CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nr. 105 Voordracht Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer bij beraadslaging regiovisie.pdf

gemeenteraad 22 december 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: b: Regiovisie Jeugd regio Groningen (raadsvoorstel 25-11-2021)2.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voordracht Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer bij beraadslaging Regiovisie 2 december 2021

Inleiding Allereerst dank voor de gelegenheid om vanavond deze beraadslaging te openen. Ik wil beginnen met het voorlezen van drie citaten. De ervaringen van kinderen en jongeren die in hun leven te maken hebben of hebben gehad met jeugdhulp en jeugdzorg of met een besluit van de gemeente. Allemaal hadden ze te maken met besluiten met een enorme impact op hun levens. "De 'kleintjes' voor wie zij zich jarenlang verantwoordelijk had gevoeld en voor wie ze had gezorgd, waren van haar weggehaald. Zo voelde ze dat en niemand had haar iets gevraagd'. De nieuwe relatieve zorgeloosheid in het pleeggezin waar ze niet meer hoefde na te denken over eten koken of het feit dat er helemaal geen eten was en ze honger hadden, over wassen en schoonmaken, woog daartegen niet op. Maar daar dacht niemand aan, blijkt nu." (De Fauve, 2003, p 126). Dit citaat komt uit het boek Een moeilijke jeugd (2003). Het bevat gesprekken tussen voormalig kinderrechter Anita Leeser-Gassan en oud pupillen waarbij de levensgeschiedenissen van de kinderen en de ins en outs van de jeugdzorg aan de orde komen. Voor haar afscheid heeft ze gevraagd om kinderen waarover zij ooit een maatregel heeft uitgesproken op te zoeken en met hen te spreken over hun levensgeschiedenis en dat wat er na haar uitspraak gebeurd was. Ook sprak ze met oud-pupillen over haar overwegingen om in te grijpen.

Uit de gesprekken bleek dat oud-pupillen terugkijkend op hun jeugd vaak weinig idee hadden wat er zich in hun leven had afgespeeld en wat er aan het besluit vooraf was gegaan. Ook bleek dat het besluit veel kinderen 'was overkomen'. Er was vooraf niet met ze over gesproken. En ook later kregen ze niet genoeg inzicht in de overwegingen voor het besluit dat zoveel impact had op hun leven. Het volgende citaat komt van een jongen die ik op zijn 16e sprak terwijl hij gesloten geplaatst was in Elker/het Poortje: 'Ze hadden me in een pleeggezin moeten plaatsen toen ik 6 was, niet in een kindertehuis. Als ik hier straks uit kom, ken ik niemand. Er is niemand op wie ik buiten kan rekenen. En dossiers, het zijn net roddels, ze worden groter en groter. Maar ik ben niet zo agressief als er in het dossier staat. Ik ben niet zoals ik 5 jaar geleden was'. Het laatste citaat: Ik wil zo graag een eigen slaapkamertje met een kastje en een bureautje waar ik m'n boeken kan neerzetten en mijn huiswerk kan maken. Finney, 8 jaar oud. Finney woont samen met zijn moeder in een tweekamerflat. Ze delen de slaapkamer. In de winter slapen ze samen in de woonkamer want dan is de slaapkamer te koud. Finney's moeder heeft te maken gehad met huiselijk geweld en Finney is hiervan getuige geweest. Finney krijgt alle zorgen die zijn moeder heeft mee. Op school wordt zijn gedrag steeds moeilijker. Notitie

voor de rechten van kinderen en jongeren

blad 1 van 5

Moeder heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor passende huisvesting. Hiervoor komt ze niet in aanmerking want ze heeft een dak boven haar hoofd. Naar de situatie van Finney is door betreffende gemeente niet gekeken bij de beoordeling van de aanvraag.

Waarom deze citaten: Een regiovisie moet er toe leiden dat kinderen en jongeren de opvoeding, zorg en behandeling krijgen die maakt dat ze een goede kindertijd beleven en perspectief hebben om uit te groeien tot burgers die in onze samenleving een volwaardige en waardevolle plaats kunnen innemen. In de door mij aangehaalde citaten hebben de ervaringen van Finney en de jongeren hier niet echt aan bijgedragen. De kans is groot dat Finney jeugdhulp nodig zal hebben als er geen passende huisvesting voor hem en zijn moeder beschikbaar komt. Het belang van het kind voorop stellen, betekent dat alles wat wij doen als publieke of private organisaties of instanties eraan bijdraagt dat kinderen er beter van worden.

Wat vraagt het Kinderrechtenverdrag en het comité? Het Kinderrechtenverdrag wordt wel het meest omvattende internationale verdrag genoemd dat er bestaat. Alle rechten van kinderen op alle mogelijke gebieden staan er in genoemd. Het comité geeft daarnaast in algemene richtlijnen aan hoe deze rechten moeten worden uitgelegd en toegepast. Het Kinderrechtenverdrag heeft vier kernrechten die als paraplu over de andere rechten heen vallen. Deze rechten staan in de artikelen 2, 3, 6 en 12. Het recht op gelijke behandeling, op het belang van het kind als eerste overweging bij alle besluiten in hun leven, het recht op ontwikkeling en het recht om gehoord te worden. Naleving van kinderrechten betekent in de kern dat ontwikkelingsbelangen van kinderen voorop staan in wetgeving en beleid en in beslissingen op individueel niveau die, kinderen direct dan wel indirect raken. Kinderen hebben het recht hierop invloed te hebben en moeten gelijk behandeld worden. De ontwikkelbelangen van kinderen staan alleen voorop als er integraal (vanuit alle levensdomeinen) naar het kind gekeken wordt en deze integrale blik op het kind terugkomt in alle wetgeving, beleid en individuele beslissingen.

Hoe onderzoek je nu dat ontwikkelingsbelang van het kind in individuele beslissingen? Voor het onderzoeken van het belang van het kind bij individuele beslissingen, heeft de Kinderombudsman een toolkit ontwikkeld waarmee je in 4 stappen komt tot het beste besluit voor het kind. De vier stappen zijn: 1. Onderzoek het belang van het kind aan de hand van 7 elementen die je altijd meeneemt in dit onderzoek. Het gaat om de volgende a. Identiteit, welke impact heeft het besluit op de identiteitsvorming van kinderen? Notitie

voor de rechten van kinderen en jongeren

blad 2 van 5

b. Mening van het kind, hoe is in het besluit rekening gehouden met de visie van kinderen op voorliggend besluit? c. Veiligheid, welke impact heeft het besluit op de veiligheid van kinderen? d. Behouden gezinsomgeving, welke impact heeft het op het contact tussen het kind en zijn/haar familie en andere volwassenen die belangrijk zijn in zijn haar leven? e. Kwetsbaarheid, welke impact heeft het de op de kwetsbaarheid van kinderen? f. Recht op gezondheid; welke impact heeft het op de gezondheid van kinderen? g. Recht op onderwijs; welke impact heeft het op het recht op onderwijs? 2. Onderzoek de overige belangen die een rol spelen bij het besluit. Deze staan er vaak aan in de weg. 3. Maak een afweging en stel daarbij het belang van het kind voorop 4. Koppel je beslissing terug en geef aan wat je tegen het besluit kunt doen als het kind of de ouder het er niet mee eens is. Deze toolkit wordt gebruikt als er in een individueel geval een beslissing nodig is om een ontwikkelprobleem van kinderen op te lossen. Vanavond ligt de regiovisie voor. In principe geldt voor het ontwikkelen van een regiovisie hetzelfde als voor een individueel besluit rond een kind. Door vooraf aan de invoering van zo'n regiovisie een kinderrechtentoets toe te passen, kun je er voor zorgen dat je wetgeving en beleid ook werkelijk Kinderrechtenproof is.

Wat je dan concreet doet is het toetsen wat het voorgenomen beleid voor impact heeft op kinderrechten in de praktijk. Ook hier kijk je minimaal naar de 7 elementen en de daarbij corresponderende rechten. In dat proces neem je altijd de visie van kinderen mee en kijk je hoe het voorgenomen beleid uitwerkt voor de verschillende groepen kwetsbare kinderen. Je kijkt naar de korte en lange termijneffecten van het voorgenomen beleid.

Het Kinderrechtenperspectief op deze visie Graag wil ik met jullie ook deze regiovisie door de bril van de Kinderrechtentoets bespreken aan de hand van de zeven elementen. Dit betekent dat je moet kijken naar de impact op die zeven elementen. De volgende vragen komen dan op: 1. Identiteit, welke impact heeft deze visie op de identiteitsvorming van kinderen? 2. Mening van het kind, hoe is in deze regiovisie rekening gehouden met de visie van kinderen op voorliggend stuk? 3. Veiligheid, welke impact heeft deze visie op de veiligheid van kinderen? 4. Behouden gezinsomgeving, welke impact heeft deze visie op het contact tussen het kind en zijn/haar familie en andere volwassenen die belangrijk zijn in zijn haar leven? 5. Kwetsbaarheid, welke impact heeft deze visie op de kwetsbaarheid van kinderen? 6. Recht op gezondheid; welke impact heeft deze visie op de gezondheid van kinderen? 7. Recht op onderwijs; welke impact heeft deze visie op het recht op onderwijs? De impact kan positief of negatief zijn. Wanneer de impact negatief is, moet je kijken of je deze negatieve impact kunt wegnemen of verminderen. Notitie

voor de rechten van kinderen en jongeren

blad 3 van 5

Opvallende punten in de visie Terug naar de visie. Ik heb deze pas eergisteravond ontvangen en vanwege mijn volle agenda alleen maar met een schuin oog kunnen lezen. Ik deel mijn eerste indrukken. En ik wil voorop benoemen dat ik met mijn meest kritische kinderrechtenbril naar de visie gekeken heb. Ik wil ook benoemen dat ik veel mooie aspecten ben tegengekomen.

Wat valt me in het algemeen op De wens om integraal te werken Er is een duidelijke wens integraal te werken en domein overstijgend te werken. Dit betekent dat er oog is voor de brede ontwikkeling van het kind. Het gaat dan echter wel vooral om integraliteit binnen het gezin. Wat ik nog mis is integraliteit richting andere domeinen zoals onderwijs, huisvesting, inkomenspositie van ouders. Domeinoverstijging is een voorwaarde voor een werkelijk integrale aanpak. Veel kinderen komen in de jeugdzorg terecht omdat er bij hun ouders dingen spelen of omdat hun plek in de samenleving niet een volwaardige is. Omdat er onvoldoende terecht is gekomen van preventie op hun brede ontwikkeling. Door integraal te kijken naar wat kinderen nodig hebben, voorkom je dat problemen geïsoleerd naast elkaar aangepakt worden met onvoldoende onderlinge samenhang.

Belangen van kinderen niet expliciet voorop bij organisatiewijzigingen De reden van de veranderingen in de visie lijkt vooral organisatorisch en systemisch (zie hiervoor hoofdstuk 2 van de conceptvisie), en minder ingegeven door het feit dat het belang van de kinderen een ander systeem vereist. Dus bij de voorgenomen veranderingen staat het belang van het kind misschien niet zo voorop zoals als uitgangspunt voor het beleid bedoeld is.

Geen jongerenparticipatie bij de totstandkoming van de conceptvisie Er lijkt geen jongerenparticipatie te zijn geweest in dit traject.

Niet alle kinderrechtenelementen als uitgangpunt voor de visie Ten aanzien van de vraag of er in de uitgangspunten rekening is gehouden met de 7 elementen en met de vraag welke impact deze visie heeft op deze elementen valt mij op dat alle jeugdigen de kans krijgen zich positief te ontwikkelen. (kansgelijkheid, gelijkheidsbeginsel). Dat jeugdigen beschermd worden als hun ontwikkeling gevaar loopt (element veiligheid). Dat jeugdigen zo thuis mogelijk opgroeien (element behoud gezinsverband). Verder is uitgangspunt dat toegang voor (jeugd)hulp zijn taak goed kan uitvoeren (gaat over vaardigheden professionals, staat niks over praten met kinderen en waarover). De inzet van jeugdhulp gaat volgens de volgende principes: Het valt binnen de budgettaire kaders, er is gedeeld eigenaarschap tussen jeugd- gezinshulp (domeinoverstijgend) en de ondersteuning, begeleiding en behandeling voor jeugdigen en gezinnen is passend voor alle doelgroepen en van goede kwaliteit. Notitie

voor de rechten van kinderen en jongeren

blad 4 van 5

Elementen waarmee expliciet rekening is gehouden of die nog ontbreken De volgende elementen komen expliciet aan de orde: Veiligheid, behoud gezinsverband en de ontwikkeling van kinderen staat centraal. De elementen die nog beoordeeld moeten worden met betrekking tot de mogelijke impact van de regiovisie hierop zijn de volgende: De identiteit van kinderen; De kwetsbaarheid van de kinderen; Recht op gezondheid van de kinderen; Recht op het onderwijs van de kinderen, De mening van de kinderen over deze elementen.

Resumerend Ik kan me voorstellen dat mijn ruwe analyse voor u nog wat cryptisch overkomt. De Kinderombudsman is bezig met het ontwikkelen van een toolkit voor het toetsen van wetgeving en beleid aan het Kinderrechtenverdrag. Vergelijkbaar aan de toolkit die gebruikt kan worden voor individuele besluiten. Deze zal net als de toolkit Het beste besluit een speciale paragraaf bevatten over hoe kinderen hierbij betrokken kunnen worden. Ik kom hier bij u op terug.

Afsluitend Het Kinderrechtenverdrag en het Kinderrechten-comité vragen bij het ontwikkelen van visie en beleid dat het belang van het kind eerste overweging is. Dit vraagt om een integrale blik op wat het beleid voor de ontwikkeling en het perspectief van kinderen betekent. Het vraagt ook dat kinderen hierover hun visie hebben kunnen delen en dat hiermee passend rekening is gehouden. Voor besluitvorming op alle niveaus dient eerst gekeken te worden wat het beste is voor het kind waarbij diens hele ontwikkeling in ogenschouw wordt genomen. Je kijkt hierbij niet alleen naar de effecten op korte termijn maar je houdt juist uitdrukkelijk rekening met wat besluiten voor de toekomst van de kinderen betekent. Dit is de meetlat waarlangs je ook de regiovisie legt. Dat is een strenge toets maar als je deze goed doorstaat draagt het beleid er aan bij dat kinderen een goeie kindertijd beleven en perspectief hebben op een positieve ontwikkeling naar volwassenheid. Beleid gebaseerd op Kinderrechten zal er aan bijdragen dat intergenerationele problemen doorbroken worden. En dat de huidige generatie Groningse kinderen niet de problemen ervaart waarmee hun ouders geconfronteerd zijn.

Notitie

voor de rechten van kinderen en jongeren

blad 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4084/documents/66742