GEAMENDEERD Raadsbesluit Kadernota verbonden partijen 2025 (raadsvoorstel 12-3-25).pdf
Tekst van het document
7 mei 2025 Nr. 6a Kadernota verbonden partijen 2025 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;
gelezen het voorstel van college B&W van de gemeente Groningen van 12-3-2025 (griffie zaaknummer 54237-2025)
HEEFT BESLOTEN: De raad besluit de kadernota verbonden partijen 2025 vast te stellen, met dien verstande dat aan de kadernota wordt toegevoegd *A1 en **A2 onder gelijktijdige intrekking van de kadernota verbonden partijen uit 2015, actualisatie 2019. *Amendement 01 Raadsrapporteurs bij verbonden partijen Op pagina 12: 9. Het Presidium kan besluiten raadsrapporteurs aan te wijzen die, voor een specifieke verbonden partij, gezamenlijk namens de raad de relevante stukken doornemen en feitelijke ontwikkelingen duiden ter informatie van de raad. Bij de instelling van raadsrapporteurs zal het Presidium met een nadere uitwerking komen van de werkwijze, ondersteuning en bevoegdheden. ** Amendement 02 Meerjarig kaderstellend gesprek. Op pagina 15 wordt aan het einde van de eerste alinea (eindigend op de zin “In fase 2 wordt de governance en de besluitvorming uitgewerkt (zie 6.2 en 6.3).” toegevoegd: In fase 3 wordt beschreven hoe de statuten/opdracht van privaatrechtelijke verbonden partijen meerjarig geëvalueerd en eventueel herijkt wordt (zie 6.4).
Op pagina 18 wordt onderaan (na de tabel) toegevoegd: 6.4: Fase 3: Evaluatie en eventuele herijking van de statuten/opdracht van privaatrechtelijke verbonden partijen De derde fase gaat over het evalueren en het eventueel herijken van de statuten/opdracht van de privaatrechtelijke verbonden partijen.1 Het kenmerk van een verbonden partij is dat er een taak op afstand wordt gezet waardoor de rol van zowel de raad als het college beperkter is dan wanneer taken in eigen beheer vanuit de gemeentelijke organisatie zouden worden uitgevoerd. Dit gegeven betekent niet dat er helemaal geen rol meer is voor college en raad. De opdracht en/of de statuten van een privaatrechtelijke verbonden partij kunnen eens in de zoveel tijd geëvalueerd worden. Hierbij wordt er aandacht besteed aan de vraag of de gegeven opdracht en/of statuten nog volstaan of dat deze herijkt moeten worden. Deze evaluatie zal vorm krijgen door een zogeheten kaderstellend gesprek. Per verbonden partij zal bij oprichting moeten worden bepaald hoe vaak dit gesprek ongeveer dient plaats te vinden. Om dit kaderstellende gesprek goed te kunnen voeren, is het van belang
dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij logische momenten, geredeneerd vanuit de meerjarige agenda van de verbonden partij. Daarbij valt te denken aan het moment waarop een verbonden partij een nieuwe meerjarige strategische visie vaststelt. Om dit te faciliteren, zal in elk verkiezingsjaar (dus de facto om de vier jaar) in het derde of vierde kwartaal door de agendacommissie, in samenspraak met de griffie en het college van B&W, een overzicht worden opgesteld waarin per verbonden partij de volgende zaken inzichtelijk worden gemaakt: • Laatste keer kaderstellend debat / jaar van oprichting • Geplande cyclus voor het kaderstellend gesprek voor deze verbonden partij • Vindt er een kaderstellend gesprek plaats in deze periode? Zo ja, in welk jaar wordt dit beoogd? • Toelichting op het wel of niet voeren van een kaderstellend gesprek in deze periode N.B.: In 2026 zal voor elke verbonden partij moeten worden besloten wat de gewenste cyclus is. Om te voorkomen dat in de periode 2026–2030 te veel van deze kaderstellende gesprekken plaats moeten vinden, zal van deze cyclus moeten worden afgeweken en zullen sommige gesprekken verder in de tijd worden verschoven.
Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 7 mei 2025.
voorzitter Mirjam van ’t Veld
griffier Josine Spier
Dit besluit is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend