CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Leefkwaliteit verbindt alles wat we bedenken & doen .pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 6 januari 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 3: Meerjarenprogramma's plenaire start34.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4

De VNG is nog in overleg met het Rijk over de uiteindelijke hoogte van de decentrale uitkeringen. De verwachting is dat daar in de loop van 2021 duidelijkheid over komt. Ten aanzien van de apparaatskosten is inmiddels afgesproken dat de huidige vergoeding gehandhaafd blijft voor 2021. 5 Vanuit het EU project Horizon 2020 Food Trails ontvangen wij een bijdrage van € 660 duizend gedurende looptijd van het project tot 2024. De wijze van uitbetaling is nog niet bekend.

20

Stap 1. Compensatie binnen het plangebied. Zo niet, dan Stap 2. Compensatie van groen in de buurt van het plangebied. Zo niet, dan Stap 3. Compensatie in de vorm van een storting in een fonds via vastgestelde bedragen in de APVG. Tabel 3 geeft de stand van zaken (peildatum 1 oktober 2020) van de stortingen en bestemmingen inkomsten sinds de start van het fonds. Stortingen komen terecht in het Stedelijk Investering Fonds (SIF). Tabel 3. Overzicht groencompensatiefonds tot 1 oktober 2020 (bedragen x €1.000) Storting vanuit project Woonrups Kempkersberg Engelse Park Aa-Kerkhof Fietspad Ringweg Noord Kerklaan

€

Bestemd voor project

€

8 Groeninrichting Helperpark

8

212 Groeninrichting Helperpark

212

4 Nog niet bestemd 100 Standplaats bomen St. Jansstraat e.o.

100

7 Nog geen bestemming

De Meeuwen

105 Nog niet bestemd

Totaal

436 Totaal

320

Op 1 oktober 2020 is er sinds oprichting van het groencompensatiefonds € 436 duizend gestort. Daarvan is inmiddels € 320 duizend gereserveerd of besteed aan vergroening van projecten. Er is € 116 duizend beschikbaar. In de gemeente vinden vele ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Vooralsnog is er vanuit een gering aantal projecten een storting gedaan in het fonds. De compensatie van groen is binnen veel projecten (of in de directe nabijheid ervan) te realiseren.

21

3. Meerjarenprogramma Wonen 2021-2024 3.1 Inleiding Vanuit het Programma Wonen werken we aan de uitwerking van onze nieuwe Woonvisie “een thuis voor iedereen”. Deze nieuwe woonvisie werd eind juni 2020 door uw raad vastgesteld. De Woonvisie geeft op dit moment de meest actuele visie voor de komende jaren. De opgaven voor de komende jaren staan beschreven in de woonagenda van de woonvisie. Ten tijde van het schrijven van dit Meerjarenprogramma Wonen (MJP) is een start gemaakt met het uitwerken van een groot deel van de opgaven. Doordat de woonvisie en het MJP dit jaar zo dicht op elkaar zitten betekent dit dat niet voor alle opgaven al resultaten te melden zijn. We melden daarom de voortgang en focussen vooral op de concrete activiteiten voor 2021. Daarnaast houden we het MJP beknopt voor wat betreft de langere termijn opgaven om niet teveel in herhaling te vallen met de inhoud van de woonvisie. Uitgangspunt van de woonvisie is dat we een gemeente willen zijn met een voortreffelijk woonklimaat voor iedereen: jong en oud, samenwonenden en alleenstaanden, gezinnen, ‘zelfredzamen’, ‘zorgbehoevenden’, inwoners die hier al hun hele leven wonen en zij die hier tijdelijk verblijven. In de woonvisie zijn de belangrijkste thema’s benoemd, namelijk: 1. 2. 3. 4. 5.

Bouwen, bouwen en nog eens bouwen maar wel met kwaliteit Binden door samenwerk: het woonakkoord Publieke regie en sturing: een gemeente voor iedereen Groningen en de Regio: verstedelijkingstrategie Nieuwe focus op doelgroepen

In de begroting en in voorgaande MJP’s rapporteerden we over 3 opgaven: faciliteren van de groei, de gemeente blijft leefbaar en aantrekkelijk voor bewoners en de energietransitie wordt versneld. Op basis van de nieuwe woonvisie zijn de opgaven opnieuw bepaald en zijn er opgaven bij gekomen. In dit MJP nemen we deze nieuwe opgaven op. Het gaat om de volgende opgaven: 1. 2. 3. 4.

Faciliteren van de groei: zorgen voor meer aanbod Extra aandacht voor doelgroepen Zorgen voor kwaliteit zowel voor woningen als in de woonomgeving Duurzaam en aandacht voor klimaatsverandering

Bij de laatste 2 opgaven ligt een nadrukkelijke link met de programma’s Leefkwaliteit en Energie. Tot slot verdelen we in dit MJP de intensiveringsmiddelen Wonen over verschillende opgaven voor 2021 en eventueel de jaren daarna.

3.2 Belangrijkste opgaven 2021-2024 en activiteiten 2021

22

23

3.2.1 Opgave: Faciliteren van de groei: zorgen voor meer aanbod De gemeente Groningen groeit en blijft voorlopig groeien. We koersen op 240.000 – 250.000 inwoners in 2028. Om te kunnen voorzien in de woonbehoefte van al die (doel) groepen ligt er een forse woningbouwopgave. Daarbij moeten we ook een inhaalslag maken om de lagere woningbouwaantallen uit de crisis te compenseren. Groei van het aantal woningen moet daarnaast zorgen dat de druk op de woningmarkt afneemt en daarmee ook de stijging van de woningprijzen. We zetten in op een netto toevoeging van 200 – 240 woningen sociale huurwoningen per jaar. Activiteiten 2021 Om de bovenstaande opgaven te realiseren zetten we in 2021 in op de volgende activiteiten: •

Versnellen van gebiedsontwikkelingen Een groot deel van onze woningbouwopgave landt in bestaand stedelijk gebied en in onze ontwikkelzones Suikerzijde, Stadshavens, Meerstad, Stationsgebied en Reitdiepzone. We zetten in op het versnellen van woningbouw en het vergroten van het aandeel sociale huur in de ontwikkelingsgebieden waarover nog geen harde afspraken zijn gemaakt. Hieronder geven we de belangrijkste ontwikkelingen in 2021 aan rondom onze ontwikkelzones en een aantal grotere projecten. o

o

o

o

De Held 3: Het is de bedoeling dat we begin 2021 een stedenbouwkundige visie hebben waarover we overeenstemming hebben met de ontwikkelaars. Dat betekent dat we naast de visie ook overeenstemming willen hebben over de financiën en de uit te voeren werken. In 2021 kunnen we dan bekijken of er een nieuw bestemmingsplan moet worden opgesteld, of dat er mogelijk (delen van) het huidige bestemmingsplan gehandhaafd kunnen worden. Mocht het zo zijn dat er een bestemmingsplan moet worden opgesteld dan zal ook dat in 2021 worden gedaan. De Suikerzijde: In de Suikerzijde werken we in stappen toe naar uitvoering en de bouw van onder meer woningen. Belangrijke stap is het afronden van de planologische procedures. In 2020 is de procedure van de Structuurvisie De Suikerzijde en het eerste bestemmingsplan in gang gezet. De procedure loopt door tot in 2021. Het is de bedoeling deze plannen medio 2021 aan de Raad ter vaststelling voor te leggen. Afhankelijk van eventuele beroepsprocedures kan in het najaar van 2021 begonnen worden met het grondwerk en het bouwrijpmaken van het eerste deelgebied. Naar verwachting kan in 2023 begonnen worden met het bouwen van woningen. Stadhavens: In het 1e kwartaal van 2021 stellen we samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de betrokken ontwikkelaars en woningcorporaties vast. Hierna starten we met de procedure van het bestemmingsplan.

Oplevering van de eerste woningen in Stadshavens wordt verwacht in 2024; Meerstad: In Meerstad zijn verschillende deelgebieden in ontwikkeling. Hieronder noemen wij de activiteiten in de verschillende deelgebieden: Meeroevers ▪ Start verkoop van de laatste projectmatige woningen in dit gebied; De Groenewei ▪ Start bouwactiviteiten eerste projectmatige woningen. De particuliere bouwers zijn al een tijdje actief met bouwen. ▪ Start verkoop van een aantal projectmatige woningen waaronder een groot deel van de Parkwand. De Zeilen ▪ Start verkoop van het eerste projectmatige woningen in fase I ▪ Vaststellen uitwerkingsplan voor fase II

24

▪ ▪

o

o

o

Voortzetting van de bouwrijp maak werkzaamheden In ontwikkeling nemen van de eerste bouwvelden van fase II met projectmatige woningen

Tersluis ▪ Start verkoop van de laatste projectmatige woningen in dit gebied ▪ De Wierden ▪ Start planologische procedure Eemskanaalzone ▪ Start uitvoeringswerkzaamheden van de Hoofdontsluitingsweg. ▪ Vaststellen ontwikkelstrategie, als vervolg op het stedenbouwkundig programma van eisen Meerstad Midden-Oost ▪ Vaststellen ontwikkelstrategie Alo-locatie: Aan de hand van de opgestelde bouwenvelop met randvoorwaarden loopt de aanbesteding van de tender tot en met december 2020/januari 2021. In 2021 wordt de beste inzending omgezet in een concreet plan met bijbehorende procedures. Europapark: We willen Europark steeds meer als een gemengd stedelijk gebied met ruimte voor allerhande stedelijke functies (wonen, werken, leren en recreëren) ontwikkelen. De afgelopen tijd is er al een meer gemengd gebied ontstaan. In 2021 vindt de oplevering plaats van de appartementen blokken Kempkensberg en de woningen aan de Engelse Park. Onlangs is de bouw van de appartementenblokken op de locatie Snijder gestart en in 2021 loopt de bouw door. Verder vindt de afronding plaats van de planvorming rondom het toevoegen van sociale huurwoningen en de planvorming van de P2 locatie. Stationsgebied Zuid: In 2021 willen wij het stedenbouwkundig plan gereed hebben en vervolgens starten met het bestemmingsplan en het opstarten van de benodigde onderzoeken.

Naast zorgen voor meer aanbod in bovenstaande ontwikkelzones en projecten liggen er op het gebied van het toevoegen van woningen ook andere belangrijke opgaven. Hieronder gaan we kort in op deze opgaven en de activiteiten voor 2021. •

Wijkvernieuwing Voor de vier huidige wijkvernieuwingswijken gelden de volgende speerpunten voor 2021: o

Beijum Bruist Als vervolg op de pilot Kansrijk Oost (vernieuwde aanpak armoede) richten we ons op het ontwikkelen van coachingstrajecten op maat door buddy’s en het opzetten van een buddyacademie. We zetten het project Kansrijke Start, gericht op ondersteuning van kwetsbare ouders, door. We gaan gezamenlijk met de scholen een programma voor de verlengde schooldag uitwerken. Op basis van de resultaten van het onderzoek naar een wijkbedrijf in Beijum werken we de plannen hiervoor uit. We gaan aan de slag met de uitvoering van de korte termijn maatregelen van de beide winkelpleinen. Verder werken we de plannen voor de lange termijn verder uit in samenhang met de uitvoering van de stedenbouwkundige visie. De aanleg van de buitenfitness bij het Trefpunt is in uitvoering. Gezamenlijk met de bewonersbelangengroep werken we de plannen voor woningbouw aan de Doefmat uit. Ook de integrale aanpak van de Wibenaheerd staat op de agenda. Verder werken we aan een plan ter verbetering van de verkeersveiligheid van de Grevingaheerd. We gaan in overleg met bewoners naar welke alternatieve warmtebronnen in Beijum mogelijk zijn.

25

o

Sunny Selwerd We starten in 2021 een armoede en -schulden aanpak op wijkniveau, onder meer door een buddy-project zoals Kansrijk Oost in Beijum. We gaan daarnaast onze bewoners- gedragen wijkvoorzieningen verstevigen en structureel maken, zoals de wijktaxi en het buurtrestaurant. We werken aan talentontwikkeling: stimuleren van ontwikkeling met de wijkschool, praktijkleren binnen wijkbedrijf, cultureel en sportief aanbod voor kinderen en ouders vergroten en toegankelijk maken in samenwerking met partners als scholen, sportclubs en culturele instellingen. We werken aan meer werk in de wijk door met fysieke projecten in Selwerd een lokale invulling van social return te realiseren. Tot slot gaan we een straataanpak beproeven in de onrustige / onveilige delen van Selwerd. Binnen ons fysieke programma zal de herinrichting van de openbare ruimte in combinatie met de aanleg warmtenet volop in uitvoering zijn (de Larix, Mispellaan, deel Berkenlaan, Beukenlaan). We starten de uitvoering van de herinrichting openbare ruimte in combinatie met de aanleg van het warmtenet fase 2 (Eglantierstraat, Selwerd-Zuid, Winkelplein) en we gaan fase 3 planvoorbereiding, participatie, ontwerp in overleg met Warmtestad starten.

We gaan aan de Eikenlaan samen met Nijestee beginnen met de uitvoering van de nieuwbouw (ter plekke van de gesloopte woningen) en de planvoorbereiding van fase 2 (ten westen van het winkelcentrum) opstarten. We bereiden de uitvoering van de Huismeesters voor. Wijkbreed zullen we samen met bewoners werken aan een speel- en chillplekkenplan en het toevoegen van groen. Samen met de Vensterschool onderzoeken we de mogelijkheden om samen met hen aan een klimaatvriendelijk speelplein en parkeerplein te werken.

o

Indische Buurt / De Hoogte We blijven investeren in een duurzame coalitie met partners in de wijk voor de wijkontwikkeling. We gaan daarnaast in 2021 aan de slag met de plannen voor het verbeteren van de scholen in de wijk vanwege de nieuwbouw van basisschool De Kleine Wereld, de nieuwbouw van de gymzaal en de ‘superschool’. Met de Huismeesters gaan we nadrukkelijk het gesprek aan over de toekomst van het wonen in de Hoogte. Met en voor de kinderen in de wijk werken we aan diverse projecten die het leven nu aangenamer maken (ook in coronatijd) en die de kinderen kunnen helpen om hun dromen op lange termijn waar te maken. Dit als motor voor de wijkvernieuwing. Tussen de Oosterhamriklaan en de West-Indische kade wordt volgend jaar de riolering vervangen, voor de herinrichting hebben we samen met bewoners plannen gemaakt. We gaan verder met de ontwikkeling om de Bedumerweg te vergroenen én een plek te maken waar je graag wil verblijven. Met het project ‘De Hoogte Schuldenvrije Wijk’ willen we een bijdrage leveren aan het doorbreken van de intergenerationele armoedeproblematiek. Een initiatief van een groep betrokken wijkbewoners, ondernemers, ambtenaren en maatschappelijke organisaties.

o

De Wijert In 2021 start de herontwikkeling van De Huismeesters. Het gaat om sloop en nieuwbouw van 200 woningen. Daarnaast start de planvorming voor de herontwikkeling van de woningen van Patrimonium. Naast woningbouw worden ook verkeermaatregelen gerealiseerd, waaronder de aanpak / herinrichting van de Van Lenneplaan. Naast fysieke maartregelen zetten we ook in op sociale activiteiten. We maken een doorstart met de bewustwordingscampagne duurzaamheid/energieverbruik voor inwoners van De Wijert en starten met ‘De Wijert Aardgasvrij’. Onder de noemer Samenwerkende ondernemers in Groen (SWO) wordt een werk-leertraject gestart voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2021 wordt de Slimotheek gerealiseerd inclusief een community ontwikkeling met digi-ambassadeurs voor ouderen. Tot slot staat de uitbouw van het

26

bewonersbedrijf op de agenda met meer focus op maaltijdservice en circulariteit (realisatie van circuraliteitshub). •

Toevoegen van 200 -240 sociale huurwoningen In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen om van de jaarlijks nieuwbouw 30% sociale huur toe te voegen. Het gaat daarbij, zoals ook in de woonvisie staat aangegeven, om bruto aantallen om te kunnen voorzien in de jaarlijkse netto behoefte aan sociale huurwoningen van tussen de 200-240 sociale huurwoningen. Corporaties hebben de komende vijf jaar investeringsruimte beschikbaar om deze aantallen te realiseren. Daarnaast is het belangrijk dat er ook voldoende locaties zijn. Dit doen we door: proberen om sneller te ontwikkelen op bestaande locaties, voor nieuwe ontwikkelzones onderzoeken om het aandeel corporatiewoningen te verhogen of naar voren te halen/versneld te realiseren en bij ontwikkellocaties die niet in eigendom zijn van de gemeente proberen we invloed uit te oefenen op het toevoegen van sociale huur en middenhuur als onderdeel van het programma. Voor 2025 is de verwachting dat er voldoende investeringsruimte en locaties zijn om deze opgave te realiseren. We focussen ons op voldoende locaties voor het toevoegen van voldoende sociale huurwoningen na 2025. Om te zorgen voor voldoende investeringscapaciteit is er conform de motie “Groningen tegen de verhuurdersverheffing” een statement richting het Rijk voor het afschaffen van de Verhuurdersheffing gedaan.

•

Ambitiekader en prestatieafspraken corporaties We stellen in 2021 een ambitiekader vast waarin we de thema’s uit de woonvisie waar we als corporaties, huurdersorganisaties en gemeente gezamenlijk aan werken concreter hebben uitgewerkt. Het ambitiekader gaat over wat we vinden en willen rondom de thema’s leefbaarheid, beschikbaarheid, wonen en zorg, betaalbaarheid en duurzaamheid. Hierover spreken we onze langjarige ambities uit. Vanuit de nieuwe Woningwet leggen we in jaarlijkse prestatieafspraken vast wat corporaties, huurdersorganisaties en gemeente doen: wat dragen ze per jaar bij aan het ambitiekader?

•

Nieuw woonruimteverdeelsysteem en aanpassing huisvestingsverordening In 2020 zijn we samen met corporaties en huurdersorganisaties aan de slag geweest met een nieuw woonruimteverdeelsysteem. Dit was enerzijds nodig vanwege de fusie met de gemeente Haren en Ten Boer, maar ook omdat we meer keuzevrijheid, evenredige slaagkansen en meer beweging op de woningmarkt willen. Belangrijke wijzigingen in het woonruimteverdeelbeleid zijn: -

-

Toewijzing van een woning wordt niet meer bepaald aan de hand van inschrijfpunten van de woningzoekende maar aan de hand van inschrijfduur. Gebruik van Woonduurpunten schaffen we af, zodat ook starters een betere kans maken op een sociale huurwoningen. We werken een zorgvuldige overgangsregeling uit. De experiment voorrang voor gezinnen is uitgewerkt in de volgordebepaling van het nieuwe woonruimteverdeelbeleid. De sortering van kandidaten gebeurt per type woning op basis van een vaste volgordebepaling, hierbij krijgen gezinnen bijvoorbeeld voorrang bij de gezinswoningen. Binnen de vrije beleidsruimte krijgen corporaties ruimte om het instrument loting in te zetten. De optie loting is nieuw en kan ruimte bieden (voor een evenredige slaagkans) voor starters en spoedzoekers.

In 2021 wordt het woonruimteverdeelbeleid vastgelegd in een nieuwe huisvestingsverordening. We leggen dit in het tweede kwartaal van 2021 aan uw raad voor. Na het vaststellen van de

27

toewijzingsregels onderzoeken we een gezamenlijk aanbiedingssysteem. Daarnaast participeren we in het haalbaarheidsonderzoek naar een gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem voor de gehele provincie Groningen of mogelijk een nog groter gebied (regio Groningen-Assen). In de huisvestingsverordening wordt ook de motie “Individueel Huurcontract” meegenomen •

Sturing op de woningmarkt Sturing op de woningmarkt is een belangrijk thema in onze nieuwe woonvisie. Enerzijds gaat het om sturen op nieuwe woningen en anderzijds om het behoud van bestaande schaarse (gezins) woningen. Om te kunnen sturen op welke woningen in de nieuwbouw worden gebouwd heeft uw raad de doelgroepenverordening vastgesteld. De publicatie hiervan heeft plaatsgevonden, waardoor we de doelgroepenverordening wanneer dat nodig is in 2021 kunnen inzetten. Uitgangspunt bij nieuwe woningbouwontwikkelingen is dat we vooral in overleg met marktpartijen tot een gewenst programma willen komen. Daarvoor gaan we het Woonakkoord sluiten waarin we vooral afspraken willen maken met corporaties en ontwikkelaar over het toevoegen van betaalbare woningen, bijvoorbeeld in de middenhuur. Daarbij moet nog onderzocht worden wat de precieze behoefte is aan het aandeel middensegment of betaalbare segment en moet worden bepaald welke maximale huur of koopprijzen we hanteren bij deze segmenten. Vervolgens is de belangrijke vraag wat de gewenste kwaliteit is. Bij een bepaalde huurprijs of koopprijs past wellicht een woning waarvan de kwaliteit niet gewenst is, bijvoorbeeld als dit leidt tot het toevoegen van woningen van 30m2. Hiermee geven we uitvoering van de motie “50% voor middensegment”. In het raadvoorstel informeren we u over de voortgang van deze motie.

Om te sturen op behoud van bestaande woningen bouwen we onze woonplicht om naar een verhuurverbod. Op basis van nieuwe inzichten denken we dat we onze huidige woonplicht voor een langere periode dan 1 jaar kunnen vastleggen. Dit werken we nu uit in het omzetten van de woonplicht naar een verhuurverbod. Verder blijven we de ontwikkelingen op rijksniveau rondom de opkoopbescherming volgen.

•

Concretiseren woonprogramma in de dorpen We willen ruimte bieden voor goede wooninitiatieven, passend bij de vraag, de schaalgrootte en de uitstraling van een dorp. Om een goede afweging te maken tussen de kwantitatieve en kwalitatieve vraag concretiseren we het gewenste en passende woonprogramma. Er is een globaal toetsingskader opgesteld. Dit werken we verder uit en maken we concreter op dorpsniveau.

•

Short-stay Op 24 juni 2020 is het Kaderdocument Overnachtingmarkt en short stay vastgesteld door de raad. In het Kaderdocument is aangegeven dat er op Rijksniveau wordt gewerkt aan een wijziging van de Huisvestingswet 2014 in verband met de aanpak van ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte. Het voorstel is ondertussen door de Eerste Kamer aangenomen. De verwachte inwerkingtreding is 1 januari 2021. De beoogde uitwerking van deze wetswijziging sluit voor een belangrijk deel aan bij hetgeen wij willen bewerkstelligen met de opgestelde uitgangspunten. Dit betekent dat wij de komende maanden met een interne projectgroep inzichtelijk gaan maken hoe wij de instrumenten uit deze wet kunnen gebruiken en wat daarvoor nodig is aan verdere regelgeving en implementatie. Dit wetsvoorstel voorziet bijvoorbeeld in de mogelijkheid voor een registratie-, meld- en/of vergunningsplicht. Door een meld- of vergunningsplicht kunnen de negatieve neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte worden voorkomen of beperkt.

28

De uitgangspunten uit het Kaderdocument waar de wetswijziging niet aan bijdraagt, bijvoorbeeld de overnachtingenmarkt op het gebied van hotel/logies of het kortdurend verhuren aan studenten (o.a. de adviescommissie), worden vertaald in beleid.

3.2.2 Opgave: Extra aandacht voor doelgroepen Hoewel veel mensen in Groningen moeite hebben met het vinden van een goede en betaalbare woning, zijn er groepen die we de komende jaren extra aandacht willen geven. Zo hebben we oog voor de groeiende groep (zorgbehoevende) ouderen in Groningen. Daarnaast focussen we op een groeiende groep kwetsbare bewoners en hun woonbehoefte in combinatie met passende zorg en de juiste leefomgeving. Ook hebben we aandacht voor hen die de ontwikkeling en/of het beheer van hun woning anders willen inrichten. Initiatieven van wooncoöperaties en collectief opdrachtgeverschap juichen we toe en gaan we ondersteunen. Deze alternatieve vormen van ontwikkeling kunnen zorgen voor een duurzame toevoeging van betaalbare woningen en een grotere diversiteit in woningtypologie. Activiteiten 2021 Om de bovenstaande opgave te realiseren zetten we in 2021 in op de onderstaande activiteiten. •

Manifestatie Woonvisie met focus op ouderen, gezinnen en starters We gaan een manifestatie opzetten naar een herijking van het wonen, waarbij we op zoek gaan naar nieuwe (betaalbare) kwalitatief goede woonvormen voor ouderen, gezinnen en starters. De manifestatie zien we als een middel om nieuwe ontwikkelingen te versnellen en interessante initiatieven concreet te maken. Belangrijk hierin is dat de woonvormen voor ouderen een sociaal steunsysteem borgen of versterken en zoeken naar woonvormen waar oud, maar eventueel ook jong graag zou willen wonen.

•

Betere ondersteuning huurders met Steunpunt Huren We willen zo spoedig mogelijk het Steunpunt Huren oprichten. Hiervoor is opdracht gegeven aan een projectleider om eind 2020 een gedragen voorstel gereed te hebben op basis waarvan begin 2021 het steunpunt ook daadwerkelijk kan worden opgericht.

•

Verbetering samenwerking Wonen, Zorg en Welzijn Speerpunt van de woonvisie is om de samenwerking tussen de gemeente, woningbouwcorporaties en zorgaanbieders verder te intensiveren en beter te focussen op kwetsbare doelgroepen. Dit vraagt ook om meer interne afstemming en samenwerking rondom het thema Wonen Welzijn Zorg. Hiervoor is een stuurgroep opgericht. Na het inventariseren van gedeelde opgaven starten we vanaf 2021 om specifieke dossiers integraal op te pakken. Twee belangrijke opgaven zijn: -

-

Langer Zelfstandig Thuis: Dit begint met het verkrijgen van een actueel inzicht in de gewenste woningvoorraad en de benodigde (levensloopbestendige) woningen. We willen gezamenlijk werken aan voldoende geschikte woningen voor ouderen (levensloopbesteding bouwen) in voor ouderen geschikte woonomgevingen. Doel is ook om bij te dragen aan het creëren van meerdere woonomgevingen binnen de gemeente met het predicaat ‘seniorvriendelijk’. Uitstroom beschermd wonen: Het opzetten van een gecoördineerd en voor alle participanten duidelijk en uitvoerbaar proces op basis waarvan inwoners uit intramurale beschermd wonen voorzieningen kunnen uitstromen naar situaties van zelfstandig wonen (met eventuele ambulante ondersteuning). We willen sluitende afspraken maken over de

29

rollen, verantwoordelijkheden en inbreng in dit proces van alle aan de uitstroom deelnemende partijen. •

Groepen die anders willen wonen We willen extra ruimte bieden aan mensen of groepen die meer regie willen over de manier waarop ze (gaan) wonen. Te denken valt aan vrije kavels, collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) of wooncoöperaties. Dit biedt kansen voor meer variatie en maatwerk op de woningmarkt en een duurzame toevoeging van sociale huur en middenhuur. o

Wooncoöperaties Op basis van de woonvisie en de motie “Wooncoöperatie? Ik weet hoe dat moet!” hebben we binnen de gemeentelijke organisatie een contactpersoon aangewezen die als aanspreekpunt kan fungeren en die de motie verder uitvoert. In het raadvoorstel informeren wij u over de verdere voortgang van deze motie.

o

Stadsnomaden We willen extra ruimte geven aan stadsnomaden. Op dit moment hebben we binnen de gemeente drie gelegaliseerde terreinen voor stadsnomaden: Bangeweer, Hoendiep en Gideonweg. In Ten Boer zijn stadsnomaden woonachtig in Woldwijk via de coöperatie voor duurzame initiatieven. Eind 2020/begin 2021 doen wij u een locatievoorstel voor in ieder geval de bewoners van Betonbos, die door de ontwikkeling van Betonbos moeten verhuizen.

o

Skaeve Huse Voor Skaeve Huse zetten wij in samenwerking met zes zorginstellingen en woningcorporatie Lefier deze nieuwe woonvorm op. De woonvorm is bedoeld voor een groep mensen voor wie nu nog geen goede woonplek is. Dit zijn mensen met vaak psychiatrische en/of verslavingsproblemen. De nieuwe woonvorm bestaat uit 10 eenpersoonswoningen, waarvan 1 voor de beheerder is. De intentie van de betrokken partijen is om deze woonvorm te realiseren aan de Hoofdweg 143a in Harkstede. De planning is om in 2021 de vergunningsprocedure te doorlopen en mogelijk te starten met de uitvoering van de werkzaamheden. Op dit moment wordt een onafhankelijk omgevingsonderzoek naar de locatie uitgevoerd. Wij hebben u hier eerder per brief over geïnformeerd.

o

Woonwagenbewoners Op basis van een enquête over woonwensen en woonbehoefte uit 2020 stellen we in 2021 nieuw woonwagenbeleid op.

3.2.3 Opgave: Zorgen voor kwaliteit zowel voor woningen als in de woonomgeving In een groeiende gemeente wordt openbare ruimte steeds belangrijker. Heel veel mensen maken er gebruik van, zowel in de stad als in de dorpen. Een goede relatie tussen ‘groen en stenen’ bepaalt in hoge mate de leefkwaliteit en de kwaliteit van de stad als geheel. Gezien de enorme druk op de woningmarkt willen we in een hoog tempo nieuwe woningen bijbouwen. Dit moet alleen niet gericht zijn op ‘zoveel mogelijk’ en op een hoog rendement. Bij dat hoge tempo moeten we waken over de kwaliteit en diversiteit van de woningen en de woonomgeving. Bouwen in Groningen betekent bouwen voor de langere termijn, met aandacht voor diversiteit, architectuur, kwaliteit en duurzaamheid. We streven naar klimaatbestendige woningen in een groene en hoogwaardige

30

woonomgeving waarin steeds minder plek is voor de auto. Daarbij mag de relatie tussen prijs en kwaliteit niet verder onder druk komen te staan. Activiteiten 2021 •

Leidraad Openbare Ruimte Om recht te doen aan die diversiteit aan woonmilieus stelt het programma Leefkwaliteit een Leidraad Openbare Ruimte op. De leidraad legt principes vast over de inrichting en het behoud van de openbare ruimte.

•

Gebouwd erfgoed In de provinciale omgevingsverordening (POV) van de provincie Groningen is vastgelegd dat elke gemeente in haar bestemmingsplannen een regeling moet hebben opgenomen voor het behoud van karakteristieke panden. Voor het grondgebied van de gemeente Groningen vóór de herindeling is dit nog niet gebeurd. In 2020 is het voorontwerpbestemmingsplan Gebouwd Erfgoed Groningen vastgesteld. In 2021 stellen we het bestemmingsplan vast met een beschrijving van alle karakteristieke panden. We hebben dan een eenduidig kader voor de beoordeling van bouwplannen voor karakteristieke panden.

•

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen levert een bijdrage aan de instandhouding van beschermde (en overige) soorten en levert tegelijkertijd een bijdrage aan een prettige leefomgeving, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend een bijdrage aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Het gaat bij natuurinclusief bouwen om het toepassen van maatregelen in, op of nabij gebouwen die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. In de praktijk blijkt het vaak lastig om ambities te realiseren en vormt natuurinclusief bouwen het sluitstuk. Daarom willen we stevige aandacht geven aan natuurinclusief bouwen. Hiervoor zetten we in 2021 een manifestatie op gericht op concrete voorbeelden die de biodiversiteit aantoonbaar verhogen. We sluiten met de manifestatie aan bij de regeling voor natuurinclusief bouwen conform het Groenplan. Uitgangspunt is de systematiek van de gemeente Den Haag, maar we zullen gaan onderzoeken welke methode het beste aansluit bij de Groningse situatie. De voorbeelden uit de manifestatie dienen daarbij als inspiratie.

•

Grondslagen voor een goede bouwaanvraag Om te zorgen dat elk bouwwerk een bijdrage aan de gemeente als geheel doet stellen we richtlijnen op voor bouwers, ontwikkelaars, architecten ed. die ze kunnen gebruiken voor het maken van een goed plan. Het doel is om samen een nog mooier Groningen te maken. De richtlijnen gaan onder andere over cultuurhistorie, het mengen van functies, zorgen voor een inclusieve stad, duurzaamheid, klimaat en woonkwaliteit.

3.2.4 Opgave: Duurzaam en aandacht voor klimaatsverandering Het klimaat verandert. De urgenties om ons aan te passen aan de nieuwe omstandigheden wordt steeds groter. Tezamen met de problematiek van de aardbevingen betekent dit dat onze ambitie op het gebied van de energietransitie extra hoog is. We willen in Groningen in 2035 volledig CO2neutraal zijn. Dit werkt door op alle nieuwe woningen die we bouwen. De grootse opgave ligt echter in de bestaande woningvoorraad. De opgave is om de gebouwde omgeving ‘woonlastenneutraal’ te verduurzamen en aardgasvrij te maken middels de wijkenergieaanpak. Hierbij hanteren we het document ‘Stap voor Stap naar Aardgasvrije Wijken en Dorpen’. Dit is ook een kans om in de slipstream van de klimaatadaptatie te werken aan een groene, aantrekkelijke, inclusieve en goed

31

ontworpen leefomgeving. Er ligt dan ook een direct relatie met de programma’s Energie en Leefkwaliteit waar deze opgaven nader worden uitgewerkt. Activiteiten 2021 • Het uitvoeren en monitoren van de prestatieafspraken voor de verduurzaming van de corporatieve woningvoorraad. Het ‘Masterplan CO2-neutrale aardgasvrije woningvoorraad corporaties’ vormt de basis voor invulling van prestatieafspraken. • Zie voor verdere activiteiten het MJP Energie onder het hoofdstuk wijkenergieaanpak.

3.3 Financiën In begrotingsprogramma Wonen gaan de nodige miljoenen om, deze worden toegelicht in de gemeentelijke begroting. In dit Meerjarenprogramma Wonen wordt de inzet van de beschikbaar gestelde intensiveringsmiddelen behandeld. In 2021 is € 2,458 miljoen aan intensiveringsmiddelen beschikbaar. Daarvan gaat € 664 duizend richting het programma Leefkwaliteit voor monumenten en erfgoed en de watervisie. Er zijn geen incidentele budgetten of overige inkomsten. Er resteert daarmee € 1,824 miljoen aan intensiveringsmiddelen voor Wonen. Bedragen x € 1.000 2021

2022

2023

2024

Structureel budget (S)

1824

1807

1807

1807

Incidenteel budget (I)

-

-

-

-

Overige inkomsten (O)

-

-

-

-

Totaal beschikbaar

1824

1807

1807

1807

Van de beschikbare intensiveringsmiddelen Wonen is € 500 duizend geoormerkt voor het SIF ten behoeve van de uitvoering van het actieplan sociale huur. Dit betekent dat er nog € 1,324 miljoen beschikbaar is voor uitvoering van de opgaven uit de woonvisie. Hieronder worden deze middelen over 2021 verdeeld: 2021

2022

2023

2024

S/I/O

250

-

-

-

S

Kamerverhuur Uitvoeren woonvisie Manifestatie

375

-

-

-

S

Manifestatie Samenwerking Wonen, zorg & welzijn Bijzondere woonvormen

150

-

-

-

S

100

-

-

-

S

Gezinnen (Faciliteren van de Groei) -

Stimuleren woningmarkt

- Sturing woningmarkt Jongeren (Doelgroepen) -

Wonen en Zorg (Doelgroepen) -

-

Kwaliteit woningvoorraad -

-

Energie/duurzaamheid Natuurinclusief bouwen

32

2021

2022

2023

2024

S/I/O

225

-

-

-

S

224

-

-

-

S

Betaalbaarheid en beschikbaarheid -

-

Prestatieafspraken Woonruimteverdeling Steunpunt Huren

Overig Wonen -

-

Woningmarktpromotie Monitoring woningmarkt

33

Bijlage 1: Woningbouwcijfers 2020

2021

eengezins meergezins woning woning huur laag midden hoog onbekend koop laag midden hoog onbekend midden onbekend Eindtotaal

89 87 13

711 810

eengezins woning 159

Eindtotaal

meergezins gemengd woning 70

onbekend

1508 75 48

2537 972 61 22

4 220 229

142 138 85

146 469 656

19 631

0 55 2051

0 104 4967

22

76 245

510

35 97

1653

92

30 30

34

Bijlage 2: Monitor jongerenhuisvesting Voor u ligt de monitor Jongerenhuisvesting 2020. De monitor is een bijlage van het Meerjarenprogramma Wonen 2021-2024. Met deze monitor informeren wij u jaarlijks over de laatste stand van zaken omtrent jongerenhuisvesting, waarbij we specifiek ingaan op de kwaliteitsslag in (de bestaande) jongerenhuisvesting, de verhuurdersvergunning en het Convenant Studenten- en Jongerenhuisvesting in Groningen 2019-2022 (BouwJong 2.0). Ontwikkeling aantal jongeren We willen u allereerst informeren over het aantal jongeren in de gemeente Groningen. We gebruiken hiervoor gemeentelijke data en gegevens van de RUG en HG. Daarnaast richten we ons op de Monitor Studentenhuisvesting van Kences die inzicht geeft in de omvang, samenstelling en verwachte ontwikkelingen inzake studenten(huisvesting). Het aantal jongeren in de leeftijd 18 t/m 27 jaar op 1 januari 2020 is 61.120. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2019. 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

TOTAAL 51.421

52.695

54.633

55.821

57.383

58.463

58.453

58.507

60.565

60.692

61.120

Index

102

106

109

112

114

114

114

118

118

119

100

Tabel 1: aantal jongeren leeftijd 18 t/m 27 jaar, op 1 januari 2020 (Bron: gemeente Groningen)

Het overgrote deel van de jongeren in Groningen bestaat zoals bekend uit studenten. In onderstaande tabel wordt het aantal studenten ingeschreven bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Hanzehogeschool Groningen (HG) weergegeven. Er studeren in verhouding iets meer studenten aan de RUG (51%) dan aan de HG (49%). 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

TOTAAL 52.399

54.287

55.257

55.043

55.940

57.006

57.333

58.519

60.380

62.153

63.158

Index

104

105

105

107

109

109

112

115

119

121

100

Tabel 2: aantal studenten aan RUG/HG, op 1 januari 2020 (Bron: gemeente Groningen en RUG/HG)

We zien een afname in het aantal studenten wonend in Groningen sinds de afschaffing van het leenstelsel in 2015. Desondanks woont nog ruim de helft van het aantal studenten in de stad. 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

52.399 54.287 55.257 55.043 55.940 57.006 57.333 58.519 60.380 62.153 63.158

Wonend in Groningen

33.942 34.529 35.068 35.507 36.087 36.556 25.879 27.686 30.745 31.865 34.097

Tabel 3: studenten inwonend/uitwonend, op 1 januari (Bron: gemeente Groningen)

De RUG heeft aangegeven de komende jaren een groei te verwachten tot circa 35.000 studenten in 2025. De HG heeft eveneens een ambitie om meer studenten aan te trekken, maar heeft hieraan geen streefgetallen gekoppeld. De groei in studenten wordt voornamelijk veroorzaakt door de groep internationale studenten.

35

Studentenmonitor Kences Half november is de jaarlijkse studentenmonitor van KENCES wederom verschenen. Voor Groningen is tevens lokaal onderzoek verricht. De invloed van corona is ook als factor meegenomen in de studentenmonitor. Hieronder vindt u de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek6. Groningse studenten In het collegejaar 2019-2020 (peildatum: 1 oktober 2019) stonden er 62.900 studenten ingeschreven aan het hoger onderwijs in Groningen. Hiervan hebben 48.800 studenten de Nederlandse nationaliteit (83 procent, NL: 86 procent). Van de overige 10.130 studenten heeft met 29 procent het grootste deel de Duitse nationaliteit. Circa 2.520 internationale studenten volgen een gedeeltelijke opleiding (NL: 20.700 studenten). Deze studenten worden ook wel studiepuntmobiele studenten (of exchange studenten) genoemd. 27.400 studenten volgen een opleiding aan een hogeschool en 31.500 studenten aan een universiteit. Dit komt neer op respectievelijk 46 en 54 procent (NL: 58 en 42 procent). De gemiddelde leeftijd van studenten is 22 jaar en 4 maanden (NL: 22 jaar en 2 maanden). Het totaal aantal studenten is tussen 1 oktober 2011 en 1 oktober 2019 met 9.100 studenten toegenomen (+18 procent, NL: +19 procent). Dit komt neer op een gemiddelde jaarlijkse stijging van 2,3 procent (NL: 2,3 procent per jaar).

In het laatste jaar is er sprake geweest van een groei van 1,5 procent (NL: +2,4 procent). Er zijn 41.600 uitwonende studenten (niet wonend in het ouderlijk huis). 87 procent van deze groep woont ook binnen Groningen (NL: 71 procent). Het beeld dat naarmate studenten ouder worden en langer studeren zij vaker uitwonend zijn komt duidelijk naar voren. Van de studenten tot en met 19 jaar woont 54 procent bij de ouders (NL: 71 procent). Bij de groep 24 jaar en ouder is dit 13 procent (NL: 23 procent). 61% (NL: 55 procent) van de uitwonende studenten woont in een kamer met gedeelde voorzieningen, 19% woont in een studio (NL: 20 procent) en 20% (NL: 26 procent) in een meerkamerwoning. 51 procent van de uitwonende studenten zijn woonruimte heeft gevonden via het internet (sociale media, kamernet.nl of overig online) (NL: 45 procent). 39 procent is het gelukt via bekenden (vriend, studiegenoot, vereniging of familie) een woonruimte te vinden (NL: 34 procent) en 6 procent via een Kences-studentenhuisvester (NL: 12 procent). Met 64 procent vertegenwoordigen de particuliere verhuurders het grootste deel van de markt in Groningen (NL: 45 procent). Hiervan huurt 41 procent van de studenten via een verhuurorganisatie (NL: 34 procent). De andere 59 procent huurt zijn woonruimte via een individu (NL: 66 procent).

De Kences-studentenhuisvesters verzorgen samen 9 procent van de studentenhuisvesting (NL: 21 procent). 9 procent van de uitwonende studenten huurt zijn woonruimte op een informele manier (NL: 9 procent).

6

Cijfers kunnen licht afwijken van voorgaande paragraaf in verband met peildatum en hantering van andere bronnen.

36

Van alle studenten wonend in Groningen heeft 59 procent verhuisplannen (NL: 64 procent). Deze groep, die hier de verhuisgeneigde studenten wordt genoemd, aangevuld met de studenten die in Groningen willen gaan wonen bestaat uit 4.200 starters (verlaten het ouderlijk huis), 800 vestigers (verhuizen naar Groningen) en 8.400 doorstromers (verhuizen binnen Groningen). Van de studenten die in 2019 een uitwonende verhuiswens binnen een jaar hadden, is op nationaal niveau 41 procent een jaar later niet verhuisd, doordat er geen gewenste woonruimte beschikbaar is of omdat het geen reële verhuiswens betrof. Vraag je aan alle studenten simpelweg welke voorkeur ze hebben qua type woonruimte, woonoppervlakte en locatie dan komt een duidelijke voorkeur naar voren voor een meerkamerwoning met een groot oppervlak en gelegen in (de rand van) het centrum of op de campus. Door rekening te houden met de hogere woonlasten die komen kijken bij een zelfstandigere woonruimte, betere locatie of groter oppervlak verschuift dat beeld. Studenten zijn voornamelijk bereid om meer te betalen dan de huidige woonlasten voor éénkamerwoningen op de 1e of 2e voorkeurslocatie met een oppervlakte van minstens 20 vierkante meter. Voor kleine kamers met gedeelde voorzieningen en éénkamerwoningen op de minst geliefde locatie willen studenten liever niet de huidige woonlasten betalen.

34 procent van de bewoonde voorraad in Groningen sluit niet volledig aan op wat de bewoners zouden willen (NL: 31 procent). Er is een potentieel surplus van circa 5.500 kamers met gedeelde voorzieningen. En er is een aanvullende wens van 3.400 éénkamerwoningen. Tot slot is er een potentiële aanvullende behoefte van circa 2.100 meerkamerwoningen. Internationale studenten De internationale studenten zijn in twee groepen te verdelen: diplomastudenten die komen voor een volledige studie op bachelor- of masterniveau en studiepuntmobiele studenten die voor een korte periode (één jaar of korter) naar Groningen komen. De studiepuntmobiele studenten zijn minder eenduidig geregistreerd en worden door KENCES niet in de monitor meegenomen. De diplomastudenten zijn wel in voornoemde aantallen meegenomen. In totaal zijn er in collegejaar '19-'20 in Groningen circa 2.520 studiepuntmobiele studenten en 9.990 internationale diplomastudenten4 (NL: 20.700 en 92.100 studenten). Een groot deel van de studiepuntmobiele studenten is slechts één semester in Nederland. In het eerste semester van collegejaar '19-'20 waren er 1.640 studenten en in het tweede semester 880 studenten (NL: 13.600 en 7.110 studenten). De studiepuntmobiele en internationale diplomastudenten vormen in het eerste semester respectievelijk 4,1 en 16,2 procent van de gehele studentenpopulatie (NL: 1,9 en 12,7 procent).

Op nationaal niveau blijft een studiepuntmobiele student gemiddeld circa 7 maanden in Nederland. 49 procent van de studiepuntmobiele studenten studeert in Nederland via een Erasmusbeurs. 46 procent komt naar Nederland via een ander uitwisselingsprogramma en de resterende 5 procent op eigen gelegenheid. De meeste studiepuntmobiele studenten komen uit China, Spanje en Duitsland komen. Het aantal studiepuntmobiele studenten is jaarlijks gemiddeld met 6 procent gegroeid (NL: +7 procent). In dezelfde periode is het aantal internationale diplomastudenten gemiddeld met 17

37

procent gegroeid (NL: +11 procent) tegenover een jaarlijkse groei van 1 procent bij de Nederlandse studenten (NL: +2 procent). In absolute zin komt dit neer op een ontwikkeling sinds collegejaar '11'12 van respectievelijk 800, 5.700 en 3.400 studenten (NL: 7.600, 43.300 en 68.900 studenten). Op nationaal niveau is de groei van de internationale diplomastudenten vooral te zien bij de universiteiten, terwijl het aantal studiepuntmobiele studenten relatief hard is gegroeid bij de hboinstellingen. De kwaliteit van het onderwijs wordt hoofdzakelijk als reden genoemd om naar Groningen te komen. Nagenoeg iedere internationale student is uitwonend. 84 procent van de studiepuntmobiele studenten op nationaal niveau woont binnen de eigen studiestad. Dit percentage is iets hoger dan dat van de uitwonende internationale diplomastudent (81 procent) en duidelijk hoger dan dat van de Nederlandse diplomastudent (67 procent). Met 9 procent zijn studiepuntmobiele studenten op nationaal niveau, zoals te zien in figuur 8.6, niet vaak gehuisvest in een meerkamerwoning. Onder internationale diplomastudenten ligt dit aandeel met 16 procent ook onder het niveau van de Nederlandse diplomastudent (29 procent). Corporaties huisvesten in Nederland in samenwerking met universiteiten en hogescholen 67 procent van de studiepuntmobiele studenten.

Dit is een aanzienlijk groter deel dan bij de (internationale) diplomastudenten (internationaal: 49 procent en Nederlands 39 procent). De rol van particuliere verhuur is beduidend kleiner dan bij de (internationale) diplomastudenten. In de komende acht jaar wordt in Groningen een groei van 17 procent studiepuntmobiele studenten en een groei van 38 procent internationale diplomastudenten verwacht (NL: +19 en +36 procent). De prognoses van de studiepuntmobiele studenten zijn gebaseerd op de trend uit de afgelopen acht jaar gecombineerd met de wereldwijde demografische prognoses van het aantal jongeren en de beschikbare Erasmus+-programmamiddelen tot en met 2020. De verwachte sterke stijging bij de studiepuntmobiele studenten in de komende jaren wordt voor een groot deel veroorzaakt door de gemiddeld jaarlijkse stijging van de Erasmus+-programmamiddelen met circa 15 procent. Corona De coronapandemie heeft de internationale mobiliteit van studenten ernstig ontregeld. Aan het begin van de coronapandemie moest een deel van de internationale studenten terugkeren naar hun thuisland of konden zij niet naar Nederland reizen voor hun opleiding. Het fysieke onderwijs heeft toen plaatsgemaakt voor digitaal onderwijs. In collegejaar ’20-’21 zijn veel uitwisselingsprogramma’s in het hoger onderwijs voor de studiepuntmobiele studenten tot nader order uitgesteld.

Dit betekent dat het aantal studiepuntmobiele studenten in het 1e semester van collegejaar ’20-’21 vrijwel nihil zal zijn. Het aantal internationale diplomastudenten dat de komende jaren naar Nederland zal komen is van veel factoren afhankelijk. In deze monitor is een mild en impactvol scenario doorgerekend waarin rekening wordt gehouden met de invloed van de coronapandemie op de studentenpopulatie. Hieruit blijkt dat in collegejaar ’20-’21 in het milde scenario 9.900 en in het impactvolle scenario 9.300 internationale diplomastudenten worden verwacht in Groningen. In de trendprognose worden er 10.800 studenten studerend in Groningen verwacht. Over acht jaar zal het aantal internationale studenten studerend in Groningen in de trendprognose, het milde scenario en het impactvolle scenario naar verwachting op respectievelijk 13.800, 13.200 en 11.100 studenten liggen.

38

Beleid jongerenhuisvesting We informeren u hieronder over de uitwerking van ons beleid met betrekking tot jongeren- en studentenhuisvesting. Allereerst geven we toelichting over het proces van onttrekkingsvergunningen en de verhuurdersvergunning. Vervolgens informeren we over de kwaliteitsslag in de bestaande voorraad, short stay en over het ‘Convenant Studenten- en Jongerenhuisvesting in Groningen 20192022 (BouwJong 2.0)’.

Onttrekkingsvergunningen Door het aanscherpen van onze beleidsregels voor onttrekkingsvergunningen in 2017, daalt het aantal verleende vergunningen jaarlijks. In 2020 zijn er tot op heden geen aanvragen ontvangen. 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Verleende vergunningen 201 112 92 69 27 0 0 0 0 Tabel 4: Aantal verleende omzettingsvergunningen tot 1 september 2020 (Bron: gemeente Groningen)

Het totaal aantal adressen met een onttrekkingsvergunning is op dit moment is 5.388, waarvan 1.330 met een beperkte onttrekkingsvergunning.

Beperkte onttrekkingsvergunningen Tot 1 juli 2017 was het mogelijk om een beperkte onttrekkingsvergunning aan te vragen (voor panden die reeds aan 3 of meer bewoners werden verhuurd). Aanvragen van na 1 juli 2017 zijn geweigerd. Dat heeft geleid tot veel procedures. De rechtbank heeft een andere benadering gekozen. De rechtbank stelt dat verhuurders die na 1 juli 2015 drie kamers aan drie studenten wil verhuren een woning “onttrekken” en daarvoor een onttrekkingsvergunning nodig hebben. Maar dat vóór eigenaren die al voor 1 juli 2015 al drie kamers aan drie studenten verhuurden, deze woning al onttrokken was. Deze eigenaren hadden dus al onttrokken en voor het voortzetten van die bestaande situaties geldt geen onttrekkingsvergunningsplicht. Overigens wordt een onttrekkingsvergunning tegenwoordig een omzettingsvergunning genoemd. Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State zijn enkele situaties herzien en zijn er in 2020 3 vergunningen verleend. Omdat nog verder uitvoering gegeven moet worden aan de uitspraak is het aannemelijk dat er nog circa 60 beperkte omzettingsvergunningen worden verleend dit jaar. Er wordt hiermee geen kamerverhuur aan de stad toegevoegd omdat deze panden op dit moment al aan studenten verhuurd worden.

Omzetten onzelfstandige kamerverhuur naar zelfstandige appartementen Een wijziging in bestaande beleidsregels maakt het sinds 2016 mogelijk om onzelfstandige woonruimtes (studentenkamers) om te zetten naar zelfstandige eenheden (studio’s of appartementen). We willen de groei van nieuwe kamers afremmen en kwaliteit in de bestaande particuliere kamerverhuurmarkt verbeteren. Dit doen we door het toestaan van omzettingen van onzelfstandige kamers naar zelfstandige wooneenheden (appartement of studio), mits de zelfstandige woning minimaal 24 m2 is, zich op één verdieping bevindt, door één huishouden bewoond wordt en het aantal huishoudens na woningvorming afneemt. De afgelopen maanden is de huidige beleidsregel geëvalueerd en van de uitkomsten doen we hieronder verslag.

39

Cijfers Sinds september 2016 is volgens onze gegevens een vergunning om onzelfstandige kamers te verbouwen naar zelfstandige wooneenheden 125 keer verleend (zie tabel 4). 687 onzelfstandige kamers zijn omgezet naar 479 zelfstandige wooneenheden. Op deze manier zijn er 208 onzelfstandige wooneenheden van de kamerverhuurmarkt in Groningen verdwenen. Vergunningen worden bovengemiddeld vaak aangevraagd voor panden in de Korrewegwijk (30x), de Schildersbuurt (16x) en de Binnenstad (16x). Uit een steekproef van woningvormingsvergunning-aanvragen blijkt de gemiddelde grootte van nieuw gevormde studio’s/appartementen 30 m2 te zijn. Dat gemiddelde voldoet ruim aan de eis van 24 m2. 2016 2017 2018 2019 2020 (t/m 31 aug) Verleende vergunningen 8 31 27 37 40 Tabel 4: Aantal verleende woningvormingsvergunningen tot 1 september 2020 (Bron: gemeente Groningen)

Beweegredenen voor het omzetten We hebben verschillende ontwikkelaars benaderd en gevraagd naar hun beweegredenen om over te gaan tot omzetting. De eerst en meest genoemde reden is de hogere huur die een adres oplevert na de omzetting. De huurprijs van iedere zelfstandige woonunit stijgt aanzienlijk t.o.v. de huur voor een kamer, door een relatief kleine (financiële) investering. Daarbij komt dat een pand na de omzetting uiteindelijk vaak maar door 1 of 2 personen minder bewoond wordt, door een slimme herindeling van de ruimte. Een andere beweegreden is dat zelfstandige wooneenheden een ander type studentbewoner aantrekt. Het zijn vaak studenten in de eindfase van hun studie, die recht hebben op huurtoeslag. Deze studenten kunnen de gevraagde huur (indien de kale huur onder de toeslaggrens blijft) met behulp van huurtoeslag betalen en zijn over het algemeen rustigere en betrouwbaardere bewoners dan kamerhuurders. De laatste motivatie die door bevraagde partijen genoemd wordt, is de fysieke kwaliteitsslag die gemaakt wordt tijdens een omzetting. Pandeigenaren noemen dat zij de kans van het omzetten aangrijpen om de woning niet alleen anders in te delen, maar ook op te knappen. Er wordt in die gevallen gerenoveerd én verduurzaamd.

Betaalbaarheid en leefbaarheid Er kan worden geconcludeerd dat omzettingen vaak leiden tot zelfstandige eenheden van verbeterde kwaliteit, van voldoende grootte en met meer privacy. De betaalbaarheid van eenheden is een punt van aandacht. De omgezette zelfstandige eenheden zijn voor studenten in de meeste gevallen alleen betaalbaar indien zij aanspraak kunnen maken op huurtoeslag (i.v.m. leeftijd en inkomen) én de gevraagde kale huurprijs onder de toeslaggrens valt. Uit de evaluatie komt als mogelijk gevolg van de hoge huurprijzen naar voren dat studio’s na omzetting soms bewoond worden door stellen. Zij delen de woonlasten en daardoor wordt een studio betaalbaar. Gevolg daarvan is wel dat de bewonersintensiteit in die gevallen na een omzetting niet afneemt of wellicht zelfs toeneemt. Uit gesprekken met omwonenden en ontwikkelaars blijkt echter dat deze situaties niet de overhand hebben. Over het algemeen neemt het aantal bewoners, en daarmee de druk op straat, wel af. Ook geven omwonenden aan dat huurders van de zelfstandige eenheden over het algemeen rustige en nette huurders zijn, vergeleken met bijvoorbeeld de overlast die kamerverhuurpanden soms veroorzaken.

40

Bovenstaande bevindingen geven op dit moment geen aanleiding om de beleidsregels aan te passen. We blijven de ontwikkeling, met bijbehorende cijfers en meldingen monitoren en komen hierop terug in het MJP van 2022-2025. Er bestaat een mogelijkheid om de beleidsregel, indien op dat moment gewenst, aan te passen of aan te scherpen wanneer bestemmingsplannen naar omgevingsplannen omgezet worden.

Nieuwbouw In 2019 zijn er circa 1100 woonheden voor jongeren opgeleverd, waaronder de Nidoflat in de Reitdiepzone (698 eenheden), Polaris in Paddepoel (207 eenheden) en 275 eenheden aan de Oostersingel/Nieuweweg. Daarnaast zijn er ruim 300 eenheden in de studentenflat Dragant vernieuwd. De onzelfstandige eenheden van 12 m2 zijn getransformeerd naar semi-zelfstandige studentenkamers van 18 m2. In 2020 is woontoren De Helix opgeleverd met 116 eenkamerappartementen, 96 tweekamerappartementen en 10 maisonnettes. Tevens is sinds augustus/september het aanbod in woontoren Atlas beschikbaar, waarbij het gaat om 224 semi-zelfstandige eenheden. Naar verwachting wordt in 2021 de Zwarte Doos opgeleverd met daarin 225 eenheden specifiek voor studenten. Ook gaan ze aan de slag met het voormalige KPN gebouw aan de Reitemakersrijge (circa 200 eenheden).

Verhuurdersvergunning Uitrol verhuurdersvergunning Op 1 januari 2019 is de uitrol van de verhuurdersvergunning gestart. Alle verhuurders die op 1 januari 2019 in bezit waren van een onttrekkingsvergunning hebben een verhuurdersvergunning ontvangen. In totaal betreft dit ca. 5.500 vergunningen. Daarnaast zijn er tot op heden 37 bemiddelingsvergunningen aangevraagd en verstrekt. Tevens worden er aanvragen voor vergunningen aangevraagd die meer maatwerk vragen (tot op heden 143 aanvragen), bijvoorbeeld voor woningen waar eerder geen onttrekkingsvergunning voor is aangevraagd. Er is een bezwaar binnengekomen tegen de invoering van het stelsel. Gezien het vergunningstelsel aan de APV is toegevoegd, is het bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Daarnaast is er een bezwaarschrift ingediend tegen een verleende vergunning. Daarover is nog geen beslissing op bezwaar genomen. Uitvoering en handhaving verhuurdersvergunning Tot op heden zijn er tevens geen vergunningen geweigerd. De prioriteit hoofdzakelijk gelegen op de invoering van het stelsel. De afgelopen periode hebben we een aanzienlijk aantal aanvragen ontvangen voor vergunningen die meer maatwerk vragen (bijvoorbeeld voor woningen waar eerder geen onttrekkingsvergunning voor is aangevraagd). Om meer uitwerking aan de uitvoering van het stelsel te geven is opdracht gegeven op handhavingsbeleid op te stellen.

Sinds 2016 verzamelen we via het Meldpunt Ongewenst Verhuurverdrag (MOV) meldingen over bedreigingen en intimidaties. In totaal hebben we sinds de start 160 meldingen ontvangen en gedocumenteerd. We zien dat het aantal meldingen sinds de invoering van het vergunningstelsel

41

afneemt. We vermoeden dat het stelsel daarom enerzijds zorgt voor preventieve werking, maar anderzijds krijgen we ook signalen dat studenten geen melding durven te sturen. Naast het MOV zijn we in 2019 gestart met de casustafel ‘huisjesmelkers’ waarin we casussen bespreken met VTH, OOV en de politie. Het invoeren van de vergunning heeft tot op heden niet tot handhaving geleid. Dit omdat het in diverse casussen ontbreekt aan voldoende herhaaldelijke meldingen. In Q1 2021 wordt de verhuurdersvergunning geëvalueerd en worden er aanbevelingen voor het vervolg gegeven. Short stay In juni is het Kaderdocument Overnachtingenmarkt vastgesteld. Dit kaderdocument geeft uitgangspunten voor de overnachtingenmarkt, AirBnB en short stay. Op basis van deze punten zijn we bezig beleid te formuleren. Daarnaast zal een deel van de uitgangspunten nader uitgewerkt worden in de Huisvestingsverordening op het moment dat ook de Wet Toeristische verhuur van woonruimte van kracht wordt. Dit is landelijke wetgeving die op dit moment in procedure is.

Convenant Studenten- en Jongerenhuisvesting in Groningen 2019-2022 (BouwJong 2.0) Evaluatie Het Convenant Studenten -en Jongerenhuisvesting in Groningen 2019-2022 (BouwJong 2.0) is november 2018 ondertekend. In januari 2019 zijn we gestart met de uitwerking van het convenant. Naast enkele doelstellingen is in het convenant opgenomen dat er een jaarlijkse evaluatie zal plaatsvinden. Gezien er organisatorisch een duidelijke scheiding is tussen de realisatie van de piekopvang en de lange termijnoplossingen, is besloten beide onderdelen apart te evalueren. De evaluatie van de piekopvang is in december 2019 afgerond. De uitkomsten hiervan hebben wij in de Studentenmonitor van 2019 met u gedeeld. In het voorjaar van 2020 zijn de lange termijnoplossingen geëvalueerd. Hieronder delen wij met u de resultaten en informeren wij u over het vervolg. Doordat convenantpartners sinds februari 2019 nauw samenwerken aan thema’s m.b.t studentenen jongerenhuisvesting ontstaat er kennis en begrip voor elkaars organisaties. De partners raken steeds meer op de hoogte van keuzes die intern per organisatie worden gemaakt en kunnen dit verstalen naar een uiteindelijk gezamenlijk resultaat. Er is dan ook de wil en betrokkenheid om een goed resultaat te halen. De organisatie rondom de piekopvang wordt door vrijwel alle partijen als succesfactor genoemd.

In 2020 hebben we daarom de samenwerkingsvorm in stand gehouden. Toekomstperspectief en proactief werken zijn verbeterpunten voor de toekomst. De partners hebben aangegeven voor de lange termijnoplossingen een meer vaste doelstelling nodig te hebben met haalbare tussentijdse mijlpalen. Vervolg Om meer stuurinformatie te verkrijgen wordt er specifieker onderzoek gedaan naar de prognose en wensen en behoefte op de middellange en lange termijn. Voor dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van verschillende bestaande onderzoeken waaronder het Woonbehoefteonderzoek en de lokale monitor Studentenhuisvesting (Kences). In december 2020 wordt het onderzoek opgeleverd. Op basis daarvan zal blijken of de visie om een aanvullend bouwprogramma van 1000-1500 eenheden geborgd blijft. Piekopvang 2020 De RUG en de HG verwachtten in 2020 een grotere instroom van eerstejaars internationale

42

studenten dan in 2019. Om die reden zijn de partners begin 2020 gestart met de voorbereidingen voor de piekopvang. Door de coronacrisis bleek de instroom echter minder groot. Op basis van de prognose en veelvuldig overleg is gebleken dat in het structureel aanbod voldoende ruimte zou zijn om de instroom op te kunnen vangen. Om die reden hebben de partners besloten in 2020 geen piekopvang te organiseren. Het is aannemelijk dat de instroom zal verschuiven naar februari. De overlegstructuur wordt om die reden doorgezet, maar dan in minder frequente vorm.

Samenleven tussen studenten en stadjers We streven naar evenwichtige wijken, waarin studenten en andere stadjers op een goede manier naast elkaar kunnen samenleven. Dat doen we enerzijds door het aanscherpen van beleidsregels en de inzet op een kwalitatieve verbetering van de huisvesting voor jongeren en studenten, maar door inzet op samenwerking. WIJS is hier een sprekend voorbeeld van deze samenwerking.

WIJS in Groningen Jaarlijks geven wij u in het MJP een korte terugblik op de werkzaamheden en ontwikkelingen van WIJS. Dit jaar informeren wij u tevens over de continuering van de samenwerkingsovereenkomst met Rijksuniversiteit Groningen, Hanzehogeschool, WIJ Groningen, Alfa College, Noorderpoort en Gemeente Groningen en de toekomst van WIJS. Daarmee beantwoorden wij eveneens de motie ‘WIJS me de weg’ van Student en Stad en Groen Links (motie 38, voorjaarsdebat 2020). In de motie lezen we dat WIJS (Wijk Inzet door Jongeren en Studenten) waardevol wordt gevonden door de gemeenteraad. De inzet van voldoende FTE’s wordt als een meerwaarde gezien in de fase waarin WIJS nu zit. Groei van het aantal FTE’s zou betekenen dat de organisatie van WIJS verder kan worden gecontinueerd en kan doorgroeien, met bijvoorbeeld meer inzet van studenten op meer locaties in de gemeente. Op dit moment bestaat het coördinerende projectteam van WIJS uit 4,3 FTE, waarvan 2,1 FTE in dienst bij de gemeente Groningen (Wonen en Gebiedszaken), 0,8 FTE bij WIJ Groningen en 1,4 FTE in dienst bij de onderwijsinstellingen, die tevens investeren in inzet van docenten. Bij WIJS doen studenten van verschillende onderwijsniveaus en opleidingen ervaring op in de samenleving en heeft de samenleving profijt van de kennis en talenten van studenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4135/documents/58983