Bijlage Warmteplan De Suikerzijde Groningen.pdf
Tekst van het document
[dubbelklik hier om een foto in te voegen]
Warmteplan
De Suikerzijde Groningen
Warmteplan De Suikerzijde Groningen Kenmerken Projectnummer 20792 Auteur
J.W. Bogers
Onderwerp
Warmteplan De Suikerzijde Groningen
Kenmerk
20792-736832
Opdrachtgever Gemeente Groningen
Datum
28 augustus 2023
Co-lezer
P. Plug; C. van Leeuwen; R. Raat
Status
Definitief
Uitgevoerd
DWA B.V.
door
Harderwijkweg 7 2803 PW GOUDA 088 - 163 53 00
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
Op al onze diensten en mededelingen is DNR 2011 van toepassing. DNR 2011 is gepubliceerd op onze website onder www.dwa.nl/dnr.
2
Inhoudsopgave
1
Inleiding
4
2
Energiesysteem concept De Suikerzijde
8
2.1
Technische scope
8
3
Aansluiting op het warmtenet
11
3.1
Gebiedsafbakening warmteplan
11
3.2
Aantal aansluitingen
11
3.3
De geldingsduur van het warmteplan, de Aansluitplicht en de uitzonderingen op de Aansluitplicht
122
4
Mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu
13
4.1
Uitgangspunt: Aansluitplicht
13
4.2
Een gelijkwaardige oplossing als uitzondering op de Aansluitplicht
13
4.3
De energieprestatie van het warmtenet
13
4.4
De energieprestatie van het warmtenet
14
4.5
De milieuprestatie van het warmtenet
18
Bijlage 1 - Procedure uitzondering Aansluitplicht op het warmtenet
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
21
3
1 Inleiding
Sinds 1 juli 2018 (Wet VET) bestaat geen recht meer op een (nieuwe) aardgasaansluiting voor kleinverbruikersaansluitingen, zoals woningen. Nieuwbouwwoningen mogen zelfs – in beginsel – helemaal niet meer op de aardgasinfrastructuur aangesloten worden. Gelet daarop is het nodig om voor de verwarming van nieuwbouwprojecten naar alternatieve energiebronnen voor aardgas te kijken. In het Bouwbesluit van 2012 is de aansluitplicht op warmtenetten geregeld. Gemeenten kunnen een warmteplan vaststellen voor een specifiek gebied en aantal aansluitingen. Met het warmteplan ontstaat de mogelijkheid tot verplichte aansluiting van nieuw te ontwikkelen gebouwen op het warmtenet. Tenzij de ontwikkelaar van het gebouw kan aantonen dat een alternatieve warmte- en koudevoorziening die zij wil toepassen gelijk of beter scoort op het gebied van energiezuinigheid en milieubescherming. De prestatie-eisen van energiezuinigheid en milieubescherming zijn in dit warmteplan in hoofdstuk 4 opgenomen. De prestatie-eisen in dit warmteplan dienen als toets voor de alternatieve warmte- en koudevoorzieningen, niet als aanscherping van de wettelijke eisen. De gemeente Groningen verwacht voor de komende jaren een forse groei en verwacht dat tot 2030 ongeveer 20.000 nieuwe woningen gerealiseerd moeten worden.
Een deel van deze nieuwbouwopgave wordt gerealiseerd op het terrein van de oude suikerfabriek dat de gemeente in 2010 in handen heeft gekregen. Deze opgave is vastgelegd in de omgevingsvisie The Next City uit 2018 en in De Bestemmingsplan De Suikerzijde, deelgebied Noord1 dat op 2 juni 2021 is vastgesteld. Daarnaast wil de gemeente Groningen wil in 2035 CO2- neutraal zijn. Zij hebben hiervoor een routekaart Groningen CO2 neutraal opgesteld (2018). Met een collectieve warmte- en koudeopslag in de bodem in combinatie met water-waterwarmtepompen is sprake van een forse CO2- reductie, een betere luchtkwaliteit, weinig geluidhinder in de omgeving en een evenwichtig en efficiënt gebruik van de bodem haalbaar. In combinatie met stroom van eigen zonnepanelen of inkoop groene stroom is sprake van een CO 2-neutrale warmte en koude voorziening. De Suikerzijde Het plangebied draagt de naam De Suikerzijde. Het gebied is 165 hectare groot biedt ruimte voor de nieuwbouw van ongeveer 5000 gevarieerde woningen verdeeld over vier deelgebieden. In Figuur 1 is het volledige plangebied De Suikerzijde weergegeven. In Figuur 1 is het deelgebied Noord met de letter C aangegeven en heeft dit warmteplan betrekking op.
1 De Bestemmingsplan De Suikerzijde, deelgebied Noord. Identificatienummer
NL.IMRO.0014.BP646SuikerzijdNrd
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
4
Figuur 1 plangebied De Suikerzijde, inclusief deelgebied Noord (C).
De uitgangspunten voor ontwikkeling van De Suikerzijde zijn als volgt. •
De Suikerzijde is een compact plangebied met een gemengd stedelijk gebied voor wonen, werken, leven en recreatie.
•
Deelgebied Noord wordt als eerste ontwikkeld.
•
Er is respect en aandacht voor de bijzondere kwaliteiten van het gebied: water, ecologie, industrieel erfgoed, kades en het landschap.
•
De leefkwaliteit staat voorop door de toevoeging van veel groen, hoge kwaliteit van openbare ruimte en veel ruimte voor ontmoeting.
•
Op het gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar klimaatbestendig, aardgasloos CO2neutraal, circulair en met toevoeging van veel groen het behoud en versterken van ecologie. Nieuwe vormen van energie- en watervoorziening worden waar mogelijk toegepast.
Op het gebied van energievoorziening is het uitgangspunt een collectieve energievoorziening op basis van bodemenergie, aquathermie een bronnet en individuele warmtepompen in woningen, collectieve warmtepompen voor gebouwen en/of collectieve warmtepompen voor een of meerdere gecombineerde bouwvelden. In hoofdstuk 2 is de energievoorziening nader toegelicht. Bodemenergieplan De ambitie is een grootschalig collectief bodemenergiesysteem te realiseren dat mee kan groeien met de nieuwbouwontwikkelingen en flexibel is aan de invulling van het bouwprogramma. Daarbij wordt uitgegaan van een open bodemenergiesysteem. De toepassing van gesloten bodemenergiesystemen is echter niet uitgesloten.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
5
Om zo efficiënt mogelijk gebruik te kunnen maken van de bodemenergie is in opdracht van de gemeente Groningen een bodemenergieplan opgesteld2. Het bodemenergieplan en aanwijzing van De Suikerzijde als interferentiegebied zijn op 16 februari 2022 door de Raad van de gemeente Groningen vastgesteld3. Doel van de het bodemenergieplan is behoud van regie door de gemeente voor een optimaal gebruik van de ondergrond voor bodemenergie. Bij grootschalig gebruik van bodemenergiesystemen kan drukte in de ondergrond ontstaan. Voorkomen moet worden dat bij toename van het aantal bodemsystemen negatieve interferentie tussen bodemenergiesystemen onderling of nadelige beïnvloeding van andere ondergrondse functies optreedt. Bij interferentie wordt bijvoorbeeld een warme bron van een bodemenergiesysteem afgekoeld door een koude bron als deze te dicht bij elkaar gepositioneerd zijn. Dat heeft een negatief effect op de kwaliteit van een bodemenergiesysteem. Regie is daarom gewenst om optimaal gebruik te kunnen maken van de ondergrond en te voorkomen dat toekomstige ontwikkelingen op De Suikerzijde op een gegeven moment geen gebruik meer kunnen maken van bodemenergie. In het bodemenergieplan zijn de gebruiksregels opgesteld die van toepassing zijn op de verschillende vormen van bodemenergie binnen het gebied van De Suikerzijde deelgebied Noord.
De gebruiksregels zijn aanvullend op de wettelijke regels die worden gesteld aan bodemenergie. Warmteplan Met dit warmteplan wordt beoogd om toekomstige bovengrondse ontwikkelingen aan te laten sluiten op het grootschalige collectieve bodemenergiesysteem. Er zijn diverse redenen waarom dit wenselijk is. •
Terugverdienen van grote voorinvesteringen in een collectief bodemenergiesysteem dat onderdeel is van de collectieve energievoorziening. Om de investeringen terug te kunnen verdienen moeten woningen en overige voorzieningen worden aangesloten op de collectieve energievoorziening.
•
Bodemenergiesystemen zijn als bron voor warmteopwekking en voor koude in de regel energiezuiniger dan alternatieve energieconcepten die lucht als energiebron gebruiken waardoor de ambitie voor De Suikerzijde op het gebied van klimaatbestendig en CO2-neutraal beter haalbaar zijn.
•
Bodemenergiesystemen zijn in basis stiller dan systemen die lucht als warmtebron hebben. Beperken van omgevingsgeluid past daardoor beter in de ambitie voor een hoge leefkwaliteit dan energiesystemen die lucht als warmtebron hebben.
•
Door collectief gebruik van een bodemenergiesysteem wordt zoveel mogelijk voorkomen dat er interferentie in de bodem gaat ontstaat tussen warme- en koudebronnen. Warme- en koudebronnen kunnen in een collectief bodemenergiesysteem optimaler gepositioneerd worden.
•
De gemeente Groningen vindt individuele lucht/water-warmtepompen die aan de buitenzijde van gebouwen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte onwenselijk.
Nut en noodzaak van dit warmteplan Op grond van het Bouwbesluit 2012 (‘Bouwbesluit’) zijn is de gemeente Groningen bevoegd een warmteplan vast te stellen. Een warmteplan is volgens artikel 1.1 Bouwbesluit een: “besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op
2 Suikerfabriekterrein deelgebied Noord in Groningen. Publicatiedatum 6 januari 2020. Referentie 69355/SV.
3 Vaststelling bodemenergieplannen en aanpassingen interferentiegebieden, DE RAAD VAN DE GEMEENTE
GRONINGEN. 16 februari 2022, Nr. 7f.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
6
dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.” Met de vaststelling van een warmteplan kunnen wij de aansluiting op een distributienet voor (bron)warmte (in beginsel) verplichten voor nieuw te bouwen bouwwerken met één of meer verblijfsgebieden (‘Nieuwbouw’), zoals woningen (zie artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit). Met dit warmteplan doen wij dat voor De Suikerzijde, waar de komende tien (10) jaar 2.500 woningaansluitingen en 55.000 m² bruto vloeroppervlak voor voorzieningen op het warmtenet zijn voorzien. Het warmteplan is specifiek bedoeld voor warmtenetten zoals gedefinieerd in de Warmtewet4. Daarnaast leggen wij in dit warmteplan de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van het warmtenet en het opwekkingsrendement van de over het warmtenet getransporteerde warmte, bij aansluiting op het warmtenet vast. Dit is relevant voor de vraag of er sprake is van een aansluitplicht: op grond van artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit geldt de aansluitplicht namelijk niet als een ‘gelijkwaardige oplossing’ voor een aansluiting op het warmtenet wordt aangedragen.
Van een dergelijke gelijkwaardige oplossing is sprake als met de (alternatieve) oplossing tenminste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt bereikt als met de in dit warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. Inwerkingtreding Omgevingswet 1 januari 2024 Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wijzigt de wettelijke basis van een aansluitplicht door middel van het warmteplan. Zoals hiervoor aangegeven, ligt deze basis nu in het Bouwbesluit 2012. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt het Bouwbesluit 1 januari 2024 te vervallen. Een groot deel van de regels uit het Bouwbesluit, wordt opgenomen in het nieuwe Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het huidige warmteplan uit art. 6.10 Bouwbesluit komt hierin niet terug. Dat betekent dat na 1 januari 2024 geen nieuwe warmteplannen meer gemaakt kunnen worden. Wel kunnen bestaande warmteplannen blijven bestaan. In het overgangsrecht, artikel 22.10 Invoeringsbesluit Omgevingswet (“Ib”), is een overeenkomstige bepaling aan artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit 2012 opgenomen. Artikel 22.10, lid 1, Ib bevat daarbij een overeenkomstige bepaling aan artikel 6.10, lid 3, Bouwbesluit. Artikel 22.10, lid 2, Ib bevat een gelijkwaardigheidsbeginsel zoals nu opgenomen in artikel 1.3, lid 4, Bouwbesluit.
Voor het bestaan van de aansluitplicht op grond van dat artikel moet dus aan dezelfde eisen als nu het geval is worden voldaan. Een bestaand warmteplan zal na de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel uitmaken van het ‘tijdelijke deel’ van het omgevingsplan. Gemeenten hebben tot eind 2029 de tijd om het ‘tijdelijke deel’ om te zetten naar de nieuwe regels van het Omgevingsrecht.
4 ‘Het geheel van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan
het transport van warmte, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent.’
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
7
2 Energiesysteem concept De Suikerzijde
2.1
Technische scope
In samenwerking met voorgenomen de exploitant van het bodemenergiesysteem WarmteStad is een omschrijving en technische doorrekening van het energieconcept gemaakt. Daaruit is een voorstel gekomen voor een collectief bodemenergiesysteem met twee mogelijkheden om warmte en koude op te wekken. 1
Collectief bodemenergiesysteem, een bronnet en levering van bronwarmte en -koude aan individuele warmtepompen per woning en/of voorziening.
2
Collectief bodemenergiesysteem, een bronnet, een collectieve warmtepompen per bouwveld of combinatie van bouwvelden en leveren van warmte voor ruimteverwarming en warmtapwater en koude aan woningen en voorzieningen van dat bouwveld of bouwvelden.
Het energieconcept bestaat uit de volgend onderdelen. Energieopslag in de bodem (warmte-koudeopslag, wko) Het energiesysteem bestaat uit meerdere warme en koude bronnen. De warme bronnen worden in de zomerperiode geladen met ‘koelwarmte’ uit de woningen en laagtemperatuur omgevingswarmte uit het Hoendiep. In de winterperiode wordt deze in de bodem opgeslagen warmte gebruikt voor het verwarmen van de woningen/gebouwen. Dit gebeurt door middel van de individuele en/of collectieve warmtepompen die de laagtemperatuurwarmte uit de bronnen op de gewenste temperatuur brengen voor ruimteverwarming en voor warm tapwater. Door de opwaardering van de laagtemperatuurwarmte in de warmtepomp wordt de laagtemperatuurwarmte verder afgekoeld. De koude wordt vervolgens opgeslagen in de koude bronnen. In de zomerperiode kan deze koude direct gebruikt worden voor passieve koeling van de woningen en voorzieningen. Daardoor wordt de koude weer opgewarmd naar laagtemperatuurwarmte en opgeslagen in de warme bronnen. Daarna begint in de winterperiode de cyclus opnieuw met levering van laagtemperatuurwarmte aan de warmtepompen voor de productie van ruimteverwarming en warmtapwater. Aquathermie Zoals genoemd, wordt in de zomerperiode omgevingswarmte in de warme bronnen geladen. Deze omgevingswarmte wordt onttrokken aan het oppervlaktewater (Hoendiep).
Dit is nodig voor regeneratie ten behoeve van het in balans houden van de wko. Bronnet Bodemenergie (warmte of koude) uit de energieopslag in watervoerende pakketten in de bodem, wordt eventueel via warmtewisselaars, overgedragen aan het zogenaamde bronnet. Het bronnet is een leidingsysteem waarop alle de bouwvelden aangesloten kunnen worden. Het bronnet is een zogenaamd laagtemperatuurnet (10-20°C). Bouwveldaansluitingen De bouwvelden worden aangesloten op het bronnet. Per bouwveld kan een keuze gemaakt worden voor het warmtepompsysteem.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
8
a.
Het is mogelijk om het bronnet door te trekken tot in de woningen. In elke woning wordt een individuele combiwarmtepomp geplaatst en aangesloten op het bronnet.
b.
Een alternatief is dat er op één of meerdere gecombineerde bouwvelden een collectieve warmtepompinstallatie gerealiseerd wordt. Vanuit deze warmtepompinstallatie wordt via een warmtenet en een gekoeld-waternet c.q. warmte direct geschikt voor ruimteverwarming en warmtapwater en koude geleverd aan de woningen.
In Figuur 2 zijn deze keuzes schematisch weergegeven.
Figuur 2 levering (bron-) warmte en koude
Er zijn verschillende manieren waarop het warmtenet geëxploiteerd kan worden en de levering van (bron-) warmte en koude kan worden georganiseerd. De drie delen zijn in bovenstaande Figuur 2 weergegeven 1
Levering bronenergie tot aan de bouwveldaansluitingen. Voor het resterende deel zal de ontwikkelaar van het bouwveld een tweede exploitant moeten contracteren die de bronenergie doorlevert aan de bewoners.
2
Levering bronenergie tot in de woningen. In deze situatie is geen tweede exploitant nodig, maar levert de exploitant (WarmteStad) de bronenergie aan de bewoners. De ontwikkelaar van de woningen sluit op het systeem van de exploitant individuele combiwarmtepompen aan.
3
Levering warmte en koude met een collectieve warmtepompinstallatie per bouwveld of combinatie van bouwvelden. Dit is een alternatief voor situatie 2. In deze situatie ontwikkelt en exploiteert de exploitant een collectieve warmtepompinstallatie per bouwveld of combinatie van bouwvelden. Deze collectieve warmtepompinstallatie wordt aangesloten op het bronnet. De exploitant levert vanuit de warmtepompinstallatie warmte en koude tot in de woningen. Door middel van een afleverset wordt de woning aangesloten.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
9
In Figuur 3 is een schematische weergave gegeven van het collectieve energiesysteem voor warmte en koude.
egeneratie uitlaat
B
I G
egeneratie inlaat
O echnische ruimte voor s steem echnische ruimte per blok
tation
oude bron Warme bron Bronleiding zout koud Bronleiding zout warm ransportleiding zoet koud ransportleiding zoet warm egeneratie leiding
er bouwveld 1 aansluiting beschikbaar ma imale trac lengte vana de zoetwaterring 2 m
Figuur 3 Indicatieve opzet van collectief energiesysteem voor warmte en koude
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
10
3 Aansluiting op het warmtenet
3.1
Gebiedsafbakening warmteplan
Het plangebied voor het warmtenet waar dit warmteplan betrekking op heeft, is De Suikerzijde, deelgebied Noord. Deze wijk/dit gebied bevindt zich direct ten noorden van de spoorlijn Groningen – Leeuwarden op een voormalig terrein van een suikerfabriek direct naast de Oostelijke ringweg van Groningen. Een overzichtskaart van het plangebied waarop het warmteplan van toepassing is in Figuur 4 weergegeven als ingekleurd gebied.
Figuur 4 Plangebied warmteplan De Suikerzijde, deelgebied Noord
3.2
Aantal aansluitingen
Dit warmteplan is opgesteld voor maximaal 2.500 woningen en 55.000 m2 bruto vloeroppervlak aan voorzieningen. De aansluitingen zijn als volgt onderverdeeld: •
Woonfunctie: 2.500 woningen.
•
Voorzieningen (commercieel en maatschappelijk): 55.000 m² bruto vloeroppervlak, over hoeveel aansluitingen over deze oppervlakte is verdeeld is nog niet bekend.
De woningen en gebouwen in het aangeduide gebied worden gefaseerd gebouwd.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
11
3.3
De geldingsduur van het warmteplan, de Aansluitplicht en de uitzonderingen op de Aansluitplicht
Geldingsduur van het warmteplan en de Aansluitplicht Dit warmteplan geldt voor een periode van tien (10) jaar, te rekenen vanaf de dag nadat het warmteplan is vastgesteld in de gemeenteraad en – de kennisgeving van – dat besluit is gepubliceerd in de Staatscourant. In die periode zijn 2.500 woningenaansluitingen en de aansluiting van in totaal 55.000 m2 bruto vloeroppervlak van voorzieningen op het warmtenet voorzien en is in principe – op grond van artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit – sprake van een plicht om nieuwbouw op het warmtenet aan te sluiten (‘Aansluitplicht’). De reikwijdte van en uitzonderingen op de Aansluitplicht Er wordt hier gesproken van ‘in principe’ omdat de Aansluitplicht niet altijd geldt. Zo volgt uit artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit dat de Aansluitplicht niet geldt als: •
het geplande aantal aansluitingen op het warmtenet, namelijk: 2.500 woningaansluitingen en 55.000 m2 bruto vloeroppervlakte voor voorzieningen, is bereikt op het moment dat een initiatiefnemer een aanvraag indient om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’, en
•
de aansluitafstand tot het leidingnet van de warmteleverancier groter is dan 40 meter en de aansluitkosten hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter. aarnaast geldt de
ansluitplicht niet in de gevallen zoals omschreven in artikel 1.12a (‘Uitzonderingen
woonfunctie voor particulier eigendom’) en artikel 1.12b (‘Uitzonderingen voor een drijvend bouwwerk’). en slotte geldt de ansluitplicht niet als een initiatie nemer een ‘gelijkwaardige oplossing’ voor een aansluiting op het warmtenet aandraagt (artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit). Daarvan is sprake als met de (alternatieve) oplossing tenminste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt bereikt als met de in dit warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. Nieuwbouw hoeft dus niet op het warmtenet te worden aangesloten als een initiatiefnemer op het gebied van energiezuinigheid en bescherming van het milieu ‘een gelijkwaardige oplossing voor een aansluiting op het warmtenet’ aandraagt.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
12
4 Mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu
4.1
Uitgangspunt: Aansluitplicht
Nieuwbouw in De Suikerzijde deelgebied Noord waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, dient in beginsel aangesloten te worden op het warmtenet.
4.2
Een gelijkwaardige oplossing als uitzondering op de Aansluitplicht
De Aansluitplicht geldt (onder meer) niet als sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zoals hierboven is uitgelegd in paragraaf 3.3). De beoordeling van de gelijkwaardigheid van een – door een initiatiefnemer – aangedragen oplossing moet plaatsvinden op basis van de energiezuinigheids- en milieuprestaties van het warmtenet. Een initiatiefnemer die een aanvraag indient voor een omgevingsvergunning voor Nieuwbouw, en niet op het warmtenet wil aansluiten (op grond van artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit), moet aantonen dat deze Nieuwbouw is voorzien van een alternatieve oplossing die ten minste gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties van het warmtenet. Referentiekader daarbij is de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu zoals deze in dit warmteplan is opgenomen. De energiezuinigheids- en milieuprestaties van het warmtenet – zoals weergegeven in dit warmteplan – zijn gebaseerd op de uiteindelijke energiezuinigheids- en milieuprestaties van het warmtenet die optreedt vanaf het moment dat het geplande aantal aansluitingen zoals opgenomen in dit warmteplan is bereikt. De mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het warmtenet worden in het kader van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen omgerekend naar een prestatie op gebouwniveau. Hieronder zijn de prestaties van het warmtenet weergegeven.
De mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het warmtenet zijn daarbij concreet uitgewerkt. Eerst wordt ingegaan op de energieprestatie van het warmtenet, daarna op de milieuprestatie van het warmtenet.
4.3
De energieprestatie van het warmtenet
De vergelijkingsmethode voor energiezuinigheid volgt (momenteel) uit hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit Sinds 1 januari 2021 moeten alle nieuwe bouwwerken voldoen aan de energieprestatienormen die zijn vastgelegd in hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit. Het gaat om de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Op dit moment betekent dit dat er voor grondgebonden woningen en woongebouwen een energieprestatie geldt conform tabel 4.1.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
13
Tabel 1 Eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) BENG indicator
Eenheid
Eis grondgebonden
Eis woongebouwen
woning
Eis kantoorgebouwen
1 Energiebehoefte
kWh/m²
55,00
65,00
90,00
2 Primair (fossiel) energiegebruik
kWh/m²
30,00
50,00
40,00
3 Aandeel hernieuwbare energie
%
50,00
40,00
30,00
De BENG-1 indicator is de maat voor de energiezuinigheid van het bouwwerk en wordt bepaald door bouwkundige zaken als thermische isolatie, kierdichting, geometrie en oriëntatie. De genoemde grenswaarde in Tabel 1 wordt gehanteerd als basiseis waarbij wordt uitgegaan van een standaard bouwwijze en een gemiddelde vormfactor. Aanvullend wordt een eis gesteld aan het risico op hoge temperaturen volgens de TO juli-indicator. Voor iedere grondgebonden woning en woongebouw dient te worden aangetoond dat dit risico voldoende beperkt is. Bij actieve koeling wordt verondersteld dat dit risico voldoende beperkt is en hoeft de TO juli niet te worden bepaald, ervan uitgaande dat er voldoende koelcapaciteit wordt opgenomen en daarmee sprake is van toereikende koeling. De BENG-systematiek is momenteel leidend voor de vergelijking tussen een aansluiting op het warmtenet en een alternatieve oplossing. Bij het bepalen of een alternatieve oplossing gelijkwaardig is aan de mate van energiezuinigheid van het warmtenet moet altijd worden uitgegaan van de meest actuele wet- en regelgeving over de energieprestatie van bouwwerken. Dit warmteplan regelt nadrukkelijk niet hoe de vergelijking moet worden gemaakt.
4.4
De energieprestatie van het warmtenet
In hoofdstuk 2 twee hebben we kunnen lezen dat er verschillende mogelijkheden zijn om de ruimteverwarming en warmtapwater op te wekken. Met een individuele warmtepomp per woning of een collectieve warmtepomp per bouwveld of combinatie van bouwvelden. Omdat de keuzes voor een variant per bouwveld kan verschillen is voor het bepalen van de energieprestatie drie type energieprestaties opgesteld. 1
Energieprestatie individueel: Energieprestatie bij de aansluiting op het warmtenet met een individuele warmtepomp per woning/voorziening (Tabel 2).
2
Energieprestatie collectief: Energieprestatie bij de aansluiting op het warmtenet en collectieve opwekking van ruimteverwarming en warmtapwater en koeling binnen een bouwwerk met meerdere woningen/voorzieningen (Tabel 3).
3
Energieprestatie externe levering: Energieprestatie bij een aansluiting op het warmtenet en collectieve opwekking van ruimteverwarming, warmtapwater en koeling buiten een of meerdere bouwwerk met meerdere woningen/voorzieningen (Tabel 4).)
De energieprestaties (volgens de BENG-systematiek) van grondgebonden woningen, woongebouwen en utiliteit (kantoren) die zijn aangesloten op het warmtenet voor de drie bovengenoemde situaties zijn hieronder in Tabel 2, Tabel 3 en Tabel 4 zijn hieronder weergegeven. Onder de tabellen is een toelichting op de uitgangspunten gegeven. Tabel 2 Energieprestatie individueel
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
14
BENG indicator
Eenheid
Energieprestatie
Energieprestatie
Energieprestatie
grondgebonden
appartementengebouw
Utiliteit (kantoor)
woning 1 Energiebehoefte
kWh/m²
54,52 kWh/m2
57,77 kWh/m2
75,92 kWh/m2
2 Primair (fossiel) energiegebruik
kWh/m²
-29,41 kWh/m2
-6,85 kWh/m2
-14,64 kWh/m2
3 Aandeel hernieuwbare energie
%
144,2 %
108,9 %
117,5%
Toegepaste vermogen zonnepanelen
kWp
4,83
112,7 kWp Oost-West
155
opstelling
opstelling
opstelling
Energieprestatie
Energieprestatie
Energieprestatie
grondgebonden
appartementengebouw
Utiliteit (kantoor)
kWp
Zuidwest
kWp
Oost-West
Tabel 3 Energieprestatie collectief BENG
indicator
Collectieve
Eenheid
opwekker
woning 1 Energiebehoefte
kWh/m²
n.v.t.
57,77 kWh/m2
n.v.t.
2 Primair (fossiel) energiegebruik
kWh/m²
n.v.t.
26,05 kWh/m2
n.v.t.
3 Aandeel hernieuwbare energie
%
n.v.t.
77,6 %
n.v.t.
Toegepast vermogen zonnepanelen
kWp
n.v.t.
112,7 kWp Oost-West
n.v.t.
opstelling Tabel 4 Energieprestatie externe levering BENG indicator
Eenheid
Energieprestatie
Energieprestatie
Energieprestatie
grondgebonden
appartementengebouw
Utiliteit (kantoor)
woning 1 Energiebehoefte
kWh/m²
54,52 kWh/m2
57,77 kWh/m2
75,92 kWh/m2
2 Primair (fossiel) energiegebruik
kWh/m²
-6,96 kWh/m2
18,29 kWh/m2
1,60 kWh/m2
3 Aandeel hernieuwbare energie
%
109,3 %
78,8 %
98,2%
Toegepast vermogen zonnepanelen
kWp
4,83
112,7 kWp Oost-West
155
opstelling
opstelling
kWp
opstelling
Zuidwest
kWp
Oost-West
De berekeningen zijn uitgevoerd aan de hand van de volgende uitgangspunten. •
Voor een voorbeeld tussenwoning en een voorbeeld appartementencomplex is een dusdanig pakket energie- en bouwkundige maatregelen gekozen dat rekenend met een forfaitaire lucht/waterwarmtepomp voldaan wordt aan de BENG-eisen die per 1 januari 2021 gelden conform het Bouwbesluit 2012 (zie Tabel 1). Voor de tussenwoning zijn hogere isolatiewaarden gebruikt, dan verplicht in het bouwbesluit, omdat anders niet voldaan kan worden aan de BENG1 eis. Er is gerekend met Rc 4,7 voor de vloer, Rc 5 voor de gevel, en Rc 6,3 voor het dak. De beglazing inclusief kozijn heeft een U-waarde van 1,1. Er is gekozen voor pv-panelen met een vermogen van 220 WP/m2.
•
Voor de utiliteit zijn de isolatiewaarden zoals opgenomen in het Bouwbesluit gehanteerd. Het referentiekantoor heeft een vloeroppervlak van 3.160 m2. Er is gekozen voor pv-panelen met een vermogen van 220 WP/m2.
•
Bij variant Energieprestatie individueel is de lucht/waterwarmtepomp uitgeruild door het concept met water/waterwarmtepompen en het warmtenet. Om aan de BENG 3 eis te voldoen zijn geen additionele
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
15
zonnepanelen nodig. Bij lucht/waterwarmtepompen is dit wel nodig. Dit resulteert voor de referentiegebouwen in een BENG-score zoals weergegeven in Tabel 2. •
De variant Energieprestatie collectief is alleen voor het appartementencomplex doorgerekend. Deze variant is niet van toepassing op de grondgebonden woningen en utiliteit. In deze variant is de lucht/waterwarmtepomp ingeruild voor het concept met een collectieve water/waterwarmtepomp en het warmtenet. In deze variant vindt de warmteopwekking binnen de perceelgrens van het appartementencomplex plaatst en wordt er warmte en koude wordt geleverd aan de afnemers die direct beschikbaar is voor ruimteverwarming en warmtapwater en passieve koeling. Dit resulteert voor de referentiegebouwen in een BENG-score zoals weergegeven in Tabel 3.
•
Bij de variant Energieprestatie externe levering is de lucht/waterwarmtepomp ingeruild door het concept met een collectieve water/waterwarmtepomp en het warmtenet. In deze variant is er sprake van externe warmtelevering waarbij warmteopwekking plaatsvindt buiten de perceelgrens en warmte en koude wordt geleverd aan de afnemers die direct beschikbaar is voor ruimteverwarming en warmtapwater en passieve koeling. Dit resulteert voor de referentiegebouwen in een BENG-score zoals weergegeven in Tabel 4.
•
Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Uniec3.
De ambitie van de gemeente is om het plangebied De Suikerzijde deelgebied Noord van een hernieuwbare energievoorziening te voorzien. Een dergelijke energievoorziening vereist een minimale omvang. De gemeente wil dat alternatieve energieconcepten minimaal dezelfde prestatie leveren als met het warmtenet te bereiken is en dat de milieuwinst van het warmtenet niet ten koste gaat van andere duurzaamheidsmaatregelen in de woningen. De parameters van het warmtenet in een Energieprestatieberekening 1.
Variant Energieprestatie individueel (woningen en appartementen)
Het warmtenet is een distributienet voor thermische energie. In een Energieprestatieberekening moet worden uitgegaan van de volgende gegevens van het warmtenet. •
Verwarming- en warmtapwatersysteem. −
Toe te passen type warmtepomp: uitgangspunt is een combi warmtepomp van het fabricaat Itho Daalderop of gelijkwaardig.
•
−
Bron warmtepomp: grondwater.
−
Ontwerpaanvoertemperatuur cv-systeem: 35 – 40°C.
−
Type bijverwarming: elektrisch element.
−
Regeneratie, type collectieve bron: doublettype.
Koeling. −
Type opwekker: koudeopslag/bodemkoeling (zonder inzet koelmachine).
−
Koeltransport: water.
−
HT-koeling, 12°C aanvoertemperatuur.
2.
Variant Energieprestatie collectief (appartementen)
Het warmtenet is een distributienet voor thermische energie. In een Energieprestatieberekening moet worden uitgegaan van de volgende gegevens van het warmtenet. •
Verwarming- en warmtapwatersysteem. −
Toe
te
passen
type
warmtepomp:
uitgangspunt
is
een
forfaitaire
warmtepomp
zonder
kwaliteitsverklaring. −
Bron warmtepomp: grondwater.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
16
•
−
Ontwerpaanvoertemperatuur cv-systeem: 70 - 50°C.
−
Type bijverwarming: elektrisch element
−
Regeneratie, type collectieve bron: doublettype
Koeling. −
Type opwekker: koudeopslag/bodemkoeling (zonder inzet koelmachine).
−
Koeltransport: water.
−
HT-koeling: 12°C aanvoertemperatuur.
3.
Variant Energieprestatie externe warmtelevering (woningen en appartementen)
Het warmtenet is een distributienet voor thermische energie. In een Energieprestatieberekening moet worden uitgegaan van de volgende gegevens van het warmtenet. •
Verwarming- en warmtapwatersysteem. −
Toe te passen type warmtepomp: geen warmtepomp maar externe warmtelevering, 70°C aanvoertemperatuur
•
−
Ontwerpaanvoertemperatuur cv-systeem: 70 – 50°C.
−
Type bijverwarming: geen
−
Regeneratie, type collectieve bron: geen
Koeling. −
Type opwekker: bronnet
−
Koeltransport: water.
−
HT-koeling 12°C aanvoertemperatuur.
De overige invoergegevens met betrekking tot de energieprestatieberekening dienen door de initiatiefnemer zelf op basis van het ontwerp van het bouwwerk bepaald en ingevoerd te worden. Vergelijking van energiezuinigheid op basis van hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit: een Energieprestatieberekening •
Volgens de huidige wet- en regelgeving – zoals vastgelegd in hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit – moet een vergelijking worden gemaakt op basis van de NTA 8800. Daarbij mag worden uitgegaan van de software voor een Energieprestatieberekening volgens de NTA 8800.
•
Bij de toetsing van de Energieprestatieberekening worden de wettelijk verankerde definities en rekenmethodieken gehanteerd zoals die zijn vastgelegd in de NTA 8800.
•
De energiezuinigheidsprestatie van het gebouw met de alternatieve oplossing wordt berekend volgens de NTA 8800. Voor de onderbouwing van de gehanteerde energieprestatie van bouwkundige en installatietechnische maatregelen van duurzame alternatieven dient de aanvrager te beschikken over actuele kwaliteitsverklaringen opgenomen in de Databank Gecontroleerde Kwaliteitsverklaringen en Gelijkwaardigheidsverklaringen. Indien geen door BCRG goedgekeurde kwaliteitsverklaringen of gelijkwaardigheidsverklaringen beschikbaar zijn voor een techniek die de aanvrager wenst toe te passen, dient de aanvrager te rekenen met de forfaitaire waarden uit de NTA 8800.
•
Vervolgens wordt de alternatieve oplossing uitgewisseld met de toepassing van het warmtenet.
•
Als sprake is van een gelijkwaardigheid op alle BENG-indicatoren (‘Energiebehoefte’ ‘Primair (fossiel) energiegebruik’ en ‘Aandeel hernieuwbare energie’) dan wordt met de alternatieve oplossing dezel de mate van energiezuinigheid bereikt als met een aansluiting op het warmtenet. −
BENG 1 en BENG 2 indicatoren worden afgerond tot op twee cijfers achter de komma en afgerond naar boven. Bijvoorbeeld 0,006 wordt 0,01.
−
BENG 3 indicator wordt afgerond naar één cijfer achter de komma en afgerond naar beneden. Bijvoorbeeld 0,04 wordt 0,0 en 0,06 wordt 0,1.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
17
4.5
De milieuprestatie van het warmtenet
De factoren voor de milieuprestatie Hieronder zijn de gegevens over het materiaalgebruik, de geluidshinder en de NOx- en fijnstofuitstoot van het warmtenet opgenomen. Aan de hand van deze factoren moet worden bepaald of de mate van bescherming van het milieu van een alternatieve oplossing ten minste gelijkwaardig is aan een aansluiting op het warmtenet. 1. Het materiaalgebruik De milieuprestatie van materialen en installaties in gebouwen is een belangrijke factor voor duurzaam bouwen en wordt conform het Bouwbesluit (artikel 5.9) op een prestatiegerichte wijze bepaald. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Bepalingsmethode MilieuPrestatie Bouwwerken. De milieu impact wordt uitgedrukt in schaduwkosten. Dit zijn de kosten die fictief moeten worden gemaakt om schade aan het milieu, door materiaalgebruik, ongedaan te maken. Het identificeren en stimuleren van het gebruik van materialen met een lage milieu impact is van belang om milieueffecten door materiaalgebruik en afval tot een minimum te beperken. Met de MilieuPrestatie Gebouw (MPG) wordt op gebouwniveau inzichtelijk gemaakt wat de milieu impact is van alle toegepaste materialen en installaties, gedurende alle levensfasen. De Milieukosten Indicator (MKI) geeft dit inzicht per eenheid van een product op elementniveau. In de onderstaande tabel is de MKI weergegeven van het warmtenet.
Afhankelijk van de woningtypologie betreft dit de volgende onderdelen: - individuele water/waterwarmtepomp* - collectieve water/waterwarmtepomp, inclusief afleverset per woning* - aansluiting op warmtenet (ringstructuur inclusief toebehoren) (externe levering). Noot(*): inclusief bronsysteem, wko en leidingwerk distributienet. Het deel van de binneninstallatie na de individuele warmtepomp of afleverset is buiten beschouwing gelaten. Tabel 5 Milieuprestatie van variant Energieprestatie individueel Minimale milieuprestatie
Eenheid
Grondgebonden
Appartementengebouw
Utiliteit (kantoor)
woning Milieukosten Indicator (MKI)
€
4.650,-
117.150,-
93.450,-
Tabel 6 Milieuprestatie van variant Energieprestatie collectief Minimale milieuprestatie
Eenheid
Grondgebonden
Appartementengebouw
Utiliteit (kantoor)
woning Milieukosten Indicator (MKI)
€
n.v.t.
125.400,-
n.v.t.
Tabel 7 Milieuprestatie van variant Energieprestatie externe levering Minimale milieuprestatie
Eenheid
Grondgebonden
Appartementengebouw
Utiliteit (kantoor)
woning Milieukosten Indicator (MKI)
€
5.850,-
129.500,-
103.300,-
De MKI van het warmtenet is berekend aan de hand van de volgende uitgangspunten: •
In een MKI-berekening is het warmtenet, zoals omschreven in hoofdstuk 2 en paragraaf 4.4, ingevoerd. De onderdelen van het warmtenet die zijn ingevoerd resulteren in een MKI-score zoals weergegeven in Tabel 5,
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
18
Tabel 6, Tabel 7. De invoergegevens en resultaten van de energieprestatieberekeningen zijn overgenomen in de berekeningsresultaten. •
De scope in de MKI-berekening betreft alleen de materialen- en producten voor de opwekkingsinstallatie voor warmte- en koude, met de toevoeging dat aanvullende onderdelen om te voldoen aan de grenswaarden van het primair (fossiel) energiegebruik (BENG-2) en het aandeel hernieuwbare energie (BENG-3) zijn inbegrepen. Dit betekent dat de zonnepanelen en de ventilatievoorzieningen zijn opgenomen in de berekeningsresultaten.
•
Voor de berekening is gebruik gemaakt van GPR Materiaal versie 5.4.1.
•
Voor de berekening is gebruik gemaakt van de Nationale Milieudatabase (NMD) versie 3.0, peildatum 25 augustus 2023.
•
De schaduwkosten van de toegepaste materialen- en producten zijn gespecificeerd aan de hand van de beschikbare merkongebonden data van fabrikanten en/of toeleveranciers van branches (Cat 2.), aangevuld met merkongebonden data van de Stichting Nationale Milieudatabase (Cat 3. inclusief ophoogfactor).
•
De gehanteerde levensduur van gebouwen is 75 jaar voor woonfunctie en 50 jaar voor utiliteitsfuncties en dient als uitgangspunt voor de doorrekening van de milieu impact als gevolg van onderhoud- en vervangingscycli.
2. Geluid Door het toepassen van het warmtenet is er geen geluidsproductie van installaties ten behoeve van warmte- en koudeopwekking op het perceel, dan alleen de warmtepompen in de woningen. Bij toepassing van alternatieve installaties zal de aanvrager door middel van een akoestisch onderzoek moeten aantonen dat de alternatieve installatie ten behoeve van warmte- en koudeopwekking gemeten op de perceelsgrens niet hoger is dan de in Tabel 8 genoemde waarde, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI) 1999, NEN-EN-ISO 12354-3:2017 en NEN 5077:2019. Voor de beoordelingsniveaus veroorzaakt door utiliteitsfuncties gelden de restricties vanuit het Activiteitenbesluit, met de toevoeging dat wordt voldaan aan de normwaarde weergegeven in Tabel 8. Tabel 8 Geluidsniveau als bedoeld in artikel 3,8 en 3,9 van het Bouwbesluit. Geluidsdruk
Eenheid
Geluidsniveau
dB(A)
Woningen 35
3. NOx en fijnstofuitstoot Er is geen sprake van NOx en/of fijnstofuitstoot van warmtenet binnen de gebiedsafbakening van dit warmteplan. Bij toepassing van alternatieve installaties zal de aanvrager moeten aantonen dat de NOx- en fijnstofuitstoot van de alternatieve oplossing (binnen het plangebied De Suikerzijde deelgebied Noord) evenals bij een aansluiting op het warmtenet gelijk is aan 0. Vergelijking van de mate van bescherming van het milieu (uitgaande van de huidige berekeningswijzen die zijn opgenomen in het Bouwbesluit) De gelijkwaardigheid van de mate van bescherming van het milieu is aangetoond, indien de alternatieve oplossing voldoet aan de volgende vijf cumulatieve voorwaarden. •
Er is sprake van een MKI-score die gelijk of lager is dan de waarde uit Tabel 5, Tabel 6 en Tabel 7.
•
De MKI-berekening is uitgevoerd door een persoon met aantoonbare ervaring in het maken van MPG- en LCA-berekeningen met de Bepalingsmethode MilieuPrestatie Bouwwerken, en dit in de laatste drie jaar voor minimaal drie vergelijkbare projecten berekeningsresultaten heeft opgesteld
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
19
•
Ten tijde van het opstellen van dit Warmteplan beschikt de Nationale Milieudatabase (NMD) nog niet over voldoende milieuverklaringen van installaties. De database wordt op dit punt voortdurend aangevuld. Bij het bepalen van de MKI van de alternatieve oplossing dient uitsluitend gebruik te worden gemaakt van merkongebonden data, zoals reeds is gedaan in dit Warmteplan. De berekeningsresultaten van het Warmteplan zullen in dit geval worden bijgewerkt naar de actuele peildatum van de NMD, om een eerlijk vergelijk te borgen.
•
Door middel van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidsproductie op de perceelsgrens minimaal gelijk is of lager is dan de in Tabel 8 genoemde richtwaarde. Daarbij dient rekening gehouden te worden met het achtergrondgeluid van alle omliggende geluidsbronnen. De aanvrager moet daarvoor op de bouwtekeningen laten zien waar de lucht/waterwarmtepompen of lucht/luchtwarmtepompen worden geplaatst. Bij oplevering dient een gekwalificeerd akoestisch adviseur installatiegeluidmetingen te verrichten om vast te stellen dat de relevante locaties voldoen aan de grenswaarden, bepaald volgens de NEN 5077:2019.
•
Er is aangetoond dat de NOx- en fijnstofuitstoot van de alternatieve oplossing (binnen het warmteplangebied) gelijk is aan 0.
Bij het bepalen of een alternatieve oplossing gelijkwaardig is aan de mate van bescherming van het milieu van het warmtenet moet altijd worden uitgegaan van de meest actuele wet- en regelgeving over het berekenen van milieuprestaties. Dit warmteplan regelt nadrukkelijk niet hoe de vergelijking moet worden gemaakt.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
20
Bijlage 1 - Procedure uitzondering Aansluitplicht op het warmtenet
Een initiatiefnemer die een aanvraag indient voor een omgevingsvergunning voor – de bouw van – Nieuwbouw, en niet op het warmtenet wil aansluiten, moet aantonen dat deze Nieuwbouw is voorzien van een alternatieve oplossing die ten minste gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen. De procedure om te beoordelen of sprake is van een uitzondering op de Aansluitplicht, als bedoeld in artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit, verloopt volgens onderstaand stappenplan. Aan dit stappenplan kunnen geen rechten worden ontleend. Het stappenplan kan bovendien wijzigen wanneer de berekeningswijze voor energiezuinigheidsprestaties en/of milieuprestaties – ten aanzien van factoren waarvan de prestaties van het warmtenet zijn opgenomen in dit warmteplan – wijzigen. STAP 1: de initiatiefnemer dient een aanvraag in De initiatiefnemer dient een aanvraag om een omgevingsvergunning in bij het college van burgemeester en wethouders van Groningen (“het College”). De initiatiefnemer levert daarbij – in ieder geval – de volgende informatie aan. •
Een energieprestatieberekening en welke het meest aansluit bij de energievariant Energieprestatie individueel, Energieprestatie collectief en/of Energieprestatie externe levering (conform de gestelde eisen in dit warmteplan).
•
Aanvullende documentatie zoals kwaliteitsverklaringen.
•
Een milieuprestatieberekening (conform de gestelde eisen in dit warmteplan).
•
Bij gebruik van een luchtwarmtepomp:
•
−
een tekening met de plaatsing van de warmtepomp, en;
−
een akoestisch onderzoek aantonen dat het geluidsniveau onder de richtwaarde blijft.
Gegevens waaruit aantoonbaar blijkt dat de NOx- en fijnstofuitstoot van het voorgestelde alternatief binnen het plangebied gelijk aan 0 is.
STAP 2: het college toetst de aanvraag Het College controleert of aanvraag volledig en correct is (ontvankelijkheidstoets). •
Zijn alle documenten aangeleverd?
•
Zijn juiste getallen uit de energieprestatieberekening overgenomen?
•
Zijn juiste waarden uit de kwaliteitsverklaring overgenomen?
Nee Het College stuurt de initiatiefnemer een brief, waarin het College aan de initiatiefnemer bericht dat de aanvraag nog niet in behandeling genomen kan worden. De aanvrager wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:5 Awb in de gelegenheid gesteld om de benodigde aanvullende gegevens te verstrekken. Indien deze niet binnen de gestelde termijn worden geleverd, wordt de aanvraag omgevingsvergunning, wegens onvolledigheid van stukken, buiten behandeling gelaten.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
21
Ja Het College beoordeelt of sprake is van een uitzondering van de Aansluitplicht. In dat kader controleert het College: •
De energieprestatieberekening.
•
De milieuprestatieberekening.
•
Of plaatsing van de warmtepomp niet tot overschrijding van richtwaarden voor geluid leidt conform paragraaf 4.4 van het warmteplan.
•
Dat de NOx- en fijnstofuitstoot van het voorgestelde alternatief gelijk aan 0 is.
STAP 3: het college neemt een beslissing op de aanvraag Nee Indien het alternatief niet (minimaal) gelijkwaardig, dan ontvangt de initiatiefnemer een weigeringsbesluit van het college, wegens strijdigheid met het Bouwbesluit. De aanvraag om een omgevingsvergunning wordt dan geweigerd. De initiatiefnemer kan vervolgens een nieuwe aanvraag indienen om een omgevingsvergunning op basis van: •
een aansluiting op het warmtenet (volgens reguliere procedure voor omgevingsvergunning), of;
•
een alternatieve oplossing die ten minste gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen.
Ja Indien sprake is van een alternatieve oplossing die (minimaal) gelijkwaardig is aan de energie- en milieuprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen, dan is de Aansluitplicht niet van toepassing op grond van artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit. Dit betekent echter nog niet dat een omgevingsvergunning voor de aangevraagde Nieuwbouw kan worden vergund. Het College beoordeelt de aanvraag ook nog aan de overige toepasselijke wet- en regelgeving.
Warmteplan De Suikerzijde Groningen | 20792-739886
22