CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2020.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 23 juni 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 2c: Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet (BUIG) 2020 (raadsvoorstel 19-5-2021)11.999 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20201 Versie: uitgebreid verzoek2

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2020

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? In de aanvraag geeft het college inzicht in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren. Deze aanvraag beoogt, naast de gemeenteraad, ook andere gemeenten inzicht te geven in de maatregelen die het college heeft getroffen om het tekort te reduceren. Immers, de vangnetuitkering is gebaseerd op solidariteit tussen gemeenten: de vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget van twee jaar na het tekortjaar. Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Hieronder verklaart het college maatregelen te hebben getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. Het gaat hierbij om de informatiepositie van de gemeenteraad.

De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om te kunnen beoordelen of er een duidelijke inhoudelijke analyse is gegeven, die betrekking heeft op de gemeente, waaruit blijkt welke maatregelen moeten worden getroffen en wat hiervan het effect is op de reductie van het tekort.

1 2

Versie aanvraagformulier d.d. 1 december 2020 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.

1

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? Per onderdeel (A, B en C) is aangegeven wat de gemeenteraad van het college mag verwachten. •

•

• •

Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2021 hebben ontvangen. Ze beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van de Toetsingscommissie. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college. Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2020

3

https://vng.nl/onderwerpenindex/werk-en-inkomen/participatiewet/nieuws/vangnetuitkering-participatiewet2020-rol-raadsleden

2

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

Het tekort op de BUIG 2020 van de gemeente Groningen, conform het beeld van de uitvoering, bedraagt € 14,6 miljoen. In 2019 was dit tekort € 16,1 miljoen. Achter de verbetering van het saldo BUIG gaat een dynamiek schuil van positieve en negatieve ontwikkelingen. •

Het budgetaandeel liep in 2020 verder terug van 2,43% naar 2,40 %. Hierdoor is het BUIG-budget 2020 € 2,8 mln. lager geweest dan het bij gelijkblijvend budgetaandeel geweest zou zijn. Deze verlaging van het budgetaandeel wordt verklaard door een toegenomen verschil tussen het werkelijk aantal huishoudens met bijstand en het aantal huishoudens met bijstand dat door het objectief verdeelmodel wordt voorspeld. Werkelijk aantal huishoudens Voorspeld aantal huishoudens Verschil Gemiddeld voorspelde prijs Verstrekte prijs per uitkering Verschil

2017 10.648 11.412 764

2018 10.801 10.850 49

2019 11.124 10.474 -650

2020 10.762 9.732 -1.030

€ 12.747 € 13.688 -€ 941

€ 14.113 € 14.350 -€ 238

€ 15.023 € 15.237 -€ 214

Figuur: gebaseerd op rekentool van SZW In 2020 is dit verschil opgelopen van 650 huishoudens in 2019 tot 1.030 huishoudens in 2020. In de vangnetaanvraag voor 2019 gaven wij al aan dat mede op ons aandringen in 2018 een aanpassing in het model is gedaan die ertoe heeft geleid dat het verschil tussen de werkelijke prijs van een uitkering en de voorspelde prijs kleiner is geworden. Deze verbetering is blijvend en heeft een positief effect op het tekort op de BUIG. Daartegenover staat een toegenomen afwijking tussen voorspeld en werkelijk volume waardoor per saldo een groter tekort is 3

ontstaan. De uitkomst van het verdeelmodel resulteert in een trendmatige ontwikkeling van het budget voor de gemeente Groningen4 dat op een andere werkelijkheid gebaseerd lijkt te zijn dan de ontwikkeling van het macrobudget BUIG.

Ten opzichte van 5 jaar geleden is het budget van de gemeente licht afgenomen terwijl het macrobudget in dezelfde periode met 12% is toegenomen. In 2016 bedroeg het tekort van de (nieuwe) gemeente € 8,4 miljoen. •

•

4

In 2020 is sprake van een overraming van het macro BUIG-budget in verband met de Coronacrisis. In de eerste helft van 2020 zagen we zowel plaatselijk als landelijk een sterke stijging van het aantal bijstandsuitkeringen onder invloed van de Coronacrisis. De voorspelling van het aantal bijstandsuitkeringen voor 2020 van het rijk op basis van die stijging is voor de tweede helft van 2020 echter niet uitgekomen. Onder meer onder invloed van de steunmaatregelen en andere opvangregelingen bleek de instroom in de bijstand door Corona in de tweede helft van 2020 beperkt te zijn. Hierdoor hebben gemeenten en dus ook Groningen in 2020 een incidenteel voordeel. Dit verklaart dat het tekort in 2020, ondanks het in 2020 verder gedaalde budgetaandeel, toch lager uitviel dan in 2019. Gemiddeld bedroeg de toename van het aantal P-wet uitkeringen in 2020 in Groningen 1,4%. Landelijk was de toename van het aantal uitkeringen 3,6%. Deze ontwikkelingen zijn de resultante van een combinatie van beïnvloedbare factoren zoals de inzet van ons werkprogramma en niet-beïnvloedbare factoren zoals het algemeen conjunctuurverloop en de Coronacrisis.

Nieuwe gemeente Groningen inclusief Haren en Ten Boer

4

A2.

Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren

In voorgaande jaren hebben we fors ingezet op het terugdringen van het tekort op de BUIG. In de loop van de jaren hebben we velerlei projecten, initiatieven, trajecten en instrumenten ontwikkeld.

Volume ontwikkeling Nederland en Groningen (bron CBS) 105 100 95 90

2014

2015

2016

2017 Nederland

2018

2019

juni

september

maart

december

september

juni

maart

december

september

juni

maart

december

september

juni

maart

december

juni

september

maart

december

september

juni

maart

85

december

Index cijfer dec 2015 = 100

110

2020

Groningen

De uitvoering ervan heeft in de afgelopen jaren ertoe geleid dat het aantal uitkeringen in Groningen zich relatief gunstig heeft ontwikkeld. In het laatste kwartaal van 2019 sloeg dit beeld om. Reden om na te gaan waar Groningen afwijkt van andere gemeenten voor wat betreft de uitvoeringspraktijk. Aanwijzingen hiervoor kregen we vooral uit de benchmark van Divosa. Hieruit kwam het beeld naar voren dat nog winst te halen viel door het beperken van de instroom en versnellen van de doorstroom en uitstroom. Daarom hebben we het Werkprogramma 2020-2022 ontwikkeld met daarin concrete maatregelen die tot doel hebben om de instroom te beperken, de doorstroom te bevorderen en de uitstroom te vergroten.

A3.

Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.

Voor de analyse van de oorzaken van het tekort hebben we gebruik gemaakt van verschillende gemeentelijke gegevens en bronnen. Hieronder vindt u een overzicht: •

Publicatie SZW definitief budget 2020 5

• • • • • • • •

Publicatie SZW definitief budget 2019 Opgaaf beeld van de uitvoering gerealiseerde uitgaven 2020 Opgaaf beeld van de uitvoering gerealiseerde uitgaven 2019 CBS statline Analysetool SZW bij voorlopig budget 2018 Analysetool SZW bij voorlopig budget 2019 Analysetool SZW bij voorlopig budget 2020 Benchmark bijstandsgegevens t.b.v. periodieke uitwisseling gemeenten

6

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Algemene toelichting en ontwikkelingen over 2020 Begin 2020 groeide onze economie en hadden we te maken met een krappe arbeidsmarkt. Onze plannen waren gericht op het in contact komen en in beweging krijgen van onze inwoners richting participatie of werk. Dit was ook de bedoeling voor de groep mensen die door omstandigheden moeilijker aan het werk konden komen. Dit wilden we bereiken door het geven van de juiste begeleiding en ondersteuning. Ons streven om mensen naar werk te begeleiden is niet alleen ingegeven door een positieve uitwerking op de BUIG, ook draagt werk in veel gevallen bij aan iemands geluk en welbevinden. De coronapandemie heeft echter voor een nieuwe werkelijkheid gezorgd waarbij we onze focus hebben moeten verleggen. Hoe dan ook hebben we het afgelopen jaar zoveel mogelijk ingezet om onze oorspronkelijke plannen voort te zetten en onze mensen die nog niet aan het werk waren te begeleiden naar de arbeidsmarkt.

De coronapandemie heeft echter grote gevolgen gehad voor de arbeidsmarkt en de uitwerking hiervan is uiteenlopend geweest in de verschillende sectoren. Bepaalde sectoren moesten volledig op slot terwijl andere sectoren juist een groei hebben laten zien. Vooral flexwerkers, jongeren en ZZP’ers verloren hun baan, maar we hebben ook gezien dat een groot deel weer ander werk heeft gevonden. Deze mensen hebben zich flexibel ingezet en ingespeeld op werk in sectoren waar nog wel mogelijkheden zijn. Daarnaast zijn de steunmaatregelen van het Rijk van belang geweest om de enorme economische gevolgen door de lock downs op te vangen. Naast onze inzet om mensen aan het werk te helpen, hebben we een deel van de capaciteit van onze organisatie in moeten zetten om uitvoering te geven aan de steunmaatregelen. Op meerdere fronten hebben we ingezet om de tekorten in de BUIG terug te dringen in combinatie met het willen voorkomen van een (nieuwe) instroom in de bijstand als gevolg van de crisis. We hebben interne en externe maatregelen getroffen die bijdragen aan het terugdringen van deze tekorten en het voorkomen van nog grotere tekorten. We hebben maatregelen voortgezet en ingezet op het continueren van maatregelen en projecten, als dat mogelijk is binnen de richtlijnen van het RIVM. We hebben ook nieuwe maatregelen geïnitieerd mede gericht op het voorkomen van nieuwe instroom.

Onze inzet is onder te verdelen in: 1. Voortzetten bestaande projecten en maatregelen die bijdragen aan de uitstroom van mensen naar werk, opleiding of sociale activering of op het verlagen van de gemiddelde uitkeringshoogte. 2. Invoeren van nieuwe maatregelen ter bevordering van de uitstroom van mensen uit de uitkering of een reductie van de uitkeringshoogte. Ook zetten we meer in om de vraag naar werk beter te laten aansluiten bij de mogelijkheden onze doelgroep. 7

3. Maatregelen gericht op het verbeteren van onze dienstverlening door integraler en meer gebiedsgericht te werken. Ook richten we ons op het beter in beeld krijgen van onze doelgroep en het verbeteren van de monitoring van onze instrumenten.

Hoewel we in 2020 door de coronapandemie aanvullende maatregelen hebben moeten treffen om mensen en ondernemers te helpen, is het reduceren van de tekorten in de buig een doorlopend proces dat onze grote aandacht heeft. Binnen de mogelijkheden die we het afgelopen jaar hebben gehad hebben we er alles aan gedaan om de tekorten terug te dringen en te voorkomen dat mensen langer dan nodig gebruik maken van een uitkering. Alle projecten die we uitvoeren zijn gericht om mensen met een uitkering een stap in de ontwikkeling richting werk te laten maken. Ondanks deze inspanningen hebben we in 2020 wederom te maken gekregen met tekorten op de BUIG, hoewel het tekort afgelopen jaar minder is dan voorgaande jaar. Op verschillende momenten hebben we de gemeenteraad bericht over het voorziene tekort en over de maatregelen die we hebben genomen. Dit hebben we, naast de standaard momenten via de P&C cyclus inclusief de voortgangsrapportages, extra gedaan om de raad te informeren over de gevolgen voor de ontwikkeling van de bijstand door de coronacrisis, in een brief over de voortgang van het werkprogramma. Daarnaast hebben we de raad in een aparte brief geïnformeerd over de gevolgen van de bekendmaking van de BUIG budgetten 2019-2020. De coronapandemie, de maatregelen en de sluiting van verschillende sectoren hebben het niet eenvoudiger gemaakt om mensen richting werk te bewegen.

Toch hebben we ons ingezet om binnen de maatregelen van het RIVM een bijdrage leveren aan het terugdringen van het buig tekort. Hieronder volgt een overzicht van de interne en externe maatregelen.

B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen

Voortzetten bestaande projecten en maatregelen 1. Update Werkprogramma 2020-2022 Om de tekorten in de buig extra terug te dringen hebben we in het collegeprogramma aangegeven dat we dit willen realiseren met het Werkprogramma. Met dit Werkprogramma geven we een extra impuls om mensen te stimuleren, te activeren en te begeleiden naar werk, participatie of scholing om daarmee het tekort te verminderen. In deze periode hebben we de ambitie om 3 miljoen te besparen (oplopend tot 5 mln). Met het werkprogramma wilden we een grote groep van 500 mensen die nog niet maatschappelijk actief of aan het werk is, een volgende stap laten maken naar participatie of betaald werk. Het programma is onder te verdelen in drie delen namelijk het voorkomen van de instroom, het stimuleren van de 8

ontwikkeling van de doorstroom en het vergroten en verduurzamen van uitstroom. Binnen deze richtingen hebben we activiteiten en projecten ontwikkeld die bijdragen aan de doelstelling. • De preventie van de instroom willen we voorkomen door het activeren van kansrijke 27+ bijstandsaanvragers, het voortijdig aanpakken van de instroom vanuit de WW en het gebruik van een arbeidsmarktwaardescan zodat de deelnemer zicht krijgt op de ontwikkelmogelijkheden. • De doorstoom bevorderen realiseren we door meer begeleiding op maat en meer focus op de regie zoals via Pilot Oost. • De uitstroom bevorderen door extra in te zetten op jobhunting en jobcoaching. Het werkprogramma vormt een samenhangend geheel van maatregelen om het aantal bijstandsgerechtigden terug te dringen. Kort nadat we het werkprogramma begin 2020 hadden vastgesteld brak de coronacrisis uit. We hebben het werkprogramma aangepast aan deze nieuwe werkelijkheid met corona en hebben onze prioriteiten moeten bijstellen. Daar waar we in het werkprogramma eerst de focus hadden liggen op de begeleiding van mensen naar werk die dat niet alleen kunnen, hebben we de focus moeten aanvullen met het extra voorkomen van nieuwe instroom in de bijstand. Hier hebben we vooral ingezet op jongeren. Werk staat op de eerste plaats en waar dat niet mogelijk is zetten we in op scholing en ontwikkeling.

We zetten in op snellere interventies door goede informatie over kansrijke sectoren, toegankelijke scholing naar deze sectoren, werk zoeken door gebruik van je netwerk en via uitzendbureaus. Al met al hebben we het werkprogramma op hoofdlijnen overeind gehouden maar hebben we onze inzet en capaciteit moeten verdelen. 2. Pilot Oost In deze pilot in het Oostelijk stadsdeel onderzoeken we hoe we via een wijkgerichte benadering de coach langer kunnen verbinden aan het ontwikkeltraject van de deelnemer/klant uit deze wijk. Wij onderzoeken of het voor de ontwikkeling van de klant passender is de regie te bundelen en minder overdrachtsmomenten plaats te laten vinden. Hierdoor verwachten we beter in te springen op de ontwikkelmogelijkheden van de deelnemer op basis van een multidisciplinaire aanpak. Andere disciplines haken aan als dat nodig is. Ondanks de beperkingen die corona hebben we alle mensen die zich hebben aangemeld opgepakt en de gemaakte afspraken vastgelegd in een integraal plan. De nieuwe en de bestaande aanpak gaan we evalueren. Van beide methodieken behouden we de onderdelen die goed werken. 3. Statushouders In 2018 is Thuisin050 begonnen en per 1 januari 2020 is het een afdeling geworden van de directie Werk en Participatie. Vooruitlopend op de nieuwe inburgeringswet voert deze afdeling de regie op Inburgering, Opleiding en Uitstroom van statushouders.

Daarvoor werken we nauw samen met interne afdelingen (afdeling Uitstroom, doorstroom) en onze partners in de stad, zoals het onderwijs en het bedrijfsleven. Het grootste deel van onze kandidaten volgt een duaal traject, een combinatie van inburgering, participatie/ (parttime) werk en/of opleiding. Op deze manier vergroten we de mogelijkheden voor deze nieuwe groep Groningers om op een volwaardige manier mee te doen in onze samenleving. Bij stadsbeheer loopt een pilot met statushouders. 9

Dit jaar zetten we in op de uitstroom naar werk door o.a. iedere persoon die uitstroomt een jobcoach aan te bieden. Een jobcoach begeleidt de statushouder gedurende de eerste periode op de werkplek waardoor de kans op succes wordt vergroot. 4. Scholing onderkant van de arbeidsmarkt Wij ondersteunen verschillende projecten en instanties en zetten in op extra scholing om de kansen van mensen met een lage opleiding op werk te vergroten. Een belangrijk speerpunt is het verminderen van laaggeletterdheid waarbij een extra impuls wordt gegeven boven op de reguliere inspanning vanuit de wet Educatie. Het gaat om taalbeheersing, digitale vaardigheden en beroepsvaardigheden met als doel deze groep een steviger basis te bieden voor het vinden en behouden van werk. Voorbeeldprojecten zijn: School op Maat (in combinatie met de Borispraktijkverklaring), programma’s voor laaggeletterdheid en Taalhuizen. 5. Plaatsingsfees In bepaalde gevallen hebben we werkgevers een plaatsingsfee gegeven. Dit is een eenmalige laagdrempelige subsidie voor bijvoorbeeld urenuitbreiding, ter compensatie van begeleiding of andere praktische zaken zoals werkkleding. De kandidaat krijgt een contract. Het instrument biedt werkgevers een stimulans om mensen aan te nemen. 6. Parttime inkomsten We stimuleren mensen met een uitkering om parttime te gaan werken.

We onderzoeken de mogelijkheden om uiteindelijk definitief uit de uitkering te komen door bijvoorbeeld meer uren te gaan werken. 7. Parttime ondernemerschap Via onder andere de BBZ regeling stimuleren we mensen via ondernemerschap (een deel van) hun eigen inkomsten te laten verdienen en daarmee uit de uitkering te komen. We begeleiden de ondernemers op weg naar zelfstandigheid. Als het om bepaalde redenen niet lukt onderzoeken w andere mogelijkheden naar werk. 8. Ondernemen met Impact en aanpassen inkoopbeleid gemeente Groningen We hebben een actieprogramma Ondernemen met Impact 2019-2022 om de basis voor impactondernemerschap te stimuleren. Zo zijn er meer dan 50 aanmeldingen geweest voor de Sociale Groninger Ondernemers Challenge. Via het platform Omarm Groningen worden maatschappelijke initiatieven en ondernemers aan elkaar verbonden. Dit zijn enkele voorbeelden van impactondernemerschap waarbij sociaal ondernemen zich ook richt om mensen uit onze doelgroep in dienst te nemen. Daarnaast hebben we onze inkoopvoorwaarden aandacht voor sociaal inkopen, waarmee we als gemeente willen inzetten op ondersteuning van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en op 10

ondernemingen die actief bijdragen aan de maatschappij. Door sociaal in te kopen willen we bereiken dat kwetsbare groepen en sociale ondernemers betrokken worden bij overheidsopdrachten. 9. Jobhunting We zien dat de beschikbare vacatures niet altijd bij de doelgroep passen. Het verschil dat wordt gevraagd in vacatures en waaraan mensen moeten voldoen wordt steeds groter en maakt het lastiger om mensen te plaatsen. Daarom hebben we afgelopen jaar jobhunting ingezet. Daarvoor zoeken we passende vacatures of maken we ze passend, bijvoorbeeld door jobcarving. 10. Jobcoaching We hebben te maken met een steeds moeilijk wordende doelgroep en een zeer flexibele arbeidsmarkt. Daarom is een grotere tijdsinvestering nodig om mensen te begeleiden, te ondersteunen bij re-integratie en bij het behouden van werk. Bijvoorbeeld in de overgang van proefplaatsing naar definitieve plaatsing of om ondanks Corona te zorgen voor een goede doorloop. Als jobcoaches ontzorgen we werkgevers en managen we verwachtingen van werkgevers en kandidaten. De jobcoach vergroot de kans op succes. De mensen met een afspraakbaan komen al in aanmerking voor een jobcoach. We verwachten een groeiende behoefte aan jobcoaches en hebben de capaciteit hiervoor uitgebreid. 11. Ontmoetingsevents Veel fysieke ontmoetingsevents zijn het afgelopen jaar niet doorgegaan.

Toen de horeca tijdelijk weer open ging hebben we een baanborrel in Groningen georganiseerd. Dit is een laagdrempelige manier om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. De competenties en de klik staan centraal in plaats van het CV. In augustus een Terrasdate georganiseerd. 2 kandidaten zijn daarna aan het werk gegaan. In september heeft een Meet ’n Greet plaatsgevonden, van waaruit een Horeca Traineeship is gestart: 5 trainees, waarvan 3 met P-wet achtergrond. Helaas is op 14 oktober het traject gestopt wegens Corona. De horeca ging weer op slot. Daarnaast zijn we overgegaan tot online banenmarkten, webinars en meet’n greet voor werkgevers en werkzoekenden. Ook hebben we een studio ingericht waarin we voorlichtingen hebben gegeven en arbeidsmarktinformatie gedeeld. Kansrijk TV hebben we ontwikkeld voor horecamedewerkers die willen overstappen naar kansrijke beroepen. Dit breiden we uit voor andere branches. 12. Samenwerking in de arbeidsmarktregio Via Werk in Zicht (WIZ) en haar samenwerkingspartners hebben we ingezet op het stimuleren van werk naar werk en mogelijkheden voor online opleiden. Naast het voortzetten van het 1000-banenplan, kansrijk beroep, de afspraakbanen en Social Return on Investment (SROI), zijn we bezig om de regionale samenwerking nog verder te verstevigen.

Via de Scholingsalliantie Noord hebben we ingezet op het benutten en ontwikkelen van noordelijk talent, door het bundelen van krachten, om de mogelijkheden voor scholing en ontwikkeling van mensen te vergroten. Via WIZ hebben we een verregaande vorm van regionale samenwerking waardoor we ons goed hebben voorbereid op de nieuwe Wet structuur 11

uitvoeringsorganisatie werk (SUWI) per 1 jan 2021. De bestrijding van de crisis vraagt om een goede samenwerking. Deze samenwerking komt goed van pas bij het opzetten van de crisisdienstverlening, zoals het inrichten van compensatiepakketten en het mobiliteitsteam om mensen van werk(loosheid) naar werk te begeleiden. 13. Doorontwikkeling Participatiebaan Het afgelopen jaar zijn we verder gegaan met de doorontwikkkeling van de Participatiebaan. In overleg met betrokken organisaties hebben we onderzocht hoe we dit instrument beter kunnen inzetten waardoor deelnemers zich beter ontwikkelen en overgaan tot het maken van een volgende stap richting werk. Via webinar hebben we betrokken organisaties geïnformeerd over wat dat betekent bijvoorbeeld voor de begeleiding. Verder hebben we ingezet om de continuïteit van deelnemers te waarborgen door werkplekken veilig te maken, contracten langer door te laten lopen en evt. andere plekken te vinden als iemand het niet veilig genoeg vindt. Dit heeft echter niet voorkomen dat het aantal plaatsingen is teruggelopen. Een campagne om nieuwe mensen te werven voor de Participatiebaan hebben we moeten uitstellen totdat de coronamaatregelen weer meer ruimte geven. Voor de meeste deelnemers van de P-baan is deelname op een fysieke werkplek cruciaal. De campagne staat klaar om te starten. 14.

Aanpak jongeren Het afgelopen jaar hebben we gezien dat de coronacrisis veel jongeren heeft geraakt maar ook dat jongeren weer aan het werk zijn gegaan of weer terug zijn gegaan naar school. We hebben hieraan bijgedragen door verschillende projecten en werkervaringsplekken voor jongeren. Voor jongeren die van het Pro/Vso komen (en dus een arbeidsbeperking hebben) hebben we een sluitende aanpak: route arbeid. 15. Ondersteunen van kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt Via verschillenden instrumenten ondersteunen we kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt om ervoor te zorgen dat zij naar vermogen aan het werk kunnen. Voor de mensen die in het doelgroepregister staan maken we gebruik van de loonkostensubsidie. Zij kunnen aan de slag via een afspraakbaan. We zien dat een goede voorlichting van cruciaal belang is om de doelgroep voor de loonkostensubsidie in beeld te krijgen. Daarom zijn we steeds meer aan de voorkant bezig om mensen met een arbeidsbeperking in beeld te krijgen en als het nodig is te helpen om een indicatie aan te vragen.

16. Social Return on Investment De afgelopen 10 jaar is SROI een belangrijk onderdeel geworden van ons gemeentelijk inkoopbeleid. Onze SROI afspraken hebben tot doel een bijdrage te leveren aan het vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het kan dan gaan om arbeidsplaatsen, leer-werkplekken, stageplekken of een andere wijze waarin wij een bijdrage leveren aan het realiseren van maatschappelijke doelen. Ons inkoopbeleid zien we als een steeds belangrijker 12

instrument om de arbeidsparticipatie te vergroten. In 2020 hebben we het inkoop en aanbestedingsbeleid opnieuw geëvalueerd en aangegrepen om nieuwe ontwikkelingen te verwerken waaronder het maken van een onderscheid in inkoop- aanbestedingsbeleid en inkoopuitvoering. Hierdoor is het mogelijk om de inkoopuitvoering meer aan te laten sluiten bij de praktijk.

Nieuwe maatregelen 1. Invoeren uitstroompremie op werk Als onderdeel van het werkprogramma hebben we sinds oktober 2020 een uitstroompremie op werk ingevoerd voor mensen van 27 jaar en ouder, die al langere tijd (drie jaar) ononderbroken een uitkering hebben. We zien dat het voor deze groep het (steeds) lastiger wordt om werk te vinden. Om de stap naar werk wat kleiner te maken komt iemand eenmalig in aanmerking voor een premie als de persoon voor langer dan 6 maanden werk vindt. Een deel van de premie krijgt de persoon vooraf zodat hij een steuntje in de rug te krijgt bij de financiële rompslomp die de overgang van uitkering naar inkomen uit werk met zich meebrengt. 2. Basisbaan We zijn begonnen met het experiment basisbaan. Dit zijn gecreëerde banen voor mensen die nu en in de toekomst geen kans maken op een betaalde reguliere baan. De basisbaan komt ten goede aan de leefbaarheid in buurt, wijk of dorp doordat taken zijn opgehaald bij verschillende organisaties. Momenteel zijn 25 mensen aan de slag met een basisbaan. De deelnemers zijn erg positief over hun werk. Ze zijn blij dat ze weer onder de mensen zijn en dat ze aan het werk zijn op basis van een arbeidscontract. 3. Ondersteuning bieden aan ZZP’ers Begin 2020 werd iedereen verrast door de coronacrisis.

Vooral flexwerkers, jongeren en zzp’ers leken in eerste instantie te zorgen voor een verhoogde instroom in de bijstand. Gelukkig vonden veel jongeren weer een weg naar werk of scholing. Zzp’ers en ondernemers kunnen aanspraak maken op de TOZOregeling, de TONK, de TOGs of de TVL zodat ze hun bedrijf voort kunnen zetten en geen gebruik hoeven maken van de bijstand. We hebben ons ingespannen om deze doelgroep via onze communicatiekanalen te bereiken en op de hoogte te brengen van de mogelijkheden en de juiste dienstverlening aan te bieden. 4. Taskforce Bouwen aan partnerschap Door de coronacrisis is op initiatief van de directie Economische Zaken en de directie Werk in samenwerking met het UWV een netwerkgroep Bouwen aan Partnerschap ontwikkeld. Via dit netwerk is het gesprek gevoerd met verschillende bedrijven uit diverse branches waardoor een beeld is verkregen hoe de situatie bij ondernemers is. De signalen zijn in kaart gebracht en er is meegedacht over oplossingen en ondersteuning zowel op het gebied van werk en scholing. Deze proactieve benadering is 13

positief ontvangen door ondernemers. Daarbij hebben we gezien dat ondernemers ook zelf initiatieven hebben ontwikkeld om elkaar te helpen. Het uiteindelijke doel is beter zicht te krijgen op het functioneren van de arbeidsmarkt en daarbij vraag en aanbod beter bij elkaar te krijgen door het stimuleren van om-her en bijscholing en mensen van werk naar werk te begeleiden. 5. Intensivering samenwerking gemeentelijke dienstverlening voor ondernemers Om de dienstverlening aan ondernemers te optimaliseren werken de directies Werk & Participatie, Inkomensdienstverlening, Economische Zaken en Werk Inzicht intensiever samen. Door het bundelen van krachten werken we aan een betere dienstverlening voor ondernemers met en zonder TOZOregeling. Het doel is om instroom BBZ of P-wet uitkeringen te voorkomen. Dit doen we door aanbod van heroriëntatie mogelijkheden voor ondernemers met en zonder Tozo uitkering. Dit kan door heroriëntatie van hun eigen bedrijf: doorgaan, hulp bij schulden of stoppen met het bedrijf, of heroriëntatie richting baan in loondienst en hulp bij schulden. 6. Belevingscentrum Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van werk vraagt om nieuwe inzichten en innovatieve werkwijze tussen de verschillende samenwerkende partijen in de arbeidsmarktregio.

In samenwerking tussen gemeente en UWV kunnen op deze fysieke locatie mensen terecht als het gaat om het vinden en zoeken van werk, loopbaanontwikkeling, schoolkeuzes en mogelijkheden voor zelfontplooiing. Ook ROC’s zijn aangesloten. Alle inwoners in en rond Groningen kunnen hier vanuit hun behoefte terecht om te ontdekken wat de mogelijkheden en talenten zijn maar krijgen ook inzicht in hun vaardigheden en competenties, wat ze nog moeten ontwikkelen om voor een bepaalde functie in aanmerking te komen en welke opleidingsmogelijkheden er zijn. Zo kan iemand bijvoorbeeld via een VR bril toegang krijgen tot 360 graden video’s zodat een werkbelevingservaring kan worden opgedaan en daarmee dichter bij de intrinsieke motivatie kan komen, waardoor iemand zich beter kan oriënteren op de arbeidsmarkt.

Maatregelen gericht op het verbeteren van onze dienstverlening en monitoring 1. Kansen in Kaart We hebben steeds vollediger in beeld wie onze bijstandsgerechtigden zijn. Het grootste deel van deze groep van 7000 personen hebben we benaderd en meer dan eens gesproken. Het contact is op basis van belangstelling, vertrouwen, menselijkheid en vrijwilligheid. We hebben gezien dat dit contact een belangrijke stap is om ze ook na te laten denken over ondersteuning naar een mogelijke volgende stap naar participatie of werk. De gesprekken worden over het algemeen zeer positief ervaren. Ook een aparte pilot waarin het gesprek iets minder vrijblijvend was, werden de gesprekken gewaardeerd. Met het herstel van vertrouwen gaat Kansen in kaart nu een nieuwe fase in waarin coaching meer op de voorgrond komt. Inwoners die graag ondersteuning willen om te participeren of te werken krijgen daardoor meer contactmomenten dan personen die as naar vermogen een bijdrage leveren. Door corona is het contact vorig jaar minder fysiek geweest en hebben we digitaal en telefonisch contact met elkaar gesproken. 14

2. Versteviging wijkbenadering Via verschillende initiatieven zijn we bezig om mensen directer te ondersteunen in de wijk. De coaches Meedoen werken steeds meer wijkgericht waardoor ze beter en sneller in contact zijn met mensen uit de wijk. Ook via de WIJ teams houden de coaches contact met de mensen. Het afgelopen jaar heeft vooral in het teken gestaan van onderhouden van contacten met mensen zodat er goed een vinger aan de pols kan worden gehouden en hulp geboden als dat nodig is. Uiteraard hebben we ingezet op activering, opleiding of werk daar waar dat mogelijk is maar hebben ook gemerkt dat door corona en de maatregelen dit niet voor iedereen een optie is geweest. 3. Verbeteren matchingsproces We hebben een nieuw systeem “werkmatch’’ ingekocht om het matchingsproces beter te ondersteunen. Het doel is om werkzoekenden beter in beeld te hebben en daarbij opleiding, vaardigheden en wensen in kaart te brengen. Ook kunnen we vacatures invoeren waardoor we potentiële kandidaten beter en sneller kunnen selecteren. Het afgelopen jaar stond in het teken van opleiden van medewerkers met dit systeem. Begin 2020 waren de bijeenkomsten fysiek nog mogelijk. Al snel hebben we de trainingen omgezet naar digitaal. Deze systematiek bevordert de communicatie tussen de verschillende functiegroepen en maakt beter inzichtelijk waar iemand staat en wat iemand wil/kan.

Momenteel hebben we 336 kandidaten in beeld die direct bemiddelbaar zijn. Ruim 1400 kandidaten hebben een inlogcode ontvangen en hebben ook ingelogd in Werkmatch. Het komende jaar zal de ambitie zijn om meer profielen van kandidaten in Werkmatch te krijgen. We willen ook kandidaten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt in beeld brengen die nog niet direct bemiddelbaar zijn en actief zijn op bijvoorbeeld een participatiebaan of vrijwilligerswerk. Op basis van voorlopige cijfers zijn er het afgelopen jaar 207 matches tot stand gebracht. 4. Doorontwikkelen dashboard en verbeteren sturingsinformatie We zijn doorlopend bezig om het dashboard verder te ontwikkelen en te verbeteren. De afgelopen jaren hebben we dit zichtbaar verbeterd en geprofessionaliseerd. We kunnen nu beter de effecten meten en onze instrumenten monitoren. Daarmee kunnen we beter sturen op wat werkt op basis van kwantitatieve gegevens. Ook zijn we bezig met een verdiepingsslag door ook het ontwikkelniveau van mensen te monitoren. Op een diepere laag kunnen we de ontwikkeling van mensen volgen en daarmee de effecten van onze inspanning. Momenteel hebben we van ongeveer 8600 mensen inzichtelijk waar ze staan in hun ontwikkeling en wat er nog nodig is. 5.

Screening rechtmatigheid en voorliggende voorzieningen We zetten screening om de 2 jaar in om te toetsen in hoeverre uitkeringen rechtmatig zijn verstrekt en welke teruggevorderd moeten worden. In 2020 hebben we een nieuwe screening uitgevoerd. Uit deze ronde naar de rechtmatigheid van de verstrekte uitkeringen komt een zeer laag foutpercentage naar voren en verwachten we geen uitkeringen stop te hoeven zetten. Ongeveer 17% van de signalen is onderzoek waardig. Dit percentage ligt vele malen lager dan het gemiddelde in andere gemeenten. In aanvulling hierop streven we naar maximaal naleving van wet- en regelgeving door te handhaven. 15

B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie?

Inleiding In de gemeente Groningen zijn we continu op zoek naar partners binnen en buiten onze arbeidsmarktregio om samen te werken en van elkaar te leren als het gaat om het aan het werk of aan een volgende stap helpen van onze mensen. Niet alleen draagt dit bij aan een lager bijstandsvolume, ook draagt dit in belangrijke mate bij aan het geluk van onze inwoners. Elk jaar oriënteren we ons in meer of mindere mate bij externe partijen om te kijken of we nog dingen missen of kunnen verbeteren in onze dienstverlening. Door corona hebben we het afgelopen jaar moeten focussen op de uitvoering van de rijksmaatregelen om te voorkomen dat mensen in de financiële problemen komen. Deze maatregelen hebben een grote instroom in de bijstand voorkomen. Ondanks de beperkte capaciteit zijn we daar waar mogelijk verder gegaan met het opdoen van inspiratie en best practices. Ook hebben we gebruik gemaakt van landelijke cijfers om te bepalen waar onze gemeente staat als het gaat om het niveau van de bijstand. Maatregel: ontwikkelen Werkprogramma 2020-2022 a) Wij hebben de gemeente Breda en Den Bosch geconsulteerd voor de ontwikkeling van het Werkprogramma. De gemeente Breda op basis van fieldresearch hoe voortijdig mensen uit te laten stromen naar werk. De gemeente Den Bosch als voorbeeld voor het poortprogramma.

b) We hebben beter zicht gekregen op de werkende onderdelen en hebben deze vertaald naar een Groningse versie. Samen met het UWV werken we aan het oppakken van kandidaten een half jaar voordat ze in de bijstand komen. c) In het Werkprogramma werken we aan het voorkomen van de instroom en het stimuleren van de doorstroming naar werk. Daarmee zetten we in om 500 mensen extra uit te laten stromen of te voorkomen dat ze instromen. Maatregel: bevorderen uitstroom naar werk in brede zin. a. Diverse platfora zoals VNG, G40, Divosa b. Via deze gremia wordt inzicht verkregen in de verschillende ontwikkelingen over werk participatie, inkomen armoede etc. Via deze gremia en deelname aan werkgroepen wordt veel 16

kennis uitgewisseld en vindt afstemming plaats over o.a. het terugdringen van het buigbudget en de maatregelen die in andere gemeenten worden genomen en de effecten daarvan. Deelname voorziet in toegang tot netwerken en informatie. c. Ophalen van ideeën, inzichten en projecten die bijdragen aan het terugdringen van het buigtekort. Maatregel: inzicht vergroten in de ontwikkeling van het BUIG budget en maatregelen om het tekort verder terug te dringen. a. Divosa benchmark Werk en Inkomen b. Gezien de tekorten op de BUIG hebben we onze volledige focus op het verminderen dit tekort. De benchmark van Divosa gebruiken wij om (nog meer) inzicht te krijgen in de ontwikkeling van het BUIG-budget en hierop aansluitend (nieuwe/aanvullende) maatregelen te formuleren om dit tekort substantieel terug te dringen. Hoewel er sprake is geweest van een lichte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in Groningen, doen wij het minder goed dan het landelijk gemiddelde. Ook de uitstroom naar werk of opleiding ligt bij ons lager. c. Verkrijgen van inzicht waar en welke maatregelen van invloed zijn om het BUIG tekort terug te dringen. We hebben zicht op het bestand en maken gebruik van de maatregelen die we moeten nemen. Maatregel: inzicht en verbetering uitvoering van maatregelen om de tekorten op de buig terug te dringen a) Collegiale uitwisseling tussen gemeenten.

b) Meer en beter zicht op hoe andere gemeenten het doen en wat de succesvolle maatregelen zijn. c) Succesvolle projecten met elkaar delen zodat we van elkaar leren hoe we het tekort zo veel mogelijk kunnen terugdringen. Maatregel: mensen uit de bijstand aan het werk helpen via diverse instrumenten o.a. uit het werkprogramma. a) Rijksuniversiteit Groningen b) Met het experiment, bijstand op maat, hebben we van 2017 tot 2019 onderzocht wat het effect is van meer vertrouwen, eigen regie en keuzevrijheid voor mensen die een bijstandsuitkering hebben. Het experiment is eind 2019 beëindigd en heeft geleid tot een analyse van de Rijksuniversiteit Groningen. De conclusie is dat positieve aandacht leidt tot meer vertrouwen en zelfredzaamheid en dat een financiële prikkel bijdraagt aan een hogere arbeidsparticipatie. Ook wordt een ervaringsdeskundige werkcoach als positief ervaren. c) De bevindingen zijn in de loop van 2020 verwerkt in o.a. het Werkprogramma, door in te zetten op een positieve, individuele begeleiding en een uitstroompremie in het leven te roepen. Maatregel: inzet mobility mentoring in de begeleiding van mensen op weg naar werk (economische zelfstandigheid).

17

a) Wetenschappelijke inzichten via mobility mentoring over de gevolgen van stress op de werking van het brein. b) Armoede, schulden en persoonlijke problematiek veroorzaken stress. Deze stress is van invloed op het brein waardoor mensen niet meer goed in staat zij om doelgericht en probleemoplossend te handelen. c) Mobility mentoring hebben we opgenomen in het armoedebeleid en in de gesprekken met mensen om te onderzoeken wat nodig is om een volgende stap richting werk te maken. Op basis van deze methodiek kijken we naast de route naar werk ook naar het wegnemen van de belemmeringen zodat een volgende stap kan worden genomen en de eigen regie weer over kunnen nemen (uiteindelijk ook naar werk).

18

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord. C1. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit overzicht worden de effecten van de maatregelen daar waar mogelijk kwantitatief gegeven en anders kwalitatief.

Werkprogramma Het werkprogramma geeft een impuls om 500 extra mensen te activeren naar participatie, werk of scholing. Ook willen we de instroom in de bijstand beperken. Hiervoor nemen we ook specifieke maatregelen. Het oorspronkelijke doel was om in 2020 € 3 miljoen euro te besparen. In de jaren daarna moest deze besparing oplopen tot € 5 miljoen structureel vanaf 2022. Of dit nu nog een realistisch doel is, moet nog blijken. Een structurele besparing wordt gerealiseerd wanneer het aandeel in de totale bijstandsuitgaven afneemt. Hiervoor is het nodig dat we een extra effect realiseren ten opzichte van de huidige uitvoeringspraktijk. Van de maatregelen die we hebben uitgevoerd en nog gaan uitvoeren is per onderdeel gedefinieerd wat de huidige prestatie is en wat het extra effect moet zijn. Het totale extra effect is vertaald naar een besparing die optelde tot de beoogde € 3 miljoen. Deze werkwijze wordt voor de maatregel die zich richtte op het beperken van de instroom vanuit de WW toegelicht: de gemiddelde doorstroom vanuit de WW was in de periode 2017-2019 12,39%. Wanneer deze uitstroom op dat niveau zou blijven dan realiseerden we geen aanvullende besparing. Als KPI norm was een percentage van 8% geformuleerd. Gemeten naar het niveau in de jaren 2017-2019 betekende dit een afname van 92 mensen die instromen vanuit de WW.

Voor alle maatregelen die in het kader van het werkprogramma zijn getroffen is op deze manier het extra effect in beeld gebracht. Maandelijks monitoren we voor alle maatregelen de uitvoering en het effect met behulp van onze cognos portal. Pilot Oost In dit deel van de stad zijn nu 740 inwoners met een bijstandsuitkering die contact hebben gehad met iemand van team Oost. 480 inwoners zijn in actieve bemiddeling en 260 staan op “inactief, maar zijn wel bekend bij het teams. 360 mensen staan ook op de contactlijst van Kansen in Kaart. Dit zijn mensen die in het verleden zijn gesproken door een collega van het project Kansen in Kaart (project om ons bijstandsbestand in beeld te brengen) en worden nu gesproken door het team Oost. Daarnaast zijn er nog mensen die al langere tijd niet in beeld zijn geweest. Daarvan gaat het team kijken hoe ze met deze groep in contact kunnen komen. Vorig jaar zijn 190 mensen uit de uitkering gestroomd. De helft is

19

uitgestroomd naar werk. Heeft nog geen doelstelling geformuleerd. Moet in ieder geval verhoogd bijdragen om mensen te activeren naar participatie, werk of scholing. Statushouders Onze doelgroep bestaat uit gemiddeld 500 statushouders. De uitstroom is relatief gunstig mede gezien de gevolgen door corona. In 2020 zijn 44 mensen naar werk uitgestroomd, waarvan 24 naar part-time werk. 43 mensen zijn een opleiding gaan volgen. Dit jaar zetten we in op de uitstroom naar werk door o.a. iedere persoon die uitstroomt een jobcoach aan te bieden. Plaatsingsfees In 2020 zijn 20 mensen met een fee geplaatst. We verwachten de komende periode hier weer gebruik van te maken. Parttime inkomsten In totaal zijn 112 mensen parttime aan het werk gegaan. We hebben een hoge ambitie geformuleerd, maar door corona zijn de resultaten tegengevallen. Parttime ondernemerschap Er zijn in totaal 30 succesvol uitgestroomd (uit de uitkering), waarvan 14 in zelfstandig ondernemerschap en 16 in loondienst. Jobhunting Jobhunting heeft geleid tot 74 plaatsingen waarvan 45 duurzaam. Het zoeken naar passende vacatures werkt goed en zullen we verder op inzetten, zoals ook voor statushouders. Jobcoaching Naast de doelgroep afspraakbaan zijn 154 mensen zijn vorig jaar in aanmerking gekomen voor jobcoaching. We verwachten een groeiende behoefte aan jobcoaches en hebben de capaciteit hiervoor uitgebreid.

Doorontwikkeling Participatiebaan We gaan meer sturen op de ontwikkeling naar een volgende stap voor de p-baners die dat kunnen. Vorig jaar is het aantal mensen op een Participatiebaan wat teruggelopen. Momenteel zijn er ongeveer 300 mensen op een Participatiebaan. Dit willen we terugbrengen naar 500. Jongeren In 2020 hebben we ongeveer 463 jongeren onder de 27 jaar geholpen. Daarvan zijn 28 parttime gaan werken (niet uit de uitkering) en 241 fulltime aan het werk gegaan. 194 deelnemers hebben ervoor gekozen om weer naar school te gaan. Jongeren vanuit het pro-vso komen kunnen een traject volgen naar werk via Route-arbeid. We zetten extra in op jongeren om ze weer naar school te laten gaan of anders aan werk te helpen. Ondersteunen kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt In 2020 zijn er 3469 afspraakbanen in de arbeidsmarktregio en in Groningen zijn 552 mensen vanuit de SW gedetacheerd bij een werkgever. Daarnaast werken 100 mensen op een nieuw beschut plek en ongeveer 94 mensen op een begeleid werken plek. 20

SROI (Social Return on Investment) In 2020 (3e kwartaal) zijn er regionaal meer dan 1011 plekken gerealiseerd. Het aantal plekken is ondanks corona doorgegaan omdat gemeentelijke contracten in veel gevallen doorgelopen zijn. We blijven inzetten op SROI. Het is een belangrijk onderdeel geworden van ons gemeentelijk inkoopbeleid. Uitstroompremie Sinds november vorig jaar zijn er maandelijks ongeveer 25 mensen die langdurig in de uitkering zitten die met een premie aan het werk gaan. We verwachten met de premie meer mensen te activeren naar werk. Basisbaan Er zijn nu iets meer dan 25 mensen geplaatst op een basisbaan. We streven naar 40 basisbanen. Inzicht vergroten bijstandsbestand via Kansen in Kaart Via het project kansen in kaart krijgen we een steeds vollediger beeld van ons bestand. Vorig jaar hebben we contact gehad met 69,1% van ons bestand. Dit ligt lager door de coronapandemie. Komend jaar streven we naar 90%. Zodra het weer mogelijk is zullen we ook fysiek contact weer stimuleren. Verbeteren matchingsproces Via het nieuwe systeem werkmatch zijn vorig jaar op basis van voorlopige cijfers 207 matches tot stand gekomen. Nu zitten we nog op 1400 kandidaten ingelogd via werkmatch. Dit willen we de komende periode sterk uitbreiden en ook de groep met een grotere afstand opnemen.

Externe maatregelen Wij hebben verschillende onderzoeken en organisaties geraadpleegd die inzicht geven in hoe mensen die geen werk hebben het beste kunnen begeleiden naar werk of en volgende stap op weg naar werk. Vooralsnog hebben we geconstateerd, mede onderschreven door Bijstand op Maat en Mobility Mentoring, dat een positieve houding en benadering een beter resultaat oplevert. Wij streven er naar dat we uiteindelijk meer mensen via deze positieve benadering naar werk kunnen begeleiden.

C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Via Cognos monitoren we de uitvoering van de verschillende maatregelen en het effect. Hierbij maken we onderscheid tussen ontwikkeling volume, instroom en uitstroom algemeen, uitvoering van maatregelen en effect en de positie en ontwikkeling van het cliëntenbestand op de zogenoemde ontwikkelladder. Dit onderscheid is vervolgens ook te maken naar andere dimensies zoals afdeling, doelgroep en stadsdeel. We zijn bezig om het monitoringssysteem steeds beter te ontwikkelen zodat we onze dienstverlening en aansturing hierop verder kunnen professionaliseren.

21

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen verklaart dat het voor 15 augustus 2021 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: Christien Bronda_________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: Koen Schuiling___________

22

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben.

Met de instemming van de gemeenteraad stelt de gemeenteraad vast dat het college inzicht heeft gegeven in de oorzaken van het tekort, de getroffen interne en externe maatregelen, het beoogde effect van deze maatregelen en de bijdrage die deze samen leveren om het tekort verder te reduceren. De instemming heeft geen betrekking op het inhoudelijk oordeel dat de gemeenteraad eventueel over de maatregelen van het college heeft uitgesproken. Het is geen vereiste dat de gemeenteraad het eens is met de getroffen maatregelen. De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient uiterlijk voor het moment van indiening van het verzoek haar instemming te hebben gegeven, uiterlijk 15 augustus 2021. De gemeenteraad van de gemeente Groningen stemt in met de onder 1. afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet.

Datum: ___________

Ondertekening De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: Koen Schuiling___________ De griffier,

Naam van de ondertekenaar: Josine Spier___________

23

Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting • • • • • • • •

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording

Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2020 dient uiterlijk op 15 augustus 2021 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2021 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •

indien uw gemeente zowel over 2018 als over 2019 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.

•

indien uw gemeente over 2018 en/of over 2019 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’. 24

De verklaring van het college verschilt tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’. De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadsbesluit.

Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat betekent dat het naar het oordeel van de commissie niet nodig zou moeten zijn om een extern bureau te betrekken bij het invullen van het aanvraagformulier. . Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht. Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2020 wordt een en ander verder toegelicht.

Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.

25

Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1 Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis waarvan de conclusies over de oorzaken worden getrokken, , anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Daardoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse, waardoor het voor de gemeenteraad transparant wordt gemaakt waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en deze kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. Geef bij onderdeel A2 een analyse van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren. Geef bij onderdeel A3 een korte algemene beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.

Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze beschrijving op hoofdlijnen te houden. Het is dus niet wenselijk of noodzakelijk om per oorzaak of maatregel de gehanteerde bronnen aan te geven. Suggesties bij de beantwoording van A • • •

• •

5 6

Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat opnieuw een tekort zou ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 20205 en/of de Benchmark van Divosa6. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn en wat dit betekent voor de verschillende oorzaken van het tekort, zoals deze worden beschreven in de analyse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4232/documents/62784