Nr. 21 Reacties op concept- herinrichtingsplan Grote Markt van Monumentencommissie en Atelier stadsbouwmeester - Wethouder Van der Schaaf.pdf
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Bij deze stuur ik u het advies van de Monumentencommissie op het concept- herinrichtingsplan Grote Markt. De reactie is na de terinzage-termijn binnen gekomen, echter het college acht het van belang uw raad hier kennis van te laten nemen. Naast het advies van de Monumentencommissie vindt u tevens een inhoudelijke reactie van het Atelier Stadsbouwmeester op het advies in de bijlage. Met vriendelijke groet, Wethouder van der Schaaf
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
Commissie voor de Monumenten zorg van de Gemeente Groningen
Postbus 20001 9700 PB Groningen
datum 11 november 2021 ons kenmerk MC-GM2021-1 onderwerp concept-inrichtingsplan Grote Markt
Geacht college, Via publicatie in de Groninger Gezinsbode en op internet heeft de monumentencommissie onlangs kennis kunnen nemen van het concept-inrichtingsplan voor de Grote Markt. Op verzoek van de commissie heeft inmiddels een mondelinge toelichting vanuit de dienst Stadsontwikkeling plaatsgehad. In tegenstelling tot het begin dit jaar gepubliceerde programma van eisen, waar de schetsen nog solitaire of lineaire beplantingselementen in de randzone van de pleinruimte toonden, wordt in het nu publiek gemaakte concept-ontwerp een boomgroep óp het plein als nieuw element geïntroduceerd. Met name dit element vormt voor de monumentencommissie aanleiding tot het uitbrengen van een – ongevraagd – advies. De commissie heeft waardering voor de zorgvuldige wijze waarop het plan is gedetailleerd en gematerialiseerd, maar is van oordeel dat de keuze voor een boomgroep op het plein te sterk indruist tegen de historisch-ruimtelijke kenmerken van dit deel van de binnenstad.
Het is van belang de Grote Markt niet in de eerste plaats te bezien als een zelfstandig plein, maar vooral als onderdeel van de –cultuurhistorisch waardevolle – hoofdstructuur van de binnenstad (beschermd stadsgezicht, aangewezen in 1991, met als doel “de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van het gebied te onderkennen als zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkeling”). Bij het concept-inrichtingsplan ontbreekt echter een expliciete afweging ten opzichte van de belangen waarop de aanwijzing als beschermd stadsgezicht is gericht. Ook de op 3 november gegeven mondelinge toelichting heeft daarin niet kunnen voorzien. Vanzelfsprekend is een zorgvuldige belangenafweging (die uiteraard niet aan de commissie is) altijd gewenst, maar zeker in dit geval, waar de gemeente Groningen tegelijkertijd opdrachtgever, ontwerper, beoordelaar én vergunningverlener is. Binnen het van oorsprong middeleeuwse stedelijk weefsel is de Grote Markt gekoppeld aan de structurele oost-west lijn (Poelestraat-Grote Markt zz-Vismarkt nz-Akerkhof nz-Brugstraat) die - als enige - het noord-zuid gerichte stratenpatroon doorsnijdt (én in tweeën verdeelt). De oost-west richting van de pleinruimte is daarmee een essentieel kenmerk, dat door de nieuwe inrichting en toe te voegen elementen dient te worden ondersteund.
De boomgroep op het oostelijk deel van de pleinruimte staat hier niet alleen letterlijk haaks op, maar leidt tot een ongewenste opdeling van de Grote Markt en wijziging van de richting van de open hoofdruimte. Bovendien, het inmiddels gerealiseerde herstel van de vooroorlogse rooilijn van de oostwand heeft altijd als doel gehad de hoofdafmetingen en verhoudingen van het plein terug te brengen. De nu geprojecteerde boomgroep óp het plein doet ook dit deels teniet. Wanneer toegevoegd groen in de vorm van bomen al gewenst of vanuit andere overwegingen noodzakelijk zou zijn, lijkt een andersoortige plaatsing die de openheid en oost-west richting van het plein ondersteunt of versterkt betere mogelijkheden te bieden. Ten tweede bestaat er binnen de historisch-ruimtelijke stadsstructuur een fundamenteel onderscheid, zelfs contrast, tussen de Grote Markt (open, steenachtig plein, min of meer regelmatig van vorm en begrenzing) en het Martinikerkhof (zijdeling gelegen ruimte met groen en bomen, rondom de Martinikerk). De óp het marktplein geprojecteerde boomgroep ontkent ook dit kenmerk. Voor de gewenste beplanting ligt er vanuit dit principe wellicht een mogelijkheid deze aan de voet
van de Martinitoren te plaatsen, waarmee dit gebied zich onderscheidt van het plein en tevens meer aansluiting kan krijgen met de rest van het Martinikerkhof. In tegenstelling tot de dreigende opdeling van het marktplein door de geprojecteerde boomgroep zou dit tot een vermindering van de bestaande fragmentatie van het Martinikerkhof kunnen leiden. (Het blijft een hardnekkig misverstand dat de Sint Jansstraat zou uitmonden op de Grote Markt.) Tot slot vraagt de commissie uw aandacht voor de aansluitingen aan de zuid- en oostkant van het plein. Door de bij de terrassen aangebrachte lijnelementen wordt de beleving van de gebogen zuidelijke wand van de Grote Markt uitgevlakt waardoor deze belangrijke structuurlijn wordt verzwakt en de aansluiting van de pleinruimte op Poelestraat en Oosterstraat verder uit beeld raakt. Nog ernstiger echter is het effect dat hierdoor de structureel én visueel juist ondergeschikte doorgang in de nieuwe oostwand naar de Nieuwe Markt teveel nadruk krijgt. De samenhang in de zuidelijke pleinzone pleit overigens ook voor het verwijderen of verplaatsen van de glazen kiosk die nu als een storende onderbreking van de ruimtelijke continuïteit bij de uitmonding van de Gelkingestraat staat.
Samenvattend geeft de monumentencommissie u in dringende overweging de thans in het inrichtingsplan opgenomen boomgroep óp het plein niet te handhaven en de mogelijkheden te onderzoeken om boombeplanting op zodanige wijze in te passen dat recht wordt gedaan aan de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van de Grote Markt.
De commissie hoopt u voldoende te hebben geadviseerd. Hoogachtend, de voorzitter,
de secretaris,
ir. J.O.D. Kloosterman
ing. S. Helder
i.a.a.:
Paul van den Bosch Jaco Kalfsbeek Trijntje Buma Alfred Kazemier Richard Lombeart Hans Goslinga Nathalie de Vries Annet Boon
Projectleider Senior landschapsarchitect Senior beleidsmedewerker monumenten Directeur Ruimt. B&O Directeur Ruimt. O&U Directeur VT&H Stadsbouwmeester Teamleider planadvies
Aan
College van B&W Gemeente Groningen
Van
Atelier Stadsbouwmeester Nathalie de Vries, Stadsbouwmeester en Jaco Kalfsbeek, gebiedsstedenbouwer Binnenstad
Datum
25 november 2021
Onderwerp
Ongevraagd advies van de Monumentencommissie d.d. 11 november 2021 inzake het Inrichtingsplan Grote Markt
Geacht college, Onlangs ontving u van de voorzitter van de Commissie voor de Monumentenzorg van de Gemeente Groningen een schrijven over het Definitieve inrichtingsplan voor de Grote Markt. Vooropgesteld dat het definitieve ontwerp nog officieel moet worden vastgesteld in de Gemeenteraad, willen wij u melden dat de reactie op het definitief Inrichtingsplan Grote Markt van de Monumentencommmissie na de vaststelling van het definitieve inrichtingsplan door uw College ons heeft verbaasd. Wij kunnen ons niet vinden in de conclusies van de Monumentencommissie en zien geen aanleiding om het plan te herzien, wat overigens in de planning tot een onaanvaardbare vertraging zou leiden. Zoals u weet is het ontwerp tot stand gekomen na een bureauselectie tussen 4 bureaus, die allen moesten voldoen aan het programma van eisen zoals opgesteld door de gemeente, met medewerking van de vakgroep Erfgoed en cultuurhistorie en werd vastgesteld door de gemeenteraad in december 2020. Zoals in het PvE omschreven is een belangrijk aspect van de opgave dat het ontwerp klimaatbestendig moet zijn en een aangenaam verblijfsklimaat moet bieden voor de gebruikers van de Grote Markt. Er is vanuit de bevolking en ook vanuit de politiek verzocht om meerdere bomen op te nemen in het ontwerp.
Het gekozen bureau heeft in reactie op het vastgestelde PvE met recht betoogd dat daarvoor een beschaduwde verblijfsplek met meerdere bomen beter functioneert dan een enkele boom hier en daar. Ook blijft door de clustering van bomen in een groep en de concentratie van straatmeubilair in lange lijnen de ruimtelijke samenhang en het zicht op de wanden van de Grote Markt beter. Zorgvuldige inrichting met gevoel voor de context en de inzet van slimme ontwerpoplossingen maakte dat de jury eenstemmig voor het ontwerpbureau Vogt heeft gekozen. De bij het project betrokken medewerkers van de vakgroep Erfgoed en cultuurhistorie onderschrijven het inrichtingsplan als een kwalitatief goede invulling voor de Grote Markt en de daartoe behorende bomengroep als een aanvaardbare hedendaagse toevoeging op het plein. Ook vanuit de Vrienden van de Stad Groningen en Bond Heemschut zijn positieve reacties ontvangen over het ontwerp. Op geen enkele wijze is er vanuit de gemeentelijke organisatie een signaal afgegeven dat een consultatie van de Monumentencommissie noodzakelijk zou zijn, noch is dit tijdens de totstandkoming van het conceptinrichtingsplan en participatierondes er na naar voren gekomen.
De vermelding dat de Commissie de plannen uit de lokale pers moest vernemen bevreemdt ons evenzeer, aangezien er meermaals, zowel extern als intern binnen de gemeente, breed is gecommuniceerd over het concept-inrichtingsplan.
C2007 06
Volgvel: 1
Hierna gaan we in op de door de Commissie ingebrachte bezwaren: 1 De bomengroep zou een onaanvaardbare aantasting van de historische oost-west as zijn en daarmee in strijd met het Beschermde Stadsgezicht. Wij menen dat hier een foutieve inschatting wordt gemaakt van het effect dat de bomengroep zou hebben in de open pleinruimte. Voorop staat, dat de belangrijkste stedelijke ruimtes van onze binnenstad al eeuwenlang gevormd worden door bebouwing; het zijn de plein- en straatwanden die de stedelijke ruimte maken. Bomen zijn - ook in de tijd gezien qua levenscyclus - van een tweede orde. De ingrepen die aangehaald worden als strijdig met, of ontkennen van, de historische oost-westas, de boomgroep en de gemengde zone aan de zuidzijde met een lineaire invulling van zit-elementen en overig straatmeubilair zijn ondergeschikt aan de gebouwde eeuwenoude structuur. Zowel ruimtelijk, in maat en schaal, als in de tijd - qua levenscyclus. In het bezwaar lopen een aantal zaken door elkaar: a). de bomengroep zou de oost-west oriëntatie van de pleinruimte te niet doen, en daarnaast is de stelling dat: b). de pleinruimte zich te veel los maakt als zelfstandige ruimte in de reeks A-straat-Brugstraat -Vismarkt-Grote Markt-Poelestraat. Ad a).
De hoofdoriëntatie van de Grote Markt is oost-west gericht en deze wordt in het inrichtingsplan versterkt, onder meer door het bij de Grote Markt betrekken van de noord-west ruimte (noordelijk van het Waagstraat-complex). De bomengroep gaat door de bewuste plaatsing tegenover het stadhuis een relatie aan in volume. De plaatsing van deze twee volumes in de pleinruimte versterkt de oost-west oriëntatie, eerder dan deze te verzwakken. Door de bomen niet langs de wanden te plaatsen maar bewust als los volume in de pleinruimte, blijft de oorspronkelijke pleinruimte gaaf. De wanden blijven leesbaar, doordat de bomen lager in hoogte zijn dan de wanden (nieuwe Oostwand 26 m), een transparante kroon hebben en ook nog eens tot 4 m worden opgekroond, zodat de beleving van de volledige pleinruimte niet wordt aangetast. Ad b). Door de herinrichting wordt de betekenis van de Grote Markt hersteld als het historische centrale plein in de Binnenstad, dat Kerk en Stadhuis huisvest. Door een eenduidige inrichting herwint de Grote Markt haar rol als centrum van de stad, maar vanzelfsprekend nog steeds als onderdeel van de oude structuren. De Grote Markt is niet voor niets ontstaan op het snijpunt van de genoemde oost-westas en noord-zuid straten, daarin verandert niets. Het is als een edelsteen in een ketting die wordt opgepoetst, waarmee het geheel van de ketting aan glans wint. 2.
Door de introductie van de lineaire opstelling van de elementen op het plein (zog. Circus Maximuslijn) zou te veel nadruk gelegd worden op de Naberstraat (ondergeschikte structuur) en de gebogen lijn van de historische oost-west as richting de Poelstraat zou hiermee worden ontkracht. Ook hier geldt dat de bebouwing, en met name de nauwe en hoge opening van de Naberstraat met de opvallende top van het Forum in het perspectief, een veel sterkere ruimtelijke werking heeft dan de lijnvormige opstelling op het plein. Daarnaast zal door de introductie van de rechte lijn aan de zuidzijde des te meer nadruk gelegd wordt op de gebogen zuidwand van de Grote Markt , waarmee juist bijgedragen wordt aan de herkenbaarheid van de oost-west as. 3. Kiosk Wat betreft de bestaande kiosk aan de zuidzijde zijn wij het volkomen eens met de commissie. Aanvankelijk is bij de eerste planvorming geopteerd voor een verplaatsing van de kiosk. Vanwege de gegroeide situatie en juridische status is het niet mogelijk gebleken, tenzij tegen (zeer) hoge kosten. Om die reden is gekozen de kiosk te laten staan en voor zo ver mogelijk te integreren in het ontwerp. Slot Het ontwerp voor de Grote Markt versterkt kortom de historische kenmerken van de Grote Markt, die nu verloren gegaan zijn door diverse aanpassingen als gevolg van verkeers- en commerciële druk.
Het plan maakt deze ruimte weer beleefbaar en bruikbaar zoals ze bedoeld is, voor alle bewoners, omwonenden, bedrijven en bezoekers, op een manier die recht doet aan de eisen van de 21e eeuw. Een tijd waarin we grote verblijfskwaliteit nodig hebben in de publieke ruimte, er ruimte genoeg moet zijn om grote bijeenkomsten te kunnen organiseren waaraan de hele stad deel kan nemen, en de Grote Markt in al haar allure het decor is van het Groningse leven.