Meicirculaire 2022.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Meicirculaire 2022
Steller/telnr.
Jaap Tel/ 73 26
Registratienummer Classificatie
Bijlagen 0
315354-2022 Openbaar
Portefeuillehouder
Benjamins
Langetermijn agenda (LTA) Raad
LTA ja: LTA nee:
Geheim
Vertrouwelijk (bij gebruik van persoonsgegevens)
Maand 6 Jaar 2022 Niet op LTA
Voorgesteld raadsbesluit
De raad besluit: I. de ontvangst voor ‘Energietoeslag’ van € 19.249.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022; II. de uitname voor ‘Continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg’ van € 113.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; III. de ontvangst voor ‘Toezicht en handhaving’ van € 21.000,-- EPBD III in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2022; IV. de uitname voor ‘Prenataal huisbezoek’ van € 31.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; V. de ontvangst voor ‘Versterking dienstverlening’van € 313.000,-- in 2023 t/m 2027 te verrekenen met de Algemene bestemmingsreserve en dit te verwerken in de begroting 2023; VI. de uitname voor ‘Eigen bijdrage huishoudelijke hulp’ van € 1.488.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2023; VII. de ontvangst voor ‘Jeugdzorg’ van € 9.913.000,-- in 2023 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2023; VIII.
de uitname voor ‘Valpreventie ouderen’ van € 154.000,-- in 2023, € 224.000,-- in 2024 en 2025 en de uitname van € 242.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; IX. de ontvangst voor ‘Bommenregeling’ van € 100.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma
Samenvatting
Op 31 mei 2022 is de meicirculaire 2022 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegegeven over de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de jaren 2022 tot en met 2026. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe hiermee om te gaan. Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 zien we dat het accres gemeentefonds fors is toegenomen. Dit komt doordat het Regeerakkoord (Startnota) en de Voorjaarsnota van het Rijk leiden tot een forse stijging van uitgaven. Gemeenten krijgen door de trap-op-trap-af systematiek hierdoor t/m 2025 eveneens een fors hoger accres. Vanaf 2026 is door het Rijk een laag accres opgenomen van 840 miljoen euro en wordt de trap-op-trap-af systematiek niet meer toegepast. Hoe we vanaf 2026 verder gaan in de financiële verhoudingen wordt in de ‘Contourennota’ voor de zomer geschetst. In het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 is met een aantal effecten van het regeerakkoord en de Voorjaarsnota van het Rijk al rekening gehouden. Zo zijn de accressen van het regeerakkoord en de Voorjaarsnota reeds geraamd waarbij we rekening hebben gehouden met een behoedzaamheidsraming van 20%. Daarnaast is rekening gehouden met een aantal andere wijzigingen welke in dit raadsvoorstel worden toegelicht.
B&W-besluit d.d.: 21 juni 2022
X. XI.
XII.
XIII.
XIV. XV. XVI. XVII.
XVIII. XIX. XX. XXI. XXII. XXIII. XXIV. XXV. XXVI. XXVII. XXVIII. XXIX. XXX.
XXXI.
XXXII. XXXIII. XXXIV. XXXV. XXXVI.
‘Kwaliteit leefomgeving’ en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Voogdij’ van € 582.000,-- vanaf 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Inburgering – leefbaarheidstoets’ van € 68.000,-- in 2022, € 63.000,-- in 2023, € 62.000,- in 2024 en € 61.000,-- vanaf 2025 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Participatie’ van € 1.158.000,-- in 2022, € 1.174.000,-- in 2023, € 1.111.000,-- in 2024, € 1.047.000,-- in 2025 en € 1.026.000,-- in 2026 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Beschermd wonen’ van € 3.188.000,-- in 2022, € 4.892.000,-- in 2023, € 4.894.000,-- in 2024, € 4.896.000,-- in 2025 en € 4.899.000,-- vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Uitvoeringskosten klimaatakkoord’ van € 1.188.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma ‘Wonen’ en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Brede aanpak van dak- en thuisloosheid’ van € 2.848.000,-- in 2022 te verrekenen met het
deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Crisidienstverlening’van € 1.390.000,-- in 2022 te verreken met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Vrouwenopvang’ van € 679.000,-- in 2022, € 647.000,-- in 2023 t/m 2025 en € 4.000,-vanaf 2026 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Extra capaciteit boa’s’ van € 72.000,-- vanaf 2022 te verrekenen met het deelprogramma Veiligheid en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Regionale Energie Strategieën’ van € 420.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Wonen en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Bodembescherming’ van € 411.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Kwaliteit leefomgeving en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Gezond in de stad’ van € 72.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Einde lening inburgeringsplicht’ van € 44.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Mantelzorg’ van € 50.000,-- in
2022 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Experiment gesloten coffeeshopketen’ van € 185.000,-- in 2022 t/m 2024 te verrekenen met deelprogramma ‘Veiligheid’ en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Uitstapprogramma prostituees’ van € 35.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Centrale stemopneming’ van € 20.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Dienstverlening en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Veilige steden’ van € 30.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Handhaving quarantaine’ van € 4.000,-- in 2022 te verrekenen met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘LHBTI emancipatiebeleid’ van € 10.000,-- in 2022 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022; de uitname voor ‘Maatschappelijke opvang’ van € 41.000,-- in 2021, € 132.000,-- in 2022, en € 133.000,-vanaf 2023 te verrekenen met het deelprogramma Welzijn, gezondheid en zorg en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Kinderen in een AZC’ van €
12.000,-- vanaf 2021 voor 2021 te verrekenen met de algemene middelen en vanaf 2022 te verrekenen met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’ en dit te verwerken in de begroting 2022 respectievelijk de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Armoedebestrijding kinderen’ van € 10.000,-- vanaf 2023 te verrekenen met het deelprogramma Werk en inkomen en dit te verwerken in de begroting 2023; de ontvangst voor ‘Wet kwaliteitsborging bouw’ van € 241.000,-- in 2022 te verreken met het deelprogramma Wonen en dit verwerken in de begroting 2022; de ontvangst voor ‘Omgevingswet’ van €1.473.000,-- in 2022 te verreken met de algemene middelen; de ontvangst voor ‘Herindelingsbijdrage’ van € 5.000,-- in 2022 te verrekenen met de algemene middelen; de gemeentebegroting 2022 op deelprogrammaniveau overeenkomstig te wijzigen.
2
Aanleiding en doel
Op 31 mei 2022 is de meicirculaire 2022 gemeentefonds verschenen. In de circulaire wordt informatie gegeven over de hoogte van de uitkering van het gemeentefonds voor de jaren 2022 tot en met 2027. Alle ontwikkelingen worden toegelicht in voorliggende nota en per ontwikkeling wordt een voorstel gedaan hoe om te gaan met de financiële effecten. In voorliggend voorstel worden de uitkomsten van de meicirculaire 2022 vergeleken met de uitkomsten van de septembercirculaire 2021. Het effect van deze circulaire wordt betrokken in de voorbereiding van de begroting 2023. Kader
De algemene uitkering gemeentefonds vloeit voort uit de financiële verhoudingswet (Fvw). Een deel van de rijksbegroting wordt daarmee beschikbaar gesteld aan gemeenten. Door middel van circulaires worden gemeenten geïnformeerd over de omvang en verdeling van het gemeentefonds. Argumenten en afwegingen
N.v.t. Maatschappelijk draagvlak en participatie
N.v.t. Financiële consequenties
Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van gemeenten. De ontwikkelingen ervan bepaalt daarom in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. In onderstaande tabel staan de concerneffecten van de meicirculaire 2022 weergegegven. Vervolgens volgt per mutatie een toelichting. (x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
12.200
28.500
48.200
61.000
34.400
Opschalingskorting
6.600
8.700
10.800
Hervormingsagenda Jeugd
1.700
1.700
1.700
1.700
Ingroeipad nieuw verdeelmodel
1.750
5.250
8.750
8.750
2.200
2.200
2.200
2.200
1.177
785
883
-500
-5.108
-847
251
-1.366
15.700
36.819
65.988
85.584
45.684
Mutaties meicirculaire 2022 Accres meicirculaire 2022
BTW compensatiefonds
2.200
BTW compensatiefonds (afrekening 2021)
1.800
Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouw Overige ontwikkelingen Totaal mutaties meicirculaire 2022
Accresontwikkeling In het Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota heeft het kabinet Rutte IV besloten twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering van de fondsen door te voeren. Allereerst is besloten dat tot en met 2025 het accres grotendeels op basis van bestaande afspraken berekend wordt. Nieuw zijn de uitzondering op de accresrelevante uitgaven (aru) voor een aantal investeringsfondsen. Vanaf 2026 is het accres gemeentefonds landelijk vastgezet op totaal 840 miljoen euro. Hierover vindt nog wel indexatie plaats voor de loon- en prijsontwikkeling. De hogere accressen t.o.v. de Startnota zijn het gevolg van extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting (Vpb), koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon (WML), inkomensbelasting Box 3 en defensieuitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling. Het accres laat als gevolg hogere rijksuitgaven en een hogere loon- en prijsontwikkeling een stijgende lijn zien. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van het accres ten opzichte van de septembercirculaire 2021 waarbij het effect van het regeerakkoord en startnota zijn gesplitst. Omdat er grote onzekerheid is over de realisatie van de rijksuitgaven (o.a. het CPB verwacht onderuitputting) houden we rekening met een behoedzaamheidsraming van 20%.
3
In het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 is rekening gehouden met het accres zoals aangekondigd in de Startnota. Gemeenten zijn via de maartbrief 2022 hierover geïnformeerd. Ook is in het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 al rekening gehouden met het extra accres dat blijkt uit de Voorjaarsnota van het Rijk. De behoedzaamheidsraming van 20% is op zowel het accres van de Startnota als de Voorjaarsnota van het Rijk in mindering gebracht. (x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
Accres regeerakkoord/ Starnota Rutte IV
9.000
13.600
25.100
28.400
13.400
Accres Voorjaarsnota
6.200
22.000
35.100
47.900
29.600
Totaal extra accres t.o.v. de sept.cc. 2021
15.200
35.600
60.200
76.300
43.000
Af: behoedzaamheidsraming
-3.000
-7.100
-12.000
-15.300
-8.600
Netto ontwikkeling van het accres
12.200
28.500
48.200
61.000
34.400
Opschalingskorting Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode de oploop van de opschalingskorting te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025. Voor 2022 was de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten al geschrapt. Het voordeel is 6,6 miljoen euro in 2023, 8,7 miljoen euro in 2024 en 10,8 miljoen euro in 2025. In het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 is al rekening gehouden met het vervallen van de opschalingskorting in 2023 t/m 2025. Hervormingsagenda Jeugd We houden rekening met 100% van de aanvullende middelen zoals opgenomen in de uitspraak van de arbitrage commissie. We gaan er dus vanuit dat de aanvullende besparing die is opgenomen in het coalitie akkoord van het rijk kan worden gerealiseerd of als deze niet kan worden gerealiseerd door het rijk aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld. De voordelige bijstelling is 1,7 miljoen euro vanaf 2023. In het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 is al rekening gehouden met het vervallen van de voordelige bijstelling van 1,7 miljoen euro vanaf 2023. Ingroeipad De minster van BZK heeft dit voorjaar aangegeven dat er vanaf 2023 met het nieuwe verdeelmodel gemeentefonds gewerkt zal worden. Het nieuwe verdeelmodel is beter dan het oude verdeelmodel maar kan op dit moment nog niet volledig worden ingevoerd.
Naast aanvullend onderzoek is daarom besloten tot een ingroeipad met een maximaal herverdeeleffect per inwoner van €7,50 in 2023, €22,50 in 2024 en €37,50 vanaf 2025. Groningen kent het maximale herverdeeleffect in 2023 t/m 2025. Het voordeel bedraagt 1,75 miljoen euro in 2023, 5,25 miljoen euro in 2024 en 8,75 miljoen euro vanaf 2025. In het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 is al rekening gehouden met het ingroeipad van 1,75 miljoen euro in 2023 oplopend tot 8,75 miljoen euro vanaf 2025. BTW compensatiefonds Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd. Deze raming bevat niet meer de ruimte onder het plafond BCF voor het jaar t+1 en verder. Voor het jaar t volgt een eerste raming van deze ruimte in de komende septembercirculaire. Het is aan de gemeenten zelf om een reële meerjarenraming op te nemen voor het BCF. Voor een goede raming van de ruimte onder het plafond BCF is inzicht nodig in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van het BCF en vooral in de toekomstige declaraties. Om een niet onderbouwde (oplopende) raming van de ruimte onder het plafond BCF te voorkomen biedt de ruimte na de laatst bekende declaraties om die reden het meeste houvast als raming voor de komende jaren.
Deze ruimte is in de meicirculaire 2022 gebaseerd op de onderuitputting 2021: 335,449 miljoen euro. Het ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt:
4
“Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF.” Voor de begroting 2023 is dit de realisatie 2021 zoals die in deze circulaire is opgenomen. De provinciale toezichthouders gebruiken dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2023-2026. Het college heeft in 2020 besloten om de onderuitputting van het BCF meerjarig te ramen. Gebaseerd op de onderuitputting 2021 is dit ongeveer 5,0 miljoen euro. Omdat de reeks van onderuitputting eerder was gebaseerd op een lagere gerealiseerde ruimte onder het plafond (2,8 miljoen euro) ontstaat er voordelige bijstelling van 2,2 miljoen euro per jaar. Ook in toekomstige jaren zal de ruimte onder het plafond fluctueren en leiden tot meerjarige financiële effecten. Daarnaast is er in 2022 een incidenteel voordeel van 1,8 miljoen euro. Dit betreft de afrekening van de ruimte onder het plafond in 2021 dat in dat jaar niet meer verrekend kan worden (eerder is bij de septembercirculaire 2021 al reeds rekening gehouden met onderuitputting van 0,4 miljoen euro (2,2 miljoen euro – 0,4 miljoen euro = 1,8 miljoen euro).
In het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 is al rekening gehouden met een extra ruimte onder het plafond van BCF van 1,0 miljoen euro vanaf 2023. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouw In de Startnota zijn door het Rijk middelen gereserveerd voor invoeringskosten omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw. In de meicirculaire 2022 is indicatief aangegeven welke inkomsten gemeenten zullen krijgen. In de septembercircualire 2022 zal de defnitieve verdeling worden opgenomen. We ramen op basis van de indicatieve reeks een ontvangst van 1,177 miljoen euro in 2023, 785 duizend euro in 2024 en 883 duizend euro in 20245. In het financieel meerjarenbeeld 2023-2026 is al rekening gehouden met de ontvangst van de middelen voor de Wet kwaliteitsborging bouw en omgevingswet in 2023 t/m 2025. Overige ontwikkelingen De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor zorgt ervoor dat de beschikbare middelen in het gemeentefonds aansluiten met de verdeling op basis van de maatstaven. Voor 2022 wordt voor de verdeling van de middelen in het gemeentefonds gewerkt met het ‘oude’ verdeelmodel.
Ten opzichte van septembercirculaire zijn hierin een groot aantal maatstaven geactualiseerd. Doordat maatstaven die betrekking hebben op het aantal bijstandsontvangers een daling laten zien ontvangen we hiervoor minder middelen in het gemeentefonds. Deze ontwikkeling zorgt voor een negatieve bijstelling van 2 miljoen euro. Bij de opgaven in de begroting 2022 is reeds 1,133 mljoen euro beschikbaar gesteld voor invoeringskosten omgevingswet. De ontvangst van 1,473 miljoen euro hiervoor in deze circulaire in 2022 kan daarom vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Vanaf 2023 wordt voor de verdeling van de middelen in het gemeentefonds gewerkt met het ‘nieuwe’ verdeelmodel. In het nieuwe verdeelmodel zijn veel maatstaven komen te vervallen, zijn er nieuwe maatstaven geïntroduceerd maar ook zijn van bestaande maatstaven de definities (wat valt er onder) aangepast. De berekening van de verdeling van het gemeentefonds is bij de meicirculaire 2022 dus volledig anders dan bij de septembercirculaire 2021. Dat maakt de analyse van de overige ontwikkelingen (oftewel de uitkeringsbasis) erg complex. Doordat het aantal bijstandsontvangers lager is dan eerder verwacht ontstaat een lagere ontvangst van de algemene uitkering.
Daar tegenover staat dat we op basis van een actuele inschatting van de groei van het aantal inwoners en woonruimten een hogere ontvangst van de algemene uitkering verwachten. Met het nieuwe verdeelmodel worden een aantal integratieuitkeringen overgeheveld naar de algemene uitkering. Waar het rijk de integratieuitkeringen waardevast hield voor loon- en prijsontwikkelingen moeten we dat vanaf 2023 dus zelf doen vanuit het accres. Dit betekent t.o.v. de verstrekte nominale compensatie in het financieel meerjarenbeeld 20232026 een aanvullend nadeel van zo’n 600 duizend à 700 duizend euro per jaar. Conclusie Bijna alle algemene mutaties zijn al verwerkt in het financieel meerjarenbeeld 2023-2026. Alleen de ruimte onder het plafond BTW compensatiefonds en de overige ontwikkelingen zorgen nog een voor een aanvullende afwijking. Deze effecten worden meegenomen in het begrotingsproces 2023.
5
(x € 1.000)
Nog te verwerken mutaties in het MJB
2023
2024
2025
2026
Ruimte onder plafond BTW compensatiefonds
1.200
1.200
1.200
1.200
Overige ontwikkelingen
-5.108
-847
251
-1.366
-3.908
353
1.451
-166
Taakmutaties Aan het gemeentefonds kunnen afzonderlijke bedragen worden toegevoegd voor nieuwe taken en voor intensivering van bestaande taken. Dat leidt tot extra ontvangsten. Ook kunnen afzonderlijke bedragen worden uitgenomen voor het geheel of gedeeltelijk vervallen van bestaande taken. Dat zijn kortingen, die tot minder middelen leiden. Zowel de groei als de krimp zijn in principe afweegbaar. Reguliere taakmutaties (bedragen x € 1.000) 1. Energietoeslag 2. Regeling cruciale jeugdzorg 3. Toezicht en handhaving EPBD III 4. Prenataal huisbezoek 5. Versterking dienstverlening 6. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp 7. Jeugdzorg 8. Valpreventie bij ouderen Totaal taakmutaties
Deelprogramma Werk en inkomen Welzijn, gezondheid en zorg Veiligheid Welzijn, gezondheid en zorg Alg. bestemmingsreserve Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg Welzijn, gezondheid en zorg
2022
2023
2024
2025
2026
313
313
313 313 -1.488 -1.488
19.249 -113 21 -31
9.913 -154 19.126 10.072
-228 -228 -242 85 -1.403 -1.417
1. Energietoeslag Met het wetsvoorstel ‘eenmalige energietoeslag lage inkomens’ krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van 679 miljoen euro beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van 175 miljoen euro beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op 854 miljoen. We ontvangen 19,249 miljoen euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 2. Regeling cruciale jeugdzorg In mei 2019 zijn afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ met een looptijd tot eind december 2021. Hiertoe is destijds 20 miljoen euro vanuit de 420 miljoen euro aan tijdelijke extra middelen Jeugdhulp voor gemeenten apart gehouden op de VWS-begroting. Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen als dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is afgesproken dat de middelen na afloop van de subsidieregeling weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds.
Dit voorjaar zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om de looptijd van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ te verlengen. VNG en Rijk hebben daarnaast besloten om de hoogte van de beschikbare middelen voor de subsidieregeling vast te stellen op 10 miljoen euro (een verlaging van 10 miljoen euro ten opzichte van de eerder beschikbaar gestelde 20 miljoen euro). In de afgelopen decembercirculaire 2021 is, door vertraagde besluitvorming over de verlenging van de subsidieregeling, al 18,9 miljoen euro van de eerder beschikbare 20 miljoen teruggestort in het gemeentefonds. De overige 1,1 miljoen euro was destijds uitgekeerd aan liquiditeitssteun. In deze circulaire is daarom eenmalig 8,9 miljoen euro uitgenomen om het budget voor de subsidieregeling weer op 10 miljoen euro te brengen. Onze uitname is 113 duizend euro in 2022. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’.
6
3. Toezicht en handhaving EPBD III De algemene uitkering wordt in 2022 met 1,797 miljoen euro verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2023 en verder volgt in een volgende circulaire. We ontvangen 21 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Veiligheid’. 4. Prenataal huisbezoek In 2021 is structureel 5,3 miljoen vanaf 2022 aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’. Daarbij was uitgegaan van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel per 1 januari 2022. Het wetsvoorstel is evenwel niet per 1 januari 2022 in werking getreden maar treedt per 1 juli 2022 in werking.
De niet benodigde middelen voor het 1e halfjaar van 2022 worden teruggeboekt naar het ministerie van VWS. Hierbij is wel rekening gehouden met de (extra) kosten die gemeenten eventueel al hebben gemaakt als gevolg van de inwerkingtreding (15% van 2,65 miljoen euro). Daarom wordt nu 2,25 miljoen euro teruggeboekt. Onze uitname bedraagt 31 duizend euro in 2022. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 5. Versterking dienstverlening gemeenten (systeemleren) In de reactie van het kabinet op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 in totaal 150 miljoen euro per jaar beschikbaar te stellen. De bedragen zijn voor 2021 en 2022 verwerkt in de decembercirculaire 2021 via een decentralisatieuitkering. Er moest nog worden bezien hoe de middelen voor 2023 t/m 2027 beschikbaar gesteld zouden worden.
Deze worden via deze circulaire beschikbaar gesteld in de algemene uitkering. We ontvangen 313 duizend euro per jaar in 2023 t/m 2027. Voorstel: De volgende collegeperiode volgen voorstellen voor de versterking/verbetering van de dienstverlening en extra ondersteuning van mensen in kwetsbare posities. We stellen daarom voor om de ontvangsten in 2023 t/m 2027 te reserveren in de Algemene Bestemmingsreserve. 6. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van 95 miljoen euro. De algemene uitkering wordt vanaf 2025 met dit bedrag verlaagd. Dit betekent voor ons een uitname van 1,488 miljoen euro vanaf 2025. Voorstel: de uitname wordt verrekend met het deelprogramma‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 7. Jeugdzorg Er wordt 1,454 miljard euro extra beschikbaar in 2023 voor de jeugdzorg.
Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van 374 miljoen euro op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). Vanuit de 1,454 miljard euro is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormingsagenda, 9 miljoen euro overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (1,445 miljard euro) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. We ontvangen 22,1 miljoen euro. In de begroting 2022 hadden we reeds rekening gehouden met een stelpost van 10,5 miljoen euro. Met voor 100% ramen van de financiële
7
reeks van de Commissie van Wijzen (zie hiervoor) is rekening gehouden met 1,7 miljoen euro. Het resterende bedrag komt daarmee uit op een voordeel 9,9 miljoen euro. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. In het Coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van 100 miljoen euro in 2024, oplopend naar 500 miljoen euro in 2025 en 2026, en structureel 511 miljoen euro vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage.
Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk - en gaat het kabinet hiervan uit - dat gemeenten hun medewerking verlenen bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen. Voorstel: de ontvangst van 9,913 miljoen euro in 2022 wordt verrekend met het deelprogramma‘Welzijn, gezondheid en zorg’. Hiervan wordt 3,9 miljoen euro ingezet voor het afwikkelen van de eerder ingeboekte stelpost bij de baten en 3,0 miljoen euro wordt ingezet voor de extra opgenomen taakstelling van de begroting 2022 (vanwege het niet 100% mogen ramen van de financiële reeks van de arbitragecommissie). Het effect van de ontwikkeling van de middelen Jeugd zal in samenhang met de opgave uit het coalitieakkoord worden bezien bij de voorbereiding van de begroting 2023. 8. Valpreventie bij ouderen Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel, in het Coalitieakkoord opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz. Er dient geïnvesteerd te worden in het opschalen van beweegprogramma’s, het uitvoeren van de multifactoriële interventie en de organisatie van opsporing en screening. De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode met alle relevante stakeholders, zo ook de gemeenten, uitgewerkt.
Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing in het gemeentefonds: 10 miljoen euro in 2023, oplopend naar 16,7 miljoen euro structureel vanaf 2027. Onze uitname in 2023 bedraagt 154 duizend euro en dit loopt op tot uiteindelijk 255 duizend euro in 2027. Voorstel: de uitname van 154 duizend euro in 2023, 228 duizend euro in 2024 en 2025, 242 duizend euro in 2026 en uiteindelijk oplopend tot een uitname van 255 duizend euro in 2027 te verrekenen met het deelprogramma‘Welzijn, gezondheid en zorg’.
8
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie- en decentralisatie uitkeringen (IU’s en DU’s) zijn geldstromen binnen het gemeentefonds, die niet via de normale verdeelmaatstaven worden verdeeld. Ze hebben een aparte verdeling en soms een eigen groei. Het geld is onderdeel van het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. Het Rijk doet in veel gevallen wel onderzoek naar de effecten van de toegekende middelen maar kan het geld niet terugvorderen. Het anders inzetten van de middelen dan door het Rijk gewenst zou negatieve consequenties kunnen hebben voor eventuele toekenningen in de toekomst. De uitkeringen worden verantwoord op programma 4 Dienstverlening en bestuur en kunnen worden doorgegeven aan desbetreffende inhoudelijke programma’s waarop de betreffende taken worden uitgevoerd. De meicirculaire 2022 leidt tot de volgende aanpassingen: Mutaties in IU’s, DU’s en SU’s (bedragen x € 1.000) 9. Bommenregeling 10. Voogdij/18+ 11. Inburgering - leefbaarheidstoets 12. Participatie 13. Beschermd wonen 14. Uitvoeringskosten klimaatakkoord 15. Brede aanpak dak & thuisloosheid 16. Crisisdienstverlening (Covid) 17. Vrouwenopvang 18. Extra capaciteit boa’s 19. Regionale Energie Strategieën 20. Bodembescherming 21. Gezond in de Stad 22. Einde lening inburgeringsplicht 23. Mantelzorgbeleid 24. Experiment gesloten coffeeshop 25. Uitstapprogramma prostituees 26.
Centrale stemopneming 27. Veilige steden 28. Handhaving quarantaine (Covid) 29. LHBTI emancipatiebeleid 30. Maatschappelijke opvang 31. Kinderen in een AZC 32. Armoedebestrijding kinderen 33. Wet kwaliteitsborging bouw 34. Omgevingswet 35. Herindelingsbijdrage Totaal mutaties IU’s, DU’s en SU’s
Deelprogramma
2021
2022
Kwaliteit leefomgeving 100 Welzijn, gezondheid en zorg 582 Werk en inkomen 68 Werk en inkomen 1.158 Welzijn, gezondheid en zorg 3.188 Wonen 1.188 Welzijn, gezondheid en zorg 2.848 Werk en inkomen 1.390 Welzijn, gezondheid en zorg 679 Veiligheid 72 Wonen 420 Kwaliteit leefomgeving 411 Welzijn, gezondheid en zorg 72 Werk en inkomen 44 Werk en inkomen 50 Veiligheid 185 Welzijn, gezondheid en zorg 35 Dienstverlening 20 Welzijn, gezondheid en zorg 30 Algemene middelen 4 Welzijn, gezondheid en zorg 10 Welzijn gezondheid zorg -41 -132 Welzijn gezondheid zorg 12 12 Werk en inkomen Wonen 241 Algemene middelen 1.473 Algemene middelen 5 -29 14.153
2023
2024
2025
2026
582 63 1.174 4.892
582 62 1.111 4.894
582 61 1.047 4.896
582 61 1.026 4.899
647 72
647 72
647 72
4 72
185
185
-133 12 10
-133 12 10
-133 12 10
-133 12 10
7.504
7.442
7.194
6.533
9. Bommenregeling Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de gemaakte kosten ontvangen we 100 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Kwaliteit leefomgeving’ 10. Voogdij/18+ De omvang van de integratie-uitkering Voogdij/18+ wijzigt als gevolg van: -
De overheveling van het budget voogdij/18+ naar de algemene uitkering per 2023, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2021. Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. De bedragen voor ‘PC Gesloten jeugdzorg’ en ‘Academische component Kinder- en Jeugdpsychiatrie’ en de reservering voor de compensatieregeling blijven achter in de integratie-uitkering;
9
-
De toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (26,668 miljoen vanaf 2022). Voor 2022 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2021, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2022. De verdeling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ kent in 2022 nog een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Hierbij is al wel rekening gehouden met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel is de verantwoordelijkheid voor de zorg van zo’n 10.000 kinderen naar een andere gemeente verschoven. Vanaf 2023 vindt verdeling van de middelen voor voogdij/18+ plaats via de objectieve verdeelmaatstaven van het cluster Individuele voorzieningen Jeugd in de algemene uitkering. De ontvangen loon- en prijscompensatie bedraagt 582 duizend euro vanaf 2022.
Compensatieregeling ‘onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v. de wijziging van het woonplaatsbeginsel’ Zoals hierboven vermeld is voor 2022 sprake van een verdeelsystematiek van het budget voor voogdij en 18+ op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Het gevolg hiervan is dat – vergeleken met 2021 en eerdere jaren - een onderbreking ontstaat in de financieringssystematiek. Gemeenten die in 2020 en 2021 geconfronteerd zijn met substantieel hogere uitgaven voor voogdij en 18+ dan hun budget in die jaren zien dit niet meer vertaald in een hoger budget in het jaar 2022 en verder. Hiertoe is de compensatieregeling ‘onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v. de wijziging van het woonplaatsbeginsel’ ontwikkeld. Deze compensatieregeling wordt 1 juni 2022 opengesteld. Gemeenten kunnen tot uiterlijk 1 oktober 2022 een aanvraag voor compensatie indienen. Compensatie wordt bij decembercirculaire 2022 uitgekeerd. Compensatieregeling ‘woonplaats onbekend’ + vangnetregeling ‘aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel’ Per 1 januari 2022 is het gewijzigde woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet ingevoerd. Bij de overgang van het oude naar het nieuwe woonplaatsbeginsel kan het voorkomen dat het nieuwe woonplaatsbeginsel niet met terugwerkende kracht vastgesteld kan worden.
Voor de kosten die een gemeente blijft maken voor kinderen waarbij het nieuwe woonplaatsbeginsel niet met terugwerkende kracht vastgesteld kan worden, is de compensatieregeling ‘woonplaats onbekend’ ontwikkeld. Deze compensatieregeling is in eerste instantie voor 2 jaar afgesproken (met betrekking tot de kosten in de jaren 2022 en 2023). Uitvoering van de compensatieregeling vindt begin 2023 en 2024 plaats. Uitkering van de compensatie vindt in de meicirculaire 2023 respectievelijk 2024 plaats. Aan de compensatieregeling ‘woonplaats onbekend’ is voor het jaar 2022 de vangnetregeling ‘aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel’ gekoppeld. Dit ziet op de extra zorgvuldigheid die eind 2021 ingebouwd is in de implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Gemeenten blijven hierdoor langer financieel verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan een jongere die nog niet volledig overgedragen is aan de nieuw verantwoordelijke gemeente. De langer doorlopende kosten moeten gemeenten onderling verrekenen. Echter, daar waar dit toch niet mogelijk blijkt of lukt, kunnen latende gemeenten deze doorlopende kosten via deze compensatieregeling gecompenseerd krijgen. In totaal is voor de drie hierboven genoemde compensatieregelingen jaarlijks 30 miljoen euro gereserveerd. Eventuele resterende middelen worden overgeboekt naar de algemene uitkering.
Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 11. Inburgering Zoals aangekondigd in de meicirculaire 2021 wordt de integratieuitkering in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2023 en verder zijn de voor de integratieuitkering beschikbare middelen daarom toegevoegd aan de algemene uitkering (aflopend van 77 miljoen euro in 2023 tot 71 miljoen euro in 2027. Net als bij de integratie-uitkering zal de verdeling van de middelen in de algemene uitkering plaatsvinden via de verdeelmaatstaven inwoners en migratieachtergrond. De omvang van de integratie-uitkering Inburgering 2022 wijzigt als gevolg van de toevoeging van middelen voor de leerbaarheidstoets. Het gaat om een bedrag van in totaal 5,371 miljoen euro. Ook voor 2023 en verder zijn middelen beschikbaar gesteld (4,852 miljoen euro in 2023, 4,785 miljoen euro in 2024 en 4,717 miljoen euro vanaf 2025), maar gelet op bovengenoemde overheveling zijn deze bedragen meteen toegevoegd aan de algemene uitkering. De verdeling van de middelen voor de leerbaarheidstoets in 2022 volgt de gebruikelijke verdeelsystematiek van de integratie-uitkering Inburgering: 78% via de maatstaf inwoners en 22% via de maatstaf migratieachtergrond. De leerbaarheidstoets is onderdeel van de brede intake in de Wet inburgering.
De leerbaarheidstoets heeft als doel om
10
inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. Concreet betekent dit dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het inplannen van de afspraken met de kandidaten voor de afname van de leerbaarheidstoets, het beschikbaar stellen van afnamelocaties en de begeleiding van de afname van de toets. Gemeenten hebben geen rol bij de verwerking of beoordeling van de leerbaarheidstoets. Wij ontvangen 68 duizend euro in 2022, 62 duizend euro in 2023, 62 duizend euro in 2024 en 61 duizend euro vanaf 2025. Voorstel: de ontvangst voor de leefbaarheidstoets van 68 duizend euro in 2023 aflopend tot 61 duizend euro vanaf 2025 wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 12. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (66,595 miljoen euro in 2022, aflopend naar 57,921 miljoen euro structureel). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wswmiddelen.
Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2022 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2021 en de blijfkansen voor de jaren 2022 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding (beschut werk). De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen 8.100 euro vanaf 2022. Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in de twee verdeelmodellen Nieuw Wajong (alleen nog relevant voor 2022) en Nieuw begeleiding (beschut werk) ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2021. Voor de verdeling van het verdeelmodel Nieuw Wajong wordt gebruik gemaakt van historische cijfers van de instroom in de werkregeling Wajong.
Voor het verdeelmodel Nieuw begeleiding wordt in aanvulling daarop gebruik gemaakt van de (historische) instroom in de wachtlijst Wsw. De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt daarnaast als gevolg van de overheveling van de budgetten voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk) naar de algemene uitkering per 1 januari 2023, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2021. Dit in het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds in 2023. Het effect voor Groningen bedraagt 1,158 miljoen euro in 2023, 1,174 miljoen euro in 2024, 1,111 miljoen euro in 2025 en 1,047 miljoen euro in 2026. Voorstel: de ontvangsten voor Participatie worden verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 13.
Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van vier mutaties: - de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (54,278 miljoen euro structureel); - de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2023 en verder (36,793 miljoen euro per jaar); - de ophoging van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder naar aanleiding van de nieuwe middellangetermijn (MLT)-raming (1,243 miljoen euro per jaar); - de toekenning van additionele loon- en prijsbijstelling voor de jaren 2022 en verder (14,213 miljoen euro per jaar) ter compensatie van de toename van salarissen in het zorgdomein die voortvloeien uit het aanvullende maatregelenpakket naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen van 2021. Alle mutaties zijn over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget. We ontvangen 3,2 miljoen euro in 2022 en 4,9 miljoen euro in 2023 t/m 2026. Op 25 februari jl. heeft de staatssecretaris van VWS de Tweede Kamer op de hoogte gesteld dat besloten is tot uitstel van de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen.
Beide instrumenten houden verband met de eerder voorgenomen doordecentralisatie van beschermd wonen zodat alle gemeenten – in plaats van 43 centrumgemeenten – niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van beschermd (thuis) wonen. De periode tot juni 2022 wordt gebruikt om de in de brief genoemde aandachtspunten nader te onderzoeken. Het doel is dat uiterlijk in juni a.s. besluitvorming over de indiening van het
11
wetsvoorstel woonplaatsbeginsel en het verdeelmodel kan plaatsvinden in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en gemeenten. Voorstel: de ontvangst voor Beschermd wonen wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 14. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van 40 miljoen euro. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom wordt van de toekomstige uitvoeringsmiddelen 74,331 miljoen euro naar 2022 verschoven. Dit bedrag wordt aan de gemeenten uitgekeerd door ophoging van de decentralisatie-uitkering. Van de initiële 40 miljoen euro gaat 38,260 euro miljoen naar het gemeentefonds en 1,740 miljoen euro naar het BCF. Dat betekent dat via het gemeentefonds in 2022 een totaalbedrag van 112,591 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld. Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere VNG, IPO en het Rijk. We ontvangen 1,188 miljoen euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Wonen’. 15.
Brede aanpak dak- en thuisloosheid Het kabinet zet in op het voorkomen van dakloosheid, om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. Het kabinet stelt daarvoor structureel 65 miljoen euro beschikbaar. Hiervan wordt in 2022 een bedrag van 61,9 miljoen euro verstrekt aan centrumgemeenten maatschappelijke opvang/beschermd wonen. De overige 3,1 miljoen euro blijft op de VWSbegroting en wordt gebruikt voor landelijke subsidies, monitoring, opdrachten en APK kosten. Over de besteding van de middelen voor de jaren 2023 en verder wordt nog gesproken. Wij ontvangen 2,848 miljoen euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 16. Crisisdienstverlening Als onderdeel van de crisisdienstverlening is de Aanpak Jeugdwerkloosheid met een bedrag van 33,110 miljoen euro met een jaar verlengd tot en met 2022. De middelen worden onderverdeeld in drie categorieën: Coördinatie van regionale aanpak jeugdwerkloosheid (3,360 miljoen euro).
Gemeenten, scholen en Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMC) ontvangen in het kader van de Aanpak Jeugdwerkloosheid als onderdeel van het steun- en herstelpakket/Nationaal Programma Onderwijs extra middelen om jongeren met een structurele achterstand op de arbeidsmarkt, die in crisistijd extra hard geraakt zijn, te ondersteunen van school naar vervolgonderwijs of werk en bij uitval weer terug. De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s ontvangen middelen om de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid te coördineren. Hierbij kunnen centrumgemeenten partners betrekken, zoals scholen, RMC en UWV. De beschikbare middelen zijn gelijk verdeeld over de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s. Elke centrumgemeente ontvangt voor dit onderdeel 0,096 miljoen euro. Ondersteunen naar werk van kwetsbare aankomend mbo-gediplomeerden (17,270 miljoen euro) Daarnaast ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van aankomend mbogediplomeerden die naar verwachting een moeilijke start zullen hebben op de arbeidsmarkt. Aangezien mbo-studenten uit de beroepsopleidende leerweg niveau 2 en mbo-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond het meest kwetsbaar zijn, is 80 procent van de verdeling van deze middelen over de centrumgemeenten gebaseerd op het relatieve aantal studenten met deze achtergrondkenmerken die in de betreffende arbeidsmarktregio wonen.
Omdat ook andere studenten kwetsbaar kunnen zijn voor jeugdwerkloosheid, is de overige 20 procent van de middelen verdeeld op basis van op het totale aantal mbo-studenten dat in de arbeidsmarktregio woont. Ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters (€ 12,470 miljoen) Ook ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters uit het schooljaar 2021/2022. Het gaat om jongeren zonder startkwalificatie tot 23 jaar van wie het RMC heeft vastgesteld dat terugkeer naar het initieel onderwijs geen optie meer is. Elke centrumgemeente ontvangt een budget op basis van de verdeelsleutel van de RMC-functie. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aantal volwassen inwoners van de gemeente, het relatieve aandeel volwassenen met ten hoogste een vmbo-diploma en het aantal volwassen inwoners met een migratieachtergrond.
12
Wij ontvangen voor bovenstaande drie categorieën 1,390 miljoen euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 17. Vrouwenopvang (Kind- en gezinsbescherming) Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt in 2022 een bedrag van 21 miljoen euro en over de periode 2023-2025 jaarlijks een bedrag van 20 miljoen euro toegevoegd in het kader van kind- en gezinsbescherming. De middelen zijn objectief verdeeld volgens de actuele maatstaven van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2022 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, klantenpotentieel regionaal en omgevingsadressendichtheid en door verwerking van de gemeentelijke herindelingen. We ontvangen 679 duizend euro in 2022 en 647 duizend euro in 2023 t/m 2026. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 18. Extra capaciteit boa’s In de openbare ruimte verrichten BOA’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden. In de afgelopen jaren zijn BOA’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. De Tweede Kamer heeft d.d. 23 september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen.
Met deze motie, waarmee structureel 200 miljoen euro is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel 25 miljoen euro voor de BOA’s beschikbaar gesteld. In zijn brief van d.d. 12 november 2021 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie en Veiligheid (JenV) aangegeven op welke wijze hij deze 25 miljoen euro wil inzetten. Naast onder meer 5,5 miljoen euro voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, wordt 13 miljoen euro vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. De 13 miljoen euro loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Als verdeelsleutel wordt een standaard basisbedrag en een variabel aanvullend bedrag op basis van inwoneraantal gehanteerd. Op deze manier wordt een eerlijke verdeling onder alle gemeenten geborgd en is er tegelijk extra aandacht voor de kleinere gemeenten, die de impuls voor meer capaciteit goed kunnen gebruiken. We ontvangen 72 duizend euro vanaf 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Veiligheid’. 19.
Regionale Energie Strategieën Belangrijke mijlpaal in het Klimaatakkoord op weg naar 2030 is het opstellen en beleidsmatig verankeren van de Regionale Energie Strategieën (RES). Voor de ondersteuning van dit proces van de RES in de regio zijn destijds door het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor drie jaar tot eind 2021. Het RES-traject kent een doorlooptijd tot 2030 en heeft een dynamisch karakter. Voor de resterende periode in 2022 heeft het kabinet 8,803 miljoen euro aanvullend beschikbaar gesteld. We ontvangen 420 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Wonen’. 20. Bodembescherming Voor apparaatskosten bodem wordt de decentralisatie-uitkering van 2021 voor gemeenten gecontinueerd met 8,583 miljoen euro. Het betreft een tegemoetkoming in de kosten van het ambtelijk apparaat dat zorgdraagt voor het uitvoeren van de taken die de Wet bodembescherming toekent aan bevoegde gezagen (gemeenten en provincies). Met het aflopen van het Convenant Bodem en Ondergrond (2016-2020) is in 2021 de financiering met betrekking tot bodemopgaven gewijzigd, deze wordt nu gecontinueerd met dezelfde verdeling als in 2021. Wij ontvangen 411 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Kwaliteit leefomgeving’. 21.
Gezond in de stad In de septembercirculaire 2021 zijn voor 2022 middelen toegekend in verband met de verlenging van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS). In deze circulaire wordt het bedrag verhoogd met 4,6 miljoen euro. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. We ontvangen 72 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’.
13
22. Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) In 2022 ontvangen gemeenten 2,625 miljoen euro voor de ondersteuning van ELIPs. Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. De ELIPs-groep is in praktijk afgebakend als: “inburgeringsplichtige asielmigranten onder de Wet inburgering 2013 die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan maar wel: - 9.500 euro hebben verbruikt van hun lening (ongeacht de termijn) of; - 7.500 euro hebben verbruikt van hun lening en waarvan de inburgeringstermijn binnen 12 maanden afloopt.” De middelen worden over gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIPS zoals volgt uit deze definitie, gemeten op basis van DUO-cijfers per 1 januari van het jaar. Wij ontvangen 44 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 23. Mantelzorgbeleid Vanuit het programma Langer Thuis werkt het ministerie van VWS samen met partijen in het veld aan betere zorg en ondersteuning voor ouderen thuis.
Mantelzorgers spelen daar een cruciale rol bij. In 2021 is de eerste tranche van middelen beschikbaar gesteld om de toegang tot lokale regelingen voor mantelzorgers te vereenvoudigen en de regellast voor mantelzorgers bij de aanvraag van deze voorzieningen te verminderen. In deze tweede tranche is voor 2022 een bedrag van 1,5 miljoen euro beschikbaar. We ontvangen 50 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Werk en inkomen’. 24. Experiment gesloten coffeeshopketen De ministeries van JenV en VWS werken aan de opgave uit het regeerakkoord 2017 om het mogelijk te maken dat er een experiment gesloten coffeeshopketen komt. Hiervoor is weten regelgeving opgesteld en zijn tien gemeenten aangewezen waar het experiment zal plaatsvinden. Door deelname aan het experiment krijgen deze gemeenten extra taken en bevoegdheden met betrekking tot coffeeshops en coffeeshopbeleid. De bijdrage houdt verband met het uitvoeren van deze extra werkzaamheden, zoals het uitvoeren van toezicht en handhaving. De gemeenten ontvangen hiervoor een tegemoetkoming, bestaande uit een vaste component en een variabel deel afhankelijk van het aantal coffeeshops. Voor de jaren 2022 tot en met 2024 bedragen de middelen jaarlijks 1,378 miljoen.
De verdeling over de gemeenten is voor elk van de jaren gelijk en gebaseerd op een vaste component en een variabel deel, afhankelijk van het aantal coffeeshops per gemeente. Wij ontvangen 185 duizend euro in 2022 t/m 2024. Voorstel: de ontvangst in 2022 t/m 2024 wordt verrekend met het deelprogramma ‘Veiligheid’. 25. Uitstapprogramma prostituees Het kabinet stelt sinds 2021 geld beschikbaar voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten, hierbij te ondersteunen. In de septembercirculaire 2020 zijn meerjarig middelen toegevoegd voor het uitstapprogramma voor prostituees. Voor 2022 komt naast de structurele 3 miljoen euro eenmalig 1 miljoen euro extra beschikbaar. Ook deze middelen zullen worden toegekend aan de 18 aangewezen DUUP-gemeenten (decentralisatie-uitkering voor uitstapprogramma’s voor prostituees) voor het (laten) ontwikkelen en (laten) uitvoeren van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees vanaf 1 januari 2021. Wij ontvangen 35 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 26. Centrale stemopneming Gemeenten die deelnamen aan het experiment centrale stemopneming bij de gemeenteraadsverkiezingen in november 2021 (herindelingsverkiezingen) en maart 2022 (reguliere gemeenteraadsverkiezingen) ontvangen voor de hogere kosten een bijdrage.
Deze gemeenten ontvangen voor hun deelname een vergoeding van in totaal 0,535 miljoen euro. Het gaat om 34 gemeenten bij de verkiezingen in maart 2022 (0,525 miljoen euro) en 1 gemeente bij de verkiezingen in november 2021 (0,010 miljoen euro). De verdeling vindt plaats middels een decentralisatie-uitkering naar rato van het aantal inwoners van de desbetreffende gemeenten. We ontvangen 20 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Dienstverlening’.
14
27. Veilige steden 15 steden ontvangen in 2022 een bedrag van 0,520 miljoen voor het programma Veilige Steden. Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte te vergroten. We ontvangen 30 duizend euro in 2022. Voorstel: de ontvangst wordt verrekend met het deelprogramma ‘Welzijn, gezondheid en zorg’. 28. Handhaving quarantaine (covid-19) Gemeenten ontvangen voor de bezwaarprocedure van het handhaven van de quarantaineplicht in 2022 een bedrag. We ontvangen 5 duizend euro in 2022. Voorstel: mutaties onder de 15 duizend euro worden niet verrekend met de sector. De ontvangst van 5 duizend euro in 2022 wordt verrekend met de algemene middelen 29. LHBTI emacipatiebeleid Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en Intersekse personen) verder te bevorderen. In totaal is hiervoor in 2022 een bedrag van 0,080 miljoen euro beschikbaar. Als onderdeel van het Programma Regenboogsteden is er naar aanleiding van de motie Bergkamp een speciaal traject binnen Regenboogsteden dat zich richt op veiligheid in wijken voor LHBTI-personen. In dit traject wordt gewerkt aan de veiligheid van alle bewoners in de context van de directe leefomgeving: de wijk, met expliciete aandacht voor LHBTI-personen.