Bijlage Uitvoeringsplan 2026 - 2028 Economische Agenda van Nij Begun - versie 1 april 2026.pdf
Tekst van het document
UITVO ERING SPLAN Samen werken aan uitvoering Versie: 1 april 2026
2026 2028
De parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen trok op 24 februari 2023 harde conclusies, Groningen en NoordDrenthe verdienen een Nij Begun: een mooie, leefbare, veilige en betere toekomst. Dertig jaar lang wordt gewerkt aan herstel en perspectief. De gevolgen van de gaswinning laten diepe sporen na bij een groot deel van onze inwoners. Een noodzakelijke voorwaarde voor een betere toekomst is het herstel van woningen en mensen. Zolang als nodig. Koste wat kost. Het aanpakken van schade, versterking en herstel is daarom de belangrijkste prioriteit. Daarnaast is 200 miljoen euro per jaar beschikbaar voor sociaal en economisch perspectief. Ook is er tot 2035 voor isolatie van woningen 1,65 miljard euro beschikbaar. In Groningen en Noord-Drenthe zetten we samen met het Rijk de schouders eronder.
Meerjarig uitvoeringsplan Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe 2026 – 2028
Samen werken aan uitvoering
Inhoudsopgave 1. Voorwoord
10
2. Samenvatting
14
3. Wat is de Economische Agenda?
18
3.1
Een generatielange o ntwikkelmotor
19
3.2
Een nieuwe manier van uitvoeren: triple helix
20
3.2.1
De triple helix in uitvoering
20
3.2.2
Toegevoegde waarde van de agenda
22
4. Van agenda naar meerjarig uitvoeringsplan
24
4.1
De agenda als breed vertrekpunt
25
4.2
Ambities voor 2026 – 2028
26
4.2.1
Ambitie 1: Ontwikkelen en toepassen van technologie
26
4.2.2
Ambitie 2: Talent opleiden, benutten en behouden
39
4.2.3
Ambitie 3: Toerisme ontwikkelen als krachtige motor
41
4.2.4
Voorwaarde 1: Vestigingsklimaat en ondersteuning van het mkb
46
4.2.5
Voorwaarde 2: Zelfbewustzijn, imago en profiel
46
5. Van ambities naar uitvoering
8
50
5.1
Ontwikkeling van kansrijke initiatieven
51
5.2
Implementatie van projecten
52
5.3
Ondersteuning met expertise
53
5.4
Goed opdrachtgeverschap
53
9
6. Financiën
54
6.1
Het financieel kader van het meerjarig uitvoeringsplan
55
6.2
Fonds Economische Agenda S tartkapitaal
57
6.3
Een gemengd financieringsmodel
58
6.4
Kansen zoeken binnen de kaders rond staatssteun
58
7. Samenwerking, randvoorwaarden en monitoring 60 7.1
De Economische Agenda staat niet op zichzelf
62
7.2
Aansluiting op de zorgplicht van het Rijk (Groningenwet)
63
7.3
Aansluiten op ruimtelijk beleid
64
7.4
De Economische Agenda en internationalisering
66
7.5
Monitoring
66
8. Bijlagen
67
1. Voorwoord
In juni 2025 is de Economische Agenda ‘Samen Werken’ vastgesteld. Deze agenda maakt deel uit van de kabinetsreactie Nij Begun en richt zich op de structurele versterking van de economie van Groningen en NoordDrenthe. Samen werken en investeren in een regio met voldoende werk, goede opleidingsmogelijkheden en kansen voor ondernemers. Een regio waar mensen prettig kunnen wonen, werken en leven. Nu en in de toekomst. Daarmee is de Economische Agenda een investeringskader om de brede welvaart in de regio structureel te vergroten tot minimaal het landelijke gemiddelde in 2055. 10
11
De Economische Agenda is een dynamische agenda en vormt geen eindpunt maar eerder een startpunt. Daarbij is extra aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen. Juist daar moet de economische versterking direct voelbaar zijn in het dagelijks leven van inwoners. Tegelijkertijd ligt er een belangrijke opgave om het vertrouwen van inwoners terug te winnen door nieuw toekomstperspectief te bieden na de aardgaswinning. De Economische Agenda voelt de verantwoordelijkheid.
Voortbouwen op regionale kracht Dit meerjarig uitvoeringsplan 2026 – 2028 beschrijft hoe we samen werken aan de uitvoering van de Economische Agenda. De agenda bouwt voort op wat al sterk is in de
regio, benut kansen en denkt in nieuwe mogelijkheden. Het brengt focus aan door prioriteit te geven aan drie ambities op het gebied van: technologie, talent en toerisme. De ambities zijn groot en vragen om gezamenlijke inzet, doorzettings vermogen en een lange adem. Het meerjarig uitvoeringsplan geeft hier richting. We koppelen economische investeringen expliciet aan maatschappelijke impact: meer en beter werk, hogere productiviteit, sterkere lokale ketens en een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat. Voor de uitvoering van de agenda stelt het Rijk de komende dertig jaar 100 miljoen euro per jaar beschikbaar, naast een startkapitaal van 250 miljoen euro. De regio neemt zelf het voortouw om de agenda uit te voeren, in nauwe samenwerking
met het Rijk. Brede welvaart vormt daarbij het gezamenlijk kompas. Dit vraagt om een nieuwe manier van samenwerken.
Nieuwe samenwerking
Overheden stellen duidelijke kaders en zien toe op verantwoording van de besteding van publiek geld. Daarnaast is volop ruimte voor de denk- en uitvoeringskracht van onder nemers, kennisinstellingen en maatschap pelijke organisaties. Samen versterken we projecten, vertrouwen en organiserend vermogen in de regio. Essentieel voor brede welvaart.
We willen sneller van idee naar uitvoering. Hoe sneller plannen worden uitgevoerd, hoe sneller inwoners dat merken in werk, scholing en hun leefomgeving. De nieuwe samen werking krijgt in 2026 zijn formele vorm, maar de eerste inhoudelijke stappen zetten we nu al.
Vliegende start: nu al aan de slag
Het startkapitaal bood de kans op een vliegende start met eerste projecten. Zo komt de AI-fabriek naar Groningen en kenden we geld toe aan Djewels als baanbrekend project voor de productie van groene waterstof. Daarnaast onderzoeken we of we de Westpier in de Eemshaven kunnen realiseren, als belangrijke economische en toeristische verbinding met Noorwegen en Noordwest-Europa.
We investeren in het Groningse en Noord-Drentse midden- en kleinbedrijf (mkb). Via de Noordelijke Ontwikkelings maatschappij (NOM) hebben we een fonds geopend dat investeert in innovatieve bedrijven die bijdragen aan de doelen van de agenda. Tegelijkertijd werkt werken we met het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) aan regelingen met hetzelfde doel. Zo bereiken we mkb-bedrijven in de hele regio en versterken we werkgelegenheid, innovatie en economische veerkracht.
2026: een overgangs- en ontwikkeljaar
In dit uitvoeringsplan laten we zien welke onderdelen uit de agenda de volgende stap zetten richting uitvoering en wat dat concreet betekent. Ook geven we aan welke onderwerpen meer tijd nodig hebben voor uitwerking en wat daarvoor nodig is. De verschillende onderwerpen en status van ontwikkelingen zorgen ervoor dat deze verschillen in hun mate van concreetheid. Dit betekent dat sommige ideeën rijp en concreet zijn, en leiden tot projecten. Andere projecten zijn een kans die nog moeten worden uitgewerkt. Vaak gaat het daarbij om de inzet van een ‘ontwikkelbudget’ als ondersteuning van kansrijke initiatieven in de eerste fases. Denk daarbij aan projectontwikkeling, het vormen van samenwerkingsverbanden, haalbaarheids studies, businesscases en het uitwerken van programmalijnen. We laten zien hoe de nieuwe uitvoeringsstructuur goede ideeën sneller klaarstoomt voor investeringen en uitvoering. Het jaar 2026 is daarbij een belangrijk overgangs- en ontwikkeljaar.
Een begin dat smaakt naar meer
Dit eerste meerjarig uitvoeringsplan is onderdeel van een unieke samenwerking. Het Rijk neemt verantwoordelijkheid met Nij Begun en de regio neemt het voortouw in de uitvoering. Samen geven we vorm aan een nieuwe manier van werken. Dat vraagt om lef. We leggen de lat hoog, leren terwijl we aan de slag zijn en geven de nieuwe samenwerking de ruimte om stappen te zetten richting ons gezamenlijke doel. De afgelopen periode vormde een belangrijk begin, waarin we al veel bereikten. Een begin dat smaakt naar meer en de basis legt voor een nieuwe generatielange samenwerking.
Tot slot wil ik iedereen bedanken voor de wijze waarop het kwartiermakersteam heeft kunnen samenwerken met partners uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en over heden. Dankzij de open dialoog, het wederzijds vertrouwen en de constructieve inzet van alle betrokkenen is het gelukt om tot een gedragen plan te komen. De bereidheid om kennis te delen, kritisch mee te denken en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen, maakt dat ik met veel vertrouwen uitkijk naar de uitvoering van onze gezamenlijke ambities.
Kwartiermaker Jakob Klompien, maart 2026
12
13
2. Samenvatting Dit uitvoeringsplan beschrijft hoe we samen verder werken aan de uitvoering van de Economische Agenda van Nij Begun. In de eerste jaren focussen we op drie ambities op het gebied van technologie, talent en toerisme. Met gerichte investeringen, nieuwe samenwerking en ruimte voor innovatie bouwen we voort op de kracht van Groningen en Noord-Drenthe. Sommige acties zijn al in gang gezet.
14
15 Om deze drie ambities waar te maken zien we twee voorwaarden die hiervoor essentieel zijn: het vestigingsklimaat voor bedrijven (in het bijzonder het mkb) en het imago van de regio. Deze ambities en voorwaarden hebben we uitgewerkt in dit uitvoeringsplan. Met concrete plannen, acties, investeringen en samenwerkingen creëren we meer werkgelegenheid, een krachtig mkb, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en een sterk profiel dat herkenbaar en uniek is. Door vroeg te investeren in kwaliteit, samenwerking en executie vergroten we de kans dat projecten de eind streep halen, maken we onze ambities waar en dragen we bij aan blijvende vergroting van brede welvaart.
Ambitie 1
Ontwikkelen en toepassen van technologie
Zoals Wennink in zijn rapport omschrijft is technologie de versneller van onze groei, productiviteit en ons verdienvermogen. Het vormt de basis voor grote transities van deze eeuw, zoals de energietransitie, de digitalisering en innovaties in de zorg, industrie en landbouw. Daarom zetten we vol in op het ontwikkelen én toepassen van nieuwe technologie in de praktijk. Betaalbare, betrouwbare en duurzame energie is een essentiële randvoorwaarde voor economische ontwikkeling. We werken aan een brede energiemix en slimme koppelingen tussen energiestromen, bijvoorbeeld via lokale energiehubs en het gebruik van waterstof. We richten ons op industrieën waarin Groningen en Noord‑Drenthe een unieke uitgangspositie hebben: in de maritieme maakindustrie (bijvoorbeeld de Werf van de Toekomst), de chemische procesindustrie, circulaire en groene chemie en biobased bouwen. In deze sectoren zetten we in op digitalisering, robotisering, circulaire productie en nieuwe toepassingen van materialen. We ondersteunen deze ontwikkelprocessen en werken daarbij aan randvoorwaarden zoals campussen en betere toegang tot (risico) kapitaal. De komst van de nationale AI‑fabriek betekent een investering van 200 miljoen euro, waarvan 60 miljoen euro uit de Economische Agenda komt.
Hiermee bouwen we een geavanceerde infrastructuur voor het ontwikkelen, trainen en toepassen van betrouwbare kunstmatige intelligentie (AI). Rond de oude
tabaksfabriek Niemeyer komt een AI‑campus en expertisecentrum. Hiermee versterken we de positie van de regio als Europese hotspot voor AI‑ontwikkeling en vergroten we onze technologische soevereiniteit. Technologie speelt ook een belangrijke rol in gezondheid en landbouw. In NoordNederland bouwen we voort op een sterke kennisbasis rond gezondheidsdata en biomedische technologie, onder meer met Lifelines. Tegelijk zetten we in op data-gedreven landbouw en precisietechnologie om productie te verduurzamen en voedselkwaliteit te verbeteren. Gezond voedsel en Groningen zouden in één adem genoemd moeten worden.
Ambitie 2
Talent opleiden, benutten en behouden
Het opleiden, benutten en behouden van talent is essentieel voor een sterke regionale economie. Te weinig talent blijft in de regio om te werken en zich verder te ontwikkelen. Daarom zetten we in op talentontwikkeling die beter aansluit bij de vraag van het bedrijfsleven en de vaardigheden die nodig zijn in de economie van de toekomst. Dit vraagt om een gezamenlijke inzet vanuit de Economische Agenda en de Sociale Agenda van Nij Begun. Van een goede startkwalificatie tot gerichte om- en bijscholing dicht bij de arbeidsmarkt. Daarbij richten wij ons op drie speerpunten: 1. Meer mensen interesseren voor kansrijke sectoren als techniek, zorg en onder nemerschap. 2. Een betere aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven waarin een leven lang ontwikkelen en het versterken van vaardigheden waar bedrijven om vragen. 3. Het versterken van de campusontwikkeling, waar onderwijs, onderzoek en bedrijven samenwerken aan innovatie en talentontwikkeling. Ondertussen zetten we al concrete stappen. Zo ondersteunen we de ontwikkeling van een campus rond Groningen Airport Eelde, gericht op werktuigbouwkunde, energie en luchtvaart. Ook werken we aan een gezondheidscampus bij het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda, waar kennis, zorg en innovatie samenkomen.
Ambitie 3
andere met één herkenbaar Noordelijk Ondernemershuis.
Toerisme is een krachtige motor voor de ontwikkeling van onze regio. Investeren in vrije tijd betekent investeren in een aantrekkelijke regio voor bezoekers, inwoners, studenten en bedrijven. De vrijetijdssector stimuleert ondernemerschap, versterkt het mkb en vergroot de nationale en internationale zichtbaarheid van de regio. Door cultuur- en natuurbeleving centraal te stellen kan Groningen zich sterker profileren als bestemming, met Noord-Drenthe als lichtend voorbeeld.
Daarnaast komt er ruimte voor lokale gemeentelijke ondernemersfondsen. Hiermee kunnen ondernemers investeren in nieuwe verdienmodellen, vaardigheden en samenwerking. Dat versterkt hun concurrentiekracht en organisatiegraad. Om versnippering te voorkomen, onderzoekt de Economische Agenda een regeling voor groei en innovatie in het mkb. Daarbij ligt de focus op digitalisering, robotisering en het vergroten van verdienvermogen.
Met steun van de Economische Agenda, waaronder een reservering van 200 miljoen euro, pakt de regio deze kans voortvarend op. Initiatieven als het Ontwikkelprogramma Ruimte voor Vrijetijd en de Kansenkaart Noord-Drenthe vormen daarbij een stevige basis. Het huidige aanbod is nog niet onderscheidend genoeg om structureel nieuwe bezoekers aan te trekken die langer blijven. Door dit te doorbreken, ontstaat ruimte voor groei en vernieuwing. Daarom richten we ons op drie samenhangende lijnen: 1. Het herbestemmen van erfgoed tot unieke verblijfsplekken.
We investeren via de Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen en het Masterplan Regiocentra in toekomstbestendige bedrijventerreinen en vitale regiocentra. Daarmee versterken we de economische structuur van de regio en bouwen we aan aantrekkelijke plekken om te wonen, werken en ondernemen in Groningen en Noord-Drenthe.
Toerisme ontwikkelen als krachtige motor
2. Het versterken van publiekstrekkers met bovenregionale aantrekkingskracht. 3. Het ontwikkelen van onderscheidende evenementen die de regio nationaal en internationaal op de kaart zetten.
Voorwaarden
Om onze drie ambities te bereiken zien we twee voorwaarden die hiervoor essentieel zijn.
Voorwaarde 1
Vestigingsklimaat en ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf (mkb)
Een sterk vestigingsklimaat en een toekomstbestendig mkb zijn onmisbaar om de eco nomische ambities voor Groningen en Noord-Drenthe waar te maken. Het mkb vormt de ruggengraat van de regionale economie, maar staat voor grote uitdagingen, zoals innovatie, verduurzaming, arbeids productiviteit en het vinden en behouden van personeel. Tegelijk is de ondersteuning van ondernemers nu vaak versnipperd. Daarom werken we aan het versterken en bundelen van de eerstelijns mkb-ondersteuning, onder
16
Voorwaarde 2
Zelfbewustzijn, imago en profiel
Groningen en Noord-Drenthe hebben veel te bieden, maar zijn van nature bescheiden. Het is tijd om het verhaal van de regio sterker neer te zetten en zichtbaarder te vertellen, zowel nationaal als internationaal. Een duidelijk profiel en een herkenbaar verhaal helpen om bedrijven, bezoekers, talent en nieuwe inwoners aan te trekken en zo de economische ontwikkeling van de regio te versterken. Daarom bouwen we aan een sterke organisatie en een samenhangende aanpak voor marketing en profilering. Met gerichte communicatie, nieuwe vormen van mediasamenwerking en een herkenbare regionale identiteit vergroten we de zichtbaarheid van Groningen en Noord-Drenthe en versterken we het imago van de regio.
17
Van ambities naar uitvoering
Voor de uitvoering van de Economische Agenda stelt het Rijk naast het eenmalige startkapitaal van 250 miljoen euro een bedrag van 100 miljoen euro per jaar beschikbaar. Dit eerste meerjarig uitvoeringsplan gaat over de periode 2026 tot en met 2028. Dit betekent niet dat het volledige bedrag in deze periode wordt uitgegeven. Daadwerkelijke toekenningen hangen af van de snelheid waarmee plannen zich ontwikkelen tot concrete uitvoering. De Economische Agenda werkt daarbij als ontwikkelmotor: kansrijke initiatieven worden eerst ontwikkeld en klaar gemaakt voor investering, waarna uitvoering en opschaling volgen. In de eerste jaren ligt de nadruk vooral op investeringen in ontwikkeling. Daarnaast zijn er al een aantal concrete toekenningen gedaan. Daarna verschuift de focus naar de uitvoering van projecten die hun haalbaarheid en uitvoerbaarheid hebben bewezen. In hoofdstuk 6 werken we de werkwijze van het uitvoeringsplan verder uit. Dat doen we aan de hand van vier lijnen, waarin we inzicht geven in: 1. De (voorlopige) toekenningen en inzet vanuit het startkapitaal. Besluitvorming hierover heeft al plaatsgevonden of loopt nog via de bestaande werkwijze. Het gaat onder andere om Djewels, de AI-fabriek, het Fonds Economische Agenda Startkapitaal, een mogelijke bijdrage aan de Westpier Eemshaven en de middelen voor investeringen in het mkb en scale-ups. 2.
De (voorlopige) toekenningen en reserveringen van dit meerjarig uitvoeringsplan. Hieronder vallen ook eerdere reserveringen van de Economische Agenda, zoals voor de vrijetijdseconomie (200 miljoen euro), het Masterplan Campussen (150 miljoen euro) en het Masterplan Regiocentra (180 miljoen euro). Het daadwerkelijk beschikbaar stellen van deze middelen hangt af van de snelheid waarmee plannen zich ontwikkelen. Naar verwachting gebeurt dit over een periode van 10 – 15 jaar. Daarnaast gaat het om voorlopige toekenningen voor onder meer de Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen, snel internet, digitalisering en AI, en profilering.
3. Het ontwikkelbudget. Dit maakt het mogelijk om de rol van ontwikkelmotor te vervullen voor de onderwerpen die nog voorbereiding nodig hebben. In deze fase wordt onderzocht of plannen haalbaar zijn en welke financiering passend is. Pas daarna kan de bijdrage vanuit de Economische Agenda worden vastgesteld. 4. De organisatiekosten van de uitvoerings structuur Economische Agenda. De stichting - met daarin vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden - begint direct na de oprichting met de uitvoering van dit meerjarig uit voeringsplan. Daarna kan zij (voorlopige) toekenningen definitief maken. In jaarplannen werkt de stichting dit verder uit. Daarbij legt ze vast: • Hoe ze middelen uit de reserveringen dat jaar wil inzetten. • De omvang en inzet van de ontwikkel opdracht. • De inzet voor de uitvoering van projecten of van financiële instrumenten. Bij de jaarplannen zit een gecontroleerde en gedetailleerde begroting. Het openbaar lichaam - met daarin de commissaris van de koning van Groningen, burgemeesters en dijkgraven - stelt deze jaarplannen vast en informeert de volksvertegenwoordigers.
Uitwerking
In de bijlagen 8.1 tot en met 8.1.15 staat per onderdeel van het uitvoeringsplan wat de concrete ambitie is, welke doorbraken we nastreven, welke activiteiten plaatsvinden en wat de rol van de Economische Agenda is. Ook geven de bijlagen inzicht in de huidige status, de verwachte resultaten voor 2026 – 2028 en de cofinanciering voor zover die bekend is. In bijlagen is ook een begrippenlijst opgenomen.
3. Wat is de Economische Agenda?
De Economische Agenda1 is een investeringskader dat de economische ontwikkeling van Groningen en NoordDrenthe richting geeft. De agenda versterkt bestaande initiatieven door kansen te signaleren, samenwerking te organiseren en projecten te ondersteunen. Met als doel het vergroten van de brede welvaart via een toekomstbestendige economie, sterker ondernemerschap, beter benut talent en het verzilveren van regionale kennis. 1. Vastgesteld in juni 2025. Zie ook hoofdstuk 5 (doelen) en hoofdstuk 6.1 (voorwaarden) van de Economische Agenda “Samen Werken”.
18
Zernike Campus
19
3.1 Een generatielange ontwikkelmotor
De agenda staat niet op zichzelf, want in de regio gebeurt al veel. De middelen uit de Economische Agenda vullen aan op bestaande activiteiten, fondsen en programma’s van bedrijven, kennis instellingen, overheden, investeerders en samenwerkende organisaties. Het vormt de ontbrekende schakel of geeft het extra duwtje in de rug. De Economische Agenda biedt houvast voor de korte termijn en blijft flexibel om in te spelen op kansen in de toekomst. Met de beschikbare middelen investeren we in innovatie. Ook houden we ruimte om bij te sturen als dat nodig is, bijvoorbeeld bij veranderingen in de markt, de technologie of vanuit publieke randvoorwaarden. De Economische Agenda vormt een triple helix ontwikkelmotor (zie paragraaf 3.2.1). Dit betekent dat bedrijven, kennisinstellingen en overheden daarin gezamenlijk vertegenwoordigd zijn. De Economische Agenda kan daarbij:
•
Signaleren: kansen benoemen en onderbouwen met feiten en cijfers.
•
Aanjagen: partijen stimuleren om plannen, projecten en instrumenten te ontwikkelen.
•
Verbinden: samenwerking organiseren tussen partijen, regio’s en Rijk.
•
Faciliteren: bijdragen met kennis, expertise of financiering om projecten mogelijk te maken.
De Economische Agenda richt zich op het vergroten van de brede welvaart. Dat gebeurt aan de hand van de volgende doelen: 1. Het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. 2. Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap.
3. Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden. 4. Meer kennis uit de regio verzilveren. 5. Versterken van ons regionale zelfbewustzijn en imago. Voor alle investeringen gelden randvoorwaarden. De Economische Agenda investeert alleen in economische projecten, initiatieven en programma’s die: • Bijdragen aan gezondheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. •
Zorgen dat het geld in Groningen en Noord-Drenthe verdiend wordt.
•
Plaatsvinden in samenwerkingen met regionale partijen.
•
Kennis en het bedrijfsleven met elkaar verbinden.
•
De internationale positionering van de regio versterken.
De Economische Agenda zoekt waar mogelijk de inhoudelijke aansluiting bij de Sociale Agenda van Nij Begun. De Economische Agenda investeert niet in reguliere (overheids)taken en de agenda vervangt geen bestaande (Europese) fondsen, subsidies of (Rijks)programma's. De inzet van middelen mag de reguliere marktwerking niet verstoren en moet doelmatig zijn. We zijn scherp op verdamping van middelen via overheadkosten en voorkomen versplintering zonder daadwerkelijke impact. De agenda benoemt noodzakelijke investeringen in grootschalige infrastructuur, openbaar vervoer, voorzieningen of woningbouw zonder deze zelf te doen. Hiervoor is aanvullende inzet nodig van de samenwerkende overheden: Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. De stichting van de Economische Agenda speelt daarnaast een rol bij het verzamelen, bundelen en toegankelijk maken van economische onderzoeken en data ter ondersteuning van beleidsvorming en besluitvorming.
3.2 Een nieuwe manier van uitvoeren: triple helix
Met het vaststellen van de Economische Agenda is gekozen voor een nieuwe vorm van samenwerken en uitvoeren. We leren graag van succesvolle voorbeelden zoals Brainport in de regio Eindhoven. Overheden houden een duidelijke rol in het stellen van kaders, het nemen van besluiten en afleggen van verantwoording. Dat past bij het zorgvuldig omgaan met publiek geld. Daarnaast is ruimte voor slagkracht, expertise en daadkracht in de uitvoering. Dit doen we in een gelijkwaardige samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en over heden. Waarbij we aandacht hebben voor de gestructureerde inbreng van jongeren, maatschappelijke organisaties en mkb-bedrijven.
3.2.1 De triple helix in uitvoering
De uitvoering van de Economische Agenda is georganiseerd binnen de gemeenschappelijke regeling Perspectief Groningen en Noord-Drenthe. Het bestuur van dit openbaar lichaam bestaat uit de kroonbenoemde bestuurders. Dat zijn de burgemeesters, de dijkgraven en de commissaris van de Koning van de provincie Groningen. Het openbaar lichaam stelt met het meerjarig uitvoeringsplan (iedere vijf jaar) en met een jaarplan per jaar een uitvoeringsopdracht vast. Deze plannen moeten passen binnen de vastgestelde Economische Agenda en bevatten heldere kaders en maatregelen voor de ontwikkelfase en de uitvoering.
De stichting
Het meerjarig uitvoeringsplan en de jaarplannen, inclusief voorstellen voor uitvoerende partijen, worden opgesteld vanuit de stichting. De stichting heeft een zogenoemde triple helix-samenstelling. Dat betekent dat bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden samen vertegenwoordigd zijn. Elk draagt drie bestuursleden aan met expertise en gezag. In de jaarplannen staat concreet hoe de stichting de opdracht uitvoert en welke (aanvullende) middelen nodig zijn om de ambities waar te maken. De uitvoering kan plaatsvinden door de stichting zelf, door de overheden of (met een opdracht aan) uitvoerings organsaties zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) of de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM).
Uitvoeringsstructuur > 20
21 Volksvertegenwoordigers
Stellen kaders, geven zienswijzen en ontvangen verantwoording over de resultaten
provincie gemeenten
waterschappen
Nemen besluiten over inhoudelijke plannen
Openbaar lichaam
Kroonbenoemden
commissaris van de Koning Groningen
burgemeesters van de gemeenten
agendalid: Rijksoverheid
Geven een zwaarwegend advies over de plannen
Portefeuillehouders economie van de overheden
Stichting
dijkgraven van de waterschappen
agendalid: Provincie Drenthe
Werkt Economische Agenda uit in meerjarige uitvoeringsplannen en jaarplannen. En geeft advies over de uitvoering.
overheden
onderwijs
ondernemers
Dit eerste meerjarig uitvoeringsplan heeft een aangepaste looptijd van 2026 tot en met 2028. De besluitvorming loopt tegelijk met de besluitvorming over de gemeenschappelijke regeling en de oprichting van de stichting. Dit gaat als volgt: • In de regio verloopt de besluitvorming via de colleges en dagelijkse besturen van gemeenten, provincie en waterschappen. •
De Stuurgroep Economische Agenda brengt advies uit aan de colleges.
•
De volksvertegenwoordigingen kunnen zienswijzen indienen.
•
Vervolgens legt de kwartiermaker het uit voeringsplan voor aan het openbaar lichaam voor definitieve besluitvorming.
•
De kwartiermaker verricht voor dit uitvoeringsplan het voorbereidende werk dat later door de stichting wordt overgenomen.
•
Het uitvoeringsplan wordt aan Rijkszijde vastgesteld in de ministerraad.
3.2.2 Toegevoegde waarde van de agenda
Deze nieuwe manier van uitvoeren biedt kansen en heeft duidelijke meerwaarde ten opzichte van bestaande werkwijzen. De stichting vervult daarbij een bijzondere rol, gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. De stichting kan extern publiek of privaat kapitaal mobiliseren door de vraag te stimuleren en investeringsrisico te verkleinen. 2. De stichting beschikt over aanvullende expertise, mandaat en strategische partners om plannen investeerbaar en uitvoerbaar te maken. 3. De stichting kan doelgericht en efficiënt besluiten nemen tot financiering en ontwikkeltrajecten. 4. De stichting staat op gepaste afstand van overheden, maar is ook dichtbij voor goede afstemming, agendering en verantwoording. 5. De stichting ontwikkelt kennis en netwerken binnen en buiten de regio en zet middelen in als aanvulling op, of in combinatie met, bestaande middelen van andere organisaties.
22
a g e e h n c s
Besluitvorming
d
i
De stichting legt jaarlijks verantwoording af aan het openbaar lichaam. Het openbaar lichaam legt vervolgens verantwoording af aan de deelnemende overheden en hun volksvertegenwoordigingen.
gs rin p
a d tvoe i u
23
econo lan
4. Van agenda naar meerjarig uitvoeringsplan De Economische Agenda vormt de basis voor de economische structuurversterking van Groningen en Noord-Drenthe. In de agenda staan de doelen, randvoorwaarden en gekozen richting. Daarmee is de agenda het vertrekpunt voor het meerjarig uitvoeringsplan als de eerste stap naar een uitvoeringsstrategie.
Djewels 24
25 generieke inzet
thematische inzet Duurzame energie
atische inze
t
Onderwijs, kennis en arbeidsmarkt Landbouw Ruimte voor bedrijvigheid Gezondheid Digitalisering Industrie
em
Profilering
th
Vrijetijdseconomie
n
e e k
G e n e ri e
4.1 De agenda als breed vertrekpunt
Met deze 20MW waterelektrolyser is het mogelijk om op grote schaal groene waterstof te produceren voor het verduurzamen van de industrie.
Om de gestelde doelen te halen, koos de Economische Agenda voor generieke en thematische inzet. De generieke inzet richt zich, net als het Rapport Wennink 2, op cruciale en voorwaardelijke onderwerpen die de economische structuur en het verdienvermogen van de regio versterken. De ge kozen thema’s sluiten aan bij waar Groningen en Noord-Drenthe al goed in zijn, of waarin de regio zich verder wil ontwikkelen. Met bestaande, sterke ecosystemen en de kans om gelijkwaardig bij te dragen aan de nationale economie en Europese positie van Nederland ten opzichte van andere regio’s. De agenda is hiermee breed opgezet en de stand van uitwerking verschilt per onderwerp. Soms is al veel werk verricht vanuit een bestaande samenwerking en is er op een concrete volgende stap. In veel gevallen is dat nog niet zo. De kans is dan wel zichtbaar, maar de weg naar een concreet uitvoerbaar plan vraagt uitwerking.
2. ‘De route naar toekomstige welvaart’ - Peter Wennink (2025)
Met focus op de drie ambities en twee voorwaarden kunnen we: • Prioriteiten stellen. • De inzet gefaseerd opbouwen. • Aansluiten bij al lopende initiatieven.
Niet alle onderwerpen uit de agenda kunnen tegelijk worden ontwikkeld. De verschillende onderwerpen en status van ontwikkelingen zorgen ervoor dat deze verschillen in hun mate van concreetheid. Dit betekent dat sommige ideeën rijp en concreet zijn, en leiden tot projecten. Andere projecten zijn een kans die nog moeten worden uitgewerkt. Op basis van de brede agenda heeft de stichting nadere kaders, richting en armslag nodig om als ontwikkelmotor te functioneren. Er is daarom gekozen voor drie samenhangende ambities waar het uitvoeringsplan mee aan de slag gaat. Daarbij hebben we twee voorwaarden benoemd die van belang zijn om onze ambities te bereiken. De Economische Agenda is steeds het kader geweest op basis waarvan keuzes zijn gemaakt. We vertalen de generieke en thematische onderwerpen uit de Economische Agenda naar concrete plannen. We gaan in op waar al aan gewerkt wordt en waar we mee aan de slag gaan. Een gedetailleerd overzicht van alle onderwerpen, inclusief maat regelen en activiteiten van de stichting is te lezen in de bijlagen 8.1 tot en met 8.1.15.
4.2.1 Ambitie 1: Ontwikkelen en toepassen van technologie
Technologie en technologische innovatie zijn de belangrijkste krachten achter een toekomstige
26
me eris to
4.2 Ambities voor 2026 – 2028
tec
gie ta l e n olo t hn
Dit eerste meerjarig uitvoeringsplan brengt focus aan. In de eerste jaren werken we aan onze ambities op technologie, talent en toerisme. Technologie is een belangrijke versneller in samenhang met talent (arbeidsmarkt, vaardigheden, regionale binding) en toerisme (regionaal verdienvermogen, zelfbewustzijn, vestigingsklimaat en leefkwaliteit). Twee voorwaarden zijn van doorslaggevend belang om onze ambities te bereiken: een goed vestigingsklimaat en ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf (mkb) en aandacht voor zelfbewustzijn, imago en profiel.
en duurzame economische groei. Ze versterken onze productiviteit en het verdienvermogen van de regio. Zoals Wennink in zijn rapport aangeeft, vormen technologie en innovatie de ruggengraat van de grote transities van deze eeuw. Daarom richt dit uitvoeringsplan zich op het stimuleren en toepassen van nieuwe technologieën in de praktijk. Binnen de ambitie technologie zien we innovaties op vele onderwerpen. We hebben daarom een onderverdeling gemaakt en benoemen vijf terreinen waarbinnen technologie een grote rol speelt en gaat spelen in de toekomst: duurzame energie, industrie, digitalisering en AI, gezondheid en landbouw.
Duurzame energie
Beschikbaarheid van betaalbare duurzame energie en een brede energiemix zijn de belangrijkste randvoorwaarden voor economische ontwikkeling in Groningen en Noord-Drenthe. Door netcongestie en toenemende schaarste aan energie is innovatie en slimmer gebruik van verschillende energie stromen nodig. Het uitvoeringsplan investeert daarom in duurzame energie, waterstof en energiehubs om het energiesysteem toekomstbestendig te maken en de positie van de regio in de Europese energievoorziening verder te versterken. Noord-Nederland heeft door de gaswinning altijd een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse en Europese energievoorziening. De Eemshaven is bovendien één van de belangrijkste energiehavens van Europa. Door te investeren in innovatieve
27
e
De dr i
ies bit am
Technologie
Toerisme
Vestigin gsklim aat e
Brede welvaart
no nd
nh
et m
id d e n -
e n klein b Zelfbew
energiebronnen én industriële toepassingen met hoge technologische waarde kan de regio deze positie versterken. We stellen via het Fonds Economische Agenda Startkapitaal financiering beschikbaar voor innovatieve scale-ups, bedrijven en projecten op het gebied van energietechnologie.
Waterstof
Waterstof wordt een noodzakelijk onderdeel van de toekomstige energiemix. Onze regio wil klaar zijn om hiervan te profiteren zodra de ontwikkelingen echt op gang komen. Daarom investeert de Economische Agenda in waterstof. Het project Djewels bouwt op het Chemiepark Delfzijl een 20 megawatt water elektrolyser. Met nieuwe technologie produceert deze installatie groene waterstof uit duurzame elektriciteit en water. Deze waterstof helpt de industrie op het chemiepark te verduurzamen, energie op te slaan en stroom op te wekken, bijvoorbeeld voor duurzame mobiliteit. We verwachten dat de fabriek eind 2027 operationeel is.
e dr
ri n
eu
va
ijf
ij n ustz
le
st
ng
g
er
Talent ni
, im
ag
o
p en
ro
fi
Tegelijkertijd sluit de Economische Agenda aan bij onderzoeken van marktpartijen naar de mogelijkheden voor een blauwe waterstoffabriek (250– 300 megawatt) in de Eemshaven. De haalbaarheid van dit initiatief vraagt om een zorvuldige beoorde ling. Daarbij kijken we naar drie samenhangende factoren: De uitvoerbaarheid en schaal van productie. 1. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van transport en infrastructuur. 2. De kostprijs en marktvraag van eindgebruikers. Met de martkpartijen verkennen we de haalbaarheid op deze drie factoren. De intentie is om de waterstoffabriek gezamenlijk te realiseren en de strategische positie van de regio binnen de nationale water stofontwikkeling te versterken.
Inzet op medische technologie
28
29
Foto: IMDS Roden
Met innovatieve technologie ontstaan nieuwe mogelijkheden voor specialistische behandelingsopties.
Energiehubs
(Duurzame) energie is een belangrijke motor voor de industrie en het regionale mkb. Het draagt ook bij aan leefbaarheid en brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe. Daarom zet de Economische Agenda in op lokale energiehubs en een brede energiemix. De eerste stappen zetten we rond de Eemshaven en Oosterhorn, in samenhang met de Portlands Campus Groningen. Het doel is om te werken aan een robuuste en betaalbare duurzame energievoorziening voor bestaande en nieuwe bedrijven. Met speciale aandacht voor het IndustrieCluster Oost-Groningen wil de Economische Agenda het vestigingsklimaat voor nieuwe maakindustrie versterken. Bij alle energie-initiatieven kijken we nadrukkelijk naar de ruimtelijke impact en veiligheid. De stichting wil helpen om de slagkracht van initiatieven en organisaties in het noorden en bij het Rijk te vergroten. Zij ondersteunt de regionale ambitie en investeert, onder de juiste voorwaarden, in duurzame energie. Daarnaast stimuleert en faciliteert de stichting structurele samenwerking rond energie, en ondersteunt waar nodig. Daarbij bouwen we voort op onze sterke kennispositie en ontwikkelen we die verder. De Hydrogen Valley Campus Europe en de New Energy Coalition spelen hier een belangrijke rol.
Industrie
De industrie in Noord-Nederland staat voor grote uitdagingen op het gebied van innovatie, productie en opschaling. Dit uitvoeringsplan richt zich daarom op drie industriesectoren waarin de regio een unieke uitgangspositie heeft: de maritieme maakindustrie, de chemische procesindustrie en biobased bouwen. Door samenwerking, innovatie en gerichte ondersteuning wil de agenda het regionale verdienvermogen versterken en bij dragen aan een toekomstbestendige industrie.
De industrie ziet diverse uitdagingen op zich afkomen: hoge energieprijzen, netcongestie, beschikbaarheid van voldoende zoetwater en stikstofproblematiek, lange vergunningstrajecten, inconsistent beleid, een tekort aan heldere randvoorwaarden en risicokapitaal. De stichting onderzoekt hoe het de industrie in Noord-Nederland kan helpen om deze uitdagingen op te lossen.
Maritieme sector
De maritieme sector heeft zich verenigd in de Digital Green Maritime Coalition (DGMC). Doel van deze coalitie is om de nationale en internationale strate gische relevantie van de sector te versterken. De ambitie is een intensieve regionale samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden
30
gericht op een toekomstbestendig maritiem ecosysteem. Deze samenwerking stelt het regionaal verdienvermogen centraal en stelt de sector in staat te verduurzamen en te innoveren. Hierdoor ontstaat meer ruimte om talent aan te trekken en te behouden. De stichting omarmt deze ambitie. De stichting onderzoekt samen met de Digital Green Maritime Coalition belangrijke ontwikkelingen in de markt. We kijken daarbij naar de haalbaarheid van kansrijke ontwikkelingen in de maritieme sector, zoals: • De vergaande robotisering in de scheepsbouw. •
De doorontwikkeling van modulematige scheepsbouw.
•
De ‘Werf van de Toekomst’. Deze buitendijkse werf biedt directe toegang tot diep vaarwater. Daardoor kan grootschalige scheepsbouw, offshore logistiek en maritieme assemblage zonder beperkingen plaatsvinden.
Belangrijke ontwikkelingen in een tijd waarin Nederland zich steeds sterker positioneert in duurzame maritieme innovatie, offshore wind energie en defensie-logistiek. Onze regio ligt aan de Eems, dicht bij de Duitse industrieclusters en heeft daardoor een unieke uitgangspositie. De maritieme sector staat voor belangrijke veranderingen. Van traditionele scheepsbouw ontwikkelt het zich naar een digitaal, modulair en gerobotiseerd productieproces. Dit maakt dat de sector bij de bouw van schepen beter voorbereid is op nieuwe energieconcepten en efficiënter gebruik van middelen. In lijn met de Sector Agenda Maritieme Maak Industrie moet robotisering leiden tot een structurele verlaging van de arbeidskosten bij cascobouw met 10 tot 15% in 2030 ten opzichte van 2023. Hiermee kan de maritieme maakindustrie haar concurrentiepositie behouden en versterken. Bedrijven in de maritieme sector hebben soms moeite om de voorfinanciering van bouworders rond te krijgen. Stijgende kosten voor bijvoorbeeld materialen zorgen ervoor dat productie of afbouw onder druk komt te staan en kansrijke opdrachten uitblijven. Daarom onderzoekt de Economische Agenda de mogelijkheden en voorwaarden van een revolverend garantiefonds voor de maritieme sector. Zo kan de slagkracht en het verdienvermogen van de sector een belangrijke impuls krijgen.
Een robot doet laswerk in de scheepsbouw (AI-gegenereerd)
31
Chemische procesindustrie
Binnen de chemische procesindustrie wordt continu gewerkt aan innovatie en aan toepassing van nieuwe schone technologieën. Het doel is om de positie van de chemische industrie in Noord-Nederland te versterken door werkprocessen te verduurzamen en over te stappen op duurzame grondstoffen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de industrieclusters in Heerenveen en Emmen. Ook is het gebied Delfzijl-Eemshaven-Emmen een belangrijke speler in de chemische industrie, energieproductie en productie van kunststoffen, vezels en metalen.
Het behouden en versterken van deze industrieclusters vraagt om voortdurende inzet. Overheden werken daarom samen met bedrijven, financiers en andere betrokken partijen aan plannen. Dit moet sneller en op grotere schaal gebeuren. Een goed voorbeeld van zo’n versnelling is het initiatief 10x10x10 van Chemport Europe. Dit initiatief laat zien hoe de overgang van een lineaire naar circulaire industrie kan worden opgeschaald. Het doel is om de komende tien jaar 1 miljard euro te investeren in de ontwikkeling van een circulaire, groene chemie. De Economische Agenda draagt hieraan bij door risicokapitaal en ontwikkelcapaciteit beschikbaar
te stellen, onder meer via het Fonds Economische Agenda Startkapitaal. Daarnaast richt de agenda zich op belangrijke randvoorwaarden, zoals sterke campussen als Portlands, aantrekkelijke regiokernen en toegang tot aanvullende vormen van financiering. Hierbij werkt de agenda nauw samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Biobased bouwmaterialen
In de toekomst neemt het gebruik van biobased bouwmaterialen toe. Naast het stimuleren van de vraag door bijvoorbeeld de uitvoering van de Isolatieaanpak (Nij Begun-maatregel 29), versterking en nieuwbouw, vraagt het om geschikte gewassenteelt zoals vezelhennep en voldoende verwerkingscapaciteit. Het grootschalig toepassen van biobased bouwmaterialen biedt kansen voor de landbouw. Boeren krijgen een beter en stabieler verdienmodel door de teelt van bruikbare gewassen. Daarmee ontstaat nieuwe werkgelegenheid, met name ook voor praktisch geschoolde mensen. Noord-Nederland kan zich daarmee ontwikkelen tot landelijke proeftuin voor biobased bouwen. Van teelt en productie tot toepassing in de bouw. Ook erfgoed, demonstratieprojecten en onderzoek spelen hierin een rol. Samen met regionale partners,
In de toekomst stijgt het gebruik van biobased bouwmaterialen zoals Building Balance, werken we aan het ontwikkelen van de regionale keten van biobased bouwen en bekijken we waar de Economische Agenda een plus kan leveren. Tot slot volgen wij de ontwikkelingen rond carbon credits als verhandelbare certificaten voor vermeden CO₂-uitstoot. Deze kunnen de keten versterken en zorgen voor een aanvullend verdienmodel.
Digitalisering en AI
Digitalisering en kunstmatige intelligentie (AI) zijn van groot belang voor het toekomstig verdien vermogen van Groningen en Noord-Drenthe. Door samen de Nederlandse AI-fabriek naar de regio te halen en te investeren in een sterke digitale infrastructuur, versterken we onze leidende positie binnen het Nederlandse en Europese AI-ecosysteem. De AI-fabriek biedt bedrijven, kennisinstellingen en overheden een plek om AI-toepassingen te ontwikkelen, op te schalen en internationaal samen te werken. Daarmee positioneren wij ons als hét Europese knooppunt voor betrouwbare, veilige en toepasbare AI. Een plek waar talent, technologie en ondernemerschap samenkomen en waar nieuwe standaarden worden gezet voor mensgerichte en verantwoorde digitalisering.
Technologische soevereiniteit van Europa
Als onderdeel van een Europees netwerk van AI-fabrieken is dit initiatief een beslissende stap richting technologische soevereiniteit van Europa. In een wereld waarin veel digitale infrastructuur wordt beheerd door spelers uit de Verenigde Staten en China, bouwen wij aan een krachtig, autonoom en concurrerend Europees alternatief. Europese
32
bedrijven besteden momenteel jaarlijks 264 miljard euro aan Amerikaanse clouddiensten en software. Dat geld kan ook worden ingezet om onze eigen innovatiekracht, data-infrastructuur en economische groei te versterken. De ontwikkeling van een nationaal en Europees AI-ecosysteem, gebaseerd op soevereiniteit, veiligheid en economische weerbaarheid, is daarmee niet alleen een ambitie, maar een strategische noodzaak. Wij zien de verbinding met neuromorfe technologie en initiatieven zoals CogniGron, waar wordt gewerkt aan energiezuinige computers die zijn geïnspireerd op de werking van het menselijk brein. Deze technologie maakt een nieuwe generatie AI-systemen mogelijk die krachtiger én efficiënter zijn. Door deze ontwikkeling te koppelen aan de AI-fabriek, vergroten we onze rekenkracht en bouwen we als regio aan een sterke, onderscheidende en duurzame AI-infrastructuur voor de toekomst.
Digitale campus en expertisecentrum
De AI-fabriek is een belangrijke eerste stap. De volgende fase is het versterken van het regionale AI-ecosysteem. Hiervoor is, naast coördinatie, aandacht nodig voor drie belangrijke randvoorwaarden: talent, vraag en rekenkracht. Samen vormen ze het vliegwiel dat ervoor zorgt dat AI van waarde wordt voor iedereen. Voor bedrijven, kennisinstellingen, overheden en inwoners. AI is de technologie waarmee we het toekomstig verdienvermogen vergroten. Groningen en Noord-Drenthe hebben hiervoor al een flinke basis gelegd. Dit levert nu al belangstelling op van Europese data en AI-partijen om zich aan te verbinden.
33 De voormalige Niemeyer Tabaksfabriek in Groningen groeit uit tot een levendige plek waar technologie, kennis en ondernemerschap samenkomen. Als AI-campus wordt het Niemeyergebouw een ontmoetingsplek voor het delen van ideeën en het in gang zetten van nieuwe ontwikkelingen. Ook komt hier het expertisecentrum van de AI-fabriek. Dat is belangrijk voor de verdere groei van het ecosysteem. Bedrijven die zelf nog weinig kennis hebben van AI, krijgen hier laagdrempelig toegang tot kennis en ondersteuning bij het toepassen van verantwoorde software en AI.
bij het trainen, produceren, hosten en toepassen van AI-modellen. Daarbij is het belangrijk dat de opbrengsten niet alleen bij bedrijven terechtkomen, maar ook waarde opleveren voor de samenleving. De Economische Agenda omarmt het regionale initiatief. Het AI-ecosysteem heeft versterking nodig om goede ideeën uit te laten groeien tot succesvolle bedrijven. Om investeerders aan te trekken, moeten er eerst bedrijven zijn waarin zij kunnen investeren. Daarin nemen bestaande organisaties en het consortium rond de AI-fabriek nu het voortouw. De stichting stimuleert de ontwikkeling van een accelerator, een bedrijvenbouwer (Venture Builder) die helpt om nieuwe bedrijvigheid te realiseren. Op dit moment blijft privaat kapitaal nog achter, omdat er te weinig kansrijke startups zijn. Een accelerator kan dit doorbreken. Startups krijgen dan niet alleen toegang tot kennis, maar ook tot financiering en een sterk netwerk.
Het expertisecentrum biedt workshops, begeleiding en advies op maat bij het invoeren van AI in de praktijk. Ondernemers, AI-experts, studenten, onderzoekers, kunstenaars en ontwerpers werken hier samen aan concrete vraagstukken. In het Niemeyergebouw combineren we technologie met cultuur en creativiteit. Dat zorgt voor een inspirerende omgeving waarin technologie en menselijke verbeelding elkaar versterken.
De inzet op AI
Talent
3
ra
c
ht
2
ag
1
ra
A
ysteem s o c e I
R ekenk
gwiel voor e i l V he t
De inzet op AI gaat nadrukkelijk gepaard met bijvoorbeeld aandacht voor passende netcapaciteit, fysieke ruimte, beschikbaar talent en maatschappelijke inbedding. Daarnaast is het voor het AI-ecosysteem erg belangrijk dat er een schaalbare productiefaciliteit voor AI-toepassing komt. In Groningen en Noord-Drenthe liggen kansen om computerkracht op een slimme, duurzame wijze te organiseren. We willen een digitale infrastructuur bouwen die helpt
De ambitie is om in tien jaar tijd minimaal 1.000 AI-startups op te richten en te ontwikkelen. Samen moeten zij een waarde hebben van meer dan 10 miljard euro en zorgen voor 5.000 tot 10.000 nieuwe banen. De Economische Agenda helpt dit mogelijk te maken door ontwikkelingen aan te jagen, en partijen te verbinden. Een voorbeeld is het opzetten van een high-level ontwikkelraad die zorgt voor coördinatie binnen het ecosysteem. Deze raad ondersteunt de triple helix-samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid.
V
Niemeyer campus 34
35
Hier komen de AI-campus en het expertisecenturm van de Nederlandse AI-fabriek. Samen vormen zij het kloppend hart van innovatie op het gebied van kunstmatige intelligentie.
We zetten actief in op praktische toepassingen van AI in onder andere de zorg, landbouw, energie, maakindustrie en de publieke sector. Hieronder drie voorbeelden: • Nationale AI-Agenda voor landbouw, voedsel en natuur: Gezonde bodem, data en AI vormen de basis voor de landbouw van de toekomst. Het ontwikkelen van slimme sensortechnologie voor bodemkwaliteit, AI-gedreven systemen voor precisielandbouw en dataplatformen kunnen boeren helpen bij het maken van keuzes. Met monitoring van gewasgroei, bodemvocht en nutriëntenniveaus kunnen opbrengsten stijgen terwijl het gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen afneemt. Dat versterkt het verdienvermogen van boeren, de beschikbaarheid van gezond voedsel en het herstel van de natuur. De koppeling tussen AI-innovatie en de agrarische sector versterkt de positie van de regio als kennis- en innovatiehub voor duurzame landbouw. AI-toepassingen voor deze sector zijn alleen mogelijk bij voldoende beschikbaarheid van zoet water. •
Shaping the Future of Work: Samen met vakmensen ontwikkelen en testen we slimme robotica en digitale hulpmiddelen op de werkvloer. Denk aan robots die zwaar werk verlichten, AI-assistenten die werkprocessen verbeteren, en trainingen in virtuele realiteit. Zo gaat techno logische vooruitgang hand in hand met het behoud en versterken van vakmanschap. Door werknemers vanaf het begin te betrekken ontwikkelen we technologie die écht aansluit bij de praktijk. De Economische Agenda stimuleert en ondersteunt dit programma, samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
•
Vrouwkracht: We gebruiken data, bijvoorbeeld uit Lifelines om uitval van vrouwen rond zwangerschap en overgang te verminderen. Met als doel de gezondste vrouwen van Nederland, halvering van uitval in zorg en onderwijs, en de regio als dé plek voor kennis en data rond vrouwengezondheid en FemTech.
Digitale weerbaarheid van mkb-ondernemers
Digitalisering biedt kansen, maar brengt ook digitale kwetsbaarheden mee. Daarom werken we binnen de brede digitaliseringsagenda aan de digitale weerbaarheid van mkb-ondernemers. Samen met partijen zoals de Hanze en Samenwerking Noord onderzoeken we hoe ondernemers beter ondersteund kunnen worden. Denk aan hulp bij cyber beveiliging, veilig omgaan met data en het versterken van hun digitale infrastructuur. Zo kunnen ook
36
kleinere bedrijven profiteren van de digitale transitie zonder onnodige risico’s te lopen. Voorwaarde voor de bijdrage vanuit het meerjarig uitvoeringsplan is dat de ondersteuning voor concrete impact bij ondernemers zorgt.
Snel internet
Snel internet is een basisvoorwaarde om mee te kunnen doen en te kunnen ondernemen in een digitale wereld. Een voorwaarde die voor iedereen in het Nij Begun-gebied beschikbaar moet komen om te kunnen werken, ondernemen en innoveren in de economie van de toekomst. De Economische Agenda draagt financieel bij aan het project ‘Snel Internet Groningen’ van de provincie Groningen om 4.000 adressen in buitengebieden aan te sluiten op glasvezel voor snel en betrouwbaar internet. Daarmee wordt een achterstand ingehaald. Voor de resterende 1.000 adressen zoeken de regionale overheden een passend alternatief. Een glasvezelaansluiting zorgt hier voor disproportionele kosten.
Snel internet voor iedereen in het Nij Begun-gebied
Concrete AI-toepassingen: van gezondheidszorg tot landbouw
Gebiedsvisie Healthy Ageing Campus
37
Gezondheid
Noord-Nederland beschikt over een sterke kennis basis en innovatieve bedrijven op het gebied van gezondheid. De regio staat bekend als Healthy Ageing-regio. De Economische Agenda bouwt hierop voort door de groei van bestaande bedrijven te stimuleren en nieuwe ideeën te ondersteunen. Dit uitvoeringsplan richt zich vooral op twee onderwerpen waar de regio al sterk in is en een groot economisch potentieel heeft: gezondheidsdata en AI en biomedische technologie. Dit maakt de regio aantrekkelijker voor bedrijven om zich hier te vestigen.
Biomedische technologie en data gedreven innovatie
Biomedische technologie en data gedreven innovatie veranderen de gezondheidszorg wereldwijd ingrijpend. Gezonde en vitale inwoners zijn daarbij niet alleen de basis voor betere zorg, maar ook voor brede welvaart, arbeidsproductiviteit en economische groei. Noord-Nederland heeft in dit internationale speelveld een toonaangevende uitgangspositie met Lifelines. Dit is de grootste multigenerationele biobank van Europa, met 167.000 deelnemers, acht miljoen onderzoeks monsters en inmiddels meer dan 750 wetenschappelijke publicaties. Deze unieke kennis en data
bieden ongekende kansen. Door AI en gezondheidsdata slim in te zetten kunnen we preventie strategieën ontwikkelen, diagnoses sneller stellen en behandelingen verbeteren.
AI-Ecosysteem
Met de komst van de AI-fabriek, de ontwikkeling van Datapoort en de verdere uitbouw van Health Data Valley bouwen we aan een ecosysteem. Hierin werken wetenschap, publieke partners en bedrijfsleven samen om data en kennis niet alleen te benutten voor maatschappelijke impact, maar ook verantwoord te vermarkten. Zo kan Lifelines uitgroeien tot een structurele motor voor innovatie en economische ontwikkeling. Tegelijk staat Lifelines voor de opgave om deze waarde op een ethisch verantwoorde en financieel duurzame manier te verzilveren. Als dit lukt, ontstaat een solide basis om het programma langdurig met meer zelfstandigheid te borgen. De Economische Agenda draagt, samen met het Rijk, in die volgende fase graag bij aan de verdere ontwikkeling.
Zorginnovatie en data-gedreven oplossingen binnen de biomedische technologie kunnen worden ontwikkeld, opgeschaald en vermarkt als motor voor zowel maatschappelijke als economische waarde. De regio bouwt daarbij voort op de sterke positie van
LIFE Cooperative. In dit netwerk werken overheden en onderzoeks-, kennis- en onderwijsinstellingen samen met zo’n 60 mkb-bedrijven op het gebied van gezondheid en medische technologie. De gezamenlijke industrie-agenda is een voorbeeld van een ambitie gericht op uitvoering. Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) leveren internationale kennis op het gebied van diagnostiek, beeldvorming en polymeerchemie. Groningen en Noord-Drenthe onderscheiden zich door unieke toegang tot klinische onderzoeksfaciliteiten, specialistische expertise over toepassingen van polymeren en de duidelijke focus op gezond ouder worden.
Rond de toekomst van het landelijk gebied speelt veel. Hierover wordt bijvoorbeeld gesproken binnen het Ruimtelijk Arrangement en de NOVEX-aanpak, de Agro Agenda Noord-Nederland en het programma Toekomst Landelijk Gebied. Alle inzet is gericht op duurzame verdienmodellen voor de landbouw die samengaan met oplossingen voor grote maatschappelijke opgaven zoals voedsel zekerheid en gezonde voeding. Als agroregio moeten wij ons verhouden tot de toenemende vraag naar eiwitten en de verwerking hiervan. Waterbodem sturend werken is van belang. Met oog voor voldoende zoet water, het tegengaan van verzilting en omgaan met verdroging.
Het uitbouwen van onze sterke positie op bovenstaande terreinen moet niet alleen economisch verdienvermogen met zich meebrengen maar ook een verbeterde gezondheid in de regio. De Economische Agenda ondersteunt de regiocampus Gezond Leven bij het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda. Met deze middelen kunnen zij aanhaken bij het Masterplan Campussen. We onderzoeken de haalbaarheid om op deze campus de datagedreven gezonheidszorg en (bio)medische technologie in samenwerking met bedrijfsleven te verlaten maar toepassinge op het gebied van preventie en care-tech.
De doelstellingen vanuit de Economische Agenda sluiten aan op de bestaande programma’s zoals Toekomst Landelijk Gebied, de Agro Agenda Noord-Nederland en het Agro-programma voor het versterkingsgebied. Samen werken we aan een toekomstbestendige landbouwsector en een vitale plattelandseconomie. We richten ons het komende jaar op het vinden van de goede aansluiting van de Economische Agenda bij de toekomst van het landelijk gebied. Om samen met de betrokkenen te bepalen waar deze aansluiting het meest waardevol is.
Landbouw
Met goede monitoring minder gebruik van bestrijdingsmiddelen (AI-gegenereerd)
De Economische Agenda wil bijdragen aan de positie van Noord-Nederland als toonaangevende regio waar landbouw en natuur duurzaam in balans zijn. Door in het uitvoeringsplan in te zetten op duurzame verdienmodellen, innovatie en een veerkrachtig landelijk gebied werken we ook aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven zoals voedselzekerheid, waterbeheer en klimaatadaptatie.
De Economische Agenda zet daarnaast al actief in op de combinatie van landbouw en AI. Met slimme data-toepassingen en precisielandbouw kan de productie verduurzamen, verbetert de kwaliteit van voedsel en ontstaat een gezondere leefomgeving. Dit versterkt niet alleen de agrarische sector, maar helpt ook om de regio sterker te profileren als gezonde regio.
38
39 4.2.2 Ambitie 2: Talent opleiden, benutten en behouden Het behoud, de ontwikkeling en het aantrekken van talent is een belangrijke voorwaarde voor het economisch toekomstvermogen van Groningen en Noord-Drenthe. Dit uitvoeringsplan sluit aan bij de herijking van onderwijs, kennis en arbeidsmarkt en richt zich vooral op een betere aansluiting tussen talentontwikkeling en de vraag van het bedrijfsleven. Zo werken we aan vaardigheden, een sterke leercultuur en een arbeidsmarkt die beter aansluit op de economie van de toekomst.
De Sociale en Economische Agenda versterken wat nodig is om talent te behouden, aan te trekken en te ontwikkelen. Hiervoor is inzet nodig op het gebied van onderwijs, kennis en arbeidsmarkt. De Economische Agenda is aanvullend op de bestaande inzet vanuit regionale opleiders, kennisinstellingen en de arbeidsmarktregio. Deze inzet wordt op dit moment herijkt, onder andere naar aanleiding van veranderde wettelijke taken voor de arbeidsmarktinfrastructuur. De arbeidsmarktregio handelt voortvarend door niet alleen de gevraagde bestuurlijke wijzingen door te voeren, maar ook een vernieuwde inhoudelijke strategie te ontwikkelen. Daarnaast wordt er gewerkt aan een mbo-strategie. Vanuit de Economische Agenda verwelkomen we deze autonome (strategische) herijking. Zonder deze eenduidige koers is het vormgeven van samenwerking en realiseren van een plus via de Economische Agenda niet mogelijk. Alleen zo zetten we de stap naar talentontwikkeling gericht op vaardigheden en aansluiting bij de markt.
Vraag vanuit het bedrijfsleven
Omdat andere partijen (wettelijk) verantwoordelijk zijn voor investeringen in onze regionale arbeidsmarkt en voor het aanbieden van onderwijs, kiest de Economische Agenda voor een focus op de vraag vanuit het bedrijfsleven. Daarom zet de Economische Agenda gericht in op drie samenhangende terreinen: 1. Meer talent interesseren voor een opleiding in techniek, zorg en ondernemerschap: sectoren waar tekorten zijn én kansen liggen. 2. Het onderwijs beter laten aansluiten op wat bedrijven nodig hebben.
Masterplan Campussen
Centraal staat het Masterplan Campussen en de uitvoering daarvan. Het masterplan richt zich op het ontwikkelen en behouden van talent door het innovatievermogen te vergroten op acht locaties3. Dat gebeurt door kennis, onderzoek, onderwijs en praktijk beter met elkaar te verbinden, met extra aandacht voor het mkb. Zodra de stichting is opgericht, gaat het opdrachtgeverschap van het Masterplan Campussen over naar de stichting. Zo zorgen we voor duidelijke aansturing en een gezamenlijke uitvoering, waar alle betrokken organisaties vanuit hun eigen kennis en expertise aan bij kunnen dragen. Het doel blijft een open systeem voor campusontwikkeling, waarop initiatieven kunnen aansluiten en weer kunnen stoppen als dat nodig is. Voor dit open systeem worden voorwaarden en een afwegingskader opgesteld die voor alle campus plannen gelden in de regio. De werkwijze vanuit de Campus Coalitie blijft daarbij het uitgangspunt. De Economische Agenda investeert nu al extra middelen voor de eerste haalbaarheidsstap voor nieuwe campusontwikkelingen die reeds zijn benoemd in de Economische Agenda: • Een campus rond Groningen Airport Eelde, gericht op werktuigbouwkunde, energie en luchtvaart. • Een gezondheidscampus bij het Ommelander Ziekenhuis Groningen in Scheemda.