Meicirculaire 2024.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Meicirculaire 2024
Telnr.
14 050
Registratienummer Classificatie
Bijlagen 0
177018-2024 Openbaar
Portefeuillehouder
Wi j nj a
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 7 Jaar 2024 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I. de verwachte ‘Onderuitputting BTW compensatiefonds’ van € 2.400.000,-- vanaf 2024 te verrekenen voor € 2.000.000,-- met het deelprogramma College, raad, wijkontwikkeling en -vernieuwing om daarmee de nog resterende besparing ‘leniger en flexibeler begroten’ uit de begroting 2020 deels te realiseren en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; II. de ontvangst voor ‘Aanpak armoede en schulden’ van € 896.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met het deelprogramma College, raad, wijkontwikkeling en -vernieuwing en dit te verwerken in de begroting 2024; III. de ontvangst voor ‘Correctie extrapolatie participatie’ van € 120.000,-- in 2027 en € 292.000,-- in 2028 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2025; IV. de ontvangst voor ‘Werkdrukverlaging jeugdhulpverlening’ van € 478.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; V. de ontvangst voor ‘Compensatieregeling Voogdij 18+’ van € 515.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in de begroting 2025; VI.
de ontvangst voor ‘Lpo-bijstelling Voogdij 18+’ van € 25.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; VII. de uitname voor ‘Ketensystemen jeugd’ van € 10.000,-- in 2024 en 2025 te verrekenen met de algemene middelen;
Samenvatting
Op 27 mei 2024 is de meicirculaire 2024 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2024 tot en met 2029. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe hiermee om te gaan. In het financieel meerjarenbeeld 2025-2028 is rekening gehouden met de bijstelling van het accres 2025-2028 op basis van gewijzigde loon- en prijsontwikkelingen. De overgang naar het indexeren van de algemene uitkering op basis van het BBP is in de meicirculaire 2024 budgetneutraal. Daarnaast is afgesproken dat de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 vervalt én dat het accres 2025 eenmalig wordt gekort. Er is nog geen definitieve oplossing voor het resterende financieel ravijn dat vanaf 2026 ontstaat door de korting op de algemene uitkering. Samen met het nieuwe kabinet moeten de taken en middelen met elkaar in balans worden gebracht. Het financiële effect ten opzichte van de septembercirculaire 2023 is een voordelige bijstelling van 13,0 miljoen euro in 2024. In 2025 bedraagt de bijstelling -6,5 miljoen euro nadelig. De voordelige bijstelling in 2026 is 13,8 miljoen euro en dit loopt op via 16,0 miljoen euro in 2027 tot 18,9 miljoen euro in 2028.
B&W-besluit d.d.: 24-06-2024
VIII. IX. X.
XI. XII. XIII. XIV. XV. XVI.
XVII. XVIII.
XIX. XX. XXI. XXII. XXIII. XXIV. XXV. XXVI.
XXVII.
XXVIII. XXIX. XXX. XXXI.
de uitname voor ‘Niet beoogde kosten jeugdzorg’ van € 447.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Besparingsverlies jeugd’ van € 8.019.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Wmo hulpmiddelen’ van € 68.000,-- in 2024 en € 101.000,-- in 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de uitname voor ‘Landelijke vreemdelingenvoorzieningen’ van € 239.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Handelsregister’ van €14.000,-- in 2024 en € 5.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Experiment WKB’ van € 2.000,-- in 2024 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Handhaving energielabel kantoren’ van € 1.000,-- in 2026 t/m 2029 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘uitvoeringskosten Omgevingswet’ van € 16.000,-- in 2024 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Nationaal actieplan dakloosheid’ van € 2.513.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in
de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Bodembescherming’ van € 450.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met het deelprogramma Kwaliteit leefomgeving en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Regionale doelgroepspecifieke aanpak’ van € 137.000,-- in 2024 t/m 2026 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Antidiscriminatie voorzieningen’ van € 33.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Maatschappelijke begeleiding’ van € 7.000,-- in 2024 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Einde lening inburgeringsplicht’ van € 8.000,-- in 2024 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Sociale voorzieningen Groningen’ van € 629.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2024; de ontvangst voor ‘Impact analyse NPLV’ van €12.000,-- in 2024 te verrekenen met algemene middelen; de ontvangst voor ‘Weerbare gemeenschappen’ van € 35.000,-- in 2024 te verrekenen met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2024; de uitname voor ‘DU Jeugd’ van € 554.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma
Onderwijs en dit te verwerken in de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Participatie’ van € 2.956.000,-- in 2024, € 2.037.000,-- in 2025, € 2.053.000,-- in 2026, € 2.006.000,-- in 2027 en € 1.974.000,-- in 2028 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de ontvangst voor ‘Beschermd wonen’ van € 4.069.000,-- in 2024, € 4.070.000,-- in 2025 en € 4.072.000,-in 2026 t/m 2028 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2024 respectievelijk de begroting 2025; de uitname voor ‘Armoedebestrijding kinderen’ van € 12.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Kinderen in een AZC’ van € 20.000,-- vanaf 2023 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2025; de uitname voor ‘Voorschoolse voorzieningen peuters’ van € 5.000,-- vanaf 2024 te verrekenen met de algemene middelen; de gemeentebegroting 2024 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen.
2
Aanleiding en doel
Op 27 mei 2024 is de meicirculaire 2024 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering van het gemeentefonds voor de jaren 2024 tot en met 2029. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. In dit voorstel worden de uitkomsten van de meicirculaire 2024 vergeleken met de uitkomsten van de septembercirculaire 2023. In het financieel meerjarenbeeld zijn de financiële effecten van de meicirculaire 2024 al verwerkt. Kader
De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Door middel van circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. Argumenten en afwegingen
N.v.t. Maatschappelijk draagvlak en participatie
N.v.t. Financiële consequenties
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De ontwikkeling ervan bepaalt daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten van de meicirculaire 2024 weergegegven. Vervolgens volgt per mutatie een toelichting. Algemene mutaties (bedragen x € 1.000) Accres Oploop opschalingskorting Ontwikkeling groei Wmo BTW compensatiefonds - Leniger en flexibeler begroten (begroting 2020) Overige ontwikkelingen Totaal algemene mutaties
2024 -1.500
2025 -4.900 -10.800
5.800 -2.000 10.700 13.000
2.400 -2.000 8.800 -6.500
2026 -7.300 10.800 1.125 2.400 -2.000 8.800 13.825
2027 -9.100 10.800 2.250 2.400 -2.000 11.600 15.950
2028 -8.600 10.800 3.375 2.400 -2.000 12.900 18.875
Accres De ontwikkeling van het accres is in 2024 en 2025 geactualiseerd op basis van bijgestelde groeiramingen voor lonen en prijzen conform het Centraal Eonomisch Plan van het CPB. Doordat de verwachte loon- en prijsontwikkeling de komende jaren lager is daalt het accres eveneens. Ook het volume-accres dat vanaf 2027 wordt verstrekt neemt af door een lagere (8-jaars gemiddelde) BBP-groei. De nadelige bijstelling bedraagt 1,5 miljoen euro in 2024 oplopend tot een nadeel van 8,6 miljoen euro in 2028. In de Rijksvoorjaarsnota 2024 hebben de fondsbeheerders de groei van de algemene uitkering met de bbp-ontwikkeling vervroegd van 2026 naar 2024. Deze overgang heeft budgetneutraal plaatsgevonden. Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van 300 miljoen euro. In de Rijksvoorjaarsnota 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van 675 miljoen euro, geschrapt. Gelijktijdig is voor 2025 een korting op het accres toegepast van 675 miljoen euro. Ons aandeel in 675 miljoen euro bedraagt 10,8 miljoen euro.
Ontwikkeling groei Wmo Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo 2015 niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende, geobjectiveerde indexering ontwikkeld die rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie en vergrijzing. De reden hiervan is dat indexering via de bbp-systematiek, zoals dat nu op de algemene uitkering wordt
3
toegepast, niet toereikend is voor de groei van de zorg. Op de aanvullende post op de rijksbegroting staat een reservering van 150 miljoen euro in 2026 en oplopend tot 600 miljoen euro in 2029. We hebben ons aandeel hierin geraamd: 1,125 miljoen euro in 2026, 2,250 miljoen euro in 2027, 3,375 miljoen euro in 2028 en 4,50 miljoen euro vanaf 2029. BTW compensatiefonds Sinds 2019 is de systematiek van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds gewijzigd. Een eerste raming van de ruimte onder het plafond BCF in 2023 verschijnt in de septembercirculaire. De uiteindelijke realisatie van de ruimte onder het plafond BCF in 2023 wordt opgenomen in de meicirculaire 2024. Op basis van de ruimte onder het plafond in de meicirculaire mogen gemeenten in de begroting een structurele stelpost opnemen. Wel adviseert de toezichthouder om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. De ruimte onder het plafond BCF in de meicirculaire 2024 bedraagt 573 miljoen euro. We hielden in onze ramingen al rekening met een onderuitputting van 359 miljoen euro (septembercirculaire 2023). De extra verwachte ruimte onder het plafond is daarmee 214 miljoen euro. Het aandeel van de gemeente Groningen hierin is 3,4 miljoen euro.
Gezien de forse bijstelling van de onderuitputting BCF houden we voorzichtigheidshalve rekening met een structureel voordeel van 2,4 miljoen euro vanaf 2024. Bij de septembercirculaire 2024 wordt een eerste inschatting van de ruimte onder het plafond voor 2024 geraamd. Op dat moment zullen we onze raming ‘ruimte onder het plafond BCF’ mogelijk herzien. De extra incidentele onderuitputting over 2023 (die wordt uitgekeerd in 2024) bedraagt 3,4 miljoen euro. Voorstel: In de begroting 2020 is aangegeven dat we door leniger en flexibel te begroten een besparing van 5 miljoen euro willen realiseren. In de begroting 2021 is dit voor 1,6 miljoen euro ingevuld door de verwachte onderuitputting van het BTW compensatiefonds en met 1,0 miljoen euro door de hogere OZB opbrengst door stijging van de WOZ-waarde. We stellen voor van de nog resterende besparing van 2,4 miljoen euro structureel 2,0 miljoen euro te realiseren met de verwachte onderuitputting van het BTW compensatiefonds. Als bij de septembercirculaire 2024 blijkt dat er meer ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds is dan wordt dit ingezet voor de afwikkeling van de nog resterende structurele besparing van 0,4 miljoen euro.
Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. Deze overige ontwikkelingen zijn al in ons financieel meerjarenbeeld 2025-2028 verwerkt. De decembercirculaire gaf al een voordeel door de bijstelling van de maatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen’. Dit betekent een voordeel van bijna 8 miljoen euro. De vraag op dat moment was of we dit voordeel structureel konden ramen. Op basis van nadere analyse van de onderliggende data is geconcludeerd dat het voordeel structureel is. Bij de actualisatie van de maatstaven die het gemeentefonds verdelen is hiermee meerjarig rekening gehouden. Voor 2022 is een herziene opgave van de belastingcapaciteit 2022 ontvangen. Deze capaciteit blijkt hoger dan geraamd wat resulteert in een nadeel van 3 miljoen euro per jaar. De maatstaven die samenhangen met het aantal inwoners en woonruimten zijn geactualiseerd op basis van een herziene meerjarige prognose van O&S (Onderzoek en Statistiek).
In de meicirculaire 2024 zijn de uitkeringsfactoren per saldo gestegen als gevolg van aanpassingen in (de ramingen van) de volumina van de maatstaven. Hierbij spelen o.a. de actualisatie van de raming van de maatstaven huishoudens met een laag inkomen met drempel, laag opleidingsniveau met drempel, landelijke en regionale centrumfunctie, omgevingsadressendichtheid, de OZB-maatstaven en de neerwaartse bijstelling van de ramingen van het aantal bijstandontvangers een rol. Per saldo geven de overige ontwikkelingen een voordelige bijstelling van 10,7 miljoen euro 2024 oplopend tot 12,9 miljoen euro in 2028. In de voordelige bijstelling van 10,7 miljoen euro in 2024 is de bijstelling van de algemene uitkering in 2023 (+3 punten uitkeringsfactor) van 1,5 miljoen euro inbegrepen.
4
Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de afname zijn in principe afweegbaar. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1. Aanpak armoede en schulden 2. Correctie extrapolatie participatie 3. Werkdrukverlaging jeugdbescherming 4. Compensatieregeling Voogdij 18+ 5. Lpo-bijstelling Voogdij 18+ 6. Ketensystemen jeugd 7. Niet beoogde kosten jeugdzorg 8. Besparingsverlies Jeugd 9. Wmo hulpmiddelen 10. Landelijke vreemdelingenvoorziening 11. Handelsregister 12. BRP experiment 13. Handhaving energielabel kantoren Totaal taakmutaties
Beleidsveld
2024
2025
2026
2027
2028
College en raad Werk en activering Passende ondersteuning Passende ondersteuning Passende ondersteuning Algemene middelen Passende ondersteuning Passende ondersteuning Passende ondersteuning Zorg en veiligheid Algemene middelen Algemene middelen Algemene middelen
896
896
896
478
478 515 25 -10
478 515 25
896 120 478 515 25
896 292 478 515 25
-5
-5
-5
-5
10.019
1 1.910
1 2.030
1 2.202
25 -10 -447 68 -239 -14 2 759
8.019 101
1. Dienstverlening aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden heeft het kabinet via het gemeentefonds 40 miljoen euro aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden om gemeenten verder in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden zoals bijvoorbeeld het gebruik van de schuldhulpverlening verdubbelen en activiteiten rond het bestrijden van kinderarmoede. We ontvangen 896 duizend euro vanaf 2024. Voorstel: In de begroting 2023 is bij dekkingsbron 5 ‘Rijksmiddelen re-integratie’ vanaf 2024 rekening gehouden met een ontvangst van 2,24 miljoen euro. In de begroting 2024 is deze verwachte ontvangst verlaagd met 900 duizend euro in 2024 t/m 2026 (intensivering 26). De ontvangst van 896 duizend euro vanaf 2024 wordt verrekend op het beleidsveld ‘4.2.1 College en raad’ waar de verwachte ontvangst van Rijksmiddelen re-integratie is geraamd. 2. Correctie extrapolatie participatie In 2018 zijn afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen Wajong en Regulier werk van de integratieuitkering Participatie naar de algemene uitkering.
Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 uitgevoerd. Bij de overheveling is overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Daarom wordt de correctie op de extrapolatie in deze circulaire in de algemene uitkering verwerkt. We ontvangen 120 duizend euro in 2027 oplopend tot 481 duizend euro in 2029. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.4 Werk en activering’. 3. Werkdrukverlaging jeugdbescherming In 2023 is een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de jeugdbescherming en -reclassering door gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is 60 miljoen euro nodig. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks 30 miljoen euro bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Het bestuurlijk akkoord is van kracht, tot het moment dat een wettelijke regeling voor het Toekomstscenario of een wettelijke regeling voor een landelijk tarief voor maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering in werking treedt, al dan niet als onderdeel van een wettelijke regeling ter implementatie van de Hervormingsagenda.
5
Met het bestuurlijk akkoord zijn afspraken gemaakt hoe gemeenten en GI’s aan de hand van het inlooppad stapsgewijs toewerken naar het landelijk tarief. Met dit inlooppad wordt het landelijk tarief en de daarbij passende werkdruk zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 1 januari 2026 gerealiseerd. We ontvangen 478 duizend euro vanaf 2024. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 4. Vrijval reservering compensatieregeling Voogdij 18+ In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (32,1 miljoen euro) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Als in de komende jaren alsnog een compensatieregeling nodig blijkt, kan daarvoor de algemene uitkering worden aangesproken. We ontvangen 515 duizend euro vanaf 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 5. Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+ Op de integratie-uitkering Voogdij 18+ was nog een reservering opgenomen voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen (zie hierboven). Over dat budget is, zoals te doen gebruikelijk, loon- en prijsbijstelling toegekend.
Omdat het budget van de reservering in deze circulaire wordt overgeheveld naar de algemene uitkering, wordt ook de toegekende loon- en prijsbijstelling van structureel 1,7 miljoen euro toegevoegd aan de algemene uitkering. We ontvangen 25 duizend euro vanaf 2024. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 6. Ketensystemen jeugd In het Coördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen Middenvelder, CORV en IFM/LIJ). De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen bedraagt 950 duizend euro. Voor de jaren 2021 tot en met 2023 was de extra bijdrage 338 duizend euro. Door de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten in 2024 en 2025 jaarlijks 712 duizend euro meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen, deze extra bijdrage wordt onttrokken aan de algemene uitkering. Hierna zal worden gekeken of de verdeelsleutel opnieuw moet worden herijkt. De extra bijdrage vanaf 2024 van 712 duizend euro wordt nu voor twee jaar aan de algemene uitkering onttrokken. De uitname in zowel 2024 als 2025 bedraagt 10 duizend euro. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 7.
Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt 60 miljoen euro vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Vanuit de algemene uitkering wordt 27,9 miljoen euro overgeboekt. De resterende 32,1 miljoen euro wordt overgeboekt vanuit het restantbudget van de integratie-uitkering Voogdij 18+. Dit budget wordt ingezet om de gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten van 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Als er in 2024 sprake is van onderuitputting binnen deze regeling, dan zullen de resterende middelen weer terugvloeien naar het gemeentefonds. De uitname in 2024 bedraagt 447 duizend euro. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 8. Besparingsverlies Jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) oplopend naar structureel 511 miljoen euro vanaf 2027 opgenomen. De geraamde besparing van 500 miljoen euro in 2025 kan nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd.
Om die reden wordt 500 miljoen euro in 2025 toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. We ontvangen 8,019 miljoen euro in 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’.
6
9. Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Daartoe wordt 4,5 miljoen euro in 2024 en 6,7 miljoen euro in 2025 overgeboekt naar het gemeentefonds. We ontvangen 68 duizend euro in 2024 en 101 duizend euro in 2025. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 10. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een mogelijke structurele regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. De middelen aan de gemeenten met een LVV-voorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. Omdat de uitname in 2023 niet heeft plaatsgevonden, zijn in deze circulaire de uitnamen opgenomen voor 2023 en 2024. Het gaat om respectievelijk 4,4 miljoen euro en 10,3 miljoen euro (in totaal 14,7 miljoen euro). Het bedrag in 2024 is hoger, doordat de kostprijs voor LVV-plekken is aangepast.
De uitname bedraagt 239 duizend euro. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.4 Zorg en veiligheid’. 11. Handelsregister De Kamer van Koophandel beheert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) het Handelsregister. Dit register is de basisregistratie waarin alle bedrijven en rechtspersonen ingeschreven staan. Daarnaast staan alle andere organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer ook in dit register. Naast private organisaties kunnen ook gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en overige organisaties met een publieke taak gebruik maken van het Handelsregister. Sinds 1 januari 2014 is er sprake van inputfinanciering voor het overheidsgebruik van het Handelsregister waarbij gemeenten bijdragen in de kosten. In deze circulaire wordt de jaarlijkse aanvullende bijdrage van 538 duizend euro vanaf 2023 structureel verwerkt; waarbij 2023 is verwerkt in het jaar 2024. De uitname bedraagt 14 duizend euro in 2024 en 5 duizend euro vanaf 2025. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 12. Basisregistratie Personen (BRP) experiment In het najaar van 2023 is het besluit experimenten bijhouding BRP in werking getreden, en daarmee een experiment met het oogmerk de ingeschrevene in de BRP op het woonadres te informeren over de inschrijvingen op het betreffende adres.
Gemeenten (colleges) krijgen er daarmee een extra (verplichte) taak bij: zij moeten actief berichten gaan versturen aan ingezetenen van de gemeente over (nieuwe) inschrijvingen op een woonadres. Veel colleges doen dit echter al. Het experiment moet uitwijzen of de verplichting leidt tot een lastenverzwaring voor colleges in termen van uitvoering en kosten. De gemeenten ontvangen jaarlijks gedurende de looptijd van het experiment een vergoeding voor de verplichte medewerking aan de evaluatie van 2.400 euro per jaar per gemeente. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 13. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De VNG en het ministerie van BZK vinden dat toezicht en handhaving van deze maatregel voortvarend moet worden opgepakt. Zo wordt een duidelijk signaal afgegeven dat normerende maatregelen opgevolgd dienen te worden. De spreiding van het budget voor toezicht en handhaving over een lange periode, zoals oorspronkelijk gepland, is ongewenst. Daarom zijn middelen naar voren gehaald, zodat het zwaartepunt van de financiering ligt in de jaren 2023 tot en met 2025. In de meicirculaire 2023 is een kasschuif verwerkt voor handhaving energielabel C kantoren.
Zoals aangekondigd in de meicirculaire 2023 worden nu de jaren 2026 tot en met 2029 verwerkt. We ontvangen 1 duizend euro in 2026 t/m 2029. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen.
7
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. De meicirculaire 2024 leidt tot de volgende mutaties: Mutaties in IU’s, DU’s en SU’s (bedragen x € 1.000) 14. Uitvoeringskosten omgevingswet 15. Nationaal actieplan dakloosheid 16. Wet bodembescherming 17. Doelgroepspecifieke aanpak 18. Antidiscriminatie voorzieningen 19. Maatschappelijke begeleiding 20. Einde lening inburgeringsplicht 21. Sociale voorzieningen Groningen 22. Impact analyse NPLV 23. Weerbare gemeenschappen 24. Jeugd 25. IU Participatie 26. IU Beschermd wonen 27. Armoedebestrijding kinderen 28. Kinderen in een AZC Kinderen in een AZC (2023) 29. Voorschoolse voorzieningen Totaal mutaties IU’s, DU’s en SU’s
Beleidsveld
2024
Algemene middelen Zorg en veiligheid Leefkwaliteit Werk en activering Stimulering samenlevingsopbouw Algemene middelen Algemene middelen Maatsch.onrust en polarisatie Algemene middelen Veiligheid en zorg Voortijdig schoolverlaten Werk en activering Passende ondersteuning Algemene middelen Passende ondersteuning Passende ondersteuning Algemene middelen
16 2.513 450 137 33 7 8 629 12 35 2.956 4.069 20 20 -5 10.900
2025
2026
2027
2028
2.513 450 137
2.513 450 137
2.513 450
2.513 450
-554 2.037 4.070 -12 20
-554 2.053 4.072 -12 20
-554 2.006 4.072 -12 20
-554 1.974 4.072 -12 20
-5 8.656
-5 8.674
-5 8.490
-5 8.458
14. Uitvoeringskosten omgevingswet In het Coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV zijn middelen gereserveerd voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van 71,5 miljoen euro in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim 80 miljoen euro in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. We ontvangen 703 duizend euro in 2024. In onze raming gemeentefonds hielden we al rekening met een ontvangst van 687 duizend euro. Per saldo resulteert nog een ontvangst van 16 duizend euro voordelig. Voorstel: de ontvangst van 16 duizend euro wordt verrekend met de algemene middelen. 15. Nationaal actieplan dakloosheid Vanaf 2024 wordt structureel 55 miljoen euro aan het gemeentefonds toegevoegd en verstrekt aan centrumgemeenten maatschappelijke opvang/beschermd wonen via de decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid.
Voor de verdeling aan centrumgemeenten wordt het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) gehanteerd. We ontvangen 2,5 miljoen euro vanaf 2024. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’.
8
16. Apparaatskosten Wet bodembescherming Voor apparaatskosten Wet bodembescherming wordt de decentralisatie-uitkering voor de periode 2024 tot en met 2030 gecontinueerd. Dit maakt onderdeel uit van de bestuurlijke afspraken bodem en ondergrond 2023 tot en met 2030, die eind 2022 zijn gemaakt tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen (UvW). Het betreft een tegemoetkoming in de kosten van het ambtelijk apparaat dat zorgdraagt voor het uitvoeren van de taken die de Wet bodembescherming toekent aan bevoegde gezagen (gemeenten en provincies). Als gevolg van gemeentelijke herindeling heeft een technische correctie plaatsgevonden in de verdeling tussen de gemeente Groningen en de provincie Groningen. De decentralisatie-uitkering voor de gemeente Groningen wordt met een bedrag van 38 duizend euro verhoogd, waarvan 25 duizend euro het jaarlijks bedrag van de technische correctie zelf betreft en 13 duizend euro een jaarlijks bedrag voor de periode van 2024 tot en met 2030 betreft als compensatie voor de jaren 2021 tot en met 2023, toen (onbewust) geen technische correctie is gehanteerd. We ontvangen 450 duizend euro vanaf 2024. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘2.2.3 Maatschappelijke onrust en polarisatie’. 17.
Regionale doelgroepspecifieke aanpak Voor het plan van aanpak ‘Statushouders aan het werk’ en de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur van het ministerie van SZW, is in 2023 budget ter beschikking gesteld aan centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s voor een regionale doelgroepspecifieke aanpak. Het beoogde doel daarvan is om de arbeidsparticipatie van statushouders en andere kwetsbare groepen te vergroten en hen extra te ondersteunen. Om de inzet van de regionale doelgroepspecifieke aanpak te kunnen borgen en continueren wordt voor 2024 t/m 2026 jaarlijks een decentralisatie-uitkering verstrekt van 4,8 miljoen euro waarbij elke centrumgemeente een gelijk bedrag ontvangt. We ontvangen 137 duizend euro in 2024 t/m 2026. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Werk en activering.’ 18. Antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 middelen via het gemeentefonds. Vanaf dit jaar krijgen gemeenten middelen om samen met hun ADV’s méér aan preventie te kunnen doen. De decentralisatie-uitkering maakt het mogelijk om op lokaal niveau maatwerk te kunnen toepassen.
De ADV’s kunnen gemeenten aan de hand van hun meldingscijfers adviseren over onderwerpen die hen zijn opgevallen binnen die gemeenten. Hiervoor is in 2024 in totaal 2,5 miljoen euro beschikbaar. We ontvangen 33 duizend euro in 2024. Het ministerie van BZK werkt momenteel aan een stelselherziening voor de ADV’s en kondigde eerder aan dat er vooruitlopende op de stelselherziening extra middelen beschikbaar zijn voor gemeenten. De middelen vanaf 2025 zullen naar verwachting in de komende septembercirculaire worden verwerkt. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Stimulering samenlevingsopbouw’. 19. Maatschappelijke begeleiding Conform de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2024 in totaal circa 1,4 miljoen euro. We ontvangen 7 duizend euro in 2024. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 20. Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) In het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs. Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in de regelgeving.
In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Met deze formalisering is een grondslag gecreëerd op basis waarvan informatieuitwisseling tussen DUO en gemeenten over deze doelgroep mogelijk is. Hiermee is een knelpunt voor gemeenten om deze doelgroep te bereiken weggenomen.
9
Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. We ontvangen 8 duizend euro in 2024. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 21. Behoud sociale voorzieningen Groningen Voor de ontwikkeling van de sociale agenda is in Nij Begun 1 miljoen euro gereserveerd voor 2024. Deze middelen zijn bedoeld voor de organisatie van de ontwikkeling van de sociale agenda, zoals personele inzet (team onder leiding van de kwartiermaker en locatiekosten) en het organiseren van bijeenkomsten. De gemeente Groningen heeft binnen de regio een coördinerende rol bij de ontwikkeling van de sociale agenda. In december 2023 heeft gemeente Groningen via een decentralisatie-uitkering al een voorschot van 250 duizend euro ontvangen. Het resterende bedrag wordt nu voor 629 duizend euro via een decentralisatie-uitkering beschikbaar gesteld (121 duizend euro is afgestort naar het BCF). Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘4.2.1 College, gemeenteraad en griffie’. 22.
Impact analyse NPLV Zeventien gemeenten ontvangen voor het interbestuurlijke programma Leefbaarheid en Veiligheid een bijdrage voor het uitvoeren van een actualisatie van een eerder uitgevoerde ex ante impactanalyse. Voor iedere gemeenten is 12 duizend euro beschikbaar. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 23. Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit Zes gemeenten ontvangen een bijdrage van 35 duizend euro voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het weerbaar maken van gesloten gemeenschappen tegen ondermijning en het leggen van de verbinding tussen gemeente en gesloten gemeenschappen. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘2.2.4 Veiligheid en zorg’. 24. DU Jeugd Het ministerie van OCW heeft afgelopen najaar een actieplan Voortijdig Schoolverlaten (vsv) naar de Tweede Kamer gestuurd. In de vsv-aanpak werken scholen en gemeenten verplicht samen in de Doorstroompuntregio met een regionaal programma. Met een gezamenlijk en ontschot budget stimuleert het ministerie van OCW dat scholen en gemeenten samenwerken. Hiervoor is niet alleen extra budget beschikbaar gesteld in de Werkagenda mbo, maar zijn ook bestaande middelen geoormerkt specifiek voor dit regionaal programma. Zo kunnen de middelen gericht en herleidbaar worden ingezet voor jongeren die ondersteuning nodig hebben.
De DU jeugd wordt in 2025 beëindigd en de middelen voor de DU jeugd (jaarlijks 21,7 miljoen euro) worden vanaf dat jaar toegevoegd aan het budget voor de (contact)gemeente voor het regionaal programma, op de begroting van OCW. Ons aandeel hierin bedraagt jaarlijks 554 duizend euro. Voorstel: de uitname van 554 duizend euro vanaf 2025 wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.2.2 Voortijdig schoolverlaten en leerlingenvervoer’. 25. Participatie (integratie-uitkering) Om gemeenten tegemoet te komen bij de ervaren financiële uitdagingen rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven wordt het budget voor de Wet sociale werkvoorziening in 2024 opgehoogd met 63,9 miljoen euro. De begeleidingsmiddelen van Beschut Werk worden verhoogd met 23,1 miljoen euro in 2024 oplopend naar 65,3 miljoen euro in de structurele situatie in 2048. De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2024 (113,3 miljoen euro in 2024, aflopend naar 93,7 miljoen euro in 2029). Voor bovenstaande ontwikkelingen ontvangen we 2,956 miljoen euro in 2024, 2,037 miljoen euro in 2025, 2,053 miljoen euro in 2026, 2,006 miljoen euro in 2027 en 1,974 miljoen euro in 2028. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.1 Werk en activering’.
10
26. Loon- en prijsbijstelling 2024 Bescherm wonen De integratie-uitkering Beschermd wonen wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2024. De toename van het budget is 89 miljoen euro vanaf 2024; ons aandeel hierin is ruim 4 miljoen euro per jaar. Voorstel: we ontvangen deze middelen in onze hoedanigheid als centrumgemeente. De ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 27. Armoedebestrijding kinderen In de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de 85 miljoen euro die vanaf 2017 beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. We ontvangen 12 duizend euro minder vanaf 2025. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen. 28. Kinderen in een AZC In de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Hiervoor is structureel 5,1 miljoen euro beschikbaar. De definitieve verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2023 tot en met december 2023.
Deze bedragen zijn ook voor 2024 en verder gehanteerd. We ontvangen 20 duizend euro meer vanaf 2023. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het beleidsveld ‘3.3.3 Passende ondersteuning’. 29. Voorschoolse voorzieningen peuters De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentralisatieuitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2024 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2023. De nadelige bijstelling bedraagt 5 duizend euro per jaar vanaf 2024. Voorstel: mutaties kleiner dan 15 duizend euro worden verrekend met de algemene middelen.
Voorgaande ontwikkelingen leiden tot de volgende begrotingswijzigingen voor de jaarschijf 2024:
11
Overige ontwikkelingen Vangnet constructie energietoelage Gemeenten kunnen, net als over 2022, een energietoeslag 2023 uitkeren aan huishoudens met een laag inkomen. Gemeenten hebben hiertoe budget ontvangen in de decembercirculaire 2023. Ondanks de aangepaste verdeelsystematiek kunnen net als in 2022 verschillen ontstaan tussen de gebruikte verdeelstatistiek en het werkelijke bereik van een gemeente. Daarom is een vangnetconstructie ingericht. Voor de vangnetconstructie is 32,5 miljoen euro gereserveerd. De vangnetconstructie wordt via de decentralisatie-uitkering energietoeslag aan gemeenten uitgekeerd. In mei/juni 2024 zal de VNG een uitvraag onder haar leden doen waarin zij signalen over afwijkingen tussen de verdeelsystematiek en het bereik uitvraagt. In het derde kwartaal 2024 zal een extern bureau een plausibiliteitstoets uitvoeren op de signalen waarna het bureau advies uitbrengt aan SZW over de verdeling van de gereserveerde middelen. Overblijvende middelen worden over alle gemeenten uitgekeerd o.b.v. de verdeling van het budget dat in de decembercirculaire 2023 beschikbaar is gesteld. Naar verwachting zal dit in de decembercirculaire 2024 worden verwerkt.
Stand van zaken versterken dienstverlening gemeenten (POK-middelen) In de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Dit vraagt niet alleen investeringen in de kwaliteit van de directe dienstverlening aan inwoners en aansluiting tussen de dienstverlening van uitvoeringsorganisaties en gemeenten, maar ook investeren in het gezamenlijk leervermogen van gemeenten, het Rijk én de uitvoeringsorganisaties. In de kabinetsreactie is het ‘Leren van de praktijk: signalen serieus nemen’ dan ook een van de pijlers. Er wordt o.a. gemeld: “De overheid hoort actief te onderzoeken hoe regelingen in de praktijk werken en toegankelijk te zijn als er vragen of onduidelijkheden zijn” en “het is belangrijk om bij de voorbereiding van nieuw beleid en regelgeving steeds goed te kijken naar de werking van regelgeving in de praktijk, juist ook voor burgers”. Het (toenmalige) kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 150 miljoen euro per jaar beschikbaar te stellen.
Daarbij is destijds aangegeven dat het Rijk zich kan voorstellen dat de transitie niet in deze periode kan worden voltooid en het Rijk zal daarom vroegtijdig met de VNG het gesprek aangaan over de periode na 2027. Om te kunnen beoordelen of en hoe de toekenning van de middelen na 2027 kan worden voortgezet is door de fondsbeheerders als voorwaarde gesteld dat uiterlijk in 2027 een evaluatie van de inzet van de middelen is afgerond. Dit kan leiden tot een herziening van het budget of een aanpassing in de verdeling. Om de effectieve inzet van de middelen door gemeenten te bevorderen is ervoor gekozen een landelijke basisinfrastructuur voor ondersteuning in het sociaal domein in te richten onder regie van de VNG. Het ministerie van BZK heeft de start- en eerste uitbouwfase in de jaren 2022-2024 bekostigd. Overige consequenties
N.v.t. Vervolg
N.v.t. Lange Termijn Agenda
Behandeling gelijktijdig met de Voorjaarsbrief in de raadsvergadering van 17 juli 2024. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Groningen,
burgemeester, Koen Schuiling
secretaris, Christien Bronda
Dit raadsvoorstel is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend.
12