CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Meicirculaire 2025.pdf

gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente GroningenBij agendapunt: *: VOORGESTELDE BESLUITEN N.A.V. MEICIRCULAIRE 20257.269 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp

Meicirculaire 2025

Telnr.

14 050

Registratienummer Classificatie

Bijlagen 0

185659-2025 Openbaar

Portefeuillehouder

maak een keuze

Langetermijn agenda (LTA) Raad

LTA ja: LTA nee:

Geheim

Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)

Maand 7 Jaar 2025 Niet op LTA

Voorgesteld raadsbesluit

De raad besluit: I. de ontvangst voor ‘Jeugdzorg’ van € 6.666.000,-- in 2025, € 9.769.000,-- in 2026 en € 7.630.000,-- in 2027 en de uitname van € 12.207.000,-- in 2028 en € 11.703.000,-- vanaf 2029 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; II. de ontvangst voor ‘Kinderopvang pleegouders’ van € 26.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; III. de ontvangst voor ‘Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo’ van € 3.560.000,-- in 2026 voor € 1.860.000,-- te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en voor € 1.700.000 te verrekenen met de algemene middelen en dit te verwerken in de begroting 2026; IV. de ontvangst voor ‘Wmo hulpmiddelen’ van € 157.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026; V. de ontvangst voor ‘Aanpassing regeling dienstverlening aan huis’ van € 31.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2026; VI. de ontvangst voor ‘IBO problematische schulden’ van € 415.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025; VII.

de uitname voor ‘Basisregistratie personen’ van € 41.000,-- te verrekenen met de algemene middelen;

Samenvatting

Op 28 mei 2025 is de meicirculaire 2025 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2025 tot en met 2030. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe hiermee om te gaan. In het financieel meerjarenbeeld 2026-2029 is rekening gehouden met de effecten van de meicirculaire 2025. De meicirculaire 2025 kent grote bedragen toe aan het budget Jeugdzorg t/m 2027. Het betreft het uitkeren van de financiële reeks van de Commissie van Wijzen welke nog bij het Rijk was gereserveerd en opvolging van enkele adviezen van de commissie van Ark (de adviezen zijn evenwel niet van ‘kaft tot kaft’ door het kabinet overgenomen). Vanaf 2028 wordt het gemeentefonds fors gekort in het budget voor jeugdzorg. Het financiële effect ten opzichte van de decembercirculaire 2024 is een voordelige bijstelling van 400 duizend euro in 2025. In 2026 bedraagt de bijstelling 16,25 miljoen euro voordelig. De voordelige bijstelling in 2027 is 16,0 miljoen euro en dit loopt op via 17,74 miljoen euro in 2028 naar 19,97 miljoen euro in 2029.

B&W-besluit d.d.: 24 juni 2025

VIII. IX.

X.

XI. XII. XIII.

XIV.

XV.

XVI.

XVII. XVIII.

XIX. XX. XXI. XXII.

XXIII. XXIV. XXV. XXVI. XXVII.

XXVIII.

XXIX.

XXX.

de ontvangst voor ‘Uitvoeringskosten omgevingswet’ van € 19.000,-- te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Impulsbudget arbeidsmarktregio’s’ van € 1.007.000,-- in 2025, € 827.000,-- in 2026, € 1.117.000,-- in 2027 en € 1.291.000,-- in 2028 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’ van € 504.000,-- in 2025 en € 454.000,-- in 2026 t/m 2029 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Alleenverdienersproblematiek’ van € 176.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Begeleiding jongeren naar werk’ van € 596.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Faciliteitenbesluit opvangcentra’ van € 681.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma College, raad, wijkontwikkeling en wijkvernieuwing en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Versterking arbeidsmarktregio’s’ van € 248.000,-- in 2025 t/m 2028 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de

ontvangst voor ‘Aanpak laaggeletterdheid’ van € 220.000,-- in 2025 en € 169.000,-- in 2026 t/m 2028 te verrekenen met het deelprogramma Onderwijs en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Work in Nederland’ van € 147.000,-- in 2025 t/m 2027 te verrekenen met het deelprogramma Economie en werkgelegenheid en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Landelijke aanpak adreskwaliteit’ van € 132.000,-- in 2025 te verrekenen met deelprogramma Werk en inkomen en Dienstverlening en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Antidiscriminatievoorzieningen’ van € 34.000,-- in 2025 en 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Sociale voorzieningen Groningen’ van € 1.506.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Einde lening inburgeringsplicht’ van € 12.000,-- in 2025 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Slavernijverleden’ van € 50.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Participatie’ van € 1.992.000,-- in 2025, € 1.793.000,-- in 2026, € 1.747.000,-- in

2027, € 1.673.000,-- in 2028 en € 1.676.000,-- in 2029 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Beschermd wonen’ van € 3.987.000,-- vanaf 2025te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de uitname voor ‘Armoedebestrijding kinderen’ van € 33.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg; de ontvangst voor ‘Kinderen in een AZC’ van € 20.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de uitname voor ‘Voorschoolse voorzieningen peuters’ van € 3.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Vrouwenopvang van € 4.000,-- in 2024 en de uitname van € 16.000,-- in 2025 en € 14.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de uitname voor ‘Maatschappelijke opvang van €1.000 in 2024 en € 48.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de ontvangst voor ‘Nationaal Actieplan Dakloosheid’ van €

15.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025 respectievelijk de begroting 2026; de gemeentebegroting 2025 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen.

2

Aanleiding en doel

Op 28 mei 2024 is de meicirculaire 2025 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering van het gemeentefonds voor de jaren 2025 tot en met 2030. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. In dit voorstel worden de uitkomsten van de meicirculaire 2025 vergeleken met de decembercirculaire 2024. (Normaal vergelijken we met de septembercirculaire maar omdat het accres daar niet juist was berekend wijken we daar nu vanaf). In het financieel meerjarenbeeld bij de voorjaarsnota zijn de financiële effecten van de meicirculaire 2025 al verwerkt. Kader

De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Door middel van circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. Argumenten en afwegingen

N.v.t. Maatschappelijk draagvlak en participatie

N.v.t. Financiële consequenties

Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De ontwikkeling ervan bepaalt daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten van de meicirculaire 2025 weergegeven. Vervolgens volgt per mutatie een toelichting. Algemene mutaties (bedragen x € 1.000) Accres (bbp-prijs) Accres (bbp-volume) Demping terugval algemene uitkering BTW compensatiefonds BTW compensatiefonds – jaarschijf 2024 Bijstelling uitkeringsfactor in 2024 Overige ontwikkelingen Totaal algemene mutaties

2025 6.000 -1.850 -1.850 -1.000 -900 400

2026 7.300 700 6.400 -1.850

2027 7.200 1.600 6.750 -1.850

2028 7.700 1.400 6.590 -1.850

2029 8.700 1.900 6.620 -1.850

3.700 16.250

2.300 16.000

3.900 17.740

4.600 19.970

Accres (bbp-prijs) De accresontwikkeling is geactualiseerd met de bijgestelde bbp-groeiraming in het Centraal Eonomisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB). Omdat de verwachte bbp-prijsontwikkeling de komende jaren hoger is neemt het accres toe. Het prijsaccres geeft dekking voor (een deel van) onze nominale compensatie (loon- en prijsontwikkeling). Het accres 2024 stond al vast in de meicirculaire 2024. Het (CPB) heeft het prijspeil bbp de afgelopen zeven jaar gemiddeld 1 procentpunt te laag geraamd. Met het uitkomen van het CEP 2025 blijkt dat het CPB ook met het CEP 2024 het prijspeil bbp te laag heeft geraamd en wel 1,1 procentpunt. Daarom is het kabinet verzocht om voor de bepaling van het accres over te stappen naar nacalculatie. In de Eerste Kamer is een motie ingediend die het kabinet vraagt om voor het zomerreces met een voorstel te komen om de indexatie van het gemeentefonds voor inflatie te herstellen bij voorkeur door nacalculatie. Als het kabinet in aanloop naar de Miljoenennota 2026 een nacalculatie over het accres 2024 toepast voor zowel het volumedeel als het prijsdeel, dan leidt dit voor ons tot een bijstelling van structureel 7 miljoen euro. Accres (bbp-volume) Ook het accres dat is gekoppeld aan de bbp-volumeontwikkeling is toegenomen. Dit komt doordat de ramingen in het CEP2025 een hogere bbp-groei voorziet in toekomstige jaren.

Met het volumeaccres kunnen we de kosten dekken die voortvloeien uit de groei van het aantal inwoners, areaal, etcetera. Maar omdat het bbp-prijs niet toereikend is wordt het in eerste instantie aangewend als dekking voor de nominale compensatie.

3

Demping terugval algemene uitkering Er is structureel 424 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van 400 miljoen euro en voor 2030 en verder een bedrag van 424 miljoen euro. Ons aandeel hierin is jaarlijks ruim 6 miljoen euro. De middelen zijn verdeeld via het cluster Jeugd. (Daarmee is deze toevoeging als het ware een voorschot op het tekort Jeugdzorg waarvoor de Commissie van Ark in begin 2027 met een advies komt). BTW compensatiefonds Sinds 2019 is de systematiek van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds gewijzigd. Een eerste raming van de ruimte onder het plafond BCF in 2024 verschijnt in de septembercirculaire. De uiteindelijke realisatie van de ruimte onder het plafond BCF in 2024 is opgenomen in de meicirculaire 2025. Op basis van de ruimte onder het plafond in de meicirculaire mogen gemeenten in de begroting een structurele stelpost opnemen. Wel adviseert de toezichthouder om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. De ruimte onder het plafond BCF in de meicirculaire 2025 bedraagt 332 miljoen euro. We hielden in onze ramingen al rekening met een onderuitputting van 447 miljoen euro (septembercirculaire 2024). De afname van de ruimte onder het plafond BCF is daarmee 115 miljoen euro. Het aandeel van de gemeente Groningen hierin is 1,85 miljoen euro.

De lagere ruimte onder het plafond BCF met 1,85 miljoen euro komt ten laste van de algemene middelen vanaf 2026. Het nadeel in 2025 bedraagt eveneens 1,85 miljoen euro maar hierbij moet ook nog de afrekening over 2024 worden betrokken. Het totale nadeel van 3,7 miljoen euro is betrokken bij Voortgangsrapportage 2025-I. Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. 2025 De uitkeringsfactor in 2024 is met 2 punten neerwaarts bijgesteld. Omdat de jaarschijf 2024 reeds is afgesloten komt het nadeel van 1 miljoen euro ten laste van 2025. Bijstelling van de raming van maatstaven zoals bijstandsontvangers, inwoners en woonruimten leidt tot een nadelige bijstelling van 100 duizend euro. Per saldo is het nadeel overige ontwikkeling zo’n 900 duizend euro. 2026 t/m 2029 De uitkeringsfactor is in 2026 en 2029 met 7 à 8 punten verhoogd door landelijke ontwikkelingen in maatstaven zoals huishoudens met een laag inkomen, bijstandsontvangers en groeiende belastingcapaciteit.

Met name het aantal bijstandsontvangers neemt behoorlijk af. Dit resulteert in een voordeel van zo’n 4 miljoen euro per jaar. Doordat niet de volledige vergoeding van 3,56 miljoen euro in 2026 nodig is voor het uitstel van het abonnementstarief ontstaat er een vrijval ten gunste van de algemene middelen van 1,7 miljoen euro. Daarnaast is meerjarig de ontwikkeling van onze eigen maatstaven geactualiseerd. Er vindt een verschuiving plaats van de verwachte inwonergroei en woonruimten in de tijd. Op de korte termijn geeft dit een nadelig effect maar in latere jaren slaat dit om in een voordelige afwijking van onze inschatting. Per saldo geven de overige ontwikkelingen een voordelige bijstelling van 3,7 miljoen euro 2026, 2,3 miljoen euro in 2027, 3,9 miljoen euro in 2028 en 4,6 miljoen euro in 2029.

4

Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de afname zijn in principe afweegbaar. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1a. Jeugdzorg (Commissie van Ark, 50%) 1b. Jeugdzorg (aangepaste HVA) 1c. Jeugdzorg (eigen bijdrage) 1d. Jeugdzorg (sturen op trajectduur) 1e. Jeugdzorg - indexeren opbrengst HVA 1f. Jeugdzorg Hervormingsagenda (AP) Afwikkeling stelpost jeugd concern 2. Kinderopvang pleegouders 3. Uitstel vervanging abo-tarief Wmo 4. Wmo hulpmiddelen 5. Dienstverlening aan huis 6. IBO Problematische schulden 7. Basisregistratie personen (BRP) Totaal taakmutaties

Deelprogramma

2025

2026

2027

2028

2029

Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Algemene middelen Welzijn, gezondheid zorg Welzijn, gezondheid zorg Werk en inkomen Algemene middelen

6.666

6.666 8.031

6.666 7.213

6.666

6.666

-4.137 -4.137 -1.079 -1.079 -8.061 -8.061 5.372 4.051 4.704 5.208 -10.300 -10.300 -10.300 -10.300 26 26 26 26 26 1.860 1.700 157 31 31 31 31 415 -41 -41 -41 -41 -41 7.066 13.502 7.646 -12.191 -11.687

1a. Jeugdzorg (Commissie van Ark, 50% van tekort over 2024) De deskundigencommissie van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeenten. Er wordt daarom 414 miljoen euro vanaf 2025 toegevoegd aan het gemeentefonds. Ons aandeel hierin bedraagt jaarlijks 6,7 miljoen euro. 1b. Jeugdzorg (aangepaste Hervormingsagenda) Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Het Rijk gaat er vanuit dat de volledige besparing van de Hervormingsagenda in 2028 zal worden gerealiseerd. In 2026 en 2027 wordt respectievelijk 498 miljoen euro en 447 miljoen euro toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor ons is dit 8 miljoen euro in 2026 en 7,2 miljoen euro in 2027. 1c. Jeugdzorg - eigen bijdrage Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks 260 miljoen euro opleveren. Daarvoor worden we vanaf 2028 gekort in onze bijdrage met 4,1 miljoen euro. We nemen voor dit bedrag eveneens een stelpost (inkomsten) op in onze begroting 2026. 1d. Jeugdzorg - sturen op trajectduur Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Daarvoor worden we vanaf 2028 met ruim 1 miljoen euro gekort.

We nemen voor dit bedrag eveneens een stelpost (lagere uitgaven) op in onze begroting 2026. 1e. Jeugdzorg - indexeren opbrengst Hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Het Rijk veronderstelt een hogere besparing aangezien zowel de prijs als het volume sinds 2019 is gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks 507 miljoen euro vanaf 2028. Door de hogere taakstelling worden we met 8 miljoen euro gekort vanaf 2028. 1f. Hervormingsagenda Jeugd (AP) Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post (rijksbegroting) gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van 356 miljoen euro in 2026 variërend tot 342 miljoen euro in 2030. Over de verdeling van een deel van deze middelen vindt nog gesprek plaats. In deze circulaire vindt de verdeling

5

plaats van 333 miljoen euro in 2026 tot 320 miljoen euro in 2030. Voor Groningen gaat het om een bedrag van 5,3 miljoen euro in 2026, 4,1 miljoen euro in 2027, 4,7 miljoen euro in 2028 en 5,2 miljoen euro vanaf 2029. Afwikkeling stelpost jeugd concern Na de uitspraak van de Commissie van Wijzen over de financiële reeks en de maatregelenreeks Hervormingsagenda is er al rekening gehouden met een stelpost van 10,3 miljoen euro bij het gemeentefonds. Met het uitkeren van de middelen op de aanvullende post van het Rijk en de gedeeltelijke bijstelling van het tekort op het budget Jeugdzorg vervalt dit nu. Voorstel: De hiervoor genoemde mutaties worden verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’: (bedragen x € 1.000) Commissie van Ark 50% Aangepaste HVA Eigen bijdrage Sturen op trajectduur Indexeren opbrengst HVA Hervormingsagenda (AP Rijk) Afwikkeling stelpost CvW Totaal te verrekenen:

2025 6.666

6.666

2026 6.666 8.031

5.372 -10.300 9.769

2027 6.666 7.213

4.051 -10.300 7.630

2028 6.666

2029 6.666

-4.137 -1.079 -8.061 4.704 -10.300 -12.207

-4.137 -1.079 -8.061 5.208 -10.300 -11.703

2. Kinderopvang pleegouders (bijzondere kosten pleegouders) Er wordt 10,7 miljoen euro in 2025 t/m 2027 beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Hierbij is rekening gehouden met pleegouders in het gedwongen en het vrijwillig kader. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit hoe deze middelen aan pleegouders worden uitgekeerd. In het najaar van 2025 zal dit nader worden gecommuniceerd. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen deze middelen worden verdeeld. Vanaf 2028 is 600 duizend euro structureel beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. De verdere uitwerking hiervan volgt in het licht van de stelselherziening kinderopvang. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen deze middelen worden verdeeld. Daarnaast is 2,5 miljoen euro vanaf 2025 beschikbaar voor de vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders in het vrijwillig kader. We ontvangen 26 duizend euro vanaf 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 3.

Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van 225 miljoen euro voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. Het voordeel bedraagt 3,56 miljoen euro in 2026. Voorstel: een deel van de ontvangst is benodigd als dekking van de zorgkosten Wmo. Daarom wordt 1,86 miljoen euro verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. De resterende ontvangst van 1,7 miljoen euro wordt verrekend met de algemene middelen. 4. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. In 2026 gaat het om een totaalbedrag van 10 miljoen euro. We ontvangen 157 duizend euro in 2026.

Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’.

6

5. Aanpassen regeling dienstverlening aan huis Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgb-budget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Er is vanaf 2026 structureel 1,8 miljoen euro beschikbaar. We ontvangen 31 duizend euro vanaf 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 6. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van 18,7 miljoen euro. We ontvangen 415 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 7. Basisregistratie personen Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRPstraat.

Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt er 3,1 miljoen euro ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering. De uitname uit de algemene uitkering bedraagt 41 duizend euro. Voorstel: de uitname wordt verrekend met de algemene middelen.

7

Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. De meicirculaire 2025 leidt tot de volgende mutaties: Mutaties in IU’s en DU’s (bedragen x € 1.000) 8. Uitvoeringskosten omgevingswet 9. Impulsbudget arbeidsmarktregio’s 10. Impulsbudget sociale infrastructuur 11. Alleenverdienersproblematiek 12. Begeleiding jongeren naar werk 13. Faciliteitenbesluit opvangcentra 14. Versterking arbeidsmarktregio’s 15. Aanpak laaggeletterdheid 16. Work in Nederland 17. Landelijke aanpak adreskwaliteit

Deelprogramma

Algemene middelen Werk en inkomen Werk en inkomen Werk en inkomen Werk en inkomen College, raad, wijkontwikkeling Werk en inkomen Onderwijs Economie en werkgelegenheid Werk en inkomen Dienstverlening 18. Antidiscriminatievoorzieningen Welzijn, gezondheid en zorg 19. Sociale voorzieningen Groningen Veiligheid 20. Einde lening inburgeringsplichtig Algemene middelen 21. Slavernijverleden Welzijn, gezondheid en zorg 22. IU Participatie (Lpo) Werk en inkomen 23. IU Beschermd wonen (Lpo) Welzijn, gezondheid en zorg 24. Armoedebestrijding kinderen Welzijn, gezondheid en zorg 25. Kinderen in een AZC Welzijn, gezondheid en zorg Kinderen in een AZC (2024) Welzijn, gezondheid en zorg 26. Voorschoolse voorzieningen peuters Algemene middelen 27. Vrouwenopvang Welzijn, gezondheid en zorg Vrouwenopvang 2024 Welzijn, gezondheid en zorg 28. Maatschappelijke opvang Welzijn, gezondheid en zorg Maatschappelijke opvang 2023/2024 Welzijn, gezondheid en zorg 29. Nationaal Actieplan Dakloosheid Welzijn, gezondheid en zorg Totaal mutaties IU’s en DU’s

2025 19 1.007 504 176 596 681 248 220 147 66 66 34 1.506 12 50 1.992 3.987 20 20 -3 -16 4 -48 -1 15 11.302

2026

2027

2028

2029

827 454

1.117 454

1.291 454

454

248 169 147

248 169 147

248 169

1.793 3.987 -33 20

1.747 3.987 -33 20

1.673 3.987 -33 20

1.676 3.987 -33 20

-3 -14

-3 -14

-3 -14

-3 -14

-48

-48

-48

-48

15 7.596

15 7.806

15 7.759

15 6.054

34

8. Uitvoeringskosten omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van 80,7 miljoen euro in 2025 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Eerder hebben we via een stelpost al rekening gehouden met een te ontvangen bedrag van 785 duizend euro. De daadwerkelijke ontvangst van 804 duizend euro betekent een voordeel van 19 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst van 19 duizend euro wordt verrekend met de algemene middelen. 9. Impulsbudget arbeidsmarktregio’s De arbeidsmarktregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget. Deze middelen zijn bedoeld om gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio. Hiermee kunnen de kaders ontwikkeld worden voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en mogelijke knelpunten in de regionale samenwerking worden opgelost. De decentralisatieuitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s.

Het gaat om een totaalbedrag van 148,5 miljoen euro, waarvan 35,2 miljoen euro in 2025 wordt uitgekeerd. Als onderdeel van het budget voor 2025 is

8

circa 100 duizend euro per arbeidsmarktregio beschikbaar om de uitgewerkte communicatiestrategie en uitingen te implementeren in de regio. Het budget wordt evenredig over de arbeidsmarktregio’s verdeeld. De effectiviteit van deze decentralisatie-uitkering wordt in 2027 geëvalueerd. We ontvangen 1.007 duizend euro in 2025, 827 duizend euro in 2026, 1.117 duizend euro in 2027 en 1.291 duizend euro in 2028. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 10. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. De inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vereist vaak een regionale aanpak, daarom worden de middelen uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven. De budgetten van de deelnemende gemeenten binnen een samenwerkingsverband worden samengevoegd en in principe toegewezen aan de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband.

Gemeenten die zelfstandig een sociaal ontwikkelbedrijf beheren of op een andere manier hun sociale infrastructuur hebben geregeld, ontvangen het impulsbudget afzonderlijk. Het impulsbudget betreft tijdelijke middelen voor een periode van 10 jaar. In 2025 is 35 miljoen euro beschikbaar. In de periode 2026 – 2030 is jaarlijks 31,5 miljoen euro beschikbaar. Daarna bouwt dit af naar 19,8 miljoen euro in 2034. Wij ontvangen 504 duizend euro in 2025 en 454 duizend euro in 2026 t/m 2029. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 11. Alleenverdienersproblematiek Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Voor 2025 wordt 25,4 miljoen euro toegekend.

Daarnaast ontvangen gemeenten nog een betaling voor het jaar 2023. Dit budget was gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens dat in 2023 en 2024 compensatie nodig had. Gemeenten die meer alleenverdienershuishoudens hadden voor 2023 dan was ingeschat ontvangen een aanvullend budget. In totaal wordt circa 2,1 miljoen euro toegekend voor 2023. Wij ontvangen hiervan 176 duizend euro. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 12. Begeleiding jongeren naar werk De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk is verschoven naar 1 januari 2026. Ter overbrugging van de inwerkingtreding wordt in 2025 de tijdelijke Aanpak Jeugdwerkloosheid voortgezet. Met de Aanpak Jeugdwerkloosheid zetten gemeenten, scholen en hun partners zich in om kwetsbare jongeren te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. De jongeren op wie de aanpak zich primair richt hebben een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s. Het budget en de verdeling van het budget is identiek aan 2023 en 2024. Wij ontvangen 596 duizend euro in 2025. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 13.

Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. Deze uitkering is bedoeld om de werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de BRP ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Gemeenten doen hiervan aan het begin van het jaar een opgave. Op basis van bovenstaande berekeningswijze is het bedrag over 2025 bepaald op 11,4 miljoen euro.

9

Daarnaast zijn er nabetalingen aan gemeenten die nog geen opgave voor 2023 of 2024 hadden aangeleverd. Wij ontvangen 681 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst van 681 duizend euro wordt beschikbaar gesteld voor het participatie- en integratieplan en verrekend met het deelprogramma ‘College, raad, wijkontwikkeling en wijkvernieuwing’. 14. Versterking arbeidsmarktregio’s Deze decentralisatie-uitkering heeft als doel om de regiefunctie die centrumgemeenten vervullen ten aanzien van de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s, structureel te ondersteunen en te versterken. In het kader van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur ontvangen centrumgemeenten extra middelen om nieuwe activiteiten te kunnen organiseren voor het verankeren en versimpelen van de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s, bijvoorbeeld voor het organiseren van het Regionaal Beraad, het Regionaal Werkcentrum (RWC) en de gidsfunctie in de arbeidsmarktregio (gezamenlijk met het UWV)). Het gaat om een bedrag van jaarlijks 8,7 miljoen euro dat evenredig over de 35 arbeidsmarktregio’s wordt verdeeld. We ontvangen 248 duizend euro in 2025 t/m 2028. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 15. Aanpak laaggeletterdheid Het actieprogramma "Tel mee met Taal" liep van 2020-2024.

In de Kamerbrief over het vervolg is het voornemen aangekondigd om enkele concrete instrumenten, namelijk: de regionale aanpak, de opgebouwde infrastructuur en de ondersteuning die het Rijk biedt aan gemeenten te continueren. De middelen die nu beschikbaar worden gesteld, stellen gemeenten in staat om nieuwe regionale plannen te maken voor de periode 2025-2028 en dus de coördinatie van de regionale aanpak voort te zetten. Voor 2025 is er 6,5 miljoen euro beschikbaar. In de periode 2026-2028 is er jaarlijks 5 miljoen euro beschikbaar. Elke arbeidsmarktregio ontvangt een bedrag van 100 duizend euro per jaar, plus een variabel budget dat wordt verdeeld op dezelfde wijze als het budget voor volwasseneneducatie, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs. We ontvangen 220 duizend euro in 2025 en 169 duizend euro in 2026 t/m 2028. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Onderwijs’. 16. Work in Nederland Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan Europese Unie (EU)-arbeidsmigranten te bieden, worden gelden beschikbaar gesteld ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio’s. Het gaat om een totaalbedrag van 5,9 miljoen euro in 2025. In 2026 en 2027 gaat het om een bedrag van jaarlijks 6,6 miljoen euro. De decentralisatieuitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van 33 arbeidsmarktregio’s.

De deelnemende regio’s hebben hiervoor een aanvraag gedaan. We ontvangen 147 duizend euro in 2025 t/m 2027 Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Economie en werkgelegenheid’. 17. Landelijke aanpak adreskwaliteit Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van BZK om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de BRP op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit en beoogt de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren. Deze wetswijziging leidt tot meer werk bij gemeenten. Net als in 2024 wordt hiervoor in 2025 2,9 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag is gebaseerd op de impactanalyse van de VNG en de verwachting dat gemeenten ca. 22.000 signalen kunnen verwerken. Deze verdelingssystematiek naar gemeenten wordt over 1 jaar geëvalueerd. We ontvangen 132 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst wordt in gelijke delen verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’ en het deelprogramma ‘Dienstverlening’.

10

18. Antidiscriminatievoorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Net als in 2024 krijgen gemeenten in 2025 en 2026 middelen om méér aan preventie te kunnen doen. Hiervoor is in 2025 en 2026 jaarlijks 2,5 miljoen euro beschikbaar. We ontvangen 34 duizend euro in 2025 en 2026. Voorstel: de ontvangst van 34 duizend euro in 2025 en 2026 wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 19. Behoud sociale voorzieningen Groningen Conform de kabinetsreactie op de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (‘Nij Begun’), is in 2024 de sociale agenda ontwikkeld. Doel van de sociale agenda is dat bewoners concreet perspectief krijgen op een meer welvarende toekomst in een regio die zijn eigen identiteit behoudt en waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Dit jaar wordt gebruikt om programma’s van de wal te laten komen en allianties vorm te geven. Hiervoor worden middelen beschikbaar gesteld om bijvoorbeeld de organisatiekosten te financieren. Het totaalbedrag van deze decentralisatieuitkering bedraagt 1.506 duizend euro in 2025. De gemeente Groningen ontvangt deze middelen omdat zij binnen de regio een coördinerende rol vervult.

Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Veiligheid’. 20. Einde lening inburgeringsplichtig In overleg tussen de minister van SZW en de VNG zijn afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs. Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. We ontvangen 12 duizend euro. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 21. Slavernijverleden Gemeenten ontvangen een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van (het tegengaan van) de doorwerking van het slavernijverleden. Deze uitkering past in de voorgenomen uitwerking van de kabinetsreactie slavernijverleden.

Deze inzet richt zich op het erkennen en herdenken van het slavernijverleden op lokaal niveau, maar kunnen ook in bredere zin gericht zijn op het voorkómen van anti-zwart racisme, empowerment/emancipatie van AfroNederlandse gemeenschappen of uitwerking geven aan de doelstellingen van het Verenigde Naties (VN) Decennium voor Mensen van Afrikaanse afkomst in de eigen lokale context. Er is hiervoor een bedrag van 327 duizend euro beschikbaar in 2025 waarvan wij 50 duizend euro ontvangen. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 22. Participatie (integratie-uitkering) Loon- en prijsbijstelling 2025 De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (102,4 miljoen euro in 2025, aflopend naar 84,9 miljoen euro in 2030). Daarnaast zijn er twee beleidsmatige toevoegingen: een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de Wsw. De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt doordat de verdeelsleutels worden bijgewerkt op basis van de meest recente cijfers. Rijksbijdrage sociale infrastructuur Het Rijk stelt vanaf 2025 extra middelen beschikbaar aan gemeenten waarmee zij op termijn 10.000 werkplekken kunnen faciliteren.

De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet vallen onder beschut werk, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven voor hun ontwikkeling richting regulier werk of voor een tijdelijk vangnet. Gemeenten ontvangen dit extra budget, in lijn met de ophoging van de Rijksbijdrage Beschut Werk voor het beschikbaar komen van de infrastructuur.

11

Afschaffen lage inkomensvoordeel Vanaf 2025 compenseert het Rijk gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Voor gedetacheerde werknemers in de Wsw wordt het wegvallen van het lage-inkomensvoordeel gecompenseerd door het loonkostenvoordeel banenafspraak structureel beschikbaar te stellen. Daarom wordt voor 2025 eenmalig 8,9 miljoen euro toegevoegd aan de Rijksbijdrage Wsw, boven op de reeds aangekondigde compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel. Voor bovenstaande ontwikkelingen ontvangen we 1,992 miljoen euro in 2025, 1,793 miljoen euro in 2026, 1,747 miljoen euro in 2027, 1,673 miljoen euro in 2028 en 1,676 miljoen euro vanaf 2029. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 23. Beschermd wonen (integratie-uitkering) De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (87,2 miljoen euro vanaf 2025). Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering. We ontvangen 3.987 miljoen euro vanaf 2025. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 24.

Armoedebestrijding kinderen In de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de 85 miljoen euro die vanaf 2017 beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. We ontvangen 33 duizend euro minder vanaf 2026. Voorstel: De uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 25. Kinderen in een AZC In paragraaf 2.2.6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Hiervoor is structureel 5,1 miljoen euro beschikbaar. De verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2024 tot en met december 2024. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2025 en verder gehanteerd. We ontvangen 20 duizend euro meer vanaf 2024. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ waarbij de ontvangst voor 2024 wordt verrekend met de jaarschijf 2025. 26.

Voorschoolse voorzieningen peuters De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentralisatieuitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2025 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2024. De nadelige bijstelling bedraagt 3 duizend euro per jaar vanaf 2025. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 27. Vrouwenopvang De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is vanaf uitkeringsjaar 2025 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, regionale centrumfunctie en omgevingsadressendichtheid. De bedragen van 2024 zijn ook gewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2024 door de actualisatie van de maatstaven woonruimten en omgevingsadressendichtheid. We ontvangen 4 duizend euro over 2024, de uitname in 2025 is 16 duizend euro en de uitname vanaf 2026 is 14 duizend euro. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De mutatie wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ waarbij de mutatie over 2024 wordt verrekend met de jaarschijf 2025.

12

28. Maatschappelijke opvang De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2023 is ten opzichte van de septembercirculaire 2024 geactualiseerd en definitief. De trimfactor stellen we vast op 1,13122. De trimfactor zorgt ervoor dat het totaal beschikbare bedrag exact wordt uitgekeerd. De verdeling van de middelen maatschappelijke opvang ten opzichte van de septembercirculaire 2024 is voor uitkeringsjaar 2024 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. De bijstelling bedraaft -49 duizend euro in 2025 en -48 duizend euro vanaf 2025. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De mutatie wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ waarbij de mutatie over 2023 en 2024 wordt verrekend met de jaarschijf 2025. 29 . Nationaal Actieplan Dakloosheid Voor de verdeling aan centrumgemeenten van de decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid wordt het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) gehanteerd. De verdeling hiervan is geactualiseerd. We ontvangen 15 duizend euro vanaf 2025. Voorstel: De ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. Voorgaande ontwikkelingen leiden tot de volgende begrotingswijzigingen voor de jaarschijf 2025:

Deelprogramma 1.1 Economie en werkgelegenheid 2.2 Veiligheid 3.1 Werk en inkomen 3.1 Werk en inkomen 3.2 Onderwijs 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 3.3 Welzijn, gezondheid en zorg 4.1 Dienstverlening 4.2 College, raad, wijkontwikkeling en - vernieuwing 4.3 Algemene inkomsten en post onvoorzien Totaal

Beleidsveld 1.1.1 Economische ontwikkeling 2.2.3 Maatschappelijke onrust en polarisatie 3.1.1 Werk en activering 3.1.2 Inkomensondersteuning en schuldhulpverlening 3.2.1 Onderwijskansen en onderwijshuisvesting 3.3.1 Stimulering samenlevingsopbouw 3.3.3 Passende ondersteuning 3.3.4 Zorg en veiligheid 4.1.1 Dienstverlening 4.2.1 College, raad en griffie 4.3.1 Algemene inkomsten

Lasten 147 1.506 4347 657 220 84 10.719 -46 66 681 31 18.412

Saldo voor Reserve- Saldo na Baten res.mut. mutaties res.mut. -147 -147 -1.506 -1.506 -4.347 -4.347 -657 -657 -220 -220 -84 -84 -10.719 -10.719 46 46 -66 -66 -681 -681 18.412 18.381 18.381 18.412 -

Overige consequenties

N.v.t. Vervolg

N.v.t. Lange Termijn Agenda

Behandeling gelijktijdig met de Voorjaarsbrief in de raadsvergadering van 9 juli 2025. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,

burgemeester, Mirjam van ‘t Veld

secretaris, Christien Bronda

Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5191/documents/88981