CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij nr. 58 Rapport-GES-2020-Stadspark en voorpark.pdf

gemeenteraad 2 juni 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: a: Herijking visie Stadspark, Doorontwikkeling evenemententerrein Stadspark (raadsvoorstel 28-4-2021)16.721 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De laatvlieger staat op de Rode lijst als kwetsbaar en de tweekleurige vleermuis als gevoelig. Van de laatvlieger foerageerden vijf tot tien dieren in het park. Op een ochtend in juni zijn twee tot vier foeragerende tweekleurige vleermuizen bij de Stadsparkvijver waargenomen. Het aantal foeragerende gewone dwergvleermuizen wordt geschat op 90. Van deze soort baltsten in het najaar enkele exemplaren in het gebied en waren in de avond- en ochtendschemering soms zwermende groepjes aanwezig. Terrestrische zoogdieren In het onderzoeksgebied waren zeven doelsoorten aanwezig (Tabel 2.11, Figuur 2.24 t/m Figuur 2.26): eekhoorn, egel, konijn, haas, steenmarter en wezel (Rode lijst: gevoelig) zijn meerdere keren gezien. Van enkele van deze soorten en van de woelrat zijn tevens sporen gevonden. Het aantal eekhoorns, gebaseerd op zichtwaarnemingen en nesteninventarisatie, ligt rond de vijf (Figuur 2.30). Van de andere soorten is aantalsschatting op basis van zichtwaarnemingen en sporenonderzoek niet mogelijk. Van twee overige beschermde soorten, bosmuis en rosse woelmuis, zijn bewoningssporen aangetroffen. De niet beschermde mol is komt in groot aantal in het park voor. In 2012 zijn molshopen afzonderlijk geteld. Dat geeft een vertekend beeld. In werkelijkheid zijn enkele tientallen mollen in het gebied aanwezig.

Ten slotte is een waarneming gedaan van de onbeschermde bruine rat (Figuur 2.30).

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

53

Tabel 2.11

In de tabel staan voor de zoogdieren alle aangewezen doelsoorten en begeleidende

soorten voor Stadspark + voorpark. In de laatste kolom is aangegeven of de soort is waargenomen in de betreffende jaren. Voor uitleg WNB en RL zie Tabel 2.3. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

WNB

RL

Doelsoorten Baardvleermuis Bunzing Dwergmuis Eekhoorn Egel Franjestaart Gewone bosspitsmuis Gewone grootoorvleermuis Haas Hermelijn Konijn Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Steenmarter Vos Watervleermuis Wezel Woelrat

Myotis mystacinus Mustela putorius Micromys minutus Sciurus vulgaris Erinaceus europaeus Myotis nattereri Sorex araneus Plecotus auritus Lepus europaeus Mustela erminea Oryctolagus cuniculus Myotis dasycneme Nyctalus noctula Pipistrellus nathusii Martes foina Vulpes vulpes Myotis daubentoni Mustela nivalis Arvicola terrestris

EU NL NL NL NL EU NL EU NL NL NL EU EU EU NL NL EU NL NL

6 7 7 -

Overige soorten Bosmuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse woelmuis Tweekleurige vleermuis

Apodemus sylvaticus Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Clethrionomys glareolus Vespertilio murinus

NL EU EU NL EU

6 7

Figuur 2.30

2012 2020

• •

• •

• • • • • •

• • •

• • • • • • • • • • • • •

Links eekhoornnest in stamvork, rechts bruine rat langs Concourslaan

Vergelijking en analyse resultaten Vleermuizen In vergelijking met 2012 zijn twee extra vleermuissoorten aangetroffen: de meervleermuis en tweekleurige vleermuis (Tabel 2.12). Deze zijn in 2020 echter maar één keer in een laag aantal waargenomen en kunnen in 2012 zijn gemist. De tweekleurige vleermuis is in de winter van 2003 in het nabijgelegen Gasuniegebouw gevonden (www.vleermuis.net) en is de afgelopen jaren ook ‘s zomers in de stad

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

54

Groningen waargenomen (één tot twee individuen in Lewenborg en het gebied Rabenhaupt). Op een vroege ochtend in juni waren twee tot vier exemplaren bij de Stadsparkvijver aanwezig. Een meervleermuis, een doelsoort, jaagde daar op een avond in juni boven het water. De doelsoorten rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis zijn in beide jaren in het park waargenomen. Van de rosse vleermuis zijn in 2020 meer waarnemingen gedaan dan in 2012. Dit komt onder meer door de aanwezigheid van twee verblijfplaatsen: een groep van zes dieren in een vleermuiskast nabij de parkeerplaats aan de Concourslaan en een kraamkolonie in een gewone es aan de noordgrens van het gebied. Deze laatste bevond zich in een natuurlijke holte en telde 19 uitvliegers. Enkele dagen later bleken de vleermuizen verhuisd naar een onbekende locatie. Mogelijk maakten ze deel uit van een kolonie in het noorden van het Stadspark waar in 2019 ook verschillende verblijfplaatsen van rosse vleermuis zijn aangetroffen (Berg et al. 2020). Ook van de watervleermuis zijn meer waarnemingen gedaan dan in 2012. Naar schatting vijf exemplaren foerageerden op een avond boven de Stadsparkvijver. Op andere avonden en ochtenden is daar echter maximaal één watervleermuis waargenomen. Tabel 2.12 laat in 2012 meer waarnemingen van de ruige dwergvleermuis zien dan in 2020.

Op enkele plekken waren in 2020 baltsende mannetjes in bomen aanwezig. Ook in 2012 zijn verschillende waarnemingen gedaan van baltsende mannetjes, waarmee de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen waarschijnlijk wordt geacht. De aantallen van de gewone dwergvleermuis zijn met een aantal van ongeveer 90 foeragerende dieren in 2020 en 84 waarnemingen in 2012 vrij stabiel. De vergelijking tussen beide jaren laat zien, dat de aantallen vleermuizen in het gebied niet veel veranderd zijn en dat boombewonende vleermuizen in het gebied een verblijfplaats kunnen vinden. Terrestrische zoogdieren De relatief gemakkelijk te inventariseren doelsoorten eekhoorn, egel en konijn laten in 2012 en 2020 vergelijkbare aantallen zien (Tabel 2.12). Dit geldt ook voor de doelsoort steenmarter. Het aantal waarnemingen van de eekhoorn valt in 2020 hoog uit, doordat de aanwezige eekhoorns meermalen door verschillende waarnemers zijn gezien en tevens de nesten zijn geïnventariseerd. De eekhoorn is in 2020 niet in het Voorpark gezien, in 2012 nog wel. De doelsoorten haas, wezel en woelrat zijn in 2012 niet waargenomen. Van deze soorten is de wezel gemakkelijk te missen. Hij is in 2020 twee maal ten noorden van de drafbaan gezien, terwijl hij de Concourslaan overstak. Een mogelijk hol van de wezel bevond zich in nabijgelegen bos. Het aantal woelratten in het gebied is ook in 2020 nog laag.

Van de overige soorten zijn rosse woelmuis en mol in beide jaren aangetroffen. De bosmuis en bruine rat zijn in 2012 niet aangetoond, maar kunnen toen net als in 2020 in laag aantal aanwezig zijn geweest.

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

55

Tabel 2.12

Waargenomen zoogdieren en het aantal waarnemingen per soort in 2012 en 2020.

Het aantal in de tabel is de som van het aantal waarnemingen over het hele seizoen. Voor een schatting van het aantal aanwezige exemplaren zie tekst ‘Vergelijking en analyse resultaten’. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Doelsoorten Eekhoorn Egel Haas Konijn Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Steenmarter Watervleermuis Wezel Woelrat

Sciurus vulgaris Erinaceus europaeus Lepus europaeus Oryctolagus cuniculus Myotis dasycneme Nyctalus noctula Pipistrellus nathusii Martes foina Myotis daubentoni Mustela nivalis Arvicola terrestris

Overige soorten Bosmuis Bruine rat Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Mol Muizen en ratten Rosse woelmuis Tweekleurige vleermuis Woelmuizen

Apodemus sylvaticus Rattus norvegicus Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Talpa europaea Muridae Clethrionomys glareolus Vespertilio murinus Woelmuizen spec.

2012 2020 8 12 1 27 32 1 1

84 16 287 1 3

21 9 3 2 1 46 22 2 8 3 1 1 1 103 14 29 3 4

4

Knelpunten en potenties Vleermuizen In het gebied is veel variatie door de aanwezige bosschages, bosranden, waterpartijen en open veld. Hierdoor zijn er goede foerageermogelijkheden voor diverse soorten vleermuizen. Boven en langs de waterpartijen wordt door alle aanwezige vleermuissoorten gejaagd. Langs bospaden en bosranden foerageren voornamelijk gewone en ruige dwergvleermuis, terwijl de laatvlieger van de open plekken gebruikt maakt. Het bos biedt verblijfplaatsen voor vleermuizen. De rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis maken gebruik van natuurlijke holtes en vleermuiskasten. Alle verblijfplaatsen zijn gevonden in het noordelijk deel van het gebied. Hier kan het makkelijkst uitwisseling plaatsvinden met de rest van het Stadspark, waar zich geschikt ouder bos bevindt. In het zuidelijk deel van het gebied zijn ook geschikte bomen met holten aanwezig. De doelsoorten gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis en franjestaart kunnen in deze holten hun verblijfplaats vinden. De laatste twee soorten zijn in Groningen schaars. De stad ligt op de grens van het spreidingsgebied op de zandgronden. Tussen Stadspark en Voorpark loop de westelijke ringweg. Dit is voor zich verplaatsende vleermuizen waarschijnlijk geen groot knelpunt: soorten als rosse vleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis kunnen hier hoog over vliegen, begeleid door hoge bomen langs de ringweg.

Dwergvleermuizen en watervleermuis kunnen langs de Concourslaan onder het viaduct door vliegen. Terrestrische zoogdieren

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

56

De variatie in het terrein biedt mogelijkheden voor veel terrestrische soorten. Er zijn voldoende naaldbomen en vruchtdragende bomen en struiken, die een voedselbron vormen voor de doelsoort eekhoorn. In het bosplantsoen is op de meeste plaatsen voldoende ondergroei aanwezig in de vorm van een kruid- en struiklaag of sierheesters. Ook zijn op enkele locaties takkenrillen opgeworpen. Hierdoor kunnen doelsoorten als egel, bunzing, wezel, hermelijn, steenmarter en vos in het park voorkomen. Deze soorten kunnen voldoende prooisoorten vinden: woelmuizen, muizen en ratten zijn in het bos en het grasland langs de Concourslaan aanwezig. In het hoge gras, riet en braamstruweel ten noorden van de drafbaan wordt de doelsoort dwergmuis verwacht. Hij is hier echter niet gevonden, terwijl hij wel in het noordelijk deel van het Stadspark aanwezig is (Berg et al. 2020). Bij het gefaseerd maaien ontstaan zones van hoog gras die in onvoldoende mate met elkaar verbonden zijn. Door Harry Holsteijn (gemeente Groningen) zijn verschillende extra waarnemingen gedaan. Bij de grote vijver heeft hij verschillende keren een otter vastgelegd. Daarnaast heeft hij o.a. waarnemingen gedaan van de doelsoorten, bunzing, wezel en haas. Dit betroffen echter waarnemingen in het noordelijk deel van het Stadspark dat vorig jaar is geïnventariseerd (Figuur 2.31).

Figuur 2.31

Links een vos op de paardenweide (naast de Hooglanders) en rechts een otter tussen

de rododendrons langs de zuidoever van de grote vijver in het Springerpark (bron: Harry Holsteijn)

De woelrat is in laag aantal aanwezig, doordat langs de meeste waterpartijen beschoeiing aanwezig is. Deze soort graaft zijn holen in steile oevers. De westelijke ringweg is een barrière tussen het Voorpark en het Stadspark. Het viaduct over de Concourslaan biedt geen goede verbinding tussen beide gebiedsdelen door het aanwezige voetgangers- en fietsverkeer, ook ‘s avonds en ’s nachts. Daarnaast ontbreekt begeleiding, bijvoorbeeld door takkenrillen, onder het viaduct. De Concourslaan, Mulock Houwerlaan en in mindere mate Paviljoenlaan vormen knelpunten voor kleine zoogdieren om zich te verplaatsen. Op de meeste plaatsen is hier ook autoverkeer mogelijk. Enkele faunapassages kunnen uitkomst bieden. Aanbevelingen

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

57

Vleermuizen • Bij onderhoud bosplantsoen boomholten behouden • Vleermuiskasten één keer per jaar controleren en schoonmaken: uitborstelen van uitwerpselen, spinrag en eventuele vogelnesten, als vleermuizen afwezig zijn. Terrestrische zoogdieren • Bij gefaseerd maaibeheer meer aaneengesloten zones van hoog gras laten staan • Steile oevers zonder beschoeiing aanbrengen voor een soort als woelrat • Faunapassages onder ringweg en onder Concourslaan, Mulock Houwerlaan (en Paviljoenlaan), voor zover nog niet aanwezig, met voldoende begeleiding door begroeiing

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

58

2.4

Samenvatting Tabel 2.13 geeft een overzicht van alle aangetroffen doelsoorten en begeleidende soorten in 2012 en 2020. De bijlagen II tot en met VII geven een overzicht van alle soorten die zijn aangetroffen in 2020. Tabel 2.13

Aangetroffen doelsoorten en begeleidende soorten per soortgroep voor Stadspark +

voorpark in 2012 en 2020. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Status

Vaatplanten Bosanemoon Dotterbloem Geoorde wilg Grote kaardenbol Grote ratelaar Holwortel Mattenbies Moerasrolklaver Moeraswederik Pinksterbloem Slangenwortel Vingerhelmbloem Watermunt Wilde kievitsbloem

Anemone nemorosa Caltha palustris palustris Salix aurita Dipsacus fullonum Rhinanthus angustifolius Corydalis cava Schoenoplectus lacustris Lotus pedunculatus Lysimachia thyrsiflora Cardamine pratensis Calla palustris Corydalis solida Mentha aquatica Fritillaria meleagris

D D B D D D B B B D D D B D

•

Dagvlinders Citroenvlinder Oranjetipje

Gonepteryx rhamni Anthocharis cardamines

B D

• •

Libellen Azuurwaterjuffer Blauwe glazenmaker Glassnijder Noordse witsnuitlibel Variabele waterjuffer Viervlek Vroege glazenmaker Zwarte heidelibel

Coenagrion puella Aeshna cyanea Brachytron pratense Leucorrhinia rubicunda Coenagrion pulchellum Libellula quadrimaculata Aeshna isoceles Sympetrum danae

B D D D B B D B

• • • • • • • •

• • •

Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Poelkikker

Pelophylax klepton esculentus Rana temporaria Bufo bufo Lissotriton vulgaris Pelophylax lessonae

B B B B D

• • •

•

Vogels Appelvink Boomklever Boomkruiper Fuut Goudvink Grauwe vliegenvanger Grote lijster IJsvogel Scholekster Tuinfluiter Visdief

Coccothraustes coccothraustes Sitta europaea Certhia brachydactyla Podiceps cristatus Pyrrhula pyrrhula Muscicapa striata Turdus viscivorus Alcedo atthis Haematopus ostralegus Sylvia borin Sterna hirundo

D B B B B B B D B B D

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

2012 2020

• •

• • • • •

• • • • • • • • • • •

• •

•

• • •

• •

•

• • • •

• • • • • •

• • •

• • •

59

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Waterhoen Zwartkop

Gallinula chloropus Sylvia atricapilla

B B

• •

• •

Zoogdieren Eekhoorn Egel Haas Konijn Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Steenmarter Watervleermuis Wezel Woelrat

Sciurus vulgaris Erinaceus europaeus Lepus europaeus Oryctolagus cuniculus Myotis dasycneme Nyctalus noctula Pipistrellus nathusii Martes foina Myotis daubentoni Mustela nivalis Arvicola terrestris

D D D D D D D D D D D

• •

• • • • • • • • • • •

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Status

2012 2020

• • • • •

60

3

Conclusies en advies

3.1

Conclusies Ondanks het formele karakter van het onderzochte deel van het Stadspark is de diversiteit aan habitats vrij groot. De afwisseling van verschillende typen wateren, uitgestrekte gazons en bosschages van een zeer diverse aard, maken het gebied rijk aan structuur en daardoor in ecologisch opzicht waardevol. Het gebied is van waarde voor alle onderzochte soortgroepen. Als vervolg op de monitoring in 2012 zijn niet of nauwelijks maatregelen genomen om de biodiversiteit te vergroten. Alleen het maaibeleid langs de Concourslaan is aangepast, deze graslanden zijn uit gazonbeheer genomen en worden 2x per jaar gemaaid. Een deel van deze graslanden is sterk verruigd en een deel is momenteel nog bloemrijk, maar is wel snel aan het verruigen. Het totaal aantal aangetroffen soorten is in de periode 2012 – 2020 vrijwel gelijk gebleven. Binnen de soortgroepen zijn wel wat veranderingen zichtbaar. Het aantal dagvlinders is afgenomen. Het aantal vogels en zoogdieren daarentegen is toegenomen. Tabel 3.1 Soortgroep

Totaal aantal aangetroffen soorten per soortgroep voor Stadspark + voorpark Aangetroffen soorten 2012 2020

Doelsoorten 2012

2020

Begeleidende soorten 2012 2020

WNB

RL

2012

2020

2012

2020

Vaatplanten

200

205

5

7

5

4

0

0

2

0

Dagvlinders

13

9

1

1

1

0

0

0

0

0

Libellen

26

21

4

3

4

3

0

1

0

1

Amfibieën

5

4

1

0

3

3

5

4

1

0

Vogels

46

55

0

3

9

8

42

51

1

7

Zoogdieren

13

18

7

11

0

0

10

16

1

3

Totaal

303

312

18

25

22

18

57

72

5

11

Het aantal soorten planten is gelijk gebleven de afgelopen acht jaar. De doelsoorten die zijn aangetroffen betreffen voornamelijk voorjaarsbloeiers. De overige doelsoorten die zijn aangetroffen zijn alle slechts heel lokaal en met lage aantallen waargenomen. Doelsoorten die niet aanwezig zijn betreffen soorten van bloemrijk grasland en goed ontwikkelde oevervegetaties, beide biotopen ontbreken nu (vrijwel) in het gebied. Voor dagvlinders heeft het gebied een beperkte waarde door een gebrek aan nectar- en waardplanten. In de periode 2012 – 2020 is het aantal soorten afgenomen, maar met meest opvallend is de afname van het aantal waargenomen exemplaren. Voor libellen en amfibieën heeft het gebied meer waarde. De wateren in het gebied verschillen erg in kwaliteit. Sommige wateren zijn beschoeid of hebben zeer steile oevers. De vijver in het voorpark daarentegen is, ondanks de beschoeiing, van grote waarde door de rijke submerse vegetatie. Wel is het aantal libellen en amfibieën de afgelopen acht jaar

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

61

afgenomen, deels heeft dit te maken met het dichtgroeien van de watergang waar in 2012 net een natuurlijke oever was aangelegd. Bij amfibieën speelt mogelijk verstoring ook een rol. Ondanks dat het aandeel bos in dit deel van het Stadspark aanzienlijk minder is dan in het Natuurpark is het aantal vogels dat is aangetroffen vergelijkbaar. Ook hier heeft het bos over het algemeen een rijke ondergroei van struiken en kruiden en is van grote waarde voor een groot aantal vogels en zoogdieren. Het aantal vogels en zoogdieren is toegenomen in de afgelopen acht jaar. Mogelijk deels door de verdere veroudering van het bos. Voor vleermuizen is het park een belangrijk leefgebied. Ze foerageren er veelvuldig. Daarnaast zijn er verschillende verblijfplaatsen aangetroffen van rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Het Stadspark biedt, vanwege de vele oude bomen, een grote mogelijkheid aan verblijfplaatsen voor vleermuizen.

3.2

Knelpunten 2020 Water/oever Een deel van de vijvers en watergangen hebben nog altijd zeer steile of grotendeels beschoeide oevers met als gevolg dat de oever- en watervegetatie zich hier niet goed kan ontwikkelen en het habitat niet optimaal is voor libellen en amfibieën. Geheel aan de oostkant van het gebied is de natuurlijke oever bij transect T09 de afgelopen 12 jaar volledig dicht gegroeid met riet, waardoor de diversiteit enorm is afgenomen. De rietkragen die aanwezig zijn langs de watergangen en vijvers zijn momenteel te klein om broedgelegenheid te bieden aan rietvogels als blauwborst en bosrietzanger. Graslanden Bloemrijk grasland ontbreekt vrijwel. Alleen langs de Concourslaan is enig bloemrijk grasland aanwezig. Groot deel van de graslanden is in gazonbeheer, waardoor er onvoldoende kruiden zijn als nectarbron voor dagvlinders. Ook bieden de gazons onvoldoende dekking aan grondgebonden zoogdieren Het grasland langs de Concourslaan is snel aan het verruigen. Als niet wordt ingegrepen zullen ook hier ruigtekruiden de overhand krijgen. Reuzenberenklauw is een ongewenste exoot die onder andere langs de vijver bij het gasuniegebouw gevonden wordt, maar ook op enkele andere plekken in het gebied. Bosplantsoen De mantelzoomvegetatie is op veel plekken slecht ontwikkelt doordat het gazon door loopt tot aan de struweelrand.

Hierdoor ontbreekt dekking voor veel grondgebonden zoogdieren en zijn er onvoldoende waardplanten voor dagvlinders (brandnetel, look zonder look, sporkehout). Voor libellen zijn er hierdoor weinig plekken om te foerageren op beschutte zonnige plekken.

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

62

Overig De westelijke ringweg is een barrière voor grondgebonden zoogdieren tussen het Voorpark en het Stadspark. Het viaduct over de Concourslaan biedt geen goede verbinding tussen beide gebiedsdelen door het aanwezige voetgangers- en fietsverkeer, ook ‘s avonds en ’s nachts. Daarnaast ontbreekt begeleiding, bijvoorbeeld door takkenrillen, onder het viaduct. De Concourslaan, Mulock Houwerlaan en in mindere mate Paviljoenlaan vormen knelpunten voor kleine zoogdieren om zich te verplaatsen. Op de meeste plaatsen is hier ook autoverkeer mogelijk. Enkele faunapassages kunnen misschien uitkomst bieden.

3.3

Advies voor inrichting en beheer Op basis van de knelpunten die naar voren zijn gekomen is een advies opgesteld waarmee de waarde van het gebied verder versterkt kan worden voor de (doel)soorten in het gebied Stadspark + voorpark (Tabel 3.2). Tabel 3.2

Per beheereenheid de aanbevelingen, uitgesplitst naar inrichtingsmaatregelen en

beheermaatregelen. Beheereenheid

Inrichtingsmaatregelen

Beheermaatregelen

Water

-

-

Oever

Aanbevolen wordt te kijken of er meer plekken een flauw talud aangelegd zou kunnen worden. Dit zou een sterke verbetering betekenen voor amfibieën en libellen. Meest kansrijke locatie is de vijver aan de westkant van het gebied (T01) en de vijver in het Voorpark (T08).

Aanbevolen wordt het riet bij T09 terug te dringen, waardoor meer licht het water bereikt en aantrekkelijker wordt voor libellen en amfibieën. Riet in de zomer maaien én afvoeren. Aanbevolen het riet onder water af te snijden. Zo lopen de (holle) stengels vol water en sterft het riet af. Wanneer dit niet mogelijk is, omdat er bijvoorbeeld te weinig water in de watergang staat, dan wordt aanbevolen te maaien voorafgaand aan een natte periode. Door de regen zullen de stengels ook vol lopen met water. Overwogen kan worden om een klein rietmoeras te creëren bij de grote vijver aan de westkant van het gebied. Voor de blauwborst en bosrietzanger is een kleine bosschage in het riet essentieel, bijvoorbeeld van wilgen die zeer bestendig zijn tegen natte voeten. Een andere mogelijkheid is een eiland midden in de vijver. Een eiland biedt ook andere vogelsoorten zoals eenden een rustig broedgebied waar honden en recreanten niet bij kunnen. Onderhoud (bijvoorbeeld eens in de twee of drie jaar) is van groot belang om te voorkomen dat het riet geheel overwoekerd wordt door wilgen.

Graslanden

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

63

Beheereenheid

Inrichtingsmaatregelen

Beheermaatregelen Bloemrijke graslanden langs de Concourslaan enkele jaren 3x per jaar gefaseerd maaien om de verruiging terug te dringen, daarna weer overgaan op 2x per jaar maaien en afvoeren.

Aanbevolen wordt om in het voorjaar later te beginnen met het maaien van de gazons, waardoor een soort als pinksterbloem tot bloei kan komen. Waar dit niet mogelijk is kan mogelijk plaatselijk om pinksterbloemen heen worden gemaaid. Dit creëert meer leefgebied voor de doelsoort oranjetipje.

Bosplantsoen / Zoom

Ophangen van een bosuilen kast en/of kunstnesten voor ransuil.

Bij de gazons in het is voldoende ruimte voor de ontwikkeling van een mantelzoomvegetatie zonder dat het de recreatie functie van het grasland in de weg staat. Aanbevolen wordt een strook van circa 2 meter vanaf het struweel nog slechts eens in de twee à drie jaar te maaien, waarbij nooit alles in één keer wordt gemaaid. . Bij voorkeur aan de noordkant van een veld omdat hier de meeste lichtval is. Bij onderhoud bosplantsoen er voor waken dat bomen met holten behouden blijven.

Overig

Op de platte daken in de omgeving nestgelegenheid creëren voor visdiefjes. Mogelijk kan de gemeente samenwerken met de voetbalvereniging, renbaan en kantoren in het Voorpark om op hun daken geschikte broedplekken te maken. Dit kan door het plaatsen van grind, een klein opstaand randje en buizen waarin jonge visdiefjes kunnen schuilen bij slecht weer of bij gevaar van roofvogels als kraaien en meeuwen. Passage onder de ringweg aanpassen zodat grondgebonden dieren hier zich veilig kunnen verplaatsen. Daarnaast kijken naar mogelijkheden voor faunapassages onder Concourslaan, Mulock Houwerlaan (en Paviljoenlaan), met voldoende begeleiding door begroeiing.

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

64

4

Literatuur Handleidingen monitoring GES (voorheen SES) Berg, G.J., J. Bijkerk & T. Koeman (2008a). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring vegetatie. Rapport 2008-027. Koeman en Bijkerk bv, Haren. Berg, G.J., J. Bijkerk, T. Koeman, B. Koole, E. van der Ploeg, G.L. Verweij & J.H. Wanink (2008b). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Achtergrondrapportage. Rapport 2008-026. Koeman en Bijkerk bv, Haren. Berg, G.J., J. Bijkerk, G.L. Verweij & T. Koeman (2008c). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring landschapselementen. Rapport 2008092. Koeman en Bijkerk bv, Haren. 22 pp. Koelman R.M., G.J. Berg, E. van der Ploeg (2015). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring zoogdieren (update van rapportage 2008-028). Rapport 2015-030, Bureau Koeman en Bijkerk, Haren. Koeman,T & G.L. Verweij (2008). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Bijlage kaartmateriaal. Rapport 2008-026B. Koeman en Bijkerk bv, Haren. Koole, B., E. van der Ploeg, J.H. Wanink, G.L. Verweij, T. Koeman & G.J. Berg (2012). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring vogels (update van rapportage 2008-030). Rapport 2012-011, Bureau Koeman en Bijkerk, Haren. van der Ploeg, E. & T.

Koeman (2008a). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring dagvlinders. Rapport 2008-032. Koeman en Bijkerk bv, Haren. van der Ploeg, E. & T. Koeman (2008b). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring libellen. Rapport 2008-031. Koeman en Bijkerk bv, Haren. Verweij, G.L., J.H. Wanink & T. Koeman (2008). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring amfibieën. Rapport 2008-033. Koeman en Bijkerk bv, Haren. Wanink J.H., G.L. Verweij & T. Koeman (2008a). Monitoringsplan Stedelijke Ecologische Structuur (SES) Groningen. Handleiding monitoring faunapassages. Rapport 2008-093. Koeman en Bijkerk bv, Haren. 12 pp.

Overige literatuur Berg, G.J., C.J.E. Brochard, J. van Goethem, A.J. Loonstra, G. Mulderij, W. Patberg, E. van der Ploeg, G.L. Verweij & G. Wolters. 2013. Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012: kerngebied Stadspark. Rapport 2012-056. Koeman en Bijkerk bv, Haren. Berg G.J., A.R. Balk, C.A. Bultstra, K.D. Jipping, R.E. Modderman & H.L. Schepp. 2020. Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2019. Kerngebied Stadspark (noordzijde) – 1e monitoring. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-088. Bureau Waardenburg, Haren.

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

65

EZ (2015) Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken …, DGAN-PDJNG / 15129301, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Staatscourant nr. 36471. Natuurpunt 2020 (i): https://www.natuurpunt.be/pagina/rietlandbeheer Vlinderstichting, 2020 (i): Hoe gaat het met de vlinders in 2020? https://www.vlinderstichting.nl

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

66

Bijlage I

Overzicht transecten 2020

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

67

Bijlage II

Vegetatie - transecten

De ligging van de transecten is weergegeven in Bijlage I. T01 Transect T01 loopt langs de noordoever van de grote vijver aan de westkant van het Stadspark. De vijver is geheel beschoeid en het gazon loopt bijna door tot aan de rand van de vijver. Door de aanwezigheid van ganzen en eenden en door het gazonbeheer is de vegetatie zeer kort met uitzondering van een smalle strook direct langs de waterkant. De diversiteit in deze strook was in 2012 met 87 soorten al hoog en is intussen nog verder gestegen. Langs het hele transect zijn nu bijna 100 soorten aangetroffen. Het betreft zowel oeverplanten als gazon- en pionierssoorten. Het aantal pionierssoorten is wel gedaald sinds de vorige monitoringsrondes, omdat kale grond rond de vijver vrijwel niet meer aanwezig is. Ruigtekruiden als grote brandnetel, haagwinde, kleefkruid en heermoes hebben hun aandeel weten uit te breiden, al is hun bedekking nog (redelijk) laag. Een opvallende en abundant voorkomende soort is moerasrolklaver. Andere bloemrijke kruiden zijn grasmuur, moeraswalstro, blauw glidkruid en moerasspirea. In het korte gras groeit veel witte klaver, maar ook pinksterbloem, oranje havikskruid en kruipende boterbloem. Sommige opvallende soorten uit 2012 zijn niet weer gevonden, zoals ruige weegbree, slaapkamergeluk en gewoon langbaardgras.

In het troebele en diepe water groeit vrijwel niets, slechts hier en daar komt wat kroos voor of wat drijfblad van een veenwortel.. T02 Langs een sloot bij de zuidelijke ingang van het Stadspark ligt T02. Deze sloot is volledig beschoeid en het gazongedeelte loopt hier door tot de rand van de beschoeiing. Evenals in 2012 zijn gewoon struisgras, gestreepte witbol en Engels raaigras hier volop aanwezig, ook al is het aandeel van de witbol gedaald ten gunste van onder meer Engels raaigras. Geknikte vossenstaart, in 2012 lokaal abundant, is hier dit jaar niet meer aangetroffen. Sinds 2012 is het gazon verrijkt met de doelsoort pinksterbloem. Verder zijn witte klaver en hondsdraf de meest voorkomende kruiden. Op de rand tussen gazon en water is een lage rij grauwe elzen beeldbepalend, waartussen afwisselend groepen moerasspirea, grasmuur, akkerdistel, grote brandnetel en heermoes aangetroffen worden. De sloot zelf is voor een groot deel dichtgegroeid met grof hoornblad, een soort die in 2012 op deze locatie nog niet werd gevonden. Daarentegen is puntig fonteinkruid, in 2012 nog lokaal abundant, hier nu niet meer aangetroffen. Tenger fonteinkruid komt plaatselijk nog wel in groepen voor en kroos is sporadisch aanwezig. T03 Dit transect ligt naast de westelijke ringweg en loopt langs een vijver van de Gasunie.

Ten tijde van het veldbezoek dit jaar vonden in een groot deel van dit transect werkzaamheden plaats, zowel op de oever als in het water, waarbij een deel van de vegetatie is verwijderd. Waar in 2012 sprake was van een soort houtwal met zwarte els, es en gewone esdoorn (alle lokaal abundant aanwezig), zijn de genoemde soorten nu geheel of grotendeels verdwenen en staan alleen aan de oostelijke kant van het transect nog wat bomen en struiken. Op de oever is riet nog steeds de dominante soort, maar de nu nog jonge,

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

68

onvolgroeide stengels resulteren in een lagere bedekking dan bij de vorige inventarisatieronde. Reuzenberenklauw is eveneens een beeldbepalende plant, maar ook deze ongewenste exoot was begin juni nog niet (weer) tot normale proporties uitgegroeid. In het transect is, ondanks de werkzaamheden, nog steeds een redelijke diversiteit aan soorten aanwezig (in 2020 vier soorten meer dan in 2012), met gewoon struisgras en glanshaver als meest voorkomende grassen. Straatgras en ruw beemdgras hebben duidelijk qua bedekking ingeleverd, terwijl langs de waterkant de gele lis in omvang is toegenomen. Waar in 2012 het water grotendeels bedekt was met kroos en submers smalle waterpest dominant aanwezig was, is in 2020 de bedekking hiervan veel lager met slechts plaatselijk kroos en hier en daar wat smalle waterpest. T04 T04 loopt langs de zuidoever van een sloot langs de Concourslaan. De sloot zelf is voor een groot deelt dichtgegroeid. Smalle waterpest is de meest dominante ondergedoken soort, maar ook tenger en puntig fonteinkruid komen hier plaatselijk voor. Drijvend fonteinkruid is de meest dominerende drijvende plant, aangevuld met lokaal vrij veel kroos. Ook hoge emergente planten als riet, grote egelskop en grote lisdodde hebben een hoog aandeel in de bedekking van de sloot. Een groot deel van de oever is eveneens bedekt met een hoge en dichte vegetatie.

Veel voorkomende planten in dit gedeelte zijn de grassoorten riet, rietgras, kweek en ruw beemdgras, naast kruiden als akkerdistel, smeerwortel, haagwinde, grote brandnetel, fluitenkruid, late guldenroede en koninginnenkruid. Roodbloeiende framboos is lokaal abundant en onderaan het talud groeit veel wijfjesvaren. Al deze soorten hebben zich weten uit te breiden sinds de vorige monitoringsronde. Het meest westelijke deel van de sloot dat deels onder de bomen ligt, heeft een oeverbegroeiing met theeboompje, sneeuwbes, geel nagelkruid, vingerhoedskruid en zaailingen van diverse boomsoorten. Prachtframboos heeft langs dit transect aan bedekking ingeleverd ten opzichte van 2012. De soortenrijkdom is ongeveer gelijk aan de vorige monitoringsronde. T05 Transect T05 loopt langs een bosschage met aangrenzend een gazon. Magnolia’s en sierappels waren in 2012 lokaal abundant in dit transect, maar zijn sinds de vorige inventarisatieronde verdwenen of sterk gereduceerd in aantal. Het transect wordt nu gedomineerd door bramenstruiken, al heeft de prachtframboos voor een groot deel plaatsgemaakt voor andere vertegenwoordigers uit het geslacht Rubus. Daartussen heeft zich lokaal Wilgenroosje gevestigd, maar de kruidlaag in de ondergroei is nog steeds vrijwel niet ontwikkeld. In het aangrenzende gazon zijn voornamelijk grassen en typische gazonsoorten aanwezig.

Het aantal kruiden in het gras is wel duidelijk toegenomen, met o.a. madeliefje, kruipende boterbloem en pinksterbloem als meest voorkomende soorten. De diversiteit in dit transect gestegen van 30 naar 53 soorten. T06 Ten oosten van T05 loopt T06 eveneens langs een bosschage, grenzend aan een gazon. Een groepje papierberken staat voor de bosschage in het gazongedeelte. Net als in 2012 heeft deze bosschage een redelijke diversiteit aan soorten, zoals hondsroos, ruwe berk, hulst, hazelaar en wilde liguster. Prachtframboos is nog steeds dominant aanwezig. Het

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

69

aangrenzende gazon is sinds 2012 wel rijker geworden aan kruiden met soorten als gewone hoornbloem, grote weegbree, kruipende boterbloem en witte klaver. In tegenstelling tot het vorige transect is hier de soortenrijkdom maar weinig gestegen (van 31 naar 39 soorten). T07 Evenals T04 ligt T07 langs één van de sloten langs de Concourslaan, maar dan iets meer naar het oosten. Deze sloot is, net als acht jaar geleden, geheel bedekt met kroos, alleen het destijds dominante puntkroos ontbreekt nu geheel. Op de oever is zevenblad nog steeds lokaal dominant aanwezig en zowel gestreepte witbol als pitrus komen nog steeds veel voor. In plaats van het klein hoefblad is nu lokaal veel harig wilgenroosje en heermoes aanwezig, aangevuld met een groep braamstruiken. Frequent zijn er zaailingen van es, zomereik en haagbeuk te vinden op het talud, maar ook bloeiende planten, waarvan groot streepzaad, dat veel voorkomt langs dit deel van de Concourslaan, de meest opvallende is, naast lagere soorten als moeraswalstro en vijfvingerkruid. Het soortenaantal langs dit transect is gestegen van 38 naar 52, waarbij vooral het aantal grassoorten is toegenomen, maar in mindere mate ook het aantal houtige gewassen en kruiden in het gras. T08 Dit transect loopt rond een formele vijver met een ovale vorm in het oostelijke deel van het Stadspark.

Een deel ervan heeft een harde stenen beschoeiing en het geheel heeft een formele aanblik. De rand langs de oever wordt niet gemaaid en hier heeft de oevervegetatie zich, zeker voor een beschoeide vijver, goed ontwikkeld. De begroeiing van de oever is sinds de vorige inventarisatie niet zo veel veranderd; er zijn ook maar enkele soorten meer waargenomen dan in 2012. Riet is nog steeds lokaal dominant aanwezig, harig wilgenroosje en grote lisdodde lokaal abundant. Een grote treurwilg is eveneens beeldbepalend. Enkele grassen, zoals gestreepte witbol, geknikte vossenstaart en mannagras, zijn duidelijk minder aanwezig dan acht jaar geleden. In de vijver zelf is intussen meer veranderd. In 2012 was deze vrijwel dichtgegroeid met voornamelijk aarvederkruid terwijl deze soort in 2020 slechts lokaal frequent is aangetroffen. De onderwatervegetatie wordt nu gedomineerd door stijve waterranonkel en in mindere mate door grof hoornblad. T09 Helemaal in het oosten van het gebied ligt T09, een watergang met een zeer brede natuurlijke oever. In 2012 waren, door de recente aanleg, nog veel open plekken aanwezig. De vegetatie was nog niet goed ontwikkeld , maar op het plasdras gedeelte kwam toen al wel veel fioringras en mannagras voor en waren soorten als hazenzegge, zomprus en grote lisdodde aanwezig. Deze zijn nu verdwenen of sterk in aantal achteruitgegaan.

In 2020 is riet de dominante soort met daartussen abundant harig wilgenroosje. Op de wat drogere oever is vooral de basterdklaver achteruitgegaan en de Rode lijstsoort ruige weegbree is dit jaar niet weer teruggevonden. Met een andere bijzondere soort van dit transect, de grote kaardenbol, is waarschijnlijk de slipbladkaardenbol bedoeld, een exoot uit het zuiden en midden van Europa en uit Azië, die in 2012 mogelijk nog niet bekend was. Nieuwkomers in het transect zijn ruige zegge, kleefkruid, reuzenberenklauw, smalle weegbree, zilverschoon en scherpe boterbloem. In het troebele water zijn geen andere soorten meer

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

70

gevonden dan riet en liesgras, terwijl acht jaar geleden ook nog submerse soorten als stijve waterranonkel, sterrenkroos en smalle waterpest in zeer hoge dichtheden aanwezig waren. In de totale soortenrijkdom van dit transect is niet veel veranderd, in 2012 zijn 51 soorten gevonden, in 2020 58 soorten.

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

71

Bijlage III

Soortenlijst vegetatie

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bosanemoon Dotterbloem Grote ratelaar Holwortel Pinksterbloem Slangenwortel Vingerhelmbloem

Anemone nemorosa Caltha palustris palustris Rhinanthus angustifolius Corydalis cava Cardamine pratensis Calla palustris Corydalis solida

Geoorde wilg Mattenbies Moerasrolklaver Moeraswederik

Salix aurita Schoenoplectus lacustris Lotus pedunculatus Lysimachia thyrsiflora

Aarvederkruid Akkerdistel Akkerkool Akkermelkdistel Akkervergeet-mij-nietje Amerikaans krentenboompje Amerikaanse eik Appel Basterdklaver Beemdlangbloem Biezenknoppen Bijvoet Blaartrekkende boterbloem Blauw glidkruid Boerenwormkruid Bosandoorn Boswilg Braam Bultkroos Dagkoekoeksbloem Draadereprijs Drijvend fonteinkruid Duinriet Duizendblad Dwergkroos Dwergmispel Echte kamille Eenstijlige meidoorn Engels raaigras Es Fioringras Fluitenkruid Fraaie vrouwenmantel Geel nagelkruid Geitenbaard Geknikte vossenstaart Gele lis Gele plomp Gestreepte witbol Gewone berenklauw Gewone braam Gewone brunel Gewone engelwortel

Myriophyllum spicatum Cirsium arvense Lapsana communis Sonchus arvensis Myosotis arvensis Amelanchier lamarckii Quercus rubra Malus Trifolium hybridum Festuca pratensis Juncus conglomeratus Artemisia vulgaris Ranunculus sceleratus Scutellaria galericulata Tanacetum vulgare Stachys sylvatica Salix caprea Rubus sp Lemna gibba Silene dioica Veronica filiformis Potamogeton natans Calamagrostis epigejos Achillea millefolium Lemna minuta Cotoneaster Matricaria chamomilla Crataegus monogyna Lolium perenne Fraxinus excelsior Agrostis stolonifera Anthriscus sylvestris Alchemilla mollis Geum urbanum Aruncus dioicus Alopecurus geniculatus Iris pseudacorus Nuphar lutea Holcus lanatus Heracleum sphondylium Rubus fruticosus Prunella vulgaris Angelica sylvestris

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL + + + + + + + + + + +

-

-

-

-

-

-

72

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Gewone esdoorn Gewone hennepnetel Gewone hoornbloem Gewone margriet Gewone melkdistel Gewone smeerwortel Gewone vleugelnoot Gewone vlier Gewone vogelkers Gewone waterbies Gewoon biggenkruid Gewoon speenkruid Gewoon struisgras Gewoon varkensgras Glad walstro Gladde witbol Glanshaver Grasmuur Grauwe wilg en rossige wilg Greppelrus Grof hoornblad Groot streepzaad Grote brandnetel Grote egelskop Grote kattenstaart Grote lisdodde Grote vossenstaart Grote waterweegbree Grote wederik Grote weegbree Haagbeuk Haagwinde Harig wilgenroosje Hazelaar Heermoes Herderstasje Herik Hondsdraf Hondsroos Hopklaver Hulst Jakobskruiskruid Japanse duizendknoop Kantige basterdwederik Kleefkruid Klein hoefblad Klein kroos Klein springzaad Kleine klaver Kleine lisdodde Klimop Klimopereprijs Koninginnenkruid Koolzaad Korrelganzenvoet Kropaar Kruipende boterbloem Krulzuring Kweek

Acer pseudoplatanus Galeopsis tetrahit Cerastium fontanum vulgare Leucanthemum vulgare Sonchus oleraceus Symphytum officinale Pterocarya fraxinifolia Sambucus nigra Prunus padus Eleocharis palustris Hypochaeris radicata Ficaria verna verna Agrostis capillaris Polygonum aviculare Galium mollugo Holcus mollis Arrhenatherum elatius Stellaria graminea Salix cinerea Juncus bufonius Ceratophyllum demersum Crepis biennis Urtica dioica Sparganium erectum Lythrum salicaria Typha latifolia Alopecurus pratensis Alisma plantago-aquatica Lysimachia vulgaris Plantago major major Carpinus betulus Convolvulus sepium Epilobium hirsutum Corylus avellana Equisetum arvense Capsella bursa-pastoris Sinapis arvensis Glechoma hederacea Rosa canina Medicago lupulina Ilex aquifolium Senecio jacobaea Fallopia japonica Epilobium tetragonum Galium aparine Tussilago farfara Lemna minor Impatiens parviflora Trifolium dubium Typha angustifolia Hedera helix Veronica hederifolia Eupatorium cannabinum Brassica napus Chenopodium polyspermum Dactylis glomerata Ranunculus repens Rumex crispus Elytrigia repens

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL -

-

73

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Late guldenroede Liesgras Liggende vetmuur Lijsterbesspirea Look-zonder-look Madeliefje Magnolia Mannagras Mannetjesvaren Moerasandoorn Moerascipres Moeraseik Moerasmuur Moerasspirea Moeraswalstro Narcis Noorse esdoorn Oranje havikskruid Paardenbloem Papierberk Penningkruid Perzikkruid Pijlkruid Pitrus Prachtframboos Puntig fonteinkruid Puntkroos Raapzaad Reuzenberenklauw Ridderzuring Riet Rietgras Robertskruid Rode klaver Rode kornoelje Rododendron Rood zwenkgras Roodbloeiende framboos Roos Ruige zegge Ruw beemdgras Ruwe berk Ruwe iep Schapenzuring Scherpe boterbloem Schijnaardbei Sint-Janskruid Slipbladkaardebol Smalle stekelvaren Smalle waterpest Smalle weegbree Smalle wikke Sneeuwbes Spaanse aak Speerdistel Stijve waterranonkel Straatgras Taxus Tenger fonteinkruid

Solidago gigantea Glyceria maxima Sagina procumbens Sorbaria sorbifolia Alliaria petiolata Bellis perennis Magnolia sp Glyceria fluitans Dryopteris filix-mas Stachys palustris Taxodium distichum Quercus palustris Stellaria uliginosa Filipendula ulmaria Galium palustre Narcissus Acer platanoides Hieracium aurantiacum Taraxacum officinale Betula papyrifera Lysimachia nummularia Persicaria maculosa Sagittaria sagittifolia Juncus effusus Rubus spectabilis Potamogeton mucronatus Lemna trisulca Brassica rapa Heracleum mantegazzianum Rumex obtusifolius Phragmites australis Phalaris arundinacea Geranium robertianum Trifolium pratense Cornus sanguinea Rhododendron Festuca rubra Rubus odoratus Rosa Carex hirta Poa trivialis Betula pendula Ulmus glabra Rumex acetosella Ranunculus acris Potentilla indica Hypericum perforatum Dipsacus laciniatus Dryopteris carthusiana Elodea nuttallii Plantago lanceolata Vicia sativa nigra Symphoricarpos albus Acer campestre Cirsium vulgare Ranunculus circinatus Poa annua Taxus baccata Potamogeton pusillus

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL -

-

74

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Tengere rus Theeboompje Tijmereprijs Treurwilg Valse voszegge Veelwortelig kroos Veenwortel Veldereprijs Veldzuring Vertakte leeuwentand Vijfvingerkruid Viltige basterdwederik Vingerhoedskruid Vogelmuur Vogelwikke Waterzuring Wijfjesvaren Wilde akelei Wilde liguster Wilde lijsterbes Wilgenroosje Witte klaver Witte waterlelie Wolfspoot Zachte berk Zachte dravik Zevenblad Zilverschoon Zoete kers Zomereik Zomprus Zwart tandzaad Zwarte els Totaal vaatplanten

Juncus tenuis Spiraea salicifolia Veronica serpyllifolia Salix sepulcralis Carex otrubae Spirodela polyrhiza Persicaria amphibia Veronica arvensis Rumex acetosa Leontodon autumnalis Potentilla reptans Epilobium parviflorum Digitalis purpurea Stellaria media Vicia cracca Rumex hydrolapathum Athyrium filix-femina Aquilegia vulgaris Ligustrum vulgare Sorbus aucuparia Chamerion angustifolium Trifolium repens Nymphaea alba Lycopus europaeus Betula pubescens Bromus hordeaceus Aegopodium podagraria Potentilla anserina Prunus avium Quercus robur Juncus articulatus Bidens frondosa Alnus glutinosa 205

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL

7

4

0

0

75

Bijlage IV

Soortenlijst dagvlinders

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Oranjetipje

Anthocharis cardamines

Atalanta Bont zandoogje Dagpauwoog Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Totaal dagvlinders

Vanessa atalanta Pararge aegeria Aglais io Polygonia c-album Pieris brassicae Pieris napi Pieris rapae Aglais urticae 9

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL +

-

-

1

0

0

0

76

Bijlage V

Soortenlijst libellen

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Blauwe glazenmaker Glassnijder Vroege glazenmaker

Aeshna cyanea Brachytron pratense Aeshna isoceles

Azuurwaterjuffer Variabele waterjuffer Viervlek

Coenagrion puella Coenagrion pulchellum Libellula quadrimaculata

Sierlijke witsnuitlibel Blauwe breedscheenjuffer Bruine glazenmaker Bruinrode heidelibel Gewone oeverlibel Grote keizerlibel Grote roodoogjuffer Houtpantserjuffer Kleine roodoogjuffer Lantaarntje Paardenbijter Platbuik Steenrode heidelibel Vuurjuffer Watersnuffel Totaal libellen

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL -

-

-

-

Leucorrhinia caudalis

EU

2

Platycnemis pennipes Aeshna grandis Sympetrum striolatum Orthetrum cancellatum Anax imperator Erythromma najas Lestes viridis Erythromma viridulum Ischnura elegans Aeshna mixta Libellula depressa Sympetrum vulgatum Pyrrhosoma nymphula Enallagma cyathigerum 21

1

1

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

+ + + + + +

3

3

77

Bijlage VI

Soortenlijst amfibieën

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bastaardkikker Gewone pad Kleine watersalamander

Pelophylax klepton esculentus Bufo bufo Lissotriton vulgaris

Groene kikker complex Totaal amfibieën

Pelophylax esculentus synklepton 4

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL

0

+ + +

NL NL NL

-

3

NL 4

0

78

Bijlage VII

Soortenlijst vogels

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Visdief Appelvink IJsvogel

Sterna hirundo Coccothraustes coccothraustes Alcedo atthis

Grauwe vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Fuut Goudvink Scholekster Waterhoen Zwartkop

Muscicapa striata Sitta europaea Certhia brachydactyla Podiceps cristatus Pyrrhula pyrrhula Haematopus ostralegus Gallinula chloropus Sylvia atricapilla

Huismus Groene specht Kerkuil Ransuil Slobeend

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL EU EU EU

6 -

EU EU EU EU EU EU EU EU

7 -

Passer domesticus Picus viridis Tyto alba Asio otus Anas clypeata

EU EU EU EU EU

7 6 6 6 6

Aalscholver Blauwe reiger Buizerd Ekster Gaai Goudhaan Grauwe gans Groenling Grote bonte specht Grote Canadese gans Heggenmus Houtduif Houtsnip Kauw Kleine mantelmeeuw Kokmeeuw Koolmees Koperwiek Krakeend Kuifeend Meerkoet Merel Pimpelmees Putter Roek Roodborst Spreeuw Tjiftjaf Vink Wilde eend Winterkoning Witte kwikstaart Zanglijster Zwarte kraai Zwarte roodstaart

Phalacrocorax carbo Ardea cinerea Buteo buteo Pica pica Garrulus glandarius Regulus regulus Anser anser Chloris chloris Dendrocopos major Branta canadensis Prunella modularis Columba palumbus Scolopax rusticola Coloeus monedula Larus fuscus Larus ridibundus Parus major Turdus iliacus Anas strepera Aythya fuligula Fulica atra Turdus merula Cyanistes caeruleus Carduelis carduelis Corvus frugilegus Erithacus rubecula Sturnus vulgaris Phylloscopus collybita Fringilla coelebs Anas platyrhynchos Troglodytes troglodytes Motacilla alba Turdus philomelos Corvus corone Phoenicurus ochruros

EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU EU

-

Nijlgans Soepeend

Alopochen aegyptiaca Anas platyrhynchos domesticus

-

-

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

+ + + + + + + + + + +

79

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Soepgans Stadsduif Totaal vogels

Anser anser forma domesticus Columba livia domestica 55

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL

3

8

51

7

80

Bijlage VIII Soortenlijst zoogdieren Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Wezel Eekhoorn Egel Haas Konijn Steenmarter Woelrat Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Mustela nivalis Sciurus vulgaris Erinaceus europaeus Lepus europaeus Oryctolagus cuniculus Martes foina Arvicola terrestris Myotis dasycneme Nyctalus noctula Pipistrellus nathusii Myotis daubentoni

Bosmuis Rosse woelmuis Tweekleurige vleermuis Laatvlieger

Doelsoort Begeleidende soort WNB RL NL NL NL NL NL NL NL EU EU EU EU

7 -

Apodemus sylvaticus Clethrionomys glareolus Vespertilio murinus Eptesicus serotinus

NL NL EU EU

7 6

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

EU

-

Bruine rat Mol Totaal zoogdieren

Rattus norvegicus Talpa europaea 18

16

3

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

+ + + + + + + + + + +

11

0

81

Bijlage IX

Beschrijving landschapselementen

Hieronder worden de landschapselementen zoals gebruikt bij de structuurkartering kort omschreven Houtwal (Hwal) Omschrijving: Een door de mens opgeworpen, langgerekte aarden wal met een aaneengesloten beplanting van verschillende houtsoorten, die vooral een functie heeft (had) als veekering en eigendomsgrens. Houtsingel (Hsin) Omschrijving: Een met bomen beplante strook grond, over het algemeen langs een sloot, die vooral een functie heeft (had) als veekering en eigendomsgrens. Houtsingels lijken veel op houtwallen, alleen is bij houtsingels geen sprake van een opgeworpen wal en zijn singels vaak smaller dan houtwallen. Groenstrook (Gstr) Omschrijving: Langwerpige groenstructuur opgebouwd uit bomen en struiken. In tegenstelling tot houtwallen en –singels hebben groenstroken over het algemeen niet een functie als veekering of eigendomsgrens. Boomgroep (Bgrp) Omschrijving: Een boomgroep bestaat uit enkele bomen die tezamen een visuele eenheid in het landschap vormen. De bomen zijn hoger dan vijf meter en hebben een contrastwerking ten opzichte van de omgeving. Het element boomgroep wordt alleen gebruikt voor een groep bomen, zonder struiklaag en komt in het algemeen dan ook voor in combinatie met één van de typen grasland. Bosje/Bos (Bos) Omschrijving: Een bosje of bos bestaat evenals een boomgroep uit verschillende bomen die tezamen een visuele eenheid in het landschap vormen.

De oppervlakte van een bosje is meestal groter dan vijftig bij vijftig meter, maar kan ook veel groter zijn (bijvoorbeeld het Sterrebos). Een bos onderscheidt zich met name van het element boomgroep door het grotere oppervlak en de aanwezigheid van een struiklaag. Struweel (Struweel) Omschrijving: Groenstructuur opgebouwd uit alleen maar struiken. Over het algemeen zijn dit zeer dichte structuren. Laan (Laan) Omschrijving: Weg die aan beide zijde met één of meer rijen bomen van dezelfde soort is beplant en waarbij een ondergroei niet of vrijwel niet aanwezig is. De horizontale bedekking is dan ook altijd laag (minder dan 50%).

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

82

Begraafplaats (Bpla) In de GES zijn enkele begraafplaatsen opgenomen zoals het Esserveld. Waar mogelijk worden delen van de begraafplaatsen ondergebracht bij de andere elementen. Daar waar dat niet mogelijk is wordt dit element gebruikt. Boomgaard (Bgrd) Omschrijving: Een met fruitbomen beplant oppervlak Volkstuinencomplex (Vtuin) In de GES zijn enkele volkstuinen opgenomen zoals de Piccardthof. Waar mogelijk worden delen van het volkstuinencomplex ondergebracht bij de andere elementen. Daar waar dat niet mogelijk is wordt dit element gebruikt. Perk (Perk) Omschrijving: Laag struweel of beplanting veelal bestaand uit uitheemse planten en/of struiken. De meeste perken in de stad kenmerken zich doordat dat ze slechts uit één of een zeer beperkt aantal soorten bestaan. Grasland-gazon (Ggazon) Omschrijving: Graslanden binnen de stad welke zeer intensief (vaak) worden gemaaid en over het algemeen zeer soortenarm zijn. Grasland- bloemrijk/kruidenrijk (Gbloem) Omschrijving: Graslanden die slechts één tot enkele malen per jaar gemaaid worden en kruidenrijk zijn. Ruigtekruiden zijn niet tot nauwelijks aanwezig. Grasland-verruigd (Gruig) Omschrijving: Graslanden die slechts incidenteel gemaaid worden of helemaal niet en gedomineerd worden door ruigtekruiden. Riet-facies (Rkaal) Omschrijving: Soortenarm rietland, andere planten of kruiden komen niet of nauwelijks voor.

Rietland-bloemrijk/kruidenrijk (Rbloem) Omschrijving: Kruidenrijk rietland met soorten als o.a. harig wilgenroosje, echte valeriaan en moerasspirea Rietland-verruigd (Rruig) Omschrijving: Rietland dat naast riet gedomineerd wordt door ruigtekruiden als grote brandnetel en haagwinde Weiland (Weiland) Omschrijving: Weilandjes binnen de stad die begraasd worden door paarden, schapen of koeien.

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

83

Akker (Akker) Omschrijving: Stuk grond dat jaarlijks omgeploegd wordt. Wel kan het braak liggen, waardoor het aandeel ruigtekruiden zeer hoog kan zijn. Verharding (Hard) Omschrijving: straten, paden en andere soorten verharding, inclusief bebouwing. Strand (Strand) Omschrijving: In de stad komen op enkele plaatsen stranden voor langs zwemplassen zoals bij Ruskenveen. Onbegroeid (Obgr) Omschrijving: Oppervlaktes die (nog) niet begroeid zijn. Meestal zijn dit plekken waar recent werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Stadsgracht (Gracht) Omschrijving: Brede watergangen binnen de stad, veelal voorzien van een kademuur. Sloot (Sloot) Omschrijving: Een gegraven water van maximaal zes à acht meter breed, dat dient om het overtollige water af te voeren. Vijver (Vijver) Omschrijving: Gegraven laagte, veelal dieper en groter dan een poel. Het talud van de oevers varieert van zeer flauw tot zeer steil, met of zonder beschoeiing. Poel (Poel) Omschrijving: Natuurlijk of gegraven laagte. Een poel is over het algemeen kleiner en minder diep dan een vijver en heeft zeer flauw aflopende oevers. Zplas (Zwemplas) Omschrijving: Natuurlijke of gegraven plas bedoeld voor recreatief gebruik. Hfil (Helofytenfilter) Omschrijving: Aangelegd riet- of biezenveld, bedoeld om water te zuiveren.

Kanaal (Kanaal) Omschrijving: Een gegraven watergang van enige omvang, die meestal bestemd is (was) voor de scheepvaart.

Monitoring GES Groningen 2020 – Stadspark + voorpark

84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4076/documents/62045