien binnen de kring van deskundigen gekend, voor de ‘gewone’ burger of belanghebbende zijn ze dat niet. Dat geldt mogelijk ook voor andere gebruikte begrippen. De opneming van een begrippenlijst met toelichting lijkt dringend gewenst. En vervolgens dienen die gedefinieerde begrippen ook consequent te worden gehanteerd in de tekst. Markten en ambulante handel In RvR hebben wij aandacht voor de markten en de ambulante handel gemist; die zijn in onze opvattingen een integraal onderdeel van de retail-functies in de binnenstad en in dit verband essentieel voor de voorziening in de levensbehoeften van bewoners en bezoekers. In dat kader betreuren wij onder meer dat u geen mogelijkheid hebt gevonden om de regionale markt die eerder op het plein voor de Harmonie werd gehouden, op een andere locatie in de binnenstad onder te brengen toen de Rijksuniversiteit het plein niet langer ter beschikking wilde stellen. Juist die regiomarkt is een waardevolle aanvulling op het aanbod op de ‘gewone’ markt en in de winkels van de binnenstad. Terzijde zijn wij van mening dat ook een bestuurlijke visie op het gebruik van de fysieke ruimte in de binnenstad door de Rijksuniversiteit niet kan worden gemist.
De geschetste gang van zaken bij de beëindiging van de regiomarkt door de RUG, maar ook de gang van zaken bij het zoeken naar een oplossing voor het parkeerprobleem dat door de herinrichting van de Turftorenstraat, de A-Kerkstraat en de Kromme Elleboog ontstaat, duidt erop dat de RUG met haar rug naar de binnenstadsamenleving staat. In het kader van de komende actualisering van de binnenstadvisie zal de relatie tussen RUG en omgeving o.i. opnieuw en serieus aan de orde moeten komen en verwachten wij een heldere en stevige opvatting van het gemeentebestuur. Prostitutie
2
Ook missen wij in RvR aandacht voor de prostitutie als bedrijfstak. Uit RvR zou kunnen worden afgeleid dat branchering volgens u (te) gecompliceerd is, maar voor prostitutie is branchering juist krachtig doorgevoerd: alleen in de Nieuwstad is nog sprake van aanbieding van seksdiensten vanuit winkelpanden. Terzijde merken wij op dat de Dienstenrichtlijn branchering niet uitsluit, indien daar een planologische rechtvaardiging voor bestaat. Alternatieve verblijfsaccommodaties Ten slotte missen wij in RvR aandacht voor verblijfsaccommodaties anders dan hotels en B&B’s. Met name de tijdelijke verhuur van woningen aan bezoekers (bv. via Airbnb) kan gevolgen hebben voor de behoefte aan hotelvoorzieningen, maar ook voor het gebruik van de openbare ruimte. Het mogelijke substitutie-effect van dergelijke overnachtingsmogelijkheden mag o.i. in RvR niet ontbreken. Beperkingen aan de groei van winkel- en horecafuncties Ruimteverdeling in de binnenstad Het uitgangspunt in RvR is dat er meer bezoekers naar de binnenstad moeten worden gelokt door uitbreiding van het aanbod van winkels en horeca zodat de economische groei in de binnenstad verder zal toenemen. Vanuit het oogpunt van de winkel- en horeca-aanbieders is dat een begrijpelijke doelstelling.
Wij menen dat die groei niet alleen moet worden gefaciliteerd, maar dat die groei ook zijn beperking behoort te vinden in de capaciteit van de binnenstad om de groei ruimtelijk mogelijk te maken. De grenzen aan de groei worden bepaald door de andere functies die ook in de binnenstad thuis horen zoals culturele functies, onderwijsfuncties en woonfuncties. Uit RvR blijkt dat die functies bij het opstellen van RvR niet zijn onderzocht en gewogen. Wij brengen in herinnering dat in de Visie Bestemmingsplan Binnenstad van 2016 het belang van de woonfunctie in de binnenstad uitdrukkelijk is vastgelegd. Dat blijft voor ons het uitgangspunt voor de verdeling tussen de verschillende stedenbouwkundige functies, met name bij de beoordeling van de komende herziening van de binnenstadvisie. Dat is een beperking van RvR. Ruimte voor winkels en horeca De fysieke ruimte in de binnenstad kan maar één keer worden gebruikt. Als de ruimte voor winkels en horeca wordt uitgebreid blijft minder ruimte over voor de andere functies, tenzij de ruimte voor de nieuwe winkel- en horecafuncties kan worden gevonden in beperking van de bestaande winkel- en horecafuncties. Uit RvR blijkt niet dat een prognose voor de behoefte aan winkelruimte is gemaakt. Het winkelbestand loopt terug en er is sprake van toenemende eenzijdigheid in het winkelbestand (kleding, schoenen).
Deze ontwikkeling duidt niet direct op een behoefte aan uitbreiding van het winkelbestand, eerder op een beperking daarvan. RvR claimt de mogelijk vrijkomende ruimte als ook extra ruimte voor facilitering van bestaande winkels met internet-services en bezorgdiensten en voor daghoreca. Daarmee zou de economische trend moeten worden gekeerd. Internet-services en bezorgdiensten hebben mogelijk negatieve gevolgen voor de binnenstad; de verkeersdruk in de binnenstad zal toenemen en de al schaars aanwezige parkeerruimte zal ook worden gebruikt door logistiek verkeer na internetbestellingen en door bezorgvoertuigen. Dat is onwenselijk.
3
Supermarkten Daarnaast wordt vastgesteld dat er (te)veel supermarkten in de binnenstad zijn gevestigd, hoewel er geen voornemens zijn geformuleerd om die vorm van overaanbod tegen te gaan. De bestaande supermarkten voorzien kennelijk wel in een behoefte; die behoefte bestaat waarschijnlijk met name bij de bewoners van de binnenstad, die volgens RvR een beperkt bestedingsniveau hebben. Dat alles kan geen reden zijn om supermarktoppervlakte af te stoten en daardoor ruimte te maken voor voorzieningen die meer gericht zijn op bezoekers met een naar de verwachting van RvR hoger bestedingspatroon. Bij de vaststelling van de beschikbare ruimte voor supermarkten moet o.i. worden uitgegaan van de winkelbehoeften van de bewoners van de binnenstad, niet van de behoefte aan ruimte voor bezoekersvoorzieningen. Overigens erkennen wij dat de verkeersbewegingen naar en van supermarkten in sommige gevallen een onevenredig gevolg hebben op het evenwichtige gebruik van de openbare ruimte en dat passende maatregelen in dat kader gewenst zijn. Een aanzienlijke verbetering zou zijn zoals wij ook in onze reactie op de concept-beleidsvisie mobiliteit naar voren hebben gebracht, om op bedrijventerreinen buiten de stad bodeterreinen te vestigen zodat aan- en afvoer naar en van winkels en dergelijke in de binnenstad minder problemen veroorzaken en de verkeersdruk op de binnenstad vermindert.
Winkels en daghoreca Uit RvR blijkt ook dat het winkelbestand anders dan waar de algemene economische ontwikkelingen op wijzen, moet worden gehandhaafd door de aanwezigheid van horecafuncties, waardoor bezoekers in aansluiting op hun winkelactiviteiten, kunnen pauzeren met drank en spijs. Die horecafuncties kunnen zowel onderdeel uitmaken van winkels (koffiehoeken en chill-voorzieningen), als zelfstandig gevestigde ondernemingen in de nabijheid van de winkels zijn. Dat is volgens RvR de achtergrond van het omkatten van het kernwinkelgebied naar ‘kernverblijfsgebied’. Verder moet als vermeld volgens RvR voor winkels de mogelijkheid bestaan om naast de fysieke uitlevering van goederen en diensten aan klanten gebruik te maken van het internet om klanten aan te trekken. Dat zal naar onze verwachting leiden tot een wijze van winkelgedrag bij het publiek dat bestaat uit op- en afhalen, omdat de afname van goederen en diensten reeds vóór het bezoek aan de winkel is geregeld. En die wijze van winkelen brengt weer meer verkeersbewegingen met zich en dus drukte in de binnenstad zonder dat sprake is een langduriger verblijf met voordelen voor de andere voorzieningen zoals de horeca en de cultuur.
Onze conclusie is dan ook dat ‘internetwinkelen’ geen positief effect zal hebben op de ontmoetingsfuncties van de binnenstad en dat aan de combinatie van fysiek en digitaal winkelen in het belang van de binnenstad paal en perk gesteld zou moeten worden. Hetzelfde geldt naar ons inzien voor de uitbreiding van horecazaken met een eigen bezorgdienst: die diensten leveren wel een bijdrage aan het verdienvermogen van de betreffende ondernemer, maar niet aan de kwaliteit van de binnenstad. Bezorg- en besteldiensten Afzonderlijke aandacht verdienen de bezorg- en besteldiensten die niet economisch zijn gekoppeld aan een andere onderneming, maar in opdracht van andere ondernemingen hun diensten uitvoeren. Deze bezorg- en besteldiensten zijn niet afhankelijk van een bepaalde
4
vestigingsplaats: zij ontvangen hun opdrachten per internet en sturen op dezelfde manier hun medewerkers op pad. Voor deze ondernemingen is er dus geen reden om in de binnenstad gevestigd te zijn; vestiging elders, met name op locaties waar zij geen verkeersproblemen veroorzaken, ligt in de rede. Uit RvR blijkt verder dat binnen de huidige woongebieden zgn. ontwikkelgebieden worden aangewezen, waarbinnen ook bezorgdiensten kunnen worden gevestigd. Zo’n ontwikkelgebied zijn de Turftorenstraat, de A-Kerkstraat en de Kromme Elleboog. Als daar ook bezorg- en besteldiensten kunnen worden gevestigd, leidt dat zonder meer tot vergroting van het parkeerprobleem dat in die straten ten gevolge van de herinrichting toch al bestaat (zie supra). Een dergelijke ontwikkeling. Op voorhand delen wij u mede dat een dergelijke ontwikkeling in dat gebied gelet op de aanwezige woonfuncties niet op onze instemming kan rekenen. Ook dat punt zal opnieuw aan de orde komen bij de herijking van de binnenstadvisie. Hetzelfde geldt m.m. voor de diepenring (zie ook hierna onder ‘horeca’). Horeca In RvR blijkt dat voor de horeca een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘daghoreca’ en ‘nachthoreca’. De daghoreca is functioneel verbonden met de winkelfunctie; de nachthoreca omvat de recreatieve horeca die als zelfstandige functie bestaat, ook op de tijdstippen dat de winkels zijn gesloten.
Het valt op dat de nachthoreca anders dan hotels geconcentreerd moet blijven in de Poelestraat, de Peperstraat en de Gelkingestraat, waarschijnlijk met inbegrip van de Grote Markt zuidzijde. Dat houdt m.m. in dat er in ieder geval geen voortgaande nachthorecaontwikkeling zal zijn in en om de Kromme Elleboog, met name niet in de richting van de Turftorenstraat en de A-Kerkstraat. Dat impliciete voornemen stemt ons tot tevredenheid. Verdere ontwikkeling van de (dag)horeca wordt in RvR wel voorzien aan de diepenring. Wij menen dat voorkomen moet worden dat aan de diepenring sprake zal zijn van te veel horeca evenals overigens onder meer van grootschalige nieuwbouw van woonvoorzieningen. De gemeenteraad heeft onlangs besloten dat een visie op de diepenring tot stand moet komen in samenspraak tussen gemeente en bewoners/-verenigingen. Ook die verwachte visie zal onzes inziens zeer relevant zijn voor de komende binnenstadvisie. Planologische aspecten Naast de genoemde ‘kernverblijfsgebieden’ wordt in RvR de ontwikkeling van andere verblijfsgebieden en sfeergebieden voorzien. Wat dat precies inhoudt is niet duidelijk zoals hiervoor al vermeld. Wel wordt duidelijk dat in verblijfsgebieden met name in de zo benoemde aanloopstraten in de ‘plinten’ bedrijfsbestemmingen moeten worden vastgelegd en dat woonbestemmingen op de bovenverdiepingen mogelijk blijven.
Voor de leefbaarheid van de binnenstad is van doorslaggevend belang om te weten welke straten onder kwalificatie ‘aanloopstraat’ vallen. Wij zijn van mening dat een mogelijke herbestemming in aanloopstraten niet ten koste mag gaan van bestaande woonbestemmingen en de daarmee verband houdende bescherming van de leefbaarheid voor de bewoners. Straten waarin alleen gewoond kan worden op éénhoog en hoger verliezen aan leefbaarheid en woonkwaliteit. Het project ‘wonen boven winkels’, dat een aantal jaren gelden is ontwikkeld, heeft weliswaar geleid tot wat meer woongelegenheid maar niet tot kwaliteitsverbetering van de binnenstedelijke samenleving: in de betrokken straten mist de openbare ruimte van de straat de functie als ontmoetingsplek voor bewoners met gevolgen met name voor de sociale veiligheid op de
5
tijden dat de winkels – en dus de daghoreca - zijn gesloten. In feite worden de betrokken straten buiten de sluitingstijden van winkels en daghoreca overgegeven aan de ‘feestbestemmingen’ van ‘sex, drugs and rock and roll’, met risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Een dergelijke ‘amsterdammisering’ moet o.i. worden voorkomen. Een gemengd bestand van kleine winkels, daghoreca en woningen in de aanloopstraten is meer verantwoord zoals in de komende binnenstadvisie nader aan de orde zal moeten komen. Onze conclusies 1. RvR geeft blijk van veel empathie voor de wensen van het plaatselijke bedrijfsleven. RvR is dan ook tot stand gekomen in nauwe samenwerking en ‘warme’ communicatie tussen gemeente, bedrijfsleven en vastgoedondernemers. Niet is gebleken dat andere belangengroepen bij de voorbereiding zijn betrokken; en met andere belangen is geen rekening gehouden. RvR is daardoor van uiterst beperkte betekenis. 2. In RvR wordt een vraag gestuurde benadering gevolgd zonder dat aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden van de binnenstad om aan die veronderstelde vraag te voldoen. Dat is een ernstig gebrek van RvR en beperkt de waarde van RvR. RvR is meer een verlanglijstje van het in de binnenstad aanwezige bedrijfsleven, hoewel met name door de afwezigheid van aandacht voor het marktwezen, de ambulante handel en de prostitutie.
Niet kan worden volgehouden dat RvR gaat over de wensen van het gehele bedrijfsleven. 3. De status van RvR is niet duidelijk, met name niet in relatie tot andere beleidsvisies en wettelijke bepalingen. De bestuurlijke waarde van RvR moet met name worden verduidelijkt ten opzichte van de komende binnenstadvisie en de te verwachten omgevingsvisie op grond van de Omgevingswet. RvR is gelet op de eenzijdigheid van het document niet geschikt om als grondslag voor bestemmingsplannen en vergunningverlening te dienen; de enig mogelijke functie van RvR is die van voorstudie voor de actualisering van de binnenstadvisie. 4. RvR betreft de winkel- en horecafuncties in de gemeente Groningen; dat is een sectoraal onderdeel van het beleid. Integratie met de andere beleidssectoren vraagt eenzelfde inventarisatie en beschrijving van de andere sectorale onderdelen van het beleid. Wij geven in overweging om in ieder geval ook een beleidsvisie op te stellen voor de woonfunctie van de binnenstad, waarover wij graag zullen meedenken en -spreken. Een dergelijke aandacht voor wonen en leven in de binnenstad bleek overigens al eerder uit de beslissing van gemeenteraad om in overleg met bewoners e/o bewonersorganisaties te komen tot een visie op het gebruik van de diepenring e.o. 5.
Kortom: RvR is interessant om kennis van te nemen en mogelijk nuttig in het kader van de voorbereiding van een geactualiseerde binnenstadvisie, maar te beperkt van onderwerp om als onderdeel van die binnenstadvisie aanvaardbaar te zijn. Wij verzoeken u om van het voorgaande goede nota te nemen alvorens RvR aan de Raad ter vaststelling voor te leggen. Wij zijn beschikbaar voor het geven van nadere toelichtingen op deze zienswijze en voor verder overleg. Wij verzoeken u om aan ons aan te geven in hoeverre deze inspraakreactie tot aanpassing van de conceptvisie heeft geleid. En om ons op de hoogte te houden van de procedurele voortgang. Hoogachtend, Buurtvereniging Het A-Kwartier: Fleur Woudstra, voorzitter a.i. Henk Cuperus, secretaris
6