conceptverslag overleg 18 november 2021.pdf
Tekst van het document
Begeleidingscommissie Democratische Vernieuwing en Participatie Conceptverslag bijeenkomst 18 november 2021, Radesingel Aanwezig: Amrut Sijbolts (voorzitter), Hans Sietsma, Jan Pieter Loopstra, Jan Visser, Josine Spier, afwezig: Peter Rebergen, Geeske de Vries, Jan Visser; verslag: Roelf Reinders
Agendapunt 3: Toelichting op stand van zaken “Gronings Model voor wijk- en dorpsdemocratie” (1A) door Lidwien Reehuis (projectleider). Toelichting door Leonie Smit en Fred Stol op het proces realisatie Participatieverordening (1B). Gesprek over de mogelijkheden van ondersteuning van de raad op deze processen. 3A: Gronings Model (GM) voor wijk- en dorpsdemocratie Het Gronings Model (GM) is niet zozeer een nieuwe werkwijze, maar moet eenduidigheid brengen. Het is ook niet wensenlijstjes van inwoners uitvoeren, maar draait om het gesprek over ‘Hiermee willen we aan de slag’ en hoe kun je dat als gemeente ondersteunen. Het GM zit nu in de verkennende fase – die van gesprekken met bewonersorganisaties - in Hoogkerk (goed georganiseerde wijkraad), Rivierenbuurt en de Harense dorpen (dorpsvisies in de maak). De uitdaging is op de goede manier in gesprek te zijn. In Haren zijn bijvoorbeeld heel veel netwerkjes. In hoeverre zijn de gesprekspartners representatief? Het is bijvoorbeeld lastig studenten en andere ‘groepen’ mee te laten doen. Soms begint betrokkenheid pas als men boos is over plannen voor omgeving. Gemeente kan bewonersorganisaties wel helpen nieuwe doelgroepen te bereiken met bv de online tool Stem van Groningen. GM kan nogal wat betekenen als het gaat om loslaten van de kant van de gemeente: hoever ga je daarin? Meer zeggenschap kan ook betekenen: een eigen budget.
Bij GM is het 1e aanspreekpunt: de wijkorganisatie. Maar daar is niet iedereen bij betrokken. Maar 1 van de voorwaarden voor meer zeggenschap voor wijk of dorp is vergroting van de achterban. “Als jullie meer willen, gaan we als gemeente wel eisen stellen conform de democratische waarden.” 3B: Proces realisatie Participatieverordening Voor de route naar een Participatieverordening is er een inmiddels door de concerndirectie goedgekeurd stappenplan met 4 fases: maken participatievisie, maken uitvoeringsprogramma participatie, maken participatiebeleid en maken Participatieverordening. Organisatie is nu bezig met fase 1: maken participatievisie. Is deels “bureauwerk” om rode draden uit eerdere stukken te halen om zo de participatievisie op te bouwen: bv de Omgevingsvisie Next City, het participatiewerkboek, Gronings Model etc. De input van de meningsvormende sessie over participatie in de Omgevingswet op 1 december wordt meegenomen. Ook input raad gewenst over onder meer de mate van ambitie: veel of minder participatie. Een precieze planning voor een meningsvormende sessie binnen ons project over fase 1 is er nog niet omdat er ook externen worden betrokken. Vooralsnog
wordt uitgegaan van een meningsvormende sessie voor fase 1 (P-visie) in februari. Vanuit de commissieleden wordt opgemerkt dat inwoners een grotere rol willen bij ruimtelijke plannen in hun leefomgeving, maar dat de Omgevingswet daar weinig ruimte voor laat. Daarom is de Participatieverordening ook zo belangrijk. De concerndirectie is zeer benieuwd naar de hoogte van het ambitieniveau van de raad als het gaat om participatie. “Als je dat belangrijk vindt, moet je de organisatie ook daartoe in staat stellen om een meer participatieve organisatie te worden.” De vraag bij dit alles is en blijft wat de raad als zijn rol ziet.
Agendapunt 4 Bespreken niet ingediende concept-motie opzet van Hans Sietsma over participatieprocessen mede in het licht van de behandeling van de Gemeentebegroting 2022 in de raadsvergadering 10 november 2021. Bij dit gesprek te betrekken het instellingsbesluit van deze commissie. Veel waardering voor memo Hans ‘Wilt u meer of minder democratie?’ over visies op participatie. Hans licht toe dat er de laatste tijd nav incidenten veel debat in de raad over participatie is geweest en dat daarin verschillende visies op participatie zijn te onderscheiden. Daar zouden we het als raad eens apart over kunnen hebben. Is er enig common ground te vinden? En hoe doen we dat? Met stappenplan? Moet er een soort expertmeeting met mensen van buiten komen? Uitkomst gesprek BC: nu zo vlak voor de verkiezingen niet zo’n gesprek. Wat wel moet: positie voor de raad in de totstandkoming van de participatievisie.