Decembercirculaire+gemeentefonds+2024.pdf
Tekst van het document
Gemeentefonds
Decembercirculaire 2024
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 12 december 2024 Kenmerk 2024-0000953334
Onderwerp Doelstelling
decembercirculaire gemeentefonds 2024 bekendmaking van beleid en het geven van informatie
Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
decembercirculaire 2023 (2023-0000718122); meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157) 12 december 2024 1 juli 2025
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
Voorwoord Voor u ligt de decembercirculaire Gemeentefonds 2024. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De decembercirculaire heeft doorgaans een beperkte strekking. Het gaat primair om onderwerpen die vóór het einde van het jaar geregeld dienen te zijn, met het oog op de jaarafsluiting door het Rijk en de gemeenten. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.J.M. Uitermark
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
1
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
2
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ................................................................................................................. 5 1.1
Inleiding .................................................................................................................. 5
1.2
Algemene Uitkering ................................................................................................... 5
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ..................................................................... 6
Algemene uitkering ........................................................................................................ 8 2.1
Inleiding .................................................................................................................. 8
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering .................................................... 8
1.
Bijstelling accres tranches ....................................................................................... 9
2.
Bijdrage gebruik BRP 2024..................................................................................... 12
3.
Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg ................................................. 12
4.
Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg ........................................ 12
5.
Hervormingsagenda jeugd ..................................................................................... 13
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ....................................................................... 13
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering .................................................................. 13
2.4.1
Veranderingen in het verdeelstelsel ..................................................................... 13
2.4.2
Overige uitkeringsonderdelen .............................................................................. 14
2.5 3
Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor .................................................. 14
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................................................ 16 3.1
Inleiding ................................................................................................................. 16
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ..................................... 16
1.
Vangnetconstructie energietoelage.......................................................................... 17
2.
Meerkosten Oekraïne sociaal domein ....................................................................... 18
3.
Spreidingswet ...................................................................................................... 18
4.
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties .................................................. 18
5.
Natuur bij Energieprojecten ................................................................................... 19
6.
Erfgoed Deal ........................................................................................................ 19
7.
Startbanen statushouders ...................................................................................... 19
8.
Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) ................................................................ 20
9.
Natuurbrandpreventie en -mitigatie ........................................................................ 20
10.
Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................................................................. 20
11.
Work in Nederland ................................................................................................ 21
12.
Wet betaalbare huur ............................................................................................. 21
13.
Actieplan Wapens en Jongeren ............................................................................... 21
14.
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid ...................................................... 22
15.
Pilots Samenwerken sociaal- en veiligheidsdomein .................................................... 22
16.
Realisatie energietransitie ...................................................................................... 22
17.
Capaciteitsinzet ondernemingsplannen .................................................................... 23
18.
Versterking arbeidsmarktregio’s ............................................................................. 23
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
3
4
19.
Toekomstbestendig maken energiebeleid ................................................................. 24
20.
Experiment nieuw stembiljet 2024 .......................................................................... 24
21.
Slavernijverleden .................................................................................................. 24
22.
Veerkracht en weerbaarheid ................................................................................... 25
23.
Veilige steden....................................................................................................... 25
24.
Signaalmanagement systeem ................................................................................. 25
25.
Nederlands-Soedanese repatrianten ........................................................................ 25
26.
100 jaar vriendschap Turkije-Nederland .................................................................. 26
27.
Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ................................... 26
28.
LHBTI beleid Regenboogsteden .............................................................................. 26
Overige mededelingen ................................................................................................... 27 4.1
Inleiding ................................................................................................................. 27
4.2
Bevoorschotting ....................................................................................................... 27
4.3
Website financiën decentrale overheden: www.findo.nl ................................................. 27
Bijlagen ............................................................................................................................ 29 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024 ................................................ 30 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2024 per cluster............................................................ 32 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ................................................ 34 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2025 per cluster............................................................ 36 Bijlage 2.5.1 Geactualiseerde volumina .............................................................................. 38 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Vangnetconstructie energietoelage .............................. 39 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Meerkosten Oekraïne sociaal domein ........................... 47 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Spreidingswet ........................................................... 51 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties ....... 55 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Natuur bij Energieprojecten ........................................ 60 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Erfgoed Deal .............................................................
61 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Startbanen statushouders .......................................... 62 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Natuurbrandpreventie en -mitigatie ............................. 63 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra ................................. 64 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Work in Nederland ................................................... 65 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Wet betaalbare huur ................................................ 66 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Actieplan Wapens en Jongeren .................................. 70 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid ......... 71 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Toekomstbestendig maken energiebeleid .................... 72
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
4
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de inkomsten van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Najaarsnota 2024 en de bijbehorende Tweede Suppletoire Begroting 2024. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is bevat deze circulaire nieuwe accresramingen. Voor de jaarafsluiting 2024 is het accres 2024, zoals gemeld in de meicirculaire 2024, de definitieve stand. Ten aanzien van de raming van het accres voor de jaren 2025 en verder is echter een correctie opgenomen naar aanleiding van de Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)-revisie van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). 1.2
Algemene Uitkering
Accres Bij Miljoenennota 2025 zijn voor het eerst de accressen van het gemeente- en provinciefonds geactualiseerd op basis van de nieuwe bbp-systematiek. Het uitgangspunt van deze bbpsystematiek is dat het gemeente- en provinciefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. Deze ontwikkeling is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Bij Miljoenennota 2025 zijn de ramingen (2025 en verder) voor bbp-volume en bbp-prijs aangepast op basis van de macro-economische cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) (MEV 2025). Afgelopen zomer heeft het CBS een revisie van het bbp gepubliceerd. Helaas is bij de accresberekening 2025-2029 de CBS-revisie van afgelopen zomer abusievelijk niet meegenomen. Doordat het volumedeel van het accres wordt gebaseerd op t-9 t/m t-2 had ook de bbp-volume index voor de periode 2015 tot en met 2023 aangepast moeten worden. Het volledig doorvoeren van de CBS-revisie leidt tot een hogere bbp-index voor 2025-2029 dan in de Miljoenennota 2025 geraamd. De index voor het volumedeel wordt door de revisie circa 0,1% hoger voor 2025-2029. Dit heeft gevolgen voor het gereserveerde accres van het gemeentefonds, provinciefonds en het BTW-compensatiefonds (BCF).
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
5
Op 3 oktober heeft de minister van Financiën hierover een mededeling gedaan bij de Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer. Gemeenten zijn op 4 oktober op de hoogte gesteld dat er een correctie zou gaan plaatsvinden. De minister van Financiën heeft de Tweede Kamer hierover schriftelijk bericht1 op 7 oktober. Gemeenten zijn op 11 oktober nader geïnformeerd over de hoogte van de correctie van de accresreeks voor de jaren 2025-2029. In deze circulaire wordt, zoals aangekondigd in het bericht van 11 oktober, de correctie van het accres verwerkt in de algemene uitkering. Daarmee wordt de correctie ook verwerkt in de bevoorschotting vanaf januari 2025. Boekhoudkundig zal de correctie bij Voorjaarsnota 2025 worden verwerkt, inclusief de dan laatst geldende macro-economische raming van het CPB (CEP 2025). Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Ten behoeve van de specifieke uitkering Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf is in het voorjaar van 2024 een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), afkomstig uit het gemeentefonds (zie meicirculaire 2024, paragraaf 2.2.10). Na beoordeling van de aanvragen over de jaren 2022 en 2023 is er een restant van ruim € 30,4 miljoen. Zoals afgesproken vloeit dit resterende budget terug naar het gemeentefonds. 1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2024 een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen: -
Binnen de decentralisatie-uitkering Energietoelage 2023 is € 32,5 miljoen van het budget gereserveerd voor een vangnetconstructie (zie paragraaf 3.3.5 van de meicirculaire 2024). De vangnetconstructie is bedoeld om een oplossing te bieden voor te grote afwijkingen (ten nadele van gemeenten). Op basis van onderzoek blijkt dat bij 16 gemeenten de gehanteerde verdeelmaatstaf ‘aantal huishoudens met een inkomen tot 120% sociaal minimum’ onvoldoende aansluit bij het aantal huishoudens aan wie zij op basis van de richtlijn 120% sociaal minimum de energietoeslag 2023 hebben moeten uitkeren. Deze 16 gemeenten ontvangen een aanvullende uitkering van in totaal € 3,9 miljoen. De resterende € 28,6 miljoen wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van de verdeelsystematiek van de decentralisatie-uitkering Energietoelage.
-
Voor de decentralisatie-uitkering Meerkosten Oekraïne sociaal domein is een bedrag van € 29,8 miljoen beschikbaar. De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid voor de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het
1 Kamerstukken 2024/2025, 36600, nr 41
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
6
Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek ligt voor Oekraïense ontheemden bij gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot dat dit niet kan worden beschouwd als onderdeel van gebruikelijke fluctuaties op gemeentelijk niveau. Daarom ontvangen de betreffende gemeenten een compensatie. -
Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken. Voor 2024 ontvangen gemeenten hiervoor een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
7
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de mutaties in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2024 tot en met 2029 ten opzichte van de septembercirculaire 2024. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2024 en verder en worden onder de tabel toegelicht.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
8
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2024 (in duizenden euro's)
stand septembercirculaire 2024
1)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
38.984.106
40.147.299
39.385.806
41.114.977
42.705.555
44.462.885
52.458
94.996
148.276
213.659
266.595
40.199.757
39.480.802
41.263.253
42.919.214
44.729.480
algemene mutaties Bijstelling accres-tranches taakmutaties
2)
cluster Bestuur en ondersteuning Bijdrage gebruik BRP 2024
3) 4) 5)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg Hervormingsagenda Jeugd stand deze circulaire
-733
s
30.373 4.600 5.605 39.023.951
Toelichting Algemene uitkering 1. Bijstelling accres tranches Bij Miljoenennota 2025 zijn voor het eerst de accressen van het gemeente- en provinciefonds geactualiseerd op basis van de nieuwe bbp-systematiek. Het uitgangspunt van deze bbpsystematiek is dat het gemeente- en provinciefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. Deze ontwikkeling is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. Het volumedeel is gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Bij Miljoenennota 2025 zijn de ramingen (2025 en verder) voor bbp-volume en bbp-prijs aangepast op basis van de macro-economische cijfers van het CPB (MEV 2025). Afgelopen zomer heeft het CBS een revisie van het bbp gepubliceerd. Helaas is bij de accresberekening 2025-2029 de CBSrevisie van afgelopen zomer abusievelijk niet meegenomen. Doordat het volumedeel van het accres wordt gebaseerd op t-9 t/m t-2 had ook de bbp-volume index voor de periode 2015 tot en met 2023 aangepast moeten worden. Het volledig doorvoeren van de CBS-revisie leidt tot een hogere bbp-index voor 2025-2029 dan in de Miljoenennota 2025 geraamd. De index voor het volumedeel wordt door de revisie circa 0,1% hoger voor 2025-2029. Dit heeft gevolgen voor het gereserveerde accres van het gemeentefonds, provinciefonds en het BTW-compensatiefonds (BCF).
Op 3 oktober heeft de minister van Financiën hierover een mededeling gedaan bij de Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer. Gemeenten zijn op 4 oktober op de hoogte gesteld dat er een correctie zou gaan plaatsvinden. De minister van Financiën heeft de Tweede Kamer hierover schriftelijk bericht2 op 7 oktober. Gemeenten zijn op 11 oktober nader geïnformeerd over de hoogte van de correctie van de accresreeks voor de jaren 2025-2029. In deze circulaire wordt, zoals aangekondigd in het bericht van 11 oktober, de correctie van het accres verwerkt in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Daarmee wordt de correctie ook
2 Kamerstukken 2024/2025, 36600, nr 41
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
9
verwerkt in de bevoorschotting vanaf januari 2025. Boekhoudkundig zal de correctie bij Voorjaarsnota 2025 worden verwerkt, inclusief de dan laatst geldende macro-economische raming van het CPB (CEP 2025). Indices In tabel 2.2.2. is het verschil van de bbp index weergegeven. Het verschil is voor de periode 20252029 circa 0,1% hoger door de hogere volume bbp ramingen uit de revisie van het CBS. Tabel 2.2.2. Bbp indices
2025
2026
2027
2028
2029
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,0%
1,8%
1,7%
1,5%
1,5%
Prijs bbp
2,7%
2,7%
2,6%
2,4%
2,4%
4,80%
4,52%
4,33%
3,99%
3,92%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,2%
1,9%
1,8%
1,7%
1,6%
Prijs bbp
2,7%
2,7%
2,6%
2,4%
2,4%
4,93%
4,63%
4,46%
4,13%
4,02%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
0,1%
0,1%
0,1%
0,1%
0,1%
Prijs bbp
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,13%
0,11%
0,13%
0,14%
0,10%
Indices CPB bbp MN25
Gecombineerde bbp index MN25 Indices CPB bbp inclusief revisie
Gecombineerde bbp index na revisie Verschil (nieuw-oud)
Gecombineerde bbp index Accres
Het accres van het gemeentefonds zoals opgenomen in de Miljoenennota 2025 en de septembercirculaire 2024 is weergegeven in tabel 2.2.3.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
10
Tabel 2.2.3. Accres Miljoenennota 2025
Bedragen in miljoenen euro tranche 2025 volume tranche 2025 prijs
2025
2026
2027
2028
2029
798
747
744
741
741
1.086
1.018
1.014
1.010
1.009
702
699
697
696
1.041
1.037
1.033
1.032
663
660
660
1.078
1.074
1.073
639
638
1.025
1.025
tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume
633
tranche 2029 prijs Totaal accres
1.065 1.884
3.508
5.234
6.878
8.574
Het accres na doorwerking CBS-revisie is weergegeven in tabel 2.2.4.
Tabel 2.2.4. Accres inclusief revisie Bedragen in miljoenen euro
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2025 volume
849
795
792
789
789
1.088
1.019
1.015
1.011
1.011
746
742
740
739
1.043
1.039
1.035
1.035
712
710
709
1.081
1.077
1.077
699
699
1.031
1.030
tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume
680
tranche 2029 prijs Totaal accres
1.072 1.936
3.603
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
5.382
7.092
8.841
11
De wijziging van het accres als gevolg van de CBS-revisie ten opzichte van het accres zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024 is weergegeven in tabel 2.2.5.
Tabel 2.2.5. Mutatie accres door revisie Bedragen in miljoenen euro
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2025 volume
51
48
48
47
47
tranche 2025 prijs
1
1
1
1
1
tranche 2026 volume
-
43
43
43
43
tranche 2026 prijs
-
2
2
2
2
tranche 2027 volume
-
-
50
50
50
tranche 2027 prijs
-
-
4
4
4
tranche 2028 volume
-
-
-
61
61
tranche 2028 prijs
-
-
-
5
5
tranche 2029 volume
-
-
-
-
47
tranche 2029 prijs
-
-
-
-
6
52
95
148
214
267
Totaal accres
2. Bijdrage gebruik BRP 2024 Met betrekking tot de Basisregistratie Personen (BRP) wordt vanwege extra gebruik door gemeenten in 2024 een aanvullende bijdrage doorbelast van € 733.000. De middelen worden zoals te doen gebruikelijk onttrokken uit het cluster Bestuur en ondersteuning op basis van de maatstaf Inwoners. 3. Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Ten behoeve van de specifieke uitkering Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf is in het voorjaar van 2024 een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van VWS, afkomstig uit de algemene uitkering van het gemeentefonds en de integratieuitkering Voogdij 18+ (zie paragraaf 2.2.10 van de meicirculaire 2024). Na beoordeling van de aanvragen over de jaren 2022 en 2023 is er een restant van € 30,4 miljoen. Zoals afgesproken vloeit dit resterende budget terug naar het gemeentefonds. Omdat de integratie-uitkering Voogdij 18+ is opgeheven, wordt dit resterende budget in deze circulaire in zijn geheel teruggeboekt naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en verdeeld via de maatstaven in het cluster Jeugd. 4.
Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg In mei 2019 hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg met een looptijd tot eind december 2021. Hiertoe is destijds € 20 miljoen vanuit de € 420 miljoen aan tijdelijke extra middelen Jeugdhulp voor gemeenten naar de begroting van het ministerie van VWS overgeboekt (zie ook de paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2019). Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is destijds afgesproken dat de middelen na afloop van de subsidieregeling weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
12
Tussentijds is het bedrag voor de regeling verlaagd van € 20 miljoen naar € 10 miljoen. Zie paragraaf 2.2.9 van de meicirculaire 2022. Momenteel is nog € 4,6 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg. Het overige deel, € 5,4 miljoen, is momenteel als liquiditeitssteun uitgekeerd. In deze circulaire wordt de voor 2024 nog beschikbare € 4,6 miljoen teruggeboekt naar het gemeentefonds. Deze middelen worden verdeeld via de maatstaven in het cluster Jeugd. De resterende € 5,4 miljoen wordt op een later moment - na terugbetaling door de aanbieders - teruggeboekt naar het gemeentefonds. Er wordt momenteel bekeken hoe verlenging van de subsidieregeling in de toekomst vorm te geven. 5. Hervormingsagenda jeugd Met de totstandkoming van de Hervormingsagenda Jeugd zijn middelen beschikbaar gekomen voor de uitvoering van de agenda. Hiervan is voor 2024 en 2025 jaarlijks € 9 miljoen overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de Hervormingsagenda. De voor 2024 beschikbare middelen ad € 9 miljoen zijn echter niet volledig tot besteding gekomen. Voor 2024 worden de niet tot besteding gekomen middelen ad € 5,6 miljoen teruggeboekt naar het gemeentefonds. Deze middelen worden verdeeld over de gemeenten via de maatstaven in het cluster Jeugd. 2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat voor algemene mutaties uit een wijziging in de uitkeringsfactor en voor taakmutaties uit een wijziging van het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. Tabel 2.3.1 bevat het overzicht. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie
Verdeelwijze
taakmutaties
cluster Bestuur en ondersteuning Bijdrage gebruik BRP 2024
via maatstaf inwoners
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg
via maatstaven cluster
Hervormingsagenda Jeugd
via maatstaven cluster
Continuïteit cruciale jeugdzorg
via maatstaven cluster
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Veranderingen in het verdeelstelsel
Er hebben zich ten opzichte van de septembercirculaire 2024 geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering voorgedaan.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
13
2.4.2
Overige uitkeringsonderdelen
In de septembercirculaire is een overzicht opgenomen van de gewijzigde bedragen voor de bommenregeling (zie paragraaf 2.4.1 en bijlage 2.4.1 van de septembercirculaire 2024). Het aldaar opgenomen bedrag van € 91.174 voor de gemeente Echt-Susteren is niet juist gebleken. Dit bedrag wordt daarom in deze circulaire opgehoogd naar € 111.871. Het totaalbedrag voor de suppletie-uitkering komt met deze wijziging daardoor uit op € 19,1 miljoen. De gemeente Lelystad ontvangt een artikel-12 uitkering. De hoogte van de uitkering aan de gemeente Lelystad voor de uitkeringsjaren 2023 en 2024 is gewijzigd. 2.5
Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid en de uitkeringsfactor. Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Er heeft alleen een actualisatie van enkele maatstaven plaatsgevonden. Voor een overzicht van de geactualiseerde maatstaven zie bijlage 2.5.1. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 20243. Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2024-2029 ten opzichte van de septembercirculaire 2024 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1-4 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2024 en 2025.
In deze tabellen wordt de stand van de septembercirculaire 2024 vergeleken met de stand decembercirculaire 2024. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar.
3
Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
14
De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: -
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de algemene mutaties en taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
-
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina en geactualiseerde bedragen per eenheid (bpe). Bijlage 2.5.1 bevat een overzicht van de maatstaven waarvan de volumina in deze circulaire zijn geactualiseerd.
-
De belastingcapaciteit.
2022 De uitkeringsfactor voor 2022 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2024 van 1,823 naar 1,826. Deze bijstelling wordt veroorzaakt door het verwerken van de definitieve volumina voor de WOZ-waarden waardoor de OZB-maatstaven wijzigen. 2023 De uitkeringsfactor voor 2023 wijzigt niet ten opzichte van de septembercirculaire 2024 en blijft 1,305. 2024 De verwerking van de taakmutaties, de actualisatie van de volumina van een aantal maatstaven (zie voor een overzicht van de geactualiseerde maatstaven bijlage 2.5.1) en de actualisatie van de overige uitkeringsonderdelen in deze circulaire (zie paragraaf 2.4.2) leidt niet tot een wijziging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de septembercirculaire 2024. Deze blijft 1,420. 2025 en verder De uitkeringsfactor voor 2025 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire met 3 punten van 1,457 naar 1,460. Het verwerken van de correctie op het accres als gevolg van de CBS-revisie (zie ook paragraaf 1.2. en 2.2.1 van deze circulaire) heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactor in de jaren 2025-2029. Voor 2025 gaat het om circa 2 punten. In de daaropvolgende jaren loopt dit effect op tot 9 punten in 2029. Verder heeft het vrijvallen van een gedeelte van de verdeelreserve4 in 2025 (€ 20 miljoen op een totaal van € 40 miljoen) een positief effect op de uitkeringsfactor van circa 1 punt.
4
Middelen die worden gereserveerd om fluctuaties, onder andere als gevolg van volumemutaties, op te vangen totdat de definitieve uitkering van enig uitkeringsjaar is vastgesteld.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
15
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. 3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de septembercirculaire 2024. De mutaties hebben betrekking op 2024 en worden onder de tabel toegelicht. In veel gevallen is er ook sprake van een overboeking aan het BTW-compensatiefonds. In de meicirculaire 2025 wordt een overzicht van deze overboekingen voor het jaar 2024 opgenomen.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
16
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2024-2029 (bedragen in duizenden euro's) 2024 stand septembercirculaire 2024
2025
2026
2027
2028
2029
4.955.382 4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011
1
Vangnetconstructie energietoelage
32.500
2
Meerkosten Oekraïne sociaal domein
29.754
3
Spreidingswet
15.300
4
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties
12.501
5
Natuur bij Energieprojecten
11.096
6
Erfgoed Deal
4.273
7
Startbanen statushouders
3.776
8
Register Externe Veiligheidrisico's (REV)
3.420
9
Natuurbrandpreventie en -mitigatie
3.418
10
Faciliteitenbesluit opvangcentra
2.819
11
Work in Nederland
1.574
12
Wet betaalbare huur
1.250
13
Actieplan Wapens en Jongeren
1.025
14
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
1.002
15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Pilots Samenwerken sociaal- en veiligheidsdomein Realisatie energietransitie Capaciteitsinzet ondernemingsplannen Versterking arbeidsmarktregio's Toekomstbestendig maken energiebeleid Experiment nieuw stembiljet 2024 Slavernijverleden Veerkracht en weerbaarheid Veilige steden Signaalmanagement systeem Nederlands-Soedanese repatrianten 100 jaar vriendschap Turkije-Nederland Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit LHBTI beleid Regenboogsteden stand deze circulaire
735 668 608 520 371 250 218 134 120 68 48 40 35 20 5.082.925 4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011
Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1. Vangnetconstructie energietoelage Binnen de decentralisatie-uitkering Energietoelage 2023 is € 32,5 miljoen van het budget gereserveerd voor een vangnetconstructie (zie paragraaf 3.3.5 van de meicirculaire 2024). Ondanks de aangepaste verdeelsystematiek kunnen er verschillen zijn ontstaan tussen de gebruikte verdeelstatistiek en het werkelijke aantal bereikte huishoudens met een inkomen tot 120% sociaal minimum. De vangnetconstructie is bedoeld om een oplossing te bieden voor te grote afwijkingen (ten nadele van gemeenten). In het gemeentenieuws van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) (editie 2024-1) is deze vangnetconstructie nader toegelicht. Op basis van onderzoek blijkt dat bij 16 gemeenten de gehanteerde verdeelmaatstaf ‘aantal huishoudens met een inkomen tot 120% sociaal minimum’ onvoldoende aansluit bij het aantal huishoudens aan wie zij op basis van de richtlijn 120% sociaal minimum de energietoeslag 2023 hebben moeten uitkeren. Deze 16 gemeenten ontvangen een aanvullende uitkering. De hoogte van de aanvullende uitkering is gebaseerd op het verschil tussen de gebruikte verdeelstatistiek en het werkelijke aantal bereikte huishoudens met een inkomen tot 120% sociaal minimum. De totale omvang van deze aanvullende uitkering is € 3,9 miljoen.
De resterende € 28,6 miljoen wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van de verdeelsystematiek van de decentralisatie-uitkering Energietoelage 20235. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1. 5
Inzicht in effecten verdeelsystematiek Energietoeslag 2023
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
17
2. Meerkosten Oekraïne sociaal domein De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo, de Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid voor de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek) ligt voor Oekraïense ontheemden bij gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot dat dit niet kan worden beschouwd als onderdeel van gebruikelijke fluctuaties op gemeentelijk niveau. Daarom ontvangen de betreffende gemeenten een compensatie. De compensatie is vastgesteld op basis van onderzoek van het CBS naar daadwerkelijke opgevangen Oekraïense ontheemden per gemeente in 2024 en op basis van extern onderzoek naar de gemiddelde gemeentelijke zorgkosten per ontheemde. Op basis daarvan wordt een bedrag van € 29,8 miljoen uitgekeerd via deze decentralisatie-uitkering, waarbij de verdeelsleutel per gemeente is vastgesteld op basis van bovengenoemde onderzoeken. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3.
Spreidingswet
Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken voor asielzoekers om zo tot een evenwichtigere spreiding van asielzoekers te komen over gemeenten en provincies. Voor 2024 ontvangen zij hiervoor een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3. 4. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen. Zie ook paragraaf 3.2.3 van de meicirculaire 2024. Decentralisatie-uitkering uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (fase 1) De bijdrage voor fase 1 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de periode van 3 februari t/m 3 september 2024 verleende (positieve) beschikkingen.
De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze (positieve) beschikking betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€ 7.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds). Voor fase 1 van deze decentralisatieuitkering is nu aanvullend aan de € 1,5 miljoen die in de meicirculaire is uitgekeerd, een bedrag van € 6,4 miljoen beschikbaar exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds. De totale uitkering voor 2024 voor fase 1 komt daarmee uit op € 7,9 miljoen.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
18
Decentralisatie-uitkering uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (fase 2) De bijdrage voor fase 2 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 3 februari t/m 3 september 2024 geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze overeenkomst betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€ 20.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds). Voor fase 2 van deze decentralisatie-uitkering is nu aanvullend aan de € 726.000 die in de meicirculaire is uitgekeerd, een bedrag van circa € 6,1 miljoen beschikbaar exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds. De totale uitkering voor 2024 voor fase 2 aan gemeenten komt daarmee uit op € 6,8 miljoen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente en per fase is opgenomen in bijlage 3.2-4. 5. Natuur bij Energieprojecten Voor 2024 en 2025 is er een budget voor gemeenten en provincies gereserveerd voor het versterken van ecologie en biodiversiteit rondom projecten voor hernieuwbare energie op land. Dit budget kan door Regionale Energie Strategieën (RES)-regio’s worden gebruikt om energieprojecten in de regio te faciliteren en mogelijk te maken daarbij de lokale natuur te versterken.
Het budget van bijna € 11,1 miljoen voor gemeenten voor 2024 wordt evenredig over 24 RES-regio’s verdeeld via het gemeentefonds. De overige 6 RES-regio’s ontvangen een budget vanuit het provinciefonds omdat enkele provincies kashouder zijn van deze RES-regio’s. Per RES-regio is € 462.333 beschikbaar. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-5. 6. Erfgoed Deal In de Erfgoed Deal slaan 15 partijen- zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen ineen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving (zie ook paragraaf 3.2.7 van de decembercirculaire 2023). Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In deze circulaire wordt een achtste ronde met daarin zeven gemeentelijke projecten (en één provinciaal project) aan het portfolio toegevoegd. Er is voor deze zeven gemeentelijke projecten een totaalbedrag van € 4,3 miljoen beschikbaar gesteld. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6. 7. Startbanen statushouders Het ministerie van SZW spant zich in om de arbeidsparticipatie van statushouders te verbeteren (zie ook paragraaf 3.2.8 van de decembercirculaire 2023). Gemeenten vervullen bij de verwezenlijking hiervan een belangrijke rol in de begeleiding naar werk van werkzoekende statushouders.
De betrokken acht gemeenten (centrumgemeenten van acht arbeidsmarktregio’s) ontwikkelen hun eigen proeven (aanpakken) om statushouders die zich gaan vestigen in een gemeente, intensief te begeleiden en een betaalde baan (Startbaan) aan te bieden.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
19
Daarnaast wordt nog een proef gestart met één arbeidsmarktregio die zich richt op het ontwikkelen van een aanpak gericht op een vroege start betaald werk voor kansrijke asielzoekers, nog voordat zij hun asielvergunning hebben verkregen. Het gaat om een totaalbedrag van € 3,8 miljoen. Het budget wordt evenredig verdeeld over de 9 betrokken centrumgemeenten. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-7. 8. Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is met medeoverheden verantwoordelijk voor het beheer van het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Onderdeel hiervan is dat alle gemeenten de juiste data moeten aanleveren in het REV. Het ministerie van IenW verstrekt hiervoor een eenmalige compensatie aan gemeenten. Hiervoor is € 3,4 miljoen beschikbaar. Alle gemeenten in Nederland ontvangen € 10.000 voor de te verrichten werkzaamheden. 9. Natuurbrandpreventie en -mitigatie Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt daarom € 3,4 miljoen beschikbaar aan gemeenten waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is6.
De desbetreffende gemeenten worden hiermee in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken. De drie Gelderse veiligheidsregio’s en de provincie Friesland hebben, namens de gemeenten, aanvragen ingediend bij het ministerie van LVVN. Op basis van de ingediende aanvragen is het budget verdeeld. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-9. 10. Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben, jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt (zie paragraaf 3.2.3 van de septembercirculaire 2024). Deze uitkering is bedoeld om de werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden. Gemeenten doen hiervan aan het begin van het jaar een opgave die voor 2024 in de septembercirculaire 2024 is verwerkt. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. De uitkering van € 2,6 miljoen in deze circulaire heeft betrekking op veertien gemeenten die nog geen opgave voor 2024 hadden aangeleverd.
Daarnaast ontvangen de gemeente Dronten (€ 175.760) en Oosterhout (€ 11.782) nog een betaling voor het jaar 2023. Het totaalbedrag komt daarmee uit op € 2,8 miljoen.
6
Kamerbrief over investeren in de preventie en mitigatie van natuurbranden
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
20
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-10. 11. Work in Nederland Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU-arbeidsmigranten te bieden worden gelden beschikbaar gesteld ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio’s (zie ook paragraaf 3.2.8 van de septembercirculaire 2024). De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van dertien arbeidsmarktregio’s. De deelnemende regio’s hebben hiervoor een aanvraag gedaan. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,6 miljoen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-11. 12. Wet betaalbare huur De Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten is samen met de Wet betaalbare huur in werking getreden op 1 juli 2024. De wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten stelt een maximum aan de jaarlijkse huurverhogingen voor geliberaliseerde huurovereenkomsten. Gemeenten hebben sinds 1 juli 2024 handhavende bevoegdheden ten aanzien van verhuurders die zich niet aan deze maximering houden. De gelden zijn bestemd voor de implementatie van de wet en de daaruit volgende toezicht- en handhavingskosten in 2024.
Het gaat om een totaalbedrag van bijna € 1,3 miljoen dat wordt toegevoegd aan de al bestaande decentralisatie-uitkering Wet betaalbare huur (zie paragraaf 3.2.2 van de septembercirculaire 2024). De verdeling van dit budget vindt plaats op basis van de verdeelsleutel van de Wet betaalbare huur. De Wet maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten loopt tot 1 mei 2029. De middelen voor de periode 2025-2029 volgen naar verwachting in de meicirculaire 2025. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12. 13. Actieplan Wapens en Jongeren Het Actieplan Wapens en Jongeren stelt deelnemende gemeenten in staat om samen met onderwijsinstellingen in het primair-, voortgezet-, speciaal- en middelbaar beroepsonderwijs extra activiteiten te ontplooien om scholen te ondersteunen bij het maken van (preventief) beleid om het dragen en gebruiken van (steek)wapens te voorkomen. Daarnaast kunnen de middelen bijvoorbeeld worden ingezet om lokale samenwerking tussen gemeenten, onderwijsinstellingen en andere maatschappelijke partners te verstevigen. Er is in totaal € 1 miljoen beschikbaar. De verdeling van de middelen vindt plaats op basis van het inwonersaantal van de deelnemende gemeenten. De gemeente Breda ontvangt daarnaast een bijdrage van € 25.000 voor een vervolgcampagne op het samenwerkingsverband met Fightclub.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente voor het actieplan Wapens en Jongeren is opgenomen in bijlage 3.2-13.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
21
14. Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid In het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) wordt sinds 2019 intensief samengewerkt met 19 gemeenten, waarin de 20 stedelijke focusgebieden liggen. Dit zijn gebieden waar de leefbaarheid het meest onder druk staat. In deze gebieden is een individuele sectorale aanpak ontoereikend. Het is van belang om een integrale aanpak te hanteren vanuit onderwijs, arbeidsmarkt, wonen, veiligheid en in voorkomende gevallen gezondheid. Op basis van de beschikbare middelen ontvangen de 20 stedelijke focusgebieden elk eenmalig € 50.000 ter ondersteuning van deze integrale aanpak. Het totaalbedrag van deze decentralisatie-uitkering is € 1 miljoen. De gemeente Roosendaal ontvangt daarnaast een bijdrage van € 2.000 voor de organisatorische kosten van het Bestuurlijk Overleg NPLV van 24 mei 2024. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-14. 15. Pilots Samenwerken sociaal- en veiligheidsdomein Eén van de doelstellingen in het werkprogramma van de Ministeriële Commissie Aanpak Ondermijning (MCAO) is het bieden van kansen en perspectief aan kwetsbare en risicovolle groepen (speerpunt 4) om ook preventief ondermijning en (jeugd)criminaliteit tegen te gaan. Binnen de gemeentelijke organisatie betekent dit dat het sociaal- en veiligheidsdomein meer samen moeten opereren.
De doelstelling van deze decentralisatie-uitkering is om in de praktijk te leren hoe de samenwerking tussen het gemeentelijk sociaal domein en het veiligheidsdomein eruit kan zien om kansen en perspectief te bieden aan risicovolle en kwetsbare groepen. In samenwerking met en op uitnodiging van de VNG hebben 27 gemeenten bijgedragen door interviews en/of aanwezig te zijn bij bijeenkomsten ten behoeve van een handreiking ‘samenwerken sociaal en veiligheidsdomein’. Vanuit deze groep zijn voorstellen van vier gemeenten naar voren gekomen om de samenwerking tussen sociaal- en veiligheidsdomein ook in de praktijk (verder) vorm te geven. In totaal is er € 735.000 beschikbaar in 2024. De verdeling per gemeente is als volgt: Almere: € 200.000, Amsterdam: € 200.000, Den Helder: € 170.000 en Waalwijk: € 165.000. 16. Realisatie energietransitie In de gemeenten Moerdijk, Borsele en Molenlanden lopen ten opzichte van andere gemeenten meer (complexe) projectprocedures en programma’s voor energieprojecten. Voor de gemeente Moerdijk betreft het onder andere de verkenning aanlanding van wind op zee (VAWOZ), een nieuw hoogspanningsstation en de Delta Rhine Corridor. Voor de regio Borsele spelen onder andere de nationale trajecten: de 380 kV netuitbreiding verbinding Zeeuws-Vlaanderen, VAWOZ en de voorgenomen nieuwbouw van kerncentrales.
Voor de gemeente Molenlanden gaat het om de advisering, mede namens de regio van 15 gemeenten en 2 provincies, over de ruimtelijke inpassing van een 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Geertruidenberg en Krimpen aan den IJssel of Crayestein.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
22
Deze programma’s en projectprocedures vragen om relatief veel betrokkenheid en inzet van capaciteit van deze gemeenten. Voor de ondersteuning van deze gemeenten stelt het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) middelen beschikbaar. In totaal gaat het om een bedrag van € 668.000. De gemeenten Moerdijk en Borssele ontvangen elk € 289.000 en de gemeente Molenlanden ontvangt € 90.000. 17. Capaciteitsinzet ondernemingsplannen Sinds het eerste bestuurlijk overleg in het kader van de ondernemingsplanaanpak zijn de samenwerkende overheden (gemeenten, provincies, waterschappen en LVVN) bezig geweest met het opstellen van een uitvoeringsplan voor de pilots ondernemingsplanaanpak. De ondernemingsplanaanpak is een werkwijze waarbij agrariërs zelf plannen maken voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering waar rekening wordt gehouden met opgaven op het gebied van stikstof, water, natuur en klimaat. Het doel van deze aanpak is agrarisch ondernemers voorzien van perspectief op de toekomst door vooraf doelen mee te geven, waar de ondernemer verder op kan gaan sturen. De uitvoering brengt werkzaamheden met zich mee, bijvoorbeeld het beoordelen van de ondernemingsplannen door gemeenten. Het ministerie van LVVN wil deze gemeenten daarin ondersteunen.
De gemeenten die meedoen met de pilot (Barneveld, Ede, Nederweert en Venray ) liggen in gebieden waarin relatief veel bedrijven onder de doelgroep piekbelasting vallen. In totaal is een bedrag van € 607.500 beschikbaar. De hoogte van het budget is gebaseerd op een inschatting van de hoeveelheid te beoordelen ondernemingsplannen. De verwachting is dat iedere gemeente ongeveer dezelfde ondernemingsplannen ontvangt. De bijdrage wordt derhalve evenredig verdeeld onder de gemeenten Barneveld, Ede, Nederweert en Venray. Zij ontvangen elk een uitkering van € 151.875. 18. Versterking arbeidsmarktregio’s Deze decentralisatie-uitkering heeft als doel om de regiefunctie van de centrumgemeente, voor de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening, in de arbeidsmarktregio’s structureel te ondersteunen en te versterken. Zie ook paragraaf 3.2.17 van de meicirculaire 2024 en paragraaf 3.2.11 van de septembercirculaire 2023. In deze circulaire worden er aanvullende middelen aan twee arbeidsmarktregio’s ter beschikking gesteld. De gemeente Heerlen, de centrumgemeente van arbeidsmarktregio Zuid-Limburg, ontvangt eenmalig € 492.000 om de impact van het massaontslag bij VDL Nedcar in 2023 en 2024 te verkleinen. De focus ligt op gerichte ondersteuning van de voormalige VDL Nedcar medewerkers om hun kansen op nieuw werk te vergroten en de werkloosheidsduur te verkorten.
Het bestaande budget dat gemeente ‘s-Hertogenbosch ontvangt voor het Landelijke Werkgeversservicepunt Gemeenten wordt opgehoogd met € 28.000 zodat zij activiteiten uit kunnen voeren om (nieuwe) SZW-instrumenten en -regelingen landelijk toegankelijk te maken voor arbeidsmarktregio’s, gemeenten, UWV, werkgevers en andere relevante partijen.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
23
19. Toekomstbestendig maken energiebeleid In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie van 28 november 2023 en 18 januari 2024 is gesproken over de bekostiging van extra taken bij provincies en gemeenten voor het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Specifiek gaat het om taken op het gebied van het voorkomen van netcongestie, zoals het versnellen van de aanleg van infrastructuur, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van energie via een stimuleringsprogramma energiehubs en het ondersteunen van bedrijven bij hun verduurzaming (zie ook paragraaf 3.2.4 van de septembercirculaire 2024). Het ministerie van KGG verstrekt aan de gemeente Almelo, die eerder geen aansluiting vond bij de decentralisatie-uitkering in september, alsnog de financiële middelen om het energiebeleid toekomstbestendig te maken. Het gaat om een bedrag van € 371.000. Daarnaast is er een wijziging in de verdeling van deze decentralisatie-uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2024. Voor vijf gemeenten was de tegemoetkoming abusievelijk aan een andere gemeente toegewezen. De geactualiseerde en gecorrigeerde verdeling is opgenomen in bijlage 3.2-19. 20.
Experiment nieuw stembiljet 2024 Tijdens de Europees Parlementsverkiezing op 6 juni 2024 is in vijf gemeenten, op uitnodiging van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), geëxperimenteerd met een nieuw model stembiljet. Het doel van het experiment was om inzicht te krijgen in hoe een nieuw stembiljet in de praktijk werkt voor kiezers, stembureauleden, gemeenten en leveranciers van verkiezingsmaterialen. Het ministerie van BZK verstrekt aan de deelnemende gemeenten een eenmalige tegemoetkoming in de kosten voor deelname aan het experiment met het nieuwe stembiljet. Het totaalbedrag is € 250.000 en wordt verdeeld met een staffel, naar rato van het aantal stembureaus en kiesgerechtigden per deelnemende gemeente. De verdeling per gemeente is als volgt: Alphen aan de Rijn: € 110.000, Boekel: € 20.000, Borne: € 50.000, Midden-Delfland: € 20.000 en Tynaarlo: € 50.000. 21. Slavernijverleden Vijf gemeenten ontvangen een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van (het tegengaan van) de doorwerking van het slavernijverleden. Deze decentralisatie-uitkering past in de voorgenomen uitwerking van de kabinetsreactie slavernijverleden.
Deze inzet richt zich op het erkennen en herdenken van het slavernijverleden op lokaal niveau, maar kan ook in bredere zin gericht zijn op het voorkomen van anti-zwart racisme, empowerment/emancipatie van AfroNederlandse gemeenschappen of uitwerking geven aan de doelstellingen van het VN Decennium voor Mensen van Afrikaanse afkomst in de eigen lokale context. Er is hiervoor een bedrag van € 217.864 beschikbaar. De verdeling per gemeente is als volgt: Amsterdam: € 50.000, Amersfoort € 41.322, Leiden: € 37.042, Nijmegen: € 39.500 en Zwolle: € 50.000.
Decembercirculaire gemeentefonds 2024
24
22. Veerkracht en weerbaarheid Het ministerie van SZW spant zich in voor het versterken van veerkracht en (digitale) weerbaarheid van individuen, omgevingen, gemeenschappen en de samenleving ter bevordering van de sociale stabiliteit (zie ook paragraaf 3.2.18 van de decembercirculaire 2023). Vier gemeenten ontvangen een bijdrage voor activiteiten gericht op het versterken van de veerkracht en weerbaarheid van hun inwoners. Betrokken gemeenten hebben verzocht om ondersteuning voor de voorgenomen interventies, die innovatief van aard zijn. Het gaat om een totaalbedrag van € 133.607. De verdeling per gemeente is als volgt: Arnhem: € 34.000, Den Haag: € 25.000, Utrecht: € 33.285 en Weert: € 41.322. 23. Veilige steden De 24 gemeenten die participeren in het programma Veilige Steden van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) ontvangen hiervoor een bijdrage, zie ook paragraaf 3.2.14 van de septembercirculaire 2023 en paragraaf 3.2.14 van de meicirculaire 2024. Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen en meisjes in de publieke ruimte te vergroten. De middelen worden volgens bestaande afspraken met de deelnemende gemeenten verdeeld. De G4 ontvangt jaarlijks € 50.000 en de overige gemeenten € 30.000. In deze circulaire wordt een bedrag van € 120.000 aan deze decentralisatie-uitkering toegevoegd.
Het bedrag wordt verdeeld onder de gemeenten Alkmaar, Apeldoorn, Amersfoort en Haarlem (elke gemeente ontvangt € 30.000). 24. Signaalmanagement systeem Het ministerie van BZK verstrekt een bijdrage van € 68.000 aan de gemeente Rotterdam als tegemoetkoming in de kosten voor het onderzoek naar een manier om met behulp van een (maskerings)code data te anonimiseren. Hierdoor wordt het delen van data met betrekking tot feedback en signalen over de publieke dienstverlening vanuit inwoners en ondernemers over de gemeentegrenzen heen mogelijk gemaakt. De bovengenoemde code biedt een oplossing voor het probleem bij signaalmanagement dat op dit moment regelmatig signalen en feedback over de publieke dienstverlening niet op de juiste plek belanden of zelfs niet gezien worden. Daarnaast kunnen overheden met geanonimiseerde data alle feedback en signalen die zij hebben ontvangen bij elkaar brengen. 25. Nederlands-Soedanese repatrianten Deze uitkering is bedoeld voor gemeenten die betrokken zijn bij de zogenoemde nazorg van evacués. Zie ook paragraaf 3.2.9 van de septembercirculaire 2024. Het betreft de zorg voor Nederlanders die zijn gerepatrieerd uit Soedan in april 2023 en in november 2023 uit Gaza. Zij zijn vanwege het oorlogsgeweld daar door de Nederlandse regering met hun kerngezin naar Nederland geëvacueerd. De uitkering is gebaseerd op een normbedrag van € 20 per persoon per dag7.