Bijlage 8 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek inclusief verhardingen en asbest onderzoek Travertijnstraat e.o. te Groningen 11 september 2025
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Verantwoording Titel
Verkennend bodemonderzoek inclusief verhardingen en asbest onderzoek Travertijnstraat e.o. te Groningen
Opdrachtgever
Gemeente Groningen
Projectleider
Christiaan Broekhuizen
Auteur(s)
Jeffrey Spang
Tweede lezer
Christiaan Broekhuizen (kwaliteitsborger BRL2000, protocol 2018)
Uitvoering veldwerk
Jan (J.) Folkers, Kees (K.R.) Meerlo, René (R.) de Vries (TAUW, certificaatnummer K54913) en Hein (H.) Boonstra (veldmedewerker in opleiding)
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Aantal pagina’s
49 (exclusief bijlagen)
Datum
11 september 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv W.A. Scholtenstraat 3a Postbus 722 9400 AS Assen T +31 59 23 91 30 0 E info.assen@tauw.com
2/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 5
3
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 5
2.2
Locatiegegevens ................................................................................................................ 6
2.3
Ontplofbare oorlogsresten .................................................................................................. 8
2.4
Historisch en huidig gebruik van de locatie ........................................................................ 9
2.5
Decentraal beleid ............................................................................................................. 14
2.6
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .................................................................... 14
2.7
Overzicht verdachte deellocaties ..................................................................................... 15
2.8
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................. 16
2.9
Uitgevoerde bodemonderzoeken, saneringen/beschikkingen en verontreinigingssituatie 17
2.10
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................. 22
2.11
Terreinverkenning ............................................................................................................ 22
2.12
Vooronderzoek asfalt ....................................................................................................... 23
2.13
Conclusie vooronderzoek ................................................................................................. 23
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 24 3.1
Onderzoeksstrategie verkennende onderzoeken ............................................................ 24
3.1.1
Landbodem ............................................................................................................... 25
3.1.2
Asfalt en fundering .................................................................................................... 26
3.2
Onderzoeksstrategie nader- of aanvullende onderzoeken .............................................. 26
3.2.1
Nader onderzoek sterke verontreiniging met PCB schoolterrein Noorderpoortcollege 26
3.2.2
4
Verkennend onderzoek asbest fietsdepot ................................................................. 27
3.3
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 28
3.4
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 29
Resultaten en interpretatie ...................................................................................................... 29 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 29
4.2
Toetsing analyseresultaten grond en grondwater ............................................................ 31
4.2.1
Standaard stoffenpakket grond ................................................................................. 32
4.2.2
PFAS in grond ........................................................................................................... 37
3/49
Kenmerk
4.2.3
5
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Standaard stoffenpakket grondwater ........................................................................ 38
4.3
Asbest in grond ................................................................................................................ 39
4.4
Resultaten asfalt .............................................................................................................. 41
4.5
Resultaten funderingsonderzoek ..................................................................................... 44
4.6
Resultaten grondwal ........................................................................................................ 46
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 46 5.1
Conclusies ........................................................................................................................ 46
5.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 48
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart situering monsternamepunten
Bijlage 3
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Toetsingskader
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 7
Analysecertificaten
Bijlage 8
Formulieren veldwerk asbest
Bijlage 9
Foto’s onderzoekslocatie en veldwerk
Bijlage 10
Hergebruiksmodellen
4/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
1 Inleiding In opdracht van de gemeente Groningen heeft TAUW een verkennend bodem- en verhardingenonderzoek inclusief asbest uitgevoerd volgens NEN 57401, NEN 57072, NEN 58973 en CROW-publicatie 210 aan de Travertijnstraat en Diamantlaan in Groningen. Aanleiding De gemeente Groningen is voornemens om diverse panden op het terrein aan de Travertijnstraat 2-12 en de Diamantlaan 16 te Groningen te slopen om vervolgens nieuwe woningen en appartementen te bouwen. Enkele panden blijven staan (Travertijnstraat 2 en 12). Het terrein zal vervolgens heringericht worden. Met betrekking tot de herinrichting van het terrein zal onder andere aandacht zijn voor waterretentie (wadi’s), aanleg van diverse parkeerplaatsen, aanplanten van nieuwe bomen en de aanleg van een nieuw fietspad aan de zuidzijde van het terrein. Deze informatie is ontleend aan het stedenbouwkundig plan en het schetsontwerp openbaar gebied. De dieptes van de geplande ingrepen en de definitieve inrichting van het terrein zijn vooralsnog niet bekend. Doel Het bodem en verhardingenonderzoek heeft tot doel: Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (vrijkomende) grond en grondwater
Het bepalen van de teerhoudendheid van het asfalt Het bepalen van de indicatieve kwaliteit van de open halfverhardingen en aanwezig open halfverhardings- en fundatiemateriaal
Het bepalen van de (indicatieve) kwaliteit van de vrijkomende grondstromen ten behoeve van de afvoer van de materialen Het bepalen van de arboveiligheidsklassen ten behoeve van de voorgenomen
werkzaamheden
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform NEN 57254 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A (uitvoeren bodemonderzoek) en G (tijdelijk uitnemen van grond en inschatten van arbeidshygiënische risico’s) uit NEN 5725. In paragraaf 2.13 is met inachtneming van de onderzoeksvragen horend bij aanleidingen A en G.de conclusie van het vooronderzoek opgenomen.
1
NEN 5740:2023+C1:2024 nl: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, november 2024 2 NEN 5707+C2:2017: Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017 3 NEN 5897+C2:2017: Monsterneming van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017 4 NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2023
5/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: Kadaster BAG-gegevens
Bevoegd gezag Wbb (overgangsrecht), de gemeente Groningen en bevoegd gezag grond onder de Omgevingswet gemeente Groningen Historische luchtfoto’s van DOTKA
Luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2009-2024) Straatfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2006-2025) Door de opdrachtgever aangeleverde informatie
Fysieke terreinverkenning Historische topografische kaarten van Topotijdreis (1965-2023)
2.2
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie is deels gelegen aan de Travertijnstraat en deels aan de Diamantlaan binnen de wijk Vinkhuizen in Groningen. Binnen de onderzoekslocatie bevinden zich het fietsdepot van de gemeente Groningen, het Noorderpoortcollege, een opslagterrein van de BAM en een buurthuis met enkele lokale ondernemingen. Daarnaast is een deel van dit terrein in gebruik door Carex als anti-kraak. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. Een kaart met de ligging van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 2.
6/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Travertijnstraat 4, 6, 12 en Diamantlaan 16 te Groningen
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Kadastrale gemeente:
Hoogkerk
Sectie:
B
Perceelnummers:
1646, 1647, 1648, 1723, 2101, 2811 (deels)
RD-coördinaten (X/Y)
X: 231.092, Y: 581.880 (centraal punt locatie)
Gemeente
Gemeente Groningen
Provincie
Groningen
Omgevingsdienst
Omgevingsdienst Groningen
Waterschap
Waterschap Noorderzijlvest
Oppervlakte
Circa 6,3 hectare
Verhardingssituatie (m2)
Circa 17.800 (of open halfverhardingen zoals asfaltgranulaat)
Bebouwing (m2) en bouwjaren
16.950, gebouwd in 1976, 1988 en deels 2003
Voormalig gebruik
Agrarisch tot eind jaren ’70 van de vorige eeuw
Huidig gebruik
Onderwijs, opslagterreinen, anti-kraak, infrastructuur, algemeen openbaar buitengebied
Toekomstig gebruik
Wonen (appartementen)
Gebruik conform risicobeoordelingssystematiek
1)
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en
industrie en 2) plaatsen waar kinderen spelen Bodemfunctieklasse (Bron: Nota bodembeheer gemeente
Plaatsen waar kinderen spelen
Groningen, 2020) Kwaliteitsklasse grond (Bron: Nota bodembeheer gemeente
Bovengrond: Landbouw/natuur
Groningen, 2020)
Ondergrond: Landbouw/natuur
Bodemkwaliteitskaart inclusief PFAS?
Ja, middels gebiedsspecifiek beleid
Lokaal saneringsbeleid PFAS?
Nee
Lokale beleidsregel toepassingsbeleid PFAS
Nee
Is binnen de onderzoekslocatie een overgangsrechtsituatie
Nee
aanwezig? Hoogte werkruimte (m) t.b.v. berekening veiligheidsklassen
Nog niet bekend
Breedte werkruimte (m) t.b.v. berekening veiligheidsklassen
Nog niet bekend
Verhouding hoogte/breedte werkruimte
Niet te bepalen op basis van de huidige gegevens
7/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Archeologie* (Bron: informatie ontleend aan RAAP)
Het plangebied ligt in het zuiden van Vinkhuizen. Het meest zuidwestelijk gelegen deel (circa 1.400 m²) ligt binnen de archeologische zone ‘wierdengebied’ (objectnummer 106751). Op basis van verkennend booronderzoek blijkt dat geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen en voor de realisatie van het fietspad deze niveaus waarschijnlijk niet bereikt worden. Er is geen vervolgonderzoek benodigd.
Invasieve exoten* (terreinverkenning voorafgaand aan de
Onverdacht en niet waargenomen
veldwerkzaamheden) Ontplofbare oorlogsresten* (Bron: Armaex)
Onverdacht (zie paragraaf 2.3)
* Verplicht onderdeel vanuit wet- en regelgeving maar valt niet onder de NEN 5725
2.3
Ontplofbare oorlogsresten
In de gemeente Groningen is door Armaex een Vooronderzoek Conventionele Explosieven uitgevoerd (kenmerk 18419 d.d. 18 november 2019). Hierbij zijn OO-verdachte locaties binnen de gemeente Groningen op een kaart weergegeven. Op basis van de beschikbare gegevens, waaronder door Armaex opgestelde kaart (zie figuur 2.1), kan gesteld worden dat de geplande werkzaamheden van de gemeente Groningen niet binnen een gebied vallen welke verdacht is voor de aanwezigheid van OO. Met betrekking tot OO zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen (onderzoeks-)werkzaamheden.
Figuur 2.1 Onderzoeksgebied op de CE-risicokaart (bron: Armaex)
8/49
Kenmerk
2.4
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Historisch en huidig gebruik van de locatie
De onderzoekslocatie is op basis van gegevens van Topotijdreis, luchtfoto’s van Dotka Data en de BAG-viewer tot eind jaren ’70 van de vorige eeuw onbebouwd geweest en in gebruik voor agrarische doeleinden. In figuren 2.2 tot en met 2.4 zijn luchtfoto’s uit 1973, 1978 en 2000 weergegeven. In figuren 2.5 tot en met 2.8 zijn oude topografische kaarten weergegeven uit de periode tussen 1965 tot en met 2023. Uit deze gegevens is op te maken dat voorafgaand aan de ontwikkeling van het terrein eind jaren ’70 van de vorige eeuw enkele (afwaterings)slootjes zijn gedempt. Mogelijk is de locatie vervolgens opgehoogd voorafgaand aan de ontwikkelingen. Ook zijn nieuwe waterpartijen gegraven aan de noord- en westzijde van het plangebied. Binnen het plangebied is een waterpartij/vijver aanwezig geweest. Het is niet exact bekend wanneer deze gegraven en gedempt is. Op oude topografische kaarten is deze waterpartij zichtbaar tussen 1982 en 1992. Aangezien het huidige Noorderpoortcollege is gebouwd in 1988 en deze (deels) ter plaatse van deze voormalige waterpartij is gesitueerd, wordt verwacht dat de waterpartij uiterlijk in of rond 1987 is gedempt. In de periode na 1990 is te zien dat in de omgeving ontwikkelingen gaande zijn met betrekking tot onder andere woningbouw en recreatie. Binnen het plangebied zijn nadien echter weinig wijzigingen zichtbaar.
9/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.2 Luchtfoto uit 1973, onderzoekslocatie rood omlijnd weergegeven (Bron: Dotka Data)
10/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.3 Luchtfoto uit 1978, onderzoekslocatie rood omlijnd weergegeven (Bron: Dotka Data)
11/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.4 Luchtfoto uit 2000, onderzoekslocatie rood omlijnd weergegeven (Bron: Dotka Data)
12/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.5 Onderzoekslocatie rond 1965 (links) en rond 1970 (rechts) Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 2.6 Onderzoekslocatie rond 1980 (links) en rond 1985 (rechts) Bron: www.topotijdreis.nl
13/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.7 Onderzoekslocatie rond 1995 (links) en rond 2005 (rechts) Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 2.8 Onderzoekslocatie rond 2010 (links) en rond 2023 (rechts) Bron: www.topotijdreis.nl
2.5
Decentraal beleid
Uit raadpleging van het Omgevingsplan van de gemeente en de Omgevingsverordening van de provincie blijkt dat geen relevante decentrale regels gelden voor deze locatie. De bruidsschatregels zijn van toepassing.
2.6
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In tabel 2.2 zijn de regionale bodemopbouw en geohydrologische gegevens ter plaatse van de onderzoekslocatie weergegeven. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatische grondwater beïnvloeden.
14/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens Onderdeel
Bevinding
Informatiebron
Regionale bodemopbouw
Bebouwd
Bodemkaart van
gebied
Nederland, WUR1
Maaiveld hoogte
0,38 m +NAP
AHN42
Stijghoogte freatische grondwater
0,69 m -NAP
NAGROM3
Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste
West Zuid
NAGROM3
watervoerend pakket
West
In een grondwaterbeschermingsgebied?
Nee
INSPIRE View4
Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?
Nee
wkotool.nl5
Kwel/ infiltratie (tussen deklaag en watervoerende laag)
Geen kwel of
Klimaateffectatlas6
infiltratie 1 https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm, 2 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4), 3 NAGROM, Nationaal GROndwater Model, 4 INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies, 5 Betreft onttrekkingen die zowel vergunningsplichtig, als meldingsplichtig zijn, 6 Klimaateffectatlas stichting CAS, kwel en infiltratie
2.7
Overzicht verdachte deellocaties
Uit raadpleging van de in paragraaf 2.1 opgegeven informatiebronnen zijn enkele verdachte deellocaties naar voren gekomen. Dit betreffen slootdempingen, zoals reeds beschreven en visueel weergegeven in paragraaf 2.4 en een demping van een waterpartij ter plaatse van de huidige school Noorderpoortcollege. Daarnaast grenst aan de westzijde van de onderzoekslocatie een ophooglaag met puin en/of bouw- en sloopafval. De situering hiervan is weergegeven in onderstaande figuur 2.9. Er wordt geen (negatieve) beïnvloeding van deze activiteit verwacht, omdat deze activiteit wordt gescheiden door een watergang/vijver.
Figuur 2.9 Situering van de vermoedelijke ophooglaag met puin en/of bouw- en sloopafval (gele vlak) waarbij de huidige onderzoekslocatie geel omkaderd is weergegeven (Bron: Nazca gemeente Groningen)
15/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
De situering van de slootdempingen binnen de onderzoekslocatie zijn weergegeven in figuur 2.10. Opgemerkt wordt dat de gedempte vijver/waterpartij niet is opgenomen in figuur 2.10.
Figuur 2.10 Situering gedempte sloten binnen de onderzoekslocatie
2.8
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS-verbindingen als gevolg van puntbronnen5, 6. De kans op aanwezigheid van PFAS in de bodem als gevolg van aanwezigheid van puntbronnen wordt verwaarloosbaar geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van de kamerbrief van 8 juli 2019 bij het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS7 als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX.
5
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 En op basis van Glüge, J., Scheringer, M., Cousins, I. T., DeWitt, J. C., Goldenman, G., Herzke, D., Wang, Z. (2020). An overview of the uses OF per- and POLYFLUOROALKYL Substances (pfas). Environmental Science: Processes & Impacts, 22(12), 2345-2373. doi:10.1039/d0em00291g (Glüge, 2020) 7 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019 6
16/49
Kenmerk
2.9
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Uitgevoerde bodemonderzoeken, saneringen/beschikkingen en verontreinigingssituatie
Ter plaatse van en grenzend aan de onderzoekslocatie zijn in het verleden enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderstaand staan de meest relevante onderzoeken beknopt beschreven. Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van 2 voormalige schoolgebouwen aan de Travertijnstraat 6 te Groningen, Wiertsema & Partners, kenmerk VN-67896-1, d.d. 16 mei 2017 Dit onderzoek is uitgevoerd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en daarmee relevant voor onderhavig onderzoek. Daarnaast maakt dit perceel deel uit van de geplande ontwikkelingen binnen het gehele plangebied aan de Travertijnstraat. Tijdens het veldwerk zijn in de ondergrond van boringen BM017 en BM018 (slootdempingen) zwakke brandstofgeuren en/of slibresten waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de zintuiglijk schone grond als de visueel verontreinigde grond geen verontreinigingen zijn aangetoond. In het grondwater is een streefwaarde overschrijding aan barium gemeten. In de grond is visueel en analytisch geen asbest aangetoond.
Figuur 2.11 Tekening Travertijnstraat 6
17/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Verkennend bodemonderzoek Travertijnstraat 12 te Groningen, Terra bodemonderzoek bv, kenmerk 10206, d.d. 10 november 2010 Dit onderzoek is uitgevoerd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en daarmee relevant voor onderhavig onderzoek. In totaal zijn vier boorraaien haaks op gedempte sloten geplaatst. Tijdens de veldwerkzaamheden is de grond van enkele boringen zwak tot sterk puinhoudend beoordeeld. In alle gevallen gaat dit om de bovengrond. Ter plaatse van de slootdempingen zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op verontreinigd dempingsmateriaal of een oude slootbodem/sliblaag. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond maximaal licht verontreinigd is met kwik, koper, lood of minerale olie. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het mengmonster ter analyse op asbest in grond is geen asbest ten opzichte van de rapportagegrens aangetoond. Het grondwater is plaatselijk maximaal licht verontreinigd met barium en cadmium.
Figuur 2.12 Tekening Travertijnstraat 12
Milieuhygiënisch bodemonderzoek openbare locaties met groengevoelig gebruik Vinkhuizen-zuid, MUG Ingenieursbureau, kenmerk 51149612-104, d.d. 25 november 2014 Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van diverse groenzones, waarvan enkele binnen of langs het onderhavige onderzoeksgebied zijn gesitueerd (104002). Tijdens het veldwerk zijn sporen puin aangetroffen in de bovengrond. In totaal zijn twee mengmonsters geanalyseerd op het standaard stoffenpakket. In de grond zijn geen verontreinigingen (<achtergrondwaarden) aangetoond.
18/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.13 Tekening Vinkhuizen-zuid
Asfaltonderzoek ter plaatse van de Arduinlaan/Vuursteenstraat/Travertijnstraat te Groningen, Van Limborgh Ingenieursbureau, kenmerk RL980618/1-12-364-2D, d.d. 18 juni 1998 Ter plaatse van onder andere de Travertijnstraat is een onderzoek naar de laagdikte en de teerhoudendheid uitgevoerd. Onder het asfalt van de Travertijnstraat is geen funderingslaag aangetroffen. De onderliggende grond is analytisch niet onderzocht. In geen van de onderzochte asfaltkernen zijn gehalten aan PAK >50 aangetoond, waardoor geen sprake is van teerhoudend asfalt.
19/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.14 Tekening Arduinlaan/Vuursteenstraat/Travertijnstraat
Indicatief bodemonderzoek leidingtracé Westelijke Ringweg Stad Groningen, Royal Haskoning, kenmerk 9S4921, d.d. 19 oktober 2007 Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een gepland leidingtracé. Boringen 17 tot en met 24 grenzen aan de onderzoekslocatie en zijn derhalve relevant. In de grond zijn incidenteel sporen puin of resten plastic aangetroffen in de bovengrond. In de ondergrond zijn plaatselijk slibresten waargenomen. In de grond langs de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond (<achtergrondwaarden). In het grondwater is grenzend aan de onderzoekslocatie (peilbuis 24, noordzijde) een sterke verontreiniging met arseen aangetoond. Aangezien er geen aanwijsbare bron is voor deze verontreiniging wordt verwacht dat sprake is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties.
20/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.15 Tekening Diamantlaan en Travertijnstraat
Indicatief bodemonderzoek reconstructielocaties Verlengde Hereweg, Kempkenspad, Park Selwerd en Diamantlaan te Groningen, Royal Haskoning, kenmerk 9T5661, d.d. 1 oktober 2008 Het bodemonderzoek is onder andere uitgevoerd ter plaatse van de Diamantlaan in Groningen. Boringen DL10 en DL11 grenzen aan de onderhavige onderzoekslocatie en zijn derhalve relevant. De boringen zijn in het fietspad geplaatst, tot een diepte van 0,5 m -mv. In de grond zijn zintuigelijk geen bijzonderheden waargenomen. In de geanalyseerde grond zijn geen verontreinigingen (<achtergrondwaarden) aangetoond.
21/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 2.16 Tekening Diamantlaan
2.10
Asbestverdachtheid van de bodem
Gezien de ontwikkelingsperiode van de gebouwen binnen de onderzoekslocatie (1976, bron: BAG-viewer), het feit dat ter plaatse van en rondom de onderzoekslocatie bijmengingen met ondefinieerbaar puin zijn aangetroffen en sprake is van dempingen (sloten en een waterpartij) binnen de locatie, wordt de onderzoekslocatie als verdacht op het voorkomen van asbest beschouwd. Wel wordt opgemerkt dat geen sterke verontreinigingen met asbest worden verwacht, omdat tijdens indicatieve onderzoeken naar asbest in grond geen gehalten aan asbest ten opzichte van de rapportagegrenzen zijn aangetoond.
2.11
Terreinverkenning
Op 31 januari 2025 is door de heer Broekhuizen van TAUW een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Hieruit zijn de volgende bijzonderheden naar voren gekomen: Een deel van de locatie, circa 1.100 m2, is in gebruik door de BAM als bouw/opslaglocatie en is voorzien van een open halfverharding, bestaande uit asfaltgranulaat
Travertijnstraat 12 is momenteel in gebruik als anti-kraak en is grotendeels verhard middels tegels en klinkers. Op dit terrein is een overkapping aanwezig welke afgesloten is middels hekwerk. Daarnaast is een grondwal met een globale lengte van 70 meter en een hoogte van 1,5 meter op de locatie aanwezig (circa 100 m3) De Travertijnstraat 4 is in gebruik als fietsdepot van de gemeente Groningen. De locatie is deels voorzien van een asfalt- en stelconverharding en voor een groot deel middels een open halfverharding bestaande uit asfaltgranulaat
22/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tijdens de terreinverkenning direct voorafgaand aan de veldwerkzaamheden in maart 2025 is onder een afgesloten afdak (tijdens terreinverkenning van 31 januari 2025) een olievlek waargenomen. Op basis van deze waarneming is dit als verdachte locatie aangemerkt en is een extra boring geplaatst ter plaatse van deze vlek
Tijdens de terreinverkenning zijn geen invasieve exoten waargenomen.
2.12
Vooronderzoek asfalt
Tijdens de terreinverkenning en het bestuderen van de beelden van StreetSmart is geconstateerd dat enkele terreindelen binnen de onderzoekslocatie en direct grenzend aan de onderzoekslocatie voorzien zijn van een asfaltverharding. Binnen de onderzoekslocatie gaat dit om een deel van het terrein van het fietsdepot van de gemeente Groningen en een fietspad aan de zuidwestzijde van de onderzoekslocatie. Tot slot is de Travertijnstraat aan de noordzijde van de locatie verhard met asfalt alsook het fietspad parallel langs de Diamantlaan. Het fietspad bestaat uit meerdere vakken. Er kan vanuit worden gegaan dat het asfalt in ieder geval is aangelegd voor 1995. Daarmee is het niet uit te sluiten dat het asfalt teerhoudende lagen bevat. Op basis van zintuiglijke waarnemingen kunnen de volgende onderzoeksvakken worden ingedeeld, zie tabel 2.3. Tabel 2.3 Asfaltvakken Locatie
Onderzoeksvak
Oppervlakte
Laagdikte*
Volume
(m2)
(m1)
(m3)
(ton)
Fietsdepot
Vak 1
650
0,2
130
325
Travertijnstraat
Vak 2
1.500
0,2
300
750
Fietspad Diamantlaan
Vak 3
30
0,2
6
15
Fietspad Diamantlaan
Vak 4
215
0,2
43
107,5
Fietspad Diamantlaan
Vak 5
15
0,2
3
7,5
Fietspad Diamantlaan
Vak 6
65
0,2
13
32,5
Fietspad Diamantlaan
Vak 7
15
0,2
3
7,5
Fietspad Diamantlaan
Vak 8
35
0,2
7
17,5
Fietspad zuidzijde
Vak 9
435
0,2
87
217,5
* Laagdikte asfalt onbekend. Vooralsnog wordt uitgegaan van een maximale laagdikte van 20 cm
Het asfaltonderzoek is volgens CROW210 uitgevoerd. Er wordt aangenomen dat het asfalt voor 1995 is aangelegd. Daarom is rekening gehouden met een zware onderzoeksinspanning (zowel PAK-marker als HPLC-analyses) voor het berekenen van het volume asfalt en daarmee de hoeveelheid PAK-marker en HPLC-analyses. De dikte van het asfalt wordt vooraf geschat op 0,2 meter en het soortelijk gewicht op 2.500 kg/m3.
2.13
Conclusie vooronderzoek
Met inachtneming van de onderzoeksvragen die horen bij aanleiding A (uitvoeren bodemonderzoek) en G (tijdelijk uitnemen van grond en inschatten van arbeidshygiënische risico’s) uit het vooronderzoek conform NEN 5725 kan het volgende geconcludeerd worden:
23/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Uit de bestudeerde voorinformatie blijkt dat lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater niet uitgesloten kunnen worden. Op basis van de voorinformatie kunnen in het grondwater sterk verhoogde concentraties aan arseen worden verwacht. Hiervoor is tevens de Grondwaterkwaliteitskaart gemeente Groningen met kenmerk R001-1242173MNU-mfv-V03-NL, d.d. 3 april 2017 van TAUW geraadpleegd. Hieruit blijkt eveneens dat in deze regio in het verleden sterk verhoogde concentraties aan arseen in het grondwater zijn gemeten. Er worden op basis van het vooronderzoek geen sterke verontreinigingen verwacht. Behoudens enkele (sloot)dempingen zijn geen potentieel voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten bekend. Een deel van de onderzoekslocatie (Travertijnstraat 6) is in 2017 in voldoende mate onderzocht. De grond ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt als verdacht op het voorkomen van asbest beschouwd vanwege aangetroffen bijmengingen met (ondefinieerbaar) puin en het feit dat vrijwel alle panden zijn gebouwd in een periode dat asbesthoudende materialen nog veelvuldig toegepast mochten worden.
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie verkennende onderzoeken
Door de opdrachtgever zijn tekeningen verstrekt met daarop aangegeven welke terreindelen opnieuw ingericht zullen worden en hoe deze nieuwe inrichting er mogelijk uit kan gaan zien. Deze informatie is ontleend aan het stedenbouwkundig plan en het schetsontwerp openbaar gebied. De dieptes van de geplande ingrepen, alsmede de definitieve inrichting van het gebied, zijn nog niet bekend. Onderstaand figuur geeft globaal de afbakening van het onderzoeksgebied weer. De asfaltverharding van de Travertijnstraat, noordzijde van het plangebied, valt eveneens binnen het plangebied.
24/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 3.1 Afbakening onderzoekslocatie (Bron: input gemeente Groningen)
3.1.1
Landbodem
Om de bodemkwaliteit vast te stellen zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 en NEN 5707 gehanteerd: NEN 5740: strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen
verdeelde verontreinigde stof (VED-HE-NL) NEN 5707: strategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming, waarbij de bovengrond als asbestverdacht wordt aangemerkt
Uit de voorinformatie blijkt dat in het grondwater ter plaatse van het onderzoeksgebied sterk verhoogde concentraties aan arseen kunnen worden verwacht. Derhalve zijn de analyses op het standaard stoffenpakket aangevuld met de parameter arseen. In verband met de geplande ontwikkelingen op de locatie zijn de boringen die volgens de NEN 5740 tot 0,5 m -mv geplaatst moeten worden dieper doorgezet tot 1,0 m -mv. Ter plaatse van zes locaties waar zich slootdempingen bevinden zijn boorraaien bestaande uit 3 boringen tot 2 m -mv haaks op de gedempte sloot geplaatst. Ter plaatse van de grondwal op het perceel aan de Travertijnstraat 12 is een indicatieve partijkeuring middels 1x20 grepen uitgevoerd. De grond is geanalyseerd op het standaardstoffenpakket inclusief PFAS en asbest.
25/49
Kenmerk
3.1.2
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Asfalt en fundering
Het asfaltonderzoek is uitgevoerd volgens de CROW-publicatie 210: ’Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt’ en is uitgevoerd met de onderzoeksinspanning voor asfalt dat voor 1995 is aangelegd. Het onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van het funderingsmateriaal is indicatief uitgevoerd (gebaseerd op protocol 1002 echter verminderd aantal grepen en geen AP-04 analyses). Het onderzoek naar asbest in funderingsmateriaal is uitgevoerd volgens NEN 5897 volgens onderstaande strategie: Kleinschalig afgedekte fundering
3.2
Onderzoeksstrategie nader- of aanvullende onderzoeken
3.2.1
Nader onderzoek sterke verontreiniging met PCB schoolterrein Noorderpoortcollege Uit de eerste onderzoeksfase is een sterke verontreiniging met PCB in de bovengrond (0,3-0,5 m -mv) naar voren gekomen ter plaatse van gat/boring 126, welke op het terrein van het Noorderpoortcollege is geplaatst. Hierbij is de omvang (horizontaal en verticaal) niet voldoende in kaart gebracht. Het is niet exact bekend wat de herkomst van deze verontreiniging met PCB is. Tijdens voorgaande onderzoeken ter plaatse van of nabij de locatie zijn geen verontreinigingen met PCB aangetoond. Wel blijkt dat dat rond het bouwjaar van deze panden PCB houdende verf veelvuldig werd toegepast, voornamelijk in school- en kantoorgebouwen. Of in deze situatie sprake is van een verband is niet te zeggen. Het is ook mogelijk dat de gehalten aan PCB te relateren zijn aan het zand waarmee de locatie is opgehoogd voorafgaand aan de ontwikkeling, omdat verspreid over de locatie (licht verhoogde) gehalten aan PCB zijn gemeten. Ook kan het te relateren zijn aan de bodemvreemde bijmengingen. Ter plaatse van dit terreindeel is een nader onderzoek uitgevoerd conform de NTA 57558 (strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juni 2022). Het bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de aard en verspreiding van de betreffende parameter.
Dit is beschreven in onderstaande paragraaf. In de bovengrond van gat/boring 126 (0,3-0,5 m -mv) is een gehalte aan PCB gemeten dat de interventiewaarde overschrijdt. De bovengrond waarin het sterk verhoogde gehalte aan PCB is gemeten bestaat uit zwak siltig fijn zand, waarbij sprake is van een sterke bijmenging van baksteen en een matige bijmenging met metselpuin. In onderstaande figuur 3.2 is een dwarsprofiel met daarop geprojecteerd de verontreinigingssituatie weergegeven.
8
NTA 5755:2022 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juni 2022
26/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Figuur 3.2 Verontreinigingssituatie ten aanzien van PCB ter plaatse van boring/gat 126 en enkele resultaten van nabijgelegen boringen
Rondom boring 126 zijn aanvullende boringen geplaatst om de verontreiniging op horizontaal en verticaal vlak in kaart te brengen. Daarnaast is ter plaatse van boring 126 een peilbuis geplaatst, om te verifiëren of het grondwater mogelijk sterk verontreinigd is met PCB. PCB is van zichzelf geen mobiele stof maar kan zich wel via het grondwater verspreiden. 3.2.2 Verkennend onderzoek asbest fietsdepot Ter plaatse van het fietsdepot van de gemeente Groningen is in de baksteen- en metselpuinhoudende kleilaag onder het asfalt met puinfundering bestaande uit menggranulaat ter plaatse van boring 107 een gehalte van 42 mg/kg ds aan asbest aangetoond. Het gehalte wordt bepaald door stukjes golfplaat uit de fractie 2 tot 20 mm (totaal 8 deeltjes hechtgebonden chrysotiel asbest 10-15 %). Omdat het monster is samengesteld uit één gat met een diameter van 12 cm en het droge monstergewicht slechts 4,6 kg bedraagt, kan enkel een uitspraak over de aan/of afwezigheid van asbest worden gedaan. Om een betere uitspraak te kunnen doen en of er eventueel een noodzaak bestaat voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest is een aanvullende inspanning geleverd. Ter plaatse van boring 107 zijn twee gaten met een diameter van 20 cm per boring geplaatst, zodat visueel meer monstermateriaal beoordeeld kan worden en tevens meer materiaal beschikbaar is voor het samenstellen van het monster.
Daarnaast zijn op voorhand globaal rondom boring 107 aanvullende gaten geplaatst voor het samenstellen van een mengmonster ter analyse op asbest in grond.
27/49
Kenmerk
3.3
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is vanwege de onderzoeksresultaten gefaseerd bemonsterd. De grond is voor het verkennende bodemonderzoek bemonsterd op 12, 13 en 17 tot en met 21 maart 2025 door Jan (J.) Folkers, Kees (K.R.) Meerlo en Hein (H.) Boonstra (veldmedewerker in opleiding). Het grondwater is bemonsterd op woensdag 26 maart 2025 door René (R.) de Vries. De grond is voor de aanvullende onderzoeken bemonsterd op 16 april 2025 door Jan (J.) Folkers en op 1 juli 2025 door René (R.) de Vries. Het grondwater is bemonsterd op 28 april 2025 door Jan (J.) Folkers en op 5 september 2025 door René (R.) de Vries. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Omschrijving Oppervlakte onderzoekslocatie in m2
45.120
Onderzoeksdiepte in m -mv
1,0 tot 2,0
Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers
Constructieboringen
16
106 t/m 108, 153 t/m 165
Asbestinspectiegat doorgeboord tot circa 1,0 m -mv
36
102, 103, 105, 109 t/m 113, 115,
Werkzaamheden verkennend onderzoek
116, 119 t/m 122, 124, 125, 127, 128, 130 t/m 132, 135 t/m 137, 140, 141, 143, 144, 146 t/m 149, 151, 166, 168, 1000 Asbestinspectiegat doorgeboord tot circa 2,0 m -mv
11
104, 114, 117, 118, 129, 134, 138, 142, 145, 152, 167
Asbestinspectiegat met peilbuis tot circa 3,0 m -mv
5
101, 123, 133, 139, 150
Boorraaien van 3 boringen per raai tot 2,0 m -mv
6
201 t/m 203, 207 t/m 218
Boring met peilbuis tot circa 3,0 m -mv
1
108
Gestaakte boring
5
107, 126, 204 t/m 206
1x20 grepen (grondwal)
1
2000
Constructieboringen diameter 200 mm
4
1071 t/m 1074
Gat doorgeboord tot 1,5 m -mv
2
1073, 1074
Gat gestaakt op 1,0 m -mv
2
1071, 1072
Boring met peilbuis tot circa 3,5 m -mv
1
1260
Boring tot 1,5 m -mv
8
1261 t/m 1263, 1265, 1268 t/m
Boring tot 1,0 m -mv
2
1266, 1267
Gestaakte boring
2
1264, 1267
Werkzaamheden aanvullende onderzoeken Verkennend onderzoek asbest fietsdepot
Nader onderzoek sterke verontreiniging met PCB
1271
28/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Omschrijving Analyses
Aantal
(Meng)monstercodes
Standaard stoffenpakket grond1
32
Zie tabel 4.2
PCB in grond (incl. organische stof)
10
Zie tabel 4.2
Minerale olie in grond (incl. organische stof)
9
Zie tabel 4.2
PFAS in grond
17
Zie tabel 4.3
Standaard stoffenpakket grondwater incl. arseen
6
Zie tabel 4.4
Asbest in grond
17
Zie tabel 4.5
PAK-marker inclusief laagopbouw
14
Zie tabel 4.6
PAK-HPLC asfalt
14
Zie tabel 4.6
Asbest in puin
5
Zie tabel 4.7
9
Zie tabel 4.7
PCB in grond (incl. organische stof)
12
Zie tabel 4.2
Asbest in grond
2
Zie tabel 4.5
PCB in grondwater
2
Zie tabel 4.4
Analysewerkzaamheden verkennend onderzoek
2
Samenstelling en emissie funderingsmateriaal
3
Analysewerkzaamheden aanvullende onderzoeken
1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof
2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en minerale olie (GC)
3)
Samenstelling (PAK, PCB, minerale olie) en emissie (Sb, As, Ba, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Ni, Mo, Pb, Se, Sn, V, Zn, bromide, chloride, fluoride en sulfaat
3.4
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is afgeweken van de vigerende protocollen 2002 en 2018. Daarnaast is afgeweken van NEN 5707 en NEN 5897. Voor een beschrijving van deze afwijkingen, inclusief een motivatie van de afwijkingen en de eventuele invloed op de betrouwbaarheid van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 3.
4 Resultaten en interpretatie 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot hoofdzakelijk 1,0 à 1,5 m -mv uit fijn zand, gevolgd door (humeuze) klei. Enkel ter plaatse van het fietsdepot en globaal ter plaatse van de groenstroken is vanaf het maaiveld sprake van humeuze klei.
29/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn wisselend over het gehele plangebied bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Hoofdzakelijk gaat het om sporen baksteen en enkele keren gaat het om resten beton- en/of metselpuin. In de ondergrond van boringen 105 en 125 zijn zwakke bijmengingen met kooldeeltjes aangetroffen (kleilagen). In de opgeboorde materialen van de boorraaien zijn, behoudens enkele zeer zwakke waarnemingen van slibresten in de kleilagen, geen bijzonderheden als oude slootbodems of bodemvreemde dempingsmaterialen aangetroffen. Tijdens de werkzaamheden is geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen. Er heeft vanwege de bedekkingen van het maaiveld (halfverhardingen, vegetatie, asfalt, tegels) geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 plaatsgevonden. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4. De grondwaterbemonsteringsgegevens zijn weergegeven in tabel 4.1. De veldformulieren voor het onderzoek naar asbest zijn opgenomen in bijlage 8 en de foto’s van de veldwerkzaamheden zijn opgenomen in bijlage 9. Tabel 4.1 grondwaterbemonsteringsgegevens Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv)
GWS
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(-)
(μS/cm)
(ntu)
Verkennend bodemonderzoek 101
2,50-3,50
26.03.2025
0,67
6,77
2797
67
108
2,00-3,00
26.03.2025
0,55
6,68
2279
95
123
2,50-3,50
26.03.2025
0,80
6,75
2817
422
133
2,50-3,50
26.03.2025
5,75
7,26
1430
42
139
1,70-2,70
26.03.2025
0,92
7,34
1195
310
150
2,00-3,00
26.03.2025
1,21
6,69
2264
183
Aanvullend bodemonderzoek (verontreiniging PCB) 1260
2,50-3,50
28.04.2025
1,00
6,38
3715
68
1260#
2,50-3,50
05.09.2025
1,24
6,38
3966
51
# Herbemonstering grondwater van peilbuis 1260
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) worden als normaal beschouwd bij waarden van 5,0-8,0 (pH), 200 - 2.000 µS/cm (EC) en NTU <10. Over het algemeen zijn de waarden voor de zuurgraad in het grondwater als normaal te beschouwen voor deze regio. Echter, de waarden voor de geleidbaarheid van het grondwater van vrijwel alle peilbuizen zijn aan de hoge kant, voornamelijk de waarde zoals gemeten in het grondwater van peilbuis 1260. Op basis van de voorinformatie is er geen duidelijke reden om verhoogde waarden voor de EC te verwachten.
30/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
De troebelheid van het grondwater uit alle peilbuizen is verhoogd (NTU>10) gemeten. De verhoogde troebelheid kan mogelijk veroorzaakt zijn door het natuurlijk voorkomen van zwevende delen in het grondwater en het feit dat ter plaatse van diverse peilbuizen minder spoelwater afgepompt kon worden vanwege de zeer slechte toestroming van het grondwater. Dit kan mogelijk leiden tot een overschatting van de concentraties aan gemeten stoffen. De NTU-waarde heeft een signalerende functie (mate van troebelheid). In troebel water kunnen mogelijk onterecht hoge concentraties in het grondwater worden gemeten. Er is geen normatieve grens voor de NTU vastgesteld. De gemeten waarden hebben in onderhavig geval wel aanleiding gegeven om extra controlestappen uit te voeren. Hieruit blijkt dat de monsterneming van het grondwater niet overal conform NEN 5744 is uitgevoerd. Ter plaatse van peilbuizen 101, 123, 139 en 15 kon onvoldoende spoelwater afgepompt worden, voorafgaand aan de grondwatermonstername. Uit de analyseresultaten blijkt dat diverse malen sterk verhoogde concentraties aan arseen zijn gemeten (>signaleringsparameter). Dit was reeds op basis van de voorinformatie bekend voor deze regio. Er kan daarom vanuit worden gegaan dat deze verhoogde troebelheid geen significante invloed heeft gehad op de onderzoeksresultaten.
Tijdens de grondwatermonstername is gecontroleerd of de bovenkant van de filters zich onder de grondwaterstand bevonden. De bovenkant van de filters bevonden zich allen onder de grondwaterstand, waardoor de grondwatermonsters niet belucht zijn bemonsterd. Tijdens het veldwerk zijn geen invasieve exotische plantensoorten waargenomen.
4.2
Toetsing analyseresultaten grond en grondwater
In de tabellen 4.2, 4.3 en 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. In de (meng)monster coderingen staat aangegeven ter plaatse van welk terreindeel het monster is samengesteld. Het gaat hierbij om de volgende terreindelen: TS: Travertijnstraat FD: Fietsdepot
OT: TS12: TS16:
Opslagterrein (BAM) Travertijnstraat 12 Travertijnstraat 16 (formeel Diamantlaan 16)
GS: FP: VP:
Groenstroken Fietspad (Diamantlaan) Voetpad (bestaande uit asfalt, zuidzijde terrein)
BT: TP: T:
Braakliggend terrein (naast opslagterrein BAM) Toekomstig parkeerterrein Trottoir
31/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
TW:
Toegangsweg (naar scholen)
SD:
Slootdemping
4.2.1
Standaard stoffenpakket grond
In tabel 4.2 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten voor het standaard stoffenpakket grond, inclusief de resultaten voor de uitsplitsingsanalyses en het aanvullend onderzoek.
32/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng)
Deel
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
TS_MM01
153-4, 154-3, 155-2, 156-2
0,18-1
fijn zand
> L/N
minerale olie
> 0,5xI
>I
BK#
Veiligheids
(indicatief)
klasse
-
-
matig ver.
Geen Klasse
Uitsplitsing mengmonster TS_MM01 op minerale olie (inperken kwaliteitsklasse matig verontreinigde grond) 153-2
153-4
0,21-0,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
154-3
154-3
0,5-1
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
155-2
155-2
0,18-0,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
156-2
156-2
0,3-0,8
fijn zand
minerale olie
-
-
matig ver.
Geen Klasse
FD_M01
107-3
0,3-0,8
klei, humeus, geroerd 5, baksteen 1,
PAK
-
-
L/N
Geen Klasse
FD_M02
106-3
0,3-0,8
PAK
-
-
L/N
Geen Klasse
FD_MM03
109-3, 110-3, 111-2, 112-3
0,3-0,9
klei, humeus
-
-
-
L/N
Geen Klasse
OT_MM01
101-9, 102-4
0,3-0,5
fijn zand, humeus, geroerd 5, beton 1,
Co, PAK, PCB, minerale
-
-
matig ver.
Geen Klasse
baksteen 4, baksteen 3
olie
metselpuin 1 fijn zand, geroerd 5, baksteen 1, metselpuin 1
OT_MM02
101-3, 101-4, 102-2
0,5-1,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
TS12_MM01
141-1, 142-1, 143-1, 145-1
0,04-0,5
fijn zand, beton 1
PCB
-
-
ind
Geen Klasse
Uitsplitsing mengmonster TS12_MM01 op PCB (inperken kwaliteitsklasse industrie grond) 141-1
141-1
0,08-0,5
fijn zand, beton 1
-
-
-
L/N
Geen Klasse
142-1
142-1
0,08-0,5
fijn zand, beton 1
-
-
-
L/N
Geen Klasse
143-1
143-1
0,04-0,2
fijn zand, beton 1
-
-
-
L/N
Geen Klasse
145-1
145-1
0,08-0,5
fijn zand, beton 1
-
-
-
L/N
Geen Klasse
TS12_MM02
139-2, 141-2, 142-3, 144-3
0,5-1,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
TS12_MM03
145-2, 145-3
0,5-1,2
fijn zand, beton 1
-
-
-
L/N
Geen Klasse
TS12_MM04
131-1, 132-1, 135-1, 138-1
0,04-0,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
33/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
(Meng)
Deel
Diepte
Textuur en
> L/N
> 0,5xI
>I
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
TS12_MM06
133-4, 134-3, 138-4
1-1,8
TS12_M07
1000-1
TS16_MM01
121-1, 122-1, 124-1, 125-1
TS16_MM02
123-3, 124-2, 126-4
BK#
Veiligheids
klei, humeus
-
-
-
(indicatief)
klasse
L/N
Geen Klasse
0,04-0,5
fijn zand
-
-
0,04-0,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
-
L/N
Geen Klasse
0,5-1,2
klei, humeus, baksteen 1, baksteen 3
PCB
-
-
ind
Geen Klasse
Uitsplitsing mengmonster TS16_MM02 op PCB (inperken kwaliteitsklasse industrie grond) 123-3
123-3
0,5-1
klei, humeus, baksteen 1
-
-
-
L/N
Geen Klasse
124-3
124-2
0,6-1
klei, humeus, baksteen 3
-
-
-
L/N
Geen Klasse
126-4
126-4
0,7-1,2
klei, baksteen 3
-
-
-
L/N
Geen Klasse
TS16_M03
125-4
0,7-0,9
klei, humeus, kooldeeltjes 1, baksteen
Pb, PAK, minerale olie
-
-
ind
Geen Klasse
1 TS16_M04
126-2
0,3-0,5
fijn zand, baksteen 4, metselpuin 3
minerale olie
-
PCB
sterk ver.
Geen Klasse
TS16_MM05
127-3, 128-5, 129-1
0-0,5
fijn zand, humeus, baksteen 1
Pb
-
-
won
Geen Klasse
TS16_MM06
127-2, 128-3, 129-2
0,5-1
klei, humeus
Co, Hg, PCB, minerale
-
-
ind
Geen Klasse
olie Uitsplitsing mengmonster TS16_MM06 op PCB en minerale olie (inperken kwaliteitsklasse industrie grond) 127-2
127-2
0,8-1
klei, humeus
-
-
-
L/N
Geen Klasse
128-3
128-3
0,8-1
klei, humeus
minerale olie
-
-
ind
Geen Klasse
129-2
129-2
0,5-1
klei, humeus
-
-
-
L/N
Geen Klasse
GS_MM01
144-1, 146-1, 147-1, 168-1
0-0,5
klei, humeus
-
-
-
L/N
Geen Klasse
GS_MM02
130-1, 148-1, 149-1
0-0,5
fijn zand, humeus, baksteen 1
-
-
-
L/N
Geen Klasse
GS_MM03
116-1, 117-1, 118-1
0-0,5
fijn zand, humeus
Hg, Pb, PCB
-
-
ind
Geen Klasse
Uitsplitsing mengmonster GS_MM03 op PCB (inperken kwaliteitsklasse industrie grond)** 117-1
117-1
0-0,5
fijn zand, humeus
-
-
-
L/N
Geen Klasse
118-1
118-1
0-0,5
fijn zand, humeus
-
-
-
L/N
Geen Klasse
34/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
(Meng)
Deel
Diepte
Textuur en
> L/N
> 0,5xI
>I
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
FP_MM01
157-3, 158-3, 159-3, 161-3
0,3-1
VP_MM01
164-3, 164-4, 165-3
BT_MM01
103-1, 104-1, 105-1
BT_MM02 TP_MM01
BK#
Veiligheids
fijn zand
-
-
-
(indicatief)
klasse
L/N
Geen Klasse
0,2-0,9
fijn zand
-
-
0-0,5
fijn zand, humeus
-
-
-
L/N
Geen Klasse
-
L/N
Geen Klasse
103-2, 104-3, 105-2
0,5-1,5
fijn zand
-
150-1, 150-2, 152-1
0-0,7
fijn zand, humeus, slakken 1,
PCB
-
-
L/N
Geen Klasse
-
-
L/N
Geen Klasse
baksteen 1 TP_MM02
150-4, 151-3, 152-2, 152-3
0,5-1,7
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
T_MM01
113-1, 114-1, 115-1
0,04-0,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
TW_MM01
166-4, 167-2
0,3-0,5
fijn zand
PAK, PCB
minerale
-
matig ver.
Oranje V
olie Uitsplitsing mengmonster TW_MM01 op minerale olie (inperken kwaliteitsklasse matig verontreinigde grond en veiligheidsklasse Oranje Vluchtig) 1660-2*
1660-1
0,3-0,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
1670-2*
1670-1
0,3-0,5
fijn zand
minerale olie
-
-
matig ver.
Geen Klasse
217-2
0,5-1
klei, slib 1, geroerd 5, baksteen 1
PCB
-
-
L/N
Geen Klasse
SD_M01
Aanvullend onderzoek sterke verontreiniging (>interventiewaarde) PCB boring 126 (Travertijnstraat 16/Noorderpoortcollege) 1261-1
1261-1
0-0,5
fijn zand
-
-
-
L/N
Geen Klasse
1262-1
1262-1
0-0,5
fijn zand, baksteen 3
PCB
-
-
ind
Geen Klasse
1263-2
1263-2
0,2-0,4
fijn zand, baksteen 3
-
-
PCB
sterk ver.
Geen Klasse
1263-4
1263-4
0,5-1
klei, slib 1, baksteen 3
Cu, Hg, Pb, Zn, PAK,
-
-
ind
Geen Klasse
1264-2
1264-2
0,25-0,35
matig grof zand, oliefilm 1, geroerd 5,
PCB
-
-
ind
Geen Klasse
1265-2
1265-2
0,2-0,3
PCB
-
-
ind
Geen Klasse
PCB, minerale olie
baksteen 4 matig grof zand, oliefilm 1, baksteen 5
35/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
(Meng)
Deel
Diepte
Textuur en
> L/N
> 0,5xI
>I
BK#
Veiligheids
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
1265-4
1265-4
0,5-1
klei, humeus, oliefilm 1, geroerd 5,
-
-
-
(indicatief)
klasse
L/N
Geen Klasse
1266-2
1266-1
0,12-0,3
PCB
-
-
ind
Geen Klasse
1266-3
1266-2
0,3-0,5
fijn zand, oliefilm 1, geroerd 5
PCB
-
-
ind
Geen Klasse
1270-1
1270-1
0-0,4
klei, humeus, slakken 1, geroerd 5,
-
-
-
L/N
Geen Klasse
1270-2
1270-2
0,4-0,8
matig grof zand, geroerd 5
-
-
-
L/N
Geen Klasse
1271-1
1271-1
0-0,5
klei, humeus, geroerd 5, beton 1,
-
-
-
L/N
Geen Klasse
-
-
-
L/N
Geen Klasse
baksteen 4, metselpuin 1 matig grof zand, geroerd 5, baksteen 4
baksteen 1
baksteen 1 1264-3
1264-3
0,35-0,65
matig grof zand, geroerd 5
I
Interventiewaarden grond
#
Bodemkwaliteitsklasse, toepassing op landbodem
##
1: zeer weinig (<1 %), 2: weinig (1 – 5 %), 3: matig (5 – 10 %), 4: veel (10 – 15 %), 5: zeer veel (15 – 50 %)
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
L/N / won / ind / matig ver. / sterk ver.
Landbouw/natuur/ Wonen/Industrie/Matig verontreinigd/Sterk verontreinigd
*
Van het oorspronkelijke mengmonster was geen monstermateriaal beschikbaar voor de uitsplitsing analyse. Hiervoor zijn nieuwe grondmonsters verzameld
**
Voor deelmonster 116-1 was geen monstermateriaal beschikbaar voor de uitsplitsing analyse. Er is geen nieuw grondmonster verzameld
36/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
In de grond is overwegend sprake van maximaal lichte verontreinigingen (>landbouw/natuur). Bij een indicatieve toetsing aan het Bbk is de grond, na het uitsplitsen van diverse mengmonsters, overwegend geclassificeerd als kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Plaatselijk is grond aanwezig dat indicatief is geclassificeerd als kwaliteitsklasse industrie of matig verontreinigd (niet toepasbaar). In de bovengrond van boring 126, ter plaatse van het Noorderpoortcollege, is in de sterk baksteen en matig metselpuin houdende zandlaag een sterke verontreiniging met PCB aangetoond. Door middel van aanvullende boringen en analyses op PCB is de sterke verontreiniging op horizontaal en verticaal vlak in beeld gebracht. Op basis van een globaal oppervlak van 75 m2 en een gemiddelde laagdikte van 20 cm is circa 15 m3 grond sterk verontreinigd met PCB. 4.2.2
PFAS in grond
De toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit is exclusief PFAS, aangezien de toetsing aan het handelingskader PFAS momenteel geen onderdeel uitmaakt van de Regeling bodemkwaliteit. Tabel 4.3 bevat het indicatieve resultaat van de aan het Handelingskader PFAS getoetste PFASgehalten. Tevens is de toetsing aan de INEV-waarden en SRCarbo waarden opgenomen. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5.
37/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tabel 4.3 Indicatieve toetsingsresultaten PFAS in grond (gehalten in µg/kg d.s.), gecorrigeerd voor organisch stof, getoetst aan de normwaarden voor toepassing op landbodem volgens het handelingskader PFAS en de INEVwaarden van het RIVM Meng-
Deelmonster
monster
Traject
Indicatieve beperkingen
Overschrijding
m -mv
ten aanzien van PFAS
INEV?
TS_MMP01
153-4, 154-2, 155-2, 156-2
0,18-0,8
A
Nee
FD_MP01
107-3
0,3-0,8
A
Nee
FD_MP02
109-3, 110-3, 111-2, 112-3
0,3-0,9
B1
Nee
OT_MMP01
101-9, 102-4
0,3-0,5
C
Nee
TS12_MMP01
131-1, 135-1, 136-1, 137-1
0,04-0,5
B1
Nee
TS12_MMP02
138-1, 141-1, 143-1, 145-1
0,04-0,5
B1
Nee
TS16_MMP01
127-3, 128-5, 129-1
0-0,5
B1
Nee
TS16_MMP02
120-1, 122-1, 124-1, 125-1
0,04-0,5
B1
Nee
GS_MMP01
116-1, 119-1, 130-1, 148-1
0-0,5
C
Nee
GS_MMP02
144-1, 146-1, 147-1, 168-1
0-0,5
B1
Nee
FP_MMP01
158-3, 159-3, 160-3, 162-3
0,4-1
A
Nee
VP_MMP01
164-3, 165-3
0,2-0,9
A
Nee
BT_MMP01
103-1, 104-1, 105-1
0-0,5
B1
Nee
TP_MMP01
150-1, 151-1, 152-1
0-0,5
B1
Nee
T_MMP01
113-1, 114-1, 115-1
0,04-0,5
B1
Nee
TW_MMP01
166-4, 167-2
0,3-0,5
A
Nee
*A
Geen beperking als gevolg van PFAS
B1/B2
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden (B1/B2) en in oppervlaktewater (B2)
C
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en voor toepassen op ontvangende bodem met klasse landbouw/natuur
D
Niet toepasbaar
4.2.3 Standaard stoffenpakket grondwater In tabel 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten voor het standaard stoffenpakket grondwater, inclusief het resultaat van de aanvullend geplaatste peilbuis 1260 voor het onderzoek naar PCB in grond en grondwater.
38/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tabel 4.4 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling
> 0,5*SIG
> SIG
(m-mv)
Veiligheidsk lasse
101-1-1
2,5-3,5
As
-
Geen Klasse
108-1-1
2-3
-
As
Geen Klasse
123-1-1
2,5-3,5
-
As
Geen Klasse
133-1-1
2,5-3,5
-
As
Geen Klasse
139-1-1
1,7-2,7
-
-
Geen Klasse
150-1-1
2-3
-
As
Geen Klasse
1260-1260-2
2,5-3,5
-
PCB
Geen Klasse
-
Geen Klasse
Herbemonstering grondwater peilbuis 1260 ter analyse op PCB 1260-1260-2
2,5-3,5
-
SIG
Signaleringsparameter
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
PCB
PCB (som 7)
In het grondwater is op enkele plaatsen binnen het plangebied sprake van overschrijdingen voor de signaleringsparameter voor de parameter arseen. Dit betreft het grondwater van peilbuizen 108, 123, 133 en 150. In het grondwater van peilbuis 101 is een overschrijding van de 0,5 x signaleringsparameter voor arseen gemeten. Alle overige geanalyseerde parameters overschrijden de 0,5 x signaleringsparameter niet. Ter plaatse van de sterke verontreiniging met PCB in de bovengrond van boring 126 is peilbuis 1260 aanvullend geplaatst ter analyse op PCB in het grondwater. Uit de analyseresultaten blijkt dat sprake is van een signaleringsparameter overschrijding ten aanzien van PCB. Echter, in voorliggend geval is sprake van verhoogde rapportagegrenzen, tot boven de voor PCB vastgestelde signaleringsparameter. Derhalve is het grondwater van peilbuis 1260 herbemonsterd ter analyse op PCB. In dit geval is geen sprake van verhoogde rapportagegrenzen. Er is geen sprake van een verontreiniging met PCB in het grondwater (<0,5 x signaleringsparameter).
4.3
Asbest in grond
In tabel 4.5 zijn de resultaten voor het verkennende onderzoek naar asbest in grond weergegeven. Hierin zijn eveneens de resultaten van het aanvullende onderzoek naar asbest in grond ter plaatse van het fietsdepot opgenomen. Voor het toetsen van het asbestgehalte in de bodem is het gehalte serpentijn asbest vermeerderd met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.
39/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Tabel 4.5 Overzicht resultaten asbest Terreindeel
Monstercode
Deelmonsters
Traject (m -mv)
Totale gewogen 9
indicatief gehalte
Toetsing norm
asbest (mg/kg ds) Verkennend onderzoek asbest in grond Travertijnstraat
A8
153, 154,
0,18-0,8
<0,3
-
155, 156 Fietsdepot
A11
107
0,3-0,5
42
-
Fietsdepot
A20
109, 110,
0,3-0,9
<0,3
-
111, 112 Opslagterrein BAM
A22
101, 102
0,3-0,5
<0,3
-
Travertijnstraat 12
A1
141, 142,
0,04-0,5
<0,5
-
Travertijnstraat 12
A4
0,04-0,5
<0,3
-
143, 145 132, 133, 135, 136, 137, 138, 139 Diamantlaan 16
A14
126
0,3-0,5
<1,1
-
Diamantlaan 16
A15
120, 121,
0,04-0,5
<0,6
-
0,0-0,5
<0,4
-
0,0-0,5
<0,3
-
0,0-0,5
<0,3
-
0,3-1,0
<0,3
-
122, 123, 124, 125 Groenstroken/Traver-
A2
tijnstraat 12 Groenstroken/Toekom-
144, 146, 147, 168
A12
stig parkeerterrein
148, 149, 150, 151, 152
Groenstroken
A26
116, 117, 118, 119
Fietspad Diamantlaan
A6
157, 158, 159, 160, 161, 162, 163
Voetpad asfalt
A5
164, 165
0,2-0,9
<0,4
-
Braakliggend terrein
A21
103, 104,
0,0-0,5
0,6
-
Trottoir
A25
0,040,5
<0,5
-
105 113, 114, 115 Toegangsweg scholen
A29
166, 167
0,3-0,5
<0,3
-
Grondwal
A2000
2000
0,0-1,0
<0,5
-
Aanvullend/verkennend onderzoek asbest in grond middels dubbele 200 mm gaten in asfalt
9
Bij een verkennend onderzoek conform NEN 5707 heeft de waarde van het analyseresultaat een indicatieve status
40/49
Kenmerk
Terreindeel
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Monstercode
Deelmonsters
Traject (m -mv)
Totale gewogen 9
indicatief gehalte
Toetsing norm
asbest (mg/kg ds) Fietsdepot
A1070
1071-1
0,25-1,0
60
+
Fietsdepot
B1070
1072-1,
0,3-1,3
<0,5
-
1073-1, 1074-1 - 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden + 0,5 * Interventiewaarde wordt overschreden
Uit de resultaten van het verkennende bodemonderzoek naar asbest blijkt dat in vrijwel geen van de samengestelde (meng)monsters gehalten aan asbest ten opzichte van de rapportagegrenzen zijn gemeten. Wel is sprake van enkele uitzonderingen. In monster A21, welke is samengesteld ter plaatse van het braakliggende terrein aan de Travertijnstraat, is een gewogen gehalte van 0,6 mg/kg ds aan asbest gemeten. Het gehalte is bepaald door twee asbesthoudende deeltjes in de fracties 4-8 mm en 8-20 mm. In beide gevallen gaat het om stukjes hechtgebonden vlakke plaat (chrysotiel, 10-15 %). In monster A11, welke is samengesteld uit de baksteen- en metselpuinhoudende kleilaag onder het asfalt met een funderingslaag ter plaatse van het fietsdepot, is een gehalte van 42 mg/kg ds aan asbest gemeten. Het gehalte is bepaald door asbesthoudende deeltjes in de fracties 2-4 mm, 4-8 mm en 8-20 mm. In alle gevallen gaat het om stukjes hechtgebonden golfplaat (chrysotiel, 10-15 %). Omdat formeel geen gehalte bepaling gedaan kan worden voor monster A11, heeft een verkennend onderzoek middels dubbele gaten met een diameter van 20 cm per gat plaatsgevonden ter plaatse van het fietsdepot. In monster A1070, globaal ter plaatse van monsterpunt 107, is een gewogen gehalte van 60 mg/kg ds aan asbest gemeten.
Het gehalte is bepaald door diverse asbesthoudende deeltjes (22 deeltjes) verdeeld over de fracties 0,5 tot 20 mm. In alle gevallen gaat het om stukjes hechtgebonden vlakke plaat (chrysotiel, 10-15 %). Daarnaast is sprake van een indicatie op de aanwezigheid van asbestverdachte vezels in de fractie <0,5 mm.
4.4
Resultaten asfalt
Asfalt wordt als teerhoudend beschouwd, indien een gehalte aan PAK 10 wordt gemeten dat hoger is dan 75 mg/kg product. Indien fluorescentie wordt waargenomen, dan kan gesteld worden dat het PAK 10-gehalte groter is dan 250 mg/kg ds. Betreffende asfaltlaag dient dan als teerhoudend te worden beschouwd.
41/49
Kenmerk
R001-1300669HJS-V02-sla-NL
Uit de resultaten van de PAK-marker blijkt dat in het asfalt geen fluorescerende lagen aanwezig zijn. Vervolgens zijn mengmonsters samengesteld en aanvullend geanalyseerd op PAK. Op basis van de PAK marker inclusief laagopbouw en laagdikte kan geconcludeerd worden dat de laagdikte van 20 cm vrijwel niet is overschreden en dat geen aanpassing in de voorgestelde onderzoeksstrategie nodig is. Uit dit onderzoek blijkt dat de niet fluorescerende lagen niet teerhoudend zijn. De volledige resultaten van het asfaltonderzoek met laagopbouw, laagdikte en fluorescentie (inclusief foto’s van de kernen) zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.6 Analyseresultaten asfalt (PAK-detector en HPLC-analyses) Asfaltkern(en)
Onderzochte laag (in mm)
PAK-marker en laagopbouw 2
Vak 1, 650 m (Fietsdepot) 106
107
108
Fluorescentie/gehalte (mg/kg ds) Hoeveelheden
m3
ton
65
163
STAB 0 t/m 43
Geen fluorescentie
STAB 44 t/m 100
Geen fluorescentie
STAB 0 t/m 45
Geen fluorescentie
STAB 46 t/m 121
Geen fluorescentie
STAB 0 t/m 24
Geen fluorescentie
STAB 25 t/m 90
Geen fluorescentie
Vak 2, 1.500 m2 (Travertijnstraat)
330
153
DAB 0 t/m 39
Geen fluorescentie
OAB 40 t/m 68
Geen fluorescentie
GAB 69 t/m 135
Geen fluorescentie
GAB 136 t/m 212
Geen fluorescentie
DAB 0 t/m 42
Geen fluorescentie
DAB 43 t/m 93
Geen fluorescentie
OAB 94 t/m 108